Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBHAA:2011:BR6126

Instantie
Rechtbank Haarlem
Datum uitspraak
12-07-2011
Datum publicatie
29-08-2011
Zaaknummer
163563 - FA RK 09-3855
Rechtsgebieden
Personen- en familierecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Adoptie / Litouwen. Op grond van de feitelijke inhoud, zoals weergegeven in rechtsoverweging 3.5 van de “Decision” van het Kedainiai District Court van 13 augustus 2009 acht de rechtbank aannemelijk dat de vader in Litouwen zich bewust is (geweest) van de reikwijdte van zijn verzoek inhoudende instemming met de adoptie van de minderjarige door [naam verzoeker]. De rechtbank is van oordeel dat daarmee voldaan is aan het gestelde in artikel 1:228 1 sub d BW

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK HAARLEM

Sector civiel

familie- en jeugdrecht

adoptie

zaak-/rekestnr.: 163563 / FA RK 09-3855

beschikking van de enkelvoudige kamer voor familiezaken van 12 juli 2011

in de zaak van:

[naam verzoeker],

wonende te [plaats],

hierna mede te noemen: verzoeker,

advocaat: mr. J.H. Heerebout, kantoorhoudende te Nieuw-Vennep,

-tegen-

[naam vader],

wonende te Litouwen,

hierna mede te noemen: de vader,

strekkende tot de adoptie van

- [naam minderjarige],

geboren op [datum] 1997 te Litouwen.

Als belanghebbende wordt aangemerkt: [naam moeder] hierna mede te noemen: de moeder.

1 Procedure

1.1 Het verloop van de procedure blijkt uit:

- de beschikking van deze rechtbank van 27 juli 2010 en de daarin vermelde stukken;

- de dagbepalingsbeschikkingen van 5 oktober 2010, 26 november 2010, 8 februari 2011 en 19 april 2011en de daarin vermelde stukken;

- de brief van de advocaat van verzoeker van 4 mei 2011;

- de brief van de advocaat van verzoeker van 7 juni 2011.

1.2 De minderjarige [naam minderjarige] is, gelet op zijn leeftijd, in de gelegenheid gesteld zijn mening kenbaar te maken.

2 Feiten en omstandigheden

- de minderjarige is geboren op [datum] 1997 te Litouwen uit het huwelijk van [naam vader] en [naam moeder].

- Verzoeker is op [datum] 2004 gehuwd met de moeder.

3 Verdere beoordeling

3.1 Het Internationaal Juridisch Instituut (hierna: IJI) heeft de vragen die de rechtbank in de beschikking van 27 juli 2010 heeft geformuleerd, beantwoord in het rapport van 7 april 2011. Dit rapport op 8 april 2011 door de rechtbank is ontvangen.

3.2 De advocaat van verzoeker heeft zich bij brief van 4 mei 2011 uitgelaten over de inhoud van voormeld rapport van het IJI.

3.3 In de onderhavige casus dient de vraag te worden beantwoord of de wettelijke vader van de minderjarige in Litouwen op grond van de beslissing van het Kedainiai District Court van 13 augustus 2009 al dan niet met het gezag is belast over de minderjarige. De beantwoording van deze vraag is, zoals bij beschikking van 27 juli 2010 is aangegeven een kwestie die eerst beantwoord moet worden om te kunnen beoordelen of is voldaan aan de voorwaarde van adoptie naar Nederlands recht zoals gesteld in artikel 1:228 lid g BW.

3.4 Uit het advies van het IJI, dat de rechtbank over neemt, verbindt de rechtbank de conclusie dat de term “mutual personal and property rights and obligations “, zoals vermeld in de “Decision”van het Kedainaia District Court van 13 augustus 2009 vergelijkbaar zijn met de begrippen gezag en voogdij naar Nederlands recht.

Voorts neemt de rechtbank het advies over dat voormelde beslissing niet als een voorwaardelijke beslissing wordt aangemerkt maar als een “final and absolute decision”. Blijkens voornoemde beslissing kan de toestemming tot adoptie door de vader van het kind nog worden ingetrokken tot de adoptie is uitgesproken. Uit de overgelegde stukken is daarvan niet gebleken.

3.5 De rechtbank stelt op basis van de overgelegde stukken vast dat in Litouwen de procedure aanhangig is gemaakt door de vader van de minderjarige, in aansluiting op zijn eerder, buiten rechte, afgelegde instemmende verklaring tot adoptie van zijn kind. De vader is gehoord op zijn verzoek. Hij heeft destijds – voor zover van belang- verklaard over zijn gewijzigde persoonlijke omstandigheden en aangegeven dat zijn ex-echtgenote en zijn zoon met zijn toestemming reeds in 2002 naar Nederland zijn vertrokken. Hij heeft voorts verklaard dat hij van zijn zoon vervreemd is. Hij is bekend met het feit dat zijn zoon [naam verzoeker] als zijn vader ziet. De vader is financieel niet in staat zijn zoon te onderhouden. Tot slot verklaart de vader dat hij kan instemmen met de adoptie van zijn zoon door [naam verzoeker] voornoemd. De vertegenwoordiger van “the Childrens Right Protection Agency” heeft het verzoek van de vader niet tegengesproken.

Aan de vader zijn de juridische consequenties van zijn verzoek voorgehouden, waaronder het gevolg dat de familierechtelijke banden tussen hem en zijn zoon zullen worden verbroken. Hij is, aldus de rechtbank aldaar, zich bewust van de strekking van zijn verzoek. De rechtbank te Litouwen komt tot een toewijzende beslissing.

De rechtbank is van oordeel dat onder de hierboven geschetste omstandigheden sprake is van een bestendige toestemming tot adoptie en dat de vader reeds ten tijde van de beslissing van de Litouwse rechtbank zijn gezagsrechten over de minderjarige welbewust heeft prijs gegeven ten behoeve van de adoptie van de minderjarige in Nederland.

3.6 Op grond van de feitelijke inhoud, zoals weergegeven in rechtsoverweging 3.5 van de “Decision” van het Kedainiai District Court van 13 augustus 2009 acht de rechtbank aannemelijk dat de vader in Litouwen zich bewust is (geweest) van de reikwijdte van zijn verzoek inhoudende instemming met de adoptie van de minderjarige door [naam verzoeker]. De rechtbank is van oordeel dat daarmee voldaan is aan het gestelde in artikel 1:228 1 sub d BW

3.7 De rechtbank heeft op grond van de overgelegde stukken de overtuiging dat de gevraagde adoptie in het kennelijk belang van de minderjarige is. Tevens is komen vast te staan dat de minderjarige thans en naar voor de toekomst redelijkerwijs is te voorzien niets meer van zijn ouder in de hoedanigheid van ouder te verwachten heeft, zodat, nu ook overigens aan de overige wettelijke voorwaarden is voldaan, het verzoek voor toewijzing vatbaar is.

3.8 Verzoeker en de moeder hebben reeds een kind tot wie zij in familierechtelijke betrekkingen staan.

3.9 Nu de minderjarige het tweede kind is tot wie verzoeker en de moeder in familierechtelijke betrekking komen te staan, is voor de naamskeuze artikel 1:5 lid 8 BW van toepassing. Uit dit artikel blijkt dat de keuze die voor de naam van het eerste kind van dezelfde ouders is gedaan, beslissend is voor alle volgende kinderen. De minderjarige zal na de adoptie de geslachtsnaam [naam verzoeker] dragen.

3.10 Bij de bijlagen bevindt zich een akte van geboorte van genoemde minderjarige, afkomstig uit het geboorteregister van [plaats], Kedainiai region, Litouwen.

Op grond van artikel 25, lid 5 van Boek 1 van het Burgerlijk Wetboek zal de rechtbank de inschrijving van de akte van geboorte van de minderjarige gelasten in de registers van de Burgerlijke Stand van de gemeente 's-Gravenhage.

4 Beslissing

4.1 Spreekt uit de adoptie van de minderjarige van het mannelijk geslacht:

[naam minderjarige],

geboren op [datum] 1997 te [plaats], Kedainiai region, Litouwen,

door verzoeker voornoemd.

4.2 Gelast de ambtenaar van de burgerlijke stand van de gemeente 's-Gravenhage een latere vermelding van de adoptie aan de daarvoor in aanmerking komende akte toe te voegen.

4.3 Gelast de inschrijving van voormelde akte van geboorte in de registers van de Burgerlijke Stand van de gemeente 's-Gravenhage.

4.4 Bepaalt dat de geslachtsnaam van de minderjarige na de adoptie [naam verzoeker] zal zijn.

4.5 Draagt de griffier op niet eerder dan drie maanden na de dag van de uitspraak van deze beschikking -en indien daartegen geen hoger beroep is ingesteld- een afschrift van deze beschikking te zenden aan de ambtenaar van de burgerlijke stand van de gemeente ‘s-Gravenhage.

Deze beschikking is gegeven door mr. R.A. Otter, kinderrechter, in tegenwoordigheid van M.P. Joukes, griffier, en in het openbaar uitgesproken op 12 juli 2011.

Tegen deze beschikking kan – voor zover er definitief is beslist – door tussenkomst van een advocaat hoger beroep worden ingesteld bij het gerechtshof te Amsterdam. De verzoekende partij en verschenen belanghebbenden dienen het hoger beroep binnen de termijn van drie maanden na de dag van de uitspraak in te stellen. Andere belanghebbenden dienen het beroep in te stellen binnen drie maanden na de betekening van deze beschikking of nadat deze hun op andere wijze bekend is geworden.