Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBHAA:2011:BR5885

Instantie
Rechtbank Haarlem
Datum uitspraak
30-06-2011
Datum publicatie
26-08-2011
Zaaknummer
AWB 10 / 3046
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Naar aanleiding van een verzoek om openbaarmaking van documenten heeft het college dat bij een aantal documenten geweigerd op de (enkele) grond dat daarin sprake is van persoonlijke beleidsopvattingen voor intern beraad. De rechtbank heeft geoordeeld dat deze weigeringsgrond geen stand houdt, omdat in deze niet geopenbaarde documenten veelal sprake is van uitwisseling van standpunten tussen het college en een andere partij. Het college zal deze documenten dan ook opnieuw dienen te beoordelen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK HAARLEM

Sector bestuursrecht

zaaknummer: AWB 10 - 3046 WOB

uitspraak van de meervoudige kamer van 30 juni 2011

in de zaak van:

[naam eiser],

gevestigd te [plaats],

eiser,

gemachtigde: mr. L.J.L. Heukels, advocaat te Haarlem,

tegen:

het college van burgemeester en wethouders van Haarlem,

verweerder.

1. Procesverloop

Bij besluit van 28 augustus 2009 heeft verweerder geweigerd de door eiser op grond van de Wet openbaarheid bestuur (Wob) opgevraagde stukken te verstrekken.

Tegen dit besluit heeft eiser bij brief van 1 oktober 2009 bezwaar gemaakt.

Bij besluit van 4 mei 2010, verzonden 7 mei 2010, heeft verweerder het bezwaar gedeeltelijk gegrond verklaard en alsnog een aantal stukken aan eiser verstrekt.

Tegen dit besluit heeft eiser bij brief van 18 juni 2010, aangevuld bij brief van 21 juli 2010, beroep ingesteld.

Verweerder heeft op de zaak betrekking hebbende stukken ingezonden en een verweerschrift ingediend.

Bij brief van 29 juli 2010 heeft eiser toestemming verleend als bedoeld in artikel 8:29, vijfde lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb).

Het beroep is behandeld ter zitting van 8 april 2011, alwaar eiser zich heeft laten vertegenwoordigen door gemachtigde, voornoemd en verweerder zich heeft doen vertegenwoordigen door mr. C.W. Baars.

2. Overwegingen

2.1 Eiser heeft bij brief van 3 juli 2009 verzocht om inzage in alle documenten van de gemeente Haarlem die betrekking hebben op afspraken en overeenkomsten tussen de gemeente en het Recreatieschap en Staatsbosbeheer met betrekking tot de realisatie en de bouw van de nieuwe jachthaven op Schoteroog.

2.2 Na bezwaar heeft verweerder een 65-tal stukken alsnog aan eiser verstrekt. De overige 49 stukken heeft verweerder niet verstrekt, omdat het zou gaan om documenten die zijn opgesteld ten behoeve van intern beraad en persoonlijke beleidsopvattingen bevatten (artikel 11, eerste lid, Wob).

2.3 Eiser heeft aangevoerd dat de bescherming van de Wob zich niet richt op berichten van derden aan de gemeente (zoals de e-mails genummerd 1, 3 en 8). Verder heeft J. Bond niet op persoonlijke titel geschreven, maar als gedeputeerde en bestuurslid van het recreatieschap, aldus eiser. Voorts heeft eiser aangevoerd dat niet duidelijk is waarom bepaalde stukken wel vrijgegeven zijn en andere niet.

Eiser vraagt zich verder af of de lijst wel compleet is. Eiser acht het ongeloofwaardig dat er nooit enig stuk is opgemaakt over de onderhandelingen met betrekking tot de haven. Eiser heeft daarbij verwezen naar de verslagen van het Recreatieschap, waaruit volgens eiser is op te maken dat er gesprekken gevoerd zijn tussen de gemeente en het Recreatieschap. Eiser heeft zich daarom op het standpunt gesteld dat de lijst niet volledig is.

2.4 Verweerder heeft gesteld dat alle stukken die in ruime zin verband hielden met de realisatie van de haven in de beoordeling zijn betrokken. Verder stelt verweerder zich op het standpunt dat ook documenten die zijn opgesteld door externe personen of instanties met de bedoeling onderwerp te worden van intern beraad binnen het bestuursorgaan en die persoonlijke beleidsopvattingen bevatten onder de reikwijdte van artikel 11 Wob vallen.

2.5 De rechtbank overweegt als volgt.

2.6 Ingevolge artikel 1, aanhef en onder c, van de Wet openbaarheid van bestuur (hierna: de Wob) wordt in deze wet en de daarop berustende bepalingen onder intern beraad verstaan: het beraad over een bestuurlijke aangelegenheid binnen een bestuursorgaan, dan wel binnen een kring van bestuursorganen in het kader van de gezamenlijke verantwoordelijkheid voor een bestuurlijke aangelegenheid.

Ingevolge die aanhef en onder f, wordt onder persoonlijke beleidsopvatting verstaan: een opvatting, voorstel, aanbeveling of conclusie van een of meer personen over een bestuurlijke aangelegenheid en de daartoe door hen aangevoerde argumenten.

Ingevolge artikel 3, vijfde lid, wordt een verzoek om informatie ingewilligd met inachtneming van het bepaalde in de artikelen 10 en 11.

Ingevolge artikel 11, eerste lid, wordt in geval van een verzoek om informatie uit documenten, opgesteld ten behoeve van intern beraad, geen informatie verstrekt over daarin opgenomen persoonlijke beleidsopvattingen.

Ingevolge het tweede lid kan met het oog op een goede en democratische bestuursvoering over persoonlijke beleidsopvattingen informatie worden verstrekt in niet tot personen herleidbare vorm. Indien degene die deze opvattingen heeft geuit of zich erachter heeft gesteld, daarmee heeft ingestemd, kan de informatie in tot personen herleidbare vorm worden verstrekt.

2.7 De rechtbank merkt allereerst op dat, voor zover eiser zich op het standpunt heeft gesteld dat informatie van externen per definitie niet als documenten voor intern beraad kunnen worden aangemerkt dit standpunt niet juist is. Ook wanneer externe personen of organen bij het verzamelen van gegevens worden betrokken kan sprake zijn van intern beraad. De omstandigheid dat iemand in een bepaalde hoedanigheid deelneemt aan het beraad maakt ook niet dat geen sprake meer kan zijn van intern beraad. Ook opvattingen van hen die van buiten in de sfeer van het interne beraad zijn betrokken, vallen binnen de reikwijdte van artikel 11, eerste lid, van de Wob (RvS 17 juli 2002, LJN AE5453). Deze beroepsgrond treft dan ook geen doel.

2.8 Verweerder heeft besloten een deel van de stukken niet openbaar te maken, omdat volgens verweerder sprake is van documenten, waaruit persoonlijke beleidsopvattingen blijken en die zijn opgesteld voor intern beraad. Ter zitting is door verweerder uitdrukkelijk bevestigd dat uitsluitend deze weigeringsgrond (artikel 11, eerste lid, Wob) ten grondslag ligt aan het besluit tot het niet openbaren van de betreffende documenten.

2.9 De rechtbank is, na kennisneming van de betreffende stukken met toepassing van artikel 29, vijfde lid, Wob, van oordeel dat niet van alle door verweerder niet geopenbaarde documenten kan worden staande gehouden dat daarin persoonlijke beleidsopvattingen ten behoeve van intern beraad zijn opgenomen. De rechtbank heeft daarbij het oog op documenten die betrekking hebben op de onderhandelingen tussen de gemeente Haarlem en het Recreatieschap ten aanzien van de aan te leggen haven. Deze documenten bevatten immers in hoofdzaak uitwisselingen van standpunten van de gemeente enerzijds en het Recreatieschap anderzijds met betrekking tot het af te sluiten contract voor het gebruik van de jachthaven. Verweerder heeft dan ook op onjuiste gronden geweigerd de documenten genummerd 3, 8, 9, 10, 11, 27, 33, 38, 72 en 78 openbaar te maken. Het besluit zal dan ook in zoverre worden vernietigd.

2.10 Ten aanzien van de beroepsgrond van eiser dat de door verweerder opgestelde lijst van documenten onvolledig is, overweegt de rechtbank als volgt. Ter zitting heeft eiser nog toegelicht dat uit de wel openbaar gemaakte documenten is af te leiden dat er nog andere documenten moeten bestaan, waarbij als voorbeeld is genoemd: de opmerking in de e-mail van [naam] van 30 juni 2009 (10:48) dat ‘zij (bedoeld wordt: het Recreatieschap) (…) deze overeenkomst (hebben) goedgekeurd’.

2.11 Verweerder heeft, zo is ter zitting bevestigd, geen onderzoek verricht naar onder hem berustende documenten waarnaar in de beoordeelde documenten wordt verwezen. Naar het oordeel van de rechtbank heeft verweerder daarmee geen uitvoering gegeven aan het verzoek van eiser. Het verzoek betrof immers alle documenten betreffende – kort samengevat – de jachthaven op Schoteroog. Eiser heeft zijn verzoek naar het oordeel van de rechtbank voldoende gespecificeerd. Het is dan in het kader van de Wob aan verweerder om voldoende onderzoek te verrichten naar de onder hem berustende documenten waarvan openbaring is verzocht. Dat eiser zijn verzoek nader had dienen te onderbouwen, zoals door verweerder is gesteld, is dan ook niet juist. De rechtbank merkt hierbij nog op dat bezwaarlijk van eiser kan worden geëist een nadere onderbouwing van het verzoek te verstrekken, indien bij eiser niet bekend kan zijn welke documenten zich bij verweerder bevinden. Het bestreden besluit zal ook om deze reden worden vernietigd.

2.12 Det beroep is gegrond. Nu voor de rechtbank niet vaststaat dat het overleggen van de door eiser gewenste stukken niet op grond van een andere dan de in het bestreden besluit aangegeven grond, kan worden geweigerd, is het voor de rechtbank niet mogelijk reeds thans tot een finale geschilbeslechting te komen. Verweerder zal zelf opnieuw op het verzoek dienen te beslissen met inachtneming van alle in de Wob genoemde weigeringsgronden.

2.13 De rechtbank ziet aanleiding voor een proceskostenveroordeling als hierna bepaald.

3. Beslissing

De rechtbank:

3.1 verklaart het beroep gegrond;

3.2 vernietigt het bestreden besluit voor zover daarin op grond van artikel 11, eerste lid, Wob is geweigerd de documenten genummerd 3, 8, 9, 10, 11, 27, 33, 38, 72 en 78 openbaar te maken, en voor zover daarin niet is beslist op het gehele verzoek van eiser;

3.3 bepaalt dat verweerder een nieuwe beslissing op bezwaar neemt met inachtneming van hetgeen in deze uitspraak is overwogen;

3.4 veroordeelt het college van burgemeester en wethouders van Haarlem in de door eiser gemaakte proceskosten tot een bedrag van in totaal € 874,--, te betalen aan eiser;

3.5 gelast dat de gemeente Haarlem het door eiser betaalde griffierecht van € 298,-- aan hem vergoedt.

Deze uitspraak is gedaan door mr. C.E. Heyning - Huydecoper, voorzitter van de meervoudige kamer, en mrs. I.M. Ludwig en L. Beijen, leden, in tegenwoordigheid van mr. J.H. Bosveld, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 30 juni 2011.

afschrift verzonden op:

Rechtsmiddel

Tegen deze uitspraak staat hoger beroep open bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State, Postbus 20019, 2500 EA Den Haag. Het hoger beroep dient te worden ingesteld door het indienen van een beroepschrift binnen zes weken onmiddellijk liggend na de dag van verzending van de uitspraak door de griffier.