Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBHAA:2011:BR5485

Instantie
Rechtbank Haarlem
Datum uitspraak
05-08-2011
Datum publicatie
22-08-2011
Zaaknummer
11/4047
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Socialezekerheidsrecht
Bijzondere kenmerken
Voorlopige voorziening
Inhoudsindicatie

Verzoeker heeft verzocht om te worden toegelaten tot de maatschappelijke opvang. Hij heeft zich misdragen in de nachtopvang van het Leger des Heils. De voorzieningenrechter overweegt dat de verplichting van artikel 20 in combinatie met artikel 4 Wmo niet zover gaat, dat iedere dakloze, ondanks zijn gedrag, onder alle omstandigheden tot de maatschappelijke opvang moet worden toegelaten. De psychische gezondheidstoestand van verzoeker is niet een bijzondere omstandigheid die maakt dat verweerder hem, ondanks zijn wangedrag toch moet toelaten tot de opvang. De voorzieningenrechter wijst het verzoek om voorlopige voorziening af.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK HAARLEM

Sector bestuursrecht

zaaknummer: AWB 11 - 4047 WMO

Uitspraak van de voorzieningenrechter van 5 augustus 2011

in de zaak van:

[verzoeker],

verblijvende te [woonplaats],

verzoeker,

gemachtigde: mr. J.H. Kruseman, advocaat te Haarlem,

tegen:

het college van burgemeester en wethouders van Haarlem,

verweerder.

1. Procesverloop

Bij besluit van 20 juli 2011 heeft verweerder verzoekers aanvraag gericht op toelating tot de maatschappelijke opvang in het kader van de Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo) afgewezen, omdat verzoeker zich in elke door verweerder aangeboden voorziening zodanig heeft gedragen, dat hij niet te handhaven was in de voorziening. Verzoeker houdt zich niet aan de geldende huisregels en heeft schorsingen en pandverboden opgelegd gekregen.

Tegen dit besluit heeft verzoeker bij brief van 27 juli 2011 bezwaar gemaakt. Bij brief van 29 juli 2011 heeft hij de voorzieningenrechter verzocht een voorlopige voorziening te treffen.

Het verzoek is behandeld ter zitting van 4 augustus 2011, waar verzoeker in persoon is verschenen, bijgestaan door zijn gemachtigde, en waar verweerder zich heeft laten vertegenwoordigen door mr. R. Braeken en P. Haker, beiden werkzaam bij de gemeente Haarlem.

2. Overwegingen

2.1 Verzoeker is dakloos. Bovendien bestaat bij hem een verslavings- en agressieproblematiek. Vanaf 10 januari 2011 is verzoeker, door tussenkomst van Brijder Verslavingszorg, opgenomen in een ontwenningskliniek. Hij heeft daar in ieder geval tot 28 februari 2011 verbleven. In de loop van het voorjaar 2011 heeft verzoeker verbleven in de nachtopvang van het Leger des Heils in Haarlem. Verzoekers mentor bij de nachtopvang, [naam], heeft op 14 mei 2011 tegen verzoeker aangifte gedaan ter zake van bedreiging. Op 22 mei 2011 zijn met verzoeker aanvullende huisregels opgesteld waaraan verzoeker zich dient te houden. Op 10 juli 2011 heeft zich bij de nachtopvang een incident met verzoeker voorgedaan. Naar aanleiding hiervan heeft het Leger des Heils verzoeker gedurende een halfjaar geschorst voor de dag- en nachtopvang. Op 14 juli 2011 heeft verzoeker bij verweerder een aanvraag ingediend om toegelaten te worden tot de maatschappelijke opvang. Verweerder heeft op 20 juli 2011 deze aanvraag afgewezen.

2.2 Verweerder stelt zich op het standpunt dat verzoeker in de door verweerder aangeboden voorzieningen niet te handhaven is. Dit geldt zowel het personeel van de betreffende voorzieningen alsmede de medegebruikers van de voorzieningen. Verzoeker houdt zich niet aan de met hem afgesproken huisregels.

2.3 Verzoeker kan zich niet met het bestreden besluit verenigen. Hij is van mening dat verweerder verzoeker ten onrechte zijn psychosociale problematiek verwijt. In dit verband wijst verzoeker op een aantal besluiten in het kader van de Wet werk en bijstand (WWB). Verweerder heeft daar in verband met verzoekers verslavings- en agressieproblematiek de opgelegde maatregelen teruggedraaid. Ook heeft verweerder verzoeker ontheven van de arbeidsverplichting. Volgens verzoeker is het bestreden besluit niet zorgvuldig tot stand gekomen, omdat verweerder voor verzoeker geen (andere) adequate opvangvoorziening heeft gezocht. In dit verband wijst verzoeker op de opvangverplichting voor verweerder ten opzichte van kwetsbare groepen. Verzoeker behoort tot een dergelijke kwetsbare groep. Verzoeker verzoekt een voorlopige voorziening te treffen inhoudende dat hem opvang wordt geboden

2.4 De voorzieningenrechter komt tot de volgende beoordeling.

2.5 Ingevolge artikel 8:81, eerste lid, Awb kan de voorzieningenrechter van de rechtbank die bevoegd is of kan worden in de hoofdzaak, op verzoek een voorlopige voorziening treffen, indien onverwijlde spoed, gelet op de betrokken belangen, dat vereist. Daarbij gaat het om een afweging van belangen van de verzoekende partij bij een onverwijlde voorziening tegen het belang dat is gemoeid met onmiddellijke uitvoering van het besluit. Voor zover deze toetsing een beoordeling van de hoofdzaak meebrengt, is dat oordeel voorlopig van aard.

2.6 Het besluit van verweerder houdt in dat verzoeker niet wordt toegelaten tot de maatschappelijke opvang, omdat er geen opvang voor verzoeker beschikbaar is. Het Leger des Heils, dat de tijdelijke opvang van daklozen voor verweerder verzorgt, laat verzoeker vanwege zijn wangedrag niet toe tot en met 10 januari 2012.

2.7 Maatschappelijke opvang is een collectieve voorziening die naar zijn aard niet is afgestemd op de kenmerken van de individuele aanvrager (zie CRvB 19 april 2010, overweging 4.6.3, LJN: BM0956). Gesteld noch gebleken is dat de nachtopvang door het Leger des Heils niet adequaat is als collectieve voorziening voor de tijdelijke opvang van daklozen. De nachtopvang van het Leger des Heils is immers in beginsel ook toegankelijk voor daklozen met verslavingsproblematiek en psychische problemen als verzoeker. De omstandigheid dat verzoeker daarmee te kampen heeft, is dan ook niet de reden geweest dat het Leger des Heils verzoeker voor een half jaar de toegang heeft geweigerd. Dat is te wijten aan het grensoverschrijdende gedrag van verzoeker, waarschijnlijk verband houdende met zijn verslaving en problemen van agressieregulering. Niet gezegd kan worden dat de nachtopvang door het Leger des Heils daardoor als collectieve voorziening voor tijdelijke opvang van daklozen niet adequaat is. De verplichting voor verweerder op grond van artikel 20 in combinatie met artikel 1, eerste lid, onder c, van de Wmo maatschappelijke opvang te verzorgen gaat niet zover dat iedere dakloze, ongeacht zijn gedrag, onder alle omstandigheden tot maatschappelijke opvang moet worden toegelaten. Het is niet onredelijk dat verweerder verzoeker vooralsnog uitsluit van opvang, nu de instelling die de opvang voor verweerder verzorgt verzoeker vanwege zijn wangedrag tot 10 januari 2012 weigert toe te laten. Bijzondere omstandigheden die maken dat verweerder ondanks het vertoonde wangedrag van verzoeker hem dient toe te laten tot de maatschappelijke opvang, zijn gesteld noch gebleken. De psychische gezondheidstoestand van eiser is, nog afgezien van het feit dat daarover weinig concrete informatie bekend is, geen bijzondere omstandigheid. Als vanwege de psychische gezondheidstoestand van eiser opvang noodzakelijk is, ligt het veeleer voor de hand dat die opvang door een instelling van gezondheidszorg wordt verleend.

2.8 Ter zitting is door de gemachtigden van verweerder verklaard dat in het periodieke overleg van hulpverleningsinstanties met de gemeente van dinsdag 9 augustus 2011 zal worden besproken of er mogelijkheden zijn verzoeker in een pension te plaatsen. Verweerder heeft daar vooralsnog niet naar gekeken, omdat pensionplaatsing geen deel uitmaakt van de Wmo-opvang. Onder omstandigheden wordt daarvan in het kader van de toepassing van de Wet werk en bijstand gebruik gemaakt.

2.9 Gelet op het voorgaande bestaat geen aanleiding voor het treffen van een voorlopige voorziening. De voorzieningenrechter wijst het verzoek daartoe dan ook af.

2.10 Voor een proceskostenveroordeling zijn geen termen aanwezig.

3. Beslissing

De voorzieningenrechter:

wijst het verzoek tot het treffen van een voorlopige voorziening af.

Deze uitspraak is gedaan door mr. W.J. van Brussel, voorzieningenrechter, in tegenwoordigheid van P.M. van der Pol, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 5 augustus 2011.

afschrift verzonden op:

Rechtsmiddel

Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.