Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBHAA:2011:BR4507

Instantie
Rechtbank Haarlem
Datum uitspraak
27-07-2011
Datum publicatie
09-08-2011
Zaaknummer
499875-CV EXPL 11-2397
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Ontslag op staande voet nietig, omdat het niet onverwijld is gegeven. Werkgever heeft niet voortvarend genoeg gehandeld door werkneemster, nadat tegen deze verdenkingen waren gerezen, de gebruikelijke werkzaamheden te laten verrichten en haar eerst een maand later op staande voet te ontslaan.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
AR-Updates.nl 2011-0661
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK HAARLEM

Sector kanton

Locatie Haarlem

zaak/rolnr.: 499875/ CV EXPL 11-2397

datum uitspraak: 27 juli 2011

VONNIS VAN DE KANTONRECHTER

inzake

[eiseres]

te [woonplaats]

eiseres

hierna te noemen [eiseres]

gemachtigde mr. M. van der Chijs (SRK Rechtsbijstand)

tegen

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid KAPPE SCHIPHOL B.V.

te Hoofddorp/Schiphol, gemeente Haarlemmermeer

gedaagde

hierna te noemen Kappé

gemachtigde mr. A.F. Inden

De procedure

[eiseres] heeft Kappé gedagvaard op 28 januari 2011. Kappé heeft schriftelijk geantwoord.

De kantonrechter heeft bij tussenvonnis van 4 mei 2011 een comparitie van partijen gelast, die heeft plaatsgevonden op 31 mei 2011. De gemachtigde van [eiseres] heeft een pleitnota overgelegd. De griffier heeft aantekeningen gemaakt van wat partijen verder naar voren hebben gebracht. Beide partijen hebben producties in het geding gebracht.

De feiten

1. Kappé is een onderneming die zich bezighoudt met de exploitatie van detailhandelszaken op Schiphol. Zij is gespecialiseerd in de retail van parfum, cosmetica, zonnebrillen en drogisterijproducten.

2. [eiseres] is op 1 januari 1980 bij Kappé in dienst getreden. Zij was laatstelijk werkzaam als sales assistent tegen een salaris van € 2.050,48 bruto per maand exclusief vakantiebijslag en overige emolumenten.

3. Op de arbeidsovereenkomst was het huishoudelijk reglement van Kappé van toepassing. In artikel 9.3 van het huishoudelijk reglement is het volgende opgenomen: Het is de medewerker niet toegestaan om zonder schriftelijke toestemming van de direct leidinggevende producten, demonstratiemateriaal, proefmonsters, vermeend overtollig testermateriaal of andere bedrijfseigendommen buiten de bedrijfspanden (…) te brengen.

Artikel 9.3.4 vervolgt met: De werkgever kan hierin in beginsel een dringende reden zien om de arbeidsovereenkomst onverwijld te beëindigen als bedoeld in artikel 678 lid 2 van het Burgerlijk Wetboek.

4. In de periode van 27 juli 2009 tot 17 augustus 2009 heeft Kappé camerabeelden gemaakt van de kleedruimte voor het personeel in haar winkel. Op de camerabeelden is [eiseres] te zien. Vanaf 17 augustus 2010 zijn de camerabeelden gedurende drie dagen bestudeerd.

5. [YYY], medewerker bij Meelis en Partners (het particuliere recherchebureau dat in opdracht van Kappé de camerabeelden heeft onderzocht), is in de periode van

25 augustus 2009 tot 15 september 2009 met vakantie geweest.

6. [eiseres] heeft in de periode van 5 september 2009 tot 21 september 2009 vakantie genoten, zoals partijen al eerder hadden afgesproken.

7. Op 7 september 2009 heeft [eiseres], voorafgaand aan haar vakantie per vliegtuig vanaf Schiphol, in de winkel van Kappé enkele producten aangeschaft.

8. Op 22 september 2009 heeft [eiseres] tegenover twee medewerkers van Meelis en Partners (onder wie [YYY]) het volgende verklaard: Ik geef toe dat ik mij schuldig heb gemaakt aan overtreding van het huishoudelijk reglement artikel 9.3. Ik heb namelijk diverse keren zogenaamde Gifts weggenomen zonder daarvoor toestemming te hebben van de leiding van de organisatie. (…)

Het verhaal met de tas is mij onbekend en ik weet alleen dat op de dag dat ik de tassen uit de dozen haalde, ik even daarvoor een tas met een fles gin gevonden had, buiten de winkel. Ik meldde dit bij de KMAR en die meneer zei, dat ik zelf die tas mocht nemen. Ik heb de tas in de ruimte achter de brillen winkel neergezet en heb tegen een medewerker van de winkel gezegd dat die tas gevonden was. (…) Toen er om 10 uur nog niemand zich gemeld had voor de fles heb ik deze in een See Buy Fly tas gedaan omdat die steviger was. Vervolgens heb de tas in mijn locker gezet en daar heb ik hem uitgehaald toen ik om 11 uur naar huis ging. Ik zeg u nogmaals dat ik geen tas heb (gift) meenomen in een See Buy Fly tas.

Ik heb vlak voor de vakantie een fles Kanebo van 50,00 euro gekocht en ik betaalde 40,00 euro (personeelskorting). Bij dit merk krijgt men een gift als je voor 95,00 euro aan dit merk besteed. Ik heb toch die gift, zijnde een set van 4 monsters meegenomen. Ik had hier formeel geen recht op maar vond, omdat ik voor 91,00 euro (na personeelskorting) in de winkel aan diverse producten had gekocht, dat ik daar wel recht op had(…).

9. Kappé heeft [eiseres] op 22 september 2009 op staande voet ontslagen. In de ontslagbrief van 24 september 2009 heeft Kappé onder meer geschreven:

(…) Allereerst blijkt uit camerabeelden dat u een tas met Gifts hebt verstopt in uw persoonlijke locker. Toen wij u daarmee confronteerden, hebt u ontkent. Echter, u hebt wel verklaard dat u diverse keren andere gifts hebt meegenomen zonder dat u daar toestemming voor hebt gevraagd van uw leidinggevende. (…) Door uw gedragingen heeft u meerdere malen het Huishoudelijk Reglement van Kappé overtreden. (…)

10. [eiseres] heeft bij brief van 29 september 2009 bezwaar gemaakt tegen het ontslag op staande voet.

11. In het rapport, opgesteld door het eerder genoemde recherchebureau, staat onder 2.5: (…) Uit de beeldanalyse bleek dat er een aantal afwijkende gedragingen plaatsvonden in het werkpatroon van mevrouw L. [eiseres]. Deze afwijkende gedragingen hebben we besproken met de Shopmanager mevrouw [XXX]. Naar aanleiding van de op beeld staande feiten, werd besloten mevrouw L. [eiseres] uit te nodigen voor een gesprek. (…)

12. Bij beschikking van de kantonrechter te Haarlem van 16 februari 2010 is de arbeidsovereenkomst van [eiseres] met Kappé ontbonden per 28 februari 2010.

De vordering

[eiseres] vordert (samengevat):

I. een verklaring voor recht dat het ontslag op staande voet nietig is;

II. veroordeling van Kappé tot betaling van € 12.206,04 bruto aan loon over de periode van 22 september 2009 tot 28 februari 2010, zoveel mogelijk vermeerderd met wettelijke verhoging en wettelijke rente vanaf 22 september 2009, althans de dag van dagvaarding, tot de dag van de algehele voldoening;

III. veroordeling van Kappé tot betaling van € 833,00 aan buitengerechtelijke proceskosten;

IV. veroordeling van Kappé tot betaling van de kosten van deze procedure.

[eiseres] legt aan de vordering ten grondslag dat het ontslag op staande voet niet onverwijld is gegeven. Op 17 augustus 2009 waren de camerabeelden beschikbaar, waarna deze drie dagen zijn onderzocht. Kappé is onvoldoende voortvarend te werk gegaan, omdat het ontslag pas ruim een maand later is gegeven.

Ook ontbeert het ontslag op staande voet een dringende reden. De verwijten die [eiseres] worden gemaakt, zijn dusdanig onbetekenend dat deze geen ontslag op staande voet rechtvaardigen. [eiseres] heeft het huishoudelijk reglement niet overtreden. Bovendien wordt in praktijk veel minder streng de hand gehouden aan het huishoudelijk reglement dan Kappé nu doet voorkomen. Het komt regelmatig voor dat medewerkers iets mogen meenemen zonder dat daarvoor schriftelijk toestemming is gegeven. [eiseres] heeft geen Gifts meegenomen naar huis. Zij heeft Gifts en monsters meegenomen vanuit een ruimte achter de winkel om ze in de winkel neer te leggen. Dat is haar taak. Dat heeft [eiseres] ook bedoeld te zeggen toen zij tijdens het verhoor verklaarde dat zij spullen heeft ‘weggehaald’. Omdat Engels haar moedertaal is heeft ‘weghalen’ voor haar de betekenis van ‘verplaatsen’. Verder heeft ze wel eens een gift getest, maar dat was op het werk.

[eiseres] heeft op enig moment een tas met daarin een fles gin aangetroffen buiten de winkel van Kappé. [eiseres] heeft aan een medewerker van de Koninklijke Marechaussee gevraagd of hij de tas wilde meenemen, maar dat deed hij niet. Vervolgens heeft [eiseres] de fles afgegeven bij de naastgelegen brillenwinkel, omdat de eigenaar van de fles gin zich daar wellicht zou melden. Toen aan het eind van de dag niemand de fles gin had opgehaald, heeft [eiseres] de fles meegenomen naar huis. Deze gedraging valt niet onder artikel 9.3 van het huishoudelijk reglement, omdat de fles geen eigendom is van Kappé.

In augustus 2009 was er een actie van het merk Kanebo. Bij aankoop voor € 95,00 aan Kanebo-produkten, hadden klanten recht op een gift. Op 7 september 2009 heeft [eiseres] in de winkel van Kappé enkele producten gekocht voor een bedrag van € 96,64. [eiseres] mocht zichzelf als klant van Kappé en omdat de actieperiode voorbij was, één gift met vier monsters uit het Kanebo-assortiment cadeau doen, en dat heeft zij ook gedaan.

Op 22 september 2009 is [eiseres] 3 ½ uur lang ondervraagd door twee rechercheurs, zonder pauze of iets te eten. [eiseres] is van de hele gang van zaken bijzonder nerveus geworden. Als gevolg van haar ziekte M.E. kan [eiseres] zich moeilijk concentreren en kan zij conflicten moeilijk hanteren. Toen zij de verklaring ondertekende, kon zij niet meer overzien wat zij ondertekende. [eiseres] wilde op dat moment alleen weg. [eiseres] heeft bijzonder veel spijt dat zij de verklaring heeft ondertekend, omdat zij zich later realiseerde hoezeer deze verklaring afwijkt van wat zij heeft bedoeld te zeggen. [eiseres] kan dan ook niet worden gehouden aan de door haar ondertekende verklaring, althans Kappé kan niet zonder meer uitgaan van de juistheid van deze verklaring.

Omdat het ontslag op staande voet onhoudbaar is, maakt [eiseres] aanspraak op haar loon over de periode van 22 september 2009 tot 28 februari 2010. Dit komt neer op een bedrag van € 12.206,04 bruto. Daarnaast vordert [eiseres] € 833,00 aan buitengerechtelijke incassokosten.

Het verweer

Kappé betwist de vordering. Zij voert primair aan dat sprake is van rechtsverwerking, gelet op het tijdverloop en het feit dat [eiseres], ondanks dat zij had aangekondigd een kort geding te zullen starten, niet eerder is overgegaan tot het instellen van een rechtsvordering. Door haar gedragingen heeft [eiseres] geen gerechtvaardigd belang meer om een loonvordering in te stellen.

Subsidiair voert Kappé aan dat het ontslag wel onverwijld is gegeven en dat er een dringende reden aan ten grondslag ligt. Uit camerabeelden is gebleken dat [eiseres] onder meer een gift in een tas stopte en dat zij deze tas een paar minuten later in een locker stopte, achter haar handtas. Deze beelden gaven aanleiding [eiseres] op te roepen voor een gesprek. Door de vakantie van [YYY] tot 15 september 2009 en de vakantie van [eiseres] van 5 tot

21 september 2009, is [eiseres] direct na haar vakantie op 22 september 2009 met de constateringen op de camerabeelden geconfronteerd. [eiseres] heeft tijdens het gesprek bekend dat zij meerdere keren Gifts heeft weggenomen zonder dat zij daarvoor toestemming had. Bovendien heeft zij gemeld dat zij een gevonden fles gin, in strijd met de regels, niet had afgegeven maar mee naar huis had genomen. Tot slot heeft [eiseres] gemeld dat zij een fles Kanebo van € 50,00 met personeelskorting had gekocht en hierbij een gift van vier monsters had meegenomen, terwijl zij wist dat daar pas recht op bestaat bij besteding van

€ 95,00 aan Kanebo-producten. Uit de verklaring bleek dat [eiseres] meerdere keren het huishoudelijk reglement heeft overtreden, waardoor het vertrouwen van Kappé in [eiseres] onherstelbaar is beschadigd. Daarom is [eiseres] korte tijd na het gesprek, eveneens op

22 september 2009, op staande voet ontslagen. Kappé heeft voortvarend en zorgvuldig gehandeld door de camerabeelden, direct nadat deze ter beschikking kwamen, te bestuderen en meteen na de vakanties van [YYY] en [eiseres] aan [eiseres] voor te leggen.

Kappé heeft zich rekenschap gegeven van de gevolgen van het ontslag op staande voet voor [eiseres], maar deze gevolgen wogen niet op tegen het belang van Kappé bij een goede vertrouwensrelatie en daadkrachtig optreden tegen onrechtmatige gedragingen. Dit geldt te meer nu de producten van Kappé zeer diefstalgevoelig zijn.

De vordering tot verklaring voor recht en de loonvordering moeten worden afgewezen.

De wettelijke verhoging en wettelijke rente moeten worden afgewezen, primair omdat zij het lot volgen van de loonvordering en subsidiair op grond van redelijkheid en billijkheid, omdat [eiseres] heeft verzuimd tijdig rechtsmaatregelen in te stellen om haar loon te vorderen.

Kappé betwist de buitengerechtelijke incassokosten. Deze kosten vallen onder een eventuele veroordeling in de proceskosten en er zijn geen werkzaamheden verricht die voor afzonderlijke vergoeding in aanmerking komen.

De beoordeling

1. Kappé doet primair een beroep op rechtsverwerking. De kantonrechter overweegt dat enkel tijdverloop of enkel stilzitten aan de zijde van [eiseres] onvoldoende is om rechtsverwerking te kunnen aannemen. Vereist is de aanwezigheid van bijzondere omstandigheden als gevolg waarvan hetzij bij Kappé het gerechtvaardigd vertrouwen is gewekt dat [eiseres] geen aanspraak (meer) op loon zou maken, hetzij Kappé in haar rechtspositie onredelijk zou worden benadeeld in het geval dat [eiseres] haar aanspraak wel zou doen gelden.

2. De enkele omstandigheid dat [eiseres] niet eerder is overgegaan tot het instellen van haar vordering, is onvoldoende om rechtsverwerking aan te nemen. Dit geldt te meer nu als onbetwist vast staat dat [eiseres] in 2009 en 2010 meerdere keren heeft aangekondigd voornemens te zijn een kort geding procedure te starten. In deze situatie kan Kappé niet staande houden dat [eiseres] het gerechtvaardigd vertrouwen heeft gewekt geen aanspraak te maken op het loon. Kappé heeft niet gesteld en evenmin is gebleken dat zij in haar verdediging is geschaad door het tijdverloop. Het beroep van Kappé op rechtsverwerking faalt.

3. Partijen verschillen vervolgens van mening over het antwoord op de vraag of het ontslag op staande voet onverwijld is gegeven en of er sprake is van een dringende reden.

4. Blijkens artikel 7:678 lid 1 BW worden onder meer als dringende redenen beschouwd gedragingen van de werknemer, die tot gevolg hebben dat van de werkgever redelijkerwijs niet gevergd kan worden de arbeidsovereenkomst te laten voortduren.

Het is vaste jurisprudentie dat een werkgever, mits hij voortvarend te werk gaat vanaf het tijdstip waarop hij kennis heeft genomen van de dringende reden, de gelegenheid heeft tot het doen van nader onderzoek (waaronder het horen van de betrokken werknemer, intern overleg, het inwinnen van (juridisch) advies), zonder dat dat afdoet aan het onverwijld zijn van de mededeling van de dringende reden.

5. De kantonrechter is van oordeel dat Kappé in dit geval niet voortvarend genoeg heeft gehandeld. Daartoe is het volgende redengevend.

6. Kappé wist al op 25 augustus 2009 (de datum waarop [YYY] op vakantie ging) dat er op grond van camerabeelden aanleiding was om verder onderzoek te doen naar gedragingen van [eiseres] en met haar een gesprek te voeren. Ook uit de toelichting van Kappé dat het gesprek met [eiseres] pas na de vakanties van [YYY] en [eiseres] kon plaatsvinden, volgt dat Kappé al voor de vakantie van [YYY] op de hoogte was van de inhoud van de camerabeelden en de tegen [eiseres] gerezen verdenking. Kappé heeft niet gesteld en evenmin is gebleken dat zij [eiseres] in de periode van 25 augustus 2009 tot 22 september 2009 - hangende het onderzoek - heeft geschorst of anderszins maatregelen jegens [eiseres] heeft genomen dan wel dat Kappé in deze periode nader onderzoek heeft gedaan. Integendeel: [eiseres] heeft tot 5 september 2009, de dag waarop haar vakantieverlof inging, op de gebruikelijke wijze bij Kappé gewerkt. Nu Kappé in de jegens [eiseres] gerezen verdenking geen aanleiding zag haar daar direct op aan te spreken, haar andere werkzaamheden te laten verrichten dan wel haar te schorsen of anderszins maatregelen tegen haar te nemen, was de verdenking die op [eiseres] was komen te rusten voor Kappé kennelijk niet een zo dringende reden dat dit een ontslag op staande voet rechtvaardigt. Naar het oordeel van de kantonrechter heeft Kappé aldus niet voortvarend genoeg gehandeld. Hieraan doet niet af dat pas tijdens het gesprek op 22 september 2009 is gebleken dat [eiseres] zichzelf op 7 september 2009 Kanebo-producten cadeau had gedaan. Kappé wist immers al op 25 augustus 2009 dat [eiseres] ervan werd verdacht dat zij spullen van Kappé, althans spullen die niet van [eiseres] zelf waren, meenam naar huis en dat zij aldus het huishoudelijk reglement overtrad, hetgeen Kappé ook als dringende reden aan het ontslag ten grondslag heeft gelegd.

7. Uit het voorgaande volgt dat het ontslag op staande voet nietig is. De vordering tot een verklaring voor recht dat het ontslag op staande voet nietig is, zal daarom worden toegewezen. Hetzelfde geldt voor de vordering tot betaling van € 12.206,04 bruto aan loon over de periode van 22 september 2009 tot 28 februari 2010. De wettelijke rente zal worden toegewezen over het loon vanaf de dag van de verschuldigdheid tot de dag waarop het loon is betaald.

8. Omdat [eiseres] de onderhavige vordering pas meer dan een jaar nadat zij op staande voet is ontslagen heeft ingesteld, ziet de kantonrechter aanleiding om de gevorderde wettelijke verhoging te matigen tot 20%.

9. [eiseres] heeft € 833,00 aan buitengerechtelijke incassokosten gevorderd. Kappé heeft deze vordering gemotiveerd betwist.

Niet is gesteld of gebleken dat de door [eiseres] verrichte werkzaamheden meer hebben omvat dan de verzending van een enkele (eventueel herhaalde) aanmaning, het enkel doen van een schikkingsvoorstel, het inwinnen van eenvoudige inlichtingen of het op gebruikelijke wijze samenstellen van het dossier. De vordering tot vergoeding van buitengerechtelijke kosten moet daarom worden afgewezen.

10. De proceskosten komen voor rekening van Kappé omdat deze grotendeels in het ongelijk wordt gesteld.

De beslissing

De kantonrechter:

- verklaart voor recht dat het door Kappé aan [eiseres] gegeven ontslag op staande voet nietig is;

- veroordeelt Kappé tot betaling aan [eiseres] van € 12.206,04 bruto aan loon te vermeerderen met 20% aan wettelijke verhoging en vermeerderd met de wettelijke rente over € 12.206,04 vanaf de dag van verschuldigdheid van het loon tot de dag van voldoening daarvan;

- veroordeelt Kappé tot betaling van de proceskosten, die aan de kant van [eiseres] tot en met vandaag worden begroot op de volgende bedragen:

dagvaarding € 99,26

griffierecht € 142,00

salaris gemachtigde € 600,00;

- verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad;

- wijst af het meer of anders gevorderde.

Dit vonnis is gewezen door mr. E.P. Stolp en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van bovengenoemde datum in aanwezigheid van de griffier.