Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBHAA:2011:BR4489

Instantie
Rechtbank Haarlem
Datum uitspraak
29-07-2011
Datum publicatie
09-08-2011
Zaaknummer
11/1867
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Socialezekerheidsrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Vast staat dat eiseres in ieder geval – hoewel niet zonder problemen – zes jaar heeft gewerkt en daarmee tenminste 75% van het wettelijk minimumloon heeft verdiend. Gelet op het bepaalde in artikel 2:3 van de Wet Wajong wordt eiseres om die reden niet aangemerkt als jonggehandicapte in de zin van deze wet. Ten aanzien van het standpunt van eiseres dat eigenlijk geconstateerd moet worden dat zij niet in staat was om te werken, overweegt de rechtbank dat uit de tekst van de wet noch uit de Memorie van Toelichting bij deze wet (Kamerstukken 2008 – 2009, 31780, nr. 3) blijkt dat een belanghebbende vanwege disfunctioneren in de arbeid die wel is verricht, toch moet worden aangemerkt als jonggehandicapte

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK HAARLEM

Sector bestuursrecht

zaaknummer: AWB 11 - 1867

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 29 juli 2011

in de zaak van:

[eiseres],

wondende te [woonplaats],

eiseres.

gemachtigde: mr. J.L. Wittensleger, advocaat te Amsterdam,

tegen:

de raad van bestuur van het uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen,

verweerder.

1. Procesverloop

Bij besluit van 19 september 2010 heeft verweerder de aanvraag van eiseres om een uitkering op grond van Wet Werk en arbeidsondersteuning jonggehandicapten (Wet Wajong), afgewezen.

Tegen dit besluit heeft eiseres bij brief van 28 september 2010 bezwaar gemaakt.

Bij besluit van 22 februari 2011 heeft verweerder het bezwaar ongegrond verklaard.

Tegen dit besluit heeft eiseres op 4 april 2011 beroep ingesteld.

Verweerder heeft op de zaak betrekking hebbende stukken ingezonden en een verweerschrift ingediend.

Het beroep is behandeld ter zitting van 5 juli 2011, alwaar eisers in persoon is verschenen, bijgestaan door haar gemachtigde. Tevens was aanwezig [naam], sociaal verpleegkundige bij GGZ Ingeest te Haarlem. Verweerder werd vertegenwoordigd door mr. Z. Seyban, werkzaam bij het uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen.

2. Overwegingen

2.1 De rechtbank gaat uit van de volgende feiten en omstandigheden. Eiseres ontvangt vanaf 2000 een uitkering krachtens de Wet werk en bijstand (WWB). Op 7 juni 2010 heeft zij een aanvraag ingediend om een uitkering op grond van de Wet Wajong. Bij eiseres is sprake van een genderidentiteitsstoornis, een schizotypische persoonlijkheidsstoornis en urine-incontinetie na geslachtsveranderende operatie. Zowel de primaire verzekeringsarts als de bezwaarverzekeringsarts hebben vastgesteld dat eiseres thans niet belastbaar is voor werk. Volgens de bezwaarverzekeringsarts is op dit moment sprake van een ernstige psychische stoornis.

2.2 Verweerder heeft de aanvraag op grond van de Wet Wajong afgewezen, omdat eiseres in het verleden duurzaam in staat is geweest minimaal 75% van het wettelijk minimum loon te verdienen.

2.3 Eiseres heeft zich in beroep – samengevat – op het volgende standpunt gesteld. Zij is wegens haar psychische gesteldheid en vele bijkomende klachten niet in staat om te werken. Zij is volledig arbeidsongeschikt. Eiseres is reeds vanaf haar vroege kindertijd bekend met een chronische schizotypische persoonlijkheidsstoornis. Hiertoe hebben de moeder en broer van eiseres een verklaring overgelegd. Eiseres heeft weliswaar enige jaren gewerkt, maar dit is altijd gepaard gegaan met problemen op de werkvloer, ziekmeldingen en overplaatsingen. Ter zitting is nog aangevoerd dat uit alles is gebleken dat eiseres, toen zij werkzaam was, niet normaal heeft gefunctioneerd. Verweerder dient dan ook te constateren dat eiseres destijds niet in staat was om te werken. Eiseres dient dan ook in aanmerking te komen voor de gevraagde uitkering.

De rechtbank overweegt als volgt.

2.4 Met ingang van 1 januari 2010 is de nieuwe Wet Wajong in werking getreden. Omdat de aanvraag van eiseres om een uitkering dateert van na 1 januari 2010 is de nieuwe wetgeving op eiseres van toepassing.

2.5 Niet in geschil is dat eiseres thans niet in staat wordt geacht arbeid te verrichten. Evenmin is in geschil dat de klachten van eiseres reeds op haar 17e levensjaar aanwezig waren.

2.6 In artikel 2:3, eerste lid, onder a, van de Wet Wajong staat dat een jonggehandicapte in de zin van dit hoofdstuk is, de ingezetene die aansluitend op de dag waarop hij 17 jaar wordt als rechtstreeks en objectief medisch vast te stellen gevolg van ziekte, gebrek, zwangerschap of bevalling gedurende 52 weken niet in staat is geweest met arbeid meer dan 75% van het maatmaninkomen te verdienen, terwijl niet aannemelijk is dat hij binnen een jaar volledig zal herstellen.

2.7 Eiseres heeft een arbeidsverleden. Vast staat dat zij in ieder geval – hoewel niet zonder problemen – zes jaar heeft gewerkt voor een witgoedzaak en daarmee tenminste 75% van het wettelijk minimumloon heeft verdiend. Op grond van de nieuwe Wet Wajong is dit een uitsluitingsgrond. Immers, gelet op het bepaalde in artikel 2:3 van de Wet Wajong wordt eiseres om die reden niet aangemerkt als jonggehandicapte in de zin van deze wet.

2.8 Ten aanzien van het standpunt van eiseres dat het werken destijds met zeer veel problemen gepaard ging, zodat eigenlijk geconstateerd moet worden dat zij niet in staat was om te werken, overweegt de rechtbank dat uit de tekst van de wet noch uit de Memorie van Toelichting bij deze wet (Kamerstukken 2008 – 2009, 31780, nr. 3) blijkt dat een belanghebbende vanwege disfunctioneren in de arbeid die wel is verricht, toch moet worden aangemerkt als jonggehandicapte.

2.9 Concluderend is de rechtbank van oordeel dat verweerder terecht de aanvraag van eiseres heeft afgewezen.

2.10 Het beroep zal dan ook ongegrond worden verklaard. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

3. Beslissing

De rechtbank:

verklaart het beroep ongegrond.

Deze uitspraak is gedaan door mr. M. Mateman, rechter, in tegenwoordigheid van mr. A. Buiskool, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 29 juli 2011.

afschrift verzonden op:

Rechtsmiddel

Tegen deze uitspraak staat hoger beroep open bij de Centrale Raad van Beroep, Postbus 16002, 3500 DA Utrecht. Het hoger beroep dient te worden ingesteld door het indienen van een beroepschrift binnen zes weken onmiddellijk liggend na de dag van verzending van de uitspraak door de griffier.