Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBHAA:2011:BR3926

Instantie
Rechtbank Haarlem
Datum uitspraak
20-07-2011
Datum publicatie
02-08-2011
Zaaknummer
157871 / HA ZA 09-758; 164339 / HA ZA 09-1744; 170489 / HA ZA 10-828
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

In de hoofdzaak vordert Cono, een zuivelcoöperatie, schadevergoeding van gedaagde, een melkveehouder, wegens geleverde melk die in strijd met de regelgeving anthelmintica (diergeneesmiddel tegen leverbotbesmetting) bevatte. Die vordering wordt toegewezen omdat van eigen schuld aan de kant van Cono niet is gebleken. (zie r.o. 6.1 t/m 6.6)

In de vrijwaring spreekt de melkveehouder Chanelle, de Engelse producent van het diergeneesmiddel, aan, op grond van de stelling dat het (Nederlandse) etiket van het geneesmiddel ten onrechte niet vermeldde dat bij toediening van het geneesmiddel een wachttijd in acht moest worden genomen. De rechtbank oordeelt dat Chanelle heeft nagelaten alle relevante informatie in duidelijke en ondubbelzinnige bewoordingen op het etiket te vermelden en daardoor een product op de markt heeft gebracht waarbij het risico bestaat op een onjuiste toepassing met als gevolg dat vervuilde melk in het verkeer wordt gebracht. De fabrikant heeft daarmee onrechtmatig gehandeld jegens de melkveehouder. De schade die de melkveehouder heeft geleden, is echter mede het gevolg van het handelen van hem zelf. De rechtbank ziet daarom aanleiding de schade in gelijke mate tussen partijen te verdelen. (zie r.o. 6.9 t/m 6.15)

In de ondervrijwaring spreekt Engelse producent haar Nederlandse distributeur Hofman aan, op grond van de stelling dat de verantwoordelijkheid van de foutieve tekst op het etiket bij de distributeur lag, die voor de vertaling naar het Nederlands had zorg gedragen. Die vordering wordt afgewezen. De eindverantwoordelijkheid voor de juistheid van het etiket van diergeneesmiddelen ligt bij de fabrikant. Op een farmaceutisch bedrijf rust een zware zorgplicht voor de veiligheid van haar producten en deze verantwoordelijkheid kan niet worden afgeschoven op degene die de distributie van het middel c.q. de vertaling van het etiket verzorgt. (zie r.o. 6.17 t/m 6.19).

Wetsverwijzingen
Diergeneesmiddelenwet
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK HAARLEM

Sector civiel recht

Vonnis in hoofdzaak en vrijwaringen van 20 juli 2011

in de zaak met zaaknummer / rolnummer: 157871 / HA ZA 09-758 van

de coöperatie met beperkte aansprakelijkheid

COÖPERATIEVE ZUIVELONDERNEMING CONO B.A.,

gevestigd te Beemster en kantoorhoudende te Westbeemster (gemeente Beemster),

eiseres,

advocaten mr. J.C. Prins en mr. A.H. Lodder,

tegen

[A]

wonende te Wijdewormer, gemeente Wormerland,

gedaagde,

advocaat mr. T.J. Dorhout Mees,

en in de zaak met zaaknummer / rolnummer: 164339 / HA ZA 09-1744 van

[A],

wonende te Wijdewormer, gemeente Wormerland,

eiser,

advocaat mr. T.J. Dorhout Mees,

tegen

de rechtspersoon naar het recht van het Verenigd Koninkrijk

CHANELLE ANIMAL HEALTH LTD.,

gevestigd te Liverpool, Verenigd Koninkrijk,

gedaagde,

advocaten mr. P.E. Lucassen en mr. O. Ghay,

en in de zaak met zaaknummer / rolnummer: 170489 / HA ZA 10-828 van

de rechtspersoon naar het recht van het Verenigd Koninkrijk

CHANELLE ANIMAL HEALTH LTD.,

gevestigd te Liverpool, Verenigd Koninkrijk,

eiseres,

advocaten mr. P.E. Lucassen en mr. O. Ghay,

tegen

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

HOFMAN ANIMAL CARE B.V.,

statutair gevestigd en kantoorhoudende te Wierden,

gedaagde,

advocaat mr. M. Bouman.

Partijen zullen hierna Cono, [A], Chanelle en Hofman genoemd worden.

1. De procedure in de zaak 157871 / HA ZA 09-758

1.1. Het verloop van de procedure blijkt uit:

- het tussenvonnis van 30 december 2009

- het proces-verbaal van comparitie van 14 oktober 2010

- de conclusie van repliek

- de conclusie van dupliek.

1.2. Ten slotte is vonnis bepaald.

2. De procedure in de zaak 164339 / HA ZA 09-1744

2.1. Het verloop van de procedure blijkt uit:

- het tussenvonnis van 30 juni 2010

- het proces-verbaal van comparitie van 14 oktober 2010

- de conclusie van repliek

- de conclusie van dupliek.

2.2. Ten slotte is vonnis bepaald.

3. De procedure in de zaak 170489 / HA ZA 10-828

3.1. Het verloop van de procedure blijkt uit:

- het tussenvonnis van 22 september 2010

- het proces-verbaal van comparitie van 14 oktober 2010

- de conclusie van repliek

- de conclusie van dupliek

- de akte houdende uitlatingen na conclusie van dupliek

- de antwoordakte uitlating producties.

3.2. Ten slotte is vonnis bepaald.

4. De feiten

4.1. [A] exploiteert een melkveehouderij en is lid van de Coöperatieve Zuivelvereniging Cono B.A. Cono telt ongeveer 525 aangesloten melkveehouders. Van de door deze melkveehouders aangeleverde melk maakt Cono kaas en andere zuivelproducten. Cono heeft als doel de melk van de koeien van haar leden voor gemeenschappelijke rekening tot een zo hoog mogelijke geldelijke opbrengst te brengen.

4.2. Ter bescherming van de volksgezondheid zijn zowel op Europees niveau als op landelijk niveau normen vastgelegd om te voorkomen dat consumenten door de consumptie van melk of van melk gemaakte producten (residuen van) diergeneesmiddelen waarmee melkproducerende koeien worden behandeld, binnen krijgen.

4.3. Cono heeft de Europese en de Nederlandse regelgeving alsmede de regels van de bedrijfstak aan haar leden opgelegd door middel van de Statuten, het Huishoudelijk reglement, Praktijkregelingen van november 2006 (hierna: de Praktijkregelingen) en het Borgingssysteem CONO Kaasmakers “Protocol 2006” (hierna: het Borgingssysteem).

4.4. Artikel 8 van de Statuten van Cono luidt – voor zover hier van belang – als volgt:

Verplichtingen inzake de melklevering

1. Ieder lid is verplicht elke dag waarop door de coöperatie melk wordt ontvangen, al de melk van zijn gezonde koeien en/of van de op zijn bedrijf aanwezige gezonde koeien aan de coöperatie te leveren volgens door of namens het bestuur vastgestelde regels. […]

[…]

4. De leden zijn verplicht om bij de winning van hun melk alle maatregelen te nemen, die de kwaliteit van deze melk bevorderen. De in dit opzicht door of namens het bestuur van de coöperatie te geven voorschriften dienen zij strikt op te volgen.

[…].

4.5. Het Huishoudelijk reglement van Cono luidt – voor zover hier van belang –

als volgt:

[…]

1.2 Het is de leden verboden melk te leveren die, door welke oorzaak dan ook, niet geschikt is voor de zuivelbereiding. Het bestuur stelt normen vast waaraan de melk moet voldoen.

[…]

11.1 Het bestuur kan schade ontstaan wegens het niet voldoen aan normen gesteld in of bij artikel 1.2 op het lid verhalen. […]

[…].

4.6. De in artikel 1.2 van het Huishoudelijk reglement bedoelde normen zijn onder andere verwerkt in de Praktijkregelingen, waarin de eisen ten aanzien van kwaliteitscontrole en aanvullende eisen ten aanzien van het ophalen en uitbetaling van de boerderijmelk zijn geformuleerd. In de Praktijkregelingen wordt – onder meer – het volgende vermeld:

[…]

CONO Kaasmakers neemt alleen melk af van melkveehouderijbedrijven die voldoen aan het Borgingssysteem CONO Kaasmakers “Protocol 2006”.

[…]

CONO Kaasmakers ontvangt alleen melk van gezonde koeien.

[…].

4.7. Het Borgingssysteem vermeldt – onder meer – de volgende bepalingen:

[…]

2.3.2 Toepassen van diergeneesmiddelen

[…]

• Diergeneesmiddelen worden toegepast conform de aanwijzingen op het etiket, in de bijsluiter, of volgens aanwijzingen van de dierenarts.

[…]

2.5.2 Melk separeren

• Melk van koeien die zijn behandeld met één of meer diergeneesmiddel(en) met een wachttermijn wordt gedurende de gehele wachttermijn niet geleverd en/of verwerkt. Hierbij worden minimaal de wettelijke wachttermijnen in acht genomen.

[…]

5.4.1. Het melken

• De melk wordt voor het melken gecontroleerd op afwijkingen. Afwijkende melk wordt niet geleverd voor verdere verwerking.

[…].

4.8. Op basis van de EG-Verordeningen valt de stof Triclabendazol onder de stoffen die in het geheel niet gebruikt mogen worden bij dieren die melk voor menselijke consumptie produceren. Het middel is een zogenaamd anthelminticum dat wordt gebruikt ter bestrijding van wormen, waaronder leverbot. Deze stof en/of residuen daarvan mogen in het geheel niet voorkomen in voor consumptie geschikte melk of melkproducten en daarom wordt voorgeschreven dit geneesmiddel alleen te gebruiken tijdens de droogstand.

4.9. In het maandblad Contact van januari 2007 heeft Cono haar leden als volgt geïnformeerd over het gebruik van anthelmintica:

[…]

CONO Kaasmakers onderzoekt boerderijmelk op diverse schadelijke en verboden stoffen. De afgelopen en de komende maanden zullen monsters boerderijmelk onderzocht worden op gebruik van wormmiddelen (anthelmintica). Wormmiddelen worden gebruikt in risicogebieden waar de kans op leverbotbesmetting sterk verhoogd is. […]

Behandeling van deze ziekte is niet eenvoudig omdat er geen geregistreerde geneesmiddelen beschikbaar zijn die mogen worden toegepast bij melkgevende dieren. Behandeling van melkgevende dieren kan alleen plaatsvinden tijdens de droogstand, of door melk van behandelde dieren niet te leveren. Om te voorkomen dat mensen via melk (en vlees) worden blootgesteld aan deze middelen, moet bij gebruik ervan een wachttijd in acht worden genomen voordat de melk mag worden afgenomen voor consumptie.

Anthelmintica is een verboden stof. Wanneer deze stof wordt aangetroffen in de melk kan die een melkweigering tot gevolg hebben […].

4.10. In de Contact van oktober 2007 heeft Cono haar leden opnieuw in soortgelijke bewordingen over het gebruik van anthelmintica bij het behandelen van leverbot geïnformeerd.

4.11. Bij elke melkinname door Cono wordt standaard een monster van de melk genomen dat wordt onderzocht door laboratorium Qlip. Voor het lossen van de melk wordt door de chauffeur voorts een verzamelmonster genomen van alle melk die in de Rijdende Melk Ontvangst (hierna: RMO) aanwezig is. Via een sneltest bepaalt de chauffeur of er antibiotica in de melk aanwezig zijn. Is de uitslag positief dan wordt de melk verder onderzocht en indien noodzakelijk vernietigd.

4.12. Naast het standaardonderzoek controleert Cono steekproefsgewijs op de aanwezigheid van anthelmintica. De uitslag van dit onderzoek laat vier dagen op zich wachten. Vanwege de geringe houdbaarheid van rauwe melk wordt de melk verwerkt voordat de uitslag van het onderzoek bekend is.

4.13. Naast de onderzoeken door Cono voert de Nederlandse Zuivel Organisatie (hierna: NZO) een onderzoek uit naar residuen in boerderijmelk en zuivelproducten. Cono is lid van de NZO en participeert in dit landelijke project. De NZO hanteert de volgende detectiegrenzen voor (residuen van) Triclabendazol:

• norm Triclabendazol: < 1 microg/kg:

• norm Triclabendazolsulfon: < 3 microg/kg;

• norm Triclabendazolsulfoxide: < 3 microg/kg.

4.14. Op 27 oktober 2007 heeft [A] een deel van zijn melkkoeien behandeld met Tribex 10%. De volgende behandelde koeien zijn kort daarna afgekalfd.

Koenummer Afkalfdatum Melk in de tank

568 30-10 02-11

595 28-10 30-10

662 01-11 03-11

673 03-11 05-11

674 02-11 04-11

676 29-10 01-11

677 01-11 03-11

689 02-11 04-11

4.15. Het door [A] opgestelde overzicht ‘Medicijnengebruik 1-4-2007 t/m 21-12-2007’ gedateerd 21 december 2007 vermeldt – voor zover van belang – het volgende over de behandeling van de bovengenoemde koeien.

Datum Nr. Ziekte Medicijn HoeveelheEenh.

27-10-2007 568 leverbot Tribex 10% 100 ml

27-10-2007 595 leverbot Tribex 10% 100 ml

27-10-2007 662 leverbot Tribex 10% 100 ml

27-10-2007 673 leverbot Tribex 10% 100 ml

27-10-2007 674 leverbot Tribex 10% 100 ml

27-10-2007 676 leverbot Tribex 10% 100 ml

27-10-2007 677 leverbot Tribex 10% 100 ml

27-10-2007 689 leverbot Tribex 10% 100 ml

4.16. Tribex is één van de merknamen waaronder de stof Triclabendazol wordt verkocht. Registratiehouder van het middel is Chanelle. Het etiket van de door [A] in 2007 gebruikte Tribex 10% vermeldt – onder meer – het volgende:

Tribex 10% Leverbot drench voor niet melkgevend rundvee

[…]

Doseringsschema

Lich.gewicht Dosering Lich.gewicht Dosering Lich.gewicht Dosering

50 kg 6 ml 200 kg 24 ml 350 kg 42 ml

100 kg 12 ml 250 kg 30 ml 400 kg 48 ml

150 kg 18 ml 300 kg 36 ml

Voor dieren boven 400 kg – geef 6 ml extra voor elke 50 kg lichaamsgewicht extra.

Doseringsprogramma

[…]

De in acht te nemen wachttermijn(en):

56 dagen voor de slacht.

Contra-indicaties, Waarschuwingen & Voorzorgsmaatregelen

[…]

Tribex 10% niet bij melkgevend rundvee toepassen.

[…].

4.17. [A] heeft de Tribex 10% zonder recept van de dierenarts op 24 september 2007 gekocht bij Agib in Kerkdriel.

4.18. In het kader van het steekproefsgewijze onderzoek door NZO is onder andere in november 2007 de door [A] aangeleverde melk onderzocht. Uit de steekproef is gebleken dat in de op 2 november 2007 aangeleverde melk de volgende concentraties (residuen van) Triclabendazol aanwezig waren:

• Triclabendazol: 2,6 microg/kg;

• Triclabendazolsulfon: 71 microg/kg;

• Triclabendazolsulfoxide: 5,9 microg/kg.

4.19. Nadat Cono van de aanwezigheid van (residuen van) Triclabendazol in de door [A] geleverde melk op de hoogte was gesteld, heeft zij bij brief van 7 november 2007 [A] aansprakelijk gesteld voor de gevolgschade van de leveranties van 2 en mogelijk 5 november 2007. Tevens heeft Cono aangekondigd met ingang van 7 november 2007 voor een periode van minimaal 15 dagen geen melk meer te zullen afnemen van [A].

4.20. Op 7 en 9 november 2007 hebben de rayonadviseurs P. Hollenberg en C. Kroft van Cono een bedrijfsbezoek gebracht aan [A]. Hollenberg en Kroft hebben tijdens het bedrijfsbezoek een inventarisatieformulier Anthelmintica ingevuld. Het formulier vermeldt – voor zover hier van belang – het volgende:

[…]

Datum positieve leverantie: 2 november 2007

[…]

Gebruikte middel: Tribex 10%

[…]

Toegediende hoeveelheid: Circa 100 ml (veehouder geeft aan dat sommige koeien iets meer en andere koeien iets minder hebben gekregen.)

[…]

Was er een dierenarts bij de (wijze van) behandeling betrokken? nee

Was de behandeling volgens voorschrift? nee

[…]

5. Overige opmerkingen

• Veehouder is direct voor 15 dagen geweigerd. Ingangsdatum weigering is 6 november 2007.

[…]

• In de tank geleverd op 2-11-2007 zat de melk van 6 behandelde koeien

• In de tank geleverd op 5-11-2007 zat de melk van 8 behandelde koeien

Korte gespreksverslagen

07-11-2007

[…]

Veehouder geeft rond de startmanifestatie (29 of 30 okt.) droogstaande koeien behandeld. Hierbij waren ook koeien die vlak voor het afkalven waren. Veehouder schat dat in de tank van 2-11 de melk van zes behandelde koeien is gemolken.

[…] Het middel is niet gekocht via een veearts, maar via de handel.

Veehouder heeft contact gehad met veearts, deze weet volgens veehouder geen oplossing. Veearts is niet betrokken geweest bij de behandeling.

Veehouder is op de hoogte dat het gebruik van leverbotmiddelen niet is toegestaan. Veehouder geeft aan dat hij genoodzaakt is om deze middelen te gebruiken omdat anders de koeien dood neervallen. […]

09-11-2007

[…]

Samen met veehouder resterende deel inventarisatieformulier ingevuld.

Veehouder heeft alle droogstaande koeien en vaarzen behandeld. In de tank van 2-11 zit de melk van 6 behandelde koeien en in de tank van 5-11 van 8 behandelde koeien.

[…].

4.21. Op verzoek van Cono heeft Qlip een contra-expertise uitgevoerd en daarnaast heeft een onderzoek plaatsgevonden naar de door [A] geleverde melk op 7 november 2007. Uit dat onderzoek is gebleken dat in de op 7 november 2007 aangeleverde melk de volgende concentraties (residuen van) Triclabendazol aanwezig waren:

• Triclabendazol: 6 microg/kg;

• Triclabendazolsulfon: 159 microg/kg;

• Triclabendazolsulfoxide: 13 microg/kg.

4.22. Cono heeft – in verband met de beperkte houdbaarheid – de door [A] geleverde melk voordat de resultaten van het onderzoek bekend waren, verwerkt in kaas en room. De room is geleverd aan Hyproca dairy B.V. (hierna: Hyproca), die de room heeft verwerkt tot boter en karnemelk.

4.23. Bij brief van 7 december 2007 heeft het Centraal Orgaan voor Kwaliteitsaangelegenheden in de Zuivel (hierna: COKZ) het volgende aan Cono bericht:

[…]

Op 8 november 2007 heeft CONO-Kaasmakers […] melding gedaan van het aantonen van residuen van Triclabendazool in een leverantie boerderijmelk. Met opvolgend onderzoek bleek ook in een 2e opvolgende leverantie boerderijmelk van dezelfde melkveehouder residuen van Triclabendazool aantoonbaar in hieruit geproduceerde room en boter.

Betreffende leveranties boerderijmelk zijn verwerkt in (voordat resultaat onderzoek bekend was):

? kaas op productielocatie van CONO te Westbeemster;

? room geleverd aan Hyproca […],verwerkt tot boter en karnemelk;

? wei verwerkt tot weipoeder geleverd aan Hoogwegt, […], en Denkavit […]

In de leverantie boerderijmelk van 2 november 2007 is 71 microgram/kg product Triclabendazole-sulfon, 5,9 microgram/kg Triclabendazole-sulfoxide en 2,6 microgram/kg Triclabendazole aangetoond.

In room en boter geproduceerd uit de leverantie boerderijmelk van 5 november 2007 is in een partij room 10,2 microgram/kg Triclabendazole-sulfon aangetoond en in een partij boter 12,5 microgram/kg Triclabendazole-sulfon.

[…]

De MRL (Maximum Residuen Limiet) voor Triclabendazool in melk bedraagt derhalve 0 microgram/kg. Omdat melk een wezenlijk bestanddeel van kaas en andere zuivelproducten is, mogen er ook geen residuen van Triclabendazool voorkomen in kaas en andere zuivelproducten. Dit betekent dat wanneer in melk of zuivelproducten residuen van Triclabendozool worden aangetroffen, deze producten niet voor menselijke consumptie en/of dierlijke consumptie bestemd mogen worden.

Uit onderzoek door uw bedrijf blijkt dat in de weipoeder afkomstig van bovenbedoelde melk, evenals in karnemelkpoeder van bovenbedoelde room geen residuen Triclabendozool zijn aangetoond. Op basis hiervan behoeven deze producten niet uit de handel te worden genomen.

Voor bepaalde (deel)partijen boter blijkt volgens onderzoek dat residuen Triclabendozool aantoonbaar zijn. Deze partijen dienen niet voor menselijke en niet voor dierlijke consumptie te worden bestemd. Dit zal eveneens nader worden bevestigd aan het bedrijf Hyproca te Ommen.

Voor bepaalde (deel)partijen kaas geproduceerd uit leveranties boerderijmelk van 2 en 5 november 2007 zijn residuen Triclabendozool aangetoond. Het gaat hier volgens uw opgave om in totaal 24 bakken kaas met in totaal ca. 360.000 kg kaasmelk waarin op basis van berekening meer dan 3 microgram/kg kaasmelk aanwezig is en waar uit onderzoek van uw bedrijf ook blijkt dat residuen van Triclabendozool aantoonbaar zijn (in 4 monsters verdeeld over deze deelpartijen is 6; 5; 9,3 en 13 microgram/kg product Triclabendozole-sulfon aangetoond). Op basis hiervan dienen deze partijen niet voor menselijke en/of dierlijke consumptie te worden bestemd.

[…].

4.24. Bij brief van 20 november 2007 heeft Cono aan [A] meegedeeld dat de melkweigering met een periode van minimaal 15 dagen wordt verlengd, omdat de melkmonsters nog steeds residuen bevatten. Vanaf 26 november 2007 heeft Cono weer melk afgenomen van [A].

4.25. Bij brief van 27 december 2007 heeft Hyproca Cono aansprakelijk gesteld voor de door haar geleden schade als gevolg van de levering van een vracht rauwe room op 6 november 2007 met residuen van Triclabendazool. De totale partij boter die van de betreffende partij room is geproduceerd moest worden vernietigd en de karnemelk moest worden afgewaardeerd tot karnemelkpoeder. Hyproca stelt haar totale – reeds bekende –

schade op € 74.580,32.

4.26. Chanelle maakt deel uit van de Chanelle Group. Chanelle Pharmaceuticals Manufacturing Ltd. (hierna: Chanelle Pharmaceuticals) is de fabrikant van Tribex 10%. Chanelle is de registratiehouder van Tribex 10% in Nederland.

4.27. Op 1 december 1999 heeft Chanelle een registratieaanvraag voor Tribex 10% ingediend in Ierland. Ten behoeve van die aanvraag heeft Chanelle onder meer een “summery of product characteristics” en een ontwerpetiket ingediend.

4.28. Op 2 oktober 2000 heeft de Irish Medicines Board een registratiebeschikking afgegeven voor Tribex 10%. Deze beschikking houdt – voor zover van belang – het volgende in.

[…]

The Irisch Medicines Board […] hereby grants to

Chanelle Animal Health Ltd.

[…]

an authorisation, subject to the provisions of de said Regulations and the conditions set out in Part I of the attached Schedule, in respect of the Veterinary Medicinal Product

Tribex 10%

the particulars of which are set out in Part 2 of the said Schedule. The autorisation is also subject to any conditions as may be specified in Part 3 of the said Schedule.

[…]

PART III

SUMMARY OF PRODUCT CHARACTERISTICS

[…]

5.5 Use During Pregnancy and Lactation

Tribex 10% can be safely given to pregnant cattle. Do not administer to cattle producing milk for human consumption.

[…]

5.10 Withdrawal Periods

Cattle should not be slaughtered for human consumption within 42 days of the last treatment.

Not for use in cattle producing milk for human consumption. `

[…].

4.29. Bij beschikking van 22 februari 2002 heeft de Irish Medicines Board de voorschriften omtrent het gebruik van Tribex 10% als volgt gewijzigd:

[…]

PART III

SUMMARY OF PRODUCT CHARACTERISTICSS

[…]

5.5 Use During Pregnancy and Lactation

Tribex 10% can be safely given to pregnant cattle. Do not administer to cattle producing milk for human consumption.

[…]

5.10 Withdrawal Periods

Meat and offal: 46 days

Not permitted for use in lactating cattle producing milk for human consumption.

Dairy cows producing milk for human consumption should be treated at the start of the dry period only.

[…].

4.30. Chanelle Pharmaceuticals heeft in 2002 een registratieaanvraag voor het op de markt brengen van Tribex 10% in Nederland ingediend bij het Agentschap ten behoeve van het College ter Beoordeling van Geneesmiddelen, Bureau Diergeneesmiddelen (hierna: Bureau Diergeneesmiddelen) in Nederland. De registratie van Tribex 10% in Nederland vond plaats via een zogenaamde Wederzijdse Erkenningsprocedure (Mutual Recognition Procedure), omdat de beoordeling van Tribex 10% reeds in Ierland was gedaan.

4.31. Bij de aanvraag heeft Chanelle een Engelstalige “summary of product characteristics” en een Engelstalig ontwerpetiket ingediend.

De tekst van de ingediende “summery of product characteristics” (Version: 03, Effective Date: 08/08/02) houdt – onder meer – het volgende in:

[…]

5.5 Pregnancy and lactation:

Tribex 10% can be safely given to pregnant cattle. Do not administer to cattle producing milk for human consumption.

[…]

5.10 Withdrawal periods:

Meat and offal: 56 days

Not permitted to use in lactating animals producing milk for human consumption.

Dairy cows producing milk for human consumption should be treated at the start of the dry period only.

[…].

De tekst van het Engelstalige ontwerpetiket (Version: 02, Effective Date: 02/08/02) houdt – onder meer – het volgende in:

[…]

CONTRA-INDICATIONS, WARNINGS AND PRECAUTIONS:

Cattle should not be slaughtered for human consumption within 56 days of the last treatment. Not permitted for use in lactating animals producing milk for human consumption. Dairy cows producing milk for human consumption should be treated at the start of the dry period only. […].

4.32. Chanelle heeft Hofman – een van haar vaste distributeurs in Nederland – benaderd voor de distributie van Tribex 10% in Nederland en haar verzocht de Engelstalige “samenvatting van de producteigenschappen” en het Engelse etiket van Tribex 10% te vertalen naar het Nederlands.

4.33. Ten behoeve van de aanvraag heeft Chanelle Pharmaceuticals bij brief van 28 juni 2002 aan het Bureau Diergeneeskunde onder meer een Nederlandstalige ‘samenvatting van de producteigenschappen’ en de voorgestelde Nederlandstalige tekst van het etiket verstrekt.

De ‘samenvatting van de producteigenschappen’ (versie: 02, datum van inwerkingtreding: 19/06/02) luidt – voor zover van belang – als volgt.

[…]

5.5 Drachtigheid en zogen:

Tribex 10% kan veilig worden toegediend aan drachtig rundvee. Niet toedienen aan rundvee dat melk produceert voor menselijke consumptie.

5.10 Wachttijden:

Vlees en afval: 56 dagen.

[…]

Melkkoeien die melk produceren voor menselijke consumptie moeten alleen aan het begin van de droge periode behandeld worden.

[…].

De voorgestelde tekst voor het etiket achterzijde (versie: 01, datum van inwerkingtreding 19/06/02) luidt – voor zover van belang – als volgt:

[…]

CONTRA-INDICATIES, WAARSCHUWINGEN EN VOORZORGSMAATREGELEN:

Rundvee niet slachten voor menselijke consumptie binnen 56 dagen na de laatste behandeling. Niet toegestaan voor toediening aan zogende dieren die melk produceren voor menselijke consumptie.

Melkkoeien die melk produceren voor menselijke consumptie moeten alleen aan het begin van de droge periode behandeld worden. […]

[…].

4.34. Ten behoeve van het ontwerp van het Nederlandse etiket voor Tribex 10% heeft Chanelle bij email van 30 juli 2002 het Engelse ontwerpetiket aan Hofman toegezonden.

4.35. Op 8 augustus 2002 heeft het Ministerie van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij de registratiebeschikking afgegeven. Deze beschikking luidt – voor zover van belang – als volgt:

[…]

Beschikkende op de aanvraag d.d. 12 februari 2002 van Chanelle Animal Health Ltd. […] tot verkrijgen van een registratie als bedoeld in artikel 3, eerste lid, van de Diergeneesmiddelenwet […] voor het diergeneesmiddel TRIBEX 10%;

[…]

1. Geregistreerd wordt met ingang van datum dezes, overeenkomstig het hierna bepaalde het diergeneesmiddel TRIBEX 10%, onder registratienummer REG NL 10003 van Chanelle Animal Health Ltd. […] welke verantwoordelijk is voor het in Nederland in de handel brengen.

[…]

Par. II Bij de toepassing van dit diergeneesmiddel dienen de navolgende voorschriften in acht genomen te worden:

1. Diersoorten waarbij het diergeneesmiddel uitsluitend mag worden gebruikt bij de opgegeven dosering en indicaties:

- Niet-melkgevend rund.

[…]

5. De in acht te nemen wachttermijn(en):

- 56 dagen voor de slacht.

[…]

Par. IV 1. Onverminderd hetgeen ter uitvoering van artikel 42 van de Diergeneesmiddelenwet is of wordt bepaald dient,

[…]

b het etiket of in voorkomende geval de verpakking en de bijsluiter voorts nog de volgende aanduidingen te bevatten:

[…]

Contra-indicaties:

- Overgevoeligheid voor de actieve ingrediënt.

Waarschuwingen:

¬- Frequent en herhaald gebruik kan leiden tot resistentie-ontwikkeling.

[…].

4.36. Op 13 augustus 2002 heeft Chanelle de registratiebeschikking aan Hofman gefaxt. Het voorblad van de fax luidt als volgt.

[…]

Attached please find final licenses from the Dutch authorities for Tribex 5% and 10%. Please updated the label text (as sent by e-mail) with any specific national requirements so that we have the correct final version.

[…].

4.37. Bij email van 6 september 2002 heeft June Gacquin, werkzaam bij Chanelle, het volgende aan Arie Ooms, werkzaam bij Hofman, geschreven.

[…]

Tribex 10% 800 ml Front label is approved technically.

Tribex 10% 2,2 l Front label is approved technically.

As per your discussions with Monica you are fully responsible for the text.

I await your revised proofs for the back labels and I shall give you approval/comments for same on Monday.

[…].

4.38. Hofman heeft het Nederlandse etiket opgesteld en de uiteindelijke versie op 10 september 2002 voor akkoord geparafeerd en aan Chanelle toegezonden.

4.39. Het in Nederland op de markt gebrachte etiket bevat – onder meer – de volgende tekst.

Tribex 10% Leverbot drench voor niet melkgevend rundvee

[…]

Doseringsschema

Lich.gewicht Dosering Lich.gewicht Dosering Lich.gewicht Dosering

50 kg 6 ml 200 kg 24 ml 350 kg 42 ml

100 kg 12 ml 250 kg 30 ml 400 kg 48 ml

150 kg 18 ml 300 kg 36 ml

Voor dieren boven 400 kg – geef 6 ml extra voor elke 50 kg lichaamsgewicht extra.

Doseringsprogramma

[…]

De in acht te nemen wachttermijn(en):

56 dagen voor de slacht.

Contra-indicaties, Waarschuwingen & Voorzorgsmaatregelen

[…]

Tribex 10% niet bij melkgevend rundvee toepassen.

[…].

4.40. Op 22 augustus 2007 heeft Chanelle een aanvraag ingediend tot verlenging van de registratie van Tribex 10%. De beschikking van 23 juli 2008 op die aanvraag luidt – voor zover van belang – als volgt.

[…]

1. De registratie van het diergeneesmiddel TRIBEX 10%, […] wordt verlengd.

2. De gewijzigde Samenvatting van Productkenmerken behorende bij het diergeneesmiddel TRIBEX 10% […] treft u aan als bijlage A behorende bij dit besluit.

3. Het gewijzigde etiket en, in voorkomend geval, de gewijzigde bijsluiter […] treft u aan als bijlage B behorende bij dit besluit.

[…]

BIJLAGE A

SAMENVATTING VAN DE PRODUCTKENMERKEN

[…]

4.7 Gebruik tijdens dracht, lactatie of leg

Het product kan veilig aan drachtige runderen worden verstrekt.

Niet toedienen aan runderen die melk bestemd voor humane consumptie produceren.

[…]

4.11 Wachttermijn

(orgaan) Vlees: 56 dagen

[…]

Melkvee welke melk produceren voor humane consumptie dienen uitsluitend aan het begin van de droogstand te worden behandeld.

[…]

9. DATUM / LAATSTE VERLENGING VAN DE VERGUNNING

8 augustus 2007

10. DATUM VAN HERZIENING VAN DE TEKST

23 juli 2008

[…].

BIJLAGE B

ETIKETTERING EN BIJSLUITER

1. ETIKETTERING

[…]

8. WACHTTERMIJN

(orgaan) Vlees: 56 dagen

[…]

Melkvee welke melk produceren voor humane consumptie dienen uitsluitend aan het begin van de droogstand te worden behandeld.

21. DE DATUM WAAROP DE BIJSLUITER VOOR HET LAATST IS HERZIEN

23 juli 2008

[…].

5. Het geschil

in de zaak 157871 / HA ZA 09-758

5.1. Cono vordert – samengevat – dat de rechtbank, bij vonnis uitvoerbaar bij voorraad:

- voor recht verklaart dat [A] te kort is geschoten in zijn verplichtingen jegens Cono dan wel een onrechtmatige daad heeft gepleegd jegens Cono en derhalve verplicht is de daaruit voortvloeiende schade te vergoeden,

- [A] veroordeelt tot betaling aan Cono van een bedrag van € 285.831,77, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 2 november 2007 en met de buitengerechtelijke incassokosten ad € 13.606,41,

- [A] veroordeelt in de kosten van dit geding.

5.2. [A] voert verweer.

5.3. Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.

in de zaak 164339 / HA ZA 09-1744

5.4. [A] vordert – samengevat – dat de rechtbank, bij vonnis uitvoerbaar bij voorraad,

- Chanelle veroordeelt om aan [A] te betalen al hetgeen waartoe [A] in de hoofdzaak mocht worden veroordeeld,

- Chanelle veroordeelt tot vergoeding van de schade – nader op te maken bij staat – die [A] heeft geleden als gevolg van de weigering van Cono om melk af te nemen,

- Chanelle veroordeelt in de kosten van dit geding.

5.5. Chanelle voert verweer.

5.6. Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.

in de zaak 170489 / HA ZA 10-828

5.7. Chanelle vordert – samengevat – dat de rechtbank, bij vonnis uitvoerbaar bij voorraad,

- Hofman veroordeelt om aan Chanelle te betalen al hetgeen waartoe Chanelle in de vrijwaringszaak jegens [A] mocht worden veroordeeld,

- Hofman veroordeelt tot betaling van een bedrag van € 7.131,80 aan buitengerechtelijke kosten, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de dag der dagvaarding tot aan de dag der algehele voldoening,

- Hofman veroordeelt in de kosten van dit geding.

5.8. Hofman voert verweer.

5.9. Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.

6. De beoordeling

in de zaak 157871 / HA ZA 09-758 (Cono / [A])

6.1. Cono legt aan haar vordering ten grondslag dat [A] tekort is geschoten in de nakoming van de – onder meer – krachtens de statuten en het huishoudelijk reglement op hem rustende verplichtingen dan wel dat [A] onrechtmatig heeft gehandeld door op 2, 5 en 7 november 2007 met Triclabendazol gecontamineerde melk te leveren. Cono heeft ten gevolge daarvan schade geleden, bestaande uit een bedrag van € 76.013,26 dat Cono heeft moeten voldoen aan haar afnemer Hyproca wegens levering van gecontamineerde room en een bedrag van € 209.818,51 wegens het uit de handel nemen van door Cono geproduceerde kaas.

6.2. [A] erkent dat hij op 2 en 7 november 2007 met Triclabendazol gecontamineerde melk heeft geleverd en in beginsel aansprakelijk is voor de daaruit voortgevloeide schade. Hij betwist echter dat de op 5 november 2007 geleverde melk ook residuen van Triclabendazol bevatte, nu van die leverantie geen analyse beschikbaar is. De rechtbank passeert dit verweer. Uit onderzoek is gebleken dat de door [A] op 2 en 7 november 2007 geleverde melk residuen van Triclabendazol bevatte. In aanmerking genomen dat de leverantie van 5 november 2007 daar tussenin heeft plaatsgevonden, kan het niet anders dan dat de op die datum geleverde melk eveneens gecontamineerd was. Dat dit het geval was, blijkt ook uit de brief van het COKZ van 7 december 2007, waarin melding wordt gemaakt van het feit dat in de room en boter die is geproduceerd van melk van de leverantie van 5 november 2007 residuen van Triclabendazol zijn aangetroffen. [A] is derhalve niet alleen aansprakelijk voor het leveren van gecontamineerde melk op 2 en 7 november 2007, maar ook voor het leveren daarvan op 5 november 2007.

6.3. [A] stelt zich evenwel op het standpunt dat de schade die Cono heeft geleden ten gevolge van de gecontamineerde leveringen geheel te wijten is aan eigen schuld van Cono, omdat Cono onvoldoende heeft gewaarschuwd voor de specifieke risico’s van leverbotbehandeling en de wachttijd bij geneesmiddelengebruik. Bovendien zou een buitenmedewerker van Cono op de hoogte zijn van de handelwijze van [A] alsmede hierover hebben geadviseerd.

6.4. Naar het oordeel van de rechtbank heeft Cono door middel van artikelen in het maandblad Contact echter voldoende duidelijk gewaarschuwd voor de risico’s van behandeling met anthelmintica en de daarbij in acht te nemen wachttijd voor de leverantie van melk voor menselijke consumptie. Indien na het lezen van deze artikelen bij [A] onduidelijkheid bestond over de behandeling met Triclabendazol had het op zijn weg gelegen daarover nadere informatie in te winnen bij bijvoorbeeld zijn veearts. Cono valt op dit punt geen verwijt te maken. De rechtbank gaat voorts voorbij aan de stelling dat Cono op de hoogte zou zijn van en geadviseerd zou hebben over de handelwijze van [A], nu dit door Cono wordt betwist en het door [A] zelf aangegeven aantal behandelde koeien (zie onder 4.15) niet strookt met het volgens [A] door Cono gegeven advies dat de behandeling van 1 á 2 melkkoeien per week niet terug te vinden zou zijn in de melk.

6.5. Ook de stelling van [A] dat de schade (deels) voorkomen had kunnen worden als Cono gebruik had gemaakt van een snellere test om anthelmintica op te sporen, slaagt niet. Het is immers niet Cono, maar de NZO geweest die bij het uitvoeren van een steekproef in het kader van een onderzoek naar residuen in boerderijmelk gecontamineerde melk in de levering van 2 november 2007 heeft ontdekt. Dat de NZO gebruik maakt van een test waarbij de uitslag enige dagen op zich laat wachten, kan Cono niet worden verweten. De stelling dat Cono zelf alle aangeleverde melk had moeten testen op residuen van anthelmintica, is door [A] onvoldoende onderbouwd en wordt reeds daarom gepasseerd.

6.6. Nu van eigen schuld aan de kant van Cono niet is gebleken, is [A] aansprakelijk voor de volledige schade die is ontstaan ten gevolge van de drie leveringen met gecontamineerde melk. De hoogte van deze schade is door Cono vastgesteld op een bedrag van € 285.831,77, hetgeen niet door [A] is betwist. De vordering van Cono zal dan ook worden toegewezen, inclusief de wettelijke rente, nu daartegen evenmin verweer is gevoerd.

6.7. De vordering tot vergoeding van buitengerechtelijke kosten zal worden afgewezen. Cono heeft niet (voldoende onderbouwd) gesteld dat zij deze kosten daadwerkelijk heeft gemaakt en dat die kosten betrekking hebben op verrichtingen die meer omvatten dan een enkele aanmaning, het enkel doen van een schikkingsvoorstel, het inwinnen van eenvoudige inlichtingen of het op gebruikelijke wijze samenstellen van het dossier.

6.8. [A] zal als de in het ongelijk gestelde partij in de proceskosten worden veroordeeld. De kosten aan de zijde van Cono worden begroot op:

- dagvaarding EUR 72,25

- vastrecht 4.938,00

- salaris advocaat 6.000,00 (3,0 punten × tarief EUR 2.000,00)

Totaal EUR 11.010,25

in de zaak 164339 / HA ZA 09-1744 ([A] / Chanelle)

6.9. [A] legt aan zijn vordering ten grondslag dat Chanelle onrechtmatig heeft gehandeld door het product Tribex 10% op de markt te brengen dat door het ontbreken van een waarschuwing met betrekking tot een wachttijd voor melk niet de veiligheid biedt die daarvan verwacht mag worden. Door het ontbreken van een dergelijke waarschuwing heeft [A] diverse koeien pas aan het eind van de droogstand behandeld met Tribex 10% met als gevolg dat residuen van Triclabendazol in melk terecht zijn gekomen die aan Cono is geleverd.

6.10. In de periode waarin [A] het middel heeft aangeschaft, vermeldde het etiket “Tribex 10% niet bij melkgevend rundvee toepassen”. Chanelle stelt dat hieruit volgt dat het middel in het geheel niet door [A] toegediend had mogen worden aan melkgevende koeien, ook niet in de droogstand. Om die reden was ook geen waarschuwing ten aanzien van een wachttijd voor melk opgenomen. [A] stelt daarentegen dat een droogstaande koe kan worden beschouwd als een niet-melkgevende koe. Tijdens de droogstand mogen melkgevende koeien daarom met Tribex 10% behandeld worden, hetgeen – zo was Chanelle bekend – in de praktijk ook gebeurde.

6.11. De vraag of een droogstaande koe inderdaad als niet-melkgevend rundvee kan worden beschouwd, kan in het midden blijven. Van belang is slechts dat hierover onduidelijkheid kan bestaan die tot gevolg heeft dat Tribex 10% onjuist wordt toegepast. Niet alleen [A] meende dat Tribex 10% tijdens de droogstand mag worden toegepast, ook Cono is daar blijkens het maandblad Contact vanuit gegaan. Cono stelt in het artikel van januari 2007 dat er geen geregistreerde geneesmiddelen zijn die mogen worden toegepast bij melkgevende dieren en dat behandeling van melkgevende dieren alleen kan plaatsvinden tijdens de droogstand. Indien het inderdaad zo is dat Tribex 10% (destijds) in het geheel niet mocht worden toegediend aan melkgevend rundvee, ook niet tijdens de droogstand van drachtig rundvee bedoeld om melk te produceren voor menselijke consumptie, had Chanelle dat expliciet op het etiket moeten vermelden. Was dat wel toegestaan, dan had zij een wachttijd voor melk op het etiket moeten vermelden. Chanelle kan zich daarbij niet verschuilen achter het feit dat het etiket in overeenstemming is met de registratiebeschikking. Het is aan Chanelle zelf ervoor zorg te dragen dat alle relevante informatie in duidelijke en ondubbelzinnige bewoordingen op het etiket worden vermeld. Door dat na te laten, heeft zij een product op de markt gebracht waarbij het risico bestaat op een onjuiste toepassing met als gevolg dat gecontamineerde melk voor menselijke consumptie in het verkeer wordt gebracht. Chanelle heeft daarmee onrechtmatig gehandeld jegens [A].

6.12. Een belangrijke functie van een etiket van een diergeneesmiddel is het verstrekken van informatie over de juiste toepassing van het middel en het waarschuwen voor risico’s bij het gebruik. Het doel hiervan is de bescherming van de gezondheid van de dieren en in het geval van Tribex 10% ook de bescherming van de volksgezondheid, dus die van mensen. Om die reden dient een etiket helder en niet voor verschillende uitleg vatbaar te zijn. Chanelle heeft door onduidelijkheid in het etiket van Tribex 10% te laten bestaan, gehandeld in strijd met die norm. In dit concrete geval heeft het specifieke gevaar waartegen de norm bescherming beoogt te bieden – gevaar voor de volksgezondheid – zich verwezenlijkt doordat het middel verkeerd is toegepast met als gevolg dat residuen terecht zijn gekomen in melk bestemd voor de menselijke consumptie. Het causale verband tussen het onrechtmatige handelen van Chanelle en de gecontamineerde melk is daarmee in beginsel gegeven. Het is daarom aan Chanelle om onderbouwd te stellen dat de melk ook gecontamineerd zou zijn geraakt als op het etiket duidelijk had gestaan dat er een wachttijd voor melk gold dan wel dat het middel niet mocht worden toegediend bij melkgevend rundvee, ook niet tijdens de droogstand. Chanelle heeft in dit verband gesteld dat [A] niet heeft gehandeld op basis van het etiket, maar op basis van hetgeen bij hem bekend was omtrent de behandeling van leverbot. Chanelle heeft echter nagelaten deze stelling nader te onderbouwen en heeft daarmee niet voldaan aan haar stelplicht. Het causale verband tussen de normschending door Chanelle en de gecontamineerde melk staat daarmee in deze zaak vast.

6.13. Niet in geschil is dat (producten gemaakt van) de door [A] geleverde gecontamineerde melk moest(en) worden vernietigd om schade aan de volksgezondheid te voorkomen. Daarmee bestaat er eveneens een causaal verband tussen het onrechtmatige handelen van Chanelle en de door [A] geleden schade. Chanelle is in beginsel dan ook gehouden deze schade te vergoeden.

6.14. Met Chanelle is de rechtbank evenwel van oordeel dat de schade die [A] heeft geleden, mede het gevolg is van zijn eigen handelwijze. Gelet op de artikelen over de behandeling van leverbot in het maandblad Contact van Cono had het op de weg van [A] gelegen (bij zijn dierenarts) navraag te doen over het al dan niet toedienen van de Tribex 10% tijdens de droogstand, de daarbij mogelijk in acht te nemen wachttermijn en de hoogte van de dosering. Het kan [A] worden toegerekend dat hij dit niet heeft gedaan. De rechtbank ziet daarom aanleiding de schade te verdelen in evenredigheid met de mate waarin de aan ieder toe te rekenen omstandigheden tot de schade hebben bijgedragen. Alle omstandigheden in aanmerking genomen, komt de rechtbank in dit geval tot een gelijke verdeling van de schade over [A] en Chanelle. De onder 6.12 vastgestelde schadevergoedingsplicht van Chanelle zal derhalve met 50% worden verminderd.

6.15. Slotsom van het vorenstaande is dat Chanelle zal worden veroordeeld tot betaling aan [A] van de helft van hetgeen waartoe [A] in de hoofdzaak jegens Cono wordt veroordeeld alsmede tot betaling van de helft van de door [A] geleden schade als gevolg van de weigering van Cono om melk af te nemen.

6.16. Vanwege het feit dat de vordering van [A] slechts voor de helft wordt toegewezen, zal de rechtbank proceskosten compenseren in die zin dat elk van partijen de eigen kosten heeft te dragen.

in de zaak 170489 / HA ZA 10-828 (Chanelle / [A])

6.17. Chanelle legt aan haar vordering ten grondslag dat Hofman wanprestatie heeft gepleegd dan wel onrechtmatig heeft gehandeld jegens Chanelle door na te laten de waarschuwing omtrent de wachttijd voor melk, zoals vermeld in het goedgekeurde ontwerpetiket, op te nemen in het Nederlandse etiket voor Tribex 10%. In ieder geval had Hofman Chanelle erop moeten wijzen dat in de Nederlandse registratiebeschikking geen wachttijd voor melk was opgenomen.

6.18. Hofman is de distributeur van Chanelle in Nederland en in dat kader heeft Chanelle haar verzocht een ontwerp te maken voor het Nederlandse etiket van Tribex 10%. Ten behoeve van het ontwerp heeft Chanelle het Engelstalige etiket en de Nederlandse registratiebeschikking aan Hofman toegezonden en op basis daarvan heeft Hofman het Nederlandse etiket opgesteld. Partijen verschillen thans van mening over de afspraken die zijn gemaakt met betrekking tot de vertaalwerkzaamheden en met name over de vraag wie verantwoordelijk is voor de juiste inhoud van het etiket. Wat er verder ook zij van de afspraken tussen partijen, de rechtbank oordeelt dat de eindverantwoordelijkheid voor de juistheid van het etiket van Tribex 10% in elk geval ligt bij Chanelle. Als farmaceutisch bedrijf rust op haar een zware zorgplicht voor de veiligheid van haar producten en zij kan deze niet afschuiven op degene die de distributie van het middel c.q. de vertaling van het etiket verzorgt. De omstandigheid dat Chanelle een in Engeland gevestigd bedrijf is en geen personeel in dienst heeft dat de Nederlandse taal beheerst, ontslaat Chanelle niet van haar zorgplicht. Het is niet te aanvaarden dat een geneesmiddel in het verkeer wordt gebracht zonder dat de producent zelf kennis heeft genomen van de inhoud van de daarvoor verstrekte registratiebeschikking en de inhoud van het etiket. Anders dan Chanelle stelt, rust op Hofman als distributeur c.q vertaler ook geen verplichting om te waarschuwen voor een verschil in voorschriften tussen de Ierse en de Nederlandse registratiebeschikking. Chanelle had als producent een dergelijk verschil zelf moeten constateren.

6.19. Slotsom van het vorenstaande is dat Chanelle zelf heeft verzuimd haar zorgplicht na te komen en Hofman daarvan geen verwijt kan maken. Van wanprestatie of onrechtmatig handelen van de zijde van Hofman is dan ook geen sprake, zodat de vordering van Chanelle zal worden afgewezen.

6.20. Chanelle zal als de in het ongelijk gestelde partij in de proceskosten worden veroordeeld. De kosten aan de zijde van Hofman worden begroot op:

- vastrecht EUR 4.951,00

- salaris advocaat 7.000,00 (3,5 punten × tarief EUR 2.000 )

Totaal EUR 11.951,00

De gevorderde nakosten zijn eveneens toewijsbaar.

7. De beslissing

De rechtbank

in de zaak 157871 / HA ZA 09-758

7.1. veroordeelt [A] om aan Cono te betalen een bedrag van EUR 285.831,77 (tweehonderdvijfentachtig duizend achthonderdeenenderdig euro en zevenenzeventig eurocent), vermeerderd met de wettelijke rente over dit bedrag vanaf

2 november 2007 tot de dag van volledige betaling,

7.2. veroordeelt [A] in de proceskosten, aan de zijde van Cono tot op heden begroot op EUR 11.010,25,

7.3. verklaart dit vonnis in deze zaak tot zover uitvoerbaar bij voorraad,

7.4. wijst het meer of anders gevorderde af,

in de zaak 164339 / HA ZA 09-1744

7.5. veroordeelt Chanelle om aan [A] te betalen de helft van al hetgeen waartoe [A] in de hoofdzaak jegens Cono is veroordeeld,

7.6. veroordeelt Chanelle om aan [A] te betalen de helft van de schade die [A] heeft geleden als gevolg van de weigering door Cono om melk af te nemen, nader op te maken bij staat, en te vereffenen volgens de wet,

7.7. verklaart dit vonnis in deze zaak tot zover uitvoerbaar bij voorraad,

7.8. compenseert de proceskosten in deze zaak in die zin dat elk van partijen de eigen kosten heeft te dragen,

7.9. wijst het meer of anders gevorderde af,

in de zaak 170489 / HA ZA 10-828

7.10. wijst het gevorderde af,

7.11. veroordeelt Chanelle in de proceskosten, aan de zijde van Hofman tot op heden begroot op EUR 11.951,00,

7.12. veroordeelt Chanelle tevens in de nakosten, aan de zijde van Hofman bepaald op EUR 131,-- voor nasalaris advocaat, te vermeerderen, voor het geval betekening van dit vonnis heeft plaatsgevonden en nodig is geweest, met EUR 68,-- voor nasalaris advocaat,

7.13. verklaart dit vonnis in deze zaak voor wat betreft de proceskostenveroordeling en de veroordeling tot betaling van de nakosten uitvoerbaar bij voorraad.

Dit vonnis is gewezen door mr. Th.S. Röell, mr. M.P.E. Oomens en mr. J.H. van Woudenberg en in het openbaar uitgesproken op 20 juli 2011.