Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBHAA:2011:BR2233

Instantie
Rechtbank Haarlem
Datum uitspraak
20-07-2011
Datum publicatie
20-07-2011
Zaaknummer
15/994584-10
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Verdachte heeft als tussenpersoon/vertegenwoordigster opgetreden voor het bedrijf Life Style Pets en in die hoedanigheid een zogeheten Savannah kat, te weten een bedreigde uitheemse diersoort, vanuit de Verenigde Staten van Amerika in Nederland ingevoerd. Door de handel in bedreigde uitheemse diersoorten wordt grote schade toegebracht aan de natuurlijke populaties van die diersoorten. Ook draagt het bij aan een vermindering van de overlevingskansen van soorten in het wild.De rechtbank ziet echter aanleiding om verdachte schuldig te verklaren zonder oplegging van straf of maatregel.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK HAARLEM

Sector Strafrecht

Locatie Haarlem

Meervoudige strafkamer

Parketnummer: 15/994584-10

Uitspraakdatum: 20 juli 2011

Tegenspraak

Strafvonnis

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de openbare terechtzitting van 6 juli 2011 in de zaak tegen:

[verdachte],

geboren op [geboortedatum ] te [geboorteplaats],

wonende te [adres].

1. Tenlastelegging

Aan verdachte is ten laste gelegd:

Feit 1 primair:

zij, op of omstreeks 17 januari 2008, in elk geval in 2008, te Schiphol, gemeente Haarlemmermeer, in elk geval in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, in elk geval alleen, opzettelijk, een dier, behorende tot een beschermde uitheemse diersoort (behorende tot de door de Minister van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij aangewezen soorten als bedoeld in artikel 4 van de Regeling aanwijzing dier- en plantensoorten Flora- en faunawet en genoemd in Bijlage B van de Basisverordening EG nr. 338/97), te weten een (hybride van het kattenras) Leptailurus serval (met als genoemde (ras/soort-)naam Savannah kat en/of Ashera kat), te koop heeft/hebben gevraagd en/of heeft/hebben gekocht en/of verworven en/of vervoerd en/of binnen het grondgebied van Nederland heeft/hebben gebracht en/of heeft/hebben doen of laten brengen.

Feit 1 subsidiair:

Life Style Pets en/of [betro[betrokkene], op of omstreeks 17 januari 2008, in elk geval in 2008, te Schiphol, gemeente Haarlemmermeer, in elk geval in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, in elk geval alleen, opzettelijk, een dier, behorende tot een beschermde uitheemse diersoort (behorende tot de door de Minister van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij aangewezen soorten als bedoeld in artikel 4 van de Regeling aanwijzing dier- en plantensoorten Flora- en faunawet en genoemd in Bijlage B van de Basisverordening EG nr. 338/97), te weten een (hybride van het kattenras) Leptailurus serval (met als genoemde (ras-/soort)naam Savannah kat en/of Ashera kat), te koop heeft/hebben gevraagd en/of heeft/hebben gekocht en/of verworven en/of vervoerd en/of binnen het grondgebied van Nederland heeft/hebben gebracht en/of heeft/hebben doen of laten brengen,

bij en/of tot het plegen van bovenomschreven misdrijf zij, verdachte, toen aldaar door op te treden als tussenpersoon (tussen de verkoper -zijnde genoemde Life Style Pets en/of [betrokkene]- en de koper -zijnde [medeverdachte]) en/of als ontvangstadres en/of vervoerder, opzettelijk behulpzaam is geweest en/of gelegenheid en/of middelen en/of inlichtingen heeft verschaft.

2. Voorvragen

De rechtbank heeft vastgesteld dat de dagvaarding geldig is en dat zijzelf bevoegd is tot kennisneming van de zaak.

Verdachte heeft aangevoerd dat het openbaar ministerie niet-ontvankelijk in de vervolging dient te worden verklaard, nu het ten laste gelegde feit in januari 2008 heeft plaatsgevonden en de terechtzitting pas drie jaar later plaatsvindt. De rechtbank deelt dit standpunt niet. Volgens vaste jurisprudentie van de Hoge Raad leidt overschrijding van de redelijke termijn immers in beginsel niet tot niet-ontvankelijkheid van het openbaar ministerie in de vervolging. Ook overigens acht de rechtbank het openbaar ministerie ontvankelijk in de vervolging.

De rechtbank heeft tot slot vastgesteld dat er geen redenen zijn voor schorsing van de vervolging.

3. Vordering van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gerekwireerd tot bewezenverklaring van het primair ten laste gelegde feit en gevorderd dat verdachte ter zake daarvan zal worden veroordeeld tot een voorwaardelijke geldboete van zevenhonderd en vijftig (750) euro, subsidiair vijftien dagen hechtenis.

4. Bewijs

4.1. Redengevende feiten en omstandigheden

De rechtbank komt tot bewezenverklaring van het primair ten laste gelegde feit op grond van de volgende bewijsmiddelen.

In november 2007 kwam verdachte in contact met de heer [betrokkene] (hierna te noemen: [betrokkene]) van Life Style Pets in Californie. Dit bedrijf verkoopt zogenaamde Ashera katten. Het betreft hier dieren die het product zijn van een – al dan niet doorgefokte – kruising tussen een gewone gedomesticeerde kat en een wilde katachtige. Deze kruising is aanzienlijk groter dan een gewone gedomesticeerde kat en heeft een meer roofdierachtig uiterlijk. Op verzoek van [betrokkene] werd verdachte vertegenwoordigster van zijn bedrijf. Verdachte was de contactpersoon tussen de Nederlandse klanten / geïnteresseerden en Life Style Pets. Verdachte kreeg hiervoor ook betaald.

In januari 2008 kwam zij in contact met [medeverdachte] (hierna te noemen: [medeverdachte]), die een Ashera kat wilde kopen. [medeverdachte] heeft twee keer telefonisch contact gehad met een persoon van Life Style Pets in de Verenigde Staten van Amerika en verder zijn alle contact met het bedrijf via verdachte gegaan. [medeverdachte] heeft vervolgens bij Life Style Pets een Ashera kat gekocht voor $ 27.000,- en heeft dit bedrag aan Life Style Pets overgemaakt.

Vanaf het moment van de aankoop van de kat hadden verdachte en [medeverdachte] dagelijks contact, waarbij verdachte hem op de hoogte hield van de voortgang van de levering van de kat naar Nederland. Daarbij kwamen verdachte en [medeverdachte] overeen dat verdachte de kat zou ophalen op Schiphol en dat de kat vervolgens onder begeleiding van verdachte bezorgd zou worden bij [medeverdachte].

Op 17 januari 2008 werden op de luchthaven Schiphol, gemeente Haarlemmermeer, vanuit Amerika drie katten aangevoerd, waarvan er één was bestemd voor Nederland. Voor de invoer van deze kat was geen export- en importvergunning op grond van de zogeheten Convention on International Trade in Endangered Species of Wild Fauna en Flora (hierna te noemen: CITES) verleend of aangevraagd. Deze kat, genaamd Ebony, had een chip met nummer 0A10394A1A. Verdachte kwam de kat op 17 januari 2008 op Schiphol ophalen en heeft tevens een elektronische invoeraangifte laten opmaken voor de kat. Bij de invoeraangifte werden door verdachte diverse stukken overgelegd waaronder een Air Way bill van de KLM en een gezondheidscertificaat waarop verdachte als consignee wordt genoemd. De kat is door de douane in beslag genomen en de zaak is overgedragen aan de Algemene Inspectie Dienst (hierna te noemen: AID) voor nader onderzoek.

Verdachte heeft, kort na inbeslagneming van de kat, tegen verbalisant [verbalisant] van de AID verklaard dat het om een zogenaamde Ashera kat ging en dat dit een kruising betrof tussen een Serval, een Bengalese kat en een “domestic short hair”. Voorts heeft verdachte verklaard dat het een kat betrof in de F1, uiterlijk F2 generatie.

Uit onderzoek van het Nederlands Forensisch Instituut is gebleken dat de kat een nakomeling is van een kruising tussen een Serval, oftewel een Leptailures serval, (genaamd Ace) en een gedomesticeerde huiskat (genaamd Jazz). De fokker van de kat is niet Life Style Pets, maar de heer [betrokkene 2] van het bedrijf Cutting Edge Cats. Katten als de onderhavige worden door The International Cats Association (TICA) aangemerkt als Savannah katten. De zogeheten Ashera kat wordt niet door TICA als ras erkend.

De Leptailures serval is op grond van artikel 5 van de Flora- en faunawet, juncto artikel 4, tweede lid, onder a, van de Regeling aanwijzing dier- en plantensoorten Flora- en faunawet, een beschermde uitheemse diersoort. De Leptailures serval behoort tot de orde van de Felidae. De gehele orde van de Felidae is opgenomen in bijlage B bij de Basisverordening (Verordening (EG) nr. 338/97).

4.2. Bewijsoverweging

Verdachte heeft aangevoerd dat zij dient te worden vrijgesproken van het ten laste gelegde feit omdat elk opzet ontbreekt.

Met betrekking tot dit verweer overweegt de rechtbank dat volgens vaste jurisprudentie in vergelijkbare zaken (zie onder meer Hoge Raad van 24 april 2007, LJN AZ8783) niet is vereist dat het opzet gericht dient te zijn op het zonder vergunning te koop vragen, kopen, vervoeren en invoeren van een beschermde uitheemse diersoort. Voldoende is dat verdachte het opzet had op de ten laste gelegde handelingen. Dat bij verdachte sprake is geweest van het opzet op de hieronder bewezen te verklaren handelingen is naar het oordeel van de rechtbank, zoals uit de redengevende feiten en omstandigheden volgt, wettig en overtuigend bewezen.

4.3. Bewezenverklaring

Gezien het bovenstaande acht de rechtbank wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het primair ten laste gelegde feit heeft begaan, in dier voege dat:

zij omstreeks 17 januari 2008, in elk geval in 2008, te Schiphol, gemeente Haarlemmermeer, in elk geval in Nederland, tezamen en in vereniging met anderen opzettelijk een dier, behorende tot een beschermde uitheemse diersoort (behorende tot de door de minister van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij aangewezen soorten als bedoeld in artikel 4 van de Regeling aanwijzing dier- en plantensoorten Flora- en faunawet en genoemd in Bijlage B van de Basisverordening EG nr. 338/97), te weten een hybride van het kattenras Leptailurus serval (met als genoemde naam Savannah kat en Ashera kat) heeft vervoerd en binnen het grondgebied van Nederland heeft gebracht.

Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, leest de rechtbank de tenlastelegging verbeterd. Blijkens het verhandelde op de terechtzitting is de verdachte daardoor niet geschaad in haar verdediging.

Hetgeen aan verdachte primair meer of anders is ten laste gelegd dan hier als bewezen is aangenomen, is niet bewezen. De verdachte moet hiervan worden vrijgesproken.

5. Strafbaarheid van het feit

Het bewezen verklaarde levert op:

Primair:

Medeplegen van opzettelijke overtreding van een voorschrift gesteld bij artikel 13, eerste lid, van de Flora- en faunawet.

6. Strafbaarheid van verdachte

Verdachte heeft aangegeven dat er sprake is van rechtsdwaling. De rechtbank verwerpt dit verweer. De rechtbank is van oordeel dat verdachte met betrekking tot de rechtmatigheid van de invoer van de kat lichtvaardig heeft vertrouwd op de uiterst summiere informatie van Life Style Pets. Omdat het hier ging om de invoer van een zeer bijzondere kat, rustte op verdachte, naar het oordeel van de rechtbank een zware onderzoeksplicht. Verdachte had de plicht omtrent de herkomst en de afstamming van de kat zorgvuldig (nader) onderzoek te doen en zich vervolgens ervan te vergewissen of voor de invoer van de kat ook een vergunning was vereist. Had verdachte zorgvuldig onderzoek gedaan naar de herkomst en de afstamming van de kat – een eis die men mag stellen aan iemand die zich beroepshalve bezighoudt met de invoer van exotische katten – dan had zij geweten dat voor de invoer van deze kat wel degelijk een CITES-vergunning was vereist.

7. Motivering van de toepassing van artikel 9a van het Wetboek van Strafrecht

Bij de beslissing over de sanctie die aan verdachte moet worden opgelegd, heeft de rechtbank zich laten leiden door de aard en de ernst van het bewezen verklaarde en de omstandigheden waaronder dit is begaan, alsmede de persoon van verdachte, zoals van een en ander uit het onderzoek ter terechtzitting is gebleken.

Verdachte heeft als tussenpersoon/vertegenwoordigster opgetreden voor het bedrijf Life Style Pets en in die hoedanigheid een zogeheten Savannah kat, te weten een bedreigde uitheemse diersoort, vanuit de Verenigde Staten van Amerika in Nederland ingevoerd. Door de handel in bedreigde uitheemse diersoorten wordt grote schade toegebracht aan de natuurlijke populaties van die diersoorten. Ook draagt het bij aan een vermindering van de overlevingskansen van soorten in het wild.

De rechtbank ziet echter aanleiding om verdachte schuldig te verklaren zonder oplegging van straf of maatregel. Hierbij heeft de rechtbank van belang geacht dat de redelijke termijn, zonder dat sprake is van enige verontschuldigbare omstandigheid, tussen het gepleegde feit en de behandeling van de strafzaak inmiddels geruime tijd is overschreden. De invoer van de kat vond plaats op 17 januari 2008, terwijl verdachte eerst in mei 2011 door het openbaar ministerie is gedagvaard. Daarbij is de rol van verdachte bij de invoer beperkt gebleven. Het ging immers niet om een door haar verkochte of gekochte kat. Voorts is verdachte niet eerder veroordeeld voor een dergelijk strafbaar feit. Gelet op al deze omstandigheden is de rechtbank van oordeel dat het opleggen van straf – al dan niet in voorwaardelijke vorm – geen strafrechtelijk doel meer dient.

8. Toepasselijke wettelijke voorschriften

De volgende wetsartikelen zijn van toepassing:

- 47 van het Wetboek van Strafrecht;

- 1a, 2 en 6 van de Wet op de economische delicten;

- 5 en 13 van de Flora- en faunawet;

- 4 van de Regeling aanwijzing dier- en plantensoorten Flora- en faunawet.

9. Beslissing

De rechtbank:

Verklaart bewezen dat verdachte het primair ten laste gelegde feit heeft begaan zoals hiervoor onder 4.3. weergegeven.

Verklaart niet bewezen wat aan verdachte primair meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven als bewezen is aangenomen en spreekt verdachte daarvan vrij.

Bepaalt dat het bewezen verklaarde feit het hierboven onder 5. vermelde strafbare feit oplevert.

Verklaart verdachte hiervoor strafbaar.

Bepaalt dat aan verdachte geen straf of maatregel zal worden opgelegd.

Samenstelling rechtbank en uitspraakdatum

Dit vonnis is gewezen door

mr. M.J. Kronenberg, voorzitter,

mr. M.E. Fortuin en mr. S. Jongeling, rechters,

in tegenwoordigheid van de griffier mr. A.M.W. Martens,

en uitgesproken op de openbare terechtzitting van 20 juli 2011.