Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBHAA:2011:BR2185

Instantie
Rechtbank Haarlem
Datum uitspraak
21-06-2011
Datum publicatie
19-07-2011
Zaaknummer
176594-2010-4244
Rechtsgebieden
Personen- en familierecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Adoptie. Omzetting van Haitiaanse adoptie naar Nederlands adoptie. Aanhouding in afwachting van stukken.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK HAARLEM

Sector civiel

familie- en jeugdrecht

erkenning adoptie

Zaak-/rekestnr.: 176594/2010-4244

beschikking van de meervoudige kamer voor familiezaken van 21 juni 2011

gegeven op het verzoek van:

[naam verzoekster]

wonende te Haarlem,

hierna mede te noemen: verzoekster,

advocaat: mr. E.C.H. de Leon, kantoorhoudende te Haarlem,

strekkende tot

A:

primair: te verklaren voor recht dat verzoekster is belast met het gezag (de voogdij) over [naam minderjarige] (hierna mede te noemen: de minderjarige), geboren op [datum] 2005 te [plaats] (Haïti);

subsidiair: verzoekster te belasten met het gezag over voormelde minderjarige

B:

primair: de erkenning uit te spreken van de Haïtiaanse adoptie van voormelde minderjarige door verzoekster en deze om te zetten in een adoptie naar Nederlands recht.

subsidiair: de adoptie uit te spreken van voormelde minderjarige door verzoekster.

1 Verloop van de procedure

1.1 Voor het verloop van de procedure verwijst de rechtbank naar de volgende stukken:

- het op 15 december 2010 ter griffie van deze rechtbank ontvangen verzoekschrift met bijlagen.

1.2 het verzoek is behandeld ter terechtzitting van 28 april 2011 in aanwezigheid van verzoekster, bijgestaan door haar advocaat.

1.3 Ter terechtzitting heeft de rechtbank de hierna vermelde uitspraak gedaan:

Verklaart voor recht dat wordt erkend de beslissingen, zoals vervat in het overgelegde stuk “Première Expedition relative aux registres de l’etat civil de la commune de Kenscoff” van [datum] 2008”, tot de adoptie naar het recht van Haïti van de minderjarige van het mannelijk geslacht:

[naam minderjarige],

oorspronkelijk genaamd [naam minderjarige],

geboren op [datum] 2005 in [plaats], Haïti,

door verzoekster voornoemd, met ingang van 28 april 2011.

Gelast de ambtenaar van de burgerlijke stand van de gemeente 's-Gravenhage de akte van geboorte van de minderjarige nummer [nummer] in te schrijven.

Verstaat dat de volledige namen van de minderjarige naar Nederlands recht zullen (blijven) luiden [naam minderjarige].

2 De vaststaande feiten

2.1 Verzoekster is geboren op [datum] 1965 te [plaats] en heeft de Nederlandse nationaliteit.

2.2 De Minister van Justitie heeft op 7 augustus 2007 aan verzoekster toestemming verleend voor het opnemen ter adoptie van [naam minderjarige].

Deze toestemming is op 19 januari 2010 verlengd en is geldig tot 31 december 2011.

2.3 Uit de door de bevoegde autoriteiten opgemaakte geboorteakte genummerd [nummer] blijkt dat op [datum] 2005 is in [plaats] Haïti geboren [naam minderjarige], als zoon van [naam] en [naam].

2.4 Uit het “Extrait des Minutes du Greffe de Tribunal de paix de la Commmune de Kenscoff” van [datum] 2007 (prod.11), blijkt dat de minderjarige door zijn ouders ter verzorging is afgestaan “à la crêche [naam kindertehuis], dirrigée par la dame [naam] ce, à charge par elle de prodiguer des soins que nécessite son état.

2.5 Uit de Nederlandse vertaling van een ander “Extrait des Minutes du Greffe de Tribunal de paix de la Commmune de Kenscoff” eveneens van [datum] 2007 (prod.13), blijkt dat de ouders verklaard hebben dat zij niet in staat zijn te voorzien in het levensonderhoud van het kind vanwege hun onzekere economische situatie en dat zij dientengevolge voornemens zijn de zorg voor het kind toe te vertrouwen en deze ook daadwerkelijk toevertrouwen aan het kindertehuis “[naam kindertehuis]”, gelegen aan de [adres], geleid door mevrouw [naam], die het kind de zorg dient te geven die het in zijn toestand nodig heeft en die tegelijkertijd een buitenlands of Haïtiaans gezin dient te vinden dat het kind wenst te adopteren conform het decreet van 4 april 1974 betreffende adoptie.

2.6 Uit het door verzoekster overgelegde afschrift van de “Première Expedition relative aux registres de l’etat civil de la commune de Kenscoff” van [datum] 2008, blijkt dat het proces-verbaal van de adoptie naar Haïtiaanse recht is bekrachtigd. Hierbij is de adoptie van de minderjarige door verzoekster naar het recht van Haïti tot stand gekomen.

2.7 Conform artikel 14 van de Haïtiaanse adoptiewet werd aan de oorspronkelijke naam van de minderjarige de geslachtsnaam van verzoekster toegevoegd, zodat de minderjarige sinds de adoptie naar het recht van Haïti is genaamd:

[naam minderjarige].

2.8 De adoptie naar het recht van Haïti heeft plaatsgevonden met inachtneming van de bepalingen van de Wet opneming buitenlandse kinderen ter adoptie.

2.9 De minderjarige heeft met het doel van adoptie zijn geboorteland mogen verlaten.

2.10 Uit het overgelegde uittreksel GBA van de gemeente [plaats] blijkt dat de minderjarige sinds [datum] 2009 op het adres van verzoekster staat ingeschreven.

2.11 De minderjarige is het eerste kind tot wie verzoekster in familierechtelijke betrekking komt te staan.

2.11 De Raad voor de Kinderbescherming is in kennis gesteld van het verzoek.

3 Beoordeling van het verzoek

3.1 Verzoekster heeft er ter zitting mee ingestemd dat de rechtbank eerst onderdeel B van het verzoekschrift zal behandelen en vervolgens zal beslissen op haar verzoek zoals vermeld onder A.

3.2 De adoptie van een minderjarige in Haïti wordt geregeld op grond van de bepalingen van de Haïtiaanse Adoptiewet van 4 april 1974. Uit art. 16 van deze wet blijkt dat de familierechtelijke banden tussen het geadopteerde kind en zijn biologische ouders niet worden verbroken, zodat er sprake is van een zogenaamde zwakke adoptie.

Verzoekster vraagt daarom primair naast erkenning van de Haïtiaanse (zwakke) adoptie tevens omzetting van de Haïtiaanse adoptie in een sterke adoptie naar Nederlands recht,

Gelet op de twee afzonderlijke onderdelen van het primaire verzoek, zal de rechtbank eerst een beslissing geven op de erkenning van de (zwakke) Haïtiaanse adoptie.

de erkenning van de (zwakke) Haïtiaanse adoptie

het wettelijke kader

3.3 Op het verzoek tot erkenning van de (zwakke) Haïtiaanse adoptie is van toepassing de Wet conflictenrecht adoptie (Wet van 3 juli 2003, houdende een regeling van het conflictenrecht inzake adoptie en erkenning van buitenlandse adopties, Staatsblad 2003, 283, hierna als de WCAd aangeduid), welke wet met ingang van 1 januari 2004 in werking is getreden.

3.4 Uit de “Première Expedition relative aux registres de l’etat civil de la commune de Kenscoff”, van [datum] 2008, blijkt dat de minderjarige naar het recht van Haïti is geadopteerd door verzoekster. Deze adoptie is volgens voormelde “Expedition” in het adoptieregister van 2008 geregistreerd onder nummer [nummer] op bladzijde [nummer])

Ten aanzien van het verzoek tot erkenning

3.5 Het verzoek strekt tot afgifte van een verklaring voor recht, die inhoudt dat vermelde beslissing tot adoptie voldoet aan de voorwaarden voor erkenning van de WCAd.

3.6 De rechtbank heeft ter zitting van 28 april 2011 vastgesteld dat de beslissingen zoals vervat in het overgelegde stuk “Première Expedition relative aux registres de l’etat civil de la commune de Kenscoff” van [datum] 2008, voldoen aan de voorwaarden voor erkenning als bedoeld in artikel 7, eerste lid, van de WCAd.

3.7 De rechtbank zal op de voet van artikel 7, derde lid, van de WCAd, de ambtenaar van de burgerlijke stand van de gemeente ’s-Gravenhage gelasten een latere vermelding van de adoptie aan de daarvoor in aanmerking komende akte van de burgerlijke stand toe te voegen.

de omzetting van de Haïtiaanse adoptie in een adoptie naar Nederlands recht.

3.8 Verzoekster heeft de rechtbank verzocht de in voormelde stukken vervatte (zwakke) adoptie naar het recht van Haïti om te zetten in een (sterke) adoptie naar Nederlands recht. Zij heeft daartoe aangevoerd dat de adoptie naar het recht van Haïti niet tot gevolg heeft dat de voordien bestaande familierechtelijke betrekkingen tussen de minderjarige en zijn verwanten werden verbroken. Verzoekster stelt belang te hebben bij deze omzetting, aangezien tussen de minderjarige en haar een juridische band zal ontstaan en de minderjarige na omzetting van rechtswege de Nederlandse nationaliteit zal verkrijgen.

3.9 Artikel 8, tweede lid, van de WCAd bepaalt dat ingeval de adoptie in de staat waar zij plaatsvond niet tot gevolg heeft dat de voordien bestaande familierechtelijke bepalingen worden verbroken, de adoptie ook in Nederland dat gevolg mist.

3.10 Artikel 9 WCAd bepaalt dat in het in artikel 8, tweede lid, bedoelde geval een verzoek tot omzetting in een adoptie naar Nederlands recht kan worden ingediend, indien het kind in Nederland zijn gewone verblijfplaats heeft en daar voor permanent verblijf bij de adoptieouder(s) is toegelaten.

3.11 Naar het oordeel van de rechtbank heeft verzoekster een gerechtvaardigd belang bij haar verzoek. De rechtbank acht het verzoek echter vooralsnog niet voor toewijzing vatbaar..

Vast staat dat de minderjarige sinds [datum] 2009 in Nederland (gemeente [plaats]) staat ingeschreven. Verzoekster heeft voor hem op de datum van inschrijving tevens een verblijfsvergunning op grond van art. 14, VW 2000 aangevraagd, maar heeft verzuimd een bewijsstuk over te leggen waaruit blijkt of, en zo ja, voor welke periode, een verblijfsvergunning is verstrekt.

In afwachting van een dergelijk bewijsstuk, gaat de rechtbank er vooralsnog vanuit dat aan de minderjarige een verblijfvergunning voor een bepaalde tijd is verleend om verzoekster de mogelijkheid te bieden de adoptieprocedure in Nederland en naar Nederlands recht in gang te zetten. De Minister van Justitie heeft immers de op 7 augustus 2007 aan verzoekster verleende toestemming de minderjarige ter adoptie op te nemen op 19 januari 2010 verlengd tot 31 december 2011. Adoptie naar Nederlands recht biedt de minderjarige de mogelijkheid van verkrijging van het Nederlanderschap en het recht op permanent verblijf in Nederland.

Nu nog niet kan worden geoordeeld of is voldaan aan de vereisten van artikel 9 WCAd zal de rechtbank verzoekster in de gelegenheid stellen een kopie van de geldige verblijfsvergunning van de minderjarige over te leggen.

3.12 Daarnaast is voor de rechtbank nog onvoldoende duidelijk geworden of aan de overige vereisten voor omzetting van de zwakke adoptie naar Haïtiaans recht naar een adoptie naar Nederlands recht is voldaan. De rechtbank verwijst daartoe naar artikel 3, tweede lid, WCAd, dat van overeenkomstige toepassing is op de toestemming van de ouders wier toestemming tot de adoptie vereist was.

Het verzoek tot omzetting van de (zwakke) Haïtiaanse adoptie naar een (sterke) adoptie naar Nederlands recht zal daarom worden aangehouden nu de instemming van de biologische ouders aangaande de verbreking van de voordien bestaande familierechtelijke betrekkingen tussen de minderjarige en zijn biologische ouders, ontbreekt.

De rechtbank zal de advocaat van verzoekster alsnog in de gelegenheid stellen een verklaring van de ouders hieromtrent in het geding te brengen, dan wel aan te geven welke inspanningen zijn getroost om de ouders te traceren en met welk resultaat.

Ten aanzien van de naam

3.10 Aangezien de voornaam dan wel de voornamen en de geslachtsnaam van een natuurlijk kind worden bepaald door het recht van de staat waarvan hij de nationaliteit draagt, in casu de Haïtiaanse, moeten deze namen hier te lande worden geëerbiedigd, althans totdat de adoptiebeschikking zal zijn ingeschreven in de registers van de burgerlijke stand.

Geboortegegevens minderjarige

3.11 Bij de stukken bevindt zich een overeenkomstig de plaatselijke voorschriften door de daartoe bevoegde instantie opgemaakte “acte de naissance” van de minderjarige, genummerd [nummer].

Ingevolge het bepaalde in artikel 7, derde lid, van de WCAd juncto artikel 1:25, vijfde lid, boek 1, van het Burgerlijk Wetboek zal de rechtbank gelasten dat deze akte wordt ingeschreven in het register van geboorten van de gemeente 's-Gravenhage.

gezag

Nu de (zwakke) adoptie naar Haïtiaanse recht door deze rechtbank wordt erkend, staat vast dat verzoekster het gezag over de minderjarige heeft gekregen en heeft verzoekster geen belang meer bij haar verzoek met betrekking tot het gezag.

De verklaring voor recht zoals hieronder wordt weergegeven is ter terechtzitting van 28 april 2011 reeds mondeling uitgesproken.

4 Beslissing

De rechtbank:

4.1 Legt vast de mondelinge uitspraak gedaan op 28 april 2011 die luidde als volgt:

Verklaart voor recht dat wordt erkend de beslissingen, zoals vervat in het overgelegde stuk “Première Expedition relative aux registres de l’etat civil de la commune de Kenscoff” van [datum] 2008”, tot de adoptie naar het recht van Haïti van de minderjarige van het mannelijk geslacht:

[naam minderjarige],

oorspronkelijk genaamd [naam minderjarige],

geboren op [datum] 2005 in [plaats], Haïti,

door verzoekster voornoemd, met ingang van 28 april 2011.

Gelast de ambtenaar van de burgerlijke stand van de gemeente 's-Gravenhage de akte van geboorte van de minderjarige nummer [datum] in te schrijven.

Verstaat dat de volledige namen van de minderjarige naar Nederlands recht zullen (blijven) luiden [naam minderjarige].

4.2 Houdt aan de beslissing tot omzetting van een zwakke adoptie naar het recht van Haïti in een sterke adoptie naar Nederlands recht.

4.3 Bepaalt de voortzetting van de behandeling ter terechtzitting op 11 augustus 2011 PRO FORMA.

4.4 Verzoekt mr. E.C.H. de Leon een verklaring van de biologische ouders aan de rechtbank te overleggen dan wel een verklaring over te leggen waaruit blijkt welke inspanningen zijn getroost om de biologische ouders te traceren en met welk resultaat, een en ander conform rechtsoverweging 3.12, alsmede een kopie van de verblijfsvergunning van de minderjarige.

4.5 Bepaalt dat het schriftelijk bericht uiterlijk op 4 augustus 2011 door de rechtbank ontvangen dient te zijn.

4.6 Wijst af het verzoek met betrekking tot het gezag.

4.7 Draagt de griffier op niet eerder dan drie maanden na de dag van de mondelinge uitspraak (te weten 28 april 2011) waarbij de (zwakke) adoptie voor recht is verklaard -en indien daartegen geen hoger beroep is ingesteld- een afschrift van deze beschikking te zenden aan de ambtenaar van de burgerlijke stand van de gemeente ’s-Gravenhage.

Deze beschikking is gegeven door mr. R.A. Otter, tevens kinderrechter, en mr. M. Flipse en mr. E.J van Keken, tevens kinderrechters, in tegenwoordigheid van M.P. Joukes, griffier, en in het openbaar uitgesproken op 21 juni 2011.

Tegen deze beschikking kan – voor zover er definitief is beslist – door tussenkomst van een advocaat hoger beroep worden ingesteld bij het gerechtshof te Amsterdam. De verzoekende partij en verschenen belanghebbenden dienen het hoger beroep binnen de termijn van drie maanden na de dag van de uitspraak in te stellen. Andere belanghebbenden dienen het beroep in te stellen binnen drie maanden na de betekening van deze beschikking of nadat deze hun op andere wijze bekend is geworden.