Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBHAA:2011:BR2182

Instantie
Rechtbank Haarlem
Datum uitspraak
21-03-2011
Datum publicatie
19-07-2011
Zaaknummer
178638 - FA RK 11-532
Rechtsgebieden
Personen- en familierecht
Bijzondere kenmerken
Voorlopige voorziening
Inhoudsindicatie

IPR / voorlopige voorzieningen. De vrouw is enkele maanden geleden naar Frankrijk vertrokken.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
EB 2012/24
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK HAARLEM

Sector civiel

familie- en jeugdrecht

voorlopige voorzieningen

zaak-/rekestnr.: 178638 / FA RK 11-532

beschikking van de enkelvoudige kamer voor familiezaken van 21 maart 2011

in de zaak van:

[naam man],

wonende te [plaats],

hierna te noemen: de man,

advocaat mr. M.J.P.M. Schellekens, kantoorhoudende te Amsterdam,

tegen

[naam vrouw],

in de huwelijksakte genaamd: [naam vrouw],

volgens het uittreksel GBA wonende te [plaats],

verblijvende op het adres: [adres] (Frankrijk),

hierna te noemen: de vrouw.

1 Procedure

1.1 Het verloop van de procedure blijkt uit het verzoekschrift, met bijlagen, van de man van 14 februari 2011, ingekomen op 15 februari 2011.

1.2 De behandeling van de zaak heeft plaatsgevonden op de zitting van 14 maart 2011 in aanwezigheid van partijen, de man bijgestaan door mr. M.J.P.M. Schellekens.

2 Beoordeling

ontvankelijkheid van het verzoek

2.1 De man vraagt een voorlopige voorziening voor de minderjarige kinderen van partijen en de in Nederland gelegen echtelijke woning. Hij stelt dat partijen op

[datum] 2001 te [plaats] (Marokko) in het huwelijk zijn getreden, welk huwelijk in Nederland rechtsgeldig is, ook al is dit huwelijk niet in Nederland ingeschreven. Hij wil, nu de vrouw naar Frankrijk is vertrokken, voor de kinderen zorgen.

2.2 De vrouw heeft zich ter zitting op het standpunt gesteld dat er geen sprake is van een rechtsgeldig huwelijk tussen partijen, nu zij alleen in Marokko zijn gehuwd en dit huwelijk niet in Nederland is ingeschreven. De vrouw stelt alleen het gezag over de kinderen te hebben, om welke reden het verzoek van de man dient te worden afgewezen. De vrouw wil de kinderen meenemen naar Frankrijk.

2.3 Aan de orde is allereerst de vraag of er sprake is van een rechtsgeldig huwelijk tussen partijen, dat in Nederland kan worden erkend. De man heeft ter onderbouwing verwezen naar een door hem in het geding gebracht afschrift van een authentieke huwelijksakte. Hij is bereid de originele akte in het geding te brengen. De vrouw betwist het bestaan van de akte en het naar Marokkaans recht rechtsgeldige huwelijk niet. De rechtbank is van oordeel dat het naar Marokkaans rechtsgeldige huwelijk tussen partijen op grond van artikel 5 van de Wet Conflictenrecht huwelijk als zodanig in Nederland dient te worden erkend nu niet is gesteld of gebleken dat sprake is van onverenigbaarheid met de openbare orde in de zin van artikel 6 van voornoemde wet.

2.4 De man is dan ook ontvankelijk in zijn verzoek tot het treffen van voorlopige voorzieningen.

rechtsmacht en toepasselijk recht

2.5 Gelet op de internationale aspecten van de zaak, beide partijen hebben de Marokkaanse nationaliteit en de vrouw verblijft sinds enkele weken – al dan niet tijdelijk – bij haar ouders in Frankrijk, zal de rechtbank beoordelen in hoeverre zij rechtsmacht heeft en welk recht van toepassing is op de verzoeken.

2.6 De rechtbank is bevoegd, nu zij bevoegd is ten aanzien van de echtscheidingsprocedure en omdat de gewone verblijfplaats van partijen is gelegen in [plaats], de minderjarigen hun gewone verblijfplaats in Nederland hebben en de echtelijke woning is gelegen in Nederland.

2.7 Op de verzoeken zal de rechtbank Nederlands recht toepassen, nu de minderjarigen hun gewone verblijfplaats in Nederland hebben en de echtelijke woning is gelegen in Nederland.

echtelijke woning

2.8 Nu de vrouw heeft verklaard geen bezwaar te hebben tegen toewijzing van de verzochte voorlopige voorzieningen met betrekking tot toekenning van het uitsluitend gebruik van de echtelijke woning, zal het verzoek daartoe worden toegewezen.

toevertrouwing minderjarigen

2.9 De man heeft verzocht te bepalen dat de minderjarigen aan hem worden toevertrouwd. Hij heeft hiertoe gesteld dat de minderjarigen momenteel bij hem verblijven in [plaats], dat de minderjarigen daar naar school gaan en dat hij altijd (mede) de zorg heeft gehad voor de kinderen. De vrouw verblijft regelmatig langere perioden bij haar familie in Frankrijk. De man is bang dat de vrouw de minderjarigen mee zal nemen naar Frankrijk. Hij stelt dat de vrouw niet goed voor de kinderen zorgt, zij heeft last van aanvallen, en dat de gesteldheid van de vrouw in het verleden reden was voor inschakeling van Bureau Jeugdzorg. Het gaat nu goed met de kinderen en er is geen bemoeienis van Jeugdzorg meer nodig.

2.10 De vrouw betwist de stellingen van de man. Er was sprake van huiselijk geweld. De vrouw heeft hiervan aangifte gedaan in 2009. Zij heeft de kinderen al twee maanden niet gezien. Volgens de moeder horen de kinderen bij hun moeder te zijn. Zij heeft bovendien van familie en van de kinderen zelf gehoord dat het niet goed met ze gaat en dat ze bij hun moeder willen zijn.

2.11 Naar Nederlands recht worden ouders geacht het ouderlijk gezag te hebben over de staande het huwelijk geboren kinderen. De man kan dus worden geacht het gezag te hebben over de minderjarigen. Gelet op de betwisting door de vrouw overweegt de rechtbank ten overvloede dat hij derhalve bevoegd is om toevertrouwing van de minderjarigen te verzoeken.

2.12 Vast staat dat de vrouw enige maanden geleden is vertrokken naar Frankrijk. De toedracht van de feitelijke scheiding van partijen is niet helder. De vrouw voert huiselijk geweld aan, wat de man ontkent. Hij stelt dat de vrouw aanvallen had, niet goed zorgde voor de kinderen en sterk is veranderd. Wat daar ook van zij: voor de rechtbank is niet komen vast te staan dat de kinderen het op dit moment niet goed zouden maken, afgezien van de omstandigheid dat er nauwelijks contact is met de moeder. Niet is duidelijk in welk opzicht de kinderen belang zouden hebben bij wijziging van de situatie, bijvoorbeeld door emigratie naar Frankrijk, waarbij zij naast een scheiding van de ouders afscheid zouden moeten nemen van de zorg door de vader, school, vriendjes en familie in Nederland. Nog daargelaten dat zij zich zullen moeten aanpassen aan een andere taal en cultuur.

2.13 Onder de gegeven omstandigheden zal de rechtbank het verzoek van de man om toevertrouwing van de minderjarigen, het belang van de kinderen mede in aanmerking genomen, toewijzen.

3 Beslissing

De rechtbank:

3.1 Bepaalt dat de minderjarigen:

- [naam minderjarige], geboren op [datum] 2003 te [plaats] (Frankrijk),

- [naam minderjarige], althans [naam minderjarige], geboren op [datum] 2005 te [plaats] (Frankrijk),

worden toevertrouwd aan de man, met bevel tot afgifte van de minderjarigen, indien deze niet reeds in de macht van de man mochten zijn.

3.2 Bepaalt dat de man bij uitsluiting gerechtigd zal zijn tot het gebruik van de echtelijke woning en de zich daarin bevindende inboedelgoederen aan de [adres] met bevel dat de vrouw die woning dient te verlaten en deze verder niet mag betreden.

3.3 Verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad.

Deze beschikking is gegeven door mr. A. Roelvink-Verhoeff, rechter, in tegenwoordigheid van mr. A. Blijleven, griffier, en in het openbaar uitgesproken op 21 maart 2011.

Tegen deze beschikking staat geen rechtsmiddel open.