Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBHAA:2011:BR1698

Instantie
Rechtbank Haarlem
Datum uitspraak
13-07-2011
Datum publicatie
15-07-2011
Zaaknummer
15/800357-11
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Promis; mensensmokkel; 359a Strafvordering; 126nd Strafvordering; vordering verstrekking historische gegevens; plankvordering; doorlopende vordering.

De raadsman van verdachte heeft betoogd dat verdachte van het hem ten laste gelegde feit dient te worden vrijgesproken, omdat het bewijsmateriaal - meer in het bijzonder de door de KLM verstrekte vlucht- en boekingsgegevens - onrechtmatig is verkregen. De raadsman heeft daartoe - zakelijk weergegeven - gesteld dat sprake is van een vormverzuim in de zin van artikel 359a van het Wetboek van Strafvordering, omdat er reeds tijdens het eerste verzoek aan de KLM om informatie een verdenking bestond en aldus de bevoegdheden ex artikel 126nd van het Wetboek van Strafvordering en verder dienden te worden aangewend, in die zin dat er aan het vorderen van deze gegevens een machtiging ten grondslag had moeten liggen, zodat de KLM in het onderhavige geval bij het ontbreken van een dergelijke machtiging onrechtmatig is bewogen tot de vrijgave van gegevens. Voorts is de op het eerste verzoek door KLM verstrekte informatie ten grondslag gelegd aan de beslissing van de officier van justitie om verdere en concretere vlucht- en boekingsgegevens van de KLM te vorderen, welke machtiging de officier van justitie mondeling en niet binnen de wettelijk gestelde termijn van drie dagen schriftelijk heeft gegeven, zodat verdachte, gelet op hetgeen hiervoor is weergegeven, op grond van onbevoegd verkregen informatie is aangehouden en de inbeslagname van goederen eveneens onrechtmatig was. De rechtbank verwerpt het verweer en overweegt hieromtrent als volgt. In artikel 126nd, eerste lid, van het Wetboek van Strafvordering is de officier van justitie de bevoegdheid gegeven om in het geval van verdenking van een misdrijf als omschreven in artikel 67, eerste lid, van het Wetboek van Strafvordering in het belang van het onderzoek gegevens te vorderen van degene van wie redelijkerwijs kan worden vermoed dat hij toegang heeft tot bepaalde opgeslagen of vastgestelde gegevens. Met betrekking tot het eerste moment waarop de verbalisanten informatie bij de KLM hebben opgevraagd is de rechtbank van oordeel dat van een verdenking van een misdrijf op dat moment nog geen sprake was, zo blijkt ook uit het proces-verbaal d.d. 28 mei 2011, dossierparagraaf 0.3, pagina 2 bovenaan. Immers, er waren op dat moment drie personen aangehouden, die alle drie afkomstig waren van dezelfde vlucht, die vermoedelijk alle drie van Chinese afkomst waren, die alle drie een vervalst reisdocument voorhanden hadden en die alle drie beschikten over vliegtickets met dezelfde reisroute. Op grond van die informatie hebben de verbalisanten de KLM slechts verzocht of er mogelijk nog een vierde persoon op deze vlucht zou hebben gezeten welke mogelijk de begeleider van voornoemde drie personen zou kunnen zijn. Voorts blijkt uit artikel 126nd, vierde lid, van het Wetboek van Strafvordering dat de officier van justitie de vordering tot het verstrekken van gegevens in gevallen van dringende noodzaak mondeling kan geven, waarna deze de schriftelijke vordering uiterlijk drie dagen daarna zal verstrekken. Ten aanzien van de stelling van de raadsman dat dit laatste niet is gebeurd overweegt de rechtbank het navolgende. De rechtbank constateert dat uit het proces-verbaal d.d. 28 mei 2011, dossierparagraaf 0.3, pagina 3 en uit het proces-verbaal onderzoek boekingsgegevens d.d. 23 maart 2011, dossierparagraaf 0.6 met de daarbij horende bijlagen, -waaronder de doorlopende vordering tot verstrekking van historische gegevens ex artikel 126nd/126ud, eerste lid, van het Wetboek van Strafvordering-, blijkt dat de officier van justitie op 15 maart 2011 een mondelinge vordering aan het personeel van het Sluisteam heeft gegeven. Voorts blijkt uit voornoemde bijgevoegde doorlopende vordering dat deze vordering geldig was in de periode van 3 november 2010 tot en met 1 april 2011. Anders dan de raadsman is de rechtbank van het oordeel dat daarmee aan de wettelijke vereisten is voldaan, zodat het verweer ook op dat punt wordt verworpen. Op grond van hetgeen hiervoor is overwogen is de rechtbank van oordeel dat er in het onderhavige opsporingsonderzoek geenszins sprake is geweest van onherstelbare vormverzuimen zodat verdachte niet in zijn belangen is geschaad en het betoog van de raadsman derhalve niet kan leiden tot bewijsuitsluiting als bedoeld in artikel 359a van het Wetboek van Strafvordering.

Verdachte is behulpzaam geweest bij de wederrechtelijke toegang en doorreis van drie jonge Chinese mensen. Verdachte heeft de gesmokkelden begeleid op de reis van Barcelona naar Amsterdam en voorts op de luchthaven Schiphol door aldaar als hun begeleider op te treden door hen naar de paspoortcontrole te begeleiden. Mensensmokkel valt in de categorie strafbare feiten die ernstig inbreuk maken op de rechtsorde en die in de samenleving gevoelens van onrust veroorzaken. De smokkel doorkruist niet alleen het overheidsbeleid aangaande bestrijding van illegaal verblijf in Nederland en illegale binnenkomst en doorreis naar de landen van de Europese Unie, Noorwegen, IJsland en de landen die zijn toegetreden tot het Protocol inzake mensensmokkel van migranten, maar draagt daarmee ook bij aan het in stand houden van een illegaal circuit, waardoor het maatschappelijk verkeer wordt of kan worden gefrustreerd en gecorrumpeerd, terwijl het draagvlak om echte asielzoekers, dat wil zeggen politieke vluchtelingen, ruimhartig op te vangen daardoor wordt ondermijnd.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

RECHTBANK HAARLEM

Sector Strafrecht

Locatie Schiphol

Meervoudige strafkamer

Parketnummer: 15/800357-11

Uitspraakdatum: 13 juli 2011

Tegenspraak

Strafvonnis

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de openbare terechtzitting van 29 juni 2011 in de zaak tegen:

[verdachte],

geboren op [geboortedatum] te Guangdong (China),

zonder bekende woon- of verblijfplaats hier te lande,

thans gedetineerd in de Penitentiaire Inrichting Amsterdam Over-Amstel, locatie Demersluis te Amsterdam.

1. Tenlastelegging

Aan verdachte is ten laste gelegd:

hij op een of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 10 maart 2011 tot en met 15 maart 2011 te Barcelona (Spanje) en/of Schiphol, gemeente Haarlemmermeer, in elk geval in Nederland, een of meer ander(en), te weten

- een persoon zich noemend [gesmokkelde 1] (geboren op [geboortedatum] te Xiamen, China) en/of

- een persoon zich noemend [gesmokkelde 2] (geboren op [geboortedatum] te Fuzhou, China) en/of

- een persoon zich noemend [gesmokkelde 3] (geboren op [geboortedatum] te China)

behulpzaam is geweest bij het zich verschaffen van toegang tot of doorreis door Nederland, een andere lidstaat van de Europese Unie, IJsland of Noorwegen, in elk geval een staat die is toegetreden tot het op 15 november 2000 te New York totstandgekomen Protocol tegen de smokkel van migranten over

land, over de zee en in de lucht, tot aanvulling van het op 15 november 2000 te New York totstandgekomen Verdrag tegen transnationale georganiseerde misdaad, of hem/haar/hen daartoe gelegenheid, middelen of inlichtingen heeft verschaft, immers heeft verdachte

- voor/aan voornoemd(e) perso(o)n(en) een (ver)vals(t)/niet op naam gesteld paspoort(en) geregeld en/of gegeven en/of

- (vervolgens) voor/aan voornoemd(e) perso(o)n(en) (een) vliegticket(s) verstrekt en/of gegeven en/of gekocht en/of geboekt en/of

- (vervolgens) voornoemd(e) perso(o)n(en) begeleid op haar/zijn/hun reis van Barcelona (Spanje) naar Amsterdam Schiphol en/of

- (vervolgens) voornoemd(e) perso(o)n(en) begeleid op de luchthaven Schiphol en/of

- (daarbij) voornoemd(e) perso(o)n(en) aanwijzingen en/of instructies gegeven

- (vervolgens) voornoemd(e) perso(o)n(en) begeleid naar de (paspoort)controle (ter inreis Schengen gebied) en/of

terwijl verdachte wist of ernstige redenen had te vermoeden dat die toegang of die doorreis wederrechtelijk was.

Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, leest de rechtbank de tenlastelegging verbeterd. Blijkens het verhandelde op de terechtzitting is de verdachte daardoor niet geschaad in zijn verdediging.

2. Voorvragen

De rechtbank heeft vastgesteld dat de dagvaarding geldig is, dat zijzelf bevoegd is tot kennisneming van de zaak, dat het openbaar ministerie ontvankelijk is in zijn vervolging en dat er geen redenen zijn voor schorsing van de vervolging.

3. Vordering van de officier van justitie

De officier van justitie heeft - zakelijk weergegeven - gerekwireerd tot:

- bewezenverklaring van het ten laste gelegde feit;

- de oplegging van een gevangenisstraf voor de duur van achttien (18) maanden, met aftrek van de tijd die verdachte vóór de tenuitvoerlegging van dit vonnis in verzekering en voorlopige hechtenis heeft doorgebracht;

- verbeurdverklaring van alle onder verdachte in beslag genomen en op de lijst van in beslag genomen goederen onder de nummers 1, 2, 3, 4, 11, 35 en 36 vermelde instapkaarten, vliegtickets, claimtags en formulieren.

4. Bewijsbeslissingen

4.1. Bespreking van het onrechtmatig verkregen bewijsverweer

De raadsman van verdachte heeft betoogd dat verdachte van het hem ten laste gelegde feit dient te worden vrijgesproken, omdat het bewijsmateriaal - meer in het bijzonder de door de KLM verstrekte vlucht- en boekingsgegevens - onrechtmatig is verkregen. De raadsman heeft daartoe - zakelijk weergegeven - gesteld dat sprake is van een vormverzuim in de zin van artikel 359a van het Wetboek van Strafvordering, omdat er reeds tijdens het eerste verzoek aan de KLM om informatie een verdenking bestond en aldus de bevoegdheden ex artikel 126nd van het Wetboek van Strafvordering en verder dienden te worden aangewend, in die zin dat er aan het vorderen van deze gegevens een machtiging ten grondslag had moeten liggen, zodat de KLM in het onderhavige geval bij het ontbreken van een dergelijke machtiging onrechtmatig is bewogen tot de vrijgave van gegevens. Voorts is de op het eerste verzoek door KLM verstrekte informatie ten grondslag gelegd aan de beslissing van de officier van justitie om verdere en concretere vlucht- en boekingsgegevens van de KLM te vorderen, welke machtiging de officier van justitie mondeling en niet binnen de wettelijk gestelde termijn van drie dagen schriftelijk heeft gegeven, zodat verdachte, gelet op hetgeen hiervoor is weergegeven, op grond van onbevoegd verkregen informatie is aangehouden en de inbeslagname van goederen eveneens onrechtmatig was.

De rechtbank verwerpt het verweer en overweegt hieromtrent als volgt.

In artikel 126nd, eerste lid, van het Wetboek van Strafvordering is de officier van justitie de bevoegdheid gegeven om in het geval van verdenking van een misdrijf als omschreven in artikel 67, eerste lid, van het Wetboek van Strafvordering in het belang van het onderzoek gegevens te vorderen van degene van wie redelijkerwijs kan worden vermoed dat hij toegang heeft tot bepaalde opgeslagen of vastgestelde gegevens. Met betrekking tot het eerste moment waarop de verbalisanten informatie bij de KLM hebben opgevraagd is de rechtbank van oordeel dat van een verdenking van een misdrijf op dat moment nog geen sprake was, zo blijkt ook uit het proces-verbaal d.d. 28 mei 2011, dossierparagraaf 0.3, pagina 2 bovenaan. Immers, er waren op dat moment drie personen aangehouden, die alle drie afkomstig waren van dezelfde vlucht, die vermoedelijk alle drie van Chinese afkomst waren, die alle drie een vervalst reisdocument voorhanden hadden en die alle drie beschikten over vliegtickets met dezelfde reisroute. Op grond van die informatie hebben de verbalisanten de KLM slechts verzocht of er mogelijk nog een vierde persoon op deze vlucht zou hebben gezeten welke mogelijk de begeleider van voornoemde drie personen zou kunnen zijn.

Voorts blijkt uit artikel 126nd, vierde lid, van het Wetboek van Strafvordering dat de officier van justitie de vordering tot het verstrekken van gegevens in gevallen van dringende noodzaak mondeling kan geven, waarna deze de schriftelijke vordering uiterlijk drie dagen daarna zal verstrekken. Ten aanzien van de stelling van de raadsman dat dit laatste niet is gebeurd overweegt de rechtbank het navolgende. De rechtbank constateert dat uit het proces-verbaal d.d. 28 mei 2011, dossierparagraaf 0.3, pagina 3 en uit het proces-verbaal onderzoek boekingsgegevens d.d. 23 maart 2011, dossierparagraaf 0.6 met de daarbij horende bijlagen, -waaronder de doorlopende vordering tot verstrekking van historische gegevens ex artikel 126nd/126ud, eerste lid, van het Wetboek van Strafvordering-, blijkt dat de officier van justitie op 15 maart 2011 een mondelinge vordering aan het personeel van het Sluisteam heeft gegeven. Voorts blijkt uit voornoemde bijgevoegde doorlopende vordering dat deze vordering geldig was in de periode van 3 november 2010 tot en met 1 april 2011. Anders dan de raadsman is de rechtbank van het oordeel dat daarmee aan de wettelijke vereisten is voldaan, zodat het verweer ook op dat punt wordt verworpen.

Op grond van hetgeen hiervoor is overwogen is de rechtbank van oordeel dat er in het onderhavige opsporingsonderzoek geenszins sprake is geweest van onherstelbare vormverzuimen zodat verdachte niet in zijn belangen is geschaad en het betoog van de raadsman derhalve niet kan leiden tot bewijsuitsluiting als bedoeld in artikel 359a van het Wetboek van Strafvordering.

4.2. Redengevende feiten en omstandigheden1

Op dinsdag 15 maart 2011 werden op de luchthaven Schiphol door personeel van het Expertise-centrum Identiteitsfraude en Documenten (hierna: ECID), drie personen aangehouden welke vermoedelijk in het bezit waren van een vals dan wel vervalst reisdocument, te weten een vals, dan wel vervalst nationaal paspoort van Maleisië. Uit voornoemde Maleisische paspoorten bleken zij te zijn genaamd een persoon zich noemende [alias gesmokkelde 1],2 een persoon zich noemende [alias gesmokkelde 2]3 en een persoon zich noemende [alias gesmokkelde 3].4 De drie personen hadden afzonderlijk van elkaar hun reisdocumenten ter controle aangeboden aan een ambtenaar belast met de grensbewaking op de doorlaatpost vertrek Schengen. De betreffende drie personen waren op de luchthaven Schiphol aangekomen vanuit Barcelona, met de vlucht met vluchtnummer KL1664. Zij waren in het bezit van vliegtickets geldig voor dezelfde reis (dezelfde reisroute en vluchtnummers), te weten op 15 maart 2011 vanuit Barcelona naar Amsterdam om vervolgens nog diezelfde dag vanuit Amsterdam door te reizen naar Panama City, waarna nogmaals diezelfde dag wordt doorgereisd naar Guatamala City om vervolgens op 3 april 2011 met dezelfde reisroute en tussenstops terug naar Barcelona te vliegen. Bij controle bleek dat deze drie personen PNR (Personal Name Record) gekoppeld waren.5

Op grond van de kennis en ervaringen van het personeel van de ECID ontstond het vermoeden dat de drie personen mogelijk door een vierde persoon zouden worden begeleid. Voornoemde personen kwamen namelijk hulpbehoevend over, zij hadden geen ruimbagage ingecheckt, zij waren vermoedelijk allen van Chinese afkomst en zij voldeden allen aan het profiel van een te smokkelen persoon.6 Op basis van deze bevindingen is er een onderzoek bij luchtvaartmaatschappij KLM ingesteld. Door personeel van de KLM werd medegedeeld dat er geen vierde persoon aan de PNR van voornoemde drie personen stond gekoppeld, maar dat er wel een persoon van Chinese (Hong Kong) afkomst was die dezelfde reisroute en data als de voornoemde drie personen had, echter met de uitzondering dat hij niet vanuit Panama City naar Guatamala City zou doorreizen. Voorts werd door personeel van de KLM medegedeeld dat voornoemde persoon een man genaamd [verdachte] betrof. Op grond van voornoemde bevindingen bestond het vermoeden dat [verdachte] de mogelijke begeleider van de drie personen was of dat hij zelf ook in het bezit zou kunnen zijn van vals dan wel vervalst reisdocument en zich mogelijk nog ophield op de luchthaven Schiphol.7

Hierop werd het personeel van het Sluisteam door personeel van de Dienst grensbewaking bij de doorlaatpost in aankomsthal 2 op de hoogte gesteld van het feit dat voornoemde [verdachte] zich bij de doorlaatpost had gemeld ter inreis tot Nederland, dan wel het Schengengebied. [verdachte] had bij de controle een nationaal paspoort van Hong Kong had overhandigd. Uit het onderzoek naar het door [verdachte] aangeboden nationale paspoort van Hong Kong bleek dat dit echt en onvervalst was.8 Desgevraagd verklaarde hij dat hij zijn doorreis naar Panama City vanwege familieomstandigheden had geannuleerd en daarom via Barcelona terug naar Hong Kong wilde reizen. Uit het paspoort van [verdachte] bleek voorts dat hij meerdere reizen naar Zuid-Amerika had gemaakt.9 Voorts had [verdachte] bij zijn paspoortcontrole verklaard dat hij voor toerisme naar Caracas zou afreizen alwaar hij gedurende drie dagen zou gaan verblijven en dat hij voor toerisme en vanwege zijn zieke oom in Barcelona is geweest. In verband met deze familieomstandigheden wilde verdachte opeens zijn reis naar Caracas annuleren en via Barcelona terug naar Hong Kong reizen.10

Op grond van voornoemde feiten en omstandigheden bestond echter nog geen verdenking om [verdachte] als mogelijke verdachte van mensensmokkel aan te houden waarna door het Sluisteam is besloten om [verdachte] op de luchthaven Schiphol onder observatie te nemen. Naast de bovengenoemde observatie van [verdachte] is er een onderzoek ingesteld naar de passagiers- en boekingsgegevens van de drie personen en [verdachte], dit om te onderzoeken of [verdachte] met de drie personen in verband kon worden gebracht. Nadat het personeel van het Sluisteam telefonisch contact had opgenomen met de officier van justitie welke mondeling toestemming heeft gegeven voor het gebruik van de (doorlopende) vordering tot verstrekking van de passagiers- en boekingsgegevens van de drie personen en [verdachte] bij de KLM.11

Uit de door KLM verstrekte passagiers- en boekingsgegevens is gebleken dat voornoemde drie personen PNR (Personal Name Record) gekoppeld waren. Het PNR nummer betreft een uniek nummer. Uit het onderzoek naar de boekingsgegevens blijkt dat de drie voornoemde personen waren voorzien van PNR [nummer], hetgeen inhoudt dat de boekingen van de vliegtickets op hetzelfde moment zijn gemaakt en dat deze personen als groep reizen. Voorts blijkt uit voornoemde boekingsgegevens dat de vliegtickets van de drie personen, maar ook die van [verdachte], op 14 maart 2011 bij een bedrijf genaamd "Flushing" te New York zijn geboekt en zijn afgegeven.12

Op grond de kennis en ervaringen die het Sluisteam in eerdere mensensmokkelonderzoeken heeft opgedaan in samenhang bezien met de feiten en omstandigheden, namelijk dat de drie personen in het bezit waren van een vervalst reisdocument, [verdachte] een echt en onvervalst reisdocument bezat, de drie personen en [verdachte] met dezelfde vlucht vanuit Barcelona op de luchthaven Schiphol waren aangekomen en allen in het bezit waren van dezelfde doorvlucht naar Panama City, de vliegtickets van [verdachte] en de drie personen allemaal op 14 maart 2011 door reisorganisatie "Flushing" te New York zijn uitgegeven, de drie personen PNR gekoppeld waren, en [verdachte] zijn vlucht naar Panama City annuleerde nadat de drie voornoemde personen waren aangehouden, ontstond bij het personeel van het Sluisteam het vermoeden dat [verdachte] zich schuldig zou hebben gemaakt aan de smokkel van voornoemde drie personen.13 Met toestemming van de officier van justitie is [verdachte] vervolgens buiten heterdaad als verdachte aangehouden.14

De drie vermoedelijk gesmokkelde personen, te weten een persoon zich noemende [alias gesmokkelde 1], een persoon zich noemende [alias gesmokkelde 2] en een persoon zich noemende [alias gesmokkelde 3], welke op een eerder moment door het Sluisteam waren aangehouden, zijn vervolgens door het Sluisteam aan de ECID overgedragen.15 [alias gesmokkelde 1] gaf op te zijn genaamd [gesmokkelde 1] geboren op [geboortedatum] te Xiamen in China16, [alias gesmokkelde 2] gaf op te zijn genaamd [gesmokkelde 2] geboren op [geboortedatum] te Fuzhou in China17 en [alias gesmokkelde 3] gaf op te zijn genaamd [gesmokkelde 3] geboren op [geboortedatum] te China.18 Uit het door het personeel van de ECID verrichtte onderzoek naar de onder hen aangetroffen en in beslag genomen nationale paspoorten, te weten een nationaal paspoort van Maleisië voorzien van het nummer [paspoortnummer] en op naam gesteld van [alias gesmokkelde 1],19 een nationaal paspoort van Maleisië voorzien van het nummer [paspoortnummer] en op naam gesteld van [alias gesmokkelde 2]20 en een nationaal paspoort van Maleisië voorzien van het nummer [paspoortnummer] en op naam gesteld van [alias gesmokkelde 3],21 is gebleken dat deze als vervalst dienen te worden beschouwd.

Voorts zijn onder verdachte [verdachte] een aantal goederen in beslag genomen, te weten onder andere een mobiele telefoon, een dagboek en een agenda. Uit het onderzoek naar de gegevens op de mobiele telefoon en de simkaart van verdachte is gebleken dat verdachte [verdachte] op 15 maart 2011 om 03:54 uur en om 07:48 uur het nummer van de gesmokkelde en zich noemende [gesmokkelde 2] heeft gebeld. Daarnaast zijn er op de mobiele telefoon foto's aangetroffen van een nationaal paspoort van Hong Kong en een nationaal paspoort van Maleisië. Uit de vertaling van de sms-berichten blijkt dat verdachte [verdachte] op 14 maart 2011 een bericht heeft gestuurd inhoudende: "Vrouwlief, ik ga weer vliegen, deze keer naar Nederland en dan Panama, ik heb met moeite eindelijk een Hong Kongs paspoort gekregen!"22

Ook de inhoud van de onder verdachte [verdachte] aangetroffen dagboek is ter vertaling aangeboden. Verdachte had hierin de volgende passages geschreven:

"Barcelona, 24 februari, Schat, ik ben al meer dan een week weg. Ik kom hier veel dingen en mensen tegen, waar ik nooit aan heb gedacht. Ik moet veel dingen alleen uitzoeken. Mijn Engels is ook al niet zo goed en ik heb dit soort dingen nog nooit meegemaakt, best een beetje eng. Iedereen noemt mij en Zhang Dexiao "meester". Dat houdt in dat ze me gehoorzamen en mijn instructies volgen. Dat is omdat wij hun enige hoop zijn om hier weg te komen. Ze denken dat we belangrijke gasten zijn. Maar het is best moeilijk. Ik ben bang ze te teleur te stellen, want sommigen zijn hier al een of twee maanden, of zelfs langer. Dan komt stress om de hoek kijken. Hoewel mijn collega ons zegt dat het niet onze verantwoordelijk-heid is. We moeten gewoon doen wat we moeten doen en meer kunnen we niet doen. Maar ondanks dat, omdat ik nieuw ben, heb ik nog een ongewild stuk verantwoordelijkheidsgevoel. Haha, ben ik gek of zo? Ik heb dit boek aan boord van het vliegtuig gelezen. Het was stil aan boord, dat was fijn want zo leek het net of je bij me was."23

"Mexico, 28 februari, [gesmokkelde 2]eve schat, ik ben eindelijk vrij nadat ik drie dagen heb vastgezeten. Ik heb nu echt de smaak van vrijheidsberoving geproefd. In deze drie dagen ben ik twee dagen continue ondervraagd, en dat was heel zwaar. Hopelijk heeft mijn beetje Engels hun kunnen overtuigen van mijn onschuld. Waarom zat ik vast? Ik was boos en gefrustreerd. Bij mijn vertrek uit Barcelona heeft die stomme douane beambte als vertrekdatum 24 maart afgestempeld, in plaats van 24 februari."24

"Santiago & Frankrijk, 5 maart, Schat, ik ben weer aan het werk. Vandaag moest ik weer meer dan 10 uur vliegen van Frankrijk naar Santiago. De route is veranderd vanwege dat gedoe in Mexico. Maar dat is goed voor me. Frankrijk is namelijk een van de landen die ik graag wilde bezoeken. Het is jammer dat we alleen moesten overstappen in Frankrijk en niet konden genieten van de cultuur en romantiek. Gelukkig verloopt deze trip goed. Misschien dankzij mijn gebed. Ik wil ze echt graag wegbrengen. Toen ik die week vast zat, werd ik al gek, laat staan dat je één of twee of drie maanden moet lijden, Misschien was het omdat ik bezorgd over ze was, dat ik voor ze gebeden heb tijdens de vlucht. Wat ik doe is misschien niet helemaal goed, maar zij doen ook niets slechts. Ze willen gewoon meer geld verdienen, net als ik. Ik geloof dat God ze zegenen zal. Oh, ons vliegtuig zit weer in turbulentie; daarom schrijf ik een beetje raar, maak je daar niet druk over. Ik ben benieuwd waarom het weer in Colombia zo droog is. Ik voel me nu al uitgedroogd terwijl ik nog niet eens geland ben.

Ik moet drie talen gaan leren: 1. Spaans 2. Engels 3. Frans. Als ik deze drie talen spreek kan ik over de hele wereld reizen. Ik ben vastbesloten en ik heb je steun nodig, Ik hou zo van je.'25

In de onder verdachte aangetroffen agenda betreffende het jaar 2011 stonden een aantal plaatsnamen met bijbehorende bedragen genoemd waarvan duidelijk werd dat deze door verdachte zouden worden gedeclareerd, te weten:

"Bogota 20-02-24 bedrag 90 euro, Panama (geen datum) bedrag 10 euro, Mexico (geen datum) bedrag 50 euro, Bogota 29 februari bedrag 30 euro, 1 maart Barcelona 5 dagen bedrag 50 euro, 5 maart Barcelona werk bedrag 70 euro, 6 maart San Jose bedrag 15 euro, Athene 19-02-2011 bedrag 550 euro en Barcelona 20-02-2011 bedrag 60 euro. De kosten zijn gemaakt voor maaltijden, taxi's, reiskosten en een bootticket. Verder is gebleken uit vertalingen van andere notities dat bovenstaande kosten zouden worden gedeclareerd.26

Op 16 maart 2011 heeft de gesmokkelde zich noemende [alias gesmokkelde 1] ten overstaan van de Koninklijke Marechaussee een verklaring afgelegd. Tijdens het verhoor verklaarde zij dat zij [gesmokkelde 1] heet en dat zij op [geboortedatum] te Fuzhou in China is geboren. Voorts verklaarde zij dat zij voor haar reis van Spanje naar Nederland gebruik heeft gemaakt van een paspoort van iemand anders en dat haar foto in dat paspoort was aangebracht. Op 16 maart 2011 verklaarde een tweede gesmokkelde, zich noemende [alias gesmokkelde 2], dat zij in werkelijkheid [gesmokkelde 2] heette en dat zij het paspoort en de boarding pass al op 14 maart 2011 van een Chinese man in een restaurant had gekregen. Zij noemde de man 'oom'. Deze man had haar instructies gegeven om naar het vliegveld te gaan. Aldaar zou [verdachte] contact met haar opnemen en met haar afspreken. [verdachte] stond bij de ingang van het vliegveld op haar te wachten. [verdachte] was haar reisleider. Op het vliegveld is zij naar [verdachte] toe gelopen en is zij hem gevolgd. Ook de andere twee aangehouden personen waren daarbij aanwezig. [verdachte] had haar verteld dat zij met z'n vieren zouden gaan reizen en dat zij hem moesten volgen. Zij waren [verdachte] naar de paspoortcontrole gevolgd en aldaar gaven zij ieder zelfstandig hun boarding pass af. Vervolgens deed [verdachte] hen voor wat zij bij de paspoortcontrole precies moesten doen. Vervolgens zijn zij tijdens het wachten alle vier bij elkaar gebleven. Zij noemde [verdachte] 'leraar'.27 Op 23 maart 2011 is de gesmokkelde [gesmokkelde 2] ten overstaan van de rechter-commissaris als getuige gehoord. Getuige [gesmokkelde 2] verklaarde dat zij niet weet wie verdachte [verdachte] is, maar dat zij wel weet dat [verdachte] de begeleider was. Zij heeft [verdachte] pas op het vliegveld voor het eerst ontmoet en bij die ontmoeting waren er ook nog twee andere mannen. [verdachte] had tegen haar gezegd dat zij met hem mee moest waarop zij met hem is meegegaan. Voorts verklaarde getuige [gesmokkelde 2] dat [verdachte] haar een keer heeft gebeld op haar mobiele nummer. Dit was op het vliegveld en dat was bedoeld om elkaar te ontmoeten. Zij weet niet waarom hij meereisde en hij heeft verder niets tegen haar over zijn eigen reisplannen gezegd. [verdachte] heeft volgens haar niets met de tickets en het valse paspoort te maken, die had zij namelijk al eerder van iemand anders gekregen. Zij wist niet dat ze met twee andere personen samen zou reizen, maar daar kwam zij pas op het vliegveld achter. De andere twee personen waren toen al in aanwezigheid van [verdachte]. [verdachte] heeft haar geen instructies gegeven, maar zij zijn wel alle drie achter hem aangelopen. Ook in Nederland zijn zij achter [verdachte] aangelopen in de richting van de Douane. [verdachte] begeleide hen naar de douane om langs de grenscontrole te gaan, aldus getuige [gesmokkelde 2].28

Tijdens het verhoor voor de inverzekeringstelling op 15 maart 2011 ten overstaan van de Koninklijke Marechaussee heeft verdachte verklaard dat hij sinds één maand in Europa is en dat hij vanuit Hong Kong eerst naar Griekenland is gevlogen en vervolgens naar Barcelona. In Spanje verbleef hij een paar dagen voor toerisme waarna hij op 15 maart 2011 naar Amsterdam is gekomen. Toen hij op Schiphol arriveerde, werd hij opgebeld met de mededeling dat er een familielid in China was overleden, waarop hij zijn vlucht heeft geannuleerd en via Barcelona terug naar China wilde vliegen, dit omdat dat volgens verdachte goedkoper is. Voorts verklaarde verdachte dat hij vanuit Barcelona alleen naar Amsterdam is gereisd en dat hij zijn ticket rechtstreeks bij de KLM heeft geboekt.29 Op 17 maart 2011 is verdachte wederom gehoord en heeft hij verklaard dat hij geen inhoudelijke vragen wenste te beantwoorden. Verdachte verklaarde nog wel dat hij geen van de door de Koninklijke Marechaussee getoonde foto's van de gesmokkelde personen herkende en hij niet wist of hij samen met deze personen had gereisd. Verdachte wilde zo snel mogelijk naar huis vanwege het overlijden van zijn oma, wiens naam hij niet wist.30 Op 18 mei 2011 werd verdachte nogmaals gehoord en verklaarde hij dat het zwarte dagboek en de bruine agenda van hem zijn en dat alleen hij en zijn vriendin daarin hebben geschreven. De verhalen die hij daarin naar zijn vriendin heeft geschreven zijn volgens hem deels echt en deels nep en berusten op fabeltjes. Verdachte verklaarde voorts dat alleen hij degene is die weet of de verhalen in voornoemde agenda en dagboek op waarheid berusten en dat de aangetroffen bedragen door de verbalisanten zijn verdraaid. Daarnaast verklaarde verdachte dat hij zijn telefoon op Europese luchthavens had uitgeleend aan buitenlanders en dat hij vanwege toerisme in Athene en Barcelona was geweest. Hij had geld gespaard en was gaan reizen voordat hij in Hong Kong zou gaan trouwen. Op verdere vragen wilde verdachte geen antwoord geven en deed hij een beroep op zijn zwijgrecht.31

Op grond van vorenstaande feiten en omstandigheden is de rechtbank van oordeel dat verdachte drie personen, te weten een persoon zich noemende [gesmokkelde 1], een persoon zich noemende [gesmokkelde 2] en een persoon zich noemende [gesmokkelde 3] behulpzaam is geweest bij het zich verschaffen van toegang tot of doorreis door Nederland. Immers blijkt uit de vlucht- en boekingsgegevens dat zowel de tickets van verdachte en die van de drie voornoemde gesmokkelde personen op dezelfde dag en bij dezelfde reisorganisatie te New York zijn afgegeven, dit terwijl verdachte heeft verklaard dat hij zijn ticket rechtstreeks bij de KLM heeft geboekt. Daarnaast blijkt uit de uitgelezen gegevens van de telefoon van verdachte, maar ook uit die van de gesmokkelde persoon [gesmokkelde 2] dat verdachte tweemaal met deze persoon heeft gebeld voor het vertrek vanuit Barcelona naar Amsterdam, hetgeen ook door [gesmokkelde 2] is bevestigd. Voorts heeft verdachte in zijn dagboek opgeschreven dat hij weet dat hij iets fout doet, maar dat hij deze mensen slechts wil helpen omdat zij in principe niets fouts doen maar slechts elders willen gaan werken om meer geld te gaan verdienen, dat hij zich verantwoordelijk voor deze mensen voelt, dat hij hun enige hoop is en dat zij hem 'meester' noemen en hem gehoorzamen, hetgeen overeenkomt met de verklaring van de gesmokkelde [gesmokkelde 2] welke heeft verklaard dat zij [verdachte] als haar reisleider herkende, dat zij de instructies van [verdachte] heeft opgevolgd en op de luchthavens achter hem aan is gelopen en zij hem 'leraar' noemde. Tot slot is de rechtbank van oordeel dat verdachte getuige zijn aantekeningen in zijn dagboek wist dat de toegang tot en doorreis van voornoemde drie personen door Nederland en andere lidstaten van de Europese Unie wederrechtelijk was.

De rechtbank deelt wel het standpunt van de raadsman van verdachte dat verdachte tenminste partieel vrij dient te worden gesproken voor zover het betreft de in de tenlastelegging onder het eerste en het tweede gedachtestreepje beschreven hulpvaardigheden nu er voor de bewezenverklaring van deze feitelijke gedragingen uit de inhoud van het onderhavige strafdossier onvoldoende wettig en overtuigend bewijs valt te ontlenen.

4.3. Bewezenverklaring

Gezien het bovenstaande acht de rechtbank wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het ten laste gelegde feit heeft begaan, in dier voege dat:

hij op tijdstippen in de periode van 10 maart 2011 tot en met 15 maart 2011 te Barcelona (Spanje) en Schiphol, gemeente Haarlemmermeer, anderen, te weten:

- een persoon zich noemende [gesmokkelde 1] geboren op [geboortedatum] te Xiamen, China en

- een persoon zich noemende [gesmokkelde 2] geboren op [geboortedatum] te Fuzhou, China en

- een persoon zich noemende [gesmokkelde 3] geboren op [geboortedatum] te China

behulpzaam is geweest bij het zich verschaffen van toegang tot of doorreis door Nederland en hen daartoe gelegenheid, middelen en inlichtingen heeft verschaft, immers heeft verdachte

- voornoemde personen begeleid op hun reis van Barcelona (Spanje) naar Amsterdam Schiphol en

- vervolgens voornoemde personen begeleid op de luchthaven Schiphol en

- daarbij voornoemde personen aanwijzingen en instructies gegeven en

- vervolgens voornoemde personen begeleid naar de paspoortcontrole ter inreis van het Schengen gebied,

terwijl verdachte wist dat die toegang of die doorreis wederrechtelijk was.

Voor zover in de bewezen verklaarde tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, leest de rechtbank de tenlastelegging verbeterd. Blijkens het verhandelde op de terechtzitting is de verdachte daardoor niet geschaad in zijn verdediging.

Hetgeen aan verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hier als bewezen is aangenomen, is niet bewezen. De verdachte moet hiervan worden vrijgesproken.

5. Strafbaarheid van het feit

Het bewezen verklaarde is strafbaar en levert op:

Mensensmokkel, meermalen gepleegd.

6. Strafbaarheid van verdachte

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluit. Verdachte is dus strafbaar.

7. Motivering van de straf

Bij de beslissing over de straf die aan verdachte moet worden opgelegd, heeft de rechtbank zich laten leiden door de aard en de ernst van het bewezen verklaarde en de omstandigheden waaronder dit is begaan, alsmede de persoon van verdachte, zoals van een en ander uit het onderzoek ter terechtzitting is gebleken.

In het bijzonder heeft de rechtbank het volgende in aanmerking genomen.

Verdachte is behulpzaam geweest bij de wederrechtelijke toegang en doorreis van drie jonge Chinese mensen. Verdachte heeft de gesmokkelden begeleid op de reis van Barcelona naar Amsterdam en voorts op de luchthaven Schiphol door aldaar als hun begeleider op te treden door hen naar de paspoortcontrole te begeleiden.

Mensensmokkel valt in de categorie strafbare feiten die ernstig inbreuk maken op de rechtsorde en die in de samenleving gevoelens van onrust veroorzaken. De smokkel doorkruist niet alleen het overheidsbeleid aangaande bestrijding van illegaal verblijf in Nederland en illegale binnenkomst en doorreis naar de landen van de Europese Unie, Noorwegen, IJsland en de landen die zijn toegetreden tot het Protocol inzake mensensmokkel van migranten, maar draagt daarmee ook bij aan het in stand houden van een illegaal circuit, waardoor het maatschappelijk verkeer wordt of kan worden gefrustreerd en gecorrumpeerd, terwijl het draagvlak om echte asielzoekers, dat wil zeggen politieke vluchtelingen, ruimhartig op te vangen daardoor wordt ondermijnd.

De rechtbank heeft bij het bepalen van de strafmaat rekening gehouden met de jeugdige leeftijd van verdachte maar ook in aanmerking genomen dat verdachte geen openheid van zaken heeft willen geven. Het voorgaande meewegende is de rechtbank van oordeel dat de eis van de officier van justitie, te weten een onvoorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van achttien (18) maanden, in overeenstemming is met de straf die ten aanzien van dit soort misdrijven in vergelijkbare gevallen pleegt te worden opgelegd. Noch in de omstandigheden van de onderhavige zaak, noch in de persoonlijke omstandigheden van verdachte vindt de rechtbank aanleiding om daarvan af te wijken.

Op grond van hetgeen hiervoor is overwogen is de rechtbank van oordeel dat een vrijheidsbenemende straf van na te noemen duur moet worden opgelegd.

8. Overige beslissingen omtrent in beslag genomen en niet teruggegeven voorwerpen

8.1. Verbeurdverklaring

De rechtbank is van oordeel dat de onder verdachte in beslag genomen en niet teruggegeven voorwerpen, te weten zestien instapkaarten, drie vliegtickets, twee claimtags en vier formulieren, dienen te worden verbeurd verklaard. Uit het onderzoek op de terechtzitting is gebleken dat het bewezen verklaarde feit met behulp van die instapkaarten, vliegtickets, claimtags en formulieren, die aan verdachte toebehoren, is begaan of voorbereid.

9. Toepasselijke wettelijke voorschriften

De volgende wetsartikelen zijn van toepassing:

33, 33a, 57 en 197a van het Wetboek van Strafrecht.

10. Beslissing

De rechtbank:

Verklaart bewezen dat verdachte het ten laste gelegde feit heeft begaan zoals hiervoor onder 4.3. weergegeven.

Verklaart niet bewezen wat aan verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven als bewezen is aangenomen en spreekt verdachte daarvan vrij.

Bepaalt dat het bewezen verklaarde feit het hierboven onder 5. vermelde strafbare feit oplevert.

Verklaart verdachte hiervoor strafbaar.

Veroordeelt verdachte wegens dit feit tot een gevangenisstraf voor de duur van ACHTTIEN (18) MAANDEN.

Bepaalt dat de tijd die verdachte vóór de tenuitvoerlegging van dit vonnis in verzekering en voorlopige hechtenis heeft doorgebracht, bij de tenuitvoerlegging van de thans opgelegde gevangenisstraf in mindering wordt gebracht, voor zover die tijd niet reeds op een andere straf in mindering is gebracht.

Verklaart verbeurd:

- zestien instapkaarten,

- drie vliegtickets,

- twee claimtags en

- vier formulieren.

Samenstelling rechtbank en uitspraakdatum

Dit vonnis is gewezen door:

mr. J.M. Sassenburg, voorzitter,

mr. J.C.M. Swinkels en mr. G. Demmink, rechters,

in tegenwoordigheid van mr. S.V. Ramdharie, griffier,

en uitgesproken op de openbare terechtzitting van woensdag 13 juli 2011.

Mr. G. Demmink is buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen.

1 De door de rechtbank in de voetnoten als proces-verbaal aangeduide bewijsmiddelen zijn in de wettelijke vorm opgemaakt door personen die daartoe bevoegd zijn en voldoen ook overigens aan de daaraan bij wet gestelde eisen.

2 Het proces-verbaal van aanhouding van verdachte [alias gesmokkelde 1] (zich noemende) d.d. 15 maart 2011, dossierparagraaf 1.2.1, pagina 1 en 2.

3 Het proces-verbaal van aanhouding van verdachte [alias gesmokkelde 2] (zich noemende) d.d. 15 maart 2011, dossierparagraaf 1.3.1, pagina 1 en 2.

4 Het proces-verbaal van aanhouding van verdachte [alias gesmokkelde 3] (zich noemende) d.d. 15 maart 2011, dossierparagraaf 1.4.1, pagina 1 en 2.

5 Het proces-verbaal d.d. 28 mei 2011, dossierparagraaf 0.3, pagina 1.

6 Het proces-verbaal d.d. 28 mei 2011, dossierparagraaf 0.3, pagina 2.

7 Het proces-verbaal d.d. 28 mei 2011, dossierparagraaf 0.3, pagina 2.

8 Het proces-verbaal d.d. 16 maart 2011, dossierparagraaf 0.4, pagina 1.

9 Het proces-verbaal d.d. 28 mei 2011, dossierparagraaf 0.3, pagina 2.

10 Het proces-verbaal d.d. 16 maart 2011, dossierparagraaf 0.4, pagina 1.

11 Het proces-verbaal d.d. 28 mei 2011, dossierparagraaf 0.3, pagina 3.

12 Het proces-verbaal van onderzoek boekingsgegevens d.d. 23 maart 2011, dossierparagraaf 0.6, pagina 1 en 2, met bijgevoegde schriftelijke stukken, te weten de bijlagen 1 tot en met 6.

13 Het proces-verbaal d.d. 28 mei 2011, dossierparagraaf 0.3, pagina 4 en 5.

14 Het proces-verbaal van aanhouding van verdachte [verdachte] d.d. 15 maart 2011, dossierparagraaf 1.1.1, pagina 1 tot en met 4.

15 Het proces-verbaal d.d. 28 mei 2011, dossierparagraaf 0.3, pagina 6, 8 en 9.

16 Het proces-verbaal van verhoor van verdachte [alias gesmokkelde 1] (zich noemende) d.d. 16 maart 2011, dossierparagraaf 1.2.5, pagina 2.

17 Het proces-verbaal van verhoor van verdachte [alias gesmokkelde 2] (zich noemende) d.d. 16 maart 2011, dossierparagraaf 1.3.5, pagina 2.

18 Het proces-verbaal van verhoor van verdachte [alias gesmokkelde 3] (zich noemende) d.d. 17 maart 2011, dossierparagraaf 1.4.5, pagina 2.

19 Het proces-verbaal van aanleiding en onderzoek aangeboden documenten d.d. 15 maart 2011, dossierparagraaf 1.2.4, pagina 1 en 2.

20 Het proces-verbaal van aanleiding en onderzoek aangeboden documenten d.d. 15 maart 2011, dossierparagraaf 1.3.4, pagina 1 en 2.

21 Het proces-verbaal van aanleiding en onderzoek aangeboden documenten d.d. 15 maart 2011, dossierparagraaf 1.4.4, pagina 1 en 2.

22 Het proces-verbaal van onderzoek inbeslagname d.d. 19 mei 2011, dossierparagraaf 2.1, pagina 4 en het proces-verbaal d.d. 28 mei 2011, dossierparagraaf 0.3, pagina 10 en 11.

23 Het proces-verbaal vertalingen d.d. 29 maart 2011, dossierparagraaf 2.1.5, pagina 3.

24 Het proces-verbaal vertalingen d.d. 29 maart 2011, dossierparagraaf 2.1.5, pagina 3.

25 Het proces-verbaal vertalingen d.d. 29 maart 2011, dossierparagraaf 2.1.5, pagina 3 en 4.

26 Het proces-verbaal vertalingen d.d. 29 maart 2011, dossierparagraaf 2.1.5, pagina 4.

27 Het proces-verbaal van verhoor van verdachte [alias gesmokkelde 2] (zich noemende) d.d. 16 maart 2011, dossierparagraaf 1.3.5, pagina 1 tot en met 18.

28 Het proces-verbaal van verhoor van getuige [gesmokkelde 2] (zich noemende) ten overstaan van de rechter-commissaris d.d. 23 maart 2011 (los opgenomen).

29 Het proces-verbaal van verhoor voor inverzekeringstelling verdachte [verdachte] d.d. 15 maart 2011, dossierparagraaf 1.1.2, pagina 1.

30 Het proces-verbaal van verhoor van verdachte [verdachte] d.d. 17 maart 2011, dossierparagraaf 1.1.4, pagina 1 tot en met 5.

31 Het proces-verbaal van verhoor van verdachte [verdachte] d.d. 18 mei 2011, dossierparagraaf 1.1.4, pagina 1 tot en met 13.