Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBHAA:2011:BR1687

Instantie
Rechtbank Haarlem
Datum uitspraak
30-03-2011
Datum publicatie
15-07-2011
Zaaknummer
15/031415-01
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Raadkamer
Inhoudsindicatie

Beschikking; vordering verlenging TBS; vordering verlenging terbeschikkingstelling; verlenging terbeschikkingstelling; toewijzing vordering verlenging terbeschikkingstelling; 509t Sv; 509t Wetboek van Strafvordering.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK HAARLEM

Sector Strafrecht

Locatie Haarlem

Meervoudige raadkamer

Parketnummer: 15/031415-01

Uitspraakdatum: 30 maart 2011

Beschikking (art. 509t Sv)

1. Ontstaan en loop van de procedure

Op 2 februari 2011 is op de griffie van deze rechtbank ingekomen de vordering van de officier van justitie in het arrondissement Haarlem tot verlenging van de termijn gedurende welke

[betrokkene],

geboren op [geboortedatum] te [geboorteplaats]

thans verblijvende binnen FPC de Rooyse Wissel te Maastricht,

bij op 25 januari 2005 onherroepelijk geworden arrest van het Gerechtshof Amsterdam van 17 oktober 2003 ter beschikking werd gesteld met bevel tot verpleging van overheidswege. De termijn nam een aanvang op 20 maart 2005.

Van deze terbeschikkingstelling werd de termijn laatstelijk verlengd met een termijn van twee jaren bij beschikking van deze rechtbank van 30 maart 2009.

Die beschikking werd bevestigd bij beslissing van de bijzondere kamer, bedoeld in artikel 73 van de Wet op de rechterlijke organisatie, van het Gerechtshof Arnhem van 28 september 2009.

Een advies als bedoeld in artikel 509o, tweede lid, aanhef en onder 1º van het Wetboek van Strafvordering, gedateerd 21 januari 2011, is uitgebracht door mevr. lic. A. Verhaert, hoofd behandeling, drs. P. Schoor, psychiater, drs. J.C.J.M. Koolen, locatiedirecteur behandeling en zorg en plaatsvervangend hoofd van de inrichting, allen verbonden aan de FPC de Rooyse Wissel.

Voorts zijn adviezen als bedoeld in artikel 509o, vierde lid, van het Wetboek van Strafvordering uitgebracht door dr. J.C. Zwemstra, psychiater, gedateerd 5 januari 2011, en door dr. Th.A.M. Deenen, klinisch psycholoog, gedateerd 18 januari 2011.

Tevens zijn de in artikel 509o, tweede lid, aanhef en onder 2º van het Wetboek van Strafvordering bedoelde aantekeningen overgelegd omtrent de lichamelijke en geestelijke gesteldheid van de terbeschikkinggestelde .

Op 16 maart 2011 is de vordering in het openbaar in raadkamer behandeld. Daarbij zijn gehoord de terbeschikkinggestelde, zijn raadsman mr. R. Hörchner te Breda, de getuige-deskundigen dhr. D. Teirlinck, verbonden aan De Rooyse Wissel, drs. F.P.C. Zuidhof, verbonden aan het Nederlands Instituut voor Forensische Psychiatrie (NIFP) en de officier van justitie. Van deze behandeling is afzonderlijk proces-verbaal opgemaakt.

2. Beoordeling

De vordering strekt tot verlenging van de terbeschikkingstelling met een termijn van twee jaren.

Het advies van het FPC de Rooyse Wissel strekt tot verlenging van de terbeschikkingstelling met dwangverpleging voor de duur van twee jaren. Uit dit advies blijkt - kort en zakelijk weergegeven - dat de persoonlijkheid van betrokkene wordt gekenmerkt door recidiverend pedoseksueel delictgedrag, gebrekkige zelfbeheersing, weinig spijtgevoelens en gebrek aan empathie. Zijn persoonlijkheid is externaliserend en oppervlakkig. De pedoseksualiteit blijkt onbehandelbaar en de persoonlijkheidspathologie blijkt niet te beïnvloeden.

In de vorige kliniek, het FPC De Kijvelanden, is de behandelpoging mislukt en is een longstay-aanvraag ingediend. Na afwijzing van deze aanvraag is betrokkene recent een tweede behandelpoging aangeboden bij De Rooyse Wissel. Betrokkene verblijft pas sinds kort binnen de nieuwe behandelsetting, waardoor nog geen sprake kan zijn van een goede werkrelatie en nog geen helder en duidelijk beeld van betrokkene is gevormd. Hij heeft niet voldoende de mogelijkheid gehad te werken aan zijn risicofactoren en behandeldoelen. Het risico op recidiverend delictgedrag is blijvend groot en de komende periode zal gepoogd worden te starten met impuls- en/of libidoremmende medicatie.

Uit het door de deskundige dr. Th.A.M. Deenen uitgebrachte advies blijkt - kort en zakelijk weergegeven - dat betrokkene een man is met een forse antisociale persoonlijkheidsstoornis, waarbij tevens sprake is van pedofilie van het niet exclusieve type en van narcistische trekken. De kans op recidive wordt onverminderd aanwezig geacht. Omdat nog steeds sprake is van delictgevaar, is er voldoende reden om de terbeschikkingstelling te verlengen. Gegeven het lange traject dat betrokkene nog heeft te gaan, in combinatie met de omstandigheid dat betrokkene recent is overgeplaatst naar een andere kliniek voor een nieuwe behandelpoging, is een verlenging van de terbeschikkingstelling met dwangverpleging met één jaar niet opportuun en wordt geadviseerd de terbeschikkingstelling met dwangverpleging te verlengen met twee jaren. Wel zou snel gestart kunnen worden met een resocialisatietraject waarbij libidoremmende medicatie mogelijk een rol kan spelen.

Het door de deskundige dr. J.C. Zwemstra uitgebrachte advies behelst - kort en zakelijk weergegeven - het volgende. Betrokkene is een man met enerzijds een pedofiele gerichtheid op meisjes in de leeftijd van tien tot twaalf jaar en anderzijds een antisociale persoonlijkheidsstoornis met ook narcistische en psychopathische trekken, zoals blijkt uit de gladde externaliserende presentatie, de bagatelliserende insteek ten aanzien van de delicten en slachtoffers en het opportunistisch aangaan van conflicten. Behandelingen voorafgaand aan de huidige terbeschikkingstelling hebben het recidiverisico niet kunnen indammen. De behandeling in de Kijvelanden leidde niet tot wezenlijke veranderingen in de pedofilie en de persoonlijkheidsstoornis, reden waarom betrokkene werd aangemeld voor de longstay. Deze aanvraag is echter afgewezen, omdat libidoremmende medicatie nog niet was ingezet als behandelmodaliteit. De tweede behandelpoging is onlangs gestart. De prognose ten aanzien van de recidiverisico's is somber. Gelet op het voorgaande wordt geadviseerd de terbeschikkingstelling met dwangverpleging te verlengen met twee jaren.

De deskundige D.J.A. Teirlinck, GZ-psycholoog bij De Rooyse Wissel, heeft bij de behandeling van de vordering het advies van de inrichting toegelicht en onderschreven, en heeft daaraan - zakelijk weergegeven - toegevoegd dat de eerste behandelplanbespreking heeft plaatsgevonden en dat onlangs is gestart met het toedienen van libidoremmende medicatie. Er dient nog overeenstemming met betrokkene te worden bereikt over hoe zal worden toegewerkt naar resocialisatie.

De deskundige F.C.P. Zuidhof, GZ psycholoog verbonden aan het Nederlands Instituut voor Forensische Psychiatrie, heeft ter terechtzitting toegelicht dat gelet op de leeftijd van betrokkene er weinig veranderingen meer zijn te verwachten in zijn persoonlijkheid. Behandeling zal geen meerwaarde meer opleveren. Betrokkene kan, mits er voldoende begeleiding en controle is, terugkeren in de maatschappij. Het is onwaarschijnlijk dat betrokkene bij voldoende begeleiding en controle zal recidiveren, omdat hij niet lijkt te handelen uit een impuls, maar aan de delicten steeds een periode is voorafgegaan waarin het langzaam fout ging. Het werken naar terugkeer in de maatschappij kan binnen het kader van de terbeschikkingstelling plaatsvinden, en gelet op de duur van het traject is verlenging met een periode korter dan twee jaren niet zinvol.

Van de zijde van de verdediging is opgemerkt dat het goed is dat de terbeschikkinggestelde is overgeplaatst naar een tweede behandelkliniek die inmiddels al stappen heeft gezet die tot nu toe nog niet waren gemaakt. De duur van de terbeschikkingstelling is echter, gelet op het indexdelict, disproportioneel. De raadsman bepleit aanhouding als bedoeld in artikel 509t, vijfde lid, van het Wetboek van Strafvordering, teneinde de reclassering opdracht te geven een maatregelenrapport te laten opstellen.

De terbeschikkinggestelde heeft te kennen gegeven het niet eens te zijn met een verlenging van de terbeschikkingstelling met dwangverpleging met twee jaar. Hij ziet het liefst dat de maatregel onvoorwaardelijk dan wel met voorwaarden wordt beëindigd. Hij is op eigen initiatief begonnen met het slikken van libidoremmende medicatie. Met steun van zijn stiefzoon en begeleiding van de reclassering kan hij veilig in de maatschappij terugkeren.

De rechtbank is, gelet op voormelde adviezen en de toelichting daarop van oordeel, dat de veiligheid van anderen en/of de algemene veiligheid van personen verlenging van de termijn gedurende welke betrokkene ter beschikking is gesteld, vereist. Betrokkene is recent overgeplaatst naar De Rooyse Wissel voor een tweede behandelpoging, waarvan de resultaten thans nog onvoldoende zichtbaar zijn.

Gezien de delictgeschiedenis van de terbeschikkinggestelde en het feit dat de nieuwe behandeling bij De Rooyse Wissel nog maar net is ingezet, ziet de rechtbank geen reden om de reclassering thans reeds een maatregelenrapport te laten opstellen, zoals door de verdediging is verzocht. Dit verzoek zal dan ook worden afgewezen. Wel is de rechtbank van oordeel dat zo spoedig mogelijk toegewerkt dient te worden naar resocialisatie van de terbeschikkinggestelde.

De rechtbank neemt in aanmerking dat de terbeschikkingstelling is opgelegd ter zake van een misdrijf dat gericht is tegen of gevaar veroorzaakt voor de onaantastbaarheid van het lichaam van een of meer personen.

De rechtbank neemt tevens in aanmerking dat bij de terbeschikkingstelling een bevel als bedoeld in artikel 37b van het Wetboek van Strafrecht is gegeven.

De rechtbank heeft gelet op de artikelen 38d en 38e van het Wetboek van Strafrecht en de artikelen 509o, 509s en 509t van het Wetboek van Strafvordering.

3. Beslissing

De rechtbank:

Wijst af het verzoek tot aanhouding.

Verlengt de termijn voor de terbeschikkingstelling met verpleging van overheidswege van [betrokkene] voor de duur van twee (2) jaren.

Samenstelling rechtbank en uitspraakdatum

Deze beschikking is gegeven door

mr. drs. J.W.H.G. Loyson, voorzitter,

mr. J.M. Sassenburg en mr. K.G. Witteman, rechters,

in tegenwoordigheid van mr. I. Hermans

en in het openbaar uitgesproken op 30 maart 2011.

Mr. Witteman is buiten staat deze beschikking mede te ondertekenen.