Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBHAA:2011:BR1508

Instantie
Rechtbank Haarlem
Datum uitspraak
25-02-2011
Datum publicatie
13-07-2011
Zaaknummer
15/700782-10
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Verkrachting door middel van tongzoen; mishandeling; feiten begaan tegen moeder; contactverbod.

De meervoudige strafkamer van de rechtbank Haarlem veroordeelt een 23-jarige verdachte tot een deels voorwaardelijke gevangenisstraf wegens het geven van een tongzoen aan en mishandeling van zijn moeder. Tevens wordt aan verdachte een contactverbod voor de duur van twee jaren opgelegd. De rechtbank overweegt dat verdachte geen enkel respect heeft getoond voor de familierechtelijke betrekkingen en het een zware opgave zal worden voor het slachtoffer om voornoemde feiten geestelijk te kunnen verwerken.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

RECHTBANK HAARLEM

Sector Strafrecht

Locatie Haarlem

Meervoudige strafkamer

Parketnummer: 15/700782-10

Uitspraakdatum: 25 februari 2011

Tegenspraak

Strafvonnis

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de openbare terechtzitting van 11 februari 2011 in de zaak tegen:

[verdachte],

geboren op [geboortedatum] 1987 te [geboorteplaats],

thans gedetineerd in de Penitentiaire Inrichting Midden Holland, Huis van Bewaring Haarlem, te Haarlem.

1. Tenlastelegging

Aan verdachte is ten laste gelegd dat:

Feit 1 primair

hij in of omstreeks 12 november 2010 tot en met 13 november 2010 te Assendelft, gemeente Zaanstad, door geweld of (een) andere feitelijkhe(i)d(en) en/of bedreiging met geweld of (een) andere feitelijkhe(i)d(en) [slachtoffer] (zijn, verdachtes moeder) heeft gedwongen tot het ondergaan van (een) handeling(en) die bestond(en) uit of mede bestond(en) uit het seksueel binnendringen van het lichaam van die [slachtoffer], hebbende verdachte

- zijn tong één of meermalen in de mond van die [slachtoffer] gebracht (tongzoenen), en/of

- één of meerma(a)l(en) gewreven over de vagina van die [slachtoffer],

en bestaande dat geweld of die andere feitelijkhe(i)d(en) en/of die bedreiging met geweld of die andere feitelijkhe(i)d(en) hierin dat verdachte

- naast die [slachtoffer] op bed is gaan zitten en/of die [slachtoffer] op haar rug op dat bed heeft geduwd/getrokken, en/of

- die [slachtoffer] met kracht heeft vastgehouden, en/of

- zijn been over die [slachtoffer] heen heeft gelegd, en/of

- (toen die [slachtoffer] begon te gillen) zijn hand met kracht op de mond van die [slachtoffer] heeft gedrukt en/of gedrukt gehouden, en/of

- (vervolgens) met zijn lichaam op die [slachtoffer] is gaan liggen, en/of

- (toen die [slachtoffer] zich tegen het tongzoenen door verdachte verzette) de mond van die [slachtoffer] heeft vastgepakt/vastgegrepen, en/of

- aan de maillot van die [slachtoffer] heeft getrokken, en/of (aldus) voor die [slachtoffer] een bedreigende situatie heeft doen ontstaan;

Feit 1 subsidiair

hij in of omstreeks de periode van 12 november 2010 tot en met 13 november 2010 te Assendelft, gemeente Zaanstad, door geweld of (een) andere feitelijkhe(i)d(en) en/of bedreiging met geweld of (een) andere feitelijkhe(i)d(en) [slachtoffer] heeft gedwongen tot het plegen en/of dulden van een of meer ontuchtige handeling(en), bestaande uit

- zijn tong één of meermalen in de mond van die [slachtoffer] gebracht (tongzoenen), en/of

- één of meerma(a)l(en) gewreven over de vagina van die [slachtoffer],

en bestaande dat geweld of die andere feitelijkhe(i)d(en) en/of die bedreiging met geweld of die andere feitelijkhe(i)d(en) hierin dat verdachte

- naast die [slachtoffer] op bed is gaan zitten en/of die [slachtoffer] op haar rug op dat bed heeft geduwd/getrokken, en/of

- die [slachtoffer] met kracht heeft vastgehouden, en/of

- zijn been over die [slachtoffer] heen heeft gelegd, en/of

- (toen die [slachtoffer] begon te gillen) zijn hand met kracht op de mond van die [slachtoffer] heeft gedrukt en/of gedrukt gehouden, en/of

- (vervolgens) met zijn lichaam op die [slachtoffer] is gaan liggen, en/of

- (toen die [slachtoffer] zich tegen het tongzoenen door verdachte verzette) de mond van die [slachtoffer] heeft vastgepakt/vastgegrepen, en/of

- aan de maillot van die [slachtoffer] heeft getrokken, en/of (aldus) voor die [slachtoffer] een bedreigende situatie heeft doen ontstaan;

Feit 2

hij op of omstreeks 12 november 2010 tot en met 13 november 2010 te Assendelft, gemeente Zaanstad, opzettelijk mishandelend zijn moeder, althans een persoon, te weten [slachtoffer], (toen die [slachtoffer] voor hem, verdachte wegrende) die [slachtoffer] met kracht op/tegen de benen heeft geschopt en/of getrapt, waardoor die [slachtoffer] ten val is gekomen, en/of (vervolgens) die [slachtoffer] (met kracht) aan de haren heeft vastgegrepen en getrokken en/of die [slachtoffer] (aan haar haren) heeft meegesleept/meegetokken over een grindpad, althans een ruwe ondergrond, waardoor deze letsel heeft bekomen en/of pijn heeft ondervonden.

2. Voorvragen

De rechtbank heeft vastgesteld dat de dagvaarding geldig is, dat zijzelf bevoegd is tot kennisneming van de zaak, dat het openbaar ministerie ontvankelijk is in zijn vervolging en dat er geen redenen zijn voor schorsing van de vervolging.

3. Vordering van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gerekwireerd tot bewezenverklaring van de onder 1 primair en 2 ten laste gelegde feiten en gevorderd dat verdachte ter zake zal worden veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 24 maanden, met aftrek van de tijd die verdachte reeds in verzekering en voorlopige hechtenis heeft doorgebracht, waarvan 6 maanden voorwaardelijk, met een proeftijd van 2 jaren en als bijzondere voorwaarde een verbod voor verdachte om contact op te nemen met het slachtoffer gedurende deze proeftijd.

4. Bewijs

4.1. Redengevende feiten en omstandigheden

De rechtbank komt tot bewezenverklaring van de onder 1 primair en 2 ten laste gelegde feiten op grond van de navolgende bewijsmiddelen.

In de nacht van 12 op 13 november 2010 ligt [slachtoffer], de moeder van verdachte, hierna te noemen aangeefster, te slapen in haar slaapkamer in haar woning aan [adres]. Zij wordt wakker omdat zij iemand in haar slaapkamer hoort lopen en heeft gelijk door dat dit haar zoon [verdachte], hierna te noemen verdachte, is. Zij vraagt aan hem waarom hij in haar slaapkamer is, waarop hij antwoordt dat hij bij haar in bed komt liggen. Aangeefster zegt tegen hem dat ze dat niet wil. Verdachte gaat naast aangeefster, die half is gaan zitten, op het bed zitten en draait zich over haar heen, waarbij hij haar bij haar schouders vastpakt. Terwijl aangeefster op haar rug ligt, houdt verdachte haar met kracht vast, legt een been over haar heen en drukt haar met zijn gewicht op het matras. Aangeefster begint te gillen en roept meerdere malen dat hij moet stoppen, waarna verdachte met kracht zijn hand op de mond van aangeefster duwt. Aangeefster krijgt hierdoor haast geen lucht meer. Ze krijgt hem niet van haar af en ziet geen andere mogelijkheid meer dan rustig te blijven liggen. Verdachte draait zich vervolgens met zijn lichaam op aangeefster en steekt zijn tong in haar mond. Zij probeert haar tanden op elkaar te houden en haar gezicht weg te draaien, maar verdachte pakt haar bij haar ondertanden vast om haar mond open te trekken. Vervolgens steekt hij meerdere malen zijn tong in de mond van aangeefster. Aangeefster voelt dat hij een stijve penis heeft. Verdachte begint met zijn hand over de maillot van aangeefster over haar vagina te wrijven en probeert de maillot uit te trekken. Aangeefster verzet zich hiertegen en zegt tegen hem dat zij haar maillot zelf zal uittrekken. Verdachte laat de maillot los en aangeefster staat op. Zij maakt een beweging alsof zij de maillot naar beneden doet, maar trekt deze vervolgens omhoog en rent weg. Aangeefster rent de woning uit en ziet dat verdachte achter haar aankomt. Op het pad buiten schopt verdachte aangeefster onderuit, waardoor zij op de grond valt, in het grind. Vervolgens pakt hij haar met kracht bij haar haren vast en sleept haar aan haar haren mee. Aangeefster voelt dat haar haren van haar hoofd loslaten. Zij pakt met beide handen de benen van verdachte vast en trekt hem onderuit. Vervolgens probeert zij op te staan en weg te komen, maar verdachte staat meteen weer voor haar en duwt haar in de richting van de woning. Aangeefster blijft gillen en zich verzetten. Zij merkt dat verdachte rustiger wordt en ziet hem snakken naar adem. Zij hoort hem zeggen dat hij op de bank zal gaan slapen en dat ook zij naar binnen moet gaan. Aangeefster doet dat niet en loopt ongehinderd de andere kant op.

Omstreeks 11:00 uur die dag gaat aangeefster naar een vriendin van haar, [getuige]. Aangeefster vertelt haar dat [voornaam verdachte] heeft geprobeerd haar te verkrachten. [getuige] zet haar onder de douche, haar hele lichaam trilt. [getuige] ziet dat vele haren van aangeefster in de douche vielen. [getuige] ziet ook kale plekken op haar hoofd en (schaaf)wonden op haar benen, enkels, ellebogen en vingers. Haar mond is aan de binnenkant bij haar onderlip kapot; verdachte heeft zijn hand op haar mond gedrukt omdat ze zo gilde.

Een buurtbewoonster van aangeefster, die anoniem wil blijven, heeft in de nacht van 12 op 13 november 2010, omstreeks 05:30 uur, een persoon horen schreeuwen, ongeveer zes keer.

In het dossier zijn foto’s gevoegd waarop zichtbaar is dat aangeefster kale plekken op haar hoofd heeft en (schaaf)wonden op haar elleboog, pols, vingers en benen.

Voorts is de aan verdachte toegeschreven telefoon onderzocht. Uit dat onderzoek is gebleken dat deze telefoon zich op 13 november 2010 om 02.36 uur in de omgeving van een zendmast te Assendelft bevond.

Ten slotte heeft het Nederlands Forensisch Instituut (NFI) onder meer Y-chromosomaal DNA-onderzoek gedaan naar voornoemde maillot van aangeefster. Van het DNA in een van de bemonsteringen is een Y-chromosomaal DNA-profiel verkregen. Dit Y-chromosomale DNA-mengprofiel matcht met het Y-chromosomale DNA-profiel van verdachte. Dit betekent dat in die bemonstering naast celmateriaal van aangeefster tevens een relatief geringe hoeveelheid celmateriaal aanwezig is dat afkomstig kan zijn van verdachte. Hierbij wordt nadrukkelijk opgemerkt dat ook alle andere, in de mannelijke lijn aan verdachte verwante mannen hetzelfde Y-chromosomale DNA-profiel hebben als dat van verdachte. Bovendien heeft een onbekend aantal mannen, dat niet aan verdachte verwant is, hetzelfde Y-chromosomale DNA-profiel. Het in de bemonstering verkregen Y-chromosomale DNA-profiel is eerst vergeleken met 30.300 Y-chromosomale DNA-profielen van referentiemonsters van mannen uit 209 verschillende en over de gehele wereld verspreide bevolkingsgroepen en vervolgens met 2.085 Y-chromosomale DNA-profielen van referentiemonsters van niet verwante Nederlandse mannen. Het in de bemonstering verkregen Y-chromosomale DNA-profiel bleek niet in een van beide referentiebestanden voor te komen.

4.2. Bewijsoverweging

De raadsman van verdachte heeft zich ter terechtzitting – zakelijk weergegeven – primair op het standpunt gesteld dat de aangifte onvoldoende wordt ondersteund door ander bewijsmateriaal in het dossier en dat verdachte derhalve voor de beide aan hem ten laste gelegde feiten dient te worden vrijgesproken. In het bijzonder heeft de raadsman opgemerkt dat de getuigenverklaring van [getuige] niet kan gelden als een van de aangifte onafhankelijke verklaring, dat de zendmastgegevens niets zeggen over de aanwezigheid van verdachte op de plaats delict en dat die mogelijke aanwezigheid niet is aan te merken als een bijzondere omstandigheid nu verdachte op dat adres verbleef. Voorts heeft hij opgemerkt dat op grond van het rapport van het NFI niet met zekerheid kan worden aangenomen dat het DNA-spoor aangetroffen op de maillot afkomstig is van verdachte. Doordat een letselverklaring ontbreekt, kan evenmin worden vastgesteld of het letsel van aangeefster kan voortkomen uit de door haar omschreven gebeurtenissen.

Anders dan de raadman betoogt, leveren voornoemde bewijsmiddelen, tezamen en in onderlinge samenhang bezien, wel degelijk voldoende wettig en overtuigend bewijs op ten aanzien van zowel het onder 1 primair als het onder 2 ten laste gelegde feit. Daarbij stelt de rechtbank voorop dat het verdachte verweten zedendelict niet los van de ten laste gelegde mishandeling kan worden gezien, nu die mishandeling moet worden gezien als een feit dat direct voortvloeit uit – en daarmee samenhangt met – de seksuele handelingen die verdachte bij zijn moeder heeft verricht. De stellingen van de raadsman dat uit de zendmastgegevens, het DNA-onderzoek en de getuigenverklaringen niet onomstotelijk blijkt dat verdachte zich aan de ten laste gelegde feiten schuldig heeft gemaakt, zijn ten aanzien van ieder afzonderlijk bewijsmiddel weliswaar juist, maar in onderlinge samenhang bezien komt de rechtbank tot een ander oordeel. Daarbij neemt de rechtbank meer specifiek in aanmerking dat de verklaring van getuige [getuige] niet louter bestaat uit een weergave van door aangeefster aan haar vertelde gebeurtenissen, maar tevens eigen waarnemingen omvat met betrekking tot het letsel van aangeefster en de staat waarin zij verkeerde. Ook het DNA-onderzoek heeft meer bewijswaarde dan de raadsman daar kennelijk aan toedicht, nu daarbij een ruim referentieonderzoek heeft plaatsgevonden en voorts is gebleken dat aangeefster al lange tijd geen (fysiek) contact meer heeft gehad met de vader van verdachte. Voorts acht de rechtbank het niet noodzakelijk te beschikken over een letselverklaring, omdat het letsel zoals dat blijkt uit de aangifte, de verklaring van getuige [getuige] en de foto’s in het dossier, onmiskenbaar kan voortkomen uit de gewelddadige gedragingen van verdachte, zoals die door aangeefster zijn omschreven. Ten slotte merkt de rechtbank op dat verdachte ter terechtzitting en eerder nagenoeg niets heeft willen verklaren over hetgeen hem verweten wordt, zodat de rechtbank van zijn zijde geen alternatieve zienswijze heeft vernomen die aan het bovenstaande kan worden getoetst.

Subsidiair heeft de raadsman betoogd dat een tongzoen niet als verkrachting kan worden gekwalificeerd, omdat uit jurisprudentie van rechtbanken blijkt dat een tongzoen niet als een verkrachting dient te worden gekwalificeerd en er geen sprake is van het seksueel binnendringen van het lichaam van aangeefster in de context van artikel 242 Wetboek van Strafrecht.

De rechtbank is van oordeel dat het handelen van verdachte, het zijn tong meermalen in de mond van aangeefster duwen en daarbij haar mond openhouden met zijn hand, in samenhang met het wrijven over de maillot ter hoogte van de vagina van aangeefster, weldegelijk als verkrachting kan worden aangemerkt. Volgens vaste jurisprudentie van de Hoge Raad heeft de wetgever geen beperkingen willen aanbrengen in de wijze waarop het lichaam is binnengedrongen. Voorop staat dat artikel 242 van het Wetboek van Strafrecht de (seksuele) integriteit van het lichaam waarborgt. Weliswaar dient in het geval van enkel een tongzoen te worden gekeken naar de omstandigheden waaronder deze is gegeven, maar door het met de tongzoenen gepaard gaande openhouden van de mond en het wrijven over de maillot ter hoogte van de vagina, is verdachte niet alleen feitelijk het lichaam van zijn moeder binnengedrongen, maar kan daaraan ook geen andere dan een seksuele betekenis worden toegekend, terwijl daarbij fysieke dwang is uitgeoefend.

4.3. Bewezenverklaring

Gezien het bovenstaande acht de rechtbank wettig en overtuigend bewezen dat verdachte de ten laste gelegde feiten heeft begaan, in dier voege dat:

1.

hij op 13 november 2010 te Assendelft, gemeente Zaanstad, door geweld [slachtoffer], zijn, verdachtes, moeder, heeft gedwongen tot het ondergaan van handelingen die mede bestonden uit het seksueel binnendringen van het lichaam van die [slachtoffer], hebbende verdachte zijn tong meermalen in de mond van die [slachtoffer] gebracht (tongzoenen) en meermalen gewreven over de vagina van die [slachtoffer], en bestaande dat geweld hierin dat verdachte naast die [slachtoffer] op bed is gaan zitten en die [slachtoffer] op haar rug op dat bed heeft geduwd en die [slachtoffer] met kracht heeft vastgehouden en zijn been over die [slachtoffer] heen heeft gelegd en toen die [slachtoffer] begon te gillen zijn hand met kracht op de mond van die [slachtoffer] heeft gedrukt en gedrukt gehouden en vervolgens met zijn lichaam op die [slachtoffer] is gaan liggen, en, toen die [slachtoffer] zich tegen het tongzoenen door verdachte verzette, de mond van die [slachtoffer] heeft vastgegrepen en aan de maillot van die [slachtoffer] heeft getrokken en aldus voor die [slachtoffer] een bedreigende situatie heeft doen ontstaan;

2.

hij op 13 november 2010 te Assendelft, gemeente Zaanstad, opzettelijk mishandelend zijn moeder, te weten [slachtoffer], toen die [slachtoffer] voor hem, verdachte, wegrende, die [slachtoffer] met kracht tegen de benen heeft geschopt, waardoor die [slachtoffer] ten val is gekomen, en vervolgens die [slachtoffer] met kracht aan de haren heeft vastgegrepen en getrokken en die [slachtoffer] aan haar haren heeft meegesleept over een grindpad, waardoor deze letsel heeft bekomen en pijn heeft ondervonden.

Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, leest de rechtbank de tenlastelegging verbeterd. Blijkens het verhandelde op de terechtzitting is de verdachte daardoor niet geschaad in zijn verdediging.

Hetgeen aan verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hier als bewezen is aangenomen, is niet bewezen. De verdachte moet hiervan worden vrijgesproken.

5. Strafbaarheid van de feiten

Het bewezen verklaarde levert op:

Feit 1 primair: verkrachting.

Feit 2: mishandeling, begaan tegen zijn moeder.

6. Strafbaarheid van verdachte

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluit. Verdachte is dus strafbaar.

7. Motivering van de straf

Bij de beslissing over de straf die aan verdachte moet worden opgelegd, heeft de rechtbank zich laten leiden door de aard en de ernst van het bewezen verklaarde en de omstandigheden waaronder dit is begaan, alsmede de persoon van verdachte zoals van een en ander uit het onderzoek ter terechtzitting is gebleken.

In het bijzonder heeft de rechtbank het navolgende in aanmerking genomen.

Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan verkrachting van zijn moeder. Hij heeft door middel van geweld zijn tong meermalen in haar mond gebracht en over haar maillot ter hoogte van haar vagina gewreven, terwijl het voor hem duidelijk was dat zij dat niet wilde. Hiermee heeft hij een ernstige inbreuk gemaakt op de seksuele integriteit van het lichaam van het slachtoffer. Verkrachting is op zichzelf al een bijzonder ernstig delict, maar in dit geval dient het feit verdachte nog zwaarder te worden aangerekend, omdat het slachtoffer zijn moeder betreft. Het vertrouwen dat in een dergelijke intieme relatie bestaat, is hiermee in extreme mate geschonden.

Het slachtoffer heeft vervolgens getracht te vluchten, maar is door verdachte op hardhandige wijze aan haar haren terug naar de woning getrokken, waarbij het slachtoffer plukken haar heeft verloren en verwondingen over haar hele lichaam heeft opgelopen. Ook door het begaan van dit feit heeft verdachte een inbreuk gemaakt op de lichamelijke integriteit van het slachtoffer. Dergelijke feiten dragen verder ook bij aan gevoelens van angst en onveiligheid in de samenleving, maar meer in het bijzonder voor het slachtoffer. Verdachte heeft ook dit feit begaan tegen zijn moeder en daarmee geen enkel respect getoond voor de familierechtelijke betrekkingen. Voorts overweegt de rechtbank dat het, gezien voornoemde familierechtelijke betrekkingen, een zware opgave zal worden voor het slachtoffer om voornoemde feiten geestelijk helemaal te kunnen verwerken. Het voorgaande wordt verdachte ten zeerste aangerekend.

De rechtbank kan zich op grond van het voorgaande, anders dan de raadsman, geheel vinden in de eis van de officier van justitie. De rechtbank is van oordeel dat een vrijheidsbenemende straf van na te noemen duur moet worden opgelegd. De rechtbank zal bepalen dat een gedeelte daarvan vooralsnog niet ten uitvoer zal worden gelegd en zal daaraan een proeftijd verbinden van 2 jaren opdat verdachte er tijdens die proeftijd van wordt weerhouden strafbare feiten te begaan.

Daarnaast acht de rechtbank een verbod om contact op te nemen met het slachtoffer gedurende de proeftijd gezien de aard en ernst van de gepleegde feiten gewenst. Een voorwaarde van die strekking zal aan het voorwaardelijk deel van de op te leggen straf worden verbonden.

8. Toepasselijke wettelijke voorschriften

De volgende wetsartikelen zijn van toepassing:

14a, 14b, 14c, 57, 242, 300 en 304 van het Wetboek van Strafrecht.

9. Beslissing

De rechtbank:

Verklaart bewezen dat verdachte de ten laste gelegde feiten heeft begaan zoals hiervoor onder 4.3. weergegeven.

Verklaart niet bewezen wat aan verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven als bewezen is aangenomen en spreekt verdachte daarvan vrij.

Bepaalt dat de bewezen verklaarde feiten de hierboven onder 5. vermelde strafbare feiten opleveren.

Verklaart verdachte hiervoor strafbaar.

Veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van vierentwintig (24) maanden.

Beveelt dat van deze gevangenisstraf een gedeelte, groot zes (6) maanden niet ten uitvoer zal worden gelegd en stelt daarbij een proeftijd vast van twee jaren.

Bepaalt dat de tenuitvoerlegging kan worden gelast, indien:

– verdachte zich voor het einde van de proeftijd aan een strafbaar feit schuldig maakt;

– verdachte niet naleeft de bijzondere voorwaarde dat hij gedurende de proeftijd middellijk noch onmiddellijk contact zal zoeken met het slachtoffer [slachtoffer].

Bepaalt dat de tijd die verdachte vóór de tenuitvoerlegging van dit vonnis in verzekering en voorlopige hechtenis heeft doorgebracht, bij de tenuitvoerlegging van de thans opgelegde gevangenisstraf in mindering wordt gebracht, voor zover die tijd niet reeds op een andere straf in mindering is gebracht.

Samenstelling rechtbank en uitspraakdatum

Dit vonnis is gewezen door

mr. A.C.M. Rutten, voorzitter,

mr. J.N.A. Jolink en mr. H.A. Stalenhoef, rechters,

in tegenwoordigheid van de griffier mr. S.A.K. Ramdjan,

en uitgesproken op de openbare terechtzitting van 25 februari 2011.