Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBHAA:2011:BR1483

Instantie
Rechtbank Haarlem
Datum uitspraak
29-06-2011
Datum publicatie
13-07-2011
Zaaknummer
512226 - VV EXPL 11-131
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Voorlopige voorziening
Inhoudsindicatie

Voorlopige voorziening. Verhuur bedrijfsruimte. Vraag of verhuurder verplicht is tot energieleveranties wordt ontkennend beantwoord door de kantonrechter. Eiseres in reconventie (een maatschap) heeft unaniem besluit van de maten nodig om te procederen. Eén van de vier maten geeft die toestemming niet. Die weigerende maat is tevens directeur van de besloten vennootschap die een bedrijfsruimte huurt van de maatschap en verweerster in reconventie is. Die vennootschap beroept zich op het ontbreken van unanimiteit. De kantonrechter verwerpt dat verweer, omdat in de maatschapsakte is opgenomen dat derden geen beroep op het ontbreken van unanimiteit kunnen doen en de vennootschap als derde moet worden beschouwd. Dat de weigerende maat daarvan directeur is, maakt dat niet anders.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK HAARLEM

Sector kanton

Locatie Haarlem

zaak/rolnr.: 512226 \ VV EXPL 11-131

datum uitspraak: 29 juni 2011

VONNIS VAN DE KANTONRECHTER IN KORT GEDING

inzake

de besloten vennootschap Nachtwacht Glasservice B.V.

te Hoofddorp, gemeente Haarlemmermeer

eisende partij in conventie

verwerende partij in reconventie en in voorwaardelijke reconventie

hierna te noemen Glasservice

gemachtigde mr. J.F.M. Verheij

tegen

de maatschap [X.]

te [woonplaats]

gedaagde partij in conventie

eisende partij in reconventie en in voorwaardelijke reconventie

hierna te noemen [X.]

gemachtigde mr. G.M. Metz

In conventie, reconventie en voorwaardelijke reconventie

De procedure

Glasservice heeft [X.] op 26 mei 2011 gedagvaard. De mondelinge behandeling heeft plaatsgevonden op 22 juni 2011, waarbij de gemachtigden zich hebben bediend van pleitnotities. De griffier heeft aantekening gehouden van wat door of namens partijen ter zitting is verklaard. Partijen hebben nog stukken in het geding gebracht.

De feiten

Als enerzijds gesteld en anderzijds erkend, dan wel niet of onvoldoende betwist en/of op grond van de onweerspro¬ken inhoud van de producties, staat tussen partij¬en het volgende vast:

1. [X.] heeft een perceel grond aan [adres] aangekocht.

2. [X.] heeft op het onder genoemde 1 perceel grond een bedrijfsgebouw gevestigd ter exploitatie.

3. De Maatschapsakte van [X.] bevat onder meer de volgende bepalingen:

“(…)

Artikel 6

(…)

2. Voor de volgende maatschapshandelingen is de toestemming van alle vennoten vereist:

(..)

d. (…) het voeren van rechtsgedingen (…),behoudens het nemen van conservatoire en/of andere spoedeisende maatregelen,(…);

(…)

4. Het ontbreken van de toestemming van de vereiste meerderheid, (...), kan nimmer door derden aan de maatschap worden tegengeworpen.

(...)"

4. [X.] heeft aan Glasservice een kantoorruimte verhuurd in het onder 2 bedoelde bedrijfsgebouw.

5. Op de huurovereenkomst tussen partijen zijn eveneens van toepassing de Algemene Bepalingen huurovereenkomst kantoorruimte, hierna te noemen: de Algemene Bepalingen.

6. Met betrekking tot de kosten van leveringen en diensten bepalen de Algemene Bepalingen het volgende:

“12.1 Boven de huurprijs zijn voor rekening van huurder de kosten van het verbruik van water en energie ten behoeve van het gehuurde (...). Huurder dient zelf de overeenkomsten tot levering met de betrokken instanties af te sluiten, tenzij het gehuurde geen afzonderlijke aansluitingen heeft en verhuurder als onderdeel van de overeengekomen leveringen en diensten hiervoor zorgdraagt.

(…)

14.1 De betaling van de huurprijs (…) zal uiterlijk op de vervaldag (…)- zonder enige opschorting, korting, aftrek of verrekening met een vordering welke huurder op verhuurder heeft of meent te hebben - geschieden door (…).”

In conventie

De vordering

Glasservice vordert, na vermeerdering van haar eis, dat de kantonrechter bij wijze van voorlopige voorziening, voor zover wettelijk veroorloofd uitvoerbaar bij voorraad [X.] zal veroordelen om:

a. binnen vijf (5) dagen na het te wijzen vonnis tegen behoorlijk bewijs van kwijting aan Glasservice te betalen € 48.564,59 te vermeerderen met de wettelijke rente indien niet binnen acht (8) dagen na het vonnis aan de betalingsverplichting wordt voldaan, tot aan de dag der algehele voldoening;

b. binnen twee (2) dagen na het te wijzen vonnis op naam en rekening van [X.] een contract te sluiten voor de leverantie van elektra op de hoofdmeter 1156405 N aan het adres van het gehuurde, ingaande 19 februari 2011, dan wel een andere ingangsdatum in goede justitie te bepalen, op straffe van een dwangsom van € 10.000,00 bij weigering en € 2.500,00 voor elke dag dat die weigering voortduurt;

c. binnen veertien (14) dagen na het te wijzen vonnis aan Glasservice, betreffende de jaren 2005 tot en met 2010, te verstrekken een jaarlijkse afrekening leveringen en diensten, omvattende de elektrakosten, zulks op straffe van een dwangsom van € 10.000,00 bij weigering en € 2.500,00 voor elke dag dat die weigering voortduurt;

d. telkens binnen zes (6) maanden na ommekomst van ieder jaar dat de huur heeft voortgeduurd, ingaande voor het eerst over 2011, aan Glasservice te verstrekken een jaarlijks overzicht afrekening leveringen en diensten, omvattende de elektrakosten, zulks op straffe van een dwangsom van

€ 10.000,00 bij weigering alsmede € 2.500,00 voor elke dag dat die weigering voortduurt;

e. binnen acht (8) dagen na betekening van het te wijzen vonnis aan Glasservice de kosten van de onderhavige procedure te betalen, te vermeerderen met de nakosten, alsmede te vermeerderen met de wettelijke rente bij het uitblijven van betaling.

Glasservice stelt daartoe het volgende.

Tussen partijen is er een huurovereenkomst tot stand gekomen inzake een bedrijfsruimte aan [adres], met Glasservice als huurder en [X.] als verhuurder.

De huurovereenkomst is aangegaan op 1 januari 2000 en geldt inmiddels voor onbepaalde tijd.

Volgens de Algemene Bepalingen zijn voor rekening van Glasservice de kosten van het verbruik van water en energie. De huurder dient zelf de overeenkomsten tot leveringen met de betrokken instanties af te sluiten, tenzij het gehuurde geen afzonderlijke aansluiting heeft en verhuurder als onderdeel van de overeengekomen leveringen en diensten hiervoor zorg draagt.

Verhuurder dient de door de huurder verschuldigde vergoeding voor leveringen en diensten vast te stellen op basis van kosten die met de leveringen en diensten en de daaraan verbonden administratieve werkzaamheden zijn gemoeid. Verhuurder dient huurder elk jaar een rubrieksgewijs overzicht van de kosten van de leveringen en diensten te verstrekken, met vermelding van de wijze van berekening daarvan en van, voor zover van toepassing, het aandeel van huurder in die kosten.

[X.] heeft bij de ingangsdatum van de huurovereenkomst telkens maandelijks kosten van leveringen en diensten in rekening gebracht. Een jaarlijkse afrekening is evenwel uitgebleven.

In het pand heeft zich tot voor kort geen afzonderlijke aansluiting voor de leverantie van elektra bevonden. In het gehuurde was één hoofdaansluiting aanwezig.

Pas na meerdere sommaties is [X.] onlangs bereid gebleken een afzonderlijke hoofdmeter voor de elektra te brengen, waarop op haar naam elektra wordt geleverd en waarop doorlevering aan de diverse huurders kan plaatsvinden.

Ondanks diverse verzoeken en sommaties weigert [X.] een jaarlijkse afrekening leveringen en diensten aan Glasservice te verstrekken.

Glasservice heeft recht en een spoedeisend belang bij de voorzieningen. Zonder jaarlijkse afrekening van leveringen en diensten is voor haar niet inzichtelijk tot welke kosten voor leveringen en diensten [X.] eventueel gerechtigd kan zijn. Nu [X.] weigert dergelijke afrekeningen te maken, ziet Glasservice zich genoodzaakt zulks in rechte af te dwingen.

Het verweer

[X.] betwist de vordering en voert daartoe het volgende aan:

[X.] bestrijdt dat sprake is van een spoedeisend belang aan de zijde van Glasservice, omdat in de bodemprocedure op korte termijn uitspraak wordt verwacht. Voorts verkeert Glasservice in een financieel slechte situatie, zodat sprake is van een restitutierisico indien de vordering van Glasservice uiteindelijk in de bodemprocedure wordt afgewezen.

Met betrekking tot de vordering onder a:

In artikel 12. 1 van de Algemene Bepalingen staat dat de kosten van het verbruik van energie en water ten behoeve van het gehuurde voor rekening van de huurder zijn. Verder staat er dat de huurder zelf de overeenkomsten tot levering met de betrokken instanties moet afsluiten. [X.] is in overeenstemming met de feiten en de overeenkomsten nimmer geconfronteerd met enige rekening van het energiebedrijf en heeft ook nimmer een contract met een energiebedrijf voor elektra gehad. Als verhuurder heeft [X.] nimmer voor de levering van energie zorg gedragen als onderdeel van de levering van diensten. De situatie als bedoeld onder de zinsnede "tenzij het gehuurde geen afzonderlijke aansluitingen heeft en verhuurder als onderdeel van de overeengekomen leveringen en diensten hiervoor zorg draagt" heeft zich nooit voorgedaan.

[X.] is wel bijkomende leveringen en diensten met Glasservice overeengekomen. Het bedrag dat is overeengekomen met Glasservice, te weten € 341,47 per maand, wijst erop dat dit nimmer energie zou kunnen omvatten.

Nergens in de overeenkomst is af te leiden dat [X.] voor de energie zou moeten zorgen of leveren. Een stap verder is nog, dat [X.] de energie die naar vaststaat op basis van een contract van Glasservice met RWE, door Glasservice is gebruikt, zou moeten betalen. Noch de huurovereenkomst nog een ander rechtsbeginsel ondersteunt deze visie.

Met betrekking tot de vordering onder b:

Glasservice dient, zoals is overeengekomen, als huurder zelf een contract te sluiten met de leverancier van energie. [X.] kan niet gedwongen worden een contract af te sluiten.

Met betrekking tot de vorderingen onder c en d:

[X.] erkent dat zij nalatig is geweest in het verschaffen van overzichten met betrekking tot de kosten van leveringen en diensten. De kosten van energie behoorden niet bij de bijkomende leveringen en diensten en behoeven daarom niet verstrekt te worden.

In reconventie:

De vordering

[X.] vordert dat de kantonrechter bij vonnis uitvoerbaar bij voorraad, Glasservice zal veroordelen om aan [X.] binnen 14 dagen na het te wijzen vonnis te betalen € 146.656,16, subsidiair € 95.463,83, meer subsidiair een bedrag door de kantonrechter in goede justitie te bepalen, met veroordeling van Glasservice in de kosten van de procedure.

[X.] heeft het volgende aan de vordering ten grond¬slag gelegd:

Glasservice heeft in de bodemprocedure erkend dat er een bedrag van € 60.217,83 inclusief servicekosten openstaat.

[X.] heeft bij conclusie van repliek in de bodemprocedure haar eis vermeerderd aangezien Glasservice in gebreke is gebleven de huur (exclusief de servicekosten) over juli, augustus, september, oktober en december 2010 tot een bedrag van € 39.321,24 geheel te voldoen. Zij heeft slechts € 4.037,24 in mindering voldaan. Per saldo blijft te voldoen € 35.246,00.

Het gevorderde bedrag aan huur exclusief de servicekosten komt daarmee in totaal neer op

€ 146.656,16.

Glasservice heeft van het aanvankelijk bij dagvaarding gevorderde bedrag erkend aan “kale” huur € 60.217,83 verschuldigd te zijn. Daarnaast heeft zij geen verweer tegen de vermeerdering van eis van € 35.246,00 gevoerd. Derhalve staat de verschuldigdheid van het bedrag van

€ 95.463,83 vast. [X.] vordert dit bedrag als voorschot en verwijst daarbij op het bepaalde bij artikel 14.1 van de Algemene Bepalingen.

Het verweer

Glasservice betwist de vordering en voert daartoe het volgende aan:

Het is de vraag of [X.] bevoegd is om rechtsmaatregelen tot betaling te treffen. Hiervoor is de toestemming van de vennoot [Y.] nodig. Die toestemming ontbreekt. [Y.] heeft daarom de nietigheid c.q. vernietiging ingeroepen van de beslissing om tegen Glasservice te procederen tegen Glasservice.

Ook het instellen van de vordering in kort geding heeft zonder instemming van [Y.] plaatsgevonden.

Glasservice betwist het spoedeisend belang van [X.] bij betaling van de huur.

Er loopt al een bodemzaak sinds 27 mei 2010 en op 7 juli 2011 zal vonnis worden gewezen.

[X.] heeft niet eerder met spoedvoorziening betaling van huur gevorderd.

Door [X.] zijn ten laste van Glasservice verschillende conservatieve beslagen gelegd. De huurvordering is derhalve zeker gesteld.

Glasservice voorziet dat, zodra de vordering tot huurbetaling wordt toegewezen, een aantal vennoten van [X.] het geld op onrechtmatige wijze aan de maatschap onttrekt.

In de bodemprocedure is door Glasservice beroep gedaan op schuldeisersverzuim, verrekening van de huur met ten onrechte betaalde voorschotten voor leveringen en diensten. Ook is een beroep op verrekening van geleden schade gedaan. Deze schade vloeit voort uit de tekortkoming met betrekking tot de energieleverantie.

Voorts heeft Glasservice in de bodemprocedure een beroep gedaan op het onredelijk bezwarende karakter van de verbodsbepaling tot verrekening.

Als Glasservice failliet gaat, zijn er alleen maar verliezers. Het water staat Glasservice tot aan de lippen. Gezien die omstandigheden komt [X.] ook naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid geen beroep toe op de uitsluiting van opschorting en verrekening.

In voorwaardelijke reconventie:

De vordering

Indien en voor zover de vordering van Glasservice in conventie geheel of gedeeltelijk wordt toegewezen, vordert [X.] dat de kantonrechter bij vonnis uitvoerbaar bij voorraad Glasservice zal veroordelen om [X.] uiterlijk twee dagen na het te wijzen vonnis, de nota’s van de energieleveranciers alsmede de bankafschriften, waaruit de gedane betalingen op bedoelde nota’s blijken en de jaarrekeningen vanaf 1 januari 2005 tot en met 22 juni 2011 ter inzage te verschaffen, bij gebreke waarvan Glasservice een dwangsom verbeurt van

€ 10.000,00 bij weigering en van € 2.500,00 voor elke dag dat die weigering voortduurt, met veroordeling van Glasservice in de kosten van de procedure.

[X.] heeft het volgende aan de vordering ten grond¬slag gelegd:

Het is voor [X.] slechts in beperkte mate mogelijk om overzichten en inzicht te verschaffen met betrekking tot de servicekosten. [X.] heeft geen enkel inzicht in de leverantie van elektra. Deze administratie berust bij [Y.] en Glasservice. [X.] is niet bij machte meer te doen dan zij thans bij de stukken overlegt en zal op basis hiervan met Glasservice afrekenen.

Mocht het evenwel in conventie tot een veroordeling komen, dan heeft [X.] er belang bij om te beschikken over de nota’s van de energieleveranciers en over de bankafschriften waaruit de gedane betalingen op bedoelde nota’s blijken , alsmede de jaarafrekeningen vanaf 1 januari 2005 tot en met juni 2011.

Het verweer

Glasservice betwist de vordering en voert daartoe het volgende aan:

Deze vordering is rauwelijks en onnodig ingesteld Glasservice is bereid haar medewerking te verschaffen. Daarvoor is geen veroordeling nodig, laat staan een dwangsom.

De beoordeling van het geschil

In conventie, reconventie en in voorwaardelijke reconventie

1. Vooropgesteld wordt dat een voorlopige voorziening zoals gevraagd alleen kan worden toegewezen als in dit geding aan de hand van de thans bekende feiten en omstandigheden de verwachting gewettigd is dat in een eventueel tussen partijen nog te voeren bodemprocedure een soortgelijke vordering van Glasservice respectievelijk [X.] tot een toewijzing daarvan zal leiden. De kantonrechter is voorshands, op grond van de thans voorliggende gegevens, van oordeel dat dit in conventie niet het geval is en in reconventie gedeeltelijk wel het geval is. De kantonrechter overweegt daartoe het volgende.

In conventie

2. Nu de datum waarop het vonnis in de bodemprocedure valt te verwachten niet bekend is en de financiële situatie bij Glasservice slecht is, bestaat voldoende spoedeisend belang aan de zijde van Glasservice.

3. De stellingen van Glasservice gaan ervan uit dat [X.] de verplichting heeft tot het leveren van energie. Of dat inderdaad het geval is, hangt af van wat partijen zijn overeengekomen.

4. Uit het bepaalde bij artikel 12.1 van de Algemene Bepalingen volgt dat aan de volgende twee voorwaarden moet zijn voldaan wil er sprake zijn van een verplichting van [X.] als bedoeld:

- er moeten geen afzonderlijke aansluitingen zijn en

- [X.] moet als verhuurder als onderdeel van de overeengekomen leveringen en diensten zorg dragen voor het sluiten van contracten met de leveranciers.

5. Tussen partijen staat vast dat er geen afzonderlijke aansluitingen zijn, zodat aan de eerstgenoemde voorwaarde is voldaan.

6. Aan de tweede genoemde voorwaarde is naar het voorlopige oordeel van de kantonrechter niet voldaan. Uit niets is gebleken dat tussen partijen is overeengekomen dat [X.] als onderdeel van de overeengekomen leveringen en diensten moet zorg dragen voor de contracten met de leveranciers. Ter zitting is gebleken dat met betrekking tot leveringen en diensten geen afspraken op schrift zijn gesteld. Voorts staat vast dat Glasservice als voorschot op de leveringen en diensten € 341,47 per maand aan [X.] voldoet. Gelet op de hoogte van dat bedrag en het feit dat het hier gaat om verhuur van bedrijfsruimte, kan niet zonder meer worden aangenomen dat in het bedrag van

€ 341,47 ook de levering van energie is begrepen. Dit geldt temeer omdat uit de stukken is gebleken dat Glasservice voor energieleverantie als voorschot per maand € 745,00 moet voldoen.

7. Naar het voorlopige oordeel kan op grond van het vorenstaande niet gezegd worden dat op [X.] de verplichting rust contracten met leveranciers van energie af te sluiten.

8. Het vorenstaande brengt met zich dat de gevraagde voorlopige voorzieningen, die alle uitgaan van de door Glasservice ten onrechte gestelde verplichting van [X.] tot energielevering, moeten worden geweigerd.

9. De proceskosten komen voor rekening van Glasservice omdat zij in het ongelijk wordt gesteld.

In reconventie

10. Glasservice heeft allereerst aangevoerd dat [X.] niet ontvankelijk is omdat niet alle maten van de maatschap hebben ingestemd met het voeren van ene rechtsgeding.

11. De kantonrechter verwerpt dat verweer. Uit artikel 6 lid 4 van de Maatschapsakte volgt immers dat derden geen beroep kunnen doen op het ontbreken van de toestemming van de vereiste meerderheid. Dat de directeur van Glasservice tevens maat is in [X.] doet daar niet aan af. Glasservice is en blijft en opzichte van [X.] een derde als bedoeld in artikel 6 lid 4 van de Maatschapsakte.

12. De kantonrechter acht voldoende spoedeisend belang aanwezig bij [X.]. Hiervoor geldt, zoals ook in conventie onder 2 is overwogen, dat de datum waarop het vonnis in de bodemprocedure zal worden gewezen, onbekend is. Daarnaast heeft [X.] als verhuurder vanzelfsprekend belang bij voldoening van huurpenningen door Glasservice. Dat [X.] ten laste van Glasservice conservatoir beslag heeft doen leggen, maakt dat oordeel niet anders. Immers, [X.] heeft belang bij betaling van de huurpenningen op korte termijn en van haar kan niet worden verlangd te wachten tot de executie van dat beslag, die immers eerst kan geschieden na afloop van de bodemprocedure.

13. De ontstane achterstand in de huurbetalingen wordt door Glasservice niet weersproken en staat derhalve vast.

14. Glasservice heeft zich op verrekening beroepen.

15. Zoals in conventie al is overwogen kan niet worden gezegd dat op [X.] de verplichting rust tot het sluiten van contracten met leveranciers van energie. In die ontbrekende verplichting kan dus geen grondslag voor verrekening zijn gelegen.

16. Voor het overige is de gegrondheid van het verweer niet op eenvoudige wijze vast te stellen. De kantonrechter zal daarom, gelet op het bepaalde bij artikel 6:136 BW, de primair gevorderde voorlopige voorziening toewijzen, nu die overigens voor toewijzing vatbaar is.

17. De proceskosten komen voor rekening van Glasservice omdat zij in het ongelijk wordt gesteld.

In voorwaardelijke reconventie

18. De door Glasservice in conventie gevorderde voorlopige voorzieningen worden geweigerd. Dat betekent dat de voorwaarde waaronder deze vordering van [X.] is ingesteld niet is vervuld, zodat de kantonrechter daar verder niet op in hoeft te gaan.

Beslissing

De kantonrechter:

In conventie

Weigert de gevorderde voorlopige voorziening.

Veroordeelt Glasservice in de kosten van deze procedure, tot op deze uitspraak aan de zijde van [X.] begroot op €400,00 aan salaris voor haar gemachtigde.

In reconventie

Veroordeelt Glasservice bij wijze van voorlopige voorziening om aan [X.] binnen 14 dagen na heden te betalen € 146.656,16.

Veroordeelt Glasservice in de kosten van deze procedure, tot op deze uitspraak aan de zijde van [X.] begroot op €400,00 aan salaris voor haar gemachtigde.

Verklaart dit vonnis in reconventie uitvoerbaar bij voorraad.

In voorwaardelijke reconventie

Verstaat dat de voorwaarde waaronder deze vordering is ingesteld niet is vervuld.

Dit vonnis is gewezen door mr. F.J.P. Veenhof en uitgesproken op de openbare terechtzitting van bovengenoemde datum.