Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBHAA:2011:BR1376

Instantie
Rechtbank Haarlem
Datum uitspraak
10-06-2011
Datum publicatie
13-07-2011
Zaaknummer
zaak/rep.nr.: 503615 \ AO VERZ 11-136
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Arbeidsontbinding. Verlenging van taxipas van werknemer. Pas wordt niet verlengd in verband met oogklachten van werknemer. Dit ligt in de risicosfeer van werknemer. De verlenging van de pas is niet geheel volgens de regels verlopen. Gelet op alle omstandigheden toch een vergoeding toegekend.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
AR-Updates.nl 2011-0574
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK HAARLEM

Sector kanton

Locatie Haarlem

zaak/rep.nr.: 503615 \ AO VERZ 11-136

datum uitspraak: 10 juni 2011

BESCHIKKING ONTBINDING ARBEIDSOVEREENKOMST

inzake

de besloten vennootschap Connexxion Taxi Services B.V.

te IJsselmuiden, mede kantoor houdende te Schiphol

verzoekster

hierna: Connexxion

gemachtigde: mr. E.J. Nieuwenhuys

tegen

[X.]

te [woonplaats]

verweerder

hierna: [X.]

gemachtigde: mr. J.C. Daniëls

De procedure

Op 16 maart 2011 is ter griffie een verzoekschrift ontvangen van Connexxion. [X.] heeft een verweerschrift ingediend.

De mondelinge behandeling van de zaak heeft plaatsgevonden op 20 mei 2011. Op deze zitting hebben partijen hun standpunten nader toegelicht. De gemachtigden van partijen hebben pleitnotities overgelegd. De griffier heeft aantekeningen gemaakt van wat partijen verder naar voren hebben gebracht.

Beide partijen hebben producties in het geding gebracht.

De feiten

Als enerzijds gesteld en anderzijds erkend, dan wel niet of onvoldoende betwist en/of op grond van de onweerspro¬ken inhoud van de producties, staat tussen partij¬en het volgende vast:

a. [X.], geboren op [datum], is sinds 29 juli 1992 bij Connexxion in dienst, laatstelijk in de functie van chauffeur tegen een salaris van €1.900,57 bruto per maand exclusief vakantiegeld (en overige emolumenten).

b. Bij brief van 19 december 2006 heeft UWV het volgende aan [X.] geschreven:

“U heeft ons 6 november 2006 verzocht om een deskundigenoordeel inzake passende arbeid bij uw werkgever.

Op grond van de resultaten van ons onderzoek zijn wij van oordeel dat u door ziekte beperkt bent voor het werk in wisseldiensten, u bent aangewezen op vaste werktijden.

(…)

Uw werkgever en de arbodienst van uw werkgever krijgen een kopie van deze brief.(…)”

c. Bij brief van 1 februari 2010 heeft Connexxion [X.] erop gewezen dat zijn chauffeurspas moest worden verlengd en heeft zij hem verzocht daartoe de nodige stappen te zetten.

d. Op 1 februari 2010 is door het Ministerie van Justitie een “Verklaring omtrent het gedrag” afgegeven ten gunste van [X.].

e. Bij brief van 6 mei 2010 heeft Connexxion het volgende aan [X.] geschreven:

“(…)

Aanleiding tot dit gesprek was het feit dat u tot op heden nog (steeds) niet in het bezit bent van een geldige chauffeurspas. En dat u met een aan zekerheid grenzende waarschijnlijkheid naar aanleiding van de medische keuring om bovengenoemde pas te behalen van het CBR een beperkende aantekening op uw rijbewijs kan verwachten.

(…)

Wij spraken vervolgens af dat u betaald verlof geniet tot het moment dat u aan ons een geldige chauffeurspas kan overhandigen.

(,…)”

f. Voor de periode van 4 mei 2010 tot en met 1 juni 2010 is aan [X.] een “Tijdelijk Bewijsschrift Taxi” afgegeven door de Inspectie Verkeer en Waterstaat (hierna IVW).

g. Bij brief van 25 mei 2010 heeft Connexxion aan [X.] geschreven dat de salarisbetaling met ingang van 25 mei 2010 zal worden stopgezet wegens het feit dat [X.] volgens Connexxion op 25 mei 2010 ongeoorloofd afwezig was.

h. Bij e-mail bericht van 25 mei 2010 heeft [S.] (hierna: [S.]) van de instantie die de chauffeurspas verstrekt, het volgende aan de toenmalige gemachtigde van [X.] geschreven:

“Dhr. [X.] is niet goedgekeurd door de bedrijfsarts. In eerste instantie is de geneeskundige verklaring niet volledig ingevuld maar dit was niet opgemerkt door de behandelaar. De arts was in eerste instantie vergeten aan te geven of dhr. [X.] goedgekeurd was en voor hoe lang en of afgekeurd. Bij navraag bleek dat hij was afgekeurd. Aan dhr [X.] was toen al ten onrechte een tijdelijk bewijsschrift taxi verzonden.

Indien dhr. [X.] alsnog een geneeskundige verklaring kan overleggen waaruit blijkt dat hij is goedgekeurd kan de pas verstrekt worden.

(…)”

i. Op 27 mei 2010 heeft Connexxion aan de gemachtigde van [X.] onder meer het volgende geschreven:

“Voor ons is de maat nagenoeg vol. Wij stellen ons, los van de (actuele) beschikbaarheid van een geldige taxipas, ernstig de vraag of het nog zinvol is om het dienstverband met de heer [X.] voort te zetten. Niet alleen de directe aanleiding daarvoor maar ook de optelling van eerdere en zorgvuldige gedocumenteerde incidenten bewerkstelligen dat ons vertrouwen in de heer [X.] volledig verdwenen is. Wij hebben stellig de indruk gekregen dat de heer [X.] er ook op uit was om een conflict tot stand te brengen en een breuk te forceren.

Wij kunnen dan ook niet anders concluderen dan dat de heer [X.], wij mochten immers sedert 25 mei jl. taal noch teken van de heer [X.] vernemen, willens en wetens en bij voortduring het recht in eigen hand neemt, werk weigert, onrechtmatig afwezig is, afspraken niet nakomt, regels negeert en steeds ons duidelijk probeert te maken geen prijs meer te stellen op een voortzetting van het dienstverband.

(…)”

j. Bij brief van 15 juni 2010 heeft Connexxion aan [X.] geschreven dat het salaris zal worden opgeschort, omdat [X.] zich niet aan een tussen partijen gemaakte afspraak zou hebben gehouden en Connexxion daardoor niet had kunnen vaststellen of de afwezigheid van [X.] geoorloofd was.

k. Op 25 juni 2010 heeft [W.], arts bij Arbo Advies, een “Geneeskundige verklaring taxi” afgegeven waarop hij heeft vermeld dat [X.] voor de functie van taxichauffeur medisch geschikt is voor 5 jaar.

l. Bij diverse brieven heeft Connexxion [X.] erop gewezen en ervoor gewaarschuwd dat hij zich niet aan afspraken met betrekking tot zijn re-integratie en de arbeidstherapeutische werkzaamheden houdt en dat zij daarom de salarisbetaling aan [X.] voor de betrokken dagen zal stopzetten.

m. Op 16 februari 2011 heeft [S.] het volgende geschreven aan de gemachtigde van [X.]:

“Het dossier stond op gesloten daar de aanvraag was afgewezen.

Doordat de op 12 juli 2010 door aanvrager ingestuurde geneeskundige verklaring niet op de juiste wijze is ingescand is het dossier nooit in behandeling gekomen en dus buiten het gezichtsveld van de behandelaren gebleven.

Vandaar dat het dossier van dhr. [X.] pas na contact met het advocatenkantoor is afgehandeld.”

n. Aan [X.] is een geldige chauffeurspas verstekt voor de periode van 10 mei 2010 tot 10 mei 2015.

o. Connexxion heeft [X.] ter re-integratie de volgende vervangende werkzaamheden laten verrichten:

- mei/juni 2010: als mentorchauffeur helpen met het inwerken van nieuwe chauffeurs;

- juli/september 2010: ondersteuning medewerker wagenparkbeheer, inventariseren van de inhoud van de voertuigen volgens TX Keur;

- oktober/november 2010: ondersteunen medewerker Exploitatie en Planning en planner met inventarisatie vraag/levering (telling aantal wagens) op Schiphol,

- december 2010: begeleiden/inwerken van wagenwassers van re-integratiebureau Pantar,

- december2010/januari 2011: schoonmaakwerkzaamheden op het terrein van Connexxion,

- mei 2010/december 2010: als aanvulling op de re-integratiewerkzaamheden ook schoonmaakwerkzaamheden op het terrein van Connexxion.

Het verzoek

Connexxion verzoekt ontbinding van de arbeidsovereenkomst wegens veranderingen in de omstandigheden.

Ter toelichting stelt Connexxion – samengevat – het volgende.

Na bijna 10 maanden is [X.] niet in staat gebleken om in het bezit te komen van een geldige chauffeurspas. Connexxion mag [X.] daarom op grond van de wet niet toelaten tot zijn werk.

[X.] wil zonder deugdelijke grond bij herhaling niet meewerken aan zijn re-integratie, hetgeen hem valt te verwijten. Connexxion heeft er alles aan gedaan om de re-integratie van [X.] vorm en inhoud te geven en daarin te investeren. [X.] heeft met volharding en zonder deugdelijke grond daaraan niet meegewerkt door de bedrijfsarts c.q. expertise-arts geen toestemming te verlenen om het actueel oordeel en de Functionele Mogelijkheden Lijst aan Connexxion beschikbaar te stellen. Op grond daarvan kan in alle redelijkheid niet van Connexxion worden gevergd dat zij het dienstverband met [X.] continueert.

[X.] handelt bij voortduring in strijd met het hem bekende verzuimprotocol binnen Connexxion, alsmede met de wettelijke voorschriften zoals die gelden in het kader van arbeidsongeschiktheid. Binnen Connexxion heeft dit de status van plichtsverzuim zoals vermeld in artikel 4.4a van het Bedrijfsreglement Connexxion Taxi Services B.V.

[X.] weigert zonder deugdelijke grond mee te werken aan de voorschriften en maatregelen die erop gericht zijn om te re-integreren in passende arbeid elders, zodat hij op grond van artikel 7:629 lid 3 sub d BW bovendien niet langer recht heeft op loondoorbetaling tijdens ziekte.

Connexxion is van mening dat sprake is van een verandering van omstandigheden die een gewichtige reden voor ontbinding van de arbeidsovereenkomst oplevert, op grond waarvan de dienstbetrekking billijkheidshalve op korte termijn behoort te eindigen.

Aan [X.] behoort geen vergoeding te worden toegekend, omdat toekenning daarvan in redelijkheid niet aan de orde kan zijn.

Het verweer

[X.] concludeert primair tot afwijzing van het verzoek. Voor het geval de arbeidsovereenkomst toch wordt ontbonden, verzoekt [X.] om toekenning van een vergoeding van € 119.062,98.

Ter toelichting voert [X.] – samengevat – het volgende aan.

Connexxion heeft de tijdelijke chauffeurspas van [X.] ten onrechte niet geaccepteerd en [X.] niet de bedongen arbeid laten verrichten.

Connexxion hefet [X.] reeds in april 2010 gedreigd met het ontbinden van de arbeidsovereenkomst en stopzetting van de loondoorbetaling indien [X.] niet in het bezit zou komen van een chauffeurspas. [X.] heeft er juist alles aan gedaan om aan een geldige chauffeurspas te komen.

Connexxion heeft [X.], na ontvangst van de geldige chauffeurspas door [X.] in februari 2011, niet in staat gesteld de bedongen arbeid te verrichten. [X.] heeft zeer sterk de indruk dat Connexxion [X.] helemaal niet wilde terugzetten in zijn oude functie. Connexxion heeft op alle mogelijke manieren getracht dit te voorkomen, terwijl [X.] er alles aan deed om weer terug te treden in zijn oude functie door het spoedig regelen van de chauffeurspas.

Connexxion heeft niet voldaan aan haar re-integratieverplichtingen. Zij heeft [X.] proppen laten prikken en vuilnisbakken laten legen, terwijl [X.] al bijna 19 jaar in dienst is bij Connexxion en hij aan suikerziekte lijdt. Voorts heeft Connexxion geen re-integratie rapporten c.q. verslagen opgesteld en is zij niet op het voorstel van [X.] tot passend vervangend werk ingegaan.

Connexxion heeft de ziekte van [X.] niet serieus genomen. Connexxion heeft vanaf september 2009 het advies van het UWV en de bedrijfsarts in de wind geslagen en heeft [X.] weer in de avonddiensten ingeroosterd.

Connexxion heeft zich niet als goed werkgever gedragen. [X.] is door Connexxion onfatsoenlijk behandeld.

De verzochte vergoeding is volgens de kantonrechterformule met factor C=2. [X.] heeft er alles aan gedaan om in het bezit te komen van een chauffeurspas. Op het moment dat [X.] in het bezit is van een chauffeurspas wordt hij echter niet tewerkgesteld. Connexxion heeft voorts [X.] onbehoorlijk behandeld door hem keer op keer te beschuldigen van werkweigering en door zijn ziekte niet serieus te nemen, waardoor [X.] op avonddiensten werd in geroosterd.

Connexxion heeft alle op haar rustende re-integratieverplichtingen volledig in de wind geslagen en daar nooit vorm aan gegeven. [X.] heeft inmiddels de leeftijd van 60 jaar bereikt. Het is derhalve voor hem zeer lastig een andere baan te vinden. Na 19 jaar trouwe dienst heeft [X.] recht op een acceptabele vergoeding.

De beoordeling van het verzoek

Ontbinding van de arbeidovereenkomst

1. De kantonrechter heeft zich ervan vergewist dat het verzoek geen verband houdt met het bestaan van een opzegverbod als bedoeld in artikel 7:685 lid 1 BW.

2. Centraal in deze zaak staat de verlenging van de chauffeurspas van [X.]. Tussen partijen is niet in geschil dat het verkrijgen van die chauffeurspas de eigen verantwoordelijkheid van [X.] is. De kantonrechter heeft met partijen moeten constateren dat bij de eerste medische keuring voor de afgifte van die chauffeurspas door de keurende arts niet terstond is vermeld of zij [X.] geschikt of ongeschikt achtte. De verklaring daarvoor is gelegen in de omstandigheid dat deze arts nadere inlichtingen heeft ingewonnen en pas in een later stadium tot de conclusie is gekomen dat [X.] niet langer geschikt is voor de functie van taxichauffeur.

3. Op eigen initiatief heeft [X.] een tweede keuring aangevraagd en ondergaan bij een andere keuringsarts. Hij heeft daarvan Connexxion niet in kennis gesteld. Connexxion kon derhalve dus alleen afgaan op de eerste keuring waarbij was geconcludeerd dat [X.] niet geschikt werd geacht. Bij de tweede keuring is de arts afgegaan op de verklaringen van [X.] en heeft hij zonder nader onderzoek [X.] geschikt verklaard. Op grond daarvan is uiteindelijk een nieuwe chauffeurspas aan [X.] verstrekt. Dit is pas in februari 2011 aan Connexxion kenbaar gemaakt per e-mail bericht van de gemachtigde van [X.].

4. [X.] beroept zich op het resultaat van de 2e keuring. De kantonrechter is echter van oordeel dat [X.] niet gerechtvaardigd op die geschiktverklaring mocht vertrouwen. Gebleken is immers dat [X.] al een aantal jaren onder behandeling is bij een oogarts. Dat was ook de reden waarom de eerste keuringsarts nader onderzoek verrichtte. Gesteld noch gebleken is dat [X.] de arts bij de 2e keuring van de problemen met zijn ogen op de hoogte heeft gesteld, terwijl zijn oogproblemen reden waren voor de 1e keuringsarts om de aanvraag te weigeren. De 2e keuringsarts heeft verklaard dat, indien hij van de oogproblemen van [X.] op de hoogte zou zijn geweest, hij een ander oordeel zou hebben gegeven.

5. Inmiddels is bij IVW de procedure gestart om de aan [X.] verstekte chauffeurspas weer in te trekken.

6. Het gevolg van de moeizaam verlopen procedure rond de afgifte van de chauffeurspas is geweest dat [X.] gedurende geruime tijd niet in staat was zijn werkzaamheden als taxichauffeur te verrichten. In dat kader heeft Connexxion hem vervangende werkzaamhedenlaten verrichten, zoals onder de vaststaande feiten vermeld.

7. Voor zover [X.] betoogt dat hij slechts in de gelegenheid is gesteld om “proppen te prikken”, kan dat betoog geen stand houden. Hij heeft immers de onder de vaststaande feiten vermelde vervangende werkzaamheden niet gemotiveerd weersproken. Niet gezegd kan worden dat deze vervangende werkzaamheden voor [X.] niet passend waren.

8. Voorts heeft [X.] de stelling van Connexxion niet weersproken dat de vervangende werkzaamheden telkens moesten worden afgebroken omdat [X.] deze werkzaamheden niet naar behoren verrichtte. Connexxion heeft in dat verband onder meer gesteld dat [X.] als mentorchauffeur onjuiste/onvolledige informatie verstekte en negatief was over het management en dat [X.] in het kader van de inventarisering in wagens sliep, niet op tijd kwam en geen rapportages inleverde.

9. Gebleken is dat Connexxion [X.] diverse malen gewezen heeft op het feit dat hij afspraken niet nakwam en dat hij ongeoorloofd afwezig was. [X.] heeft zich er in dat verband op beroepen dat hij zich had ziek gemeld en heeft een verklaring van zijn huisarts overgelegd. Die verklaring van de huisarts, waarin slechts drie data worden genoemd waarop [X.] op consult is geweest, is evenwel onvoldoende om ervan te kunnen uitgaan dat [X.] inderdaad arbeidsongeschikt was. Dit geldt temeer, nu [X.] ook een aantal malen niet is verschenen op het spreekuur van de bedrijfsarts, hoewel hij daarvoor was opgeroepen. Het gevolg was dat een eventuele arbeidsongeschiktheid niet was vast te stellen.

10. Gelet op de onder 9 genoemde feiten en omstandigheden kan daarom thans niet zonder meer geoordeeld worden dat er voor Connexxion geen (enkele) grond bestond om stopzetting van loonbetalingen te effectueren.

11. [X.] beroept zich er ook nog op dat het UWV in 2006 al had geoordeeld dat hij slechts op vaste tijden kan werken. Dat is op zich juist. Bij gelegenheid van de mondelinge behandeling is evenwel gebleken dat dit niet betekent dat [X.] niet op een avonddienst kan worden ingeroosterd. Het gaat er volgens de eigen stelling van [X.] immers om dat er geen sprake kan zijn van te veel wisselende diensten. Er moet voldoende tijd tussen de soorten diensten zijn. Ook een avonddienst kan immers vaste werktijden zoals bedoeld door het UWV inhouden. De kantonrechter deelt daarom niet de stelling van [X.] dat Connexxion zijn ziekte en de daarmee samenhangende eisen negeert.

12. Alle hiervoor genoemde feiten en omstandigheden hebben er toe geleid dat de arbeidsverhouding tussen partijen zodanig is verstoord dat voortzetting daarvan niet meer tot de mogelijkheden behoort.

13. Er zijn dus voldoende gewichtige redenen om de arbeidsovereenkomst per 1 juli 2011 te ontbinden, zodat het verzoek in zoverre toewijsbaar is.

Vergoeding

14. Beoordeeld moet worden of aan [X.] naar billijkheid een vergoeding toekomt.

15. De feiten en omstandigheden die hierboven zijn vermeld en die aanleiding zijn om tot ontbinding van de arbeidsovereenkomst over te gaan, liggen in beginsel in de risicosfeer van [X.]. Het is natuurlijk triest om te moeten vernemen dat de chauffeurspas niet kan worden verleend wegens ongeschiktheid, maar daarvan kan Connexxion geen verwijt worden gemaakt.

16. Daar staat tegenover dat [X.] gedurende een groot aantal jaren goed heeft gefunctioneerd en het op de weg van Connexxion had gelegen om, nadat was gebleken dat [X.] ongeschikt werd geacht, te onderzoeken of er mogelijkheden bestaan voor [X.] om in dienst te blijven voor het verrichten van andere werkzaamheden dan chauffeurswerkzaamheden. Connexxion heeft [X.] wel vervangende werkzaamheden laten verrichten, maar dat betrof slechts de periode waarin nog moest worden gewacht op de nieuwe chauffeurspas. Of Connexxion ook heeft onderzocht of dergelijke werkzaamheden permanent voor [X.] beschikbaar zijn, is onvoldoende gebleken.

17. Alle omstandigheden tegen elkaar afwegende is de kantonrechter van oordeel dat een vergoeding tegen factor C=0,5 billijk is te achten. Daarom zal een vergoeding worden toegekend van (afgerond) €31.000,00 bruto.

18. Connexxion heeft geen vergoeding aangeboden, zodat de kantonrechter Connexxion in de gelegenheid zal stellen het verzoek in te trekken.

19. Hetgeen partijen verder nog naar voren hebben gebracht behoeft geen bespreking meer, nu dit in het licht van hetgeen in deze beschikking is vastgesteld en overwogen, niet tot een andere beslissing kan leiden.

20. Gezien de aard van de procedure worden de kosten tussen partijen gecompenseerd in die zin dat iedere partij de eigen kosten draagt.

Beslissing

De kantonrechter:

Stelt partijen ervan in kennis voornemens te zijn de arbeidsovereenkomst tegen 1 juli 2011 te ontbinden onder toekenning van een vergoeding als hierna is vermeld.

Bepaalt dat Connexxion de gelegenheid heeft het verzoek in te trekken door middel van een uiterlijk op 27 juni 2011 te 15.00 uur ter griffie ontvangen schriftelijke mededeling met gelijktijdige toezending van een afschrift daarvan aan de wederpartij.

voor het geval Connexxion het verzoek niet intrekt wordt alvast als volgt beslist:

Ontbindt de arbeidsovereenkomst tegen 1 juli 2011.

Kent aan [X.] ten laste van Connexxion een vergoeding toe van €31.000,00 bruto, ineens te voldoen, als aanvulling op ingevolge sociale verzekeringswetten te ontvangen uitkeringen dan wel elders te verwerven lager inkomen uit arbeid.

Veroordeelt voor zover nodig Connexxion tot betaling van die vergoeding.

Verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad.

Bepaalt dat iedere partij de eigen kosten draagt.

Wijst af hetgeen meer of anders is verzocht.

voor het geval Connexxion het verzoek wel intrekt:

Bepaalt dat iedere partij de eigen kosten draagt.

Deze beschikking is gegeven door mr. F.J.P. Veenhof en uitgesproken op de openbare terechtzitting van bovengenoemde datum.