Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBHAA:2011:BR0264

Instantie
Rechtbank Haarlem
Datum uitspraak
27-06-2011
Datum publicatie
05-07-2011
Zaaknummer
511854/ VV EXPL 11-126
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Kort geding
Inhoudsindicatie

Concurrentiebeding. Werkgever vordert (in conventie) dat werknemer wordt verboden bij concurrent in dienst te treden. Werknemer vordert (in reconventie) schorsing van het concurrentiebeding.

Werknemer is achtereenvolgens bij drie dochterondernemingen van een groothandel in hout in dienst getreden. Hij wenst thans in dienst te treden bij een andere groothandel in hout. Met de eerste dochteronderneming is werknemer een concurrentiebeding overeengekomen, dat hem verbiedt in dienst te treden bij enige onderneming die zich direct, hetzij indirect, gaat bezighouden of bezighoudt met de handel van producten die overeenkomen met de producten zoals deze door de werkgever worden verhandeld. De laatste dochteronderneming waarbij werknemer in dienst is getreden, houdt zich bezig met het verlenen van bemiddeling bij het sluiten van verzekeringen. Tussen deze dochteronderneming en werknemer is geen nieuw concurrentiebeding gesloten.

De kantonrechter is van oordeel dat werknemer het concurrentiebeding, voor zover moet worden aangenomen dat dit geldt tussen hem en de laatste dochteronderneming, niet overtreedt door in dienst te treden bij een andere groothandel in hout, nu de bedrijfsactiviteiten van die groothandel verschillen van die van de laatste werkgever van werknemer.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
AR-Updates.nl 2011-0567
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK HAARLEM

Sector kanton

Locatie Haarlem

zaak/rolnr.: 511854/ VV EXPL 11-126

datum uitspraak: 27 juni 2011

VONNIS VAN DE KANTONRECHTER IN KORT GEDING

inzake

de naamloze vennootschap PontMeyer Services B.V.

gevestigd te Zaandam,

eiseres in conventie,

verweerster in reconventie,

hierna te noemen PontMeyerServices B.V.

gemachtigde mr. J.D. Uding,

tegen

[geda[gedaagde]

te [woonplaats],

gedaagde in conventie,

eiser in reconventie,

hierna te noemen [gedaagde]

gemachtigden: mrs F. Samson en E.N. van Amstel.

De procedure

PontMeyer Services B.V. heeft [gedaagde] gedagvaard op 25 mei 2011. [gedaagde] heeft een conclusie van antwoord tevens houdende eis in reconventie genomen. De mondelinge behandeling heeft plaatsgevonden op 6 juni 2011. De gemachtigden hebben pleitnotities overgelegd. Partijen hebben nog stukken in het geding gebracht. De griffier heeft aantekeningen gemaakt van wat partijen verder naar voren hebben gebracht.

De feiten

Als enerzijds gesteld en anderzijds niet of onvoldoende betwist alsmede op grond van de overgelegde stukken neemt de kantonrechter het volgende als vaststaand aan:

a.

PontMeyer NV is een groothandel in hout- en bouwmaterialen op de Nederlandse markt.

b.

PontMeyer Services B.V. is een dochteronderneming van de NV en houdt zich blijkens het uittreksel uit het handelsregister van de Kamer van Koophandel bezig met “het verlenen van bemiddeling bij het sluiten van verzekeringen en bij het regelen van schaden en al hetgeen met een en ander in de ruimste zin verband houdt, benevens het deelnemen in andere ondernemingen”.

c.

[gedaagde] is op 1 oktober 1999 in dienst getreden bij PontMeyer B.V. als manager ASU. In die arbeidsovereenkomst is een concurrentiebeding opgenomen dat luidt als volgt:

“Werknemer verbindt zich om gedurende tenminste 6 maanden, nadat hij zijn werkzaamheden bij onze vennootschap beëindigt, geen betrekking te aanvaarden bij, of relatie te onderhouden met iemand of enige onderneming die zich direct, hetzij indirect, gaat bezighouden of bezighoudt met de handel van producten die overeenkomen met de produkten die overeenkomen met de produkten zoals deze door de werkgever worden verhandeld, in de meest ruime zin des woords”.

d.

Op overtreding van dit beding is een boete gesteld van € 200,-- voor elke dag dat [gedaagde] in overtreding is.

e.

Per 1 juli 2002 is [gedaagde] de functie van Groepscontroller gaan uitoefenen in dienst van een andere tot het PontMeyer-concern behorende vennootschap, te weten PontEecen N.V. Bij brief van 2 juli 2002 is deze overstap bevestigd, uit welke brief tevens blijkt dat sprake is van een nieuwe functie, een gewijzigd (hoger) salaris en nieuwe tantième-afspraken. Aan het slot van de brief is vermeld:

“Al uw overige arbeidsvoorwaarden blijven ongewijzigd van kracht”.

e.

Met ingang van 1 januari 2003 is [gedaagde] in dienst gekomen van PontMeyer Services B.V.. In de brief waarin deze wijziging wordt bevestigd is aangegeven dat het gaat om een juridische wijziging, dat de arbeidsvoorwaarden ongewijzigd blijven en dat mogelijk “door deze wijziging naar de letter gezien de werkingsfeer van het concurrentiebeding wijzigt”.

De brief vervolgt:

“Wellicht kan dit betekenen dat zij een nieuw concurrentiebeding zullen moeten tekenen.”

f.

Bij brief van 28 april 2011 heeft [gedaagde] het dienstverband met PontMeyer Services B.V. opgezegd tegen 1 juni 2011. Eerder al had hij aan PontMeyer Services B.V. te kennen gegeven bij de Stiho Groep B.V (hierna “Stiho”).in dienst te willen treden.

g.

De Stiho groep is een groothandel in hout- en bouwmaterialen en aanverwante producten. Haar bedrijfsomschrijving in het handelsregister van de kamer van koophandel luidt als volgt:

“De handel, in hoofdzaak groothandel, in hout, bouwmaterialen en aanverwante produkten, alsmede het deelnemen in, het voeren van het beheer over, en het financieren en besturen van andere ondernemingen.”

De vorderingen in conventie en in reconventie

In conventie

PontMeyerServices B.V. vordert bij wijze van voorlopige voorziening (samengevat) in conventie dat de kantonrechter bij vonnis uitvoerbaar bij voorraad

-[gedaagde] gebiedt zich vanaf 24 uur na betekening van het vonnis aan het concurrentiebeding te houden;

-[gedaagde] verbiedt vóór 1 december 2011 in dienst te treden van Stiho;

-[gedaagde] gebiedt alle databestanden en stukken van PontMeyerServices B.V. te retourneren en deze niet te gebruiken of te verveelvoudigen;

-een en ander op straffe van een dwangsom van € 10.000 voor iedere dag dat hij in overtreding is;

-[gedaagde] te gebieden de uit het concurrentiebeding voortvloeiende boetes te voldoen;

- met veroordeling van [gedaagde] in de proceskosten.

[gedaagde] heeft gemotiveerd verweer gevoerd op de inhoud waarvan hierna, voor zover van belang, zal worden ingegaan.

In reconventie

[gedaagde] vordert bij wijze van voorlopige voorziening (samengevat) in reconventie dat de kantonrechter bij vonnis uitvoerbaar bij voorraad

-PontMeyerServices B.V. niet ontvankelijk verklaart in haar vorderingen althans deze afwijst;

-het concurrentiebeding schorst;

-het concurrentiebeding te matigen qua duur, geografische beperking en/of boetes;

-voor zover [gedaagde] wordt gehouden aan het concurrentiebeding, te bepalen dat PontMeyerServices B.V. voor de duur van de beperking maandelijks een vergoeding dient te betalen gelijk aan zijn maandsalaris;

-PontMeyerServices B.V. in conventie en in reconventie te veroordelen in de proceskosten.

PontMeyerServices B.V. heeft gemotiveerd verweer gevoerd op de inhoud waarvan hierna, voor zover van belang, zal worden ingegaan.

De beoordeling in conventie en in reconventie

1.

Vooropgesteld moet worden dat partijen over en weer de spoedeisendheid van de gevraagde voorzieningen niet ter discussie stellen, waarmee deze een gegeven is.

2.

Bij de vraag of het concurrentiebeding (nog) geldig is, dienen de arresten van de Hoge Raad van 9 maart 1979/467 (Brabant/van Uffelen ) en 5 januari 2007, JAR 2007/37 (AVM/Spaan) en JAR 2007/37 (AVM/Osinga), samengevat de AVM-arresten, als toetsingsmaatstaf.

Ingevolge die arresten dient

-eerst onderzocht te worden of er sprake is van een ingrijpende functiewijziging waarbij belang wordt gehecht aan de gewijzigde arbeidsrechtelijke status, gewijzigde wettelijke status, de gewijzigde maatschappelijke waardering en de inhoudelijke wijziging van de werkzaamheden;

-en vervolgens onderzocht te worden of door die functiewijziging het concurrentiebeding aanmerkelijk zwaarder is gaan drukken, waarbij bekeken dient te worden of de ingrijpende functiewijziging redelijkerwijs kon worden voorzien, en of deze een belemmering vormt voor de werknemer om een nieuwe gelijkwaardige werkkring te vinden.

3.

Tegen deze achtergrond heeft [gedaagde] aangevoerd dat de nieuwe functie die hij in 2002 ging bekleden bij PontEecen N.V. als Groepscontroller een ingrijpende wijziging betrof die niet te voorzien was. Daarnaast heeft [gedaagde] aangevoerd dat ten tijde van zijn indiensttreding bij PontMeyerServices B.V., een nieuw concurrentiebeding overeengekomen had moeten worden, gelet op het feit dat dit een nieuwe vennootschap betrof.

Tenslotte heeft [gedaagde] aangevoerd dat een belangenafweging in zijn voordeel dient uit te pakken nu hem bij PontMeyerServices B.V. een aantal belangrijke taken zijn afgenomen, hij geen deel meer uitmaakt van het MT en hij sinds 2004 geen loonsverhogingen meer ontvangt, terwijl hij bij de Stiho Groep wel groeimogelijkheden krijgt en een hoger salaris zal ontvangen.

4.

PontMeyerServices B.V. heeft aangevoerd dat de Stiho Groep een directe concurrent is, en dat zij belang heeft bij handhaving van het concurrentiebeding. De groei van lijnmanager naar Groepscontroller is volgens haar voorzienbaar geweest bij aanvang van het dienstverband.

In het kader van de belangenafweging heeft PontMeyerServices B.V. aangevoerd dat [gedaagde] aanwezig is geweest bij veel strategische discussies en dat hij toegang heeft gehad tot veel concurrentiegevoelige operationele informatie. Daarnaast heeft zij in [gedaagde] geïnvesteerd en komt de arbeidsovereenkomst op initiatief van [gedaagde] tot een einde.

5.

De kantonrechter overweegt als volgt. De beantwoording van de vraag of het concurrentiebeding zwaarder is gaan drukken kan in het midden blijven nu uit het navolgende reeds volgt dat de vorderingen in conventie dienen te worden afgewezen en die in reconventie dienen te worden toegewezen.

6.

Uit artikel 7:653 BW volgt dat een concurrentiebeding schriftelijk dient te worden overeengekomen tussen werkgever en werknemer. Vast staat dat de huidige werkgever niet de werkgever is met wie het concurrentiebeding is overeengekomen; dat was namelijk PontMeyerB.V. In beginsel had het concurrentie beding opnieuw overeengekomen moeten worden tussen de “nieuwe” werkgevers (achtereenvolgens PontEecen en PontMeyer Services BV). Vanwege het feit dat het verschuivingen binnen concernverband betrof kan verdedigd worden dat dat in het onderhavige geval niet vereist is. Ook deze vraag behoeft geen beantwoording in het licht van het navolgende.

7.

Indien al moet worden aangenomen dat het beding thans geldt tussen PontMeyer Services B.V. en [gedaagde], én moet worden aangenomen dat het beding niet aanmerkelijk zwaarder is gaan drukken als gevolg van een functiewijziging, moet getoetst worden of [gedaagde] handelt in strijd met het beding wanneer hij in dienst treedt bij de Stiho Groep.

PontMeyer Services B.V. is de “verzekeringspoot” binnen het PontMeyer-concern.

Wanneer men de bedrijfsomschrijving van PontMeyer Services B.V. vergelijkt met die van de Stiho Groep waarbij [gedaagde] voornemens is in dienst te treden, valt op dat geen sprake is van indiensttreding bij “enige onderneming die zich direct, hetzij indirect, gaat bezighouden of bezighoudt met de handel van producten die overeenkomen met de producten zoals deze door de werkgever worden verhandeld”.

Uitleg van het concurrentiebeding naar de letter en de strekking daarvan voert tot de conclusie dat de indiensttreding van [gedaagde] bij de Stiho groep geen overtreding hiervan betekent. Dat PontMeyer Services B.V. zich bewust is geweest van het feit dat wijziging van de BV rechtspersoon aan werkgeverszijde mogelijk consequenties zou kunnen hebben voor de werkingssfeer van eerder overeengekomen concurrentiebedingen, blijkt reeds uit haar brief aan werknemers zoals genoemd onder de feiten sub e.

8.

De vorderingen in conventie zullen derhalve worden afgewezen en die in reconventie worden toegewezen, met veroordeling van PontMeyerServices B.V. in de kosten van zowel de conventie als de reconventie.

De beslissing

De kantonrechter:

In conventie

-- weigert de voorlopige voorziening;

- veroordeelt PontMeyer Services B.V. tot betaling van de proceskosten, die aan de kant van [gedaagde] tot en met vandaag worden begroot op € 200,-- aan salaris gemachtigde.

wijst de vorderingen af;

In reconventie

- schorst het concurrentiebeding zoals overeengekomen op 9 augustus 1999;

- veroordeelt PontMeyer Services BV tot betaling van de proceskosten, die aan de kant van [gedaagde] tot en met vandaag worden begroot op nihil.

- verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad;

- wijst het meer of anders gevorderde af.

Dit vonnis is gewezen door mr. T.S. Pieters en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van bovengenoemde datum in aanwezigheid van de griffier.