Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBHAA:2011:BQ6637

Instantie
Rechtbank Haarlem
Datum uitspraak
26-04-2011
Datum publicatie
31-05-2011
Zaaknummer
177798
Rechtsgebieden
Personen- en familierecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Benoeming FORA als deskundige / muhp

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK HAARLEM

Sector Civiel

familie- en jeugdrecht

verlenging machtiging uithuisplaatsing in het kader van een ondertoezichtstelling

zaak-/rekestnr.: 177978 / JU RK 11-110

beschikking van de kinderrechter van 26 april 2011

naar aanleiding van een verzoek van

de Stichting Bureau Jeugdzorg Noord-Holland, afdeling Jeugdbescherming, Locatie Haarlem,

gevestigd te Haarlem,

hierna te noemen: de Stichting,

strekkende tot verlenging van de ondertoezichtstelling en tot verlenging van de uithuisplaatsing van de minderjarige:

- [naam minderjarige], geboren op [datum] 2004 in de gemeente [plaats],

kind van

[naam moeder], wonende in [plaats],

hierna te noemen: de moeder,

en

[naam vader], wonende in [plaats],

hierna te noemen: de vader.

Het gezag over de minderjarige wordt uitgeoefend door de ouders.

Als overige belanghebbende zijn aangemerkt: de heer en mevrouw [naam].

1 Procedure

1.1 Het verloop van de procedure blijkt uit:

- de beschikking van de kinderrechter van 18 maart 2011 en de daarin vermelde stukken;

- de brief van mr. A. Krim, advocaat van de ouders, van 30 maart 2011;

- de brief van de Stichting, van 4 april 2011.

2 Feiten en omstandigheden

2.1 Bij beschikking van de kinderrechter van 22 maart 2005 is deze minderjarige onder toezicht gesteld, welke ondertoezichtstelling thans nog voortduurt tot 22 maart 2012.

2.2 Bij beschikking van de kinderrechter van 23 maart 2005 is machtiging verleend de minderjarige uit huis te plaatsen, welke machtiging telkens is verlengd en thans eindigt op 18 september 2011.

3 Verdere beoordeling

3.1 Bij beschikking van 18 maart 2001 heeft de kinderrechter overwogen om FORA Forensische Diagnostiek (hierna mede te noemen: FORA) een aantal vragen voor te leggen om tot een weloverwogen oordeel te kunnen komen ten aanzien van het verzoek van de ouders de minderjarige thuis te plaatsen. De door FORA te beantwoorden vragen zijn in voormelde beschikking geformuleerd. De ouders en de Stichting zijn in de gelegenheid gesteld hierop een schriftelijke reactie te geven.

3.2 De ouders en de Stichting hebben schriftelijk ingestemd met de te benoemen deskundige en de in voormelde beschikking geformuleerde vragen.

3.3 Gelet op hetgeen hiervoor is overwogen, zal de kinderrechter de behandeling van de zaal aanhouden tot de hierna vermelde datum en FORA tot deskundige benoemen. FORA wordt verzocht de hierna geformuleerde vragen te beantwoorden.

3.4 De deskundige wordt verzocht zijn conceptrapport aan de (advocaat van) de ouders en de Stichting te zenden en hen in de gelegenheid te stellen daarop te reageren.

3.5 De deskundige wordt vervolgens verzocht aan te geven waarom hij de door partijen aangedragen argumenten/wijzigingen wel of niet meeneemt in het eindrapport.

3.6 De kosten die gemoeid zijn met onderhavige deskundigenonderzoek, komen op grond van artikel 810a, lid 3, Rv voor rekening van de staat.

4 Beslissing

De kinderrechter:

4.1 Bepaalt de voortzetting van de behandeling ter terechtzitting ten aanzien van het verzoek tot verlenging van de uithuisplaatsing van de minderjarige

- [naam minderjarige], geboren op [datum] 2004 te [plaats],

voor de meervoudige kamer op 8 september 2011 te 9.00 uur in het gerechtsgebouw te Haarlem, Jansstraat 81.

42 Bepaalt dat deze beschikking tevens dient als oproep voor de zitting voor:

- de ouders en hun advocaat;

- de Stichting.

4.3 Beveelt een onderzoek door na te noemen deskundige ter beantwoording van de volgende vragen:

1. Wat zijn de affectieve en pedagogische vaardigheden van de ouders in relatie tot de opvoedingsbehoeften van [naam]?

2. Wat zijn de (contra) indicaties voor de opvoeding en verzorging van [naam] bij de ouders?

3. In hoeverre is terugplaatsing (op korte of lange termijn) in het belang van [naam]?

4. Indien tot terugplaatsing bij de ouders wordt overgegaan, welke aandachtspunten en/of voorwaarden zijn dan te benoemen? Hoe kan terugplaatsing op een voor het kind verantwoorde wijze plaatsvinden?

5. Indien tot terugplaatsing bij de ouders wordt overgegaan, is hulpverlening dat aangewezen? Zo ja, voor wie, in welke vorm, waar dient deze op gericht te zijn?

4.4 Benoemt tot deskundige stichting FORA, gevestigd aan de Baden Powellweg 281 te 1069 LH Amsterdam ( tel: 020- 669 3058), en verzoekt deze instantie schriftelijk en met redenen omkleed aan de rechtbank te rapporteren uiterlijk op 25 augustus 2011.

4.5 Bepaalt dat de deskundige zelfstandig het onderzoek zal verrichten en daartoe zo spoedig mogelijk zal overgaan, op een door hem te bepalen wijze en tijdstip.

Bepaalt dat partijen de deskundige de nodige medewerking verlenen en de door hem verlangde inlichtingen verschaffen, waaronder zonodig nadere schriftelijke stukken.

4.6 Bepaalt dat de deskundige partijen c.q. de advocaat van de ouders, bij het onderzoek in de gelegenheid zal stellen opmerkingen te maken en verzoeken te doen, voorzover deze het onderzoek van de deskundige ten goede komen. De deskundige zal hiertoe in ieder geval voorafgaand aan het definitieve rapport, een conceptrapport aan partijen c.q. de advocaat toezenden. De deskundige wordt verzocht aan te geven waarom hij de door partijen aangedragen argumenten/ wijzigingen wel of niet meeneemt in zijn eindrapport.

4.7 Bepaalt dat de deskundige in zijn rapport zal vermelden dat aan het hiervoor genoemde is voldaan.

4.7 Bepaalt dat de griffier de deskundige een afschrift van deze beschikking, alsmede de processtukken, zal toezenden.

Deze beschikking is gegeven door mr. C.A.M. van de Rest-van der Heijden, kinderrechter, in tegenwoordigheid van M.P. Joukes griffier, en in het openbaar uitgesproken op 26 april 2011

Tegen deze beschikking kan - voorzover er definitief is beslist - door tussenkomst van een advocaat hoger beroep worden ingesteld bij het gerechtshof te Amsterdam. De verzoekende partij en verschenen belanghebbenden dienen het hoger beroep binnen de termijn van drie maanden na de dag van de uitspraak in te stellen. Andere belanghebbenden dienen het beroep in te stellen binnen drie maanden na de betekening van deze beschikking of nadat deze aan hen op andere wijze bekend is geworden.