Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBHAA:2011:BQ6292

Instantie
Rechtbank Haarlem
Datum uitspraak
01-06-2011
Datum publicatie
23-06-2011
Zaaknummer
141776 / HA ZA 07-1546 en 148468 / HA ZA 08-976
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Derdenwerking exoneratiebeding. Het tussenvonnis is gepubliceerd onder LJN: BQ6290.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK HAARLEM

Sector civiel recht

Vonnis in hoofdzaak en vrijwaring van 1 juni 2011

in de zaak met zaaknummer / rolnummer: 141776 / HA ZA 07-1546 van

de vennootschap onder firma

GARAGE WESTER V.O.F.,

gevestigd te Haarlem,

eiseres in conventie, verweerster in reconventie,

advocaat mr. M.E.M. Vermeij te Haarlem,

tegen

1. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

SAKKO B.V.,

gevestigd te Bergen op Zoom,

gedaagde in conventie,

advocaat mr. J.G.M. Roijers te Rotterdam,

2. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

GABO NEDERLAND B.V.,

gevestigd te Uden,

gedaagde in conventie, eiseres in reconventie,

advocaat mr. N.M.N. Klazinga te Haarlem,

3. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

BORSBOOM GRONDWATERTECHNIEK B.V.,

gevestigd te 's-Gravenhage,

gedaagde in conventie,

advocaat mr. R.S. Ariëns te Amsterdam,

en in de zaak met zaaknummer / rolnummer 148468 / HA ZA 08-976 van

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

SAKKO B.V.,

gevestigd te Rotterdam,

eiseres in vrijwaring,

advocaat mr. J.G.M. Roijers te Rotterdam,

tegen

1. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

GABO NEDERLAND B.V.,

gevestigd te Uden,

gedaagde in vrijwaring,

niet verschenen,

2. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

BORSBOOM GRONDWATERTECHNIEK B.V,

gevestigd te 's-Gravenhage,

gedaagde in vrijwaring,

niet verschenen,

en in de zaak met zaaknummer / rolnummer 145593 / HA ZA 08-591 van

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

BORSBOOM GRONDWATERTECHNIEK B.V.,

gevestigd te 's-Gravenhage,

eiseres in vrijwaring,

advocaat mr. R.S. Ariëns te Amsterdam,

tegen

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

GABO NEDERLAND B.V.,

gevestigd te Uden,

gedaagde in vrijwaring,

niet verschenen.

Partijen zullen hierna Wester, Sakko, Gabo en Borsboom genoemd worden.

1. De procedure in de hoofdzaak

1.1. Het verdere verloop van de procedure blijkt uit:

- het tussenvonnis van 1 september 2010;

- de akte van Wester;

- de antwoordakte van Gabo.

1.2. Ten slotte is vonnis bepaald.

2. De procedure in de vrijwaringszaak met zaaknummer / rolnummer 148468 / HA ZA 08-976

2.1. Het verloop van de procedure blijkt uit:

- het tussenvonnis van 1 september 2010.

2.2. Ten slotte is vonnis bepaald.

3. De procedure in de vrijwaringszaak met zaaknummer / rolnummer 145593 / HA ZA 08-591

3.1. Het verloop van de procedure blijkt uit:

- het tussenvonnis van 1 september 2010.

3.2. Ten slotte is vonnis bepaald.

4. De verdere beoordeling in de hoofdzaak

4.1. De rechtbank blijft bij hetgeen in het tussenvonnis van 1 september 2010 is overwogen en beslist.

4.2. Bij voornoemd tussenvonnis heeft de rechtbank Wester in de gelegenheid gesteld zich bij akte uit te laten over het verweer van Gabo dat Wester een exoneratieclausule in de overeenkomst tussen Sakko en Gabo tegen zich moet laten gelden.

4.3. Wester heeft zich op het standpunt gesteld dat Gabo zich jegens haar niet kan beroepen op het exoneratiebeding. Wester heeft daartoe – zakelijk weergegeven – het volgende aangevoerd. Op initiatief en voor rekening en risico van Sakko zijn de kleinere tanks van Wester geruild voor grotere tanks, die eigendom van Sakko zijn. Wester heeft zich daartegen als eigenaar van de grond en de zich daarin bevindende tanks niet verzet, maar zij heeft geen bemoeienis gehad met de keuze van de aannemer, de prijsonderhandelingen en de te volgen werkwijze. Dit is een logisch gevolg van de verhouding tussen Wester en Sakko: Wester heeft alleen grond aan Sakko ter beschikking gesteld om daarop een tankstation te exploiteren en zij heeft niets met de exploitatie te maken.

Daarbij komt dat Wester zich niet dusdanig heeft gedragen dat Gabo daaruit het vertrouwen kon putten dat zij haar algemene voorwaarden (ook) jegens Wester kon laten gelden, aldus Wester.

4.4. Gabo heeft bij antwoordakte – naast hetgeen zij reeds bij conclusie van antwoord had aangevoerd, hetgeen in rechtsoverweging 4.20. van het tussenvonnis van 1 september 2010 samengevat is weergegeven – het volgende aangevoerd. Gabo heeft in opdracht van Sakko (onder meer) de tanks van Wester weggehaald. Dit zou geschieden op de grond van Wester en dit zou ook tot beperkingen en hinder leiden voor de bereikbaarheid van de garage van Wester. Gabo is ervan uitgegaan, en heeft dat ook mogen doen, dat Wester Sakko had gemachtigd om deze opdracht aan haar te verstrekken. Gelet op deze machtiging van Wester aan Sakko mocht Gabo erop vertrouwen dat haar exoneratieclausule door Sakko mede namens Wester was aanvaard c.q. ook jegens Wester in te roepen zou zijn, aldus Gabo.

4.5. De rechtbank is van oordeel dat het verweer van Gabo slaagt en overweegt daartoe als volgt. Wester exploiteert op haar perceel een garagebedrijf. Zij had een gedeelte van dit perceel met zich daarin bevindende brandstoftanks aan Sakko verhuurd ten behoeve van de exploitatie van een onbemand brandstofverkooppunt. De brandstoftanks waren eigendom van Wester. Wester heeft toestemming aan Sakko gegeven om haar brandstoftanks te vervangen door een nieuwe. Wester heeft zich, hoewel zij eigenaar was van de tanks die zijn vervangen en van de grond waarin deze zich bevonden, niet bemoeid met de (wijze van) uitvoering daarvan. Dit heeft zij volledig overgelaten aan Sakko. Sakko heeft een aannemingsovereenkomst met Gabo gesloten, die mede omvat het verwijderen van de oude brandstoftanks die eigendom waren van Wester en het plaatsen van nieuwe tanks in de grond van Wester. Door Sakko onder deze omstandigheden de vrije hand te geven bij het sluiten van de aannemingsovereenkomst, heeft Gabo ervan uit mogen gaan dat de aansprakelijkheidsbeperking ook jegens Wester zou gelden. Gabo kan de exoneratieclausule derhalve ook jegens Wester inroepen.

4.6. Wester heeft een beroep gedaan op de vernietigbaarheid van de algemene voorwaarden die op de overeenkomst tussen Sakko en Gabo van toepassing zijn, omdat deze noch door Gabo noch door Sakko aan haar ter hand zijn gesteld. Hierin volgt de rechtbank Wester niet. Niet vereist is immers dat de gebruiker van de algemene voorwaarden (Gabo) vóór of bij het sluiten van de overeenkomst met de wederpartij (Sakko), de derde (Wester) een redelijke mogelijkheid biedt om van de algemene voorwaarden kennis te nemen.

4.7. Wester heeft voorts betoogd dat het exoneratiebeding onredelijk bezwarend is. Zij heeft er op gewezen dat een exoneratiebeding in de algemene voorwaarden op grond van het bepaalde in artikel 6:237 onder f BW wordt vermoed onredelijk bezwarend te zijn. Volgens Wester kan het niet zo zijn dat de schade aan haar pand, die is veroorzaakt doordat Gabo de werkzaamheden onzorgvuldig heeft uitgevoerd, voor haar rekening moet blijven.

Dit betoog faalt. Artikel 6:237 BW is alleen van toepassing indien de wederpartij van de gebruiker van de algemene voorwaarden een natuurlijk persoon is die niet (mede) handelt in de uitoefening van een beroep of bedrijf, zodat Wester hierop geen beroep toekomt. Daarnaast heeft Wester onvoldoende feiten en omstandigheden gesteld die tot het oordeel kunnen leiden dat de exoneratieclausule als onredelijk bezwarend moet worden aangemerkt. Het enkele feit dat ten gevolge van de uitgevoerde ontgravings- en bronbemalingswerkzaamheden schade aan het pand van Wester is ontstaan, is daartoe onvoldoende.

4.8. Gelet op het vorenstaande zal de rechtbank de vorderingen van Wester jegens Gabo afwijzen.

4.9. Nu Gabo niet aansprakelijk is voor de schade van Wester, is de reconventionele vordering tot terugbetaling van het door Gabo betaalde deel van het voorschot (EUR 20.120,43 incl. rente en kosten) toewijsbaar. De gevorderde wettelijke handelsrente als bedoeld in artikel 6:119a BW over dit bedrag is niet toewijsbaar, omdat deze bepaling alleen ziet op de situatie dat betaling van het op grond van een handelsovereenkomst verschuldigde niet tijdig plaatsvindt. De wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW is wel toewijsbaar vanaf de dag dat de eis in reconventie is ingesteld, zijnde 30 juli 2008, nu een eerdere verzuimdatum niet is gesteld of gebleken.

4.10. Zoals in rechtsoverweging 4.25. van het tussenvonnis van 1 september 2010 is overwogen, wordt Wester zowel in conventie als in reconventie veroordeeld in de proceskosten.

5. De beoordeling in de vrijwaringszaak met zaaknummer / rolnummer 148468 / HA ZA 08-976

5.1. In het tussenvonnis van 1 september 2010 is in rechtsoverweging 5.2. reeds overwogen dat de vorderingen van Sakko jegens Gabo en Borsboom zullen worden afgewezen, met verwijzing van Sakko in de proceskosten. De rechtbank zal thans dienovereenkomstig beslissen.

6. De beoordeling in de vrijwaringszaak met zaaknummer / rolnummer 145593 / HA ZA 08-591

6.1. In het tussenvonnis van 1 september 2010 is in rechtsoverweging 6.2. reeds overwogen dat de vordering van Borsboom jegens Gabo zal worden afgewezen, met verwijzing van Borsboom in de proceskosten. De rechtbank zal thans dienovereenkomstig beslissen.

7. De beslissing

De rechtbank

in de hoofdzaak

ten aanzien van Sakko

7.1. wijst de vorderingen af,

7.2. veroordeelt Wester in de kosten van de hoofdzaak, aan de zijde van Sakko tot op heden begroot op EUR 11.182,00,

7.3. veroordeelt Wester in de voor rekening van Sakko komende kosten van de zaak in vrijwaring, tot op heden begroot op nihil;

7.4. verklaart dit vonnis in deze zaak wat betreft de kostenveroordeling uitvoerbaar bij voorraad,

ten aanzien Gabo

in conventie

7.5. wijst de vorderingen af,

7.6. veroordeelt Wester in de kosten van de hoofdzaak, aan de zijde van Gabo tot op

heden begroot op EUR 20.630,60,

7.7. verklaart dit vonnis in deze zaak wat betreft de kostenveroordeling uitvoerbaar bij

voorraad,

in reconventie

7.8. veroordeelt Wester om aan Gabo te betalen een bedrag van EUR 20.120,43 (zegge:

twintigduizend éénhonderdtwintig euro en drieënveertig cent), te vermeerderen met de

wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW over dit bedrag vanaf 30 juli 2008 tot de

dag van volledige betaling,

7.9. veroordeelt Wester in de kosten van de procedure, aan de zijde van Gabo tot op

heden begroot op EUR 579,00,

7.10. verklaart dit vonnis in deze zaak tot zover uitvoerbaar bij voorraad,

7.11. wijst af het meer of anders gevorderde,

ten aanzien van Borsboom

7.12. wijst de vorderingen af,

7.13. veroordeelt Wester in de kosten van de hoofdzaak, aan de zijde van Borsboom tot op heden begroot op EUR 20.630,60,

7.14. veroordeelt Wester in de voor rekening van Borsboom komende kosten van de zaak in vrijwaring, tot op heden begroot op nihil;

7.15. verklaart dit vonnis in deze zaak wat betreft de kostenveroordeling uitvoerbaar bij voorraad,

in de zaak in vrijwaring met zaaknummer / rolnummer 148468 / HA ZA 08-976

7.16. wijst de vorderingen af;

7.17. veroordeelt Gabo en Borsboom in de kosten van dit geding, aan de zijde van Sakko tot op heden begroot op nihil;

in de zaak in vrijwaring met zaaknummer / rolnummer 145593 / HA ZA 08-591

7.18. wijst de vorderingen af;

7.19. veroordeelt Gabo in de kosten van dit geding, aan de zijde van Borsboom tot op heden begroot op nihil.

Dit vonnis is gewezen door mr. Th.S. Röell en in het openbaar uitgesproken op 1 juni 2011.