Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBHAA:2011:BP8930

Instantie
Rechtbank Haarlem
Datum uitspraak
17-02-2011
Datum publicatie
24-03-2011
Zaaknummer
10-3594
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Omgevingsrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Handhavend optreden tegen bouwen zonder bouwvergunning. Verkoop van strookje grond tussen woning en openbare weg doorbreekt niet de relatie tussen de zijgevel en de openbare weg. Er is derhalve nog steeds sprake van een naar de openbare weg gekeerde oorspronkelijke zijgevel, zodat er geen vergunningvrije situatie is. Beroep ongegrond.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Omgevingsvergunning in de praktijk 2012/4825
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK HAARLEM

Sector bestuursrecht

zaaknummer: AWB 10 - 3594

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 17 februari 2011

in de zaak van:

[eiser],

wonende te [woonplaats],

eiser,

tegen:

het college van burgemeester en wethouders van Oegstgeest,

verweerder.

1. Procesverloop

Bij besluit van 22 december 2009 heeft verweerder eiser gelast, onder oplegging van een last onder dwangsom, de bouwactiviteiten die plaatsvinden op het perceel [adres] met onmiddellijke ingang te staken.

Tegen dit besluit heeft eiser bij brief van 15 januari 2010 bezwaar gemaakt.

Bij brief van 7 januari 2010 heeft verweerder eiser bericht dat een dwangsom van € 1.000,- is verbeurd, aangezien tijdens een controle is gebleken dat na de stillegging van de werkzaamheden alsnog bouwactiviteiten hebben plaatsgevonden.

Hiertegen heeft eiser bij brief van 10 januari 2010 bezwaar gemaakt.

Bij besluit van 10 mei 2010 heeft verweerder de bezwaarschriften ongegrond verklaard. Daarbij heeft verweerder verwezen naar het ongedateerde advies van de vaste commissie van advies voor de bezwaarschriften.

Tegen dit besluit heeft eiser bij brief van 13 juni 2010, aangevuld bij brief van 16 augustus 2010, bij de rechtbank te ’s-Gravenhage beroep ingesteld. De rechtbank

’s-Gravenhage heeft het beroep ter behandeling doorgezonden aan deze rechtbank.

Verweerder heeft op de zaak betrekking hebbende stukken ingezonden en een verweerschrift ingediend.

Het beroep is behandeld ter zitting van 25 januari 2011, alwaar eiser in persoon is verschenen. Verweerder heeft zich doen vertegenwoordigen door mr. drs. A.C.M. Goud, werkzaam bij de gemeente Oegstgeest.

2. Overwegingen

2.1 Ingevolge artikel 40, eerste lid, onder a, van de Woningwet is het verboden te bouwen zonder of in afwijking van een vergunning van burgemeester en wethouders (bouwvergunning).

Ingevolge artikel 100d van de Woningwet kan een besluit tot oplegging van een last onder bestuursdwang of oplegging van een last onder dwangsom gericht op naleving van het bepaalde bij of krachtens hoofdstuk I, II, III of IV inhouden dat het bouwen, gebruik of slopen wordt gestaakt dan wel dat voorzieningen, met inbegrip van het slopen van een bouwwerk of standplaats, gericht op het tegengaan of beëindigen van gevaar voor de gezondheid of de veiligheid worden getroffen.

2.2 Op 27 november 2009 en 11 januari 2010 heeft eiser een aanvraag ingediend voor het gedeeltelijk veranderen van gevels en het plaatsen van een dakkapel aan de voorzijde van de woning op het perceel [adres]. Op de daarbij behorende tekeningen is ook een uitbouw aan de zijgevel ingetekend, welke volgens eiser vergunningvrij is. Bij e-mail van 1 december 2009 heeft eiser verweerder verzocht de aanvraag aan te houden omdat hij zich nog beraadt of hij ook een erker aan de voorzijde van de woning wil realiseren. Per e-mail van 17 december 2009 heeft verweerder eiser bericht dat hij in het proces is om nader te bekijken of de uitbouw aan de zijgevel vergunningvrij is. In verband met de voortgang van de rest van de aanvraag acht verweerder het raadzaam de uitbouw aan de zijgevel van de tekening af te halen. Op 18 december 2009 heeft eiser de aangepaste tekeningen verzonden. Op 22 december 2009 heeft verweerder vervolgens een bouwstop aan eiser opgelegd, omdat zonder bouwvergunning wordt gebouwd. Daarbij heeft verweerder bepaald dat eiser per constatering dat in strijd met de bouwstop is gehandeld een dwangsom van

€ 1.000,- verbeurt, met een maximum van € 10.000,-. Bij brief van 23 december 2009 heeft verweerder eiser te kennen gegeven dat de uitbouw aan de zijgevel niet vergunningvrij is, omdat deze niet voldoet aan artikel 2, lid a, sub b, van het Besluit bouwvergunningsvrije en licht-bouwvergunningplichtige bouwwerken (Bblb). Voorts heeft hij aangegeven dat de erker aan de voorgevel niet voldoet aan de voorschriften van het bestemmingsplan en dat daarvoor een ontheffing van het bestemmingsplan noodzakelijk is. Op 6 januari 2010 heeft verweerder geconstateerd dat na de opgelegde bouwstop nog bouwactiviteiten hebben plaatsgevonden, bestaande uit het plaatsen en storten van funderingsbalken tegen de voor- en zijgevel en het plaatsen van een vloerconstructie aan de zij- en voorgevel. Bij brief van 7 januari 2010 heeft verweerder eiser bericht dat hierdoor een dwangsom van € 1.000,- is verbeurd. Op 21 januari 2011 is een reguliere bouwvergunning verleend voor het gedeeltelijk veranderen van gevels en het plaatsen van een dakkapel aan de voorzijde.

2.3 Eiser heeft aangevoerd dat het hem onvoldoende duidelijk was op basis waarvan een bouwstop werd opgelegd. Het besluit maakt niet inzichtelijk welke activiteiten vergunningvrij zijn en welke niet, zo stelt eiser. Volgens eiser is de uitbouw aan de zijgevel in ieder geval vergunningvrij.

2.4 De rechtbank stelt vast dat eiser ten tijde van de aanschrijving, noch voor bouwwerkzaamheden aan de zijgevel, noch voor bouwwerkzaamheden aan de voorgevel over een bouwvergunning beschikte. Dat eiser een vergunning nodig had voor de bouwactiviteiten aan de voorzijde van de woning, kan hem niet ontgaan zijn. Op 18 december 2009 had hij immers aanvullende bouwtekeningen ten behoeve van de bouwvergunning voor de erker aan de voorzijde ingediend. Het moet eiser dan ook zonder meer duidelijk zijn geweest dat de aanschrijving de bouwwerkzaamheden aan de voorgevel betrof. Wat betreft de bouwwerkzaamheden aan de zijgevel heeft verweerder eiser reeds per e-mail van 17 december 2009 aangegeven daar nader naar te willen kijken. Dat verweerder niet zonder meer akkoord ging met vergunningvrij bouwen was derhalve toen bekend. Vervolgens heeft verweerder op 23 december 2009, één dag na de aanschrijving, definitief medegedeeld dat de uitbouw aan de zijgevel zijns inziens niet vergunningvrij is. Vanaf die datum was het voor eiser duidelijk dat de aanschrijving betrekking had op de bouwactiviteiten zowel aan de voor- als aan de zijgevel.

2.5 Eiser heeft verder aangevoerd dat de bouwstop ten onrechte betrekking had op het bouwen aan de zijgevel van de woning, omdat dit volgens hem vergunningvrij is. Naar zijn mening voldoet het bouwplan ook aan de eis gesteld in artikel 2, aanhef en lid a, sub 1 onder b van het Bblb - ‘een niet naar de openbare weg gekeerde gevel’ -omdat zich tussen de gevel en de openbare weg een ander kavel bevindt. Ter ondersteuning van dit standpunt heeft eiser gewezen op een vergelijkbare zaak in de gemeente Wassenaar. De gemeente Wassenaar heeft volgens eiser naar aanleiding van berichtgeving van het ministerie van Verkeer, Ruimtelijke Ordening en Milieu (VROM) in die bewuste situatie een uitbouw aan de zijgevel vergunningvrij geacht.

2.6 Ingevolge artikel 2, aanhef en lid a, sub 1, van het Bblb, voor zover hier relevant, wordt, behoudens in gevallen als bedoeld in artikel 4, als bouwen van beperkte betekenis als bedoeld in artikel 43, eerste lid, onderdeel c, van de wet aangemerkt:

a. het bouwen van een op de grond staande aan- of uitbouw van één bouwlaag aan een bestaande woning of een bestaand woongebouw, die strekt tot vergroting van het woongenot, mits voldaan wordt aan de volgende kenmerken:

1°. gebouwd aan:

a) de oorspronkelijke achtergevel op meer dan 1 m van de weg of het openbaar groen, of

b) een niet naar de weg of het openbaar groen gekeerde oorspronkelijke zijgevel op meer dan 1 m van het voorerf en meer dan 1 m van het naburige erf.

2.7 De vaste commissie van advies voor de bezwaarschriften (hierna: de adviescommissie) heeft in haar advies, welke verweerder aan zijn besluit ten grondslag heeft gelegd, het volgende opgenomen. Het gaat om een woning met een zijtuin van circa 5 meter breed. Het pand met omliggend perceel is door eiser aangekocht, onder gelijktijdige doorlevering van een strook grond van circa 1,40 meter breed aan een derde. Eiser heeft ter hoorzitting aangegeven dat de doorlevering uitsluitend was bedoeld om de relatie met de openbare weg te verbreken, waardoor de uitbouw aan de zijgevel, naar eisers mening, vergunningvrij zou worden. Volgens de adviescommissie brengt de enkele verkoop van dit strookje grond niet met zich dat sprake is van een verandering in de juridisch-planologische situatie en blijft er sprake van een naar de weg gekeerde oorspronkelijke zijgevel.

2.8 De rechtbank volgt de interpretatie van de wet zoals door verweerder gegeven. Deze komt overigens overeen met de zienswijze van de Helpdesk Bouwregelgeving van het ministerie van VROM, weergegeven in door eiser overgelegde e-mails van 17 juli 2006 tussen de gemeente Wassenaar en de helpdesk. Met de verkoop van de 1,40 meter brede strook grond is de directe feitelijke relatie tussen de zijgevel van de woning en de openbare weg niet verbroken. Naar de geest van de wet is er nog steeds sprake van een erf dat grenst aan de openbare weg. Daarom is geen sprake van een vergunningvrije situatie. De brief van het ministerie van VROM aan de gemeente Wassenaar, waarop eiser een beroep heeft gedaan, waarin het ministerie zou hebben aangegeven dat het bouwen aan de zijgevel in de situatie in Wassenaar vergunningvrij was, heeft eiser niet overgelegd. In de beslissing van burgemeester en wethouders van de gemeente Wassenaar is ook niet nader gemotiveerd waarom zij alsnog beslist hebben dat in dat geval van een vergunningvrije situatie sprake was, zodat de rechtbank hierin geen aanleiding ziet om tot een ander oordeel te komen. Verweerder heeft gezien het vorenstaande, terecht bepaald dat voor de bouwwerkzaamheden aan de zijgevel een bouwvergunning vereist is.

2.9 Zowel voor de bouwactiviteiten aan de voorkant van de woning als voor die aan de zijgevel was derhalve sprake van een overtreding van artikel 40, eerste lid, onder a, van de Woningwet en was verweerder bevoegd tot het stilleggen van de bouwwerkzaamheden onder oplegging van een dwangsom.

2.10 Ten aanzien van het verbeuren van een eerste dwangsom merkt de rechtbank op dat eiser in zijn beroepschrift heeft verklaard dat hij ondanks de bouwstop bewust bepaalde bouwwerkzaamheden heeft laten uitvoeren om de bouwkosten beperkt te houden. Eiser erkent dat hij de bouwstop daarmee heeft overtreden. Naar het oordeel van de rechtbank is eiser, blijkens zijn verklaring, willens en wetens zonder de bouwvergunning af te wachten met de bouw begonnen en dienen de gevolgen daarvan voor rekening van eiser te komen. Van zwaarwegende omstandigheden die zich tegen de invordering van de verbeurde dwangsom verzetten is de rechtbank niet gebleken.

2.11 Gelet op het vorenstaande is het beroep ongegrond. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

3. Beslissing

De rechtbank:

verklaart het beroep ongegrond.

Deze uitspraak is gedaan door mr. C.E. Heyning-Huydecoper, rechter, in tegenwoordigheid van R.I. ten Cate, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 17 februari 2011.

afschrift verzonden op:

Rechtsmiddel

Tegen deze uitspraak staat hoger beroep open bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State, Postbus 20019, 2500 EA Den Haag. Het hoger beroep dient te worden ingesteld door het indienen van een beroepschrift binnen zes weken onmiddellijk liggend na de dag van verzending van de uitspraak door de griffier.