Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBHAA:2011:BP8672

Instantie
Rechtbank Haarlem
Datum uitspraak
14-03-2011
Datum publicatie
22-03-2011
Zaaknummer
15-710025-09
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Promis; kinderpornografie; kinderporno; downloaden kinderpornografie; downloaden kinderporno; partiele vrijspraak; redelijke termijn; 240b Sr; 6 EVRM.

Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan het in bezit hebben van kinderpornografie. De rechtbank overweegt dat het bezit van kinderporno buitengewoon verwerpelijk is, met name omdat bij de vervaardiging van deze afbeeldingen kinderen seksueel worden misbruikt en geëxploiteerd. In veel gevallen lopen de kinderen die hieraan bloot worden gesteld grote psychische schade op, die ook vele jaren later nog diepe sporen kan nalaten. Verdachte heeft hierbij kennelijk nimmer stilgestaan en heeft zijn eigen behoeftebevrediging voorop gesteld. Voor een effectieve bestrijding van kinderporno is het noodzakelijk om niet alleen degenen aan te pakken die kinderporno vervaardigen en verspreiden, maar zeker ook degenen die kinderporno bezitten.

De rechtbank neemt bij de bepaling van de aan verdachte op te leggen straf mede in aanmerking dat, hoewel het een groot aantal afbeeldingen betreft, het in het onderhavige geval afbeeldingen betreft bestaande uit het poseren van minderjarige kinderen, dat verdachte deze afbeeldingen slechts twee maal heeft gedownload en dat verdachte gelet op zijn bekentenis en gelet op het feit dat verdachte zelf hulp heeft gezocht en behandeling heeft ondergaan bij de GGZ Noord-Holland Noord, polikliniek forensische psychiatrie - zoals blijkt uit voornoemde rapporten - ervan heeft blijk gegeven het laakbare van zijn handelen in te zien. Daar komt bij d at verdachte een zogeheten blanco strafblad heeft. Voorts is de rechtbank van oordeel dat in de voorliggende zaak als redelijke termijn voor de berechting in eerste aanleg heeft te gelden een termijn van twee jaar. Nu er reeds tussen het verhoor van verdachte op 8 december 2008 en de behandeling ter terechtzitting van 28 februari 2011 een termijn van ruim twee jaar is verstreken, is de rechtbank van oordeel dat geen sprake is van een behandeling binnen een redelijke termijn als bedoeld in artikel 6 EVRM, hetgeen de rechtbank bij de bepaling van de aan verdachte op te leggen straf mede in aanmerking zal nemen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK HAARLEM

Sector Strafrecht

Locatie Haarlem

Meervoudige strafkamer

Parketnummer: 15/710025-09

Uitspraakdatum: 14 maart 2011

Tegenspraak

Strafvonnis

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de openbare terechtzitting van 28 februari 2011 in de zaak tegen:

[verdachte],

geboren op [geboortedatum] te [geboorteplaats],

wonende te [adres].

1. Tenlastelegging

Aan verdachte is ten laste gelegd dat:

hij op een of meerdere tijdstippen in of omstreeks de periode van 20 maart 2008 tot en met 20 oktober 2008 te Wijdewormer, gemeente Wormerland, in elk geval in Nederland, één of meermalen (telkens) een (groot aantal) afbeelding(en), te weten vierduizendvierhonderdveertig (4440) afbeeldingen, althans een hoeveelheid foto('s) en/of video('s) en/of film(s) en/of (een) gegevensdrager(s) bevattende (een) afbeelding(en),

heeft verspreid en/of aangeboden en/of vervaardigd en/of ingevoerd en/of uitgevoerd en/of verworven en/of in bezit gehad en/of zich daartoe door middel van een geautomatiseerd werk en/of met gebruikmaking van een communicatiedienst de toegang heeft verschaft,

terwijl op die afbeeldinge(n) (een) seksuele gedraging(en) zichtbaar is/zijn, waarbij (telkens) een persoon die kennelijk de leeftijd van achttien jaar nog niet had bereikt, was betrokken of schijnbaar was betrokken, welke voornoemde seksuele gedragingen bestonden uit (onder meer)

- het geheel of gedeeltelijk naakt (laten) poseren van (een) perso(o)n(en) die kennelijk de leeftijd van 18 jaren nog niet heeft/hebben bereikt, waarbij deze perso(o)n(en) gekleed en/of opgemaakt zijn en/of in een omgeving en/of met voorwerpen en/of in (erotisch getinte) houdingen poseert/poseren die niet bij haar/hun leeftijd past/passen en/of waarbij deze perso(o)n(en) zich (vervolgens) in opeenvolgende afbeeldingen/filmfragmenten van haar/hun kleding ontdoet/ontdoen en/of (waarna) door het camerastandpunt en/of de (onnatuurlijke) pose en/of de wijze van kleden van deze perso(o)n(en) nadrukkelijk de (ontblote) geslachtsdelen in beeld gebracht worden (onder meer de mappen en/of afbeeldingen in de map 'Charming Angels' en/of de afbeeldingen in de mappen en/of afbeeldingen genaamd [69 mappen met de voornamen van jonge meisjes]).

Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, leest de rechtbank de tenlastelegging verbeterd. Blijkens het verhandelde op de terechtzitting is de verdachte daardoor niet geschaad in zijn verdediging.

2. Voorvragen

De rechtbank heeft vastgesteld dat de dagvaarding geldig is, dat zijzelf bevoegd is tot kennisneming van de zaak, dat het openbaar ministerie ontvankelijk is in zijn vervolging en dat er geen redenen zijn voor schorsing van de vervolging.

3. Vordering van de officier van justitie

De officier van justitie heeft - zakelijk weergegeven - gerekwireerd tot:

- bewezen verklaring van het ten laste gelegde feit;

- oplegging van een gevangenisstraf voor de duur van honderdtachtig (180) dagen, geheel voorwaardelijk met een proeftijd van twee (2) jaren;

- onttrekking aan het verkeer van de onder verdachte in beslag genomen externe harddisk;

- teruggave aan verdachte van de onder verdachte in beslag genomen computer.

4. Bewijs

4.1. Partiële vrijspraak

De raadsman van verdachte heeft - onder verwijzing naar het beoordelingproces-verbaal kinderporno-onderzoeken d.d. 27 augustus 2010 - betoogd, dat met betrekking tot de op de harde schijf van verdachte aangetroffen mappen 7 tot en met 17, 19 tot en met 27, 29 tot en met 34, 36 tot en met 41, 45, 50 tot en met 54, 58, 60, 63, 75 tot en met 77, 84, 87 tot en met 90 en 92 tot en met 98 slechts een beschrijving van het desbetreffende meisje qua geschatte leeftijd, al dan niet blank, alsmede een conclusie is gegeven, waarbij de beschrijving in deze gevallen de conclusie 'kinderporno' niet kan dragen en verdachte ten aanzien van die mappen dient te worden vrijgesproken.

Voorts heeft de raadsman betoogd, dat in voornoemd proces-verbaal is aangegeven dat map 28 ([map met de voornaam van een jong meisje]) geen kinderporno betreft en dat map 102 een lege map betreft. Ook ten aanzien van deze mappen dient verdachte te worden vrijgesproken, aldus de raadsman.

De rechtbank volgt het door de raadsman gevoerde verweer en spreekt verdachte vrij ten aanzien van bovengenoemde ten laste gelegde mappen. Hetzelfde geldt voor map 35 ([map met de voornaam van een jong meisje]), nu daarvan in voormeld beoordelingsproces-verbaal slechts is vermeld dat het hetzelfde meisje betreft als in map 34, alleen nu afgebeeld tegen een andere achtergrond.

4.2. Bewijsmiddelen

De rechtbank komt tot bewezenverklaring van het ten laste gelegde feit op grond van de volgende bewijsmiddelen waarbij de rechtbank - nu verdachte een bekennende verdachte als bedoeld in artikel 359, derde lid, van het Wetboek van Strafvordering is - zal volstaan met een opsomming van de bewijsmiddelen, te weten:

* De bekennende verklaring van verdachte, afgelegd ter terechtzitting van 28 februari 2011;

* Het proces-verbaal van bevindingen d.d. 15 december 2008 (pagina 7-8);

* Het beoordelingproces-verbaal kinderporno-onderzoeken d.d. 27 augustus 2010 (los opgenomen).

De door de rechtbank als processen-verbaal aangeduide bewijsmiddelen zijn in de wettelijke vorm opgemaakt door personen die daartoe bevoegd zijn en voldoen ook overigens aan de daaraan bij wet gestelde eisen.

4.3. Bewezenverklaring

Gezien het bovenstaande acht de rechtbank wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het ten laste gelegde feit heeft begaan, in dier voege dat:

hij op tijdstippen in de periode van 20 maart 2008 tot en met 20 oktober 2008 te Wijdewormer, gemeente Wormerland meermalen telkens een groot aantal afbeeldingen en/of een gegevensdrager bevattende afbeeldingen, in bezit heeft gehad en zich daartoe door middel van een geautomatiseerd werk en met gebruikmaking van een communicatiedienst de toegang heeft verschaft, terwijl op die afbeeldingen seksuele gedragingen zichtbaar zijn, waarbij telkens een persoon die kennelijk de leeftijd van achttien jaar nog niet had bereikt, was betrokken of schijnbaar was betrokken, welke voornoemde seksuele gedragingen bestonden uit onder meer het geheel of gedeeltelijk naakt laten poseren van personen die kennelijk de leeftijd van 18 jaren nog niet hebben bereikt, waarbij deze personen gekleed en/of opgemaakt zijn en/of in een omgeving en/of met voorwerpen en/of in erotisch getinte houdingen poseren die niet bij hun leeftijd passen en/of waarbij deze personen zich vervolgens in opeenvolgende afbeeldingen van hun kleding ontdoen en/of waarna door het camerastandpunt en/of de onnatuurlijke pose en/of de wijze van kleden van deze personen nadrukkelijk de ontblote geslachtsdelen in beeld gebracht worden (onder meer de afbeeldingen in de mappen genaamd [33 mappen met de voornamen van jonge meisjes]).

Voor zover in de bewezen verklaarde tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, leest de rechtbank de tenlastelegging verbeterd. Blijkens het verhandelde op de terechtzitting is de verdachte daardoor niet geschaad in zijn verdediging.

Hetgeen aan verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hier als bewezen is aangenomen, is niet bewezen. De verdachte moet hiervan worden vrijgesproken.

5. Strafbaarheid van het feit

Het bewezen verklaarde is strafbaar en levert op:

Een gegevensdrager bevattende een afbeelding van een seksuele gedraging, waarbij iemand die kennelijk de leeftijd van achttien jaar nog niet heeft bereikt, is betrokken of schijnbaar is betrokken, in bezit hebben, meermalen gepleegd.

6. Strafbaarheid van verdachte

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluit. Verdachte is dus strafbaar.

7. Motivering van de straf

Bij de beslissing over de sanctie die aan verdachte moet worden opgelegd, heeft de rechtbank zich laten leiden door de aard en de ernst van het bewezen verklaarde en de omstandigheden waaronder dit is begaan, alsmede de persoon van verdachte, zoals van een en ander uit het onderzoek ter terechtzitting en uit de bespreking aldaar van de vanwege Reclassering Nederland uitgebrachte rapporten van 23 juni 2010 en 24 februari 2011 is gebleken.

In het bijzonder heeft de rechtbank het volgende in aanmerking genomen.

Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan het in bezit hebben van kinderpornografie. De rechtbank overweegt dat het bezit van kinderporno buitengewoon verwerpelijk is, met name omdat bij de vervaardiging van deze afbeeldingen kinderen seksueel worden misbruikt en geëxploiteerd. In veel gevallen lopen de kinderen die hieraan bloot worden gesteld grote psychische schade op, die ook vele jaren later nog diepe sporen kan nalaten. Verdachte heeft hierbij kennelijk nimmer stilgestaan en heeft zijn eigen behoeftebevrediging voorop gesteld. Voor een effectieve bestrijding van kinderporno is het noodzakelijk om niet alleen degenen aan te pakken die kinderporno vervaardigen en verspreiden, maar zeker ook degenen die kinderporno bezitten.

De rechtbank neemt bij de bepaling van de aan verdachte op te leggen straf mede in aanmerking dat, hoewel het een groot aantal afbeeldingen betreft, het in het onderhavige geval afbeeldingen betreft bestaande uit het poseren van minderjarige kinderen, dat verdachte deze afbeeldingen slechts twee maal heeft gedownload en dat verdachte gelet op zijn bekentenis en gelet op het feit dat verdachte zelf hulp heeft gezocht en behandeling heeft ondergaan bij de GGZ Noord-Holland Noord, polikliniek forensische psychiatrie - zoals blijkt uit voornoemde rapporten - ervan heeft blijk gegeven het laakbare van zijn handelen in te zien. Daar komt bij d at verdachte een zogeheten blanco strafblad heeft.

Voorts is de rechtbank van oordeel dat in de voorliggende zaak als redelijke termijn voor de berechting in eerste aanleg heeft te gelden een termijn van twee jaar. Nu er reeds tussen het verhoor van verdachte op 8 december 2008 en de behandeling ter terechtzitting van 28 februari 2011 een termijn van ruim twee jaar is verstreken, is de rechtbank van oordeel dat geen sprake is van een behandeling binnen een redelijke termijn als bedoeld in artikel 6 EVRM, hetgeen de rechtbank bij de bepaling van de aan verdachte op te leggen straf mede in aanmerking zal nemen.

Op grond van hetgeen hiervoor is overwogen is de rechtbank van oordeel dat een vrijheidsbenemende straf van na te noemen duur moet worden opgelegd. De rechtbank zal echter bepalen dat deze vooralsnog niet ten uitvoer zal worden gelegd en zal daaraan een proeftijd verbinden van twee (2) jaar opdat verdachte er tijdens die proeftijd van wordt weerhouden strafbare feiten te begaan.

8. Overige beslissingen omtrent in beslag genomen en niet teruggegeven voorwerpen

8.1. Onttrekking aan het verkeer

De rechtbank is van oordeel dat het onder verdachte in beslag genomen voorwerp, te weten een externe harddisk (Iomega), dient te worden onttrokken aan het verkeer. Uit het onderzoek ter terechtzitting is gebleken dat het bewezen verklaarde feit met betrekking tot dat voorwerp is begaan. Het ongecontroleerde bezit van voormeld, onder verdachte in beslag genomen voorwerp is in strijd met de wet en het algemeen belang.

9. Toepasselijke wettelijke voorschriften

De volgende wetsartikelen zijn van toepassing:

14a, 14b, 14c, 36b, 36c, 57 en 240b van het Wetboek van Strafrecht.

10. Beslissing

De rechtbank:

Verklaart bewezen dat verdachte het ten laste gelegde feit heeft begaan zoals hiervoor onder 4.3. weergegeven.

Verklaart niet bewezen wat aan verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven als bewezen is aangenomen en spreekt verdachte daarvan vrij.

Bepaalt dat het bewezen verklaarde feit het hierboven onder 5. vermelde strafbare feit oplevert.

Verklaart verdachte hiervoor strafbaar.

Veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van HONDERDTACHTIG (180) DAGEN, met bevel dat deze straf niet zal worden ten uitvoer gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten op grond dat verdachte zich voor het einde van de op twee (2) jaar bepaalde proeftijd aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt.

Onttrekt aan het verkeer:

- één externe harddisk, Iomega.

Gelast de teruggave aan [verdachte] van:

- één computer, Cooler Master systeemkast.

Samenstelling rechtbank en uitspraakdatum

Dit vonnis is gewezen door:

mr. W.A.F. Jansen, voorzitter,

mr. Ph. Burgers en mr. M. Malsch, rechters,

in tegenwoordigheid van mr. S.V. Ramdharie, griffier,

en uitgesproken op de openbare terechtzitting van maandag 14 maart 2011.

Mr. M. Malsch is buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen.