Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBHAA:2011:BP8048

Instantie
Rechtbank Haarlem
Datum uitspraak
03-03-2011
Datum publicatie
17-03-2011
Zaaknummer
zaak/rolnr.:482290 / CV EXPL 10-12243
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Overtreding concurrentiebeding. Gedaagde erkent dat zij door het concurrentiebeding verboden werkzaamheden heeft verricht. De kantonrechter deelt het standpunt van gedaagde, dat zij het concurrentiebeding niet heeft overtreden omdat zij de verboden werkzaamheden niet binnen 30 kilometer van de vestigingsplaats van eiseres heeft verricht, niet. Het concurrentiebeding verbiedt immers twee aktiviteiten, waaronder het werken voor klanten van eiseres. De toevoeging "binnen een straal van 30 kilometer" ziet naar het oordeel van de kantonrechter niet op genoemde aktiviteit. De kantonrechter ziet aanleiding de verschuldigde boete in beperkte mate te matigen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK HAARLEM

Sector kanton

Locatie Haarlem

zaak/rolnr.:482290 / CV EXPL 10-12243

datum uitspraak: 3 maart 2011

VONNIS VAN DE KANTONRECHTER

inzake

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

CCO POULIS GROUP B.V.

te Nieuw Vennep

eiseres

hierna te noemen CCO

gemachtigde mr. J.J. Dekker

tegen

[A.]

te [woonplaats]

gedaagde

hierna te noemen [A.]

gemachtigde mr. A. de Koning

1. De procedure

CCO heeft [A.] gedagvaard op 16 september 2010. [A.] heeft schriftelijk geantwoord.

De kantonrechter heeft bij tussenvonnis van 9 december 2010 een comparitie van partijen gelast, die heeft plaatsgevonden op 31 januari 2011. De griffier heeft aantekeningen gemaakt van wat partijen verder naar voren hebben gebracht. Beide partijen hebben producties in het geding gebracht.

2. De feiten

2.1 [A.] is op 6 april 2007 in dienst getreden bij Poulis Hontelé. De vader van [A.] was directeur en middellijk aandeelhouder van Poulis Hontelé. Op 1 juli 2008 heeft Poulis Hontelé haar activiteiten ingebracht in CCO. CCO is een onderneming die zich bezig houdt met het ontwerp en de handel in relatiegeschenken. Binnen een jaar na de fusie is de vader van [A.] vanwege een verschil van inzicht bij CCO vertrokken.

2.2 In de arbeidsovereenkomst van [A.] is in artikel 7 een non-concurrentiebeding opgenomen dat als volgt luidt: ‘Behoudens voorafgaande schriftelijke ontheffing van werkgever is het werknemer verboden gedurende de looptijd van deze overeenkomst en gedurende een periode van een jaar na het eind ervan de dienstbetrekking –op welke grond dan ook – noch voor eigen rekening, noch voor rekening van derden, noch anderszins werkzaam te zijn ten behoeve van cliënten van werkgever een en andere voor zover de te verrichten werkzaamheden geacht kunnen worden te behoren tot het werkterrein van werkgever, noch in enigerlei wijze een zaak gelijk, gelijksoortig of aanverwant aan het bedrijf van werkgever of daarmee gelieerde bedrijven te vestigen, drijven of mededrijven of doen drijven, hetzij direct, hetzij indirect, alsook financieel in welke vorm ook bij een dergelijke zaak belang te hebben, daarin of daarvoor op enigerlei wijze werkzaam te zijn, al dan niet in dienstbetrekking, hetzij tegen vergoeding, hetzij om niet, of daarin aandeel te hebben binnen een straal van 30 kilometer van de vestigingsplaats(en) van werkgever.’

2.3 Artikel 8 van de arbeidsovereenkomst bepaalt dat [A.] bij overtreding van het concurrentiebeding een boete verbeurt van € 4.500,-- per overtreding en € 450,-- voor iedere dag dat de overtreding voortduurt.

2.4 CCO en [A.] hebben op 28 augustus 2009 een beëindigingovereenkomst gesloten op grond waarvan de arbeidsovereenkomst met ingang van 1 oktober 2009 is geëindigd met wederzijds goedvinden. In deze overeenkomst is bij 4. opgenomen: ‘Mevrouw [A.] bijft gehouden aan het relatie-/concurrentiebeding als opgenomen in artikel 7 van de op 6 april 2007 door partijen ondertekende arbeidsovereenkomst.’

2.5 [A.] is op een beurs in februari 2010 in contact gekomen met [B.] van XLConcept.

2.6 In een mail van 28 juli 2010 schrijft [C.] van Danone (Numil) aan [A.]: ‘I am coming back to you with regard to a new gimmick that we are searching for’. In antwoord daarop schrijft [A.] op dezelfde datum vanaf het e-mailadress E Accountmanagement@xlconcept.eu: ‘I am leaving this Friday. I will go to Portugal and will be back in the office on the 17th of August.’ Op 17 augustus 2010 schrijft [A.] aan [D.] en [C.] van Danone (Numil): ‘(…) I taking back this project regarding the growth ruler’.

2.7 Op 1 september 2010 schrijft [E.] van Danone aan [F.] van CCO: ‘Please note that [D.] has sent a request regarding a new Milupa gimmick to [A.] and Thecla. I just thought that maybe you could be briefed by your collegues and get back to me as far as specific request is concerned.’

2.8 Bij brief van 3 september 2010 heeft CCO [A.] gesommeerd opgave te doen van de datum waarop zij haar werkzaamheden in strijd met het concurrentiebeding was begonnen en aan haar te betalen een bedrag van € 4.500,-- vermeerderd met € 450,-- voor iedere dag dat de schending heeft voortgeduurd. [A.] heeft aan deze sommatie geen gevolg gegeven.

CCO heeft ter verzekering van het verhaal van haar vordering conservatoir derdenbeslag gelegd op de bankrekening van [A.].

3. De vordering

3.1 CCO vordert (samengevat) veroordeling van [A.] tot betaling van € 4.500,-- vermeerderd met € 450,-- per dag sinds 1 oktober 2009 althans een latere datum, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 3 september 2010, met veroordeling van [A.] in de kosten van de procedure.

3.2. CCO legt aan de vordering ten grondslag dat [A.] het concurrentiebeding heeft overtreden door werkzaamheden te verrichten voor XLConcept te Sassenheim. XLConcept is een onderneming die gelijksoortig is aan CCO. [A.] verricht voor deze onderneming dezelfde werkzaamheden als de werkzaamheden die zij voor CCO verrichtte, zelfs met dezelfde klanten (Numil) die zij eerder vanuit CCO bediende. CCO gaat er van uit dat [A.] sinds 1 juli 2010 werkzaam is geweest in strijd met het concurrentiebeding, zodat zij per 3 september 2010 een bedrag van € 29.650,00 aan CCO verschuldigd is.

4. Het verweer

4.1 [A.] betwist bij conclusie van antwoord dat zij het concurrentiebeding heeft overtreden. Zij heeft aangevoerd dat Numil (Danone) geen klant van CCO is en dat XLConcept geen directe concurrentie van CCO. Voorts heeft zij aangevoerd dat zij niet werkzaam is of is geweest voor XLConcept. [A.] is in oktober 2009 haar eigen onderneming gestart, [A.] Promotions B.V., gevestigd te Rotterdam. [C.] heeft contact met haar opgenomen en [A.] heeft [C.] verwezen naar XLConcept. Met XLConcept heeft [A.] een inkoopsamenwerking. [A.] heeft verder aangevoerd dat voor zover de doorverwijzing van Numil naar XLConcept als verboden werkzaamheden moeten worden aangemerkt in de zin van het concurrentiebeding, deze werkzaamheden niet zijn verricht binnen een straal van 30 kilometer.

4.2 Subsidiair heeft [A.] aangevoerd dat zij slechts op 28, 29 juli en 17 augustus 2010 contact met Numil heeft gehad, zodat de boete hoogstens € 5.400,-- kan bedragen.

4.3 Meer subsidiair heeft [A.] verzocht de eventueel op te leggen boetes te matigen. Ter onderbouwing heeft [A.] daartoe aangevoerd dat zij nimmer de intentie heeft gehad het concurrentiebeding te overtreden en dat zij steeds in de veronderstelling heeft verkeerd dat zij handelde binnen de grenzen van de gemaakte afspraken. Daarnaast heeft [A.] geen acquirerende werkzaamheden verricht; zij is door de klant benaderd. Het contact heeft bovendien niet tot een order voor XLConcept geleid. Evenmin heeft [A.] zelf een financieel voordeel genoten. Tot slot heeft [A.] nog geen tweeënhalf jaar voor CCO gewerkt en heeft haar eigen onderneming, [A.] Promotions, de grootste moeite om het hoofd boven water te houden.

5. De beoordeling

5.1 Partijen verschilden van mening over de vraag of het concurrentiebeding al dan niet is overtreden. Bij de comparitie van partijen heeft [A.] erkend, nadat zij kennis had genomen van de door CCO als productie 8 overgelegde e-mailwisseling van maart 2009 tussen haar en een medewerker van Milupa (Numil), dat zij in de tijd dat zij bij CCO werkte contact heeft gehad met Numil en dat Numil een klant is van CCO. [A.] heeft voorts erkend dat zij ten behoeve van deze klant in juli en augustus 2010 de mogelijkheden heeft onderzocht om via XLConcepts een promotioneel artikel te leveren, derhalve dezelfde werkzaamheden te verrichten die zij bij CCO ook verrichtte. Deze werkzaamheden vallen mitsdien onder de door het concurrentiebeding verboden werkzaamheden.

5.2 De kantonrechter volgt het standpunt van [A.] dat zij het concurrentiebeding niet heeft overtreden, omdat zij de verboden werkzaamheden niet binnen 30 kilometer van de vestigingsplaats van CCO heeft verricht, niet. Het concurrentiebeding verbiedt immers, kort gezegd, twee activiteiten, (1) werken voor klanten van de voormalig werkgever, en (2) een gelijksoortige onderneming drijven of doen drijven. De door [A.] verrichte verboden activiteiten vallen onder (1). De toevoeging ‘binnen een straal van 30 kilometer’ ziet naar het oordeel van de kantonrechter alleen op de laatstgenoemde activiteit. De kantonrechter oordeelt mitsdien, zoals [A.] aan het einde van de comparitie van partijen heeft erkend, dat zij door haar contacten met medewerkers van Numil op 28, 29 juli en 17 augustus 2010 het concurrentiebeding heeft overtreden.

5.3 Vervolgens is de vraag aan de orde welke boete [A.] aan CCO verschuldigd is. [A.] heeft zich op het standpunt gesteld dat de boete ten hoogste € 5.400,-- ( € 4.500 + 450,00 + 450,00) kan bedragen, omdat de verboden werkzaamheden zich slechts op drie dagen hebben afgespeeld. CCO heeft het voorgaande betwist. Zij heeft gesteld dat de gedragingen van [A.] in strijd met het concurrentiebeding veel groter van omvang zijn geweest. [A.] zou bij CCO in dienst getreden zijn en wellicht veel meer klanten van CCO benaderd hebben. Bij de comparitie van partijen heeft de kantonrechter voorlopig geoordeeld dat CCO haar standpunt dat [A.] het concurrentiebeding in ruimere mate dan door haar erkend heeft overtreden, onvoldoende heeft onderbouwd. CCO heeft vervolgens aangegeven in deze procedure verder af te zien van het aanbieden van bewijs van haar stelling. Dat betekent dat de kantonrechter het er voor houdt dat [A.] op de hiervoor genoemde data het concurrentiebeding heeft overtreden. In beginsel is [A.] op grond van het boetebeding aan CCO een boete van € 5.400,00 verschuldigd.

5.4 [A.] heeft evenwel aangevoerd dat deze boete gematigd moet worden. De kantonrechter ziet daartoe slechts in beperkte mate aanleiding en zal de boete matigen tot

€ 4.500,--. Weliswaar heeft [A.] op drie dagen e-mail verkeer gehad met een klant die zij ook bediende toen zij werkzaam was bij CCO, maar dat e-mail verkeer ziet op hetzelfde promotionele product, namelijk de groeimeters, met dezelfde klant, zodat een boete van

€ 4.500,00 billijk wordt geacht. De wettelijke rente is verschuldigd vanaf 3 september 2010.

5.5 De overige door [A.] aangevoerde feiten en omstandigheden leiden naar het oordeel van de kantonrechter niet tot matiging van de boete. [A.] had kunnen weten dat het CCO ernst was met het concurrentiebeding, omdat immers in de beëindigingovereenkomst uitdrukkelijk is opgenomen dat [A.] aan het concurrentiebeding gebonden blijft en voorts ook met de vader van [A.] in kort geding concurrentieperikelen aan de orde zijn gekomen.

5.6 Het mag zo zijn dat [C.] contact met [A.] heeft gezocht en niet andersom, maar gelet op de e-mail van 1 september 2010 van de collega van [C.] aan [F.] van CCO met de tekst: ‘I just thought that maybe you could be briefed by your collegues’, ging [C.] er van uit dat [A.] nog werkzaam was bij CCO. De stelling van [A.] dat zij nimmer de intentie heeft gehad om de met CCO gemaakte afspraken te overtreden en dat zij steeds in de veronderstelling heeft verkeerd dat zij handelde binnen de grenzen van de gemaakte afspraken, kan de kantonrechter dan ook niet volgen. Als dat het geval was geweest dan had [A.] [C.] verwezen naar CCO en niet naar XLConcept, aan welke onderneming de vader van [A.] inmiddels als adviseur is verbonden. [A.] had bij de doorverwijzing, anders dan zij bij conclusie van antwoord heeft gesteld, mitsdien wel (een financieel) belang. Gelet op het voorgaande ziet de kantonrechter geen aanleiding de boete nog verder te matigen.

5.7 Omdat [A.] in het ongelijk wordt gesteld komen de proceskosten, de beslagkosten daaronder begrepen, voor rekening van [A.].

De beslissing

De kantonrechter:

- veroordeelt [A.] tot betaling aan CCO van € 4.500,-- te vermeerderen met de wettelijke rente over dat bedrag vanaf 3 september 2010 tot aan de dag van de algehele voldoening;

- veroordeelt [A.] tot betaling van de proceskosten, die aan de kant van CCO tot en met vandaag worden begroot op de volgende bedragen:

dagvaarding € 78,89

vastrecht € 208,00

beslagkosten € 262,13 ,

salaris gemachtigde € 600,00

- verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad;

- wijst af het meer of anders gevorderde.

Dit vonnis is gewezen door mr. W. Aardenburg en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van bovengenoemde datum in aanwezigheid van de griffier.