Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBHAA:2011:BP7994

Instantie
Rechtbank Haarlem
Datum uitspraak
02-03-2011
Datum publicatie
17-03-2011
Zaaknummer
491529 - CV EXPL 10-16122
Rechtsgebieden
Civiel recht
Personen- en familierecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Vordering tot terugbetaling studiekosten door werknemer aan werkgever afgewezen. De kantonrechter is van oordeel dat aan de strekking van de overeenkomst is voldaan, zodat de werknemer de kosten niet behoeft terug te betalen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK HAARLEM

Sector kanton

Locatie Haarlem

zaak/rolnr.: 491529 / CV EXPL 10-16122

datum uitspraak: 2 maart 2011

VONNIS VAN DE KANTONRECHTER

inzake

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

[X.] MANAGEMENT & SERVICES BV

te [woonplaats]

eiseres in conventie

verweerster in reconventie

hierna te noemen [X.]

gemachtigde: mr. M. Louis

tegen

[Y.]

te [woonplaats]

gedaagde in conventie

verweerder in reconventie

hierna te noemen [Y.]

procederend in persoon

De procedure in conventie en in reconventie

[X.] heeft [Y.] gedagvaard op 1 december 2010. [Y.] heeft schriftelijk geantwoord en een vordering in reconventie ingesteld. De kantonrechter heeft bij tussenvonnis van 29 december 2010 een comparitie van partijen gelast, die heeft plaatsgevonden op 31 januari 2011. De griffier heeft aantekeningen gemaakt van wat partijen verder naar voren hebben gebracht.

De feiten in conventie en in reconventie

a) [Y.] is tot 1 mei 2010 bij [X.] in dienst geweest als systeembeheerder.

b) In een door partijen ondertekend document van 24 maart 2005 staat onder meer het volgende:

Conform afspraak bij deze de studieovereenkomst tussen XtraLan b.v. en [Y.]

De kopstudiekosten omvatten:

1. Kosten studie de rekening € 6400,00

2. Boeken € 800,00

3. Studietijden € 2600,00

Totaal aan studiekosten gedurende 16 maanden studieduur € 9800,00

Na het met goedgevolg afleggen van het examen worden de studiekosten in 3 gelijke jaarlijkse termijnen afgeschreven. Bij het niet slagen, wijzigen of beëindigen van de arbeidsovereenkomst om welke reden dan ook is het bedrag per direct opvraagbaar.

c) [X.] heeft [Y.] diverse malen per brief aangemaand tot betaling van de studiekosten.

d) [X.] heeft het loon van [Y.] over de maand april 2010 en de vakantietoeslag van 2010 verrekend met de studiekosten.

e) [Y.] heeft bij brief tegen die verrekening bezwaar gemaakt en aanspraak gemaakt op betaling van zijn loon en vakantietoeslag.

f) Bij brief van 28 juni 2010 heeft [Y.] onder meer het volgende geschreven:

In totaal blijft mijns inziens een totale vordering van uw cliënt op mij over van:

€ 2545,- + € 480,-= € 3025,-. Graag ontvang ik van uw cliënt een voorstel tot betalingsregeling zodat ik dit bedrag aan hem kan terugbetalen.

De vordering in conventie

[X.] vordert (samengevat) veroordeling van [Y.] tot betaling van € 7.067,37 (bestaande uit € 6.353,37 aan hoofdsom en € 714,00 aan buitengerechtelijke incassokosten).

[X.] legt aan de vordering ten grondslag dat tussen partijen een studieovereenkomst bestaat. Aangezien [Y.] het afsluitende examen niet heeft afgelegd is het overeengekomen bedrag volledig opeisbaar. [X.] heeft het overeengekomen bedrag verrekend met het loon en de vakantietoeslag van [Y.], waarna € 6.353,37 resteert. Door ondanks aanmaning met betaling in gebreke te blijven is [Y.] de buitengerechtelijke incassokosten en wettelijke rente verschuldigd.

Het verweer in conventie

[Y.] betwist de vordering. Hij voert aan dat hij zich niet kan herinneren ooit de studieovereenkomst te hebben ondertekend, bovendien is de looptijd van de overeenkomst verstreken. De hoogte van het bedrag is verkeerd berekend, zo heeft [Y.] niet zoveel vrij genomen en zijn geen facturen van het cursusgeld of de boeken overgelegd. [X.] mocht bovendien niet overgaan tot verrekening met het loon van [Y.].

[Y.] heeft weliswaar eerder een voorstel gedaan tot gedeeltelijke betaling van de studiekosten, maar nu dat aanbod niet is geaccepteerd is dat aanbod vervallen.

De vordering in reconventie

[Y.] vordert (samengevat) veroordeling van [X.] tot betaling van:

a. het salaris over april 2010;

b. vakantietoeslag voor het jaar 2010;

c. de wettelijke verhoging van 50% over sub a. en b.;

d. wettelijke rente over de hiervoor genoemde posten vanaf 6 mei 2010;

e. de buitengerechtelijke incassokosten en de proceskosten.

[Y.] legt aan de vordering in reconventie zijn verweer in conventie ten grondslag. Aangezien [X.] ten onrechte is overgegaan tot verrekening, heeft [Y.] nog aanspraak op het salaris over april 2010 en de vakantietoeslag.

Het verweer in reconventie

[X.] betwist de vordering en voert aan terecht te zijn overgegaan tot verrekening.

De beoordeling in conventie en in reconventie

1) De vorderingen in conventie en in reconventie lenen zich voor gezamenlijke behandeling.

2) Vast staat dat partijen een studieovereenkomst zijn overeengekomen. [Y.] voert weliswaar aan zich niet te herinneren ooit een dergelijke overeenkomst te hebben ondertekend, maar laat onbetwist dat de handtekening onder de betreffende overeenkomst van zijn hand is, zodat dat verweer van [Y.] als onvoldoende onderbouwd wordt verworpen.

3) [Y.] heeft bij brief van 28 juni 2010 een betalingsvoorstel gedaan. [X.] heeft gesteld dat [Y.] de vordering in zoverre heeft erkend, zodat dat bedrag zonder meer toewijsbaar is, aldus nog steeds [X.].

4) Met zijn voorstel van 28 juni 2010 heeft [Y.] een aanbod gedaan, welke niet door [X.] is geaccepteerd, daarmee is het aanbod van [Y.] komen te vervallen. Van een gedeeltelijke erkenning van de vordering is daarom geen sprake.

5) De vraag hoe in een schriftelijk contract de verhouding van partijen is geregeld en of dit contract een leemte laat die moet worden aangevuld, kan niet worden beantwoord op grond van alleen maar een zuiver taalkundige uitleg van de bepalingen van dat contract.

6) Voor de beantwoording van die vraag komt het immers aan op de zin die partijen in de gegeven omstandigheden over en weer redelijkerwijs aan deze bepalingen mochten toekennen en op hetgeen zij te dien aanzien redelijkerwijs van elkaar mochten verwachten.

7) Het doel van een studieovereenkomst is dat [Y.] de door hem opgedane kennis in het bedrijf van [X.] gaat toepassen en niet binnen korte tijd het bedrijf verlaat met die opgedane kennis. Tijdens de comparitie van partijen is gebleken dat [Y.] alleen zijn afstudeeropdracht nog niet heeft afgerond, daarvoor zijn door [X.] ook geen kosten gemaakt noch aan opleidingskosten noch aan studietijd. Alle overige examens heeft [Y.] met goed gevolg afgelegd voor de zomer van 2006. Aangezien [Y.] tot en met mei 2010 bij [X.] werkzaam is geweest is aan het doel en de strekking van de overeenkomst voldaan. Immers door [X.] is gesteld noch gebleken dat zij pas na de scriptie gebruik kon maken van de kennis van [Y.]. Evenmin is gebleken dat [X.] [Y.] heeft gewezen op de verschuldigdheid van kosten indien hij zijn scriptie niet zou afronden. Het enkele feit dat [X.] [Y.] heeft gemaand zijn scriptie te schrijven is daartoe onvoldoende.

8) Op grond van vorenstaande komt de kantonrechter tot het oordeel dat [Y.] bij het einde van het dienstverband geen studiekosten aan [X.] was verschuldigd. De vordering in conventie moet daarom worden afgewezen. Aangezien [X.] derhalve ten onrechte is overgegaan tot verrekening dient de vordering in reconventie voor wat betreft de onderdelen a. en b. te worden toegewezen.

9) Er is echter geen aanleiding om aan [Y.] wettelijke verhoging toe te kennen. Het dienstverband is immers al geruime tijd beëindigd, zodat voor een prikkel tot betaling van loon geen noodzaak meer bestaat.

10) De in reconventie gevorderde wettelijke rente zal worden toegewezen, aangezien [X.] met betaling van het loon en de vakantietoeslag in verzuim is.

11) [Y.] vordert veroordeling van [X.] tot betaling van de buitengerechtelijke incassokosten. Aangezien [Y.] deze kosten niet heeft gespecificeerd en evenmin gebleken is dat [Y.] buitengerechtelijke incassokosten heeft gemaakt, wordt dit deel van de vordering als onvoldoende onderbouwd afgewezen.

12) De proceskosten in conventie en in reconventie komen voor rekening van [X.] omdat deze in het ongelijk wordt gesteld. Omdat [Y.] zich niet door een professionele gemachtigde heeft laten bijstaan, komen op grond van het bepaalde bij artikel 238 Rv, voor vergoeding slechts de noodzakelijke reis- en verblijfkosten in aanmerking.

De beslissing

De kantonrechter:

In conventie

- wijst de vordering af;

In reconventie

- veroordeelt [X.] tot betaling van het salaris over de maand april 2010 en de vakantietoeslag 2010, te vermeerderen met de wettelijke rente over die bedragen vanaf

6 mei 2010 tot aan de dag van de algehele voldoening;

- verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad;

- wijst af het meer of anders gevorderde;

In conventie en in reconventie

- veroordeelt [X.] tot betaling van de proceskosten, die aan de kant van [Y.] tot en met vandaag worden begroot op € 25,00 aan reis en verblijfkosten.

Dit vonnis is gewezen door mr. F.J.P. Veenhof en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van bovengenoemde datum in aanwezigheid van de griffier.