Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBHAA:2011:BP7723

Instantie
Rechtbank Haarlem
Datum uitspraak
14-03-2011
Datum publicatie
16-03-2011
Zaaknummer
AWB 10 - 3448
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Omgevingsrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Artikel 19, tweede lid, van de WRO. Geen aanleiding voor het oordeel dat verweerder bij afweging van alle betrokken belangen in redelijkheid geen vrijstelling en bouwvergunning eerste fase had mogen verlenen. Onderhavige locatie ligt in een stedelijke omgeving waarin niet kan worden voorkomen dat nieuwe bebouwing leidt tot enige vermindering van privacy en uitzicht voor bestaande bewoners.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK HAARLEM

Sector bestuursrecht

zaaknummer: AWB 10 - 3448

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 14 maart 2011

in de zaak van:

[eiser] e.a.,

wonende te [woonplaats],

eisers,

tegen:

het college van burgemeester en wethouders van Heemskerk,

verweerder,

derde partij,

C. Nelis Bouw & Ontwikkeling B.V.,

gevestigd te Heemskerk,

gemachtigde: mr. H.J.G. Dudink.

1. Procesverloop

Bij besluit van 15 januari 2010 heeft verweerder aan de derde partij vrijstelling en bouwvergunning eerste fase verleend voor het bouwen van 54 appartementen en een parkeerkelder op het perceel [adres].

Tegen dit besluit hebben eisers bij brief van 21 februari 2010 bezwaar gemaakt.

Bij besluit van 18 mei 2010, verzonden op 4 juni 2010, heeft verweerder het bezwaar ongegrond verklaard.

Daarbij heeft verweerder verwezen naar het advies van april 2010, van de Kamer algemene zaken, Commissie bezwaarschriften (hierna: de commissie bezwaar).

Tegen dit besluit hebben eisers bij brief van 13 juli 2010 beroep ingesteld.

Verweerder heeft op de zaak betrekking hebbende stukken ingezonden.

Het beroep is behandeld ter zitting van 1 februari 2011, alwaar [eiser] in persoon is verschenen samen met een aantal eisers woonachtig in het wooncomplex [naam] aan de [adres] en het woord, mede namens hen, heeft gevoerd. Verweerder heeft zich doen vertegenwoordigen door mr. A.C.S. Leiss, mr. M.S. de Jonge en G. Lukken, allen werkzaam bij de gemeente Heemskerk. De derde partij heeft zich laten vertegenwoordigen door [naam], bijgestaan door mr. H.J.G. Dudink.

2. Overwegingen

2.1 Op 1 juli 2008 is de Wet ruimtelijke ordening (Wro) in werking getreden en is de Wet op de Ruimtelijke Ordening (WRO) ingetrokken. Op grond van de Invoeringswet Wet op de ruimtelijke ordening blijft op aanvragen die zijn ingediend voor 1 juli 2008 de WRO van toepassing. Aangezien de aanvraag dateert van vóór 1 juli 2008, zijn in dit geval de bepalingen van de WRO van toepassing zoals deze destijds, vóór 1 juli 2008 luidden.

2.2 Ingevolge artikel 44, eerste lid, aanhef en onder c, van de Woningwet – voor zover thans van belang – moet een bouwvergunning worden geweigerd indien het bouwwerk waarop de aanvraag betrekking heeft in strijd is met het geldende bestemmingsplan.

2.3 Ingevolge artikel 46, derde lid, van de WRO wordt een aanvraag om bouwvergunning die slechts kan worden ingewilligd na vrijstelling als bedoeld in de artikelen 15, 17 of 19 van de WRO geacht mede een verzoek om zodanige vrijstelling in te houden.

2.4 Ingevolge artikel 19, tweede lid, van de WRO kunnen burgemeester en wethouders vrijstelling verlenen van het bestemmingsplan in door gedeputeerde staten, in overeen-stemming met de inspecteur, aangegeven categorieën van gevallen. Gedeputeerde staten kunnen daarbij tevens bepalen onder welke omstandigheden vooraf een ver-klaring van gedeputeerde staten dat zij tegen het verlenen van vrijstelling geen bezwaar hebben, is vereist. Het bepaalde in het eerste lid met betrekking tot een goede ruimtelijke onderbouwing is van overeenkomstige toepassing.

2.5 In geding is de bouw van 54 appartementen en een parkeerkelder op het perceel [adres]. Het betreft een gebouw met een halfverdiepte parkeerkelder, waarboven zich drie bouwlagen bevinden. Op het dak bevinden zich toegangen tot het dakterras. Inclusief deze toegangen bedraagt de hoogte van het gebouw 13,8 meter. Naast het onderhavige bouwplan (Smitco I) is sprake van een tweede bouwplan (Smitco II) voor een appartementengebouw van 15 woningen op het voormalig Smitco-terrein. Oorspronkelijk vormden beide gebouwen één plan. De vergunninghouder heeft voor de bouwplannen afzonderlijke aanvragen ingediend.

2.6 Het bouwplan is gelegen op gronden waar het bestemmingsplan ‘[ naam] 1998’ geldt. Volgens artikel 14 van de planvoorschriften hebben de gronden de bestemming ‘tuincentrum met bijbehorende erven D (tc)’. De hoogte van alle gebouwen en bouwwerken mag op deze bestemming maximaal drie meter bedragen, tenzij op de plankaart een andere maatvoering is aangegeven. Niet in geschil is dat het bouwplan in strijd is met het vigerende bestemmingsplan.

2.7 Verweerder heeft ten behoeve van de realisatie van onderhavig bouwplan een bouwvergunning eerste fase en vrijstelling ingevolge 19, tweede lid, van de Wet op de Ruimtelijke Ordening (WRO) verleend. Dit besluit is in bezwaar gehandhaafd. Eisers kunnen zich hiermee niet verenigen.

2.8 Eisers, 27 personen woonachtig in de directe omgeving van het bouwplan, stellen zich op het standpunt dat het bestreden besluit ondeugdelijk is gemotiveerd en niet is gebaseerd op zorgvuldig onderzoek en een gedegen belangenafweging. Verweerder heeft in de besluitvorming onvoldoende rekening gehouden met de belangen van eisers en heeft te weinig onderzoek verricht naar de noodzaak en de gevolgen van de bouw van de 54 appartementen.

2.9 De beslissing om al dan niet vrijstelling te verlenen van het bestemmingsplan op grond van artikel 19, tweede lid, van de WRO behoort tot de bevoegdheden van verweerder, waarbij verweerder beleidsvrijheid heeft. Hieruit vloeit voort dat de rechter terughoudend moet toetsen, dat wil zeggen zich moet beperken tot de vraag of verweerder in redelijkheid, bij afweging van de betrokken belangen, tot zijn besluit om vrijstelling te verlenen heeft kunnen komen.

2.10 Verweerder heeft het project voorzien van een ruimtelijke onderbouwing in de vorm van de bijlage bij de besluitvorming “Ruimtelijke onderbouwing nieuwbouw appartementengebouw [adres] perceel 1; Smitco-locatie van 23 mei 2008 (gewijzigd op 4 juli 2008 en 12 december 2008)”. Daarnaast is verweerder in de Nota van zienswijzen van 1 december 2009 en in het bestreden besluit dat verwijst naar het advies van de commissie bezwaar nog nader ingegaan op de door eisers ingebrachte zienswijzen en bezwaren.

2.11 Verweerder stelt zich – samengevat – op het standpunt dat, gelet op de stedelijke omgeving, de onderlinge afstanden en gebouwfuncties, geen sprake is van een onevenredige aantasting van het woongenot van eisers en in het bijzonder de aspecten van zonlicht en privacy. Het bouwplan, dat gelegen is in stedelijk gebied van Heemskerk, betreft drie lagen en een dakterras op een halfondergrondse parkeergarage. Aan de overzijde van de Koekoek staan drive-inwoningen in drie lagen op een afstand van minimaal 21 meter. Ter hoogte van het bestaande appartementencomplex is de afstand iets kleiner, echter hier is sprake van een galerij met slaapvertrekken waardoor het aspect van privacy en uitzicht minder speelt. Zowel de drive-inn woningen als de galerijflat zijn georiënteerd naar de wijk [ naam] en niet naar de [adres] Door de situering van de nieuwe bebouwing ten noordoosten van de aanwezige bebouwing is niet tot nauwelijks sprake van vermindering van toetreding van zon- en daglicht, ook gezien de aanwezige beplanting.

2.12 Gelet op de ruimtelijke onderbouwing bij de besluitvorming en de nadere motivering hierop in het advies van de commissie bezwaar, dat onderdeel uitmaakt van het bestreden besluit, is de rechtbank van oordeel dat de door eisers gestelde inbreuk op de privacy en vermindering van uitzicht niet zodanig zijn dat om die reden de vrijstelling niet kon worden verleend. Dat het bouwplan een verslechtering van uitzicht en privacy voor eisers met zich brengt, is duidelijk. Van belang is echter dat de onderhavige locatie volgens het streekplan Noord-Holland Zuid in het stedelijk gebied van Heemskerk ligt. In een stedelijke omgeving kan niet worden voorkomen dat nieuwe bebouwing leidt tot vermindering van privacy en uitzicht voor bestaande bewoners. De hoogte van het bouwplan is passend in relatie tot de bestaande bebouwing in de directe omgeving. Een afstand van 21 meter tussen bebouwing is in een stedelijke omgeving in zijn algemeenheid aanvaardbaar. Onder deze omstandigheden heeft verweerder zich in redelijkheid op het standpunt kunnen stellen dat geen sprake is van een zodanige verslechtering van privacy en uitzicht dat eisers onevenredig in hun belangen worden geschaad.

2.13 Het betoog van eisers dat verweerder ten onrechte de beoordeling van onderhavige bouwaanvraag los ziet van een afzonderlijke bouwaanvraag voor nog eens 15 appartementen op het Smitco-terrein faalt. Volgens vaste jurisprudentie van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State heeft verweerder te beslissen over het bouwplan zoals dat bij hem is ingediend. Vergunninghouder heeft ervoor gekozen voor Smitco II een afzonderlijke bouwaanvraag in te dienen. Voor deze bouwaanvraag wordt thans een vrijstellingsprocedure gevolgd. Er is geen verplichting voor verweerder bij de beslissing over het verlenen van vrijstelling voor Smitco I de bouwaanvraag van Smitco II te betrekken.

2.14 Voor zover eisers stellen dat de verkeersaantrekkende werking en de verkeersveiligheid van het bouwplan onvoldoende is onderzocht, verwijst de rechtbank naar het bij de besluitvorming behorende verkeersadvies van Goudappel Coffeng van 9 juli 2009. De conclusie daarvan luidt dat een inrit op de [adres] goed mogelijk is mits enkele aandachtspunten in acht worden genomen. In hetgeen eisers hieromtrent hebben aangevoerd ziet de rechtbank geen aanleiding voor het oordeel dat genoemd rapport, zijnde een deskundigenadvies, naar inhoud of wijze van totstandkoming zodanige gebreken vertoont dat verweerder het niet – of niet zonder meer – aan het bestreden besluit ten grondslag had mogen leggen. Er is daarom geen grond voor het oordeel dat verweerder zich niet in redelijkheid op het standpunt heeft kunnen stellen dat de gevolgen voor het verkeer ter plaatse niet aan het verlenen van vrijstelling in de weg staan. Daarbij heeft de rechtbank ook betrokken dat eisers tegenover het verkeersadvies van Goudappel Coffeng geen advies van een ter zake deskundige hebben ingebracht.

2.15 Ten aanzien van de stelling van eisers dat ten behoeve van het bouwplan te weinig parkeerplaatsen gerealiseerd worden overweegt de rechtbank als volgt. Verweerder heeft de oppervlakte van de te realiseren appartementen, overeenkomstig het Parkeerbeleidsplan 2006 van de gemeente Heemskerk, bepalend geacht voor de te hanteren parkeernorm. Verweerder heeft ter zitting nader toegelicht dat de totale behoefte van parkeerplaatsen, berekend op basis van het aantal appartementen, hun oppervlakten en de daarbij behorende parkeernorm, neerkomt op 95 parkeerplaatsen. Van deze 95 parkeerplaatsen wordt 0,3 parkeerplaats per appartement (totaal 16 parkeerplaatsen) toegerekend aan bezoekers. Vaststaat dat in de parkeerkelder onder het gebouw Smitco I 101 parkeerplaatsen zullen worden gerealiseerd. Uit de bij de besluitvorming behorende bouwtekening blijkt voorts dat er nog 15 parkeerplaatsen op het maaiveld zullen worden gerealiseerd. Verder blijkt uit een door de gemeente gedane parkeertelling dat in de openbare ruimte gemiddeld nog 10 parkeerplaatsen vrij zijn. Verweerder heeft ter zitting benadrukt dat de extra parkeerbehoefte die zal ontstaan bij de eventuele realisatie van een tweede bouwplan van 15 appartementen op het Smitco-terrein buiten beschouwing is gebleven. De parkeerkelder zal in dat geval doorlopen om aan de bijkomende parkeerbehoefte van het tweede bouwplan tegemoet te komen. Het is de rechtbank niet gebleken dat verweerder de parkeerbehoefte onjuist heeft vastgesteld. Onderhavig bouwplan voldoet ruimschoots aan de parkeernormen uit het Parkeersbeleidsplan 2006. Gelet hierop is de rechtbank van oordeel dat verweerder zich op het standpunt heeft kunnen stellen dat er na de realisatie van onderhavig bouwplan voldoende parkeergelegenheid in de omgeving zal zijn.

2.16 Eisers stellen dat voor leegstand gebouwd zal worden nu aan het type appartementen waarin dit bouwplan voorziet slechts, en dan alleen nog in beperkte mate, behoefte is in het centrum van Heemskerk, waar onderhavige locatie niet is gelegen. Verweerder heeft daartegen ingebracht dat ondanks de financiële crisis en de terughoudende woningmarkt een behoefte bestaat aan appartementen in de regio. De provincie zet, blijkens het nieuwe streekplan Noord-Holland Zuid, maximaal in op het bouwen voor wonen, werken en voorzieningen binnen het bestaand stedelijk gebied. Onderhavig bouwplan draagt dan ook bij aan de woningbouwopgave om tot 2010 5000 woningen te realiseren binnen de IJmond regio. In recent woningmarktonderzoek van ABF Research staat dat de vraag naar appartementen in het centrum van Heemskerk groter is dan in de reguliere woonwijken, en niet, zoals eisers stellen, dat er in het geheel geen vraag bestaat naar appartementen buiten het centrum van Heemskerk. Om leegstand te voorkomen adviseert ABF Research om verschillende bouwplannen gefaseerd te realiseren. Verder is het niet aannemelijk dat de derde partij dit bouwproject wil ontwikkelen terwijl er geen vraag is naar de te realiseren appartementen, aldus verweerder.

2.17 Verweerder heeft in voldoende mate onderbouwd dat er wel degelijk, zij het beperkt, behoefte bestaat aan appartementen op onderhavige locatie, net buiten het centrum van Heemskerk. Verweerder heeft naar het oordeel van de rechtbank dan ook in redelijkheid, bij de afweging van de betrokken belangen, geen zwaarwegende betekenis gehecht aan de door eisers aangevoerde vrees voor leegstand.

2.18 Eisers verwachten verder dat geluidsoverlast, stank en hinder zullen ontstaan dan wel verergeren door de komst van het appartementencomplex en de daarbij behorende parkeerkelder. Eisers hebben hun standpunt evenwel onvoldoende onderbouwd. Niet is gebleken dat de belangen van eisers in dit opzicht door het bouwplan zodanig zullen worden aangetast dat verweerder niet in redelijkheid tot het bestreden besluit heeft kunnen komen.

2.19 De rechtbank overweegt tot slot dat het (nog) niet uitgevoerd hebben van een onderzoek naar het eventuele effect van de te realiseren parkeerkelder op het grondwaterpeil, nog daargelaten dat eisers niet hebben onderbouwd wat dit effect zou kunnen zijn en in hoeverre zij daardoor in hun belangen kunnen worden geschaad, niet in de weg staat aan de verlening van vrijstelling op grond van artikel 19, tweede lid, van de WRO.

2.20 De conclusie luidt dat in hetgeen eisers hebben aangevoerd geen aanleiding kan worden gevonden voor het oordeel dat verweerder bij afweging van alle betrokken belangen in redelijkheid geen vrijstelling en bouwvergunning eerste fase had mogen verlenen.

2.21 Het beroep is ongegrond. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

3. Beslissing

De rechtbank:

verklaart het beroep ongegrond.

Deze uitspraak is gedaan door mr. W.J.A.M. van Brussel, in tegenwoordigheid van mr. J.K. N'Daw, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 14 maart 2011.

afschrift verzonden op:

Rechtsmiddel

Tegen deze uitspraak staat hoger beroep open bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State, Postbus 20019, 2500 EA Den Haag. Het hoger beroep dient te worden ingesteld door het indienen van een beroepschrift binnen zes weken onmiddellijk liggend na de dag van verzending van de uitspraak door de griffier.