Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBHAA:2011:BP7632

Instantie
Rechtbank Haarlem
Datum uitspraak
09-03-2011
Datum publicatie
15-03-2011
Zaaknummer
475662 \ CV EXPL 10-9814
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Ontbinding van huurovereenkomst wegens overlast door huurder

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK HAARLEM

Sector kanton

Locatie Haarlem

zaak/rolnr.: 475662 \ CV EXPL 10-9814

datum uitspraak: 9 maart 2011

VONNIS VAN DE KANTONRECHTER

inzake

de stichting Stichting Ymere

te Amsterdam

eisende partij

hierna te noemen Ymere

gemachtigde mr.drs. I.M.C.A. Reinders Folmer

tegen

[gedaagde]

te [woonplaats]

gedaagde partij

hierna te noemen [gedaagde]

gemachtigde mr. M. Raaijmakers

De procedure

Voor de loop van het geding verwijst de kantonrechter naar de volgende stuk¬ken:

- de dagvaarding van 16 juli 2010, met producties,

- de conclusie van antwoord, met producties,

- het door de kantonrechter tussen partijen gewe¬zen en op 8 september 2010 uitgesproken tussenvonnis,

- de aantekeningen van de griffier van de ingevolge dat vonnis op 6 oktober 2010 gehouden comparitie van partijen en de met het oog op die zitting door de gemachtigde van Ymere aan de kantonrechter en [gedaagde] gezonden producties, alsmede de ter zitting overgelegde aantekeningen van de gemachtigde van Ymere,

- de akte van Ymere,

- de conclusie van repliek, met producties,

- de conclusie van dupliek.

De feiten

Als enerzijds gesteld en anderzijds erkend, dan wel niet of onvoldoende betwist en/of op grond van de onweerspro¬ken inhoud van de producties, staat tussen partij¬en het volgende vast:

a. [gedaagde] huurt sedert 1 januari 2007 van Ymere de woning aan het adres [adres] te [woonplaats].

b. Op 31 augustus 2009 heeft [XXX] (hierna: [XXX]), eveneens huurder van een woning van Ymere aan het adres [adres] te [woonplaats], bij de politie aangifte gedaan van mishandeling door [gedaagde] op diezelfde datum. [XXX] is voor onderzoek/behandeling per ambulance naar het ziekenhuis vervoerd.

c. Op 1 september 2009 heeft [YYY] (hierna: [YYY]), eveneens huurder van een woning van Ymere aan het adres [adres] te [woonplaats], bij de politie aangifte gedaan van bedreiging door [gedaagde] op 29 augustus 2009.

d. Bij e-mail bericht van 4 februari 201[ZZZ] (hierna: [ZZZ]), huurder van Ymere van de woning aan het adres Greveling 16 te [woonplaats] het volgende aan Ymere geschreven:

“(…)

Ik heb in dec 2009 een klachten formulier gestuurd over de bewoner van [adres] de heer [gedaagde] die voor veel geluits overlast zorgt (…)

Na een korte perioden van rust is het zondag morge om 6 uur het was 17 januarie 2010 met heen hels kabaal en geschreeuw en gebonk op de muren dit was bedoeld om de boven wonende buurman te waarschuwen maar deze was niet eens aanwezig maar hie had wel het heele huizen blok weer wakker (…) waar na ik om 10 uur deze ochtend mijn honden ga uit laten en heel toevallig de heer [gedaagde] tegen het lijf loop (…) en vraag aan de heer [gedaagde] wanneer hij van plan was zijn geluits overlast te stoppen waar na hij meteen de aanval op mijn opende dat ik een kanker mongol was en de kanker mocht krijgen en zo nog heel veel van deze ziekte (…) en ben weg gelopen maar hier was de kous nog niet af ik hoor onder het loopen gierende banden wat gelukig ook door nadere buurd bewooner was gehoord (…) de heer [gedaagde] (..) begon weer te schreeuwen (…)

ik heb ook met de ggd hier over gesproken en vond het een hagelijke situatie dit speeld nu al meer als anderhalf jaar het zou tog niet zo zijn dat er drie moeten verhuizen voor een die het leef genot van een heel huizen blok vergald ik woon hier met meerdere bewooners van dit blok al 25 jaar met heel vel plezier en de heer [XXX] al 18 jaar ook zijn andere buurman die niet eens meer zijn eige woning durft tekomen en de heer [YYY] die bang is voor gewelt tege hem (…)”

e. Bij brief van 22 februari 2010 heeft Ymere het volgende aan [gedaagde] geschreven:

“(…)

Wij hebben vernomen dat u veroordeeld bent voor mishandeling van uw bovenbuurman de heer [XXX], in augustus 2009. Ymere tolereert geen enkele vorm van geweld tussen en door haar huurders.

Door het door u gepleegde geweld, is er een ongewenste situatie ontstaan tussen u en uw bovenbuurman. Omdat u op geen enkele manier medewerking hebt verleend in het vinden van een oplossing voor deze situatie, zien wij ons genoodzaakt om een ontruimingsprocedure te starten. Maar voordat we deze daadwerkelijk starten, doen wij u het volgende aanbod: Wij bieden u eenmalig een andere passende woning aan in de Haarlemmermeer, op basis van een tweede kans contract.

(…)

Indien wij geen reactie van u ontvangen gaan we er vanuit dat u niet instemt met het voorstel en starten wij per direct de juridische procedure.

(…)”

f. [gedaagde] heeft het in de brief van 22 februari 2010 gedane voorstel van Ymere niet geaccepteerd.

g. Op 29 maart 2010 heeft T. [ZZZ], de echtgenote van [ZZZ], het volgende schriftelijk verklaard:

“(…)

Sinds de heer [gedaagde] hier woont is er een hoop narigheid in de straat.

De overlast bestaat uit een hoop gebonk en geschreeuw als de heer [gedaagde] denkt dat meneer [XXX] thuis is.

Ook heeft hij verbaal mijn man aangevallen (…)

Het geeft ook ons geen prettig woongenot meer. De spanningen zijn onderling erg groot.

De jongens die er jaren wonen durfen niet meer thuis te wonen en de gezelligheid is gewoon weg.”

h. [YYY] heeft zijn huurovereenkomst met Ymere met ingang van 27 juli 2010 beëindigd wegens de onhoudbare situatie met [gedaagde].

i. Op 9 juni 2010 heeft [YYY] het volgende schriftelijk verklaard:

“(…)

Ik woon er nu 3 jaar eerste jaar naar mijn zin daarna veel overlast van mr [gedaagde], [adres] die dacht dat iedereen zich aan zijn regels moest gaan houden. Deed je dat niet werd er geweld of doodsbedreigingen geuit van zijn kant die vaak ’s nachts met veel geschreeuw en geslaan op de muren gebeurden. Door dit alles en het bespieden heb ik besloten te gaan verhuizen voordat dit uit de hand gaat lopen wat binnen kort echt gaat gebeuren.

Van mijn indruk is dat de agressie van mr. [gedaagde] hoofdzakelijk gericht is naar mr [XXX], maar mr [gedaagde] betrekt iedereen erbij en de woonsituatie is er voor de omwonenden bijna niet uit te houden.

Het is toch belachelijk dat nr 6-10 al verhuisd zijn door mr [gedaagde] en nr 8 ik zelf nu weg ga. (…)”

j. Ter zake van de mishandeling van [XXX] op 31 augustus 2009 is [gedaagde] op 20 augustus 2010 strafrechtelijk veroordeeld tot een werkstraf en tot het betalen van schadevergoeding. [gedaagde] is tegen deze veroordeling in hoger beroep gegaan.

De vordering

Ymere vordert dat de kantonrechter bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad:

1. de huurovereenkomst tussen partijen zal ontbinden,

2. [gedaagde] zal veroordelen om binnen vijf dagen na betekening van het te wijzen vonnis, althans binnen een door de kantonrechter in goede justitie te bepalen termijn, de woning aan de [adres] te [woonplaats] volledig en behoorlijk te verlaten en te ontruimen en ontruimd te houden en de sleutels die toegang tot de woning verschaffen aan Ymere ter hand te stellen, bij gebreke van volledige voldoening hieraan deze verlating en ontruiming zelf te bewerkstelligen met behulp van de sterke arm van politie en justitie op kosten van [gedaagde], met gelasting aan haar deze kosten, op vertoon van de daartoe benodigde bescheiden, bestaande uit een exploot of proces-verbaal van de met deze bewerkstelliging van de verlating en ontruiming belaste gerechtsdeurwaarder waarin deze kosten gespecificeerd worden opgegeven, aan Ymere te voldoen,

3. [gedaagde] te veroordelen in de kosten van deze procedure conform het liquidatietarief van Rapport Voorwerk II, met bepaling dat, indien niet binnen 14 dagen na dagtekening van het te wijzen vonnis aan de proceskostenveroordeling is voldaan, daarover tevens wettelijke rente verschuldigd zal zijn.

Ymere heeft het volgende aan de vordering ten grond¬slag gelegd:

In februari 2009 heeft [gedaagde] zijn buurman, [XXX] (hierna: [XXX]), eveneens huurder van Ymere geslagen en in augustus 2009 heeft [gedaagde] [XXX] opnieuw mishandeld.

De door [gedaagde] gepleegde mishandeling van [XXX] heeft tot gevolg gehad dat [XXX] zijn functie als heftruckchauffeur niet langer kon uitoefenen.

Bij brief van 22 februari 2010 heeft Ymere [gedaagde] bericht dat zij het feit dat hij een andere huurder van Ymere ernstig heeft mishandeld en bedreigd en ook andere huurders bedreigt, ontoelaatbaar acht en hem het voorstel gedaan akkoord te gaan met een laatste kans beleid.

Ymere heeft nog een aantal klachten ontvangen gedateerd december 2009, 29 maart 2010 en 4 februari 2010, alsmede een proces-verbaal van aangifte bij de politie in verband met overlast veroorzaakt door [gedaagde] jegens de rest van de omwonenden.

Een andere huurder van Ymere heeft de huurovereenkomst met Ymere opgezegd wegens het gedrag van [gedaagde].

Een andere huurder heeft zich ten gevolge van het gedrag van [gedaagde] genoodzaakt gezien om elders te verblijven. Andere huurders verklaren dat zij ’s nachts geluidsoverlast ervaren door [gedaagde]. Het gedrag van [gedaagde] leidt er toe dat meerdere buren zich niet meer veilig voelen.

[gedaagde] maakt zich ernstig en onophoudelijk schuldig aan het plegen van overlast jegens omwonenden. Dit heeft ertoe geleid dat drie omwonenden tijdelijk dan wel definitief uit hun van Ymere gehuurde woningen zijn vertrokken.

De door [gedaagde] veroorzaakte overlast bestaat uit geluidsoverlast, door gebonk op de muren en nachtelijk geschreeuw op straat en agressieve gedragingen jegens omwonenden.

De overlast vindt nog steeds plaats.

[gedaagde] handelt in strijd met het bepaalde bij artikel 7:213 BW en bij artikel 9 lid 3 van de bij de huurovereenkomst behorende algemene bepalingen.

Het verweer

[gedaagde] betwist de vordering en voert daartoe het volgende aan:

Naar aanleiding van de aanhoudende overlast die [gedaagde] ondervond van [XXX], is [gedaagde] op 31 augustus 2009 naar [XXX] toe gegaan en is een vechtpartij tussen hem en [XXX] ontstaan, waarbij [gedaagde] als winnaar uit de bus kwam en net iets harder dan [XXX] heeft weten te slaan.

Er was sprake van een vechtpartij tussen twee buren naar aanleiding van een geschil. [gedaagde] doet in de strafzaak een beroep op noodweerexces. Hij is in hoger beroep gegaan van het vonnis van 20 augustus 2010.

[gedaagde] heeft telkens geklaagd over overlast door [XXX].

De omwonenden zijn een soort hechte kliek gaan vormen.

De door omwonenden afgelegde verklaringen worden door [gedaagde] betwist.

De vermeende overlast is niet bewezen, niet recent, niet structureel en niet van dusdanige aard dat ontruiming is gerechtvaardigd.

De beoordeling van het geschil

1. De kantonrechter stelt voorop dat het woonrecht van [gedaagde] in beginsel moet worden gerespecteerd. Er zijn echter grenzen aan de wijze waarop [gedaagde] gebruik mag maken van zijn woonrecht. Indien zijn omwonenden last ondervinden van de wijze waarop [gedaagde] de woning bewoont, dienen de belangen van die omwonenden de doorslag te geven en bestaat aanleiding om inbreuk te maken op het woonrecht van [gedaagde].

2. Naar het oordeel van de kantonrechter rechtvaardigt de ontstane situatie ontbinding van de huurovereenkomst en ontruiming van de woning door [gedaagde]. De kantonrechter overweegt daartoe het volgende.

3. Ook indien ervan moet worden uitgegaan dat [XXX] de oorzaak van de overlast voor [gedaagde] zou zijn, zoals door [gedaagde] is betoogd, dan rechtvaardigt dit geenszins de mishandeling door [gedaagde] van [XXX]. De vechtpartij wordt door [gedaagde] erkend, alsmede het feit dat hij - zoals hij zelf zegt- net iets harder heeft weten te slaan dan [XXX]. Die mentaliteit getuigt niet van een juiste instelling ten opzichte van buren. Dat de vader van [gedaagde] mogelijk kan verklaren dat [XXX] wel degelijk overlast veroorzaakt voor [gedaagde], brengt geen wijziging in dit oordeel. Er bestaat daarom geen aanleiding om de vader van [gedaagde] als getuige te horen.

4. Voorts liegen de verklaringen van de buren De Ruijter en [ZZZ] er niet om. Weliswaar heeft [gedaagde] de juistheid van die verklaring in twijfel getrokken, maar hij heeft daar onvoldoende tegenover gezet om die twijfel overtuigend te onderbouwen.

5. Ook staat vast dat een aantal huurders hun woning, permanent of tijdelijk, hebben moeten verlaten in verband met de overlast die door [gedaagde] wordt veroorzaakt.

6. Het vorenstaande vormt voldoende aanleiding om de vordering toe te wijzen. [gedaagde] heeft duidelijk een grens overschreden, met name door zijn handelwijze jegens [XXX]. Dat ook andere omwonenden zich daardoor onveilig zijn gaan voelen is alleszins begrijpelijk.

7. De vordering zal daarom worden toegewezen met veroordeling van [gedaagde], als de in het ongelijk gestelde partij, in de proceskosten.

Beslissing

De kantonrechter:

Ontbindt de huurovereenkomst tussen partijen.

Veroordeelt [gedaagde] om binnen vijf dagen na betekening van dit vonnis de woning aan de [adres] te [woonplaats] volledig en behoorlijk te verlaten en te ontruimen en ontruimd te houden en de sleutels die toegang tot de woning verschaffen aan Ymere ter hand te stellen.

Machtigt Ymere, indien [gedaagde] in gebreke blijft aan het vorenstaande te voldoen, deze verlating en ontruiming zelf te bewerkstelligen met behulp van de sterke arm van politie en justitie op kosten van [gedaagde], met gelasting aan [gedaagde] deze kosten, op vertoon van de daartoe benodigde bescheiden, bestaande uit een exploot of proces-verbaal van de met deze bewerkstelliging van de verlating en ontruiming belaste gerechtsdeurwaarder waarin deze kosten gespecificeerd worden opgegeven, aan Ymere te voldoen.

Veroordeelt [gedaagde] in de kosten van deze procedure, tot op deze uitspraak aan de zijde van Ymere begroot op de volgende bedragen:

dagvaarding € 87,93

griffierecht €298,00

salaris gemachtigde €400,00.

Verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voor¬raad.

Dit vonnis is gewezen door mr. F.J.P. Veenhof en uitgesproken op de openbare terechtzitting van bovengenoemde datum.