Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBHAA:2011:BP7584

Instantie
Rechtbank Haarlem
Datum uitspraak
03-02-2011
Datum publicatie
15-03-2011
Zaaknummer
469808 - CV EXPL 10-7510
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

De kantonrechter leidt uit de eigen uitlatingen van de werkneemster af dat zij heeft ingestemd met beëindiging van de arbeidsovereenkomst in onderling overleg. Er bestond voor de werkgever geen verplichting (meer) om de werkneemster op de gevolgen daarvan voor een eventuele uitkering te wijzen. Loonvordering wordt daarom afgewezen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

RECHTBANK HAARLEM

Sector kanton

Locatie Haarlem

zaak/rolnr.: 469808 \ CV EXPL 10-7510

datum uitspraak: 3 februari 2011

VONNIS VAN DE KANTONRECHTER

inzake

[A.]

te [woonplaats]

eisende partij

hierna te noemen [A.]

gemachtigde mr. M. van der Chijs (SRK Rechtsbijstand)

tegen

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

100 Het Gemaal B.V.

te Zwanenburg

gedaagde partij

hierna te noemen Het Gemaal

gemachtigde mr. M. Butter

De procedure

Voor de loop van het geding verwijst de kantonrechter naar de volgende stuk¬ken:

- de dagvaarding van 12 mei 2010, met producties,

- de conclusie van antwoord, met producties,

- het door de kantonrechter tussen partijen gewe¬zen en op 15 juli 2010 uitgesproken tussenvonnis,

- de door de kantonrechter tussen partijen gegeven en op 16 september 2010 uitgesproken rolbeschikking,

- de conclusie van repliek,

- de conclusie van dupliek.

De feiten

Als enerzijds gesteld en anderzijds erkend, dan wel niet of onvoldoende betwist en/of op grond van de onweerspro¬ken inhoud van de producties, staat tussen partij¬en het volgende vast:

a. [A.], geboren op [geboortedatum], is op 1 mei 2009 bij Het Gemaal in dienst getreden. Zij was laatstelijk werkzaam in de functie van zelfstandig kok; haar loon bedroeg €1.300,00 netto per maand.

b. Op de arbeidsovereenkomst van partijen is de “CAO voor het horecabedrijf NHG” van toepassing (hierna: de cao).

c. Op 25 november 2009 hebben partijen een gesprek gevoerd. Na afloop van het gesprek is [A.] naar huis gegaan en sedert dat tijdstip heeft [A.] geen werkzaamheden meer verricht voor Het Gemaal.

d. Bij e-mail van 27 november 2009 heeft [A.] onder meer het volgende aan Het Gemaal geschreven:“bedankt voor alle leerzame gesprekken, om mee te praten was je echt super!. en k begrijp je echt wel. daarom wil ik ook goed uitelkaar gaan, en dat gaat nu een beetje moeilijk. ik ben best bereid deze dagen dat ik nu niet heb gewerkt wel als vakantiedagen te rekenen, ik wil het je niet moeilijk maken, het enige wat ik wil is een uitkering en jij bent de enige die dat voor mij kan regelen….. Ik hoop gewoon dat we eruit komen samen. je krijgt wel een brief van de bond morgen want zo, moest k t doen van het uwv omdat ik anders akkoord ging met het ontslag zoals het was en kreeg k geen uitkering. (…) ik vind het nog steeds jammer dat het allemaal zo gelopen s, en weet dat het mn eigen stomme schuld s.”.

e. Bij brief van 27 november 2009 heeft een juridische medewerker van FNV Horecabond namens [A.] onder meer het volgende aan Het Gemaal geschreven: “Cliënte geeft aan op 25 november 2009 na een woordenwisseling over haar functieomschrijving en de niet ontvangen loonstroken naar huis te zijn gestuurd met de mededeling dat haar diensten niet meer gewenst zijn en dat ze haar vakantiedagen dient op te nemen. Op grond van artikel 36 van de CAO dient vakantie op verzoek van de werknemer en met instemming van de werkgever te worden opgenomen. Cliënte gaat niet akkoord met de door u eenzijdig vastgestelde vakantie en stelt zich beschikbaar om haar werkzaamheden per direct te hervatten. Artikel 7:626 van het Burgerlijk Wetboek verplicht de werkgever om aan de werknemer loonstroken te verstrekken. Volgens Cliënte heeft u zich niet aan deze verplichting gehouden. Ik verzoek u derhalve om de loonstroken alsnog met terugwerkende kracht vanaf 1 mei 2008 aan cliënte te verstrekken. Voor zover u zich op het standpunt stelt cliënte op staande voet te hebben ontslagen roep ik met dit schrijven namens cliënte de nietigheid van het ontslag in wegens het ontbreken van een dringende reden in de zin van artikel 7:678 van het Burgerlijk Wetboek. Het dienstverband van cliënte blijft derhalve voortbestaan. Cliënte stelt zich uitdrukkelijk beschikbaar voor het verrichten van haar werkzaamheden en maakt aanspraak op de tijdige betaling van het loon. Middels deze brief verzoek ik u dringend om cliënte op te roepen (…)”.

f. [A.] heeft de twee volgende SMS-berichten aan Het Gemaal gezonden:

“13 december ben k uit dienst heb k uitgerekend. Jij blij, k niet.. K hoop dat 2010 voor jou ook beter word als 2009”

“Foutje k bedoel 14 december uit dienst want heb 15 vakdage: 14 t/m november en 1, nog wat van december.”

g. Bij brief van 7 december 2009 heeft de gemachtigde van [A.] Het Gemaal onder meer als volgt bericht: “Indien u cliënte wenst op te roepen voor werkzaamheden kunt u dat schriftelijk doen minimaal 24 uur van tevoren, waarbij de ontvangsttheorie lijdend is. Op grond van artikel 7:628 BW behoudt cliënte het recht op doorbetaling van haar loon. Bij voorbaat verzoek ik u om het loon van cliënte komende maand op de juiste manier uit te betalen onder gelijktijdige toezending van een loonstrook. (…) Indien u wenst tot een einde van het dienstverband van cliënte te komen, kunt u contact opnemen met ondergetekende en daartoe een voorstel doen.”

h. Op 15 december 2009 heeft [A.] een laatste betaling van €1.043,00 netto ontvangen van Het Gemaal.

i. Bij e-mail van 19 december 2009 heeft Het Gemaal [A.] als volgt bericht: “Ik verwacht u vanmiddag zaterdag 19-12-2009 om 15.00 uur in Restaurant Het gemaal. Om alles even door te nemen. Graag zie ik u vanmiddag.”.

j. Bij e-mail van 21 december 2009 heeft Het Gemaal [A.] het volgende geschreven:”Dit is de laatste keer dat ik u someer om vandaag langs te komen in het gemaal. Of we regelen vandaag alles of u meld zich om te komen werken. Ik verwacht u vanmiddag om maandag 21-12-2009 om 15.00 uur. Dit is de derde keer dat ik u verzoek te komen u roept dan wel dat u nog in dienst bent en beschikbaar ik merk er weinig van.”

k. Bij e-mail van 21 december 2009 aan Het Gemaal heeft de gemachtigde van [A.] ter zake de brief van 7 december 2009 gerappelleerd.

l. In reactie op die e-mail heeft Het Gemaal op dezelfde datum bij e-mail gereageerd. Het Gemaal heeft daarin onder meer geschreven:“Allereerst wil ik u zeggen dat ik geen brief van u heb ontvangen. Ten tweede snap ik totaal niets van u cliente zei is namenlijk zelf opgestapt en heeft direct haar vacantie dagen opgenomen. Het lijkt mij dat als je het ergens niet mee eens bent dat je ook meteen meld op je werk. De eindafrekening heeft inmiddels plaatsgevonden. Dus wat is nu eigenlijk het probleem. Ik heb u cliente drie maal verzocht zich bij mij te meldenom te vragen wat nu de bedoeling is en drie keer word het afgezegd.”

m. Bij e-mail bericht van 23 juni 2009 heeft de hypotheekadviseur van [A.] onder meer het volgende aan Het Gemaal geschreven:

“(…)

Aangezien wij voor meerdere bedrijven de administratie behartigen wil ik u een voorstel doen het salarisstrook voor mevrouw door ons te laten maken.

(…)”

De vordering

[A.] vordert dat de kantonrechter bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad, Het Gemaal zal veroordelen om:

a. tegen behoorlijk bewijs van kwijting aan [A.] te voldoen €1.855,85 netto ter vergoeding van het loon vanaf december 2009 tot en met 5 februari 2010, voor zover mogelijk vermeerderd met de wettelijke verhoging ex artikel 7:625 BW en voor zover mogelijk vermeerderd met de wettelijke rente ex artikel 6:119 BW;

b. tegen behoorlijk bewijs van kwijting aan [A.] te voldoen €1.040,00 netto ter vergoeding van 8% vakantietoeslag over de periode van mei 2009 tot en met februari 2010, voor zover mogelijk vermeerderd met de wettelijke verhoging ex artikel 7:625 BW en voor zover mogelijk vermeerderd met de wettelijke rente ex artikel 6:119 BW;

c. tegen behoorlijk bewijs van kwijting aan [A.] te voldoen €1.195,40 netto ter vergoeding van 20 niet genoten vakantiedagen, voor zover mogelijk vermeerderd met de wettelijke verhoging ex artikel 7:625 BW en voor zover mogelijk vermeerderd met de wettelijke rente ex artikel 6:119 BW;

d. tegen behoorlijk bewijs van kwijting aan [A.] te voldoen €2.091,95 netto ter vergoeding van 280 niet betaalde overuren, voor zover mogelijk vermeerderd met de wettelijke verhoging ex artikel 7:625 BW en voor zover mogelijk vermeerderd met de wettelijke rente ex artikel 6:119 BW;

e. tegen behoorlijk bewijs van kwijting aan [A.] te voldoen €1.734,33 netto ter vergoeding van de schade inzake het niet accorderen van de hypotheekstukken vanwege de niet verstrekte loonstroken, en €46,13 netto aan vergoeding van de kosten van de nota, voor zover mogelijk vermeerderd met de wettelijke rente ex artikel 6:119 BW;

f. aan [A.] te vergoeden de buitengerechtelijke kosten, die naar redelijkheid volgens het rapport Voorwerk II worden begroot op €714,00;

g. de proceskosten te vergoeden.

[A.] heeft het volgende aan de vordering ten grond¬slag gelegd:

het loon vanaf december 2009 tot en met 5 februari 2010 en vakantietoeslag over de periode van mei 2009 tot en met februari 2010

Het Gemaal heeft [A.] op 25 november 2009 naar huis gestuurd met de mededeling dat de diensten van [A.] niet meer gewenst waren en dat [A.] haar vakantiedagen diende op te nemen. Het dienstverband is niet geëindigd. [A.] maakt daarom aanspraak op haar loon tot en met 5 februari 2010. De bedrijfsarts heeft geoordeeld dat er op 5 februari 2010 geen sprake was van arbeidsongeschiktheid op grond van medische factoren..

20 niet genoten vakantiedagen

[A.] maakt aanspraak op vergoeding niet-genoten vakantiedagen.

280 niet betaalde overuren

[A.] heeft meer werkzaamheden verricht dan bij haar functie hoorde. Daardoor heeft [A.] veel overuren gemaakt. [A.] werkte gemiddeld 2 uur per dag over.

In totaal heeft [A.] 280 overuren gemaakt. Uit dien hoofde vordert zij betaling van:

(€1.300,00 : 21,75 : 8) x 280 = €2.091,95 netto.

schade inzake het niet accorderen van de hypotheekstukken

Het Gemaal dient aan [A.] loonstroken te verstrekken. Ondanks herhaalde verzoeken van [A.] en haar hypotheekadviseur heeft Het Gemaal verzuimd om loonstroken te verstrekken.

[A.] had die loonstroken nodig voor het oversluiten van haar hypotheek.

Door het nalaten van Het Gemaal loonstroken te verstrekken, heeft [A.] schade geleden door hogere hypotheeklasten, in totaal €1.734,33.

buitengerechtelijke incassokosten

Door ondanks aanmaning met betaling in gebreke te blijven, heeft Het Gemaal [A.] genoodzaakt haar vordering ter incasso uit handen te geven. [A.] heeft daardoor vermogensschade geleden, bestaande uit de buitengerechtelijke incassokosten ten belope van €714,00. Het Gemaal dient deze kosten ingevolge artikel 6:96 lid 2 sub c BW aan [A.] te voldoen.

Het verweer

Het Gemaal heeft het volgende tegen de vordering aangevoerd:

het loon vanaf december 2009 tot en met 5 februari 2010, vakantietoeslag over de periode van mei 2009 tot en met februari 2010 en 20 niet genoten vakantiedagen

[A.] heeft zelf ontslag genomen en de haar verblijvende vakantiedagen opgenomen. Dit ontslag komt erop neer dat het dienstverband tot en met 13 december 2009 zou doorlopen. In twee SMS-berichten heef [A.] die termijn genoemd. Het Gemaal heeft hierop een eindafrekening opgesteld.

Uit de e-mail berichten van [A.] kom helder naar voren dat het gaat om een vrijwillig ontslag. [A.] refereert aan de mededeling van het UWV dat zij geen uitkering zou krijgen als zij het ontslag niet zou aanvechten.

In haar eindafrekening heeft Het Gemaal rekening gehouden met de tot 25 november 2009 openstaande vakantiedagen. Na 25 november 2009 heeft [A.] niet meer gewerkt. Daarmee is ook de opbouw van vakantiedagen gestopt, nu de staking van de werkzaamheden geheel voor risico van [A.] komt.

280 niet betaalde overuren

De afspraak bij Het Gemaal is dat elke werknemer zelf de arbeidstijd indeelt binnen het aantal afgesproken uren. Voor [A.] was dit 40 uren per week.

Tijdens haar werkzaamheden heeft [A.] nooit aangegeven dat zij meer dan de afgesproken 40 uren per week heeft gewerkt. Het Gemaal ontkent dat [A.] aanspraak kan maken op ge-maakte overuren.

Pas na haar ontslagname is [A.] voor het eerst met deze aanspraak gekomen. Het aantal van 280 uren is niet onderbouwd.

schade inzake het niet accorderen van de hypotheekstukken

In juni 2009 heeft [A.] medewerking gevraagd bij de aanvraag vaneen hypotheek. Het Gemaal heeft hiervoor een werkgeversverklaring ingevuld en diverse andere bescheiden ter beschikking gesteld. Het Gemaal was bovendien in de veronderstelling dat de hypotheekadviseur zelf de loonstroken had gemaakt, zoals hij had aangeboden in de e-mail van 23 juni 2009.

Het is vreemd dat dit pas op 1 februari 2010, althans na ontslagname door [A.] naar boven komt.

De beoordeling van het geschil

het loon vanaf december 2009 tot en met 5 februari 2010, vakantietoeslag over de periode van mei 2009 tot en met februari 2010 en 20 niet genoten vakantiedagen

1. De kantonrechter laat de beantwoording van de vraag of [A.] daadwerkelijk zelf ontslag heeft genomen in het midden. De kantonrechter komt namelijk tot de conclusie dat in ieder geval sprake is van een beëindiging van de arbeidsovereenkomst in onderling overleg, althans dat [A.] zich bij die beëindiging heeft neergelegd. De kantonrechter overweegt daartoe het volgende.

2. Uit het e-mail bericht van [A.] aan Het Gemaal van 27 november 2009 blijkt dat zij zich toen op het standpunt stelde dat zij goed uit elkaar wilde gaan, hoewel het haar speet dat het zo gelopen was. In dit bericht geeft [A.] er ook blijk van dat zij op de hoogte is van de gevolgen van de beëindiging van de arbeidsovereenkomst voor een eventuele uitkering.

Voorts blijkt uit de twee onder de vaststaande feiten opgenomen SMS-berichten van [A.] aan Het Gemaal dat zij zich op het standpunt stelde dat zij de haar toekomende vakantiedagen opnam en dat bijgevolg de arbeidsovereenkomst op de in die berichten genoemde datum eindigde.

3. Gelet op het feit dat [A.] bekend was met de gevolgen van de beëindiging voor een eventuele uitkering, zoals hierboven is overwogen, bestond er voor Het Gemaal geen verplichting meer om [A.] op die gevolgen te wijzen. Nu [A.] zelf twee dagen na het gesprek op 25 november 2009 haar e-mail heeft gestuurd en nog weer later de twee SMS-berichten, heeft zij tevens voldoende tijd gehad om zich op de beëindiging van de arbeidsovereenkomst te bezinnen.

4. Op grond van het vorenstaande is de kantonrechter van oordeel dat de arbeidsovereenkomst tussen partijen per 14 december 2009 is geëindigd.

5. De kantonrechter is tevens van oordeel dat [A.] haar vakantiedagen heeft opgenomen.

6. Nu voorts is gebleken dat Het Gemaal per het einde van de dienstbetrekking een eindafrekening heeft opgesteld en [A.] dienovereenkomst heeft betaald, zullen deze onderdelen van de vordering van [A.] worden afgewezen.

280 niet betaalde overuren

7. Gelet op de gemotiveerde bestrijding door Het Gemaal van dit deel van vordering, is de kantonrechter van oordeel dat [A.] haar stelling dat zij 280 uren heeft overgewerkt onvoldoende concreet heeft onderbouwd. [A.] heeft met name niet gesteld dat deze uren door Het Gemaal zijn opgedragen of dat uit gedragingen van Het Gemaal is gebleken dat zij met het verrichten van overwerk heeft ingestemd.

8. Ook dit deel van de vordering moet daarom worden afgewezen.

schade inzake het niet accorderen van de hypotheekstukken

9. Door [A.] is onvoldoende gemotiveerd weersproken dat Het Gemaal de verlangde verklaring heeft verstrekt en dat de hypotheekadviseur zelf voor een loonstrook zou zorgen, zoals uit het door Het Gemaal overgelegde e-mail bericht Van de hypotheekadviseur is gebleken.

10. Er bestaat daarom onvoldoende grondslag om tot de conclusie te komen dat Het Gemaal zich ten aanzien van deze verplichting niet als goed werkgeefster heeft gedragen.

11. Om die reden zal de gevorderde schadevergoeding moeten worden afgewezen.

buitengerechtelijke incassokosten

12. Nu de vorderingen van [A.] worden afgewezen, bestaat geen grondslag voor toewijzing van de gevorderde buitengerechtelijke incassokosten.

Slotsom

13. De vorderingen van [A.] zullen worden afgewezen. Zij zal, als de in het ongelijk gestelde partij, in de proceskosten worden veroordeeld.

Beslissing

De kantonrechter:

Wijst de vorderingen af.

Veroordeelt [A.] in de kosten van deze procedure, tot op deze uitspraak aan de zijde van Het Gemaal begroot op €500,00 aan salaris gemachtigde.

Dit vonnis is gewezen door mr. F.J.P. Veenhof en uitgesproken op de openbare terechtzitting van bovengenoemde datum.