Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBHAA:2011:BP7238

Instantie
Rechtbank Haarlem
Datum uitspraak
19-01-2011
Datum publicatie
09-03-2011
Zaaknummer
165752 / HA ZA 10-119
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Bestuurdersaansprakelijkheid. Onvoldoende betwisting door eiseres van de stelling van gedaagde, de aangesproken bestuurder, dat sprake is van betalingsonmacht, en niet van betalingsonwil.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK HAARLEM

Sector civiel recht

zaaknummer / rolnummer: 165752 / HA ZA 10-119

Vonnis van 19 januari 2011

in de zaak van

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

BEKO T.C. B.V.,

gevestigd te Werkendam,

eiseres,

advocaat mr. D.H.J. Hooreman te Naarden,

tegen

[A],

wonende te [plaats], [gemeente],

gedaagde,

advocaat mr. J. Brons te Haarlem.

Partijen zullen hierna Beko en [A] genoemd worden.

1. De procedure

1.1. Het verloop van de procedure blijkt uit:

- het tussenvonnis van 24 maart 2010,

- het proces-verbaal van comparitie van 28 juni 2010, met de daarin genoemde akte houdende productie van Beko en de antwoordakte van [A],

- de akte van Beko

- de akte van [A].

1.2. Ten slotte is vonnis bepaald.

2. De feiten

2.1. Beko is een expediteur en heeft in die hoedanigheid werkzaamheden verricht voor Velserbai B.V. (hierna: Velserbai), waarvan [A] bestuurder en enig aandeelhouder is.

2.2. Voor haar werkzaamheden heeft Beko Velserbai een factuur verzonden die onbetaald is gelaten. Bij onherroepelijk geworden vonnis van de rechtbank Haarlem, sector kanton, van 1 juli 2009 is Velserbai, naast de proceskosten, veroordeeld tot betaling van een bedrag van EUR 3.400,88 te vermeerderen met de wettelijke rente over een bedrag van EUR 2.612,50 vanaf 4 juni 2009 tot de dag van volledig betaling. Velserbai heeft de vordering van Beko niet betwist.

2.3. Na betekening van het vonnis aan Velserbai op 8 juli 2009 bleef betaling uit.

2.4. Bij brief van 24 juli 2009 heeft Velserbai de deurwaarder laten weten dat zij niet in staat is binnen de gestelde termijn aan de vordering te voldoen, omdat zij niet over de middelen beschikt. In deze brief heeft Velserbai voorts aangegeven voor eind augustus 2009 een bedrag van EUR 2.000,-- te kunnen voldoen en het restant van de vordering voor eind september 2009. Iedere (deel)betaling is evenwel uitgebleven.

2.5. Vervolgens is [A] namens Beko bij brief van 14 december 2009 hoofdelijk aansprakelijk gehouden voor de openstaande bedragen en bijkomende kosten. Bij e-mail van 28 december 2009 heeft [A] aan Beko geschreven:

(…) Zoals aangegeven is de onderneming in zwaar financieel weer geraakt door het niet nakomen van gemaakte afspraken met een derde partij die voor financiering (…) voor het in de markt positioneren van de ecologische brandblussers zou (…) zorgdragen. (…) Deze partij kon vanwege interne ontstane financiële problemen de zaak niet waarmaken waardoor ik mij genoodzaakt zag om naarstig op zoek te gaan naar een nieuwe mogelijkheid voor financiering. In dit stadium bevindt (…) ik mij nog steeds zoals telefonisch uiteengezet.

Langs deze weg geef ik nogmaals te kennen dat ik de vordering van Beko niet bestrijdt (…) en er alles aan zal doen om dit alsnog te realiseren, doch ik volledig afhankelijk ben van de op handen zijnde ontwikkelingen met financiers teneinde deze zaak tot een goed einde te brengen.(…)

2.6. Bij e-mail van 5 januari 2010 is namens Beko aan [A] een betalingsregeling voorgesteld, waarmee [A] niet heeft ingestemd in verband met de (financiële) situatie van Velserbai.

3. De vordering

3.1. Beko heeft gevorderd [A] bij een uitvoerbaar bij voorraad te verklaren vonnis te veroordelen:

I. tot betaling van EUR 3.400,88 te vermeerderen met de wettelijke handelsrente gerekend vanaf de vervaldatum van de factuur, althans vanaf een in goede justitie te bepalen datum tot aan de dag van volledige voldoening;

II. tot betaling van het overige hetgeen bepaald is in het vonnis van de rechtbank Haarlem d.d. 1 juli 2009 waaronder begrepen de proceskosten ten bedrage van € 462,50 vermeerderd met de wettelijke handelsrente gerekend vanaf 1 juli 2009 althans vanaf een in goede justitie te bepalen datum tot aan de dag van volledige voldoening;

III. tot betaling van de gemaakte deurwaarderskosten ten bedrage van € 899,-- vermeerderd met de wettelijke handelsrente gerekend vanaf de vervaldatum van de factuur althans vanaf een in goede justitie te bepalen datum tot aan de dag van volledige voldoening;

IV. tot betaling van primair de door Beko gemaakte redelijke kosten ter verkrijging van voldoening buiten rechte, door Beko forfaitair begroot op € 529,12, secundair de buitengerechtelijke kosten op grond van het in het Rapport Voorwerk II gehanteerde liquidatietarief, althans een in goede justitie te betalen bedrag, te vermeerderen met de wettelijke rente daarover, vanaf de dag van de dagvaarding tot aan de dag van algehele voldoening;

V. tot betaling van de kosten van dit geding.

3.2. [A] voert verweer. Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.

4. De beoordeling

4.1. Beko heeft aan haar vordering ten grondslag gelegd dat [A] jegens haar onrechtmatig heeft gehandeld doordat hij, in weerwil van zijn toezeggingen om voor betaling zorg te dragen, de vordering van Beko bewust niet heeft voldaan en vorderingen van andere crediteuren (zoals Peterson SBS IJmuiden) wel, hetgeen jegens Beko betalingsonwil oplevert.

4.2. [A] heeft betwist dat er sprake is van betalingsonwil. Volgens [A] is er sprake van betalingsonmacht die niet het gevolg is van betalingsonwil.

4.3. Bij de beoordeling stelt de rechtbank voorop dat [A] als bestuurder en enig aandeelhouder van Velserbai en daarmee als degene die volledige zeggenschap over de nalatige vennootschap heeft, aannemelijk dient te maken dat de vennootschap niet in staat is te betalen.

4.4. [A] heeft ter onderbouwing van zijn stelling dat er sprake is van betalingsonmacht het volgende aangevoerd. De beoogde investeerder heeft zich teruggetrokken. [A] is er niet in geslaagd om een andere investeerder te vinden. Daarnaast is er een belangrijke afnemer failliet gegaan. De kosten, zoals de huurkosten, lopen door. De beschikkingsruimte bij ABN-AMRO Bank is al jaren nihil. Een (andere) kredietfaciliteit is er niet en kan ook niet worden verkregen. Voorts betwist [A] de door Beko gestelde selectieve betalingen aan andere crediteuren. De vorderingen van de Belastingdienst en een werkneemster zijn door derden betaald. [A] heeft in dit verband een afschrift van de rekening van Velserbai International B.V. in het geding gebracht waaruit volgt dat deze vennootschap - en dus niet Velserbai - de factuur van Peterson SBS IJmuiden heeft betaald. [A] heeft aanboden zijn stellingen te bewijzen.

4.5. Beko heeft de hiervoor onder 4.4 weergegeven stellingen van [A] onvoldoende betwist, zodat bewijs van deze stellingen niet nodig is. De rechtbank zal derhalve van de door [A] gestelde feiten uitgaan. Naar het oordeel van de rechtbank heeft [A] met zijn stellingen aannemelijk gemaakt dat Velserbai niet in staat is te betalen. De vordering van Beko zal dan ook worden afgewezen.

4.6. Beko zal als de in het ongelijk gestelde partij in de proceskosten worden veroordeeld. De kosten aan de zijde van [A] worden begroot op:

- vast recht 313,00

- salaris advocaat 960,00 (2,5 punt × tarief EUR 384,00)

Totaal EUR 1.273,00

5. De beslissing

De rechtbank

5.1. wijst de vordering af,

5.2. veroordeelt Beko in de proceskosten, aan de zijde van [A] tot op heden begroot op EUR 1.273,00.

Dit vonnis is gewezen door mr. K.I. de Jong en in het openbaar uitgesproken op 19 januari 2011.?