Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBHAA:2011:BP6424

Instantie
Rechtbank Haarlem
Datum uitspraak
09-02-2011
Datum publicatie
02-03-2011
Zaaknummer
154667 - HA ZA 09-222
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Aan de orde is de vraag of gedaagde (in conventie) inbreuk heeft gemaakt op intellectuele eigendomsrechten van eiseres (in conventie) dan wel wanprestatie heeft gepleegd dan wel onrechtmatig heeft gehandeld door informatie omtrent een door eiseres ontwikkelde computerapplicatie te verstrekken aan Rabobank. Eiseres heeft te weinig gesteld om te concluderen dat de computerapplicatie een werk is in de zin van artikel 1 van de Auteurswet. Uit de getuigenverklaringen blijkt bovendien niet dat gedaagde de details of de werking van de computerapplicatie met Rabobank heeft gedeeld. Aan nadere bewijslevering komt de rechtbank niet toe omdat geen specifiek (nader) bewijsaanbod is gedaan. De vorderingen van eiseres (in conventie) worden afgewezen. In reconventie wordt het beslag opgeheven.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK HAARLEM

Sector civiel recht

zaaknummer / rolnummer: 154667 / HA ZA 09-222

Vonnis van 9 februari 2011

in de zaak van

1. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

GLOBAL-WALLET HOLDING B.V.,

gevestigd te Enschede,

2. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

EURO-WALLET B.V.,

gevestigd te Enschede,

eiseressen in conventie,

verweersters in reconventie,

advocaat mr. L. Koning,

tegen

1. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

COMPUTER HARDWARE EN SYSTEM SOFTWARE C.H.E.S.S. BEHEER B.V.,

gevestigd te Soest,

2. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

CHESS ITA TRANSFER ACTIVITEIT B.V.,

gevestigd te Haarlem,

3. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

CHESS INFORMATION TECHNOLOGY B.V.,

gevestigd te Haarlem,

4. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

C.H.E.S.S. EMBEDDED TECHNOLOGY B.V.,

gevestigd te Haarlem,

5. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

CHESS-IT PARTICIPATIE B.V.,

gevestigd te Haarlem,

gedaagden in conventie,

eiseressen in reconventie,

advocaat mr. A. Das Gupta.

Eiseressen in conventie zullen gezamenlijk Global-Wallet c.s. en ieder afzonderlijk Global-Wallet respectievelijk Euro-Wallet worden genoemd. Gedaagden in conventie zullen Chess c.s. genoemd worden.

1. De procedure

1.1. Het verloop van de procedure blijkt uit:

- het incidenteel vonnis van 30 juni 2010

- de conclusie van dupliek in conventie

- de akte na dupliek zijdens Global-Wallet c.s.

1.2. Ten slotte is vonnis bepaald.

2. De feiten

2.1. Global-Wallet is enig aandeelhouder van Euro-Wallet. Statutair bestuurder van Global-Wallet is de heer [A] (hierna: [A]).

2.2. Gedaagde sub 1 is de holdingvennootschap van gedaagden sub 2 tot en met 5. Bestuurder van de holdingvennootschap is [B] Holding Management B.V.

Chess c.s. is een ICT-onderneming die zich toelegt op de ontwikkeling van innovatieve systemen en bedrijfskritische oplossingen.

2.3. Vanaf 2002 heeft Chess c.s. Rabobank bijgestaan bij de ontwikkeling van de zogenaamde “MiniTix”-applicatie. In het jaarverslag Rabo Mobiel BV 2007 staat vermeld: “De verwachting is dat eind 2008 de eerste operationele betaalmogelijkheden op de markt worden gebracht.”

2.4. In 2007 zijn [A] en [B] van Chess c.s. (hierna: [B]) met elkaar in contact gekomen. [A] en [B] hebben in het verleden samengewerkt in de onderneming Pinlinq. Daarbij is gesproken over een computerapplicatie van [C] waarmee het mogelijk zou zijn om betalingen te doen en andere bankdiensten te verrichten via de mobiele telefoon met gebruikmaking van SMS en GPRS technologie (hierna: de Applicatie).

2.5. Tussen [C] en Chess c.s. is gesproken over een door Chess c.s. uit te voeren assessment op de kwaliteits- en waardebepaling van de Applicatie. In dat verband is een “Plan Assessment [C] Software”, gedateerd 18 oktober 2007, opgesteld. Voorts is een “Non-disclosure agreement for the quality assessment of [C] software” (hierna: NDA) opgesteld, waarin – samengevat – geheimhoudingsverplichtingen zijn opgenomen. De NDA is niet ondertekend.

2.6. In december 2007 heeft een gesprek plaatsgevonden tussen [D] (hierna: [D]) en [B] enerzijds en [A] anderzijds.

2.7. Op 6 februari 2008 heeft een gesprek plaatsgevonden in restaurant De Witte Bergen tussen [A], [D] en [E] (hierna: [E]).

2.8. In een interne e-mail van Rabobank van 7 februari 2008 staat onder meer het volgende:

“Vanmiddag hebben [F] en ik gesproken met mensen van Chess en Rabo Mobiel. Uitgangspunt hierbij is geweest, de uitkomst van de brainstorm sessie van vrijdagmiddag 25-01. Nogmaals benadrukt dat time to market belangrijker is dan uitgebreide functionaliteit, waarbij streven is om eind april live te gaan.”

2.9. Op 2 maart 2008 stuurt [G], lid van de raad van commissarissen bij Rabo Mobiel, (hierna: [G]) aan [H] van Rabo Mobiel een e-mail met onder meer de volgende inhoud:

“Dit is het bedrijf dat mij contacteerde mbt mobiel betalen person to person via sms waarbij mobiel gekoppeld wordt aan bankrekening. (…) Heb nog verdere info die nu nog onder NDA staat. Ik neem hierover contact met hen op zoals besproken.

Lijkt me in ieder geval de moeite om eens te luisteren naar hen. (…)”

2.10. Bij e-mail van 3 maart 2008 stuurt [I], werkzaam bij Rabo Mobiel, (hierna: [I]) aan [H] en [G] voornoemd het volgende bericht met als onderwerp ‘[C] Mobile Banking’:

“I am not sure there is much we can do with this company right now, sorry ? for various reasons (…)”

2.11. Op 5 maart 2008 heeft [A] een e-mail aan [G], gestuurd met onder meer de volgende inhoud:

“Onder referte aan ons gesprek van hedenmiddag - alsmede mijn ingesproken voice mail bericht -, bericht ik je hierbij dat wij het zeer op prijs zouden stellen dat je de Executive Summary van Euro-Wallet aan de directie van Rabo Mobiel gaat doorsturen.”

2.12. Bij e-mail van 6 maart 2008 heeft [D] om 15.11 uur aan [A] bericht:

" (...) Ontwikkelingen bij Rabobank en Rabo mobiel hebben geleid tot een aantal nwe relaeses die door ons worden uitgevoerd. Hoewel wij een onafhankelijk ICT leverancier zijn en blijven zou het specifieke systeem van jullie en Rabo initiatieven, voor buitenstaanders qua toepassing, overeenkomsten kunnen vertonen. Dit vereist dat we zowel naar jullie toe als naar de Rabobank (opdrachtgever) mogelijke vermenging of aanleiding daartoe moeten uitsluiten. Dit is in zowel jullie als ons belang.

Vandaar dat we ons (zoals ook al mondeling gewaarschuwd) ons niet zullen verdiepen in de toepassing. (...)"

2.13. Op 6 maart 2008 om 16.33 uur heeft [A] aan [D] gemaild:

“Zoals al telefonisch gemeld, zijn wij verbolgen over het feit dat we het vermoeden aan het lijntje zijn gehouden totdat de opdracht van Rabo binnen was. De onafhankelijkheid van Chess als ICT bedrijf, lijkt mij geenszins van toepassing op ons contact.

Ik ga er vanuit dat de NDA als basis dient voor eventuele toekomstige disputen die mogelijk hieruit voortvloeien.”

2.14. Op 6 maart 2008 om 17.54 uur stuurt [D] de volgende mail aan [A]:

"We hebben vanaf contact 1 (Luden) je verteld dat dit boven de markt hing en de relatie met Rabo gelet op haar innovatieve bewegingen in de markt eventuele samenwerking in de weg kon staan. En nee, we hebben je niet aan het lijntje gehouden totdat.....want de relatie en ontwikkelingen rond e-betalen met Rabo loopt al enkele jaren, we hebben serieus en weloverwogen de afweging gemaakt in een aantal interne besprekingen of dit conflictueus uitgelegd zou kunnen worden versus onze ICT onafhankelijkheid.

Elke geheimhoudingsverklaring en/of NDA van al onze relaties respecteren wij zeer, dat blijkt wel uit het bovenstaande, dus ook die van anderen en in geval dat, ook die van jullie.”

2.15. Op 6 maart om 23.46 stuurt [G] aan [I] een e-mail met onder meer de volgende inhoud:

“Thanks for your earlier mail on [C]. I explained it somewhat tot [A] and he agreed. However apparently [C] is just part of the story and Chess seems to be highly interested. They asked me to forward the attached exec summary to you and would like to get one hour of your time to convince you of their product. (…)”

2.16. Op 22 maart 2008 stuurt [J] namens Rabobank aan [G] een e-mail met de volgende inhoud:

“Ik heb uw mailbericht via mijn collega [I] ontvangen met het verzoek tot een standpuntbepaling te komen t.a.v. het product Euro-Wallet.

(…)

Dit alles overwegende zien wij geen aanleiding om op dit moment een samenwerking met Euro-Wallet te overwegen noch hen voor een gesprek daarover uit te nodigen.

2.17. Op 29 maart 2008 stuurt [A] een e-mail aan [B] en [D] met onder meer de volgende inhoud:

“Inmiddels hebben wij bevestigd gekregen van de bron/gebruiker zelf, dat Chess vertrouwelijke en onder de NDA vallende informatie van ons bedrijf [C], - welke informatie voordien niet bij Chess nog publiekelijk bekend was – heeft prijsgegeven voor eigen gebruik. De onafhankelijkheid en integriteit van Chess is hierdoor in het geding geraakt. Chess heeft bewijsbaar de gemaakte afspraken (zie NDA Chess/[C]) geschonden, waardoor aantoonbaar [C]/Euro-Wallet aanzienlijke schade lijdt.”

2.18. Op 26 juni 2008 heeft Rabobank een nieuwsbericht uitgegeven waarbij zij het Rabo SMS betalen heeft geïntroduceerd.

2.19. Bij gelegenheid van de oprichting van een holdingstructuur op 19 september 2008 zijn de Applicatie alsmede alle vorderingen van [C] B.V. ingebracht in (c.q. gestort op de aandelen van) Global-Wallet.

2.20. Op 25 september 2009 heeft de voorzieningenrechter van deze rechtbank bij beschikking verlof verleend aan Global-Wallet c.s. tot het leggen van conservatoir bewijsbeslag onder Chess c.s. “op alle programmatuur (daaronder begrepen broncodes, procesbeschrijvingen, specificaties, back-up-media en bestanden van source code versie beheersystemen en e-mailberichten) die betrekking heeft op (de ontwikkeling van) applicaties die het mogelijk maken om betalingen te doen en te ontvangen door middel van SMS-berichten, welke progammatuur zich bevindt op computers, servers of andere gegevensdragers (hieronder begrepen laptop computers en andere mobiele communicatieapparatuur die worden gehouden van Chess) ten kantore van Chess, op remote access locations die benaderbaar zijn vanuit het kantoor van Chess (daaronder begrepen alle kantoren van alle groepsmaatschappijen) of welke in bewaring is gegeven aan derde partijen, alsmede alle documenten die betrekking hebben op de ontwikkeling van applicaties die het mogelijk maken om betalingen te doen en te ontvangen door middel van SMS-berichten”.

2.21. Op 6 oktober 2008 is voornoemd beslag gelegd.

2.22. Bij vonnis van 2 september 2009 heeft deze rechtbank de incidentele vordering tot het verkrijgen van een beschrijving en afschrift van de informatie als genoemd onder 2.21 afgewezen. Daarbij heeft de rechtbank overwogen dat de voorzieningenrechter bevoegd is over de vordering op grond van art. 1019b Rv e.v. te oordelen. De incidentele vordering in reconventie tot opheffing van het beslag is eveneens afgewezen.

2.23. Global-Wallet c.s. heeft voornoemde vordering aan de voorzieningenrechter voorgelegd. Bij vonnis van 11 mei 2010 heeft de voorzieningenrechter de vordering afgewezen. In reconventie is de vordering tot opheffing van het beslag eveneens afgewezen.

2.24. Ingevolge de beschikking van deze rechtbank van 22 januari 2009 is op verzoek van Global-Wallet c.s. een voorlopig getuigenverhoor gehouden. Hierbij zijn de volgende getuigen gehoord: [B], [D], [K] (hierna: [K]), [L] (hierna: [L]), [E] en [I].

3. Het geschil

in conventie

3.1. Global-Wallet c.s. vordert, na eisvermeerdering, samengevat –

- verklaring voor recht dat Chess c.s.

A) door haar handelwijze inbreuk heeft gemaakt op aan Global-Wallet c.s. toebehorende intellectuele eigendomsrechten op de Applicatie, althans

B) wanprestatie heeft gepleegd door schending van geheimhoudingsafspraken, althans

C) wanprestatie heeft gepleegd door haar verplichtingen als opdrachtnemer te schenden

D) onrechtmatig heeft gehandeld jegens Global-Wallet c.s.

- met veroordeling tot vergoeding van de als gevolg daarvan geleden schade, vermeerderd met de wettelijke (handels)rente, nader op te maken bij staat, alsmede

- een verbod, op straffe van een dwangsom, om

a) derden te adviseren over en diensten te verlenen en/of voor zichzelf werkzaam te zijn op het gebied van betalingsverkeer waarbij transacties worden aangestuurd door middel van SMS-berichten en

b) gedurende vijf jaar aan derden mededeling te doen omtrent hetgeen Chess c.s. heeft vernomen van Global-Wallet c.s. over het aansturen van betalingstransacties per SMS-bericht en de wijze waarop daarvoor benodigde computerprogrammatuur kan worden vormgegeven

- veroordeling van Chess c.s. in de daadwerkelijk gemaakte kosten ex artikel 1019h Rv, daaronder begrepen de kosten van het conservatoire bewijsbeslag en de kosten der gerechtelijke bewaring, vermeerderd met rente.

3.2. Chess c.s. voert verweer.

3.3. Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.

in reconventie

3.4. Chess c.s. vordert samengevat - veroordeling van Global-Wallet c.s., op straffe van een dwangsom, tot opheffing van de gelegde beslagen binnen 24 uur na betekening van het vonnis, met veroordeling van Global-Wallet c.s. in de volledige proceskosten ex art. 1019h Rv.

3.5. Global-Wallet c.s. voert verweer. Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.

4. De beoordeling

in conventie

Ontvankelijkheid Euro-Wallet?

4.1. Chess c.s. heeft aangevoerd dat Euro-Wallet geen auteursrechthebbende is en geen contractuele relatie heeft met Chess c.s. zodat zij niet-ontvankelijk moet worden verklaard in haar vorderingen.

4.2. Global-Wallet c.s. heeft ter gelegenheid van de comparitie verwezen naar de akte van inbreng van 19 september 2008 en heeft gesteld dat [A] steeds namens beide vennootschappen is opgetreden.

4.3. De rechtbank is van oordeel dat uit de overname overeenkomst (productie 5 bij conclusie van antwoord) in samenhang met de akte van inbreng (eveneens productie 5 bij conclusie van antwoord) niet kan worden afgeleid dat Euro-Wallet auteursrechthebbende is van de Applicatie. Euro-Wallet zal in haar vordering onder A) en de daarbij behorende nevenvorderingen niet-ontvankelijk worden verklaard. Ten aanzien van de vorderingen onder B) en C) is niet voldoende onderbouwd dat [A] namens beide vennootschappen heeft gehandeld. Dit klemt temeer nu de meeste contacten met Chess c.s. hebben plaatsgevonden voordat Euro-Wallet werd opgericht. Ook in die vorderingen en de daarbij behorende nevenvorderingen zal Euro-Wallet niet ontvankelijk worden verklaard. In vordering D) die is gebaseerd op onrechtmatige daad kan Euro-Wallet wel worden ontvangen.

Auteursrechtelijke inbreuk?

4.4. Global-Wallet heeft zich op het standpunt gesteld dat de Applicatie is aan te merken als een of meer werken in de zin van de Auteurswet en dat het derden niet is toegestaan om deze informatie openbaar te maken en te verveelvoudigen. Chess c.s. heeft de door Global-Wallet verstrekte informatie met Rabo Mobiel gedeeld waardoor Rabo Mobiel in staat werd gesteld om snel te schakelen en als eerste (in juni 2008) betalen per sms in de markt te zetten. Global-Wallet heeft voorts gesteld dat zij Chess c.s. in december 2007 heeft toegelaten tot de “closed user group”. Leden van de “closed user group” konden – in een testopstelling gebruik maken van de Applicatie. Op deze manier kon Chess c.s. (de werking van de) Applicatie bestuderen en testen. Op de website van de “closed user group” was ook de handleiding voor de Applicatie te raadplegen.

4.5. Chess c.s. heeft aangevoerd dat op geen enkele wijze de Applicatie concreet wordt geduid en nergens wordt aangetoond dat de Applicatie daadwerkelijk een werk is in de zin van de Auteurswet. Gesteld noch gebleken is voorts dat de Applicatie beschikt over een eigen oorspronkelijk karakter dat het persoonlijk stempel van de maker draagt.

Chess c.s. heeft voorts betoogd dat zij nooit heeft beschikt over een broncode van de Applicatie noch over overige informatie waaruit de Applicatie herleid zou kunnen worden. Zij heeft slechts een fragment van de software verzocht om het assessment te kunnen uitvoeren. Voorts heeft zij bestreden dat zij ooit aan derden informatie met betrekking tot de Applicatie heeft verstrekt. Zij heeft er op gewezen dat [A] zelf begin maart 2008 Rabobank heeft benaderd en informatie heeft verschaft omtrent de Applicatie.

4.6. Met Chess c.s. is de rechtbank van oordeel dat Global-Wallet te weinig heeft gesteld om te concluderen dat de Applicatie een auteursrechtelijk beschermd werk in de zin van art. 1 van de Auteurswet is. Weliswaar heeft Global-Wallet bij repliek productie 36 in het geding gebracht doch deze ‘documentatie’ toont nog niet aan dat het gaat om een werk in de zin van de Auteurswet, te weten een werk met een eigen oorspronkelijk karakter en persoonlijk stempel. Gelet op het feit dat kennelijk reeds meer mobiele betaalsystemen in ontwikkeling waren, had het op de weg van Global-Wallet gelegen om nader te onderbouwen dat en waarom de Applicatie voldeed aan voornoemde criteria.

4.7. Ook indien de rechtbank – veronderstellenderwijs – uitgaat van een auteursrechtelijk beschermd werk, kan niet worden geconcludeerd dat sprake is geweest van openbaarmaking daarvan of een andere wijze van inbreuk. Redengevend daarvoor zijn de volgende verklaringen.

4.8. [K] heeft als getuige verklaard dat hij de beschikking heeft gehad over een fragment van de software: de zogenaamde fragmentcode en twee sequentiediagrammen maar hij had niet de beschikking over de architectuurbeschrijving. Hij is niet toegelaten tot de closed user group. Voorts heeft hij verklaard geen contact te hebben gehad met Rabobank over sms betalen. Evenmin is er volgens hem informatie aan Rabobank verstrekt over de Applicatie.

4.9. Getuige [D] heeft verklaard dat hij, ongevraagd, een demo kreeg van de front-end. Verder heeft hij verklaard nooit vertrouwelijke technische kennis aan anderen te hebben doorgegeven noch te hebben gebruikt ten behoeve van de ontwikkeling voor systemen van derden. Hij heeft nooit met derden over de plannen of de marketing van Euro-Wallet gesproken. Voorts heeft hij verklaard dat hij over de Applicatie nooit met Service2media heeft gesproken. Hij heeft geen source code, geen specificaties en geen technisch ontwerp gezien, wel een stukje aanmeldscherm gezien. De backoffice noch de werking van de software heeft [D] ooit gezien. Hij heeft verklaard dat het zou kunnen dat hij toegang heeft gehad tot de closed user group. Voorts heeft hij verklaard dat het zou kunnen dat hij (het initiatief van) Euro-Wallet heeft genoemd bij Rabobank. Hij heeft in ieder geval met Rabobank, in de persoon van [J], gesproken over Euro-Wallet naar aanleiding van een e-mail van 7 maart 2008 van [J] aan hem.

4.10. [B] heeft als getuige verklaard dat Chess c.s. alleen een stukje fragmentcode heeft gehad, een businessplan en wat spreadsheets. Voorts heeft hij verklaard dat hij nooit informatie aan Rabobank heeft laten zien of aan een ander.

4.11. Uit de getuigenverklaring van [I], die werkzaam is geweest bij Rabo Mobiel, blijkt dat Rabobank althans Rabo Mobiel al lange tijd bezig was met de ontwikkeling van de mogelijkheid tot mobiel betalen. Voorts heeft [I] verklaard dat [D] nooit met hem heeft gesproken over de Applicatie. Wel heeft hij een mail gekregen via [G] waarin Euro-Wallet werd genoemd. De enige informatie over Euro-Wallet waarover hij beschikte, heeft hij op het web gevonden.

4.12. Ook [E] bevestigt dat Chess c.s. al jaren met Rabobank bezig was met het ontwikkelen van mobiel betalen. Verder heeft zij verklaard dat zij gezien heeft dat [A] met zijn mobiel sms-jes heeft verstuurd maar dat niet is gesproken over de technische beschrijving daarvan. Voorts heeft zij verklaard nooit gesproken te hebben over het concept van Global-Wallet c.s. met haar contactpersonen bij Rabobank.

4.13. Tot slot heeft ook [L] bevestigd dat er al een jarenlang samenwerkingsverband bestond tussen Chess c.s. en Rabobank. [L] heeft [A] in januari of februari 2008 telefonisch gesproken maar dat was niet inhoudelijk: [A] wilde [D] spreken omdat hij wilde weten waar de offerte bleef. Verder heeft hij de Applicatie nooit in werking gezien en is een closed user group voor Euro-Wallet hem niet bekend. Hij weet wel dat [D] begin 2008 met Rabobank heeft gesproken dat er iets speelde met Euro-Wallet in verband met het uitbrengen van een offerte.

4.14. De rechtbank leidt uit voornoemde verklaringen af dat Chess c.s. slechts summiere informatie met betrekking tot de Applicatie had. Voorts blijkt uit de verklaringen dat Chess c.s. weliswaar contact had met Rabobank maar uit de verklaringen kan niet worden geconcludeerd dat Chess c.s. met Rabobank concreet over de details of werking van de Applicatie heeft gesproken.

4.15. De voorgaande verklaringen kunnen derhalve het standpunt van Global-Wallet c.s. niet onderbouwen. Gelet op het feit dat Global-Wallet, in de persoon van [A], Rabobank en Rabo Mobiel zelf ook heeft benaderd (zoals valt af te leiden uit de onder 2.11 weergegeven e-mail) valt niet uit te sluiten dat de mogelijk relevante informatie door toedoen van [A] zelf in handen van Rabobank is terecht gekomen. Dat Global-Wallet met haar Applicatie een bedreiging voor Rabobank heeft gevormd alsmede een reden voor Rabobank om sneller dan gepland haar product op de markt te brengen, zoals Global-Wallet c.s. heeft gesteld, kan, zonder nadere onderbouwing, die ontbreekt, niet worden geconcludeerd. De inhoud van de e-mail van 7 februari 2008 (2.8) is daarvoor in ieder geval onvoldoende.

4.16. De bewijslast van de stellingen van Global-Wallet c.s. rust ingevolge art. 150 Rv op Global-Wallet c.s. Aan nadere bewijslevering komt de rechtbank niet toe nu Global-Wallet c.s. bij repliek (en na sluiting van het voorlopig getuigenverhoor) niet specifiek heeft aangeboden welk concreet bewijs zij nog kan leveren.

4.17. Op grond van het voorgaande concludeert de rechtbank dat op de primaire grondslag de vordering niet toewijsbaar is.

Schending geheimhouding?

4.18. Ook indien veronderstellenderwijs ervan dient te worden uitgegaan dat de NDA tussen partijen is overeengekomen en dat deze een verdere strekking had dan alleen toepasselijkheid binnen het assessment, kan niet worden gesproken van schending daarvan. De rechtbank verwijst daarvoor naar de verklaringen zoals weergegeven onder r.o. 4.8 tot en met 4.13.

Schending verplichtingen opdrachtnemer?

4.19. Global-Wallet c.s. heeft gesteld dat Chess c.s. niet de zorg van een goed opdrachtnemer in acht heeft genomen.

4.20. Chess c.s. heeft als verweer gevoerd dat nimmer een contractuele relatie heeft bestaan tussen haar en Global-Wallet c.s.. De opdrachtbevestiging tot het uitvoeren van een assessment is door geen der partijen ondertekend, het assessment is niet uitgevoerd en de NDA is niet ondertekend. Er was sprake van vrijblijvend advies van [B] aan [A].

4.21. Partijen zijn het erover eens dat [B] - zonder dat er een contractuele basis aanwezig was doch gelet op een eerdere samenwerking tussen [B] en [A] bij Pinlinq - werd verzocht om met [A] te sparren over het op de markt brengen van mobiel betalen.

4.22. Ten aanzien van het door Global Wallet c.s. gewenste assessment, is weliswaar een plan assessment en een checklist opgesteld doch tussen partijen staat vast dat nooit een opdrachtbevestiging is ondertekend en dat het assessment nooit is uitgevoerd. Gelet op het voorgaande kan van schending van contractuele verplichtingen geen sprake zijn.

Onrechtmatige daad?

4.23. Global-Wallet c.s. heeft zich op het standpunt gesteld dat zij ervan uit mocht gaan dat Chess c.s. wist of behoorde te weten dat de aan haar verstrekte gegevens bedrijfsgeheimen waren en aldus vertrouwelijk behandeld dienden te worden. De verstrekte informatie met betrekking tot de door haar geëxploiteerde Applicatie vormde immers de kern van haar onderneming waarin zij veel tijd en geld geïnvesteerd had. Nu Chess c.s. die informatie heeft doorgespeeld aan Rabobank, heeft zij onrechtmatig gehandeld jegens Global-Wallet c.s.

4.24. Chess c.s. heeft betwist dat zij zich heeft bediend van bedrijfsgeheimen, dat zij Global-Wallet c.s. aan het lijntje heeft gehouden en/of dat zij enig voordeel heeft getrokken uit de informatie die verkregen was van Global-Wallet c.s..

4.25. De rechtbank verwijst wederom naar de verklaringen zoals weergegeven onder r.o. 4.8 tot en met 4.13 alsmede naar hetgeen hiervoor onder 4.15 en 4.16 is overwogen. Dit leidt tot de conclusie dat de vordering, voorzover gebaseerd op onrechtmatige daad, evenmin voor toewijzing in aanmerking komt.

4.26. Het voorgaande leidt tot de conclusie dat de vorderingen van Global-Wallet c.s. worden afgewezen.

Proceskosten

4.27. Als de in het ongelijk gestelde partij zal Global Wallet c.s. worden veroordeeld in de proceskosten van Chess c.s. Chess c.s. heeft zich op het standpunt gesteld dat, nu sprake is van een procedure omtrent rechten van intellectuele eigendom, een veroordeling van de daadwerkelijke proceskosten op grond van art. 1019h Rv in de rede ligt. Chess c.s. heeft gesteld dat deze kosten EUR 117.320,18 bedragen.

4.28. Global Wallet c.s. heeft betwist dat sprake is van een procedure als bedoeld in art. 1019a e.v. Rv nu het volgens haar (voornamelijk) een vordering uit onrechtmatige daad betreft. Subsidiair heeft zij aangevoerd dat de indicatietarieven IE-zaken dienen te gelden waarbij in beginsel een maximum van EUR 25.000,00 is gesteld. Voor overschrijding van dat bedrag heeft Chess c.s. onvoldoende motivering gegeven. Voorts is nog aangevoerd dat sprake is van een gemengde grondslag zodat Chess c.s. slechts aanspraak kan maken op een vierde van het maximumbedrag, zijnde EUR 6.250,00. Tot slot voert Global-Wallet c.s. aan dat Chess c.s. de proceskosten onvoldoende onderbouwd en onvoldoende gespecificeerd heeft.

4.29. De rechtbank is van oordeel dat, nu de primaire grondslag is gebaseerd op auteursrechtinbreuk, de kosten die specifiek op het verweer betreffende deze inbreuk betrekking hebben voor vergoeding in aanmerking kunnen komen op de voet van art. 1019h Rv. Omdat in de door Chess c.s. opgevoerde kosten geen onderscheid wordt gemaakt tussen “IE-kosten” en “niet-IE-kosten” zal de rechtbank de IE-kosten dienen te schatten. De rechtbank is van oordeel dat het gewicht dat toekomt aan het op de inbreuk gebaseerde deel van de vordering ten opzichte van de gehele zaak en het aandeel van de kosten dat dienovereenkomstig met toepassing van art. 1019h Rv voor vergoeding in aanmerking komt, dient te worden vastgesteld op een vierde deel. In de door door Chess c.s. aangevoerde omstandigheden (proceshouding en –wijze van Global-Wallet c.s.) ziet de rechtbank geen aanleiding om ten gunste van Chess c.s. af te wijken van de indicatietarieven in IE-zaken. De kosten aan de zijde van Chess c.s., die overigens voldoende onderbouwd zijn en redelijk en evenredig voorkomen, zullen derhalve worden begroot op EUR 6.250,00.

Het overige deel (3/4) zal worden begroot volgens het reguliere liquidatietarief:

Salaris advocaat ¾ x EUR 1.356,00 (3 punten x EUR 452,00) = EUR 1.017,00. De totale kosten worden daarmee begroot op EUR 7.267,00.

in reconventie

4.30. Gelet op hetgeen in conventie is overwogen, moet worden geconcludeerd dat de vordering van Global-Wallet c.s. ondeugdelijk is, zodat het beslag dient te worden opgeheven.

4.31. De gevorderde dwangsom zal worden toegewezen doch zal worden beperkt als volgt.

4.32. Als de in het ongelijk gestelde partij zal Global-Wallet c.s. worden veroordeeld in de in reconventie gemaakte proceskosten van Chess c.s. Deze kosten worden tot op heden begroot op EUR 226,00 (1 punt x 0,5 x EUR 452,00).

5. De beslissing

De rechtbank

in conventie

5.1. verklaart Euro-Wallet niet ontvankelijk in de onder 3.1 weergegeven vorderingen onder A tot en met C en de daarbij behorende nevenvorderingen,

5.2. wijst voor het overige de vorderingen af,

5.3. veroordeelt Global-Wallet c.s. in de proceskosten, aan de zijde van Chess c.s. tot op heden begroot op EUR 7.267,00,

5.4. verklaart dit vonnis in conventie wat betreft de kostenveroordeling uitvoerbaar bij voorraad,

in reconventie

5.5. veroordeelt Global-Wallet c.s. tot opheffing van de ten laste van Chess c.s. gelegde beslagen binnen 24 uur na betekening van dit vonnis,

5.6. veroordeelt Global-Wallet c.s. om aan Chess c.s. een dwangsom te betalen van EUR 1.000,00 voor iedere dag dat Global-Wallet c.s. niet aan de in 5.5 uitgesproken hoofdveroordeling voldoet, tot een maximum van EUR 20.000,00 is bereikt,

5.7. veroordeelt Global-Wallet c.s. in de kosten in reconventie, aan de zijde van Chess c.s. tot op heden begroot op EUR 226,00,

5.8. verklaart dit vonnis in reconventie tot zover uitvoerbaar bij voorraad,

5.9. wijst het meer of anders gevorderde af.

Dit vonnis is gewezen door mr. M.P.J. Ruijpers, mr S. Sicking en mr. J.C. van den Bos en in het openbaar uitgesproken op 9 februari 2011