Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBHAA:2011:BP6260

Instantie
Rechtbank Haarlem
Datum uitspraak
26-01-2011
Datum publicatie
01-03-2011
Zaaknummer
170459 - HA ZA 10-823
Formele relaties
Hoger beroep: ECLI:NL:GHAMS:2012:BY7734, Bekrachtiging/bevestiging
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

gemeente vordert ontruiming gemeentegrond. gedaagde stelt door verjaring eigenaar te zijn geworden. geen sprake van bezit, nu gedaagde in de veronderstelling verkeerde dat hij net als zijn buren toestemming had om de grond te gebruiken. gedaagde is derhalve houder en kan nooit door verkrijgende of bevrijdende verjaring eigenaar zijn geworden.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK HAARLEM

Sector civiel recht

zaaknummer / rolnummer: 170459 / HA ZA 10-823

Vonnis van 26 januari 2011

in de zaak van

de publiekrechtelijke rechtspersoon

GEMEENTE HAARLEMMERMEER,

zetelend te Hoofddorp, gemeente Haarlemmermeer,

eiseres,

advocaat mr. S.M. Balkema,

tegen

[A],

wonende te [plaats], [gemeente],

gedaagde,

advocaat mr. J.H. Heerebout.

Partijen zullen hierna de gemeente en [A] genoemd worden.

1. De procedure

1.1. Het verloop van de procedure blijkt uit:

- het tussenvonnis van 11 augustus 2010

- het proces-verbaal van comparitie gehouden op 4 november 2010

- de akte houdende wijziging van eis van de gemeente

- de akte houdende overlegging van producties alsmede houdende wijziging van stellingen van [A].

1.2. Ten slotte is vonnis bepaald.

2. De feiten

2.1. [A] huurt vanaf 1976 de woning aan het [adres] te [plaats], [gemeente], van Libra International B.V. Het perceel is kadastraal bekend als [gemeente], [sectie], [nummer].

2.2. De gemeente is eigenaresse van het perceel kadastraal bekend als [gemeente], [sectie], [nummer]. De achtertuin van de door [A] gehuurde woning grenst aan het perceel van de gemeente.

2.3. De percelen zijn als volgt gesitueerd:

2.4. Achter de achtertuinen van de woningen aan de [straat] 33 tot en met 44 is een fiets-/voetpad gelegen. Tot begin jaren 80 van de vorige eeuw stonden op de strook gemeentegrond tussen de achtertuinen en het fiets-/voetpad struiken en kleine bomen.

2.5. In 1983 hebben de bewoners van de woningen [straat] 38 tot en met 44 van de gemeente toestemming gekregen om de strook grond gelegen tussen hun achtertuin en het fiets-/voetpad in gebruik te nemen. De bewoners van de nummers 35 tot en met 37 hebben geen toestemming van de gemeente gevraagd en/of gekregen voor de ingebruikname van de gemeentegrond.

2.6. Uiteindelijk hebben de bewoners van [straat] 35 tot en met 44 – die op dat moment allen huurder waren van hun woning – de bestaande struiken verwijderd, de gemeentegrond tot het fiets-/voetpad bij hun tuin getrokken en aan het einde van de tuin op de grens met het pad een heg geplaatst.

2.7. Bij brief van 29 november 2006 heeft de gemeente – onder meer – het volgende aan [A] bericht.

[…]

U bent eigenaar/bewoner van het perceel [straat] 37, kadastraal bekend [gemeente], [sectie], [nummer]. Uit de inventarisatie van de gemeente naar oneigenlijk gebruik van gemeentegrond, komt naar voren dat u voor een deel grond gebruikt, kadastraal bekend [gemeente], [sectie], [nummer] en in het kadaster geregistreerd als eigendom van de gemeente Haarlemmermeer. Volgens onze administratie is in het verleden voor dit gebruik door de gemeente Haarlemmermeer geen toestemming verleend.

[…].

2.8. Bij brief van 30 november 2006 heeft [A] – onder meer – het volgende aan [B], werkzaam bij het cluster Handhaving en Toezicht van de gemeente, bericht.

[…]

Naar aanleiding van uw brief van 29 november 2006 mbt handhaving en toezicht oneigenlijk gebruik gemeentegrond bericht ik u het volgende.

Ten onrechte worden wij aangemerkt als eigenaar/bewoner- wij zijn slechts huurder van [straat] 37.

In het kader van bezuiniging heeft de gemeente afgezien van het onderhoud van verwaarloosde prikkelbosjes en mochten de bewoners op de plek van deze bosjes een heg plaatsen.

De gehele rij bewoners heeft dat gedaan en het karakter is groen- zonder afzichtelijke schuttingen.

Iets wat de gemeente uit het oogpunt van bezuiniging meer dan 20 jaar heeft gedoogd kan thans niet worden verboden.

Bovendien kunt u niet verwachten dat een briefje van de gemeente met een dergelijke toestemming nog in een privé administratie aanwezig is.

Wellicht zullen er nog oude bewoners zijn die kunnen getuigen dat er wel degelijk toestemming is verleend.

[…]

Immers als collectief zijn de gemeentebosjes vervangen door een heg.

[…].

2.9. Bij brief van 31 november 2006 heeft [C], (op dat moment) woonachtig op het adres [straat] 40, mede namens de buren van de huisnummers 38, 39, 41, 42, 43 en 44 – onder meer – het volgende aan [B], werkzaam bij het cluster Handhaving en Toezicht van de gemeente bericht.

[…]

Ongeveer 30 jaar geleden, hebben wij als buren (huisnummers: 38-39-40-41-42-43 en 44) gezamenlijk besloten dat, omdat het fietspaadje achter onze tuinen nooit meer werd gebruikt, bij onze tuin te trekken.

[…]

We waren al aardig ver met de uitvoering daarvan toen de Gemeente hier achter kwam. Wij hebben daarna alles weer in de oude staat gebracht.

Wel zijn wij toen begonnen een officiële aanvraag in te dienen bij de Gemeente. […]

Na een lange procedure kregen wij eindelijk toestemming van de Gemeente om onze achtertuinen te verlengen. De Gemeente heeft het puin van het paadje verwijderd.

[…].

2.10. Bij brief van 19 december 2006 heeft de gemeente bij monde van [D], projectleider Erfafscheidingen – onder meer – het volgende bericht aan [E], destijds woonachtig op het adres [straat] 42.

[…]

Naar aanleiding van het onderhoud tussen u en mevrouw [B] d.d. 8 december 2006 heeft er nader onderzoek plaatsgevonden in de gemeentelijke archieven. Er is geconstateerd dat er wel toestemming is verleend door de gemeente voor het gebruik van de gemeentegrond grenzend aan de achterkant van uw perceel. Dit houdt in dat u het gebruik van de gemeentegrond mag voortzetten en dat u de gemeentegrond niet hoeft te ontruimen. […].

2.11. Bij faxbericht van 7 juli 2008 heeft de advocaat van Libra International B.V. – onder meer – het volgende aan de gemeente bericht.

[…]

Naar aanleiding van uw brief heeft mijn cliënte contact opgenomen met haar huurder, de heer [A]. Hij vertelde dat hij in het verleden door u is aangesproken op het vermeende oneigenlijke gebruik van de gemeentegrond. De heer [A] zegt echter dat hij daarvoor gemeentelijke toestemming heeft gekregen. […].

2.12. Bij brief van 7 mei 2009 heeft de gemeente – onder meer – het volgende aan de advocaat van Libra International B.V. bericht.

[…]

Op 4 november 2008 hebben wij de voorwaarden om op te treden tegen het oneigenlijk gebruik van gemeentegrond verfijnd. Het verfijnde beleid leidt ertoe dat wij in minder gevallen zullen optreden tegen oneigenlijk gebruik van gemeentegrond. Wij zullen daartegen niet langer optreden, indien

- op de grond geen erfafscheidingen of andere bouwwerken of bouwsels zijn geplaatst,

- de begroeiing op de grond niet hoger is dan 100 cm, en

- de strook grond die oneigenlijk in gebruik is genomen, niet breder/dieper is van 3 m gerekend vanaf de erfgrens.

Ook op grond van deze beleidsverfijning moeten wij optreden tegen het door uw cliënt gemaakte oneigenlijke gebruik van onze grond. Uw cliënt kan dat echter voorkomen door de haag van onze grond te verwijderen dan wel terug te snoeien tot maximaal 1 meter hoogte. Indien uw cliënt daartoe overgaat, zullen wij op grond van bovengenoemd beleid niet langer tegen het door uw cliënt gemaakte oneigenlijke gebruik optreden.

[…].

2.13. Bij faxbericht van 11 mei 2009 heeft [A] – onder meer – het volgende bericht aan de advocaat van Libra International B.V.

[…]

Indien onze heg wordt terug gesnoeid tot 1 meter, zal de Gemeente zoals blijkt uit haar schrijven geen verdere maatregelen nemen.

[…]

In het kader van redelijkheid en billijkheid willen wij de Gemeente best tegemoetkomen, zij het dat een hegje van 1 meter hoogte onacceptabel is.

Een heg van 180/200 cm biedt bescherming tegen ongenode gasten en beschermt de privacy van de bewoners.

[…].

2.14. Bij brief van 15 oktober 2009 heeft de gemeente aan [A] laten weten dat het terugsnoeien van de heg tot 1.80 meter hoogte niet voldoende is en aangekondigd dat zij voornemens is [A] te dagvaarden.

2.15. In overeenstemming met het zogenaamde ‘verfijnde beleid’ van de gemeente wordt bewoners toegestaan om een strook van 3 meter, loodrecht gerekend vanaf de kadastrale erfgrens met het woonperceel van de betreffende bewoner, onder voorwaarden in gebruik te houden. Deze voorwaarden zijn vastgelegd in een antwoordformulier. Indien dit formulier wordt ondertekend, zal de gemeente afzien van ontruiming voor zover dat betrekking heeft op de betreffende strook grond. Het antwoordformulier houdt – onder meer – het volgende in.

[…]

Hierbij verklaart de bewoner………………., eigenaar van het perceel …..(kadastraal bekend Gemeente Haarlemmermeer, sectie…….., nummer…….) dat hij van de gemeente Haarlemmermeer in gebruik heeft een achter genoemd perceel gelegen stuk gemeentegrond. Het betreft een stuk grond van om en nabij……… vierkante meter, deel uitmakend van het openbaar grond kadastraal bekend Gemeente Haarlemmermeer, sectie………, nummer……..

Partijen komen overeen:

1. Het betreffende stuk grond (maximaal 3 meter vanaf de erfgrens van genoemd perceel) blijft in gebruik bij de bewoner, maar blijft eigendom van de gemeente Haarlemmermeer;

2. Er worden geen bouwwerken en/of betimmeringen op de grond geplaatst en eventueel aanwezige bouwwerken en/of betimmeringen worden uiterlijk 30 dagen na ondertekening van deze bruikleenovereenkomst verwijderd;

3. Dichte beplanting (hagen en struiken) worden gesnoeid tot maximaal 1 meter hoog;

4. Indien ter plaatse kabels, leidingen en/of riolering onder de grond liggen, zal de gemeente in geval van onderhoud/reparatie vrij toegang moeten krijgen zonder dat daarvoor enige vergoeding is verschuldigd.

5. Bij verkoop (waaronder transacties die daarmee vergelijkbaar zijn) is de gebruiker gehouden de koper/gerechtigde te informeren over dit overeengekomen gebruik en de daarbij horende voorwaarden. Voorts dient de gemeente geïnformeerd te worden, bij gebreke waarvan het gebruik niet door die koper/gerechtigde kan worden overgenomen.

6. Bij vrijwillige beëindiging van het gebruik dient de gemeente geïnformeerd te worden.

[…].

2.16. De door [A] in gebruik genomen grond is dieper dan 3 meter, loodrecht gerekend vanaf de kadastrale erfgrens.

3. Het geschil

3.1. De gemeente vordert – samengevat – bij vonnis uitvoerbaar bij voorraad, [A] te veroordelen :

a. om binnen 30 dagen na betekening van dit vonnis het op de onder 2.3 weergegeven kaart met pijl aangegeven en gearceerde deel van perceel F-5217 te ontruimen, op straffe van verbeurte van een dwangsom van € 250,- voor iedere dag dat [A] in gebreke blijft aan dit vonnis te voldoen;

met de bepaling dat – indien [A] binnen 14 dagen na betekening van dit vonnis de onder 2.15 weergegeven verklaring heeft ondertekend – dit vonnis niet ten uitvoer kan worden gelegd voor zover de ontruiming betrekking heeft op de in de verklaring beschreven strook grond;

b. tot betaling binnen 14 dagen na betekening van dit vonnis van € 904,-, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de dag van de dagvaarding tot de dag der algehele voldoening;

c. tot veroordeling in de proceskosten.

3.2. [A] voert verweer.

3.3. Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.

4. De beoordeling

4.1. Tussen de gemeente en [A] is niet in geschil dat de grond waarvan ontruiming wordt gevorderd in 1983 door [A] bij de achtertuin van de door hem gehuurde woning aan de [straat] 37 is getrokken. Evenmin is in geschil dat dit is gebeurd naar aanleiding van door de gemeente aan de bewoners van [straat] 38 tot en met 44 verleende toestemming om een stuk gemeentegrond, grenzend aan hun achtertuinen, in gebruik te nemen.

4.2. [A] stelt dat hij de grond destijds in bezit heeft genomen en dat dit bezit door de gemeente gedurende meer dan twintig jaren is gedoogd, zodat hij door verkrijgende althans bevrijdende verjaring eigenaar is geworden. De gemeente stelt daarentegen dat [A] slechts houder (en geen bezitter) van de grond is en daarom nooit door verjaring eigenaar van die grond kan zijn geworden.

4.3. Bepalend voor het antwoord op de vraag of [A] door verjaring eigenaar van het betreffende stuk grond van de gemeente is geworden, is of [A] houder dan wel bezitter is van de grond. De rechtbank overweegt hieromtrent als volgt.

4.4. Van belang is dat door de gemeente in of omstreeks 1983 aan diverse bewoners van de [straat] toestemming is verleend om de betreffende grond in gebruik te nemen. Dit kan niet anders worden begrepen dan dat de gemeente de grond in bruikleen heeft geven aan de betreffende bewoners en dat de eigendom van de grond bij de gemeente is blijven berusten. Indien, zoals [A] stelt, de gemeente toestemming zou hebben gegeven tot het in bezit nemen van de grond, zou dit feitelijk neerkomen op bezitsoverdracht. Bezitsoverdracht door de eigenaar kan echter niet plaatsvinden zonder eigendomsoverdracht en vaststaat dat daarvan geen sprake is geweest. Het feit dat de gemeente de grond in bruikleen heeft gegeven, brengt mee dat de betreffende bewoners de grond niet voor zichzelf houden, maar voor de gemeente. Zij zijn derhalve houder en niet bezitter.

4.5. [A] is er, blijkens de bovenvermelde correspondentie met de gemeente, vanuit gegaan dat ook hij toestemming had om de gemeentegrond te gebruiken en hij heeft zich in die correspondentie nimmer op het standpunt gesteld dat niet de gemeente maar hij de bezitter van de grond is. Ten opzichte van de gemeente heeft [A] zich dan ook gedragen als houder en niet als bezitter. Weliswaar heeft hij feitelijk macht over de grond uitgeoefend, maar dit heeft hij gedaan in de veronderstelling dat hem een gebruiksrecht was verleend en niet op grond van een vermeend eigen recht. Het feit dat thans is gebleken dat [A] destijds geen toestemming heeft verkregen om de grond te gebruiken, brengt in die situatie geen verandering.

4.6. Het vorenstaande brengt mee dat ook [A] moet worden gekwalificeerd als houder van de grond. De stelling van [A] dat hij de grond reeds in 1983 in bezit heeft genomen en zich al die jaren als eigenaar heeft gedragen, is in het licht van het vorenstaande onvoldoende onderbouwd, zodat aan bewijslevering niet wordt toegekomen.

4.7. Nu [A] als houder nooit door verkrijgende of bevrijdende verjaring eigenaar kan worden, is de eigendom van de grond niet overgegaan van de gemeente op [A]. Dit betekent dat [A] de grond van de gemeente zonder recht of titel gebruikt.

4.8. [A] heeft voorts aangevoerd dat de gemeente het gebruik van de grond bijna 30 jaar heeft gedoogd en dat het beginsel van de rechtszekerheid meebrengt dat zij thans niet zonder meer ontruiming van de grond mag vorderen.

4.9. Krachtens artikel 5:2 van het Burgerlijk Wetboek is de eigenaar van een zaak bevoegd haar van een ieder die haar zonder recht houdt op te eisen. Het enkele feit dat de gemeente het gebruik door [A] lange tijd heeft gedoogd, betekent op zichzelf niet dat [A] het gerechtvaardigd vertrouwen mocht hebben dat dit tot in lengte van dagen zou voortduren en dat nimmer tot beëindiging van dat gebruik zou mogen worden overgaan. Dat de gemeente ter uitvoering van gewijzigd beleid thans haar eigendom opeist, althans aan het gebruik daarvan voorwaarden stelt, brengt nog niet mee dat de gemeente in strijd handelt met de algemene beginselen van behoorlijk bestuur zoals het vertrouwens- of rechtszekerheidsbeginsel. Dit geldt te meer nu de gemeente heeft aangegeven dat [A] de grond onder voorwaarden mag blijven gebruiken. [A] heeft deze voorwaarden echter niet willen accepteren. Gelet op het voorgaande heeft [A] onvoldoende gemotiveerd gesteld dat de gemeente in strijd heeft gehandeld met de algemene beginselen van behoorlijk bestuur dan wel op andere wijze onzorgvuldig zou hebben gehandeld.

4.10. Nu [A] de grond van de gemeente zonder recht of titel gebruikt en de gemeente niet onzorgvuldig jegens [A] handelt door ontruiming van die grond te eisen indien [A] niet binnen een termijn van 14 dagen alsnog de voorwaarden voor voortgezet gebruik accepteert, zal de vordering van de gemeente worden toegewezen. De gevorderde dwangsom zal daarbij worden gemaximeerd als hieronder nader bepaald.

4.11. Gelet op het feit dat de gemeente – na wijziging van eis – heeft gevorderd te bepalen dat dit vonnis door haar niet ten uitvoer kan worden gelegd indien [A] binnen 14 dagen na betekening de onder 2.15 vermelde verklaring heeft ondertekend, heeft [A] geen belang meer bij het door hem subsidiair gedane verzoek om een terme de grace waarin hij de gelegenheid krijgt alsnog de voorwaarden van de gemeente te accepteren.

4.12. De vordering tot vergoeding van buitengerechtelijke kosten zal worden afgewezen. De gemeente heeft niet (voldoende onderbouwd) gesteld dat zij deze kosten daadwerkelijk heeft gemaakt en dat die kosten betrekking hebben op verrichtingen die meer omvatten dan een enkele aanmaning, het enkel doen van een schikkingsvoorstel, het inwinnen van eenvoudige inlichtingen of het op gebruikelijke wijze samenstellen van het dossier.

4.13. Anders dan [A] heeft verzocht, zal hij als de in het ongelijk gestelde partij in de proceskosten worden veroordeeld. [A] heeft inderdaad het recht niet in te gaan op het voorstel van de gemeente en ervoor te kiezen zijn zaak door de rechter te laten toetsen, maar die keuze brengt nu eenmaal het risico mee in het ongelijk te worden gesteld en te worden veroordeeld in de proceskosten. De kosten aan de zijde van de gemeente worden begroot op:

- dagvaarding EUR 87,93

- vast recht 263,00

- salaris advocaat 904,00 (2,0 punt × tarief EUR 452,00)

Totaal EUR 1.254,93

4.14. De gemeente heeft gevorderd dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad te verklaren. [A] heeft hiertegen bezwaar gemaakt, omdat daardoor een mogelijk hoger beroep bij voorbaat illusoir wordt gemaakt als de gemeente gaat executeren.

4.15. Nu tegen dit onderdeel van de vordering door [A] verweer is gevoerd, moeten de belangen van partijen worden afgewogen in het licht van de omstandigheden van het geval. Daarbij moet worden nagegaan of op grond van die omstandigheden het gestelde belang van de gemeente bij het spoedig door [A] voldoen aan de veroordeling zwaarder weegt dan het belang van [A] bij behoud van de bestaande toestand totdat op een tegen dit vonnis (eventueel) in te stellen rechtsmiddel zal zijn beslist. Hoewel het enkele feit dat de uitvoerbaarverklaring bij voorraad ingrijpende gevolgen kan hebben die later moeilijk ongedaan kunnen worden gemaakt op zichzelf niet aan toewijzing hiervan in de weg kan staan, moet dit feit wel worden meegewogen bij de beslissing of daartoe zal worden overgegaan. Nu enig belang van de gemeente bij een spoedige ontruiming niet is gesteld, weegt het belang van [A] de tuin niet te hoeven ontruimen totdat hij daartoe onherroepelijk is veroordeeld in dit geval zwaarder. Dit betekent dat de gevorderde verklaring tot uitvoerbaarbaarheid bij voorraad zal worden afgewezen.

5. De beslissing

De rechtbank

5.1. veroordeelt [A] om binnen 30 dagen na betekening van dit vonnis het op de onder 2.3 weergegeven kaart met pijl aangegeven en gearceerde deel van perceel F-5217 te ontruimen,

5.2. veroordeelt [A] om aan de gemeente een dwangsom te betalen van EUR 250,00 voor iedere dag dat hij niet voldoet aan het onder 5.1 bepaalde, tot een maximum van EUR 25.000,00 is bereikt,

5.3. bepaalt dat indien [A] binnen 14 dagen na betekening van dit vonnis de aan dit vonnis gehechte verklaring heeft ondertekend, dit vonnis niet ten uitvoer kan worden gelegd voor zover de ontruiming betrekking heeft op de in de verklaring beschreven strook grond,

5.4. veroordeelt [A] in de proceskosten, aan de zijde van de gemeente tot op heden begroot op EUR 1.254,93,

5.5. wijst het meer of anders gevorderde af.

Dit vonnis is gewezen door mr. H.J.M. Burg en in het openbaar uitgesproken op 26 januari 2011.?