Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBHAA:2011:BP6255

Instantie
Rechtbank Haarlem
Datum uitspraak
15-02-2011
Datum publicatie
01-03-2011
Zaaknummer
177200 / KG ZA 11-3
Rechtsgebieden
Personen- en familierecht
Bijzondere kenmerken
Kort geding
Inhoudsindicatie

eiser is geaccepteerd en geplaatst op een trainingscentrum van gedaagde. Het trainingscentrum is een vorm van wonen met (intensieve) begeleiding, ondersteuning en zorg voor jongvolwassenen met een autisme spectrum stoornis. Nadat zich een ernstig incident heeft voorgedaan tussen eiser en een medebewoner van het trainingscentrum, is eiser de toegang tot het trainingscentrum per direct ontzegd. Eiser vordert in kort geding gedaagde te gelasten hem per direct terug te laten keren op het trainingscentrum.

De voorzieningenrechter overweegt als volgt. De klachtencommissie heeft in zijn uitspraak een duidelijk oordeel gegeven over de klacht van eiser dat gedaagde ten onrechte de beslissing heeft genomen dat eiser niet meer kan terugkeren naar het trainingscentrum. De klachtencommissie heeft in zijn oordeel alle relevante omstandigheden betrokken, maar heeft hierin geen aanleiding gezien tot de verstrekkende maatregel die gedaagde heeft genomen jegens eiser, namelijk eiser de toegang te ontzeggen tot het trainingscentrum. Gesteld noch gebleken is dat sinds de beslissing van de klachtencommissie nieuwe feiten of omstandigheden zijn gerezen die een andersluidend oordeel rechtvaardigen, zodat de voorzieningenrechter geen aanleiding ziet om van het oordeel van de klachtencommissie af te wijken. De omstandigheid dat er een mogelijk geschikte alternatieve woonplek voor eiser beschikbaar is, maakt dit niet anders. Bij gebrek aan een schriftelijke zorg/begeleidingsovereenkomst tussen partijen is onduidelijk gebleven hoe die overeenkomst en het verblijf van eiser op het trainingscentrum in juridische zin moet worden getypeerd. Die vraag kan echter in het midden blijven gelet op het feit dat het verwijderen door gedaagde van eiser van het trainingscentrum, gezien het door gedaagde onvoldoende weerlegde advies van de klachtencommissie, in ieder geval in strijd komt met de zorgplicht die gedaagde jegens eiser in acht heeft te nemen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK HAARLEM

Sector civiel recht

zaaknummer / rolnummer: 177200 / KG ZA 11-3

Vonnis in kort geding van 15 februari 2011

in de zaak van

[A],

wonende te [plaats],

eiser,

advocaat mr. F.W. Brugman te Hoorn,

tegen

de stichting

STICHTING REGIONALE INSTELLING VOOR BESCHERMD WONEN IN ZAANSTREEK/WATERLAND EN WEST-FRIESLAND,

gevestigd te Purmerend,

gedaagde,

advocaat mr. M. Dekker te Purmerend.

Partijen zullen hierna [A] en RIBW genoemd worden.

1. De procedure

1.1. Het verloop van de procedure blijkt uit:

- de dagvaarding

- de wijziging van eis

- de mondelinge behandeling

- de pleitnota van [A]

- de pleitnota van RIBW

1.2. Ter zitting van 26 februari 2011 is gebleken dat er een alternatieve woonplek voor [A] beschikbaar is op de open unit van de Forensisch Psychiatrische Afdeling te Heiloo (hierna: de FPA). Partijen zijn ter zitting overeengekomen dat [A], samen met het locatiehoofd van het trainingscentrum Swaech, een bezoek zou brengen aan de FPA teneinde te beoordelen of de FPA een geschikt alternatief is voor [A]. Vervolgens heeft de voorzieningenrechter de zaak aangehouden in afwachting van de resultaten van dit bezoek.

1.3. Bij brief van [A] van 5 februari 2011 en bij brieven van RIBW van 8 februari 2011 hebben partijen de voorzieningenrechter nader geïnformeerd. Uit voornoemde brieven blijkt onder meer dat [A], in afwijking van de ter zitting gemaakte afspraken, nog op de dag van de zitting de FPA alleen heeft bezocht. Voorts blijkt uit voornoemde brieven dat partijen van mening verschillen over de vraag of de FPA een geschikt alternatief is voor [A].

1.4. Ten slotte is vonnis bepaald.

2. De feiten

2.1. [A] is een jongvolwassene bij wie door een psychiater van GGZ Noord-Holland- Noord de diagnose PDD-NOS, ODD EN ADHD van het onoplettende type is vastgesteld.

2.2. RIBW, locatie trainingscentrum Swaech (hierna: het trainingscentrum), is een trainingscentrum in een vorm van wonen met (intensieve) begeleiding, ondersteuning en zorg voor jongvolwassenen met een autisme spectrum stoornis, die in kleine groepen in een woonvoorziening in de wijk wonen.

2.3. [A] is per 1 mei 2010 door RIBW geaccepteerd en geplaatst op het trainingscentrum.

2.4. Op 29 juli 2010 heeft [A] een schriftelijke waarschuwing van RIBW gekregen wegens het niet nakomen van de huisregels van het trainingscentrum.

2.5. Op 24 augustus 2010 heeft RIBW een tweede schriftelijke waarschuwing opgesteld. Deze waarschuwing is echter niet aan [A] overhandigd.

2.6. Op 29 september 2010 heeft zich buiten het trainingscentrum een incident voorgedaan tussen [A] en medebewoner C. van het trainingscentrum (hierna: het incident). Tussen [A] en C. was een conflict ontstaan nadat C. [A] ervan had beschuldigd dat hij geld van zijn bankrekening had gepind. Volgens [A] is hij door C. met een mes bedreigd. [A] is vervolgens teruggekeerd naar het trainingscentrum en heeft gesproken met de dienstdoende begeleider, [B] (hierna: [B]). Na dit gesprek heeft [A] het trainingscentrum verlaten en is hij naar het ouderlijk huis van C. gegaan waar hij, met een mes in zijn hand, zou hebben aangebeld. De ouders van C. hebben vervolgens de politie gebeld waarna [A] door de politie is aangehouden wegens bedreiging en in voorlopige hechtenis heeft gezeten. Inmiddels is [A] strafrechtelijk veroordeeld voor het incident.

2.7. Na het incident heeft RIBW [A] de toegang tot het trainingscentrum per direct ontzegd.

2.8. Bij brief van 5 oktober 2010 heeft RIBW aan de Jeugdreclassering het volgende bericht:

[…] Voordat wij verantwoord kunnen beoordelen of Dhr. [A] terug kan keren naar het Trainingscentrum te Zwaag stellen wij de volgende voorwaarden:

- Dhr. wordt psychologisch onderzocht met een IQ bepaling en een sterkte/zwakte analyse. Het zal in het belang van Dhr. [A] heel wenselijk zijn zijn diagnose onder de loep te nemen. Beoordeling door een psychiater en klinisch psycholoog is wenselijk. Bij voorkeur met kennis van autisme.

- Er wordt nauwkeurig bekeken welke worm van behandeling en begeleiding Dhr. [A] nodig heeft.

- Er wordt nauwkeurig bekeken in hoeverre Dhr. leerbaar is en wat voor Dhr. een positieve leeromgeving is.

- Er wordt een risico analyse op agressie gemaakt door desbetreffende psychiater, rekeninghoudend met Dhr. zijn IQ en lerend vermogen.

[…]

2.9. [A], alsmede zijn ouders, konden zich niet vinden in de beslissing van RIBW om [A] de toegang tot het trainingscentrum te ontzeggen tot het moment dat [A] aan de in de brief van 5 oktober 2010 gestelde voorwaarden voldoet en hebben op 18 oktober 2010 een klacht ingediend bij de klachtencommissie van de RIBW (hierna: de klachtencommissie).

2.10. De klachtencommissie heeft de klachten van [A] en zijn ouders als volgt geformuleerd:

A. Er worden te zeer drempelverhogende voorwaarden gesteld aan terugkeer van [A] in TC Swaech. Daardoor bestaat er grote onzekerheid over de vraag of terugkeer wel mogelijk is en zo ja hoe lang het gaat duren voordat terugkeer gerealiseerd kan worden. Tijdens de hoorzitting wordt medegedeeld dat inmiddels besloten is door de RIBW dat [A] niet meer terug kan keren op de TC Swaech. Derhalve wordt ter zitting deze klacht nog als volgt aangevuld: Ten onrechte heeft de RIBW een definitieve beslissing genomen dat [A] niet meer terug kan keren in het trainingscentrum.

B. De RIBW heeft [A] niet adequaat begeleid.

C. De communicatie tussen de ouders en de instelling is niet zorgvuldig verlopen.

2.11. Bij uitspraak van 6 december 2010 heeft de klachtencommissie de klachten van [A] gegrond verklaard. De klachtencommissie heeft onder meer het volgende overwogen:

[…]

Vast staat dat [A] in de avond van 29 september 2010 in reactie op hetgeen zich eerder in de avond tussen hem en medebewoner C. heeft voorgedaan, verdacht wordt van het plegen van een strafbaar feit. Voor dit feit heeft hij eerst in voorlopige hechtenis gezeten en is hij gedagvaard voor een zitting van de strafrechter in januari 2010. Dat is op zichzelf ernstig en wordt ook niet ontkend of gebagatelliseerd.

Aan het oordeel van de commissie is echter voorgelegd of er terechte voorwaarden zijn verbonden aan de eventuele terugkeer van [A] zoals deze zijn gesteld en of de RIBW later de definitieve beslissing heeft kunnen nemen dat [A] niet meer kan terugkeren naar TC Swaech zonder dat daarover goed overleg is gevoerd met de FPA te Alkmaar.

De commissie oordeelt, dat de RIBW ten onrechte zulke voorwaarden aan eventuele terugkeer heeft gesteld, gezien het feit dat:

- de RIBW zelf niet adequaat heeft begeleid (zie klacht B) en ook niet adequaat is opgetreden in de avond van 29 september 2010 tengevolge waarvan er naar het oordeel van de commissie een inspanningsverplichting aan de zijde van de RIBW is ontstaan om ook zelf een substantieel aandeel te leveren in een goede oplossing;

- tijdens de hoorzitting door het locatiehoofd weliswaar ook werd gezegd dat ook al reden van ontslag zou zijn geweest het zich niet begeleidbaar opstellen van klager; de precieze reden van ontslag is echter onhelder en nog niet op papier gezet en aan de benodigde begeleiding heeft

het eveneens ontbroken (zie eveneens onder B) waardoor het niet uitsluitend aan klager te wijten is dat hij niet goed begeleidbaar bleek;

- er kennelijk een andere sanctionering is toegepast voor C. dan voor [A] en het de commissie

daarbij niet duidelijk is geworden wat de reden hiervoor is;

- er een discrepantie blijkt te zijn tussen het mildere oordeel van de orthopedagoge enerzijds en het strikt uitvoeren van het Protocol grensoverschrijdend gedrag/ gedwongen ontslag door de

RIBW anderzijds;

- dat er medebewoners zijn die belangstelling betonen voor [A] en vragen wanneer hij weer terugkomt;

- de door de RIBW aangedragen alternatieve locatie niet past bij de hoge zorgindicatie van [A];

Immers bij de zorgindicatie voor deze categorie (ZZP 5) is het volgende vereist, zo staat op de site van RIBW ZWWF te lezen: “u heeft intensieve begeleiding nodig om een stabiel leven te kunnen leiden. Of om ervoor te zorgen dat uw leven weer stabiel wordt. Er is altijd een hulpverlener dichtbij, die u kan helpen.” Dit betekent dat er ook nachtdienst beschikbaar dient te zijn.

- [A] er blijk van heeft gegeven dat ondanks alles wat er is gebeurd voldoende gemotiveerd te zijn om zijn opleiding af te maken; in december zal hij zijn diploma ontvangen.

[…]

2.12. Voorts heeft de klachtencommissie RIBW een aantal aanbevelingen gedaan:

De commissie adviseert de instelling:

- de juiste voorwaarden te scheppen voor een behandelingstraject, opdat de kans van welslagen van het verblijf van cliënt op de locatie optimaal zal zijn. Derhalve dient er ook stringenter toegezien te worden op nakoming van afspraken door cliënt;

[…]

2.13. Ook na de uitspraak van 6 december 2010 van de klachtencommissie heeft RIBW [A] de toegang tot het trainingscentrum geweigerd.

2.14. Nadat [A] de toegang tot het trainingscentrum is ontzegd, heeft hij enige tijd bij zijn ouders gewoond. Door een conflict met zijn ouders, woont [A] thans ook niet meer thuis en leidt hij thans een zwervend bestaan.

3. Het geschil

3.1. [A] vordert, na wijziging van eis buiten processueel bezwaar, voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad:

gedaagde te gelasten [A] per direct dan wel op een door U te bepalen dag onvoorwaardelijk en voor onbepaalde tijd voor dag en nacht terug te laten keren op het trainingscentrum Swaegh aan de Paardenweide te Zwaag alsmede gedaagde te gelasten [A], op voornoemt trainingscentrum in overleg met hem, de begeleiding en behandeling te geven welke hij gezien de bij hem vastgestelde indicatie behoeft, zulks op straffe van een dwangsom van € 500,-- voor elk dag of een gedeelte daarvan dat gedaagde niet aan het vonnis voldoet, met veroordeling van gedaagde in de kosten van dit geding.

3.2. [A] legt primair aan zijn vordering ten grondslag dat sprake is van wanprestatie aan de zijde van RIBW. Subsidiair legt [A] aan zijn vordering ten grondslag dat sprake is van een onrechtmatige daad aan de zijde van RIBW.

3.3. RIBW voert verweer. Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.

4. De beoordeling

4.1. RIBW heeft ten verwere van de vordering van [A] - samengevat - het volgende aangevoerd. Volgens RIBW heeft zij na gedegen en zorgvuldig onderzoek moeten concluderen dat (terug)plaatsing van [A] op het trainingscentrum niet verantwoord is. Volgens RIBW heeft [A] zich vanaf het begin van zijn verblijf op het trainingscentrum aan elke vorm van begeleiding en/of samenwerking onttrokken. In september 2010 heeft zich vervolgens het incident voorgedaan, als gevolg waarvan RIBW heeft besloten [A] de toegang tot het trainingscentrum te ontzeggen en de zorg/begeleidingsovereenkomst met [A] per direct te beëindigen. Voorts heeft RIBW aangevoerd dat terugplaatsing van [A] op het trainingscentrum niet verantwoord is, nu het team van het trainingscentrum zich niet veilig voelt bij de aanwezigheid van [A] in het trainingscentrum en een eventuele terugkeer stuit op onbegrip bij de overige bewoners van het trainingscentrum. Bovendien is zeer recent een plek beschikbaar gekomen op de FPA te Heiloo, welke plek volgens RIBW zeer geschikt is voor [A]. RIBW betwist uitdrukkelijk dat zij het incident heeft laten gebeuren. Ondanks verzoeken en aandringen van RIBW tijdens het gesprek tussen [B] en [A] in de avond van 29 september 2010, waarbij [B] [A] heeft voorgesteld dat de volgende ochtend overleg zou plaatsvinden, heeft [A] besloten om toch het trainingscentrum te verlaten. Daarbij dient volgens RIBW in ogenschouw te worden gehouden dat het trainingscentrum een open setting heeft. De bewoners hebben hierin een eigen verantwoordelijkheid, aldus RIBW.

4.2. De voorzieningenrechter overweegt als volgt. De klachtencommissie heeft in zijn uitspraak van 6 december 2010 een duidelijk oordeel gegeven over de klacht van [A] dat RIBW ten onrechte de beslissing heeft genomen dat [A] niet meer kan terugkeren naar het trainingscentrum. De klachtencommissie heeft in zijn oordeel alle relevante omstandigheden betrokken, maar heeft hierin geen aanleiding gezien tot de verstrekkende maatregel die RIBW heeft genomen jegens [A], namelijk [A] de toegang te ontzeggen tot het trainingscentrum. Gesteld noch gebleken is dat sinds de beslissing van de klachtencommissie nieuwe feiten of omstandigheden zijn gerezen die een andersluidend oordeel rechtvaardigen, zodat de voorzieningenrechter geen aanleiding ziet om van het oordeel van de klachtencommissie af te wijken. De omstandigheid dat de FPA te Heiloo een mogelijk geschikte alternatieve woonplek voor [A] beschikbaar heeft, maakt dit niet anders. RIBW heeft nog aangevoerd dat zij zich niet kan vinden in de uitspraak van de klachtencommissie en zij heeft dit ook bij brief van 17 januari 2011 aan de klachtencommissie kenbaar gemaakt, echter vooralsnog is niet gebleken dat de klachtencommissie in voornoemde brief van RIBW aanleiding heeft gezien om haar uitspraak te heroverwegen. Bij gebrek aan een schriftelijke zorg/begeleidingsovereenkomst tussen partijen is onduidelijk gebleven hoe die overeenkomst en het verblijf van [A] op het trainingscentrum in juridische zin moet worden getypeerd. Die vraag kan echter in het midden blijven gelet op het feit dat het verwijderen door RIBW van [A] van het trainingscentrum, gezien het door RIBW onvoldoende weerlegde advies van de klachtencommissie, in ieder geval in strijd komt met de zorgplicht die RIBW jegens [A] in acht heeft te nemen.

4.3. Het voorgaande leidt tot de conclusie dat de voorzieningenrechter de vordering van [A] grotendeels zal toewijzen. Daarbij gaat de voorzieningenrechter ervan uit dat [A] zijn volledige medewerking zal verlenen aan het scheppen van de juiste voorwaarden voor een behandelingstraject en [A] zich ook zal houden aan de afspraken met RIBW. [A] dient zich er rekenschap van te geven dat als hij zich opnieuw niet aan de afspraken met RIBW houdt, de voorzieningenrechter desgevorderd wel eens tot een ander oordeel zou kunnen komen.

4.4. De gevorderde dwangsom zal niet worden gesteld op het onderdeel van de vordering inhoudende “op voornoemt trainingscentrum in overleg met hem, de begeleiding en behandeling te geven welke hij gezien de bij hem vastgestelde indicatie behoeft “. Dit omdat een dwangsom op dit onderdeel van het te geven gebod te snel tot executiegeschillen tussen partijen zou kunnen leiden. Voor zover de dwangsom wordt toegewezen zal die worden gemaximeerd als volgt.

4.5. RIBW zal als de in het ongelijk te stellen partij in de proceskosten worden veroordeeld. De kosten aan de zijde van [A] worden begroot op:

- dagvaarding € 90,81

- vast recht 71,00

- salaris advocaat 816,00

Totaal € 977,81

5. De beslissing

De voorzieningenrechter

5.1. gebiedt RIBW [A] binnen zeven dagen na betekening van dit vonnis onvoorwaardelijk en voor onbepaalde tijd voor dag en nacht terug te laten keren op het trainingscentrum Swaech aan de Paardenweide te Zwaag,

5.2. gebiedt RIBW [A] daarbij op voornoemd trainingscentrum, in overleg met hem, de begeleiding en behandeling te geven welke hij gezien de bij hem vastgestelde indicatie behoeft,

5.3. veroordeelt RIBW om aan [A] een dwangsom te betalen van € 500,- voor iedere dag dat zij niet aan de in 5.1 uitgesproken hoofdveroordeling voldoet, tot een maximum van € 10.000,- is bereikt,

5.4. veroordeelt RIBW in de proceskosten, aan de zijde van [A] tot op heden begroot op € 977,81,

5.5. verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad,

5.6. wijst het meer of anders gevorderde af.

Dit vonnis is gewezen door mr. A.J. van der Meer en in het openbaar uitgesproken in tegenwoordigheid van de griffier mr. V.J.M. Goldschmeding op 15 februari 2011.