Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBHAA:2011:BP6070

Instantie
Rechtbank Haarlem
Datum uitspraak
17-02-2011
Datum publicatie
28-02-2011
Zaaknummer
495566 AO VERZ 11-13
Rechtsgebieden
Civiel recht
Personen- en familierecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Ontbinding arbeidsovereenkomst. Na een reorganisatie komt de functie van werkneemster, die bijna 20 jaar bij werkgever in dienst is en vanaf 2007 deel uitmaakt van het MT, te vervallen. Werkgever heeft werkneemster een lagere functie aangeboden met behoud van arbeidsvoorwaarden. Werkneemster heeft het aanbod niet aanvaard. Werkgever verzoekt ontbinding van de arbeidsovereenkomst wegens verandering van omstandigheden onder toekenning van een neutrale kantonrechtersvergoeding conform het Sociaal Plan. Werkneemster vraagt, bij ontbinding van de arbeidsovereenkomst, toekenning van een vergoeding met de correctiefactor C=2.

De kantonrechter is van oordeel dat van werkgever bij de beslissing om werkneemster niet voor een van de nieuwe MT- functies in aanmerking te laten komen meer zorgvuldigheid had mogen worden verwacht. Het enkele persoonlijke oordeel dat de directeur heeft gevormd op basis van zijn ervaringen die hij met werkneemster heeft opgedaan, vormt zonder verificatie en onderbouwing onvoldoende rechtvaardiging voor deze beslissing. Door werkneemster niet in de gelegenheid te stellen om haar geschiktheid voor de nieuwe functie aan te tonen, maar haar in plaats daarvan een functie aan te bieden, waaraan zij tot dat moment leiding had gegeven, heeft werkgever jegens werkneemster verwijtbaar gehandeld. Ook is het werkgever aan te rekenen dat hij werkneemster geen inzicht heeft geboden in de functievereisten van de nieuwe functie, waarmee hij haar de mogelijkheid heeft ontnomen om haar positie te bepalen.

De arbeidsovereenkomst wordt ontbonden onder toekenning van de verzochte vergoedimg, waarbij rekening is gehouden met het feit dat werkneemster reeds vier maanden is vrijgesteld van werkzaamheden met behoud van salaris.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
AR-Updates.nl 2011-0175
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK HAARLEM

Sector kanton

Locatie Haarlem

zaak/rep.nr.: 495566 / AO VERZ 11-13

datum uitspraak: 17 februari 2011 (bij vervroeging)

BESCHIKKING ONTBINDING ARBEIDSOVEREENKOMST

inzake

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

D-REIZEN B.V.

te Hoofddorp, gemeente Haarlemmermeer

verzoekster

hierna te noemen D-Reizen

gemachtigde mr. L.Ph. Defaix

tegen

[verweerster]

te [woonplaats]

verweerster

hierna te noemen [verweerster]

gemachtigde mr. R.C. Sies

De procedure

Op 13 januari 2011 is ter griffie een verzoekschrift ontvangen van D-Reizen. [verweerster] heeft een verweerschrift ingediend. De mondelinge behandeling van de zaak heeft plaatsgevonden op 9 februari 2011. Op deze zitting hebben partijen hun standpunten nader toegelicht. De gemachtigden hebben pleitnotities overgelegd. De griffier heeft aantekeningen gemaakt van wat partijen verder naar voren hebben gebracht. Beide partijen hebben stukken in het geding gebracht.

De feiten

a) D-Reizen is een onderneming die zich bezighoudt met het aanbieden en verkopen van vakantiereizen, via winkels verspreid over heel Nederland (ongeveer 180), de website en het telefonisch contactcenter.

b) [verweerster], 47 jaar oud, is op 1 december 1991 bij D-Reizen in dienst getreden in de functie van Regiomanager. In 1996 is [verweerster] Projectleider geworden. In 1997 is [verweerster] aangesteld in de functie van Hoofd Verkoopgroep. Vanaf 2007 bekleedt zij de functie van Manager Verkoop (winkels) tegen een salaris van (laatstelijk) € 7.459,49 bruto per maand exclusief vakantiegeld (en overige emolumenten).

c) In de functie van Manager Verkoop maakt [verweerster] (met nog acht andere managers) deel uit van het MT van D-Reizen en rapporteert rechtstreeks aan de Algemeen Directeur, [XXX] (hierna: [XXX]).

d) Op 5 november 2009 heeft D-Reizen advies gevraagd aan de OR over haar besluit tot invoering van een nieuwe organisatiestructuur (“D-Reizen 2012”).

e) Op 4 december 2009 heeft de OR positief geadviseerd, waarna D-Reizen en de vakbonden op dezelfde dag overeenstemming hebben bereikt over het toepasselijke Sociaal Plan.

f) In het advies van 4 december 2009 heeft de OR ter zake van het MT van D-Reizen onder meer het volgende overwogen:

“We hebben getoetst of de verandering in structuur en de bijbehorende functies ook daadwerkelijk bijdragen tot het behalen van de gestelde doelen. Daarvoor hebben wij onder andere gesprekken gehad met alle leden van het Management Team. Mede uit die gesprekken is duidelijk geworden dat het nog niet mogelijk was om op dat moment tot eenduidige en onderling afgestemde plannen te komen. Daarom hebben wij afgesproken dat wij de plannen na het uitbrengen van dit advies ter advisering voorgelegd krijgen, zodat we ze op zichzelf en in hun samenhang kunnen beoordelen. Deze afspraak is vastgelegd in de ondernemingsovereenkomst.

[…]

Wij hebben met de directie een datum vastgelegd waarop het functiegebouw gereed moet zijn […] Ook deze afspraak is vastgelegd in de ondernemingsovereenkomst.”

g) In de Ondernemingsovereenkomst ex artikel 32 Wet op de Ondernemingsraden (WOR) is onder andere opgenomen dat de directie van D-Reizen en de OR overeenkomen dat:

5. De ondernemingsraad in staat zal worden gesteld om voor 1 januari 2010 advies uit te brengen overeenkomstig artikel 25 lid 1 van de WOR, over de transitieplannen waarin per managementgebied de overgang van de oude naar de nieuwe organisatie zal worden uitgewerkt […]

6. De Ondernemingsraad vóór 1 april 2010 door een instemmingaanvraag ingevolge artikel 27 van de WOR in staat zal worden gesteld zijn oordeel uit te spreken over een nieuw functiegebouw (inclusief functieprofielen) […].”

h) In artikel 2 sub a (Werkingssfeer) van het Sociaal Plan “D-reizen 2012” is onder meer het volgende vastgelegd:’

“Dit Sociaal Plan is van toepassing op alle boventallige werknemers, die een arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd met D-Reizen hebben en van wie de (rechts)positie gevolgen ondervindt als direct gevolg van D-reizen 2012.”

Artikel 2 sub b (Werkingsduur) luidt voor zover van belang als volgt:

“Het Sociaal Plan geldt vanaf 4 december 2009 en eindigt op 31 december 2010. Ingegane rechten van het Sociaal Plan blijven van kracht, ook nadat de werkingsduur van het Sociaal Plan is verstreken.”

Artikel 5 sub a (Vervallen van de arbeidsplaats), aanvang en derde gedachtestreepje bepaalt dat de arbeidsplaats onder meer in het volgende geval komt te vervallen:

“De inhoud van de functie wijzigt meer dan 50% in: inhoud, vestigingsplaats, competenties, opleidingsniveau en verantwoordelijkheid.”

Artikel 8 sub a (Berekening beëindigingsvergoeding) bepaalt dat de beëindigingsvergoeding bestaat “uit een bruto bedrag gebaseerd op het aantal gewogen dienstjaren bij werkgever, de leeftijd van de boventallige werknemer en het laatstverdiende maandsalaris”, waarbij het bedrag wordt berekend “aan de hand van de (oude) kantonrechtersformule met toepassing van correctiefactor 0,7”.

i) Eind 2009 heeft [XXX] een kerstkaart aan [verweerster] gestuurd met daarop onder meer de volgende tekst:

“Ook in 2009 heb jij getoond dat de grenzen van jouw potentieel nog lang niet zijn bereikt. Met name in visie, analytisch vermogen ‘groot denken’ en ‘slim samenwerken’ vind ik je enorm gegroeid. In combinatie met het feit dat je een cruciale teamplayer in het MT bent en heel veel energie en loyaliteit toont, maakt dat dat je zeer dankbaar ben voor alles in 2009 en graag nog jaren met je samenwerk.”

j) Begin oktober 2010 heeft D-Reizen besloten het MT in te krimpen tot drie functies onder de Algemeen Directeur, te weten die van Commercieel Manager, Manager Finance & ICT en Operations Manager.

k) Op 5 oktober 2010 heeft [XXX] aan [verweerster] medegedeeld dat haar functie van Manager Verkoop (winkels) per 1 november 2010 zou komen te vervallen en dat zij niet in aanmerking kwam voor de nieuwe functie van Operations Manager. [XXX] heeft [verweerster] de functie van Verkoopleider aangeboden met behoud van haar volledige arbeidsvoorwaardenpakket.

l) Op 8 oktober 2010 heeft [XXX] [verweerster] op haar verzoek vrijgesteld van werkzaamheden. Bij brief van dezelfde datum heeft [XXX] [verweerster] verzocht om haar reactie te geven op de voorgestelde functie van Verkoopleider.

m) Op 15 oktober 2010 heeft [verweerster] onder meer het volgende geantwoord:

“Ik heb in het gesprek […] direct aangegeven dat ik mijzelf geschikt acht voor de functie van Manager Operations. […] Alle door jou genoemde facetten van die functie bekleed ik in mijn huidige functie of heb ik in het verleden bekleed. Ik ben daar dus (zeer) goed mee bekend. Ik herhaal voor de goede orde nog maar eens dat ik daar ook in de toekomst graag mijn schouders onder blijf zetten. […] Ik heb gevraagd om het functiecompetentieprofiel voor Manager Operations, maar dat was volgens jou nog niet voorhanden. […]

Eerlijk gezegd kan ik op basis van voornoemde, summiere informatie, niet reageren op jouw aanbod. Ik vraag me af of de OR deze wijze van besluitvorming steunt. […] Zie ik het goed, dan is de door jou gekozen route geen formele reorganisatie maar verzoek je mij eigenlijk om een andere, niet uitwisselbare functie (van Verkoopleider) te gaan bekleden, zonder dat daar grondslag voor is. Ik kan daar niet in meegaan zonder dat voor mij duidelijk is waar ik sta en waarom ik mijn eigen functie zou moeten verlaten.”

n) Op 18 oktober 2010 heeft [XXX] de herstructurering van het MT mondeling aan de OR toegelicht.

o) Op 27 oktober 2010 heeft de OR mondeling positief advies aan D-Reizen uitgebracht met betrekking tot de herstructurering van het MT.

p) Op 29 oktober 2010 heeft [verweerster] onder meer het volgende aan [XXX] geschreven:

“Niet alleen heb je mij overvallen met de door jou bedachte herstructurering […] maar bovendien heb je daarvoor geen enkele steekhoudende onderbouwing gegeven, ook niet waarom ik niet in de functie van Manager Operations werkzaam zou kunnen zijn. […] Daarbij verbind je daar direct het voorstel aan om een demotie als Verkoopleider te accepteren. […]

Gezien de ontstane situatie ben ik onder protest bereid om over een vertrekregeling na te denken. […] Let wet: het sociaal plan noch een ‘neutrale kantonrechtersformule’ is […] een reëel referentiekader, nu D-Reizen in mijn optiek verwijtbaar handelt.”

q) Bij e-mailbericht van 1 november 2010 heeft [XXX] aan de medewerkers van D-Reizen de nieuwe structuur van het MT doorgegeven, waarbij hij onder meer het volgende heeft medegedeeld:

“Voor de nieuwe rol van Operations Manager wordt gezocht naar een geschikte kandidaat. Deze nieuwe rol betekent dat de functie van Manager Verkoop (winkels) vervalt. Met [verweerster] zal in goed overleg een passende oplossing worden gevonden.”

r) Op 2 november 2010 heeft [XXX] op de onder p) geciteerde brief onder meer het volgende geantwoord:

“Ik heb je laten weten dat ik op basis van de afgelopen zeven jaar waarin ik nauw met jou heb samengewerkt, een goed beeld heb van jouw competenties. Ik heb je verteld dat deze competenties onvoldoende aansluiten op hetgeen gevraagd wordt in de rol van Operations Manager. Ik heb je laten weten het, noch voor jou, noch voor de organisatie, fair te vinden om jou een kans te geven in de cruciale nieuwe functie, terwijl ik je hiervoor niet geschikt acht.”

s) Op 17 november 2010 heeft D-Reizen [verweerster] een vaststellingsovereenkomst aangeboden conform het Sociaal Plan “D-reizen 2012”, waarbij de arbeidsovereenkomst wordt beëindigd per 1 april 2011, tot welke datum [verweerster] is vrijgesteld van werkzaamheden, tegen betaling van een vergoeding van € 126.885,87 bruto.

t) Op 30 november 2010 heeft de gemachtigde van [verweerster] het voorstel van D-Reizen afgewezen en een tegenvoorstel gedaan.

u) Op 30 november 2010 heeft de OR het mondelinge positieve advies schriftelijk bevestigd, waarbij zij onder meer de kanttekening heeft gemaakt dat “dit adviestraject niet geheel verlopen is zoals zij dit graag ziet. Met name de informatievoorziening en de tijdigheid ervan kan verbeterd worden”. Voorts heeft de OR voorgesteld “verder te gaan met de uitwerking van de functieprofielen en het inschalen in het loongebouw voor de functies die geraakt worden door de herstructurering MT” en “deze zaken mee te nemen in de besproken inventarisatie van lopende zaken om te komen tot een afspraak op welke wijze deze verder behandeld worden”.

Het verzoek

D-Reizen verzoekt ontbinding van de arbeidsovereenkomst met [verweerster] wegens veranderingen in de omstandigheden. D-Reizen stelt –samengevat – het volgende.

De positie van D-Reizen als aanbieder van vakantiereizen is de laatste jaren ernstig onder druk komen te staan met name door het toenemend aantal reizen dat online wordt geboekt en door de opkomst van nieuwe vakantieaanbieders. D-Reizen is daardoor genoodzaakt geweest om haar organisatie te herstructureren teneinde effectiever te kunnen opereren en haar concurrentiepositie te behouden.

Begin 2010 is begonnen met de implementatie van het door de OR goedgekeurde herstructureringsplan. Het ging daarbij met name om herstructurering op operationeel niveau. Ten gevolge daarvan zijn 140 medewerkers afgevloeid.

Vervolgens is de structuur van het MT aan de orde gekomen. Ook ten aanzien van dit gedeelte van de herstructurering heeft de OR positief geadviseerd. Ten einde het MT effectiever in te richten heeft D-Reizen het aantal functies teruggebracht van 10 naar 4, inclusief de functie van Algemeen Directeur. Daarom is de functie van [verweerster] per 1 november 2010 komen te vervallen. Haar taken zijn (deels) ondergebracht in de nieuwe MT-functie van Operations Manager. Deze functie verschilt qua inhoud wezenlijk van de functie van Manager Verkoop (winkels) die [verweerster] bekleedde. Het pakket aan taken en verantwoordelijkheden is vele malen groter en zwaarder. Ook wordt van de Operations Manager een strategische bijdrage aan het “overall beleid” verwacht. Het werk- en denkniveau van de nieuwe functie is minimaal HBO+/WO, terwijl dit voor de functie van Manager Verkoop maximaal HBO is.

[verweerster] ontbeert op het gebied van analytisch vermogen, visie en resultaatgerichtheid de capaciteiten om deze nieuwe functie naar behoren te vervullen. Niet alleen draagt de Operations Manager eindverantwoordelijkheid voor de afdeling Verkoop, maar ook ten aanzien van de afdelingen Vastgoedbeheer, Klanten Contact Center en Klantenservice. [verweerster] hield zich als Manager Verkoop (winkels) weliswaar bezig met het zoeken van geschikte winkellocaties, maar droeg geen eindverantwoordelijkheid voor het aangaan van contracten. Dit behoort wel tot het takenpakket van de Operations Manager, die bovendien leiding en sturing moet geven aan de Manager Vastgoed, een bijdrage moet leveren aan de beleidsontwikkeling op het gebied van huur en/of verkoop van panden en de eindverantwoordelijkheid draagt voor de gehele vastgoedportefeuille. Hoewel [verweerster] in haar oude functie ook betrokken was bij de afdeling Klanten Contact Center, betrof dit slechts een deel van de operationele aansturing. Als Manager Operations zou zij ook de eindverantwoordelijkheid hebben voor de strategie en het beleid van het Klanten Contact Center in Breda met 120 medewerkers. Ten slotte is door de nieuwe organisatiestructuur de eindverantwoordelijkheid voor de afdeling Klanten Service veel zwaarder gaan wegen dan voorheen, toen het voornamelijk ging om de afhandeling van ingediende klachten. Met het toegenomen belang van het internet en de sociale media, komt de aandacht veel meer te liggen op het gebied van ‘webcare’, waarbij een visie moet worden ontwikkeld ten aanzien van het beheer en de integratie van alle kanalen waarlangs informatie met de klant wordt uitgewisseld.

Omdat D-Reizen [verweerster] graag voor haar organisatie wilde behouden, is zij tijdig begonnen met het zoeken naar een passende, alternatieve functie voor [verweerster]. Zij heeft haar de functie van Verkoopleider met behoud van haar volledige arbeidsvoorwaarden-pakket aangeboden. Deze functie is, gelet op de kennis, opleiding, ervaring en de capaciteiten van [verweerster], als passende functie te kwalificeren. [verweerster] heeft echter geen gebruik willen maken van dit aanbod.

Omdat een andere passende functie niet beschikbaar is en [verweerster] niet akkoord is gegaan met het beëindigingsvoorstel op grond van het Sociaal Plan, kan van D-Reizen niet worden gevergd de arbeidsovereenkomst met [verweerster] te laten voortduren. Deze dient dus wegens een verandering van de omstandigheden op zo kort mogelijke termijn te worden ontbonden.

D-Reizen is bereid om aan [verweerster] als ontbindingsvergoeding het reeds door haar aangeboden bedrag van € 126.885,87 bruto te voldoen. Dit leidt, mede gelet op het feit dat [verweerster] al vanaf 8 oktober 2010 met behoud van salaris is vrijgesteld van werkzaamheden, niet tot een evident onbillijke uitkomst voor [verweerster], aldus D-Reizen.

Het verweer

[verweerster] heeft zich, na aanvankelijk tot afwijzing van het verzoek te hebben geconcludeerd, op het standpunt gesteld dat zij door de gang van zaken inmiddels zo is beschadigd, dat zij geen mogelijkheid meer ziet om de arbeidsovereenkomst met D-Reizen op een vruchtbare wijze voort te zetten.

Zij verzoekt, bij ontbinding van de arbeidsovereenkomst, om toekenning van een vergoeding van € 265.856,00 bruto en veroordeling van D-Reizen tot betaling van € 15.000,00 ter zake van kosten gemachtigde. [verweerster] voert daartoe het volgende aan.

[verweerster] heeft bij D-Reizen een succesvolle carrière doorlopen. In de functies die zij achtereenvolgens bij D-Reizen heeft bekleed, zijn haar verantwoordelijkheden steeds verder uitgebreid. In de functie van Manager Verkoop (winkels) was [verweerster] ten slotte eindverantwoordelijk voor alle districten in Nederland met totaal 175 winkels en maakte zij deel uit van het MT. In 2007 heeft [XXX] tegen [verweerster] gezegd dat hij een toekomstige managementstructuur van drie hoofdgebieden voor ogen had, waarin [verweerster] de rol van Operations Manager zou gaan vervullen. De ongefundeerde beslissing van [XXX] om [verweerster] deze functie niet te gunnen, kwam dan ook als een donderslag bij heldere hemel voor [verweerster].

De functie van Operations Manager wijkt slechts in naam af van de functie van Manager Verkoop. Dat blijkt reeds uit het feit dat de functie van [verweerster] ook in het verleden al eens als “Operations Manager” is aangeduid. [verweerster] had als Manager Verkoop (winkels) al veel te maken met de afdelingen Klant Contact Center, Klantenservice en Vastgoed. Door de toevoeging van de eindverantwoordelijkheid voor deze gebieden aan de nieuwe functie van Operations Manager wordt de functie weliswaar verzwaard, maar het leidinggeven wordt er juist door vergemakkelijkt. Daar komt bij dat [verweerster] de afdeling Klantenservice in het verleden al eens onder zich heeft gehad, dat zij vanaf 1997 tot heden eindverantwoordelijk is geweest voor het Callcenter en dat zij zich vanaf 1991 heeft moeten bezig houden met het zoeken en beoordelen van potentiële winkellocaties, waarbij zij nauw samenwerkte met de afdeling Vastgoed. Bovendien zou [verweerster] als Operations Manager slechts 3 ondergeschikten erbij krijgen, terwijl zij als Manager Verkoop (winkels) al aan 5 Verkoopleiders en 2 junior Verkoopleiders leiding gaf. Ten slotte gaat D-Reizen eraan voorbij dat [verweerster] als Manager Verkoop (winkels) ook al deel uitmaakte van het MT en daarmee mede verantwoordelijk was voor de advisering en ondersteuning van de Algemeen Directeur. Er is dus geen sprake van een wijziging van (meer dan) 50% van haar oude functie.

De functie van Verkoopleider daarentegen heeft een veel beperkter takenpakket. Aanstelling in die functie betekent dus feitelijk een demotie, die [verweerster] niet behoeft te accepteren. Bovendien was er op het moment dat [XXX] [verweerster] mededeelde dat zij niet voor de functie van Operations Manager kwalificeerde, geen functieprofiel van die functie voorhanden. [verweerster] heeft diverse malen om informatie over de nieuwe functie gevraagd om haar positie te kunnen bepalen, maar heeft deze nimmer ontvangen. Omdat het functieprofiel ontbrak, was een vergelijking van beide functies niet mogelijk. De conclusie van [XXX] dat functies van Manager Verkoop (winkels) en Operations Manager niet uitwisselbaar zijn, is dus nergens op gebaseerd. Bovendien is de gang van zaken in strijd met het advies van de OR, die op 30 november 2010 adviseerde “verder te gaan met de uitwerking van de functieprofielen”.

[verweerster] acht zichzelf wel geschikt voor de functie van Operations Manager. Indien [XXX] daar toch nog aan twijfelde, had D-Reizen met [verweerster] een proeftijd overeen kunnen komen, zoals D-Reizen met de twee andere leden van het MT heeft gedaan. Door [verweerster] echter zonder grond en voordat de functieprofielen gereed waren, de kans te ontnemen om de functie van Operations Manager te gaan bekleden, heeft D-Reizen de grenzen van het toelaatbare overschreden. Zij heeft bovendien gehandeld in strijd met het Ontslagbesluit en de Beleidsregels Ontslagtaak UWV, door de functie van Operations Manager, die qua inhoud, vereiste kennis, vaardigheden en competenties vergelijkbaar is met de functie van Manager Verkoop (winkels), niet bij de toepassing van het afspiegelingsbeginsel te betrekken. Indien D-Reizen dat wel had gedaan, zou [verweerster] niet boventallig zijn geworden. Ook heeft D-Reizen zich niet ingespannen om voor [verweerster] een passende, alternatieve functie te zoeken; zij heeft zelfs nagelaten om binnen het concern van Dirk van den Broek, waarvan D-Reizen deel uitmaakt, te zoeken. Voor de herstructurering van het MT heeft D-Reizen daarenboven niet (tijdig) een schriftelijke adviesaanvraag bij de OR ingediend. Zij heeft de OR pas mondeling geïnformeerd, nadat zij haar besluit al aan [verweerster] (en de andere MT-leden) had medegedeeld, en deze daarmee voor een voldongen feit gesteld. D-Reizen heeft daarmee gehandeld in strijd met artikel 25 van de WOR.

Door het ernstig verwijtbare handelen van D-Reizen is [verweerster] in de huidige situatie terecht gekomen. Mede in aanmerking genomen de ingrijpende gevolgen die het verlies van haar dienstverband voor haar heeft - zij heeft gezien haar leeftijd en hoge inkomensniveau een slechte arbeidsmarktpositie, zij heeft twee schoolgaande kinderen en is op dit moment de enige kostwinner van het gezin - is er aanleiding voor de verzochte vergoeding waarbij de correctiefactor C = 2 is toegepast.

Daar komt bij dat het Sociaal Plan niet op [verweerster] van toepassing is, nu niet alleen de werkingsduur daarvan is afgelopen per 31 december 2010, maar ook de periode waarin de herstructurering zijn beslag moest krijgen reeds lang is verstreken. Bovendien vormt de herstructurering van het MT geen onderdeel van de reorganisatie “D-reizen 2012” waar het Sociaal Plan op ziet.

De door [verweerster] gemaakte kosten van rechtsbijstand dienen voor rekening van D-Reizen te komen, nu het aan D-Reizen is te wijten dat [verweerster] lange tijd in onzekerheid heeft verkeerd over haar positie, hetgeen langdurige en moeizame onderhandelingen tot gevolg heeft gehad.

De beoordeling

Ontbinding van de arbeidsovereenkomst

De kantonrechter stelt vast dat het verzoek geen verband houdt met een opzegverbod.

Nu beide partijen het er inmiddels over eens zijn dat de tussen hen bestaande arbeidsovereenkomst bij gebreke van vruchtbare basis voor de voortzetting daarvan dient te eindigen, is er sprake van een voldoende gewichtige reden om de arbeidsovereenkomst op korte termijn te ontbinden, zodat het verzoek in zoverre toewijsbaar is. De kantonrechter zal de arbeidsovereenkomst ontbinden per 1 maart 2011.

Vergoeding

Vooropgesteld wordt dat het tot de beleidsvrijheid van de werkgever behoort om zijn onderneming te organiseren op een wijze die hem goeddunkt. Daarbij dient hij op zorgvuldige wijze om te gaan met de belangen van zijn werknemers. Indien komt vast te staan dat de werkgever zich niet deugdelijk van deze op hem rustende verplichting heeft gekweten, dient dit tot uitdrukking te worden gebracht in (de hoogte van) een ontbindingsvergoeding.

[verweerster] betwist niet de noodzaak van de herstructurering van het MT, maar verzet zich tegen de onduidelijke gang van zaken rondom de totstandkoming van de nieuwe functie van Operations Manager en de onzorgvuldige wijze waarop D-Reizen heeft besloten haar niet voor die functie in aanmerking te laten komen.

Hoewel D-Reizen naar het oordeel van de kantonrechter voldoende aannemelijk heeft gemaakt dat de nieuwe functie van Operations Manager op een aantal cruciale punten die van Manager Verkoop (winkels) in omvang en gewicht overtreft, had het op de weg van D-Reizen gelegen om, alvorens te beslissen dat [verweerster] niet voor de functie van Operations Manager in aanmerking kwam, onderzoek te laten doen naar juist die specifieke punten waarop [verweerster] volgens D-Reizen te kort schoot, in plaats van haar op basis van het oordeel van één persoon bij voorbaat te diskwalificeren. Het mag dan zo zijn dat [XXX] in de voorbije jaren voldoende inzicht heeft gekregen in de kwaliteiten van [verweerster] in de uitoefening van haar functie van Manager Verkoop (winkels), dat sluit de mogelijkheid niet uit dat [verweerster] wellicht ook over andere capaciteiten beschikt, die zij niet of onvoldoende behoefde aan te spreken bij het uitoefenen van die functie. Ook al zou uit het onderzoek blijken dat [verweerster] inderdaad niet voldoet aan de vereisten van de functie van Operations Manager, dan is dat in ieder geval nu nog niet komen vast te staan. Van D-Reizen had bij de beslissing om [verweerster] niet voor de functie van Operations Manager in aanmerking te laten komen meer zorgvuldigheid mogen worden verwacht, te meer nu als onbetwist is komen vast te staan dat [verweerster] bij D-Reizen een succesvolle loopbaan van bijna 20 jaar heeft afgelegd. Het enkele persoonlijke oordeel dat [XXX] over [verweerster] heeft gevormd op basis van zijn ervaringen die hij met haar in de afgelopen jaren heeft opgedaan, vormt zonder verificatie en onderbouwing onvoldoende rechtvaardiging voor deze beslissing. Daarbij is van belang dat de tekst van de eindejaarsgroet die [XXX] in 2009 aan [verweerster] stuurde, geen twijfel laat bestaan over zijn oordeel destijds over haar functioneren. Dat [XXX] deze kaart nu afdoet als niet meer dan een ‘hart onder de riem’ maakt dit niet anders. Door [verweerster] niet in de gelegenheid te stellen om haar geschiktheid voor de functie van Operations Manager aan te tonen, maar haar in plaats daarvan een functie aan te bieden, waaraan zij tot dat moment leiding had gegeven, heeft D-Reizen naar het oordeel van de kantonrechter jegens [verweerster] verwijtbaar gehandeld. Ook is het D-Reizen aan te rekenen dat zij [verweerster] geen inzicht heeft geboden in de functievereisten van de functie van Operations Manager, waarmee zij haar de mogelijkheid heeft ontnomen om haar positie te bepalen.

Het voorgaande leidt tot de slotsom dat de inmiddels ingetreden verandering van de omstandigheden aan D-Reizen is te wijten, reden waarom [verweerster] een billijke vergoeding toekomt.

Daarbij is niet alleen bepalend dat D-Reizen heeft nagelaten de capaciteiten van [verweerster] objectief te laten onderzoeken of haar een proeftijd te gunnen gedurende welke kan blijken of zij over de vereiste capaciteiten beschikt, maar slechts op het persoonlijke oordeel van [XXX] is afgegaan. Ook de wijze waarop D-Reizen [verweerster] in het ongewisse heeft gelaten over zowel de inhoud van de functie van Operations Manager als de onderbouwing van haar oordeel dat [verweerster] niet over de daartoe vereiste kwalificaties beschikte is redengevend. Daargelaten het antwoord op de vraag of het Sociaal Plan op [verweerster] van toepassing is, kan de door D-Reizen aangeboden vergoeding conform dat Sociaal Plan, gezien het voorgaande, niet als billijke vergoeding dienen.

Mede gelet op de omstandigheid dat [verweerster], gezien haar leeftijd en het (salaris)niveau waarop zij bij D-Reizen werkzaam was, geen gunstige positie op de arbeidsmarkt inneemt, acht de kantonrechter een vergoeding conform de kantonrechters-formule met correctiefactor C=2, zoals door [verweerster] verzocht, billijk met dien verstande dat rekening zal worden gehouden met het feit dat [verweerster] thans reeds vier maanden is vrijgesteld van werkzaamheden met behoud van salaris.

Toegewezen wordt derhalve een bedrag van € 233.632,00 bruto.

Nu D-Reizen een lagere vergoeding heeft aangeboden, zal zij in de gelegenheid worden gesteld haar verzoek in te trekken.

Wat partijen verder nog naar voren hebben gebracht behoeft geen bespreking, omdat dat niet tot een andere beslissing leidt.

Gelet op de aard van de procedure draagt iedere partij de eigen kosten.

Voor veroordeling van D-Reizen in de kosten van juridische bijstand aan de zijde van [verweerster], ziet de kantonrechter geen aanleiding, nu deze procedure zich niet leent voor een beoordeling van de kosten van rechtsbijstand, in welk verband de kantonrechter verwijst naar Aanbeveling 3.8 van de Aanbevelingen van de kring van kantonrechters.

De beslissing

De kantonrechter:

- stelt partijen ervan in kennis van plan te zijn de arbeidsovereenkomst te ontbinden met ingang van 1 maart 2011 en aan [verweerster] ten laste van D-Reizen een vergoeding toe te kennen zoals hierna is vermeld;

- bepaalt dat D-Reizen de gelegenheid heeft het verzoek in te trekken door middel van een uiterlijk op 28 februari 2011 te 15.00 uur ter griffie ontvangen schriftelijke mededeling met gelijktijdige toezending van een afschrift daarvan aan [verweerster];

voor het geval D-Reizen het verzoek niet intrekt wordt nu vast als volgt beslist:

- ontbindt de arbeidsovereenkomst met ingang van 1 maart 2011;

- kent aan [verweerster] ten laste van D-Reizen een vergoeding toe van € 233.632,00 bruto, ineens te voldoen, als aanvulling op een uitkering op grond van een sociale verzekeringswet of een lager inkomen uit arbeid;

- veroordeelt D-Reizen tot betaling van die vergoeding;

- verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad;

- bepaalt dat iedere partij de eigen kosten draagt;

- wijst af wat meer of anders is verzocht;

voor het geval D-Reizen het verzoek wel intrekt:

- bepaalt dat iedere partij de eigen kosten draagt.

Deze beschikking is gegeven door mr. C.E. van Oosten-van Smaalen en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van bovengenoemde datum in aanwezigheid van de griffier.