Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBHAA:2011:BP5659

Instantie
Rechtbank Haarlem
Datum uitspraak
03-02-2011
Datum publicatie
24-02-2011
Zaaknummer
15/801913-09 (strafzaak)
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

promiss vonnis, mensensmokkel, geldigheid dagvaarding, ontvankelijkheid openbaar ministerie, alternatief scenario, medeplegen, beroep of gewoonte, ovar, vrijwillige terugtred, strafvermindering wegens verzuim

De meervoudige strafkamer van de rechtbank Haarlem veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 30 maanden voor - kort gezegd - de voorbereiding van mensensmokkel, terwijl hij van dit feit een gewoonte heeft gemaakt.

Dagvaarding voldoet aan de eisen van artikel 261 Sv nu voor de geldigheid niet vereist is dat het ten laste gelegde feit strafbaar is. Voorts komt aan het bestanddeel 'beroep of gewoonte' voldoende feitelijke betekenis toe.

Het openbaar ministerie is voorts ontvankelijk in zijn vervolging, nu Nederland mede als pleegplaats kan worden aangemerkt, zodat aan Nederland rechtsmacht toekomt.

Anders dan de raadsman is de rechtbank van oordeel dat verdachte strafbaar is, nu er geen sprake is van een vrijwillige terugtred. Niet aannemelijk is geworden dat de vluchten naar Barcelona en madrid al waren geannuleerd toen verdachte en zijn medereizigers op 22 december 2009 op de luchthaven Schiphol aankwamen.

De raadsman heeft een beroep gedaan op strafvermindering, nu het OM eerst op 9 juni 2010 de voor verdachte ontlastende verklaringen van de reizigers aan de verdediging en de rechtbank heeft verstrekt, terwijl deze al geruime tijd beschikbaar waren. De rechtbank overweegt dat het OM weliswaar in de tussenliggende periode een samenvatting van de verklaringen verstrekt, maar naar het oordeel van de rechtbank had het OM de betreffende processen-verbaal in een eerder stadium aan de verdediging beschikbaar dienen te stellen. De verdediging is echter - mede gelet op de inhoud van de vekrlaringen - niet in haar belangen geschaad, zodat de rechtbank zal volstaan met een constatering van het verzuim.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK HAARLEM

Sector Strafrecht

Locatie Schiphol

Meervoudige strafkamer

Parketnummer: 15/801913-09

Uitspraakdatum: 3 februari 2011

Tegenspraak

Strafvonnis

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de openbare terechtzitting van 20 januari 2011 in de zaak tegen:

[verdachte],

geboren op [geboortedatum] te [geboorteplaats],

zonder bekende woon- of verblijfplaats hier te lande.

1. Tenlastelegging

Na nadere omschrijving van de tenlastelegging, is aan verdachte ten laste gelegd:

Feit 1:

hij op of omstreeks 22 december 2009 te Schiphol, gemeente Haarlemmermeer, in elk geval in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen,

ter voorbereiding van het misdrijf om tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, een of meer ander(en), te weten

- een persoon zich noemende [persoon 1] en/of

- een persoon zich noemende [persoon 2] en/of

- een persoon zich noemende [persoon 3] en/of

- een persoon zich noemende [persoon 4] en/of

- een persoon zich noemende [persoon 5] en/of

- een persoon zich noemende [persoon 6] en/of

- een persoon zich noemende [persoon 7] en/of

- een persoon zich noemende [persoon 8] en/of

uit winstbejag behulpzaam te zijn bij het zich verschaffen van verblijf in Spanje, in elk geval in Nederland, een andere lidstaat van de Europese Unie, IJsland, Noorwegen, in elk geval in een staat die is toegetreden tot het op 15 november 2000 te New York totstandgekomen Protocol tegen de smokkel van migranten over land, over de zee en in de lucht, tot aanvulling van het op 15 november 2000 te New York totstandgekomen Verdrag tegen transnationale georganiseerde misdaad, of hen/hem daartoe gelegenheid, middelen of inlichtingen te verschaffen,

terwijl verdachte en/of zijn mededader(s) wist(en) of ernstige redenen had te vermoeden dat dat verblijf wederrechtelijk was, hetgeen een misdrijf is als strafbaar gesteld in artikel 197a van het Wetboek van Strafrecht,

terwijl de verdachte en/of een of meer van zijn mededader(s) daarvan een beroep of gewoonte heeft/hebben gemaakt,

opzettelijk voorwerpen en/of stoffen en/of informatiedragers en/of ruimten en/of vervoersmiddelen, bestemd tot het begaan van dat misdrijf verworven en/of vervaardigd en/of ingevoerd en/of doorgevoerd en/of uitgevoerd en/of voorhanden gehad, te weten

- een (spaanstalig) reserveringsoverzicht van de de vliegreizen Londen - Amsterdam en Amsterdam - Barcelona (KL 1665 v 23 dec) en/of Amsterdam - Madrid (IB 3251 d.d. 23 dec) met daarop de namen van voornoemde [persoon 7] en/of [persoon 2] en/of [persoon 6] en/of [persoon 8] en/of [persoon 3] en/of [persoon 4] en/of [persoon 1] en/of

- een reisbeschrijving en/of betalingsbewijs d.d. 14 december 2009 van de E-ticket ten name van [persoon 2] voor de (vlieg)reis Iguassu Falls - Sao Paulo - London - Amsterdam (22 december) - Barcelona (23 december) en/of

- een reisbeschrijving en/of betalingsbewijs d.d. 14 december 2009 van de E-ticket ten name van [persoon 7] voor de (vlieg)reis Iguassu Falls - Sao Paulo - London - Amsterdam (22 december) - Barcelona (23 december) en/of

- een reisbeschrijving en/of betalingsbewijs d.d. 18 december 2009 van de E-ticket ten name van [persoon 6] voor de (vlieg)reis Iguassu Falls - Sao Paulo - London - Amsterdam (22 december) - Barcelona (23 december) en/of

- een reisbeschrijving en/of betalingsbewijs d.d. 18 december 2009 van de E-ticket ten name van [persoon 4] voor de (vlieg)reis Iguassu Falls - Sao Paulo - London - Amsterdam (22 december) - Barcelona (23 december) en/of

- een reisbeschrijving en/of betalingsbewijs d.d. 14 december 2009 van de E-ticket ten name van [persoon 8] voor de (vlieg)reis Iguassu Falls - Sao Paulo - London - Amsterdam (22 december) - Madrid (23 december) en/of

- een reisbeschrijving en/of betalingsbewijs d.d. 14 december 2009 van de E-ticket ten name van [persoon 5] voor de (vlieg)reis Iguassu Falls - Sao Paulo - London - Amsterdam (22 december) - Madrid (23 december) en/of

- een reisbeschrijving en/of betalingsbewijs d.d. 14 december 2009 van de E-ticket ten name van [persoon 6] voor de (vlieg)reis Iguassu Falls - Sao Paulo - London - Amsterdam (22 december) - Madrid (23 december) en/of

- een reisbeschrijving en/of betalingsbewijs d.d. 14 december 2009 van de E-ticket ten name van [persoon 1] voor de (vlieg)reis Iguassu Falls - Sao Paulo - London - Amsterdam (22 december) - Madrid (23 december);

Feit 2:

hij op of omstreeks 22 december 2009, te Schiphol, gemeente Haarlemmermeer, althans in Nederland, een voorwerp, te weten een geldbedrag van (ongeveer) 3.230 euro en/of 300 US dollar, althans enig goed, heeft verworven, voorhanden heeft gehad, heeft overgedragen en/of omgezet, althans van een voorwerp, te weten voornoemd geldbedrag, gebruik heeft gemaakt, terwijl hij wist dat bovenomschreven voorwerp - onmiddellijk of middellijk - afkomstig was uit enig misdrijf.

2. Voorvragen

2.1. De geldigheid van de dagvaarding

De raadsman van verdachte heeft zich op het standpunt gesteld dat de dagvaarding nietig is. Volgens de raadsman is het onder 1 ten laste gelegde feit innerlijk tegenstrijdig, omdat er zowel het medeplegen van de voorbereiding van mensensmokkel als de voorbereiding van mensensmokkel gepleegd door alleen verdachte ten laste is gelegd, terwijl dit laatste geen strafbaar feit oplevert.

De raadsman heeft voorts gesteld dat een feitelijke omschrijving van het bestanddeel ‘beroep of gewoonte’ in de tenlastelegging ontbreekt.

De rechtbank verwerpt dit verweer en overweegt daartoe het volgende.

Naar het oordeel van de rechtbank voldoet de dagvaarding aan de eisen van artikel 261 van het Wetboek van Strafvordering. Anders dan de raadsman heeft gesteld, is voor de geldigheid van de dagvaarding niet vereist dat het ten laste gelegde feit strafbaar is.

De rechtbank is voorts van oordeel dat aan het bestanddeel ‘beroep of gewoonte’ voldoende feitelijke betekenis toekomt.

2.2. De bevoegdheid van de rechtbank

De rechtbank heeft vastgesteld dat zijzelf bevoegd is tot kennisneming van de zaak.

2.3. De ontvankelijkheid van het Openbaar Ministerie

De raadsman van verdachte heeft bepleit dat het Openbaar Ministerie niet-ontvankelijk is in zijn vervolging, omdat Nederland met betrekking tot het onder 1. ten laste gelegde feit geen rechtsmacht heeft omdat de pleegplaats buiten Nederland ligt.

De rechtbank deelt dit standpunt niet. Als voorbereidingshandeling is – kort gezegd – ten laste gelegd dat verdachte op de luchthaven Schiphol een reserveringsoverzicht met daar op de namen van de in de tenlastelegging genoemde personen en reisbeschrijvingen en/of betalingsbewijzen voor de vliegreizen naar Barcelona en Madrid voorhanden heeft gehad. Nederland kan dus (mede) als pleegplaats van het ten laste gelegde feit worden aangemerkt, hetgeen meebrengt dat aan Nederland rechtsmacht toekomt. Het Openbaar Ministerie is derhalve ontvankelijk in zijn vervolging.

2.4 Redenen voor schorsing van de vervolging

Er zijn geen redenen zijn voor schorsing van de vervolging.

3. Vordering van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gerekwireerd tot bewezenverklaring van de onder 1 en 2 ten laste gelegde feiten en gevorderd dat verdachte ter zake daarvan zal worden veroordeeld tot een gevangenisstraf van zesendertig (36) maanden, met aftrek van de tijd die door verdachte in verzekering en voorlopige hechtenis is doorgebracht. De officier van justitie heeft voorts gevorderd dat de onder verdachte in beslag genomen voorwerpen worden verbeurdverklaard.

4. Bewijs

4.1. Vrijspraak feit 2

Naar het oordeel van de rechtbank is niet wettig en overtuigend bewezen dat de geldbedragen van € 3.230,- en/of 300 US dollar, die verdachte ten tijde van zijn aanhouding bij zich had, van een misdrijf afkomstig zijn. Verdachte moet dan ook van het onder 2 ten laste gelegde feit worden vrijgesproken.

4.2. Redengevende feiten en omstandigheden ten aanzien van feit 1

De rechtbank komt tot bewezenverklaring van het ten laste gelegde feit op grond van de navolgende bewijsmiddelen:

Op 22 december 2009 ontving het Landelijk Internationaal Rechtshulp Centrum (LIRC) schriftelijk informatie van de Braziliaanse opsporingsautoriteiten dat uit onderzoek was gebleken dat een organisatie mensen zou smokkelen naar Europa. De organisatie gebruikte daarbij Braziliaanse luchthavens als uitgaanspoort. Op 21 december 2009 was een verdachte groep mensen uit Paraguay vertrokken naar Nederland. De aankomst in Nederland was voorzien op 22 december 2009 om 18:20 uur met vlucht BD 111 vanuit Londen Heathrow. De terugreis stond geboekt op 27 december 2009 via Parijs naar Paraguay. [verdachte] (verdachte) was geïdentificeerd als gids van de groep. De Paraguayaanse passagiers hadden de tickets kort voor de reis aangekocht, hadden weinig bagage bij zich, zijn eenvoudige mensen zonder of met weinig opleiding en de meesten waren in het bezit van een recent afgegeven paspoort.

Door personeel van het Sluisteam werd contact opgenomen met de Immigration Liaison Officer (ILO) van Groot-Brittannië, werkzaam op de luchthaven Schiphol.

Uit vluchtinformatie die door de ILO over de groep werd verstrekt, kwam naar voren dat de groep – in tegenstelling met de oorspronkelijk aangeschafte tickets – was verdeeld in personen die vliegtickets bezaten om naar Barcelona en Madrid te gaan.

Op 22 december 2009, omstreeks 18:40 uur, arriveerde vanuit Londen Heathrow verdachte met de hiervoor vermelde groep op de luchthaven te Schiphol, gemeente Haarlemmermeer. Alle betrokken personen werden onderkend.

Bij verdachte werden aangetroffen een reisschema voor de reis en reisschema’s van TAM Airlines op naam van de personen die tot het reisgezelschap behoorden.

Deze voorwerpen betroffen:

• een Spaanstalig reserveringsoverzicht van de vliegreizen Londen - Amsterdam en Amsterdam - Barcelona (KL 1665 v 23 dec) en Amsterdam - Madrid (IB 3251 d.d. 23 dec), met daarop de namen [persoon 7], [persoon 2], [persoon 6], [persoon 8], [persoon 3], [persoon 4] en [persoon 1];

• een reisbeschrijving en betalingsbewijs d.d. 14 december 2009 van het e-ticket ten name van [persoon 2] voor de vliegreis Iguassu Falls - Sao Paulo - London - Amsterdam (22 december) - Barcelona (23 december);

• een reisbeschrijving en betalingsbewijs d.d. 14 december 2009 van het e-ticket ten name van [persoon 7] voor de vliegreis Iguassu Falls - Sao Paulo - London - Amsterdam (22 december) - Barcelona (23 december);

• een reisbeschrijving en betalingsbewijs d.d. 18 december 2009 van het e-ticket ten name van [persoon 6] voor de vliegreis Iguassu Falls - Sao Paulo - London - Amsterdam (22 december) - Barcelona (23 december);

• een reisbeschrijving en betalingsbewijs d.d. 18 december 2009 van het e-ticket ten name van [persoon 4] voor de vliegreis Iguassu Falls - Sao Paulo - London - Amsterdam (22 december) - Barcelona (23 december);

• een reisbeschrijving en betalingsbewijs d.d. 14 december 2009 van het e-ticket ten name van [persoon 8] voor de vliegreis Iguassu Falls - Sao Paulo - London - Amsterdam (22 december) - Madrid (23 december);

• een reisbeschrijving en betalingsbewijs d.d. 14 december 2009 van het e-ticket ten name van [persoon 5] voor de vliegreis Iguassu Falls - Sao Paulo - London - Amsterdam (22 december) - Madrid (23 december);

• een reisbeschrijving en betalingsbewijs d.d. 14 december 2009 van het e-ticket ten name van [persoon 6] voor de vliegreis Iguassu Falls - Sao Paulo - London - Amsterdam (22 december) - Madrid (23 december);

• een reisbeschrijving en betalingsbewijs d.d. 14 december 2009 van het e-ticket ten name van [naam] voor de vliegreis Iguassu Falls - Sao Paulo - London - Amsterdam (22 december) - Madrid (23 december).

Voornoemde personen zijn door de Koninklijke Marechaussee als getuigen gehoord.

[persoon 1] heeft verklaard dat zij naar Madrid zou gaan om te werken. Zij heeft het ticket voor € 1.000,- bij [naam reisbureau] Toeristische Reizen gekocht. Voorafgaand aan de reis heeft er een bijeenkomst plaatsgevonden, waar verdachte en de eigenaar van het reisbureau, genaamd [naam], informatie gaven over de reis. Er is besproken hoe de reizigers zich als toeristen moesten gedragen, dat zij een camera en een rozenkrans moesten kopen en hetzelfde T-shirt moesten dragen. Als er vragen werden gesteld, moest er gezegd worden dat ze een groep toeristen waren van de kerk. Men mocht niet weten dat ze naar Spanje zouden gaan. In Brazilië moest [persoon 1] € 80,- aan verdachte betalen.

[persoon 2] heeft de reis ook geboekt bij reisbureau [naam reisbureau]. De reis kostte 2500 dollar en er is ook € 80,- aan de gids (verdachte) betaald. [persoon 2] wilde naar Barcelona gaan. Haar ouders wonen in Barcelona en zij was niet van plan terug te keren. [naam gids], de gids zou haar bij haar ouders brengen. Bij de bijeenkomst voorafgaand aan de reis hebben [naam] en verdachte instructies gegeven.

[persoon 2] heeft verder verklaard dat het een religieus gezelschap betrof en in Foz iedereen hetzelfde T-shirt moest aantrekken.

[persoon 3] was van plan in Spanje te gaan werken. Zij had het ticket voor de reis bij reisbureau [naam reisbureau] geboekt, tegen betaling van 11 miljoen Guarani. [persoon 3] had het ticket bij reisbureau [naam reisbureau] gekocht, omdat een buurvrouw van haar vele jaren geleden via dit reisbureau in Spanje was gekomen en dit reisbureau een gids genaamd [verdachte] (verdachte) heeft waarvan bekend is dat hij iemand met 90% zekerheid naar Spanje kan brengen. Tijdens een vergadering is door verdachte en [naam] gezegd dat de groep zich moest gedragen als religieuze toeristen. Iedereen kreeg een ketting met een kruis en een T-shirt. In Sao Paulo heeft [persoon 3] € 80,- aan verdachte betaald.

Ook [persoon 4] heeft verklaard dat zij naar Spanje wilde gaan om geld te verdienen. Zij wist dat zij illegaal in Spanje zou verblijven. [persoon 4] heeft het ticket bij reisbureau [naam reisbureau] gekocht voor een bedrag van 2000 US Dollar. Zij kreeg instructies over de reis. Zij moest een fotocamera kopen, heeft een T-shirt gekregen en droeg net als alle anderen een rozenkrans.

[persoon 5] is voorafgaand aan de reis naar een bijeenkomst geweest, waar de eigenaar van het reisbureau, [naam], en verdachte vertelden dat het doel van de reis was om de Heilige Maagd te bezoeken. [persoon 5] wist dat dit verzonnen was om door te kunnen reizen naar Spanje. Tijdens de bijeenkomst is verder gezegd dat het een religieuze groep betrof en hoe zij zich moesten gedragen. Er is ook gesproken over het T-shirt dat iedereen aan had en verdachte heeft gezegd dat hij dit vaker had gedaan. In Sao Paulo heeft [persoon 5] € 80,- aan verdachte betaald. Tijdens de bijeenkomst zei verdachte dat hij dit vaker had gedaan.

[persoon 6] was van plan naar Spanje te gaan om werk te zoeken. Zij ontdekte dat reisbureau [naam reisbureau] maandelijks mensen naar Spanje brengt en nog nooit was gepakt. Zij heeft een ticket gekocht voor 12 miljoen Guarani. Zij kreeg ook een contract waarin stond dat zij het geld niet terugkreeg wanneer zij werd tegengehouden bij de grens. Tijdens een vergadering is verteld hoe de reis in elkaar zat. Op het vliegveld in Foz kregen de reizigers van [naam] een T-shirt en een ketting met een kruis, zodat zij zich konden identificeren als een religieuze groep. Dit was allemaal verzonnen om het een groep te laten lijken.

Ook [persoon 7] had de bedoeling om naar Spanje te gaan. Zij wilde het land leren kennen en werk zoeken. Zij heeft hiervoor een bedrag van 2200 US Dollar voor zichzelf en 1350 US Dollar voor haar dochter aan de baas van het reisbureau, [naam] betaald. Verdachte zou haar naar Barcelona brengen, zij had zelf geen ticket. Er zou een vergadering plaatsvinden, maar daar is [persoon 7] niet geweest. [naam] had haar gebeld dat zij er op 21 december om 8:00 uur moest zijn. Op de luchthaven van Sao Paulo kreeg [persoon 7] een T-shirt van verdachte en [naam]. Zij heeft een bedrag van € 130,- aan verdachte gegeven. Verdachte zei dat hij haar naar Barcelona zou brengen.

[persoon 8] wilde ook in Spanje gaan werken. Zij had voor 2000 dollar een ticket gekocht bij reisbureau [naam reisbureau]. Het reisgezelschap betrof een religieuze groep, zij kregen in Foz een T-shirt en er was aangeraden een camera en een ketting met een kruisje te kopen. De baas van het reisbureau had verteld dat iedereen als fooi € 80,- aan verdachte moest betalen. Niemand zou terugkeren.

Getuige [touroperator] die als touroperator voor reisbureau [naam reisbureau] werkt, heeft verklaard dat zij de tickets heeft geregeld voor de reis die in december 2009 plaatsvond.

Uit onderzoek naar het paspoort van verdachte is gebleken dat hij in de periodes van 29 juni 2009 tot en met 7 juli 2009, 28 juli 2009 tot en met 7 augustus 2009, 30 september 2009 tot en met 9 oktober 2009, 26 oktober 2009 tot en met 11 november 2009 en 26 november 2009 tot en met 3 december 2009 een vijftal reizen heeft gemaakt. Tijdens de eerste vier reizen is verdachte vanuit Paraguay via Nederland naar Spanje gereisd en tijdens de laatste reis is hij vanuit Paraguay via Nederland naar Frankrijk gereisd.

De Spaanse autoriteiten hebben – in het kader van een aan hen gericht rechtshulpverzoek – aan de hand van passagierslijsten van TAM Airlines vastgesteld dat verdachte aan boord heeft gezeten van de vluchten JJ 8085 op 8 oktober 2009 (Londen-Sao Paulo), JJ 8085 op

10 november 2009 (Londen-Sao Paulo) en JJ 8099 op 2 december 2009 (Parijs-Sao Paulo). Op geen van deze vluchten had verdachte reisgenoten, terwijl hij (op de heenreis) bij aankomst in Nederland wel in gezelschap van Paraguayaanse reizigers was.

De Spaanse autoriteiten hebben aan de hand van de lijst van personen die op 1 oktober 2009 Nederland waren binnengekomen, gecontroleerd of er personen bekend waren wat betreft een verblijfstatus of een woon/werkadres. De Spaanse autoriteiten hebben zes personen aangetroffen die thans in Spanje wonen.

4.3. Bewijsoverwegingen

4.3.1. Alternatief scenario

De raadsman van verdachte heeft vrijspraak van het onder 1 ten laste gelegde feit bepleit.

Hij heeft daartoe aangevoerd dat verdachte als gids werkzaamheden voor reisbureau [naam reisbureau] verrichtte en de groep tijdens de reis begeleidde. Het merendeel van de reizigers heeft verklaard dat zij naar Paraguay wilden terugkeren. Indien enkele reizigers in Spanje wilden blijven, valt dat onder hun eigen verantwoordelijkheid, aldus de raadsman.

De rechtbank verwerpt dit verweer. De personen die in de tenlastelegging worden genoemd hebben eenduidig verklaard dat zij de reis hadden geboekt met het doel om naar Spanje te gaan om zich daar te vestigen. Voorts was verdachte aanwezig bij de vooraf voor de reizigers gehouden bijeenkomst in Paraguay, waar instructies over de reis werden gegeven. Deze personen hebben daarover ieder voor zich en onafhankelijk van elkaar verklaard dat zij wisten dat het reisverhaal dat hen werd verteld en waar zij zich aan moesten houden als er vragen werden gesteld, was verzonnen.

De rechtbank acht het dan ook onaannemelijk dat verdachte niet wist dat deze personen in Spanje wilden verblijven om zich daar te gaan vestigen en werken, voor welk verblijf zij niet over een titel beschikten, zodat dit wederrechtelijk zou zijn.

4.3.2. Medeplegen

De raadsman van verdachte heeft gesteld dat niet kan worden bewezen dat verdachte het ten laste gelegde feit tezamen en in vereniging met een ander of anderen heeft begaan.

Dit verweer slaagt evenmin. De tickets die verdachte bij zich had voor de vluchten naar Barcelona en Madrid, zijn geregeld door [touroperator] die als touropeator bij reisbureau [naam reisbureau] werkt. Voorafgaand aan de reis hebben verdachte en de eigenaar van het reisbureau, [naam] Jarra, instructies gegeven aan de reizigers. Ook werden door hen beiden T-shirts uitgedeeld die de reizigers “ter misleiding” dienden te dragen. Hieruit leidt de rechtbank af dat sprake is van een gezamenlijk plan. Naar het oordeel van de rechtbank is dan ook sprake geweest van een nauwe en bewuste samenwerking tussen verdachte en zijn mededaders, gericht op (de voorbereiding van) de mensensmokkel.

4.3.3. Beroep of gewoonte

Anders dan de raadsman van verdachte heeft gesteld, kan naar het oordeel van de rechtbank ook worden bewezen dat verdachte een beroep of gewoonte van het ten laste gelegde feit heeft gemaakt. Immers, uit de hiervoor in 4.2. opgenomen bewijsmiddelen blijkt dat verdachte tijdens eerdere reizen ook personen behulpzaam is geweest bij het zich verschaffen van verblijf in Spanje.

4.4. Bewezenverklaring

Gezien het bovenstaande acht de rechtbank wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het onder 1 ten laste gelegde feit heeft begaan, in die zin dat:

hij op 22 december 2009 te Schiphol, gemeente Haarlemmermeer, tezamen en in vereniging met een ander, ter voorbereiding van het misdrijf om tezamen en in vereniging met een ander anderen, te weten

- een persoon zich noemende [persoon 1] en

- een persoon zich noemende [persoon 2] en

- een persoon zich noemende [persoon 3] en

- een persoon zich noemende [persoon 4] en

- een persoon zich noemende [persoon 5] en

- een persoon zich noemende [persoon 6] en

- een persoon zich noemende [persoon 7] en

- een persoon zich noemende [persoon 8] en

uit winstbejag behulpzaam te zijn bij het zich verschaffen van verblijf in Spanje,

terwijl verdachte en zijn mededaders wisten dat dit verblijf wederrechtelijk was,

terwijl de verdachte en zijn mededaders daarvan een gewoonte hebben gemaakt,

opzettelijk voorwerpen, bestemd tot het begaan van dat misdrijf voorhanden gehad, te weten

- een Spaanstalig reserveringsoverzicht van de vliegreizen Londen - Amsterdam en Amsterdam - Barcelona (KL 1665 v 23 dec) en Amsterdam - Madrid (IB 3251 d.d. 23 dec) met daarop de namen van voornoemde [persoon 7] en [persoon 2] en [persoon 6] en [persoon 8] en [persoon 3] en [persoon 4] en [persoon 1] en

- een reisbeschrijving en betalingsbewijs d.d. 14 december 2009 van het e-ticket ten name van [persoon 2] voor de vliegreis Iguassu Falls - Sao Paulo - London - Amsterdam (22 december) - Barcelona (23 december) en

- een reisbeschrijving en betalingsbewijs d.d. 14 december 2009 van het e-ticket ten name van [persoon 7] voor de vliegreis Iguassu Falls - Sao Paulo - London - Amsterdam (22 december) - Barcelona (23 december) en

- een reisbeschrijving en betalingsbewijs d.d. 18 december 2009 van het e-ticket ten name van [persoon 6] voor de vliegreis Iguassu Falls - Sao Paulo - London - Amsterdam (22 december) - Barcelona (23 december) en

- een reisbeschrijving en betalingsbewijs d.d. 18 december 2009 van het e-ticket ten name van [persoon 4] voor de vliegreis Iguassu Falls - Sao Paulo - London - Amsterdam (22 december) - Barcelona (23 december) en

- een reisbeschrijving en betalingsbewijs d.d. 14 december 2009 van het e-ticket ten name van [persoon 8] voor de vliegreis Iguassu Falls - Sao Paulo - London - Amsterdam (22 december) - Madrid (23 december) en

- een reisbeschrijving en betalingsbewijs d.d. 14 december 2009 van het e-ticket ten name van [persoon 5] voor de vliegreis Iguassu Falls - Sao Paulo - London - Amsterdam (22 december) - Madrid (23 december) en

- een reisbeschrijving en betalingsbewijs d.d. 14 december 2009 van het e-ticket ten name van [persoon 6] voor de vliegreis Iguassu Falls - Sao Paulo - London - Amsterdam (22 december) - Madrid (23 december) en

- een reisbeschrijving en betalingsbewijs d.d. 14 december 2009 van het e-ticket ten name van [persoon] voor de vliegreis Iguassu Falls - Sao Paulo - London - Amsterdam (22 december) - Madrid (23 december).

Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, leest de rechtbank de tenlastelegging verbeterd. Blijkens het verhandelde op de terechtzitting is de verdachte daardoor niet geschaad in zijn verdediging.

Hetgeen aan verdachte onder 1 meer of anders is tenlastegelegd dan hier als bewezen is aangenomen, is niet bewezen. De verdachte moet hiervan worden vrijgesproken.

5. Strafbaarheid van het feit

5.1. Kwalificatie

Het bewezen verklaarde levert op:

Medeplegen van voorbereiding van het medeplegen van een ander uit winstbejag behulpzaam zijn bij het zich verschaffen van verblijf in Spanje, terwijl hij weet of ernstige redenen heeft te vermoeden dat dat verblijf wederrechtelijk is, terwijl het feit wordt begaan door een persoon die daarvan een gewoonte maakt, meermalen gepleegd.

5.2. Strafbaarheid van het bewezen verklaarde feit

De raadsman van verdachte heeft het standpunt ingenomen dat verdachte moet worden ontslagen van alle rechtsvervolging. Hij heeft daartoe aangevoerd dat het bewezen verklaarde feit niet strafbaar is, omdat sprake is van vrijwillige terugtred. Volgens de raadsman waren de doorvluchten naar Spanje immers al geannuleerd toen verdachte en zijn reisgezelschap in Nederland aankwamen.

De rechtbank verwerpt dit verweer en overweegt daartoe het volgende.

De Britse Airline Liaison Officer heeft op 22 december 2009 tussen 16:23 uur en 16:39 uur een uitdraai gemaakt van de vluchtgegevens van de 45 Paraguayanen die vanuit Londen onderweg waren naar de luchthaven Schiphol. Daaruit bleek dat de boekingen van de vluchten naar Barcelona en Madrid niet waren geannuleerd. Niet aannemelijk is geworden dat de vluchten al waren geannuleerd toen verdachte en zijn medereizigers op 22 december 2009 op de luchthaven Schiphol aankwamen.

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden waardoor de wederrechtelijkheid aan het bewezen verklaarde zou ontbreken. Het bewezen verklaarde is derhalve strafbaar.

6. Strafbaarheid van verdachte

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluit. Verdachte is dus strafbaar.

7. Motivering van de straf

Bij de beslissing over de straf die aan verdachte moet worden opgelegd, heeft de rechtbank zich laten leiden door de aard en de ernst van het bewezen verklaarde en de omstandigheden waaronder dit is begaan, alsmede de persoon van verdachte, zoals van een en ander uit het onderzoek ter terechtzitting is gebleken.

In het bijzonder heeft de rechtbank het navolgende in aanmerking genomen.

Verdachte heeft zich samen met anderen schuldig gemaakt aan – kort gezegd – de voorbereiding van mensensmokkel, terwijl hij van dit feit een gewoonte heeft gemaakt. Verdachte heeft als gids een groep Paraguayanen begeleid op hun reis van Paraguay, via Brazilië en Engeland naar Nederland. In ieder geval acht personen waren van plan door te reizen naar Spanje, om daar te gaan wonen en/of te werken. Zij hebben daarvoor een aanzienlijke som geld betaald. Verdachte had de vliegtickets voor de vluchten naar Barcelona en Madrid bij zich. De reis was zodanig opgezet, dat het leek of het reisgezelschap enkele dagen in Amsterdam zou verblijven en daarna naar Parijs zou gaan. Voorafgaand aan de reis hadden verdachte en een van zijn mededaders de personen instructies gegeven over hoe zij zich moesten gedragen en wat zij zouden moeten zeggen als hen vragen werden gesteld over het reisdoel, teneinde ontdekking te voorkomen. Aldus hebben verdachte en zijn medeverdachte de mensensmokkel op geraffineerde wijze voorbereid.

Door mensensmokkel wordt niet alleen het internationale overheidsbeleid inzake bestrijding van mensensmokkel doorkruist, maar wordt ook bijgedragen aan het in stand houden van een illegaal circuit, waardoor het – in dit geval Spaanse – maatschappelijk verkeer wordt of kan worden gefrustreerd en gecorrumpeerd, terwijl het beeld en de positie van de legale vreemdeling daardoor kan worden geschaad.

Op grond van de aard en de ernst van het bewezen verklaarde is de rechtbank van oordeel dat – met name uit een oogpunt van normhandhaving en preventie – alleen een gevangenisstraf als passende straf in aanmerking komt.

De raadsman van verdachte heeft een beroep gedaan op strafvermindering. Hij heeft daartoe aangevoerd dat het Openbaar Ministerie pas op 9 juni 2010 de voor verdachte ontlastende verklaringen van de reizigers aan de verdediging en de rechtbank heeft verstrekt, terwijl deze op dat moment al lange tijd beschikbaar waren.

De rechtbank constateert dat de processen-verbaal waarin de betreffende getuigenverklaringen zijn opgenomen, op 23 december 2009 zijn opgemaakt en dat deze op 9 juni 2010 door het Openbaar Ministerie aan het dossier zijn toegevoegd. Het Openbaar Ministerie had in de tussenliggende periode weliswaar een samenvatting van de verklaringen verstrekt, maar naar het oordeel van de rechtbank had het Openbaar Ministerie de betreffende processen-verbaal in een eerder stadium aan de verdediging beschikbaar dienen te stellen. De verdediging is echter – mede gelet op de inhoud van de verklaringen – door de handelwijze van het Openbaar Ministerie niet in haar belangen geschaad. De rechtbank zal daarom volstaan met de constatering van dit verzuim.

Gelet op hetgeen hiervoor is overwogen acht de rechtbank een gevangenisstraf voor de duur van dertig maanden passend en geboden. Deze gevangenisstraf is korter dan door de officier van justitie is geëist, omdat de rechtbank vrijspreekt van het witwassen en voorts van oordeel is dat de op te leggen straf de ernst van het bewezen verklaarde voldoende tot uitdrukking brengt.

8. Beslissingen omtrent in beslag genomen en niet teruggegeven voorwerpen

De rechtbank is van oordeel dat de onder verdachte inbeslaggenomen en niet teruggegeven voorwerpen, zoals vermeld op de beslaglijst, dienen te worden verbeurdverklaard. Uit het onderzoek op de terechtzitting is immers gebleken dat het bewezen verklaarde feit met behulp van die voorwerpen, die aan verdachte toebehoren, is begaan of voorbereid.

9. Toepasselijke wettelijke voorschriften

De volgende wetsartikelen zijn van toepassing:

33, 33a, 46, 57, en 197a van het Wetboek van Strafrecht.

10. Beslissing

De rechtbank:

Spreekt verdachte vrij van het onder 2 ten laste gelegde feit.

Verklaart bewezen dat verdachte het onder 1 ten laste gelegde feit heeft begaan zoals hiervoor onder 4.4. weergegeven.

Verklaart niet bewezen wat aan verdachte onder 1 meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven als bewezen is aangenomen en spreekt verdachte daarvan vrij.

Bepaalt dat het bewezen verklaarde feit het hierboven onder 5.2. vermelde strafbare feit oplevert.

Verklaart verdachte hiervoor strafbaar.

Veroordeelt verdachte wegens dit feit tot een gevangenisstraf voor de duur van

DERTIG (30) MAANDEN.

Bepaalt dat de tijd die verdachte vóór de tenuitvoerlegging van dit vonnis in verzekering en voorlopige hechtenis heeft doorgebracht, bij de tenuitvoerlegging van de thans opgelegde gevangenisstraf in mindering wordt gebracht, voor zover die tijd niet reeds op een andere straf in mindering is gebracht.

Verklaart verbeurd:

1) 1.00 STK Vliegticket;

2) 1.00 STK Creditcard, meerkleurig;

3) 1.00 STK Instapkaart, wit;

4) 2.00 STK Kaart, meerkleurig;

5) 31.00 STK Reisschema;

6) 13.00 STK Reisschema;

7) 9.00 STK Reisschema;

8) 1.00 STK Reisschema;

9) 3.00 STK Reisschema;

10) 1.00 STK Reisschema;

11) 1.00 STK Reisschema;

12) 1.00 STK Document, wit;

13) 1.00 STK Document, wit;

14) 8.00 STK Document, meerkleurig;

15) 1.00 STK Document, wit;

16) 3.00 STK Document, wit;

17) 1.00 STK Diverse, meerkleurig, Voucher DTP Tour;

18) 1.00 STK Telefoontoestel, zwart (Nokia);

19) 2.00 STK Notitie en memo;

20) Geld Euro 3.230,00. (9x10 / 7x20 / 38 x50 / 6x100/ 1x500 euro bankbiljetten);

21) Geld buitenlands 2x100 / 2x50 US Dollars.

Samenstelling rechtbank en uitspraakdatum

Dit vonnis is gewezen door

mr. M.J. Kronenberg, voorzitter,

mr. J.M. Sassenburg en mr. G.A. van der Bijl, rechters,

in tegenwoordigheid van mr. N. Boots, griffier,

en uitgesproken op de openbare terechtzitting van 3 februari 2011.

Mr. Van der Bijl is buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen.