Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBHAA:2011:BP5643

Instantie
Rechtbank Haarlem
Datum uitspraak
28-01-2011
Datum publicatie
24-02-2011
Zaaknummer
15-750127-10
Rechtsgebieden
Civiel recht
Strafrecht
Personen- en familierecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

meervoudige kamer; promis; jeugdige dader; poging diefstal in woning, gevolgd door geweld en poging diefstal auto, vergezeld van geweld. Vrijspraak derde poging diefstal in bedrijfspand. Volgt veroordeling van jeugddetentie voor 160 dagen, waarvan 60 dagen voorwaardelijk met een proef tijd van twee jaren onder bijzondere voorwaarde dat hij zich zal gedragen naar de voorschriften en aanwijzingen van het Bureau Jeugdzorg.

Bij thuiskomst trof het slachtoffer een overhoop gehaalde woonkamer aan en een aantal inbrekers in zijn woning. De inbrekers vluchtten via een ingeslagen ruit naar buiten, waarna het slachtoffer de achtervolging heeft ingezet.

Verdachte heeft bekend in de woning met anderen te hebben ingebroken.

Het slachtoffer is samen met zijn zoon eerst te voet en later met de auto de inbrekers achterna gegaan. Toen zij de inbrekers zagen, hebben ze de auto stil gezet en zijn naar de twee jongens toegelopen. Eén van de jongens, die gekleed was in een donkerkleurig jack, had een steekwapen/schroevendraaier in zijn hand. Hierdoor voelde het slachtoffer zich bedreigd. De andere jongen kwam met gebalde vuisten op het slachtoffer af en probeerde hem te slaagn. De jongen met het steekwapen maakte vanaf korte afstand stekende bewegingen richting het slachtoffer. Beide jongens sprongen toen in de auto. Het slachtoffer probeerde via het open raam in de auto de jongen met het donkerkleurige jack uit de auto te trekken. Deze bleef echter steekbewegingen maken richting het slachtoffer, waarbij het slachtoffer daadwerkelijk twee keer in diens middelvinger en diens onderarm werd geraakt. De jongens zijn vervolgens de auto weer uitgegaan en weg gerend. De ene jongen is over een hek een tuin ingesprongen

Verdachte heeft ten stelligste ontkend dat hij het slachtoffer woordelijke of fysiek met een schroevendraaier heeft bedreigd, laat staan daadwerkelijk heeft gestoken. Ter terechtzitting heeft verdachte verklaard dat hij op genoemde datum een zwarte jas en een lichtblauwe spijkerbroek droeg, dat hij achtervolgd werd door de bewoner van de woning waar hij kort daarvoor had ingebroken en diens zoon en dat het klopt dat er fysiek contact heeft plaatsgevonden tussen hemzelf en de bewoner. Bovendien heeft hij verklaard dat hij later in de bosjes is aangehouden en aldaar, kort voor zijn aanhouding, zijn handschoenen heeft uitgetrokken en weggegooid.

De rechtbank is van oordeel dat het - gelet op deze ononderbroken keten van gebeurtenissen, inhoudende dat de jongen met de donkerkleurige jas en steekwapen over wie het slachtofer heeft verklaard door diens zoon is gevolgd tot de bossages in die straat, verdachte, die een donkerkleurige jas droeg, kort daarna in die bossages is aangetroffen en vervolgens in diezelfde bossages een schroevendraaier is aangetroffen - dat verdachte degene is geweest die samen met een ander heeft gepoogd de auto van de vriendin van het slachtoffer weg te nemen en het slachtoffer heeft bedreigd en gestoken met een schroevendraaier. De stellingen van verdachte dat hij helemaal niet in het bezit was van een schroevendraaier, niet in de auto van het slachtoffer heeft gezeten en de auto zelfs helemaal niet heeft gezien tot het moment dat hij al in de bosjes zat, acht de rechtbank ongeloofwaardig. Dit geldt evenzeer voor de omstandigheid dat verdachte geen verklaring kan geven voor het feit dat op de plek van zijn aanhouding een schroevendraaier is aangetroffen.

Vrijspraak derde feit, poging inbraak in een bedrijfspand. Er is weliswaar het DNA van verdachte op de capuchon van de jas van de destijds op een scooter ontkomen dader aangetroffen en de scooter van de andere, wel aangehouden, dader zes dagen na de inbraak (afgedekt met een zeil) voor de woning van verdachte aangetroffen, maar die omstandigheden leveren geen direct bewijs op voor de daadwerkelijke aanwezigheid van verdachte op genoemde datum en plaats. Het dossier bevat voor het overige ook niet zodanig bewijs en verdachte heeft bovendien verklaard dat hij zijn jassen wel eens uitleent aan of ruilt met anderen.D Naar het oordeel van de rechtbank kan niet worden uitgesloten dat iemand anders de jas van verdachte heeft gedragen tijdens de inbraak en dat verachte dus niet de dader is geweest die na het plegen van de inbraak ontkomen is.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK HAARLEM

Sector strafrecht

Locatie Haarlem

Meervoudige strafkamer

Parketnummer: 15/750127-10

Uitspraakdatum: 28 januari 2011

Tegenspraak

Strafvonnis

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het achter gesloten deuren gehouden onderzoek op de terechtzitting van 14 januari 2011 in de zaak tegen:

[naam verdachte],

geboren op [geboortedatum en -plaats],

thans gedetineerd in [detentieplaats]

1. Tenlastelegging

Aan verdachte is ten laste gelegd dat:

feit 1.

primair:

hij op of omstreeks 27 oktober 2010 te [plaatsnaam en naam gemeente] ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening weg te nemen in/uit een woning (gelegen aan de [adres en plaatsnaam]) geld en/of goed(eren), althans datgene wat van zijn/hun gading zou blijken te zijn, geheel of ten dele toebehorende aan [naam slachtoffer] in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), met een of meer van zijn mededader(s), althans alleen naar die woning is gegaan, waarna hij verdachte en/of een of meer van zijn mededader(s) zich de toegang tot die woning heeft/hebben verschaft en/of (vervolgens) die woning heeft/hebben doorzocht

en daarbij die voorgenomen diefstal te doen voorafgaan en/of te doen vergezellen en/of te doen volgen van geweld en/of bedreiging met geweld tegen die [naam slachtoffer], te plegen met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en/of gemakkelijk te maken en/of om bij betrapping op heterdaad aan zichzelf en/of aan zijn mededader(s) hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren, welk geweld en/of welke bedreiging met geweld hierin bestond(en) dat verdachte en/of een of meer van zijn mededader(s),

- met een schroevendraaier, althans met een scherp en/of puntig voorwerp, (steek)bewegingen in de richting van het lichaam van die [naam slachtoffer] heeft/hebben gemaakt en/of

- één- of meerma(a)l(en) met de vuisten tegen de armen, althans tegen het lichaam, van die [naam slachtoffer] heeft/hebben geslagen en/of

- met een schroevendraaier, althans met een scherp en/of puntig voorwerp, (meermalen) in de vinger en/of hand en/of arm van die [naam slachtoffer] heeft/hebben gestoken en/of

- (op de hoek [straatnaam 1/straatnaam 2]) een schroevendraaier, althans een scherp en/of puntig voorwerp aan die [naam slachtoffer] getoond en/of daarbij die [naam slachtoffer] dreigend de woorden heeft/hebben toegevoegd: "Ik ga je neersteken", althans woorden van gelijke dreigende aard of strekking,

terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

subsidiair:

hij op of omstreeks 27 oktober 2010 te [plaatsnaam en naam gemeente] ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening weg te nemen in/uit een woning (gelegen aan de [adres en plaatsnaam]) enig goed en/of geld van zijn/hun gading, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [naam slachtoffer] in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), met een of meer van zijn mededader(s), althans alleen naar die woning is gegaan, waarna hij verdachte en/of een of meer van zijn medader(s) zich de toegang tot die woning heeft/hebben verschaft en/of die woning (vervolgens) heeft/hebben doorzocht, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

en/of

hij op of omstreeks 27 oktober 2010 te [plaatsnaam en naam gemeente], tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, [naam slachtoffer] heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht, althans met zware mishandeling, immers heeft/hebben verdachte en/of (een of meer van) zijn mededader(s) opzettelijk dreigend

- met een schroevendraaier, althans een scherp en/of puntig voorwerp (steek)bewegingen in de richting van het lichaam van die [naam slachtoffer] gemaakt en/of

- een schroevendraaier, althans een scherp en/of puntig voorwerp aan die [naam slachtoffer] getoond en/of (daarbij) die [naam slachtoffer] dreigend de woorden toegevoegd: "Ik ga je neersteken", althans woorden van gelijke dreigende aard of strekking;

feit 2.

primair:

hij op of omstreeks 27 oktober 2010 te [plaatsnaam en naam gemeente] ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening weg te nemen een (personen)auto, geheel of ten dele toebehorende aan [naam slachtoffer] en/of de partner van [naam slachtoffer] in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), met een of meer van zijn mededader(s), althans alleen naar die auto is gelopen, waarna hij, verdachte en/of een of meer van zijn mededader(s) in die auto is/zijn gaan zitten en/of (vervolgens) de portier(en) van die auto heeft/hebben gesloten, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid,

welke poging tot diefstal werd vergezeld en/of gevolgd van geweld en/of bedreiging met geweld tegen [naam slachtoffer] gepleegd met het oogmerk om die diefstal gemakkelijk te maken en/of om bij betrapping op heterdaad aan zichzelf en/of aan (een) andere deelnemer(s) hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren, welk geweld en/of welke bedreiging met geweld hierin bestond(en) dat verdachte en/of een of meer van zijn mededader(s) die [naam slachtoffer] (meermalen) met een schroevendraaier, althans met een scherp en/of puntig voorwerp in zijn vinger(s) en/of zijn hand en/of arm heeft/hebben gestoken ;

subsidiair:

hij op of omstreeks 27 oktober 2010 te [plaatsnaam en naam gemeente] ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening weg te nemen een (personen)auto, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [naam slachtoffer] en/of de partner van [naam slachtoffer] in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), met een of meer van zijn medader(s), althans alleen naar die auto is gelopen, waarna hij, verdachte en/of een of meer van zijn mededader(s) in die auto is/zijn gaan zitten en/of de portier(en) van die auto heeft/hebben gesloten, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

en/of

hij op of omstreeks 01 februari 2009 te [plaatsnaam en naam gemeente] tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, opzettelijk mishandelend een persoon (te weten [naam slachtoffer]) met een schroevendraaier, althans met een scherp en/of puntig voorwerp in de vinger(s) en/of hand en/of arm heeft/hebben gestoken, waardoor voornoemde [naam slachtoffer] letsel heeft bekomen en/of pijn heeft ondervonden;

feit 3.

hij op of omstreeks 01 februari 2009 te [plaatsnaam], ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening in/uit een bedrijfspand (gelegen aan de [adres]) weg te nemen enig goed en/of geld van zijn gading, geheel of ten dele toebehorende aan [benadeelde partij 1] en/of [benadeelde partij 2], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s) en zich daarbij de toegang tot dat

bedrijfspand te verschaffen en/of die/dat weg te nemen goeder(en) en/of geld onder zijn/hun bereik te brengen door middel van braak, verbreking en/of inklimming, met een of meer van zijn mededader(s), althans alleen

- naar dat (bedrijfs)pand is gegaan, waarna hij, verdachte en/of een of meer van zijn mededader(s) en/of een ruit van dat pand heeft/hebben ingeslagen, althans vernield en/of

- (vervolgens) door die ruit het pand is/zijn binnengegaan,

terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid.

2. Voorvragen

De rechtbank heeft vastgesteld dat de dagvaarding geldig is, dat zijzelf bevoegd is tot kennisneming van de zaak, dat het Openbaar Ministerie ontvankelijk is in zijn vervolging en dat er geen redenen zijn voor schorsing van de vervolging.

3. Vordering van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gerekwireerd tot bewezenverklaring van de onder 1. primair, 2. primair en 3. ten laste gelegde feiten en gevorderd dat verdachte zal worden veroordeeld tot jeugddetentie voor de duur van zes maanden, waarvan twee maanden in voorwaardelijke vorm, met daaraan verbonden een proeftijd voor de duur van twee jaren en de bijzondere voorwaarde dat verdachte zich zal gedragen naar de voorschriften en aanwijzingen te geven door de jeugdreclassering, en met aftrek van de tijd die verdachte reeds in verzekering en voorlopige hechtenis heeft doorgebracht.

4. Bewijs

4.1 Vrijspraak ten aanzien van feit 3.

De officier van justitie heeft ter terechtzitting het standpunt ingenomen dat de betrokkenheid van verdachte bij een op 1 februari 2009 te [plaatsnaam] gepleegde bedrijfsinbraak wettig en overtuigend bewezen kan worden, aangezien zijn DNA is aangetroffen op de capuchon van de jas van de destijds op een scooter ontkomen dader en de scooter van de tweede, destijds wel aangehouden, dader zes dagen na de inbraak afgedekt met een zeil voor de woning van verdachte is aangetroffen. Daarbij heeft de officier van justitie opgemerkt dat verdachte naar haar mening geen logische verklaring heeft gegeven voor deze belastende omstandigheden.

Verdachte, die ter terechtzitting stellig heeft ontkend betrokken te zijn geweest bij deze inbraak, heeft verklaard dat hij de aangehouden dader niet kent terwijl deze heeft verklaard dat hij verdachte wel kent en zelfs eens samen met verdachte is aangehouden door de politie. Bovendien heeft verdachte verklaard niets te zeggen te hebben op de constatering dat de scooter van die, naar zijn zeggen, hem onbekende persoon voor zijn woning is aangetroffen.

De rechtbank overweegt dat bovengenoemde omstandigheden in combinatie met deze verklaring van verdachte weliswaar een verdenking van betrokkenheid van verdachte bij deze inbraak rechtvaardigen, maar geen direct bewijs opleveren voor daadwerkelijke aanwezigheid van verdachte op bovengenoemde tijd en plaats. Nu het dossier voor het overige ook niet zodanig bewijs bevat en verdachte bovendien heeft verklaard dat hij zijn jassen wel eens uitleent aan of ruilt met anderen, kan naar het oordeel van de rechtbank niet uitgesloten worden dat iemand anders de jas van verdachte gedragen heeft tijdens de inbraak en dat verdachte dus niet de dader is geweest die na het plegen van de inbraak ontkomen is.

Anders dan de officier van justitie is de rechtbank dan ook van oordeel dat niet wettig en overtuigend bewezen kan worden wat verdachte onder feit 3. ten laste is gelegd en dat hij daarvan moet worden vrijgesproken.

4.2 Redengevende feiten en omstandigheden1

Melding

Op woensdag 27 oktober 2010, omstreeks 17.25 uur, kwam bij de meldkamer van de regiopolitie Kennemerland de melding binnen dat een man zojuist een aantal inbrekers in zijn woning had overlopen en dat hij achter deze inbrekers aan zat. Tevens werd gemeld dat de man door één van de inbrekers was gestoken met een schroevendraaier.2

Inbraak in woning

Het slachtoffer, [volledige naam] (hierna: [naam slachtoffer]), wonende aan de [adres en plaatsnaam], kwam op woensdag 27 oktober 2010 omstreeks 17.15 uur thuis en trof openstaande kasten, een overhoop gehaalde woonkamer en een aantal vermoedelijk Marokkaanse inbrekers in zijn woning aan. Via een ingeslagen ruit van een kamer, aansluitend aan de woonkamer, zag hij de inbrekers naar buiten vluchtten.3

Verdachte heeft bekend dat hij op genoemde datum met een aantal anderen heeft ingebroken in genoemde woning4 en dat zij samen die woning hebben doorzocht op weg te nemen spullen van hun gading, terwijl zij werden overlopen door de bewoner.5

De rechtbank acht dan ook wettig en overtuigend bewezen dat verdachte tezamen en in vereniging met anderen de ten laste gelegde poging tot diefstal heeft gepleegd.

Geweld en bedreiging met geweld, alsmede poging tot diefstal van auto

Verdachte heeft tijdens het opsporingsonderzoek en ter terechtzitting echter ten stelligste ontkend dat hij [naam slachtoffer] woordelijk of fysiek met een schroevendraaier heeft bedreigd, laat staan daadwerkelijk met een schroevendraaier heeft gestoken. Tevens heeft hij ontkend samen met een metgezel te hebben gepoogd de auto van de vriendin van verdachte te ontvreemden.

Ten aanzien van deze beschuldigingen bevat het dossier de volgende informatie.

Nadat de inbrekers zijn woning waren ontvlucht, is [naam slachtoffer] achter de inbrekers aan gegaan en rende hij op enig moment samen met zijn zoon achter twee van de inbrekers aan, waarvan de één een lichtkleurig jack en de ander een donkerkleurig jack droeg. Nadat [naam slachtoffer] was teruggekeerd naar zijn woning en met de auto van zijn vriendin wederom de achtervolging had ingezet, zag hij deze twee inbrekers, die hij omschrijft als jongens/mannen, op de [straatnaam] rennen, heeft hij zijn auto stilgezet met de motor uit en is hij naar de twee jongens toegelopen.

Hierop kwamen de twee jongens op [naam slachtoffer] aflopen en zag [naam slachtoffer] dat de jongen met het donkerkleurige jack een steekwapen in de vorm van een schroevendraaier of priem in diens hand had. [naam slachtoffer] voelde zich hierdoor ernstig bedreigd. Vervolgens kwam de jongen met het lichtkleurige jack met gebalde vuisten op [naam slachtoffer] af, deze probeerde [naam slachtoffer] meerdere keren met zijn vuisten te slaan. Terwijl [naam slachtoffer] deze slagen probeerde af te weren, kwam de jongen met het donkerkleurige jack dichterbij hem staan en maakte op een afstand van minder dan een meter stekende bewegingen met het steekwapen in zijn richting. Ondertussen, terwijl de jongen met het donkerkleurige jack [naam slachtoffer] door middel van het steekwapen op afstand hield, sprong de jongen met het lichtkleurige jack aan de bestuurderszijde in de auto van de vriendin van [naam slachtoffer] en deed de portierdeur op slot. Nadat [naam slachtoffer] achter de auto langs naar de bijrijderplaats was gerend, zat de jongen met het steekwapen al op de bijrijderstoel. Deze trok de portierdeur dicht. Terwijl [naam slachtoffer] met zijn arm door het open raam in de auto reikte teneinde de jongen met het donkerkleurige jack uit de auto te trekken, bleef deze jongen stekende bewegingen in zijn richting maken met het steekwapen en stak hij [naam slachtoffer] daadwerkelijk twee keer in diens middelvinger en een keer in diens onderarm.6 Op bij de aangifte behorende foto's zijn verwondingen zichtbaar op de afgebeelde vinger, hand en arm.7

Toen de twee jongens weer uit de auto stapten, aangezien de jongen met de lichtkleurige jas de auto blijkbaar niet kon starten, raakte [naam slachtoffer] in een worsteling met de jongen met het donkerkleurige jack. Vervolgens renden de jongens weg en is [naam slachtoffer] weer met de auto achter hen aan gereden. Op de hoek van de [straatnaam 1] en de [straatnaam 2] bleven de jongens stil staan, heeft [naam slachtoffer] zijn auto weer stil gezet en is hij uitgestapt. Direct kwam de jongen met de donkerkleurige jas weer op hem af met het steekwapen en zei hij dat hij [naam slachtoffer] zou neersteken.8

De zoon van [naam slachtoffer] (hierna: [junior]) zag zijn vader op de [straatnaam] stoeien met één van de inbrekers, die gekleed was in een blauwe spijkerbroek en waarvan [junior]. wist dat die in het bezit was van een schroevendraaier, aangezien deze jongen daarmee eerder, bij het ontvluchten van de woning, in de richting van [junior]. had gewezen. Nadat deze en een andere inbreker, gekleed in een wit trainingspak, in de auto van de vriendin van zijn vader waren gaan zitten en hadden geprobeerd deze te starten, hetgeen niet lukte, waarna zij weer uitstapten, is [junior]. achter de wegrennende jongens aan gerend en zag hij de jongen met het witte trainingspak in de straat [straatnaam 2] over een hek een tuin in springen en de jongen met de schroevendraaier de bosjes in gaan. 9

Korte tijd later is in bossages aan de voorkant van perceel [straatnaam 2] 2 een jongen aangetroffen die voldeed aan het opgegeven signalement van één van de inbrekers, inhoudende dat hij was gekleed in een donkerkleurige jas en een blauwe spijkerbroek.10 Tevens werden in deze bossages door een speurhond een schroevendraaier en een paar handschoenen aangetroffen.11

Verdachte heeft ter terechtzitting verklaard dat hij op genoemde datum inderdaad een zwarte jas en een lichtblauwe spijkerbroek droeg, dat hij achtervolgd werd door de bewoner van de woning waar hij kort daarvoor had ingebroken en diens zoon en dat het klopt dat er fysiek contact heeft plaatsgevonden tussen hemzelf en de bewoner. Bovendien heeft hij verklaard dat hij even later in de bosjes is aangehouden en aldaar, kort voor zijn aanhouding, zijn handschoenen heeft uitgetrokken en weggegooid.12

Oordeel van de rechtbank

Gelet op deze ononderbroken keten van gebeurtenissen, inhoudende dat de jongen met de donkerkleurige jas en steekwapen over wie [naam slachtoffer] heeft verklaard door diens zoon is gevolgd tot de bossages in de [straatnaam 2], verdachte, die een donkerkleurige jas droeg, kort daarna in die bossages is aangetroffen en vervolgens in diezelfde bossages een schroevendraaier is aangetroffen, is de rechtbank van oordeel dat verdachte degene is geweest die samen met een ander heeft gepoogd de auto van de vriendin van [naam slachtoffer] weg te nemen en [naam slachtoffer] heeft bedreigd en gestoken met een schroevendraaier. De stellingen van verdachte dat hij helemaal niet in het bezit was van een schroevendraaier, , niet in de auto van [naam slachtoffer] heeft gezeten en de auto zelfs helemaal niet heeft gezien tot het moment dat hij al in de bosjes zat, acht de rechtbank ongeloofwaardig. Dit geldt evenzeer voor de omstandigheid dat verdachte geen verklaring kan geven voor het feit dat op de plek van zijn aanhouding een schroevendraaier is aangetroffen.

4.3 Bewezenverklaring

Gelet op het voorgaande acht de rechtbank wettig en overtuigend bewezen dat verdachte de onder 1. primair en 2. primair ten laste gelegde feiten heeft begaan, in dier voege dat

feit 1.

primair:

hij op 27 oktober 2010 te [plaatsnaam en naam gemeente] ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om tezamen en in vereniging met anderen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening weg te nemen uit een woning gelegen aan de [adres en plaatsnaam] geld en/of goed(eren), althans datgene wat van hun gading zou blijken te zijn, toebehorende aan [naam slachtoffer] in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en zijn mededaders, met zijn mededaders naar die woning is gegaan, waarna verdachte en zijn mededaders zich de toegang tot die woning hebben verschaft en vervolgens die woning hebben doorzocht,

en daarbij die voorgenomen diefstal heeft doen volgen van geweld en bedreiging met geweld tegen die [naam slachtoffer], te plegen met het oogmerk om bij betrapping op heterdaad aan zichzelf en/of aan zijn mededader(s) de vlucht mogelijk te maken, welk geweld en welke bedreiging met geweld hierin bestonden dat verdachte

- met een schroevendraaier steekbewegingen in de richting van het lichaam van die [naam slachtoffer] heeft gemaakt en

- met een schroevendraaier in de vinger en hand en arm van die [naam slachtoffer] heeft gestoken en

- op de hoek [straatnaam 1/straatnaam 2] een schroevendraaier aan die [naam slachtoffer] heeft getoond en daarbij die [naam slachtoffer] dreigend de woorden heeft toegevoegd: "Ik ga je neersteken", althans woorden van gelijke dreigende aard of strekking,

terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

feit 2.

primair:

hij op 27 oktober 2010 te [plaatsnaam en naam gemeente] ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om tezamen en in vereniging met een ander, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening weg te nemen een personenauto, toebehorende aan de partner van [naam slachtoffer] met zijn mededader naar die auto is gelopen, waarna hij, verdachte, en zijn mededader in die auto zijn gaan zitten en vervolgens de portieren van die auto hebben gesloten, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid, welke poging tot diefstal werd vergezeld van geweld tegen [naam slachtoffer] gepleegd met het oogmerk om die diefstal gemakkelijk te maken, welk geweld hierin bestond dat verdachte die [naam slachtoffer] met een schroevendraaier in zijn vinger en zijn hand en arm heeft gestoken.

De in de tenlastelegging voorkomende taal- en/of schrijffouten zijn verbeterd. Blijkens het verhandelde op de terechtzitting is de verdachte daardoor niet geschaad in zijn verdediging.

Hetgeen aan verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hier als bewezen is aangenomen, is niet bewezen. Verdachte moet hiervan worden vrijgesproken.

5. Kwalificatie en strafbaarheid van de feiten

Het bewezen verklaarde levert op:

- feit 1. primair: poging tot diefstal door twee of meer verenigde personen, gevolgd van geweld en bedreiging met geweld tegen personen, gepleegd met het oogmerk om, bij betrapping op heterdaad, aan zichzelf en andere deelnemers van het misdrijf hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren;

- feit 2. primair: poging tot diefstal door twee of meer verenigde personen, vergezeld van geweld tegen personen, gepleegd met het oogmerk om die diefstal gemakkelijk te maken.

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden waardoor de wederrechtelijkheid aan het bewezen verklaarde zou ontbreken. Het bewezen verklaarde is derhalve strafbaar.

6. Strafbaarheid van verdachte

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluit. Verdachte is dus strafbaar.

7. Motivering van de sanctie

Bij de beslissing over de sanctie die aan verdachte moet worden opgelegd, heeft de rechtbank zich laten leiden door de aard en de ernst van het bewezen verklaarde en de omstandigheden waaronder dit is begaan, alsmede de persoon van verdachte zoals van een en ander uit het onderzoek ter terechtzitting is gebleken. In het bijzonder heeft de rechtbank het volgende in aanmerking genomen.

Verdachte heeft zich op 27 oktober 2010 te [plaatsnaam] met drie mededaders schuldig gemaakt aan een inbraak in een woning, hetgeen een feit betreft dat een ernstige inbreuk op de persoonlijke levenssfeer van de bewoners maakt en maatschappelijke onrust veroorzaakt. Nadat verdachte en zijn mededaders overlopen waren door de bewoners van de woning en de woning waren ontvlucht, zijn hij en één mededader op enig moment zeer brutaal in de auto van één van die bewoners gaan zitten en hebben zij geprobeerd daarmee te vluchten, terwijl de hoofdbewoner die auto juist had gehaald om verdachte en zijn mededaders staande te kunnen houden. In het kader van de vlucht en de daarbij horende poging tot autodiefstal heeft verdachte de hoofdbewoner bovendien woordelijk en door middel van een schroevendraaier bedreigd, en op enig moment daadwerkelijk meermalen gestoken met die schroevendraaier.

De rechtbank rekent het verdachte zwaar aan dat hij ondanks zijn jeugdige leeftijd reeds dit soort ernstige feiten pleegt, het plegen van geweld daarbij niet schuwt en standvastig heeft geweigerd openheid van zaken te geven.

De rechtbank acht het daarentegen positief dat verdachte uit eigener beweging een duidelijke hulpvraag bij zijn begeleider van Bureau Jeugdzorg heeft neergelegd, alsmede dat deze begeleider ter terechtzitting heeft aangegeven dat hij vertrouwen heeft in de intenties van verdachte.

Alles afwegende is de rechtbank van oordeel dat een vrijheidsbenemende straf van na te noemen duur moet worden opgelegd. De hoogte van deze straf is lager dan door de officier van justitie gevorderd, nu de rechtbank tot bewezenverklaring van minder feiten komt dan de officier van justitie.

De rechtbank zal bepalen dat een gedeelte van de op te leggen straf vooralsnog niet ten uitvoer zal worden gelegd en zal daaraan een proeftijd verbinden van twee jaren opdat verdachte er voor het einde van die proeftijd van wordt weerhouden strafbare feiten te begaan. Daarnaast acht de rechtbank verplicht contact met Bureau Jeugdzorg noodzakelijk. Een voorwaarde van die strekking zal aan het voorwaardelijk deel van de op te leggen straf worden verbonden.

8. Toepasselijke wettelijke voorschriften

De volgende wetsartikelen zijn van toepassing:

artikel 45, 77a, 77g, 77i, 77x, 77y, 77z, 77aa, 77gg, 311 en 312 Wetboek van Strafrecht.

9. Beslissing

De rechtbank:

Verklaart niet bewezen wat aan verdachte onder feit 3. is ten laste gelegd en spreekt hem daarvan vrij.

Verklaart bewezen dat verdachte de onder 1. primair en 2. primair ten laste gelegde feiten heeft begaan zoals hiervoor onder 4.3 weergegeven.

Verklaart niet bewezen wat aan verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven als bewezen is aangenomen en spreekt hem daarvan vrij.

Bepaalt dat de bewezen verklaarde feiten de hierboven onder 5. vermelde feiten opleveren.

Verklaart deze feiten strafbaar.

Verklaart verdachte hiervoor strafbaar.

Veroordeelt verdachte tot jeugddetentie voor de duur van 160 (honderdzestig) dagen.

Beveelt dat van deze gevangenisstraf een gedeelte, groot 60 (zestig) dagen niet ten uitvoer zal worden gelegd en stelt daarbij een proeftijd vast van twee jaren.

Bepaalt dat de tenuitvoerlegging kan worden gelast, indien:

- verdachte zich voor het einde van de proeftijd aan een strafbaar feit schuldig maakt;

- verdachte niet naleeft de bijzondere voorwaarde dat hij zich gedurende de proeftijd zal gedragen naar de voorschriften en aanwijzingen te geven door of namens Bureau Jeugdzorg, Agglomeratie Amsterdam, afdeling jeugdreclassering, thans in de persoon van [naam medewerker], zolang die instelling dat nodig acht.

Geeft in het kader van deze bijzondere voorwaarde tevens aan bovengenoemde instelling de opdracht tot het verlenen van hulp en steun ex artikel 77aa Wetboek van Strafrecht.

Bepaalt dat de tijd die verdachte vóór de tenuitvoerlegging van dit vonnis in verzekering en voorlopige hechtenis heeft doorgebracht, bij de tenuitvoerlegging van het onvoorwaardelijk deel van de opgelegde jeugddetentie in mindering wordt gebracht, voor zover die tijd niet reeds op een andere straf in mindering is gebracht.

Heft op het bevel tot voorlopige hechtenis van verdachte met ingang van het tijdstip waarop de duur van die voorlopige hechtenis gelijk wordt aan de duur van het onvoorwaardelijk deel van de opgelegde jeugddetentie.

Samenstelling rechtbank en uitspraakdatum

Dit vonnis is gewezen door

mr. H.A. Stalenhoef, voorzitter, tevens kinderrechter,

mr. drs. J.W.H.G. Loyson en mr. Ph. Burgers, rechters,

in tegenwoordigheid van de griffier mr. P. de Mos,

en uitgesproken op de openbare terechtzitting van 28 januari 2011.

1 De door de rechtbank in de voetnoten als proces-verbaal aangeduide bewijsmiddelen zijn in de wettelijke vorm opgemaakt door personen die daartoe bevoegd zijn en voldoen ook overigens aan de daaraan bij wet gestelde eisen. De processen-verbaal maken allen onderdeel uit van het dossier met registratienummer PL1257 2010117478.

2 Proces-verbaal d.d. 23 december 2010, dossierpagina 4 (midden).

3 Proces-verbaal van aangifte door [naam slachtoffer] d.d. 28 oktober 2010, dossierpagina 134-136.

4 Proces-verbaal van verhoor van verdachte ten overstaan van de rechter-commissaris d.d. 29 oktober 2010.

5 De verklaring van verdachte zoals afgelegd ter terechtzitting van 14 januari 2011.

6 Proces-verbaal van aangifte door [naam slachtoffer] d.d. 28 oktober 2010, dossierpagina 134-135.

7 Schriftelijk bescheid bevattende fotografische afbeeldingen, behorend bij het proces-verbaal van aangifte door [naam slachtoffer] dossierpagina 141 (onderste foto), 142 en 143 (beide foto's).

8 Proces-verbaal van aangifte door [naam slachtoffer] d.d. 28 oktober 2010, dossierpagina 135-136.

9 Proces-verbaal van verhoor van getuige [naam getuige] d.d. 1 november 2010, dossierpagina 164-165.

10 Proces-verbaal van bevindingen d.d. 27 oktober 2010, dossierpagina 117 (onderste helft) en 118 (boven en midden).

11 Proces-verbaal van bevindingen d.d. 27 oktober 2010, dossierpagina 125 (onderaan) en 126 (bovenaan).

12 De verklaring van verdachte zoals afgelegd ter terechtzitting van 14 januari 2011.