Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBHAA:2011:BP5221

Instantie
Rechtbank Haarlem
Datum uitspraak
16-02-2011
Datum publicatie
21-02-2011
Zaaknummer
496001 VV EXPL 11-8
Rechtsgebieden
Civiel recht
Personen- en familierecht
Bijzondere kenmerken
Kort geding
Inhoudsindicatie

Concurrentiebeding. Schriftelijkheidsvereiste. Zwaarder drukken concurrentiebeding door functiewijziging. Voorzienbaarheid functiewijziging. Beperkende werking van de redelijkheid en billijkheid. Belangenafweging.

Eiseres is actief als dienstverlener op het gebied van betalingen via internet. Gedaagde heeft zich bij eiseres beziggehouden met risicomanagement. In de eerste arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd is een concurrentiebeding opgenomen. Deze arbeidsovereenkomst is gevolgd door een tweede arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd, welke is omgezet in een arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd. Gedaagde heeft zijn arbeidsovereenkomst met eiseres opgezegd om in dienst te kunnen treden bij een andere dienstverlener op het gebied van internetbetalingen.

Eiseres vordert in kort geding dat gedaagde zal worden veroordeeld zich te onthouden van in het concurrentiebeding verboden activiteiten. Gedaagde vordert in reconventie (onder meer) schorsing van het concurrentie beding.

Het beroep van gedaagde op het schriftelijkheidsvereiste van artikel 7:653 BW wordt verworpen. Geen sprake van nieuwe arbeidsvoorwaarden of van een inhoudelijke wijziging van de arbeidsvoorwaarden, maar slechts van de verlenging van de arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd respectievelijk de omzetting daarvan in een arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd. Geen sprake van ingrijpende wijzigingen die bij het aangaan van de arbeidsovereenkomst niet voorzienbaar waren.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
AR-Updates.nl 2011-0153

Uitspraak

RECHTBANK HAARLEM

Sector kanton

Locatie Haarlem

zaak/rolnr.: 496001 / VV EXPL 11-8

datum uitspraak: 16 februari 2011

VONNIS VAN DE KANTONRECHTER IN KORT GEDING

inzake

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

GLOBAL COLLECT SERVICES B.V.

te Amsterdam

eiseres in conventie

verweerster in reconventie

hierna te noemen Global Collect

gemachtigde mr. P.H.E. Voûte

tegen

[gedaagde]

te [woonplaats]

gedaagde in conventie

eiser in reconventie

hierna te noemen [gedaagde]

gemachtigde mr. S.P.M. Romijn

In conventie en in reconventie

De procedure

Global Collect heeft [gedaagde] gedagvaard op 21 januari 2011. De mondelinge behandeling heeft plaatsgevonden op 2 februari 2011. De gemachtigden hebben pleitnotities overgelegd. Partijen hebben nog stukken in het geding gebracht. De griffier heeft aantekeningen gemaakt van wat partijen verder naar voren hebben gebracht. [gedaagde] heeft een vordering in reconventie ingesteld.

De feiten

1. Global Collect is een full service payment service provider. Zij verwerkt betalingen namens bedrijven die via internet producten en diensten aanbieden, waarbij zij ontvangen bedragen op openstaande posten boekt (het zogenoemde reconciliëren). Global Collect is wereldwijd actief. Haar klanten zijn gevestigd in 200 landen in Europa, de Verenigde Staten en Azië. Zij verwerkt betalingen in alle valuta (170).

2. Digital River is een bedrijf dat zich, naast andere activiteiten op het gebied van elektronische handel, diensten verleent op het gebied van betalingen van producten via het internet. Digital River is actief in 180 landen. Zij heeft vestigingen in Europa, de Verenigde Staten, Azië en Latijns Amerika.

3. [gedaagde] is op 1 mei 2007 bij Global Collect in dienst getreden als Vice President Risk and Compliance, voor de duur van één jaar, tot 30 april 2008. Tot de taken van [gedaagde] behoort het inschatten en beoordelen van financiële risico’s van klanten van Global Collect. Daarnaast is [gedaagde] verantwoordelijk voor de uitvoering en verbetering van het risicobeleid van Global Collect, waartoe behoort het gebruiken en ontwikkelen van software en hulpmiddelen/methoden ten einde fraude en witwaspraktijken te minimaliseren en het monitoren van handelaren en betalingen.

4. In de door [gedaagde] voor akkoord ondertekende schriftelijke arbeidsovereenkomst van 16 maart 2007 is een non-concurrentiebeding opgenomen dat [gedaagde] verbiedt “zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van werkgever binnen een tijdvak van een jaar na het einde van de dienstbetrekking in Nederland in enige vorm een bestaand of nog op te richten bedrijf dat zich bezig houdt of zal gaan houden met een aan werkgever of een aan haar gelieerde onderneming ten tijde van het einde van de dienstbetrekking gelijke of aanverwante activiteiten in de Payment Services Provider-industry, te vestigen, te drijven, mede te drijven of te doen drijven, hetzij direct, indirect, dan wel financieel, in welke vorm dan ook, in een dergelijk bedrijf direct of indirect belang te hebben dan wel bij een dergelijk bedrijf al dan niet gehonoreerd werkzaam te zijn […]”.

5. Op 27 juni 2007 heeft [gedaagde] een nieuwe arbeidsovereenkomst voor akkoord ondertekend in verband met gewijzigde arbeidsvoorwaarden. In deze arbeidsovereenkomst is een gelijkluidend concurrentiebeding opgenomen, waarin de zinsnede “in Nederland” is vervangen door “waar ook ter wereld”.

6. Beide arbeidsovereenkomsten bevatten een boetebeding, inhoudende dat [gedaagde] bij overtreding van het non-concurrentiebeding voor ieder overtreding een boete verbeurt van € 12.500,00 alsmede een boete van € 500,00 voor elke dag dat de overtreding heeft plaatsgevonden en voortduurt.

7. Bij brief van 2 april 2008 heeft Global Collect aan [gedaagde] bevestigd dat de arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd zal worden gevolgd door een tweede arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd, tot 30 april 2009. Global Collect heeft daarbij onder meer het volgende opgemerkt:

“Ik heb je aangegeven dat ik van je verwacht dat je je het komende jaar als manager verder zult ontwikkelen en verbeteren, temeer daar de afdeling zich in deze periode qua omvang zal verdubbelen.”

8. Op 14 oktober 2008 heeft Global Collect onder meer het volgende aan [gedaagde] geschreven:

“Hiermee bevestigen wij dat je arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd […] per heden wordt omgezet in een arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd.

Alle arbeidsvoorwaarden blijven ongewijzigd.”

9. Tussen februari en mei 2010 heeft Digital River meegedaan aan een biedingsproces ter verkrijging van de aandelen in Global Collect. Zij heeft de aandelen niet verworven.

10. Op 5 november 2010 heeft Digital River een persbericht doen uitgaan met onder meer de volgende inhoud:

“Global provider of e-commerce services Digital River has launched Digital River World Payments, an e-payment service for online merchants in markets, including e-retail, travel and entertainment, as well as online services. […] Digital River World Payments service is expected to offer payment options in 190 countries and over 170 transaction and display currencies.”

11. Op 18 november 2009 heeft [gedaagde] aan [XXX] (hierna: [XXX]) medegedeeld dat Digital River hem een functie in de Verenigde Staten had aangeboden en dat hij overwoog deze functie te accepteren.

12. Bij brief van 23 november 2010 heeft Digital River [gedaagde] de functie van Chief Risk Officer (hierna: CRO) aangeboden. De aanbiedingsbrief bevat onder meer de volgende zinsnede:

“This offer is contingent upon your ability to accept the position without violating any non-compete or other related Legal agreements.”

13. In het functieprofiel van CRO is onder het kopje ‘Role Purpose’ onder andere het volgende opgenomen: “This is a new role with the requirement to build out a Risk Management function […] implementing new risk tools and methodologies […] to optimize risk outcomes […].”

Onder het kopje ‘Scope of Role’ zijn onder meer de volgende punten vermeld:

• “Unique opportunity to make a significant impact in establishing the Risk and Compliance function from scratch. […]

• Deliver appropriate risk management strategies […]

• Champion business enabling risk management practices & processes throughout the organization.

• Develop management information tolls which provide sharp, insightful understanding of risk performance and profile.”

14. Bij brief van 29 november 2010 heeft [gedaagde] zijn arbeidsovereenkomst met Global Collect opgezegd.

15. Op 30 november 2010 heeft [gedaagde] de arbeidsovereenkomst met Digital River ondertekend.

16. Bij brief van 6 december 2010 heeft [XXX] de opzegging en de beëindiging van het dienstverband per 31 maart 2011 aan [gedaagde] bevestigd en voorts opgemerkt dat Global Collect [gedaagde] zal houden aan het non-concurrentiebeding.

17. Bij brief van 27 december 2010 heeft [gedaagde] onder meer het volgende aan [XXX] geschreven:

“In meerdere gesprekken tussen ons heb ik je reeds aangegeven dat Digital Rivers mij een unieke kans biedt […] Het betreft een functie met nieuwe uitdagingen en grotere verantwoordelijkheden en bevoegdheden dan in mijn huidige functie bij GlobalCollect. […] Ik concludeer dat GlobalDirect mij […] in alle redelijkheid niet aan het non-concurrentiebeding kan houden, aangezien het mij treft in een zwaarwegend belang, namelijk de wijze waarop ik in mijn levensonderhoud kan voorzien en mijn carrière het best gestalte denk te kunnen geven.”

18. Op 21 januari 2011 heeft Global Collect [gedaagde] op non-actief gesteld.

De vordering in conventie

Global Collect vordert, na haar vordering ter zitting te hebben vermeerderd, bij wijze van voorlopige voorziening (samengevat):

(i) te bepalen dat [gedaagde] zich gedurende de termijn van het concurrentiebeding dient te onthouden van in het concurrentiebeding verboden activiteiten, waarbij [gedaagde] in geval van overtreding van het concurrentiebeding een dwangsom zal verbeuren van € 12.500,00 per overtreding en€ 500,00 voor iedere dag dat de overtreding voortduurt;

(ii) [gedaagde] te verbieden bij Digital River in dienst te treden.

Global Collect legt aan haar vordering het volgende ten grondslag.

Digital River is een directe concurrent van Global Collect. Zij houdt zich, net als Global Collect, bezig met activiteiten op het gebied van full service payment service. Niet alleen verzorgt Digital River het proces van e-commerce, maar ook levert zij betaaldiensten aan e-commerceklanten. [gedaagde] is in zijn functie van Vice President Risk and Compliance bij

Global Collect verantwoordelijk voor de uitvoering en verbetering van het risicobeleid. In die functie heeft [gedaagde] kennis en inzicht opgedaan in de payment industry en op het gebied van het beoordelen van risicoprofielen van klanten. Hij is op de hoogte van groeiontwikkelingen en strategische ontwikkelpunten van Global Collect. Digital River heeft belang bij het verkrijgen van die informatie ten einde de door haar nagestreefde mondiale groei op het gebied van full service payment service te realiseren. Zij kan daarbij [gedaagde] met zijn kennis en ervaring, opgedaan bij Global Collect, goed gebruiken. Dit vormt een ernstige bedreiging voor de positie van Global Collect op de wereldmarkt. Global Collect heeft dus een zwaarwegend belang om [gedaagde] aan het concurrentiebeding te houden.

Het belang van [gedaagde] bij opheffing van het concurrentiebeding dient te wijken voor het te beschermen belang van Global Collect. De nieuwe kansen en mogelijkheden die Digital River [gedaagde] biedt, zijn niet van voldoende gewicht om dat belang terzijde te stellen. Door het concurrentiebeding wordt [gedaagde], die voorheen werkzaam was bij ABN AMRO en Daimler Benz, immers niet belemmerd in de mogelijkheid om bij dergelijke bedrijven een andere, gelijkwaardige functie te accepteren.

Het verweer in conventie

[gedaagde] betwist de vordering en voert daartoe het volgende aan.

Het concurrentiebeding heeft zijn gelding verloren

Zowel bij de verlenging van de arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd als bij de omzetting daarvan naar een arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd had het concurrentiebeding opnieuw schriftelijk overeengekomen moeten worden. Nu dit niet is gebeurd, is niet voldaan aan het schriftelijkheidsvereiste van artikel 7:653 BW.

Daar komt bij dat de functie van [gedaagde] in de loop der jaren zodanig is gewijzigd, dat het concurrentiebeding aanmerkelijk zwaarder is gaan drukken. Bij aanvang van het dienstverband hebben partijen niet kunnen voorzien dat Global Collect van 100 werknemers in 2007 naar de huidige 300 werknemers zou groeien. Ten gevolge daarvan is aan het takenpakket van [gedaagde] de verantwoordelijkheid over Risk and Compliance medewerkers in de Verenigde Staten, Singapore en Brazilië toegevoegd. Het concurrentiebeding had ook om deze reden opnieuw schriftelijk overeengekomen moeten worden.

Het concurrentiebeding heeft dan ook haar gelding verloren, zodat Global Collect er geen beroep meer op kan doen.

Digital River is geen concurrent van Global Collect

Digital River heeft een ander business model dan Global Collect. Terwijl Global Collect zich met name richt op de collectie van gelden voor haar zakelijke klanten, biedt Digital River een totaalpakket aan diensten rondom de verkoop van producten op internet. Ook de markten waarop beide bedrijven zich bewegen, verschillen. Global Collect richt haar activiteiten vooral op Azië en Latijns Amerika; Digital River is met name actief in de Verenigde Staten en EMEA.

De beperkende werking van de redelijkheid en billijkheid

[gedaagde] heeft diverse keren aangegeven dat hij bij Global Collect meer taken en verantwoordelijkheden naar zich toe wilde trekken, maar Global Collect is nooit aan die wens tegemoet gekomen. Bij Digital River krijgt [gedaagde] nu de kansen die hij bij Global Collect niet krijgt. Hij zal in de functie van Chief Risk Officer deel gaan uitmaken van het managementteam van Digital River, zodat hij rechtstreeks kan meebeslissen over de strategische bedrijfsvoering. Daarnaast krijgt [gedaagde] bij Digital River een bredere verantwoordelijkheid dan bij Global Collect en is zijn salaris aanzienlijk hoger dan bij Global Collect. Bij Digital River krijgt [gedaagde] de mogelijkheid om, inclusief bonussen en opties op aandelen, een jaarsalaris te verdienen van US Dollars 370.000,00 in plaats van het basissalaris van € 102.898,51 bruto per jaar bij Global Collect. Ook is het belasting-percentage in de Verenigde Staten veel gunstiger dan in Nederland. Global Collect heeft [gedaagde] pas nadat hij zijn arbeidsovereenkomst had opgezegd, erop gewezen dat zij hem aan het concurrentiebeding zou houden. In het gesprek op 18 november 2010 heeft [XXX] daar niet over gerept. Daarmee heeft Global Collect bij [gedaagde], die zich niet van het concurrentiebeding bewust was, het gerechtvaardigd vertrouwen gewekt dat zij geen beroep zou doen op het concurrentiebeding, als hij bij Digital River in dienst zou treden. Daar komt bij dat Global Collect de recentelijk vertrokken en bij de concurrent Worldpay in dienst getreden Chief Commercial Officer [YYY], niet aan zijn concurrentiebeding heeft gehouden. Handhaving van het concurrrentiebeding is dan ook naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar.

De vordering in reconventie

[gedaagde] vordert, bij wijze van voorlopige voorziening, (kort samengevat):

primair

te bepalen dat het concurrentiebeding haar gelding heeft verloren, althans de werking daarvan geheel dan wel gedeeltelijk te schorsen dan wel te beperken naar geografische reikwijdte en/of duur;

subsidiair

te bepalen dat het concurrentiebeding niet geldt voor het geval [gedaagde] in dienst treedt bij Digital River;

meer subsidiair

voor de periode dat [gedaagde] gehouden is aan het concurrentiebeding op grond van artikel 7:653 lid 4 BW een door Global Collect te betalen vergoeding vast te stellen;

met veroordeling van Global Collect in de kosten van de procedure.

[gedaagde] baseert zijn vordering op hetgeen hij in conventie heeft aangevoerd en op het volgende.

Voor zover in conventie zal worden geoordeeld, dat het concurrentiebeding zijn gelding niet heeft verloren, is er grond om te bepalen dat dit beding niet geldt, indien [gedaagde] bij Digital River in dienst treedt, aangezien Digital River niet als directe concurrent van Global Collect kan worden beschouwd. Omdat Digital River in andere landen dan Global Collect actief is, ligt voorts geografische beperking van het beding in de rede.

Digital River biedt [gedaagde] een unieke kans om zich verder te ontwikkelen en te ontplooien en om een veel beter salaris te verdienen dan bij Global Collect. Onverkorte handhaving van het concurrentiebeding beperkt [gedaagde] te zeer in zijn mogelijkheden om anders dan in dienst van Global Collect werkzaam te zijn. [gedaagde] wordt daardoor onbillijk benadeeld in verhouding tot het belang dat Global Collect heeft bij onverminderde handhaving van het beding. Daarom is er tevens grond voor de beperking van de duur van het beding.

Indien niet zal worden overgegaan tot schorsing van het concurrentiebeding, is er aanleiding tot vaststelling van een redelijke vergoeding voor de periode dat [gedaagde] niet in staat is om bij een andere werkgever tegen een vergelijkbaar salaris als bij Digital River in dienst te treden.

De beoordeling

1. De vorderingen in conventie en in reconventie hangen zodanig met elkaar samen dat zij gezamenlijk kunnen worden behandeld.

2. De gevorderde voorlopige voorzieningen zijn slechts toewijsbaar als aan de hand van de feiten en omstandigheden in dit geding de verwachting gewettigd is dat in een tussen partijen nog te voeren bodemprocedure soortgelijke vorderingen zullen worden toegewezen.

3. Volgens [gedaagde] dient het schriftelijkheidsvereiste van artikel 7:653 BW strikt te worden genomen. Onder verwijzing naar het arrest van de Hoge Raad van 28 maart 2008 (Philips/ Oostendorp) stelt [gedaagde] zich op het standpunt dat het concurrentiebeding opnieuw schriftelijk overeengekomen had moeten worden, omdat bij de brieven van 2 april 2008 en van 14 oktober 2008 de arbeidsvoorwaarden waarin het beding is opgenomen, niet als bijlage in schriftelijke vorm waren gevoegd.

4. De kantonrechter deelt het standpunt van [gedaagde] niet. Anders dan in het door [gedaagde] aangehaalde arrest van de Hoge Raad, is in de onderhavige procedure immers geen sprake van nieuwe arbeidsvoorwaarden of van een inhoudelijke wijziging van de arbeidsvoorwaarden, maar slechts van de verlenging van de arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd respectievelijk de omzetting daarvan in een arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd. Daar komt bij dat Global Collect reeds voor de beëindiging van de arbeidsovereenkomst van rechtswege aan [gedaagde] heeft doen weten dat de arbeidsovereenkomst zou worden voort- respectievelijk omgezet. Van een geheel nieuwe arbeidsovereenkomst die is aangegaan na afloop van de vorige is dus geen sprake. Aan de verlenging respectievelijk omzetting van de arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd zijn bovendien gesprekken voorafgegaan waarin de wijziging of aanpassing van de arbeidsvoorwaarden van [gedaagde] niet aan de orde is geweest. Dat de eerste arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd is gevolgd door een hernieuwde arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd en dat die op zijn beurt is omgezet in een arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd, is op zichzelf niet voldoende om te concluderen dat het concurrentiebeding opnieuw had moeten worden overeengekomen.

5. [gedaagde] beroept zich er voorts op dat het concurrentiebeding opnieuw schriftelijk had moeten worden overeengekomen omdat sprake is van een zodanig ingrijpende wijziging van zijn arbeidsovereenkomst, dat het concurrentiebeding aanmerkelijk zwaarder is gaan drukken.

6. Uitgangspunt is dat de enkele vaststelling dat zich een ingrijpende wijziging van de arbeidsverhouding heeft voorgedaan, in het algemeen onvoldoende is om aan te nemen dat het concurrentiebeding aanmerkelijk zwaarder is gaan drukken. Van belang bij de vaststelling hiervan is (onder andere) de mate waarin de wijziging van de arbeidsverhouding redelijkerwijze was te voorzien voor de werknemer toen deze het beding aanvaardde.

Anders dan [gedaagde] stelt kan naar het voorlopig oordeel van de kantonrechter de groei van de door [gedaagde] geleide afdeling niet worden beschouwd als een niet voorzienbare ingrijpende wijziging van de arbeidsverhouding. Voor zover al kan worden aangenomen dat het concurrentiebeding zwaarder is gaan drukken, is onvoldoende aannemelijk geworden dat de verandering in de arbeidsverhouding onvoorzienbaar was. Tussen partijen staat immers vast dat [gedaagde] bij Global Collect is aangenomen om de afdeling Risk and Compliance op te zetten en uit te bouwen. Gesteld noch gebleken is dat zich tijdens de duur van de dienstbetrekking in de functie van [gedaagde] ingrijpende wijzigingen hebben voorgedaan die bij het aangaan van de arbeidsovereenkomst niet voorzienbaar waren. Zoals uit de brief van 2 april 2008 blijkt, lag het in de lijn der verwachtingen dat de afdeling van [gedaagde] een aanzienlijke groei zou doormaken. Dat de groei van Global Collect als bedrijf een niet voorzienbare wijziging van de arbeidsovereenkomst van [gedaagde] heeft teweeg gebracht, is dan ook vooralsnog niet aannemelijk geworden.

7. Het voorgaande leidt tot de slotsom dat de conclusie dat het concurrrentiebeding zijn gelding heeft verloren, naar het voorlopig oordeel van de kantonrechter niet is gerechtvaardigd. [gedaagde] is dan ook, totdat in een bodemprocedure anders zal worden geoordeeld, aan dit geding gebonden.

8. De stelling van [gedaagde] dat Digital River geen concurrent van Global Collect is kan, gelet op hetgeen in de onderhavige procedure is komen vast te staan ter zake van de bedrijfsactiviteiten van beide ondernemingen, naar het voorlopig oordeel van de kantonrechter geen stand houden. De enkele omstandigheid dat Digital River een totaalpakket aan diensten aanbiedt, waar Global Collect zich voornamelijk bezighoudt met de collectie van gelden, wettigt die conclusie niet, nu genoegzaam aannemelijk is dat Digital River ernaar streeft om binnen afzienbare tijd een belangrijke positie in te gaan nemen op de wereldmarkt als payment service provider. Digital River kan dus vooralsnog niet anders worden aangemerkt dan als concurrent van Global Collect.

9. Hoewel het valt te begrijpen dat er [gedaagde] veel aan is gelegen de functie bij Digital River te kunnen aanvaarden, dient de afweging van zijn belang om een aanzienlijke stap te kunnen maken in zijn carrière tegen het te beschermen belang van Global Collect, echter in het voordeel van Global Collect uit te vallen. Daarbij is bepalend dat [gedaagde] door het concurrentiebeding als zodanig niet wordt belemmerd in het vinden van een gelijkwaardige functie bij andere, niet met Global Collect concurrerende bedrijven, terwijl Global Collect vooralsnog voldoende aannemelijk heeft gemaakt dat indiensttreding van [gedaagde] bij Digital River haar bedrijfsbelang aanmerkelijk kan schaden. Het verweer van [gedaagde] dat het naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar is hem aan het beding te houden, zal dan ook als onvoldoende onderbouwd worden verworpen. De omstandigheid dat [gedaagde] zijn positie bij Digital River kan verbeteren, legt bij dit alles onvoldoende gewicht in de schaal.

10. Het voorgaande brengt mee dat naar het voorlopig oordeel van de kantonrechter onvoldoende aannemelijk is dat in een bodemprocedure zal komen vast te staan, dat [gedaagde] niet aan het concurrentiebeding gebonden is. De vordering in conventie om te bepalen dat [gedaagde] zich dient te onthouden van in het concurrentiebeding verboden activiteiten is dan ook toewijsbaar, inclusief de gevorderde dwangsommen. Voor matiging van die dwangsommen is geen aanleiding, nu deze overeenstemmen met de in het concurrentie-beding overeengekomen boetes. Wel zullen de dwangsommen worden gemaximeerd tot in totaal € 200.000,00.

De vordering om [gedaagde] te verbieden bij Digital River in dienst te treden is slechts toewijsbaar voor zover het de aangeboden functie van CRO betreft dan wel enige andere functie waarvan aannemelijk is dat deze onder de werking van het concurrentiebeding valt.

11. Nog daargelaten dat het voorlopig karakter van de onderhavige procedure zich niet verdraagt met een constitutieve uitspraak, brengt hetgeen in conventie is overwogen en beslist mee dat de vordering in reconventie om te bepalen dat het concurrentiebeding haar gelding heeft verloren moet worden afgewezen. Voor beperking althans schorsing van de werking van het concurrentiebeding naar geografische reikwijdte is geen grond, nu de activiteiten van een bedrijf als Digital River per definitie niet aan geografische grenzen zijn gebonden. De duur van 1 jaar is voor een concurrentiebeding als het onderhavige, gelet op de te beschermen belangen van Global Collect, aan te merken als redelijk. Voor een beperking/schorsing van de duur van het beding is derhalve evenmin aanleiding.

12. Gelet op hetgeen hiervoor is overwogen en beslist ten aanzien van de concurrerende aard van de bedrijfsactiviteiten van Digital River en het belang dat Global Collect heeft bij bescherming van haar bedrijfsdebiet, is voor toewijzing van de subsidiaire vordering in reconventie om te bepalen dat het concurrentiebeding niet geldt indien [gedaagde] bij Digital River in dienst treedt, geen grond.

13. [gedaagde] heeft desgevraagd aangevoerd dat hij ervan uitging dat Global Collect hem niet aan het concurrentiebeding zou houden, omdat een recentelijk bij Global Collect vertrokken Chief Commercial Officer die bij de concurrent Worldpay is gaan werken, niet op enig concurrentiebeding is aangesproken. De omstandigheid dat [gedaagde] ervoor heeft gekozen om zijn arbeidsovereenkomst met Global Collect op te zeggen, zonder zich ervan te vergewissen of Global Collect hem aan het concurrentiebeding zou houden, komt echter voor risico van [gedaagde]. Daarbij is niet van belang of [XXX] [gedaagde] voorafgaande aan diens brief van 29 november 2010 op het concurrentiebeding heeft gewezen, zoals Global Collect stelt en [gedaagde] heeft betwist. Het had immers op de weg van [gedaagde] gelegen om zich hierover tijdig voor aanvaarding van de nieuwe functie te informeren, mede gelet op de voorwaarde die Digital River aan de aanvaarding door [gedaagde] van de functie van CRO heeft gesteld. Nu [gedaagde] bovendien onvoldoende aannemelijk heeft gemaakt dat voor hem geen mogelijkheden zijn om een werkkring te aanvaarden bij een bedrijf dat niet als service payment provider actief is, is de kantonrechter voorshands van oordeel dat er geen reden is om een vergoeding aan [gedaagde] toe te kennen voor de periode dat hij aan het concurrentiebeding gebonden is. De meer subsidiaire vordering in reconventie zal derhalve eveneens worden afgewezen.

14. De proceskosten, zowel in conventie als in reconventie, komen voor rekening van [gedaagde] omdat deze in het ongelijk wordt gesteld.

De beslissing

De kantonrechter:

In conventie

- bepaalt dat [gedaagde] zich gedurende een jaar te rekenen vanaf het einde van zijn dienstbetrekking bij Global Collect dient te onthouden van in het concurrentiebeding verboden activiteiten, waarbij [gedaagde] in geval van overtreding van het concurrentiebeding een dwangsom zal verbeuren van € 12.500,00 per overtreding en € 500,00 voor iedere dag dat de overtreding voortduurt, tot een maximum van € 200.000,00;

- verbiedt [gedaagde] om bij Digital River in dienst te treden in de functie van Chief Risk Officer althans in een gelijkwaardige functie waarin hij met de bij de functie van Chief Risk Officer behorende of daaraan gelijkwaardige taken en verantwoordelijkheden zal zijn belast;

- veroordeelt [gedaagde] tot betaling van de proceskosten, die aan de kant van Global Collect tot en met vandaag worden begroot op de volgende bedragen:

dagvaarding € 82,19

vastrecht € 106,00

salaris gemachtigde € 400,00;

- verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad;

- wijst het meer of anders gevorderde af.

In reconventie

- weigert de voorlopige voorziening;

- veroordeelt [gedaagde] tot betaling van de proceskosten, die aan de kant van Global Collect tot en met vandaag worden begroot op € 200,00 aan salaris gemachtigde.

Dit vonnis is gewezen door mr. J.J. Udo de Haes en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van bovengenoemde datum in aanwezigheid van de griffier.