Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBHAA:2011:BP1997

Instantie
Rechtbank Haarlem
Datum uitspraak
10-01-2011
Datum publicatie
25-01-2011
Zaaknummer
175908/HA RK 10-133
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

De enkele omstandigheid dat door een medewerkster van het juridisch loket in een op de website van de NCRV gepubliceerde blog een algemene opmerking wordt gemaakt over een met de hoofdzaak vergelijkbare aangelegenheid, kan niet gerekend worden tot feiten of omstandigheden waardoor de rechterlijke onpartijdigheid schade zou kunnen lijden. Enerzijds omdat de kantonrechter naar het oordeel van de rechtbank niet kan worden vereenzelvigd met voornoemde medewerkster en anderzijds omdat uit de blog geenszins blijkt dat de opmerking aan de kantonrechter kan dan wel zou moeten worden toegerekend. Zelfs indien een koppeling tussen de opmerking van de medewerkster en de kantonrechter wel te maken zou zijn, is hierin geen grond voor wraking gelegen nu van enig verband tussen de professionele uitlating op de website en de hoofdzaak niet is gebleken.

Van omstandigheden die grond geven voor het oordeel dat de vrees voor partijdigheid objectief gerechtvaardigd is, is derhalve niet gebleken, zodat ook de objectieve toets geen grond voor wraking oplevert.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK HAARLEM

Wrakingskamer

Zaaknummer: 175908/HA RK 10-133

datum beslissing: 10 januari 2011

Op verzoek van:

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

PICK 2 PAY ELECTRONIC OUTLET B.V.

gevestigd te Bemmel, gemeente Lingewaard,

verzoekster,

gemachtigde: mr. S. Boot, advocaat te Arnhem.

1. Procesverloop

1.1 Bij schriftelijk verzoek van 18 november 2010 heeft verzoekster de wraking verzocht van mr. [A], kantonrechter in deze rechtbank, Locatie Zaandam, hierna ook te noemen: de kantonrechter. Mr. [A] is de behandelend kantonrechter in de aanhangige zaak met het zaak/rolnummer: 480619/CV EXPL 10-6768, hierna te noemen: de hoofdzaak.

1.2 De kantonrechter heeft schriftelijk op het verzoek gereageerd.

1.3 De wederpartij in de hoofdzaak heeft schriftelijk gereageerd.

1.4 Verzoekster, de wederpartij en de kantonrechter zijn in de gelegenheid gesteld te worden gehoord ter zitting van 20 december 2010, maar hebben van de hen geboden gelegenheid, met bericht, geen gebruik gemaakt.

2. De standpunten van verzoekster en de kantonrechter

2.1 Verzoekster heeft ter onderbouwing van het verzoek het volgende aangevoerd. In de hoofdprocedure is onder meer de vraag aan de orde wat een consument na afloop van de garantietermijn nog van de verkoper van een product kan vorderen en wat de levensver-wachting van een televisietoestel onder bepaalde omstandigheden is, dan wel wat daarvan verwacht mag worden.

De kantonrechter heeft een aantal nevenfuncties, waaronder medewerker van het programma “Recht in de regio” en bindend adviseur in het tv-programma “De rijdende rechter”. Hij is maatschappelijk zeer betrokken bij onder meer vragen die het consumentenrecht betreffen. Verzoekster heeft één dag voordat in de hoofdzaak door de kantonrechter tussenvonnis werd gewezen, moeten constateren dat mevrouw [B], een medewerkster van het juridisch loket, op de website van de NCRV van het programma “De rijdende rechter”, een blog heeft gepubliceerd waarin onder meer de stelling wordt ingenomen: “Mocht de televisie na twee jaar gebreken vertonen, dan heeft u recht op herstel of vervanging, omdat de levensduur van de televisie echt langer is dan twee jaar.” De gepubliceerde blog behandelt precies de vraag die onder meer in de hoofdprocedure aan de orde zal komen. Opvallend genoeg gaat het in deze blog net als in de hoofdprocedure om een televisietoestel waarover door een consument na twee jaar wordt geklaagd. Op de website waarin de blog is opgenomen, is ook een foto van de kantonrechter te zien. Daarnaast is het zo dat op de homepage van de site www.eerstehulpbijrecht.nl onder meer is opgenomen de uitnodiging voor het spreekuur “Recht in de regio” waarin het juridisch loket en diens medewerkers als hulptroepen van de kantonrechter worden betiteld. Verzoekster concludeert dat de uitlatingen gedaan door mevrouw [B] in haar blog op de website dienen te worden opgevat als een weergave van de mening van de kantonrechter. In elk geval wordt door de publicatie de schijn gewekt dat de kantonrechter van mening is dat een televisietoestel langer dan twee jaar zonder gebreken dient te functioneren en dat een consument om die reden ook na afloop van de garantietermijn nog recht op kosteloos herstel dan wel vervanging heeft. Verzoekster vreest om die reden in dit concrete geval voor partijdigheid van de kantonrechter in de hoofdprocedure en voor haar eigen rechtspositie in die procedure.

2.2 De kantonrechter berust niet in de verzochte wraking, omdat naar zijn mening geen sprake is van feiten of omstandigheden waardoor zijn rechterlijke onpartijdigheid schade zou kunnen lijden. De kantonrechter stelt dat hij geen enkele verantwoordelijkheid draagt voor en bemoeienis heeft met de inhoud van de door verzoekster genoemde website, anders dan dat daarop tweewekelijks een column van hem verschijnt, waarin hij aan de hand van gepubliceerde rechtspraak, juridische onderwerpen van allerlei aard behandelt. De NCRV is verantwoordelijk voor de redactie en de overige inhoud van de website. De kantonrechter meent dat hij niet mag worden vereenzelvigd met een medewerkster van het juridisch loket, die geheel op eigen naam en titel een mening geeft over een juridisch onderwerp op een website waarop zijn foto voorkomt en waarin hij geregeld een column schrijft. Deze mening is uitsluitend de mening van de betrokken medewerkster. Zelfs indien verzoekster op basis van de uitlating van de medewerkster van het juridisch loket in redelijkheid kan menen, dat de kantonrechter de professionele opvatting is toegedaan dat een nieuw televisieapparaat op grond van de wet het normaal gesproken langer dan twee jaar zou moeten volhouden, dan nog ziet de kantonrechter daarin geen terechte wrakinggrond. Het is immers ondenkbaar dat geschillen alleen mogen worden behandeld door rechters die geen professionele opvattingen hebben over de relevante rechtsregels.

3. Beoordeling

3.1 Een rechter kan worden gewraakt op grond van feiten of omstandigheden waardoor de rechterlijke onpartijdigheid schade zou kunnen lijden. Uitgangspunt daarbij is dat de rechter uit hoofde van zijn aanstelling wordt vermoed onpartijdig te zijn, tenzij zich een uitzonderlijke omstandigheid voordoet, die een zwaarwegende aanwijzing oplevert voor het oordeel dat een rechter jegens een partij bij een geding een vooringenomenheid koestert. Daarnaast kan er onder omstandigheden reden zijn voor wraking, indien geheel afgezien van de persoonlijke opstelling van de rechter in de hoofdzaak de bij een partij bestaande vrees voor partijdigheid van die rechter objectief gerechtvaardigd is, waarbij rekening moet worden gehouden met uiterlijke schijn. Het subjectieve oordeel van verzoekster is niet doorslaggevend.

3.2 Gesteld noch gebleken is dat de kantonrechter jegens verzoekster een vooringe-nomenheid koestert, zodat de subjectieve toets geen grond voor wraking oplevert.

3.3 De rechtbank overweegt ten aanzien van de in het verzoekschrift opgevoerde wrakingsgronden het volgende. De enkele omstandigheid dat door een medewerkster van het juridisch loket in een op de website van de NCRV gepubliceerde blog een algemene opmerking wordt gemaakt over een met de hoofdzaak vergelijkbare aangelegenheid, kan niet gerekend worden tot feiten of omstandigheden waardoor de rechterlijke onpartijdigheid schade zou kunnen lijden. Enerzijds omdat de kantonrechter naar het oordeel van de rechtbank niet kan worden vereenzelvigd met voornoemde medewerkster en anderzijds omdat uit de blog geenszins blijkt dat de opmerking aan de kantonrechter kan dan wel zou moeten worden toegerekend. Zelfs indien een koppeling tussen de opmerking van de medewerkster en de kantonrechter wel te maken zou zijn, is hierin geen grond voor wraking gelegen nu van enig verband tussen de professionele uitlating op de website en de hoofdzaak niet is gebleken.

Van omstandigheden die grond geven voor het oordeel dat de vrees voor partijdigheid objectief gerechtvaardigd is, is derhalve niet gebleken, zodat ook de objectieve toets geen grond voor wraking oplevert.

3.4 De aangevoerde feiten en omstandigheden vormen derhalve geen grond voor wraking.

3.5 De rechtbank zal het verzoek afwijzen.

4. Beslissing

De rechtbank:

4.1 wijst het verzoek om wraking af;

4.2 beveelt de griffier onverwijld aan verzoekster, de kantonrechter en de wederpartij een voor eensluidende gewaarmerkt afschrift van deze beslissing toe te zenden;

4.3 beveelt dat het proces in de hoofdzaak wordt voortgezet in de stand waarin het zich bevond ten tijde van het indienen van het verzoek.

Deze beslissing is gegeven door mr. J.M. Janse van Mantgem, voorzitter, en mrs. J.J. Dijk en A.A.F. Donders, leden van de wrakingskamer, en in het openbaar uitgesproken op 10 januari 2011 in tegenwoordigheid van mr. W.G. van Gastelen als griffier.

Rechtsmiddel

Tegen deze beslissing staat geen rechtsmiddel open.