Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBHAA:2011:6163

Instantie
Rechtbank Haarlem
Datum uitspraak
05-10-2011
Datum publicatie
31-12-2013
Zaaknummer
181312 / HA ZA 11-598
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

ECLI:NL:RBHAA:2011:6163

ECLI:NL:RBNHO:2013:8941

ECLI:NL:RBNHO:2013:8559

ECLI:NL:RBNHO:2013:12542

Eiseres heeft derdenbeslag gelegd onder de besloten vennootschap – gedaagde in deze zaak - van de levenspartner van een persoon, die werk verricht voor die vennootschap en tegen wie eiseres een veroordelend vonnis heeft verkregen. Eiseres verzoekt op de voet van art. 479a Rv vaststelling van de redelijke vergoeding die geldt voor de werkzaamheden die die persoon verricht voor gedaagde, die een café-restaurant runt. Voorts vordert eiseres de veroordeling tot de afdracht van die bedragen. Bij de eerste tussenvonnissen zijn beslissingen gegeven over de aard en waarde van de door die persoon verrichte werkzaamheden en de omvang daarvan. In de laatste twee vonnissen is onder meer de vraag aan de orde of en zo ja tot welk bedrag de beslagvrije voet bij de vaststelling van de af te dragen bedragen in aanmerking moet worden genomen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK HAARLEM

Sector civiel recht

zaaknummer / rolnummer: 181312 / HA ZA 11-598

Vonnis in incident van 5 oktober 2011

in de zaak van

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

AERDENBURGH HOLDING B.V.,

gevestigd te Aerdenhout, gemeente Bloemendaal,

eiseres in de hoofdzaak,

verweerster in het incident,

advocaat mr. M. Drolsbach te Badhoevedorp,

tegen

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

HEFRA ZANDVOORT B.V.,

gevestigd te Zandvoort,

gedaagde in de hoofdzaak,

eiseres in het incident,

advocaat mr. C.J. Nierop te Amsterdam.

Partijen zullen hierna Aerdenburgh en Hefra genoemd worden.

1 De procedure

1.1.

Het verloop van de procedure blijkt uit:

 -

de dagvaarding

 -

de conclusie van antwoord tevens houdende de incidentele vordering tot zekerheid voor proceskosten ex artikel 477a Rv

 -

de incidentele conclusie van antwoord

 -

de akte uitlating producties in het incident.

1.2.

Ten slotte is vonnis bepaald in het incident.

2 De beoordeling in het incident

2.1.

Hefra vordert dat Aerdenburgh op grond van artikel 477a Rv zekerheid stelt voor de proceskosten van Hefra ter hoogte van een bedrag van € 10.642,--.

2.2.

Aerdenburgh voert verweer. Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.

2.3.

Aerdenburgh heeft ten laste van de schuldenaar [schuldenaar], executoriaal derdenbeslag gelegd onder Hefra. Aerdenburgh heeft in de hoofdzaak primair artikel 477a lid 1 Rv aan haar vordering ten grondslag gelegd en stelt hiertoe dat Hefra als derde-beslagene geen derdenverklaring heeft afgelegd.

2.4.

Op grond van artikel 477a, lid 2, derde volzin, Rv kan de rechter op verlangen van de derde-beslagene, te uiten voor alle weren, bepalen dat de executant, op straffe van niet-ontvankelijkheid, zekerheid moet stellen voor de proceskosten, waarin hij jegens de derde-beslagene kan worden veroordeeld. Blijkens de Memorie van Toelichting van dit artikel heeft de wetgever de derde-beslagene willen beschermen tegen oninbaarheid van juridische kosten voor het geval de wederpartij door de rechtbank in de proceskosten wordt veroordeeld. Op verlangen van de derde zal de beslaglegger zekerheid moeten stellen indien sprake is van een reëel verhaalsrisico. Daarvan is in onderhavig geval geen sprake nu Hefra tegenover de gemotiveerde betwisting daarvan door Aerdenburgh in het geheel niet heeft onderbouwd dat zij met onverhaalbare proceskosten zal blijven zitten. De rechtbank concludeert derhalve dat in onderhavig geval geen grond bestaat voor het stellen van zekerheid.

2.5.

Het voorgaande leidt tot de slotsom dat de incidentele vordering zal worden afgewezen. Hefra zal als de in het ongelijk gestelde partij in de proceskosten van het incident worden veroordeeld.

3 De beoordeling in de hoofdzaak

3.1.

De rechtbank zal een comparitie bevelen om inlichtingen over de zaak te vragen en om te onderzoeken of partijen het op een of meer punten met elkaar eens kunnen worden.

3.2.

De rechtbank wijst erop dat zij uit een niet verschijnen van een partij ter comparitie de gevolgtrekkingen - ook in het nadeel van die partij - kan maken die zij geraden zal achten.

3.3.

De behandeling van de zaak ter comparitie zal in beginsel de volgende onderwerpen bevatten. De rechter zal beginnen met een aantal formaliteiten. Vervolgens zal de rechter zo nodig vragen stellen over de feiten en over de standpunten van partijen waarin inzicht moet bestaan om tot een oordeel te kunnen komen.

3.4.

In beginsel zal ter comparitie niet de gelegenheid worden geboden om te pleiten, waarbij onder pleiten wordt verstaan het juridisch beargumenteren van de zaak aan de hand van een voorbereide, uitgeschreven pleitnotitie.

3.5.

Op de comparitie zal, eventueel aan de hand van een voorlopig oordeel over de zaak, worden nagegaan hoe de verdere gang van de procedure moet zijn. Daarbij kan ook aan de orde komen of een schikking (al dan niet op onderdelen) mogelijk is. Partijen moeten er op voorbereid zijn, dat de rechtbank een mondeling tussenvonnis kan wijzen. De zitting eindigt met een aantal formaliteiten.

3.6.

De rechtbank wijst partijen er op dat zij schriftelijk en gemotiveerd om extra behandeltijd kunnen vragen indien zij van mening zijn dat de geplande anderhalf uur voor de comparitie niet toereikend is.

3.7.

Partijen kunnen vanaf één week voor de zitting desgewenst de griffie bellen, om te informeren naar de naam van de betrokken rechter.

3.8.

Het proces-verbaal zal, behoudens anders luidende wens van een der partijen, na afloop van de zitting en buiten hun aanwezigheid worden vastgesteld. Voor zover een partij van mening is dat de in het proces-verbaal weergegeven verklaringen niet juist zijn weergegeven, bestaat de mogelijkheid om per brief aan de zittingsadministratie van de sector civiel mede te delen in welke passages onjuistheden voorkomen. Bedoelde brief wordt aan het griffie-exemplaar van het proces-verbaal gehecht. Gelijktijdig met de verzending aan de zittingsadministratie dient een afschrift van deze brief aan de wederpartij te worden gestuurd.

4 De beslissing

De rechtbank

in het incident

4.1.

wijst het gevorderde af,

4.2.

veroordeelt Hefra in de kosten van het incident, aan de zijde van Aerdenburgh tot op heden begroot op EUR 452,00,

in de hoofdzaak

4.3.

beveelt een verschijning van partijen, bijgestaan door hun advocaten, voor het geven van inlichtingen en ter beproeving van een minnelijke regeling op de terechtzitting van een nog aan te wijzen rechter van deze rechtbank in het gerechtsgebouw te Haarlem aan de Jansstraat 81 op een door de rechtbank vast te stellen datum en tijd,

4.4.

bepaalt dat de partijen dan vertegenwoordigd moeten zijn door iemand die van de zaak op de hoogte is en hetzij rechtens hetzij op grond van een bijzondere schriftelijke volmacht bevoegd is haar te vertegenwoordigen,

4.5.

bepaalt dat de zaak weer op de rol zal komen van 19 oktober 2011 voor het opgeven van de verhinderdagen van de partijen en hun advocaten in de maanden november 2011 tot en met januari 2012, waarna dag en uur van de comparitie zullen worden bepaald,

4.6.

bepaalt dat bij gebreke van de gevraagde opgave(n) de rechtbank het tijdstip van de comparitie zelfstandig zal bepalen,

4.7.

bepaalt dat na de vaststelling van het tijdstip van de comparitie dit in beginsel niet zal worden gewijzigd,

4.8.

wijst partijen er op, dat voor de zitting anderhalf uur zal worden uitgetrokken.

Dit vonnis is gewezen door mr. E.L. Grosheide en in het openbaar uitgesproken op 5 oktober 2011.(934