Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBHAA:2010:BW2870

Instantie
Rechtbank Haarlem
Datum uitspraak
15-04-2010
Datum publicatie
17-04-2012
Zaaknummer
407510
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Voormalig werknemer van twee gelieerde ondernemingen, GoodWood en Floresteca, die zich bezighouden dan wel bezig hielden met verkoop aan- en beheer ten behoeve van particuliere beleggers van aldus genaamde participaties in teakhoutplantages in Brazilië, wordt geconfronteerd met vorderingen van zijn voormalige werkgeefsters wegens de overtreding van het geheimhouding-, relatie- en concurrentiebeding. De vorderingen worden afgewezen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
AR-Updates.nl 2012-0381
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK HAARLEM

Sector kanton

Locatie Zaandam

zaaknummer : 407510

rolnummer : 8896/08

datum uitspraak : 15 april 2010

VONNIS VAN DE KANTONRECHTER

inzake

de besloten vennootschap Floresteca BV

te Amsterdam

eisende partij in conventie en gedaagde partij in reconventie

nader te noemen Floresteca

gemachtigde: mr. N.E.W. van Dijkman te Amsterdam

tege[XXX]

te [woonplaats]

gedaagde partij in conventie en eisende partij in reconventie

nader te noemen [XXX]

gemachtigde: mr. J.A. van Laar te Woudenberg

Verloop van de procedure

Verwezen wordt naar het tussenvonnis van 14 januari 2010.

Op 17 februari 2010 heeft een comparitie van partijen plaatsgehad in beide gevoegde zaken, die van Floresteca en die van GoodWood.

De griffier heeft aantekening gehouden van wat is besproken en welke stukken zijn overgelegd.

De vorderingen

De vorderingen zijn na het laatste tussenvonnis niet gewijzigd.

De verweren

De verweren zijn na het laatste tussenvonnis niet gewijzigd.

Beoordeling van het geschil

Nieuwe feitelijke vaststellingen

Er zijn nieuwe feitelijke vaststellingen te doen.

Voor de overzichtelijkheid van dit vonnis worden eerdere feitelijke vaststellingen hier cursief herhaald en aanvullingen of verbeteringen daar op de meest logische plaats aan toegevoerd.

[XXX] is op 24 maart 1999 in dienst gekomen bij GoodWood.

GoodWood en een aantal aan haar gelieerde vennootschappen, waaronder GoodWood Investments en Floresteca, houden zich bezig met verkoop aan- en beheer ten behoeve van particuliere beleggers van aldus genaamde participaties in teakhoutplantages in Brazilië.

Per 1 juni 2000 kreeg [XXX] een commerciële functie en in dat verband werd een schriftelijke arbeidsovereenkomst gesloten met een non-concurrentiebeding, een relatiebeding en een geheimhoudingsbeding.

De overeenkomst met de bedingen is in het geding gebracht.

In het beding zijn ten behoeve van werkgeefster betrokken met GoodWood verbonden ondernemingen, waaronder alleen GoodWood Investments met name is genoemd.

Op of omstreeks 21 september 2006 is [XXX] op instigatie van GoodWood en Floresteca uit dienst getreden bij GoodWood en in dienst getreden bij Floresteca op basis van een schriftelijke tijdelijke arbeidsovereenkomst, die eveneens in het geding is.

GoodWood houdt zich inmiddels niet meer bezig met de verkoop van participaties, maar alleen met het beheer.

Zulks in verband met problemen met de AFM. Die problemen waren ook de achtergrond van het verzoek van GoodWood aan [XXX] om over te stappen maar Floresteca.

Hij moest wel (ongeveer) hetzelfde werk blijven doen.

De nieuwe schriftelijke arbeidsovereenkomst bevat eveneens een non-concurrentiebeding, een relatiebeding en een geheimhoudingsbeding, maar met andere boetes en sancties. Deze nieuwe bedingen zijn gemaakt ten behoeve van Werkgever of daarmee verbonden ondernemingen, zonder een van die ondernemingen of relaties met name te noemen.

Op 14 november 2006 heeft [XXX] met onmiddellijke ingang ontslag genomen

omdat Floresteca en/of GoodWood hun toezeggingen op financieel gebied niet nakomen en/of [XXX] te weinig hadden betaald.

De ontslagbrief is eveneens in het geding.

Floresteca en GoodWood, waaraan de brief eveneens was gericht, hebben in die ontslagname berust.

Vanaf zijn ontslag heeft [XXX] zich beziggehouden met een onderneming waarin medische artikelen worden verhandeld.

Hij heeft ook een reeds in zijn bezit zijnde besloten vennootschap opgetuigd om daarin aan gegadigden aandelen in zogenaamd strategisch gelegen percelen grond te gaan verkopen voor een derde partij, die de aldus verkochte percelen voor de nieuwe eigenaren gaat beheren, totdat zij met winst kunnen worden doorverkocht.

Het gaat daarbij om braakliggende of nog als zodanig gebruikte landbouwgronden in Nederland die mogelijk in de toekomst naar een andere bestemming moeten worden ontwikkeld.

Ten tijde van en na de ontslagname door [XXX] zijn GoodWood en Floresteca negatief in het nieuws gekomen met hun handelspraktijken, wat er toe heeft geleid dat veel klanten die in het verleden hadden geïnvesteerd in hun participaties in hardhout in Brazilië, al of niet voortijdig van hun contract af wilden komen. GoodWood en Floresteca hebben daar soms aan toegegeven of moeten geven. In veel gevallen lopen er nog procedures met die spijtoptanten, die worden gevoerd door een aantal zich daarop toegelegd hebbende advocaten.

Op 17 oktober 2008 heeft de gemachtigde van GoodWood [XXX] schriftelijk laten weten dat GoodWood zich op het standpunt stelt dat [XXX] zowel het geheimhoudingsbeding als het relatiebeding als het non-concurrentiebeding overtreden heeft en cumulatief boetes gevorderd.

Op 29 oktober 2008 heeft dezelfde gemachtigde, dit maal namens Floresteca, schriftelijk laten weten dat ook Floresteca zich op het standpunt stelt dat [XXX] zowel het met haar gesloten geheimhoudingsbeding als het relatiebeding als het non-concurrentiebeding overtreden heeft en cumulatief boetes gevorderd.

De achtergrond daarvan was dat GoodWood en Floresteca er achter waren gekomen dat er contacten waren geweest tussen een aantal van hun (vroegere) klanten en [XXX].

[XXX] heeft een of meer van die klanten, voor zover zij af wilden van hun lopende contracten met GoodWood en/of Floresteca, verwezen naar die advocaten.

Hij heeft hen daarbij, indien en voor zover zij bij GoodWood en/of Floresteca geïnvesteerd geld vrij zouden krijgen, gewezen op de mogelijkheid om dat alsdan via hem in strategisch onroerend goed in Nederland te beleggen.

[XXX] heeft niet aan (de eerdergenoemde) verzoeken en sommaties voldaan en is op 5 december 2008 door beide ex-werkgeefsters gedagvaard.

In beide procedures is een tegenvordering ingesteld waarop is geantwoord met overlegging van gevraagde bescheiden.

Het geschil

Het gaat, zoals reeds in het tussenvonnis overwogen, vooral om de vorderingen in conventie.

Beoordeling van de geschilpunten

De kantonrechter zal achtereenvolgens ingaan op de gestelde overtredingen van geheimhoudingsbedingen, relatiebedingen en non-concurrentiebedingen.

Bij GoodWood had [XXX] alleen een geheimhoudingsbeding voor de duur van de arbeidsovereenkomst.

Het staat in zoverre los van de overige bedingen dat ook in de niet verboden contacten met relaties of concurrenten, bepaalde zaken geheim gehouden moeten worden als het meedelen daarvan voor de werkgever schadelijk is.

Gesteld noch aannemelijk gemaakt is dat en hoe [XXX] dit beding heeft overtreden tijdens zijn dienstverband bij GoodWood.

Bij Floresteca had [XXX] een verder strekkend beding.

In de eerste plaats had GoodWood [XXX] daar op moeten wijzen toen zij hen min of meer dwong om voor Floresteca te gaan werken, zodat [XXX] deze uitbreiding had kunnen weigeren.

Verder hebben noch GoodWood noch Floresteca gesteld en aannemelijk gemaakt dat en wanneer met welke mededeling aan welke derde hij het aldus genaamde "vertrouwelijke informatie" beding met Floresteca heeft geschonden.

Er is omstreeks en na de ontslagname van [XXX] veel negatieve berichtgeving over GoodWood en Floresteca geweest, maar er is niet gesteld of aannemelijk gemaakt dat die al of niet juiste informatie van [XXX] afkomstig was en dat en welke bedrijfsgeheimen van Floresteca hij daarbij zou hebben misbruikt.

Dan komt het relatiebeding aan de orde.

Met GoodWood had [XXX] een relatiebeding dat gold voor twee jaren na beëindiging van de arbeidsovereenkomst, dus tot 21 september 2008.

[XXX] heeft niet betwist dat hij contacten heeft gehad met destijds door hem aangebrachte en later teleurgesteld geworden klanten van GoodWood.

Hij heeft gesteld dat die contacten op initiatief van die klanten zijn tot stand gekomen.

Hij heeft er van afgezien te bemiddelen bij het verbreken van dezelfde relaties die hij tot stand had gebracht, maar die mensen verwezen naar advocaten die zich toelegden op dat soort procedures. Personen waarvan die relaties ook zonder [XXX] wel naam en toenaam hadden kunnen vinden.

GoodWood heeft geen namen genoemd van relaties en ook niet gesteld en te bewijzen aangeboden dat en welke van die relaties binnen die twee jaar via [XXX] onroerend goed hebben gekocht of andere zaken hebben gedaan.

Tenslotte moet aan de orde komen of [XXX] een non-concurrentiebeding heeft overtreden.

In de eerste plaats merkt de kantonrechter op dat GoodWood, toen zij [XXX] dwong bij haar uit dienst te treden, al was gestopt met het verkopen van participaties in houtplantages, en dat verkopen was nu juist de taak van [XXX].

In de tweede plaats moet worden overwogen dat het non-concurrentiebeding veel te ruim is geformuleerd om het met succes te kunnen handhaven.

GoodWood had haar bedrijf en dat van haar aanverwante ondernemingen strakker moeten omschrijven.

Zoals het non-concurrentiebeding nu is geformuleerd zou het [XXX] twee jaar na zijn ontslagname verboden zijn wat dan ook te verkopen aan wie dan ook die ergens zijn geld in wil steken.

Met betrekking tot Floresteca geldt met betrekking tot relatiebeding en non-concurrentiebeding hetzelfde, nog daargelaten dat [XXX] in de korte tijd dat hij bij Floresteca werkte geen relaties heeft aangebracht.

Hij beklaagt zich er in zijn ontslagbrief juist over dat niet hij maar een ander voor de relaties die hij toen meende te hebben aangebracht provisie betaald kreeg.

De vordering in conventie kunnen dus alle worden afgewezen.

Ook de vordering in reconventie kunnen worden afgewezen.

[XXX] vraag overgelegging van bescheiden die hem moeten helpen nog een eventuele loon- of provisievordering op GoodWood en/of Floresteca geldend te maken.

Hij heeft er van afgezien om die vordering in deze procedure in reconventie in te stellen.

GoodWood en Floresteca hebben inmiddels wat in het geding gebracht.

Als dat niet voldoende is moet [XXX] het in zijn ogen ontbrekende bewijsmateriaal maar elders vergaren of het gelijk met het opeisen van een geldsom nog eens te proberen.

Hij heeft onvoldoende belang om deze procedures nog langer te rekken.

GoodWood en Floresteca zullen in conventie worden veroordeeld in de kosten.

In reconventie zullen ze worden gecompenseerd.

Beslissing

De kantonrechter:

In conventie:

Wijst de vorderingen af.

Veroordeelt Floresteca in de kosten van het geding, aan de zijde van [XXX] begroot als volgt:

salaris gemachtigde € 1800,

In reconventie:

Wijst de vordering af.

Belast iedere partij met de eigen kosten.

Verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad.

Aldus gewezen door mr. J. van der Valk als kantonrechter, en op 15 april 2010 in het openbaar uitgesproken en door kantonrechter en griffier ondertekend.