Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBHAA:2010:BR6715

Instantie
Rechtbank Haarlem
Datum uitspraak
23-11-2010
Datum publicatie
05-09-2011
Zaaknummer
AWB 09 / 4780 & 09 / 4781
Rechtsgebieden
Belastingrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Vennootschapsbelasting. Vrijval pensioenvoorziening. Boete. Verweerder heeft terecht in 2004 de pensioenvoorziening laten vrijvallen en de dotatie aan de pensioenvoorziening voor het jaar 2005 niet geaccepteerd. Het beroep van eiseres op een bij haar gewekt vertrouwen faalt. De betaalde bedragen aan huur en drankleveranties kunnen niet ten laste van het resultaat van eiseres gebracht worden.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
PJ 2011/146
FutD 2011-2139
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK HAARLEM

Sector bestuursrecht, meervoudige belastingkamer

Zaaknummers: AWB 09/4780 en AWB 09/4781

Uitspraakdatum: 23 november 2010

Uitspraak in het geding tussen

[X] B.V., gevestigd te [Z], eiseres,

gemachtigde: [A]

en

de inspecteur van de Belastingdienst/Holland-Midden, kantoor [P], verweerder.

1. Ontstaan en loop van het geding

1.1. Verweerder heeft aan eiseres voor het jaar 2004 een aanslag (aanslagnummer [nummer 1]) vennootschapsbelasting opgelegd, berekend naar een belastbare winst van € 536.533 en een belastbaar bedrag van € 411.811. Tevens is een verzuimboete opgelegd ter hoogte van € 340.

1.2. Verweerder heeft aan eiseres voor het jaar 2005 een aanslag (aanslagnummer [nummer 2]) vennootschapsbelasting opgelegd naar een belastbare winst en een belastbaar bedrag van € 113.464.

1.3. Verweerder heeft bij uitspraak op bezwaar van 19 augustus 2009 de aanslag 2004 gehandhaafd.

1.4. Verweerder heeft bij uitspraak op bezwaar van 12 september 2009 de aanslag verminderd tot nihil en een verliesbeschikking voor het jaar 2005 gegeven van € 86.536.

1.5. Eiseres heeft daartegen bij brieven van 28 oktober 2009, ontvangen bij de rechtbank op 28 oktober 2009, beroep ingesteld.

1.6. Verweerder heeft op de zaken betrekking hebbende stukken overgelegd en verweerschriften ingediend.

1.7. Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 12 oktober 2010.

Namens eiseres is ter zitting [A] verschenen. Namens verweerder zijn ter zitting

mr. [B], [C] en [D] verschenen.

1.8. Door verweerder is een nader stuk ingediend na afloop van de zitting. Dit door verweerder nader ingediende stuk geeft geen aanleiding om het onderzoek met toepassing van artikel 8:68 Algemene wet bestuursrecht te heropenen. Het stuk wordt naar verweerder retour gezonden.

2. Tussen partijen vaststaande feiten

2.1. Eiseres heeft aangifte vennootschapsbelasting 2004 gedaan naar een belastbare winst van negatief € 312.635.

2.2. Verweerder heeft de aangifte niet gevolgd, maar de aanslag vennootschapsbelasting voor het jaar 2004 opgelegd naar een belastbare winst van € 536.533.

De correctie op de aangifte is als volgt opgebouwd:

Aangegeven belastbare winst negatief € 312.635

Bij: afwaardering [E] € 79.265

Bij: afwaardering [F] V.O.F. € 200.000

Bij: pensioenvoorziening € 569.903

De gecorrigeerde belastbare winst wordt verminderd met € 124.722 verrekenbare verliezen van de jaren 1994 (€ 28.361), 1998 (€ 8.222), 2000 (€ 126), 2001 (€ 60.137) en 2003 (€ 27.876), zodat een belastbaar bedrag resteert van € 411.811.

2.3. [A] bezit alle aandelen in eiseres. Eiseres bezit alle aandelen in [G] B.V..

2.4. Eiseres heeft drie niet-getekende pensioenovereenkomsten naar verweerder gezonden.

Deze drie overeenkomsten hebben 10 februari 2008 als datum waarop de overeenkomsten zouden moeten worden ondertekend en er is in deze overeenkomsten opgenomen dat alsnog wordt vastgelegd wat mondeling tussen partijen is overeengekomen met ingang van 1 juni 2004.

2.5. Eiseres heeft een niet-ondertekende, aanvullende arbeidsovereenkomst overgelegd waarin bepalingen omtrent pensioen zijn opgenomen.

2.6. [E] werd voor rekening en risico van [G] B.V. gedreven in een bedrijfsruimte te [Q] aan het adres [a-straat 1]. Eiseres is enig aandeelhouder van deze B.V.. Tussen eiseres en [H] N.V. bestond een huurovereenkomst met betrekking tot de bedrijfsruimte van [E]. Eiseres is enkel de huurovereenkomst met [H] N.V. aangegaan, omdat [H] N.V. niet wilde dat [G] B.V. de formele huurder zou zijn. Tussen [G] B.V. en eiseres bestond echter de afspraak dat de huur rechtstreeks betaald zou worden door [G] B.V. aan [H] N.V.. [G] B.V. heeft al sinds 2003 geen aangiften meer ingediend. De ondernemingsactiviteiten zijn gestaakt sinds 12 juli 2005.

2.7. De rechtbank Breda, sector Kanton, heeft op 25 augustus 2004 uitspraak gedaan inzake de procedure [H] N.V. tegen de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid [X] B.V., [A] en [I]. De kantonrechter heeft de huurovereenkomst ter zake van de bedrijfsruimte te [Q] aan het adres [a-straat 1] ontbonden en tevens [X] B.V., [A] en [I] veroordeeld om tegen behoorlijk bewijs van kwijting aan [H] onder meer te betalen een bedrag van:

a. € 104.979,37 ter zake van huur tot en met september 2003, rente en buitengerechtelijke incassokosten, te vermeerderen met de contractuele rente ad 1% per maand over een bedrag van € 66.450,72 vanaf 1 oktober 2002 tot aan de dag der algehele voldoening;

b. € 14.960,48 ter zake van de geldlening, rente en buitengerechtelijke incassokosten, te vermeerderen met de wettelijke rente over een bedrag van € 14.053,34 vanaf 21 september 2002 tot de dag der algehele voldoening;

c. € 2.084,34 ter zake van de dranknota’s, te vermeerderen met de wettelijke rente over dat bedrag vanaf 21 september 2002 tot de dag der algehele voldoening.

2.8. De vennoten in [F] V.O.F. zijn eiseres, [J] en [K]. [J] en [K] zijn de dochters van [A].

2.9. De vermogens van [F] V.O.F. zijn als volgt:

31 december 2003 31 december 2004

[K] negatief € 185.844 negatief € 205.645

[J] negatief € 123.038 negatief € 143.809

belanghebbende € 342.783 € 348.853

2.10. Voor het jaar 2005 heeft eiseres aangifte vennootschapsbelasting gedaan naar een belastbaar bedrag van negatief € 123.462.

2.11. Verweerder heeft bij het vaststellen van de aanslag de volgende correcties op de aangifte aangebracht:

- bij: voorziening met omschrijving ‘diversen’ € 200.000;

- bij: dotatie aan de pensioenvoorziening ter hoogte van € 36.926.

De aanslag is vastgesteld naar een belastbaar bedrag van € 113.464.

2.12. Bij uitspraak op bezwaar is de correctie met betrekking tot de voorziening vervallen en is een verliesbeschikking gegeven van € 86.536.

3. Geschil en standpunten van partijen

Voor het jaar 2004

3.1. In geschil is voor het jaar 2004 of er een last van € 79.265 mag worden genomen ter zake van [E]. Tevens is in geschil of er een last genomen mag worden genomen ter zake van [F] V.O.F. van € 200.000 en of de volledige pensioenvoorziening van € 569.903 moet vrijvallen.

Voor het jaar 2005

3.2. In geschil is voor het jaar 2005 of een bedrag van € 39.926 ten laste van de winst gedoteerd mag worden aan de pensioenvoorziening.

3.3. Voor de standpunten van partijen en de gronden waarop zij deze doen steunen, verwijst de rechtbank naar de gedingstukken.

4. Beoordeling van het geschil

[F] V.O.F.

4.1. Eiseres stelt dat zij in haar hoedanigheid van medevennoot per ultimo 2004 een bedrag van € 348.853 heeft geïnvesteerd in [F] v.o.f. Eiseres wenst, naar de rechtbank begrijpt, per ultimo 2004 een voorziening te treffen groot € 200.000 omdat geplande uitbreidingen niet gerealiseerd kunnen worden en de kinderboetiek minder omzet genereert. Op eiseres rust de last haar stelling aannemelijk te maken. Eiseres is niet in deze bewijslast geslaagd. Daartoe overweegt de rechtbank dat eiseres geen v.o.f.-contract heeft overgelegd waaruit haar aandeel in de v.o.f. blijkt. Evenmin heeft eiseres feiten en omstandigheden aannemelijk gemaakt waaruit de conclusie getrokken kan worden dat zij het door haar gestorte kapitaal niet geheel zal kunnen terugvorderen. Ter zitting heeft de heer [A] immers verklaard dat de v.o.f. weer een positief resultaat genereert. Voorts heeft eiseres het gemotiveerde standpunt van verweerder, dat verhaal op de beide medevennoten mogelijk is omdat zij beiden in privé over voldoende vermogen beschikken, onvoldoende weersproken. Integendeel blijkt uit de verklaring van de heer [A] ter zitting dat hij zijn dochters niet uit hun huis wil zetten, dat eiseres geen verhaal wil zoeken op de medevennoten in het belang van haar enig aandeelhouder, de heer [A].

Pensioenvoorziening

4.2. Om een pensioenvoorziening te kunnen vormen, dient er een aanspraak op pensioen te zijn toegekend welke pensioenaanspraak voldoet aan de in de artikelen 18 tot en met 19 van de Wet op de loonbelasting 1964 gestelde voorwaarden. Op eiseres rust de bewijslast van het bestaan van een pensioenaanspraak. Eiseres is niet in het van haar verlangde bewijs geslaagd. Daartoe overweegt de rechtbank dat tot de gedingstukken geen getekende pensioentoezegging behoort en dat [A] ter zitting heeft gesteld dat hij bij verweerder drie concepten van pensioenbrieven heeft ingeleverd en dat hij van verweerder verwachtte dat die zou aangeven welke van de pensioenbrieven hij zou accepteren voor het vormen van een pensioenvoorziening. Anders dan eiseres kennelijk meent, is het niet aan verweerder om uit verschillende concepten van pensioenbrieven de ‘juiste’ te kiezen, maar is het aan eiseres om een pensioentoezegging te doen en deze schriftelijk vast te leggen in een zogenoemde pensioenbrief. Eiseres heeft dit tot op heden nagelaten. Gelet op al het vorenstaande dient geoordeeld te worden dat er geen pensioentoezegging is gedaan welke voldoet aan de wettelijke voorwaarden. Hieruit volgt dat eiseres geen pensioenverplichtingen is aangegaan tegenover haar directeur en enig aandeelhouder waarvoor een voorziening gevormd mag worden. Verweerder heeft derhalve terecht in 2004 de pensioenvoorziening laten vrijvallen en de dotatie aan de pensioenvoorziening voor het jaar 2005 niet geaccepteerd.

4.3. Naar de rechtbank begrijpt stelt eiseres nog dat zij erop mocht vertrouwen dat de pensioenvoorziening door verweerder was aanvaard, aangezien verweerder bij de aanslagregeling over voorgaande jaren de aangiften, waarin de pensioenvoorziening was opgenomen, heeft gevolgd. De gerechtvaardigdheid van het vertrouwen hangt af van de waardering van de feiten en omstandigheden die bij eiseres de indruk hebben kunnen wekken dat de in het verleden door verweerder gevolgde gedragslijn berust op een bewuste standpuntbepaling. Feiten en omstandigheden als hier bedoeld kunnen onder meer zijn gelegen in de vaststelling van een aanslag in overeenstemming met een aangifte waarin eiseres de pensioenvoorziening uitdrukkelijk en gemotiveerd aan de orde heeft gesteld, in de vaststelling van een aanslag na raadpleging van bewijsstukken, dan wel na gehouden besprekingen of gevoerde correspondentie waarin de pensioenvoorziening uitdrukkelijk en gemotiveerd aan de orde is gesteld. Eiseres heeft geen feiten en omstandigheden gesteld die bij eiseres de indruk hebben kunnen wekken dat de in het verleden door verweerder gevolgde gedragslijn berust op een bewuste standpuntbepaling. Het beroep van eiseres op een bij haar gewekt vertrouwen faalt derhalve.

[E]

4.4.De rechtbank Breda, sector Kanton, heeft op 25 augustus 2004 bij haar uitspraak onder meer eiseres veroordeeld om de huurpenningen en de drankleveranties voor [E] te voldoen. [E] werd gedreven voor rekening en risico van [G] B.V. Slechts om reden dat de verhuurder van het pand, tevens leverancier van de drank, [G] B.V. niet als huurder wenste is eiseres formeel als huurder opgetreden van het pand waarin het café was gevestigd. Tussen eiseres en [G] B.V. bestond de afspraak dat deze laatste de huur en drank rechtstreeks aan [H] N.V. zou betalen. Eiseres voerde niet de directie over [G] B.V. en verrichte geen transacties met deze vennootschap. Gelet op een en ander is de rechtbank van oordeel dat eiseres de schulden heeft voldaan in haar hoedanigheid van aandeelhoudster en dienen de ten behoeve van [G] B.V. gedane betalingen te worden aangemerkt als evenzovele informele kapitaalstortingen van eiseres in [G] B.V. De betaalde bedragen aan huur en drankleveranties kunnen daarom niet ten laste van het resultaat van eiseres gebracht worden.

4.5. Gelet op hetgeen hiervoor is overwogen, dient het beroep ongegrond te worden verklaard.

5. Proceskosten

De rechtbank ziet geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.

6. Beslissing

De rechtbank verklaart de beroepen ongegrond.

Deze uitspraak is gedaan op 23 november 2010 en op dezelfde dag in het openbaar uitgesproken door de mrs. P.J.J. Vonk, als voorzitter, H.A.J. Kroon en R.W. Otto, als leden, in tegenwoordigheid van mr. J.H.R. Massmann, griffier.

Afschrift verzonden aan partijen op:

De rechtbank heeft geen bezwaar tegen afgifte door de griffier van een afschrift van de uitspraak in geanonimiseerde vorm.

Rechtsmiddel