Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBHAA:2010:BP2682

Instantie
Rechtbank Haarlem
Datum uitspraak
26-11-2010
Datum publicatie
01-02-2011
Zaaknummer
15-710266-10
Rechtsgebieden
Strafrecht
Personen- en familierecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

kantonzaak, leerplichtwet. Ontslag van rechtsvervolging / beroep op overmacht.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK HAARLEM

Sector kanton,

locatie Haarlem

parketnummer: 15/710266-10

uitspraakdatum: 26 november 2010

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de openbare terechtzitting van

12 november 2010 in de zaak van het openbaar ministerie tegen de verdachte:

[naam verdachte],

geboren op [datum] 1968 in de gemeente [naam gemeente],

wonende aan de [adres].

1 Tenlastelegging

De verdachte is ten laste gelegd dat zij in of omstreeks de periode van 19 februari 2010 tot en met 29 april 2010 te [plaats] en/of te [plaats], meermalen, althans eenmaal, terwijl zij (telkens) als degene die het gezag uitoefende over de jongere [naam minderjarige], geboren op [datum] 2000, althans terwijl zij zich (telkens) met de feitelijke verzorging van die jongere had belast, (telkens) niet heeft voldaan aan de verplichting om overeenkomstig de bepalingen van de Leerplichtwet 1969 te zorgen dat voornoemde jongere, die als leerling van een school, te weten [naam school], was ingeschreven, die school na inschrijving geregeld bezocht.

2 De vordering van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gerekwireerd tot bewezenverklaring van het ten laste gelegde feit en gevorderd dat verdachte zal worden ontslagen van alle rechtsvervolging.

3 Voorvragen

De kantonrechter heeft vastgesteld dat de dagvaarding geldig is, dat hijzelf bevoegd is tot kennisneming van de zaak, dat het openbaar ministerie ontvankelijk is in zijn vervolging en dat er geen redenen zijn voor schorsing van de vervolging.

4 Bewijs

4.1 Bewezenverklaring

De raadsvrouwe mr. K.J. Slump heeft ter zitting het verweer gevoerd dat verdachte moet worden vrijgesproken, omdat er geen school was waar het kind naar toe kon gaan zonder daarvan nadeel te ondervinden, hetgeen zijn ontwikkeling schade zou toebrengen.

De kantonrechter overweegt daartoe dat vaststaat dat de zoon van verdachte in de periode van 19 februari tot en met 29 april 2010 niet naar school is gegaan, hetgeen ook niet door verdachte wordt ontkend. Het beroep op vrijstelling van de verplichting tot inschrijving op grond artikel 5 van de Leerplichtwet 1969, is door de leerplichtambtenaar bij schrijven van 13 april 2010 afgewezen. Aan de stelling van verdachte dat de leerplichtwet niet meer voldoet aan de eisen van deze tijd gaat de kantonrechter voorbij, omdat die visie van verdachte volgens haar moet leiden tot een wetswijziging. Een en ander gaat evenwel het bestek van deze zitting te buiten.

De kantonrechter acht dan ook wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het ten laste gelegde feit heeft begaan, in dier vroege dat:

zij in de periode van 19 februari 2010 tot en met 29 april 2010 te [plaats] en/of te [plaats], meermalen, althans eenmaal, terwijl zij (telkens) als degene die het gezag uitoefende over de jongere [naam minderjarige], geboren op [datum] 2000, (telkens) niet heeft voldaan aan de verplichting om overeenkomstig de bepalingen van de Leerplichtwet 1969 te zorgen dat voornoemde jongere, die als leerling van een school, te weten de [naam school], was ingeschreven, die school na inschrijving geregeld bezocht.

4.2 Bewijsmiddelen

De bewezenverklaring steunt op de volgende bewijsmiddelen:

Hetgeen van de hierna te noemen dossierstukken is opgenomen.

De kantonrechter heeft kennisgenomen van de volgende dossierstukken, waarbij het als proces-verbaal aangeduide stuk in wettelijke vorm is opgemaakt door personen die daartoe bevoegd zijn en dit stuk ook overigens voldoen aan de daaraan bij wet gestelde eisen:

- het proces-verbaal van bevindingen van de leerplichtambtenaar M.E. van Loon d.d. 29 april 2010, met bijlagen;

- het (beknopt) reclasseringsadvies van de Reclassering Nederland d.d. 2 november 2010, met bijlagen;

- een uittreksel uit het algemeen documentatieregister betreffende verdachte d.d. 21 oktober 2010, waaruit blijkt dat verdachte in dat register niet eerder als verdachte is geregistreerd;

- de brief van mr. K.J. Slump van 10 november 2010 aan de officier van justitie.

5 Strafbaarheid van het feit

Het bewezenverklaarde is strafbaar en levert op een overtreding van artikel 2, eerste lid van de Leerplichtwet 1969.

6 Strafbaarheid verdachte

De raadsvrouwe heeft ter zitting het verweer gevoerd dat verdachte moet worden ontslagen van rechtsvervolging. Hiertoe is aangevoerd dat bij verdachte sprake was van overmacht in de vorm van een ernstig belangenconflict. Zij diende een keuze te maken tussen de verplichting om haar zoon naar school te laten gaan, en het welzijn van haar zoon. Zij heeft voor het laatste gekozen.

De kantonrechter overweegt het volgende.

Gezien de zich in het dossier bevindende stukken en gelet op het onderzoek ter terechtzitting is aannemelijk geworden dat achteraf gezien bij verdachte sprake was van overmacht. Niet alleen door verdachte zelf, maar ook door de hulpverlening is geconstateerd dat de [naam school] geen geschikte onderwijsplek voor zoon [naam minderjarige] was en dat hij door zijn schoolbezoek aldaar de vaardigheden dreigde te verliezen die hem op Triversum waren bijgebracht. Zo schrijft de thuisbegeleider van Tabeon in het verslag van 10 oktober 2010 over [naam minderjarige]: ‘alledaagse levensverrichtingen gaan nauwelijks meer: tandenpoetsen, toiletgang, eten, overal heeft hij beduidend meer begeleiding voor nodig’. Voorts blijkt uit het zorgverslag van 8 oktober 2010 van de sociaal pedagogische hulpverlener

[naam] het volgende:

‘In de periode dat [naam minderjarige] niet naar een school ging, is er veel aandacht besteed aan het uitvoeren van schoolse taken, zodat het risico op een leerachterstand zo klein mogelijk bleef. [naam minderjarige] heeft veel opdrachten voor verschillende schoolvakken gedaan. Zo is er gewerkt aan: rekenen, taal, topografie, begrijpend lezen, maar ook sport was een belangrijk onderdeel van de begeleiding die [naam minderjarige] kreeg. (...) [naam minderjarige] heeft door het uitvoeren van de schoolopdrachten vooruitgang geboekt, hij is beter begrijpend gaan lezen, heeft meer geleerd over topografie en taal en zo is voorkomen dat er een grote leerachterstand is ontstaan’.

De kantonrechter komt op grond van het vorenoverwogene tot de conclusie dat verdachte achteraf gezien voor haar zoon de juiste keuze heeft gemaakt en

aanvaardt het beroep op overmacht. Verdachte is dan ook niet strafbaar.

8 Motivering van sanctie en van overige beslissingen

Gelet op het voorgaande is de kantonrechter van oordeel dat verdachte moet worden ontslagen van alle rechtsvervolging.

9 Toepasselijke wettelijke voorschriften

De volgende wetsartikelen zijn van toepassing:

Leerplichtwet 1969: artikel 2 lid 1.

10 Beslissing

De kantonrechter:

Verklaart dat verdachte het ten laste gelegde feit heeft begaan zoals hiervoor onder 4.1 omschreven.

Bepaalt dat het bewezenverklaarde feit het hiervoor onder 5 vermelde strafbare feit oplevert.

Bepaalt dat verdachte niet strafbaar is.

Ontslaat verdachte van alle rechtsvervolging.

11 Rechtmiddel

Tegen deze uitspraak kan binnen veertien dagen na de dag van de uitspraak hoger beroep worden ingesteld. Voor nadere informatie over de procedure wordt verwezen naar de bijgesloten flyer.

Aldus gewezen door mr. A.L. Diender, kantonrechter-plaatsvervanger, en in tegenwoordigheid van mr. J.E. Lurvink-Betlem, griffier, uitgesproken ter openbare zitting van 26 november 2010.