Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBHAA:2010:BP0278

Instantie
Rechtbank Haarlem
Datum uitspraak
10-11-2010
Datum publicatie
10-01-2011
Zaaknummer
161423 - HA ZA 09-1320
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Internationaal goederenvervoer. Uitleg overeenkomst. Stelplicht.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK HAARLEM

Sector civiel recht

zaaknummer / rolnummer: 161423 / HA ZA 09-1320

Vonnis van 10 november 2010

in de zaak van

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

UNIQUE LOGISTICS B.V.,

gevestigd te Hoofddorp, gemeente Haarlemmermeer,

eiseres,

advocaat mr. E.F. Seunke te Haarlem,

tegen

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

INTERVEN B.V.,

gevestigd te Uithoorn,

gedaagde,

advocaat mr. M.M.C. Wingen te Heemstede.

Partijen zullen hierna Unique en Interven genoemd worden.

1. De procedure

1.1. Het verloop van de procedure blijkt uit:

- het tussenvonnis van 10 november 2010

- het proces-verbaal van comparitie van 17 maart 2010

- de akte met producties van 28 april 2010.

1.2. Ten slotte is vonnis bepaald.

2. De feiten

2.1. Unique drijft een onderneming die in opdracht en voor rekening van haar opdrachtgevers per luchtvracht zaken vervoert of doet vervoeren. Hierbij maakt Unique onder meer gebruik van de (vervoers)diensten van On Time Express Ltd. (hierna: OTEL) te Hong Kong.

2.2. Interven is een handelsonderneming die zich onder andere toelegt op de import van goederen vanuit Azië. In 2008 heeft Interven in China geproduceerde fotoalbums gekocht van Anubis Ltd te Hong Kong (hierna: Anubis). Deze zijn afgeleverd op adressen in Europa.

2.3. Partijen hebben op 17 april 2008 voor onbepaalde tijd een Overeenkomst/machtiging voor het optreden als direct vertegenwoordiger (hierna: de overeenkomst) gesloten. Op de overeenkomst zijn van toepassing de FENEX-voorwaarden. Blijkens de overeenkomst heeft Interven Unique gemachtigd en opdracht verleend de in de douanewetgeving voorgeschreven aangiften te verrichten in naam en voor rekening van Interven.

2.4. Tot de stukken behoort een formulier, opgemaakt op 25 april 2008, met als kop: ‘Standard Operating Procedure Air Freight UNIQUE LOGISTICS B.V.’ (hierna: SOP). De SOP maakt melding van Interven als ‘consignee’ en van Anubis Ltd. als ‘shipper’. Als ‘Trading terms’ vermeldt de SOP: ‘EXW’.

2.5. Unique heeft Interven in verband met vanaf april 2008 verrichte werkzaamheden facturen gezonden, met daarop bedragen in euro’s en in Hong Kong dollars. Het gedeelte van de factuur dat luidt in Hong Kong dollars heeft telkens betrekking op vervoer per luchtvracht, en het gedeelte dat luidt in euro’s heeft betrekking op inklaring/handling in Nederland en op vervoer naar de opgegeven bestemming.

2.6. Met ingang van 1 juli 2008 is in verband met vervoer gefactureerd aan Interven door de aan Unique gelieerde onderneming OTX B.V., en in verband met handling door Unique zelf.

2.7. Interven heeft de facturen van Unique in verband met een vijftal transporten in april en in mei 2008 - waarop zowel vervoerskosten als inklaringskosten staan vermeld - volledig betaald.

2.8. Tot de stukken behoort een e-mailbericht van [naam directeur Anubis], directeur van Anubis, met de volgende tekst:

“(…)

Zoals telefonisch besproken hen ik een kopie van de volgende facturen van Unique

ontvangen van jou:

8004563 //4871 // 4889 // 4905 // 5345 // 5420 // 5460 // 5515 // 5556 // 5513 // 5624 // 5611 // 5618 // 5629 // 5785 // 5896 // 5899 // 6152 // 6127

Dit betreft leveringen van Anubis Ltd aan Interven B.V. welke wij onder de conditie C&F

danwel CIF bij Otel- Hongkong hebben aangeleverd hetgeen ook duidelijk in de instructie

formulieren is aangegeven. (ik stuur je kopieen van die formulieren)

Deze facturen zijn niet bestemd voor Interven B.V. maar hadden volgens afspraak door O-

tel Hongkong aan Anubis in Hongkong moeten worden gefactureerd hetgeen ik ook tegen

[betrokkene 1] heb medegedeeld.

De facturen 8006604/9274/9276/9275 en 9278 slaan helemaal nergens op, dit zijn facturen

voor transporten van Hongkong naar Duitsland en daar ben jij helemaal niet bij betrokken.

Zowel instructieformulier als airwaybill zijn in de gevallen prepaid opgemaakt. Ik stuur

je kopieen van 2 airwaybills dat zou afdoende moeten zijn.

(…)”

2.9. Tot de stukken behoort een afschrift van een verklaring van [naam medewerker OTEL], medewerker van OTEL, op 14 april 2010 afgelegd ten overstaan van Fung Chi Man, Notary Public te Hong Kong. De tekst van de verklaring luidt, voor zover in het kader van de onderhavige procedure van belang:

“(…)

I, [naam medewerker OTEL] (…) hereby truly solemny sincerely declare as follows:

1. I am the staff in On Time Express Ltd who handle the consignee Interven B.V.’s shipments.

2. The instruction form which sent from shippers tot On Time Express Ltd concerning the below shipments by email on the below listed date and the instruction form shown blank concerning the Airfreight Charge payment.

3. I declare that I have received and have seen all the originals printed documents listed below (listed under Hard Copies) and the instruction forms shown blank or collect concerning the Airfreight Charge payment.

(…)”

De verklaring bevat voorts een lijst waarin per airway bill-nummer is aangegeven op welke datum de bijbehorende shipper’s instruction van Anubis per e-mail of op papier is ontvangen.

2.10. Tot de stukken behoort een afschrift van een verklaring van [naam IT-medewerker OTEL],

IT-medewerker van OTEL, op 14 april 2010 afgelegd ten overstaan van Fung Chi Man, Notary Public te Hong Kong. De tekst van de verklaring luidt, voor zover in het kader van de onderhavige procedure van belang:

“(…)

I, [naam IT-medewerker OTEL] (…) hereby truly solemny sincerely declare as follows:

1. I am the IT staff in On Time Express Ltd who monitors the email server.

2. The On Time Express Limited email server has a record of the email from photoalbum@anubis-ltd.com , inspection@anubis-ltd.com and canvas@anubis-Ltd.com on the below listed date.

(…)”

De verklaring bevat voorts een lijst waarin per airway bill-nummer is aangegeven op welke datum de bijbehorende shipper’s instruction van Anubis per e-mail is ontvangen.

3. Het geschil

3.1. Unique vordert samengevat - veroordeling van Interven

a. tot betaling van EUR 2.200,38 vermeerderd met wettelijke handelsrente;

b. tot betaling van HKD 139.878,25 vermeerderd met wettelijke handelsrente;

c. tot betaling van EUR 220,38 en HKD 13.987,82 vermeerderd met wettelijke handelsrente;

d. in de proceskosten;

e. in de nakosten.

3.2. Interven voert verweer.

3.3. Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.

4. De beoordeling

4.1. De vordering tot betaling van EUR 2.200,38 zal worden toegewezen als gevorderd, nu Interven deze erkent.

4.2. Unique stelt zich op het standpunt dat partijen voor iedere zending ‘ex works’ zijn overeengekomen. Interven betwist dit. Zij stelt zich op het standpunt dat partijen met betrekking tot de in 2.7 genoemde transporten zijn overeengekomen dat Unique ook het vervoer zou verzorgen, doch met betrekking tot de transporten die nadien hebben plaatsgevonden zijn overeengekomen dat Unique de fotoalbums alleen zou inklaren en afleveren bij klanten. Het vervoer van deze foto-albums van Hong Kong naar Nederland heeft plaatsgevonden in opdracht van Anubis. De facturering voor het vervoer dient daarom aan Anubis te geschieden, aldus Interven.

4.3. Tussen partijen is niet in geschil dat, wanneer niet anders is overeengekomen, het vervoer is geschied onder de standaardvoorwaarde ‘ex works’, en dat dit inhoudt dat Interven in dat geval de kosten van het vervoer vanaf Hong Kong aan Unique verschuldigd is. Tussen partijen is voorts niet in geschil dat de vervoerscondities waaronder een bepaalde zending plaatsvindt kunnen worden afgeleid uit de shipper’s instructions, die ten behoeve van iedere zending afzonderlijk door Anubis zijn opgemaakt. Wanneer het vakje ‘Airfreight Charges’ op de shipper’s instruction niet is aangevinkt, is er sprake van vervoer ‘ex works’.

4.4. Interven betwist de geldigheid van de door Unique overgelegde shipper’s instructions en stelt dat deze niet zijn voorzien van handtekeningen en stempels. De rechtbank gaat hieraan voorbij, aangezien Interven in het licht van de door haar zelf overgelegde shipper’s instructions waar zij zich op beroept en waarop handtekeningen en stempels eveneens ontbreken, haar standpunt ter zake onvoldoende heeft onderbouwd.

4.5. Unique stelt zich op het standpunt dat de door Interven overgelegde shipper’s instructions, waarop het vakje ‘airfreight charges’ telkens is aangevinkt, vervalst zijn en dat zij de juiste shipper’s instructions heeft overgelegd. Naar het oordeel van de rechtbank heeft Unique met de door haar bij akte van 28 april 2010 overgelegde shipper’s instructions en de in 2.9 en 2.10 genoemde verklaringen voldoende onderbouwd dat partijen met betrekking tot al het vervoer ter zake waarvan Unique thans betaling vordert ‘ex works’ zijn overeengekomen. De rechtbank heeft geen reden te twijfelen aan de juistheid van voormelde verklaringen, die - naar door Unique is gesteld en door Interven niet is weersproken - ten overstaan van een notaris zijn afgelegd. Uit deze verklaringen, waarvan ook de inhoud door Interven niet is betwist, leidt de rechtbank af dat op de shipper’s instructions die Anubis aan OTEL ter beschikking heeft gesteld het vakje ‘airfreight charges’ telkens niet was aangevinkt. Voorts is door Interven niet weersproken dat dit de shipper’s instructions zijn die betrekking hebben op het vervoer ter zake waarvan Unique thans betaling vordert.

4.6. Interven heeft niet weersproken dat verschillende gegevens op de door haar overgelegde shipper’s instructions - zoals de omschrijving van de zending, de declared value for customs en de datum - afwijken van de gegevens van de desbetreffende zending en zij heeft daarvoor evenmin een verklaring gegeven. Nu bovendien vaststaat dat op de door Anubis aan OTEL ter beschikking gestelde shipper’s instructions het vakje ‘airfreight charges’ niet was aangevinkt, acht de rechtbank ook de in 2.8 weergegeven verklaring van Stegman dat Anubis op de aan OTEL ter hand gestelde shipper’s instructions de vervoerscondities C&F danwel CIF heeft aangegeven, onvoldoende om tot het oordeel te kunnen komen dat deze condities op het vervoer van toepassing waren.

4.7. Interven heeft overigens geen verweer gevoerd. De vorderingen van Interven zullen gelet op hetgeen hiervoor is overwogen worden toegewezen.

4.8. Interven B.V. zal als de in het ongelijk gestelde partij in de proceskosten worden veroordeeld, inclusief de gevorderde nakosten. De kosten aan de zijde van Unique Logistics B.V. worden voorts begroot op:

- dagvaarding EUR 73,25

- vast recht 355,00

- salaris advocaat 904,00 (2,0 punten × tarief EUR 452,00)

Totaal EUR 1.332,25

5. De beslissing

De rechtbank

5.1. veroordeelt Interven B.V. om aan Unique Logistics B.V. te betalen een bedrag van EUR 2.200,38, (tweeduizendtweehonderd euro en achtendertig eurocent), vermeerderd met de wettelijke rente als bedoeld in art. 6:119a BW vanaf 1 november 2008 tot de dag van volledige betaling,

5.2. veroordeelt Interven B.V. om aan Unique Logistics B.V. te betalen een bedrag van HKD 139.878,25 (honderdnegenendertigduizendachthonderdachtenzeventig Hong Kong dollar en vijfentwintig Hong Kong dollarcent), vermeerderd met de wettelijke rente als bedoeld in art. 6:119a BW vanaf 1 november 2008 tot de dag van volledige betaling,

5.3. veroordeelt Interven B.V. om aan Unique Logistics B.V. te betalen een bedrag van EUR 220,38, (tweehonderdtwintig euro en achtendertig eurocent), vermeerderd met de wettelijke rente als bedoeld in art. 6:119a BW vanaf 3 september 2009 tot de dag van volledige betaling,

5.4. veroordeelt Interven B.V. om aan Unique Logistics B.V. te betalen een bedrag van HKD 13.987,82 (dertienduizendnegenhonderdzevenentachtig Hong Kong dollar en tweeëntachtig Hong Kong dollarcent), vermeerderd met de wettelijke rente als bedoeld in art. 6:119a BW vanaf 3 september 2009 tot de dag van volledige betaling,

5.5. veroordeelt Interven B.V. in de proceskosten, aan de zijde van Unique Logistics B.V. tot op heden begroot op EUR 1.332,25,

5.6. veroordeelt Interven B.V. tevens in de nakosten, aan de zijde van Unique Logistics B.V. bepaald op EUR 131,00 voor nasalaris advocaat, te vermeerderen, voor het geval betekening van dit vonnis heeft plaatsgevonden en nodig is geweest, met EUR 68,-- voor nasalaris advocaat, een en ander te vermeerderen met de wettelijke rente in de zin van artikel 6:119 BW vanaf de 15e dag na betekening van dit vonnis,

5.7. verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad.

Dit vonnis is gewezen door mr. S. Sicking en in het openbaar uitgesproken op 10 november 2010.?