Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBHAA:2010:BO9381

Instantie
Rechtbank Haarlem
Datum uitspraak
05-11-2010
Datum publicatie
30-12-2010
Zaaknummer
zaak/rep.nr.: 482381 \ AO VERZ 10-597
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Arbeidsontbinding voor zover vereist.

Werkneemster houdt zich niet aan de regels van de werkgever met betrekking tot kas- en kluisbeheer. Werkneemster wordt op staande voet ontslagen nadat onbekenden geld uit de kluis hadden ontvreemd. De werkneemster had sleutel van de kluis niet op de juiste wijze veilig gesteld.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
AR-Updates.nl 2010-1032
Prg. 2011/45 met annotatie van Kluwer
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK HAARLEM

Sector kanton

Locatie Haarlem

zaak/rep.nr.: 482381 \ AO VERZ 10-597

datum uitspraak: 5 november 2010

BESCHIKKING ONTBINDING ARBEIDSOVEREENKOMST

inzake

Popov BV

te Nieuwkuijk

verzoekster

hierna: Popov

gemachtigde: E.J. Loontjens

tegen

[A.]

te [woonplaats]

verweerster

hierna: [A.]

gemachtigde: mr. M. Bödicker

De procedure

Op 22 september 2010 is ter griffie een verzoekschrift ontvangen van Popov. [A.] heeft een verweerschrift ingediend.

De mondelinge behandeling van de zaak heeft plaatsgevonden op 29 oktober 2010. Op deze zitting hebben partijen hun standpunten nader toegelicht. De griffier heeft aantekeningen gemaakt van wat partijen verder naar voren hebben gebracht.

Beide partijen hebben producties in het geding gebracht.

De feiten

Als enerzijds gesteld en anderzijds erkend, dan wel niet of onvoldoende betwist en/of op grond van de onweerspro¬ken inhoud van de producties, staat tussen partij¬en het volgende vast:

a. [A.], geboren op [geboortedatum], is sinds 6 februari 2006 bij Popov in dienst, laatstelijk in de functie van filiaalmanager tegen een salaris van €1.100,00 bruto per maand exclusief vakantiegeld (en overige emolumenten).

b. Bij Popov gelden regels en instructies met betrekking tot de kassa-afsluiting, geldtelling en kasopmaak.

c. Op 3 juni 2009 en 27 mei 2010 hebben partijen met elkaar gesproken over het functioneren van [A.].

d. Het functioneren van [A.] leidde tot het vastleggen van onder meer het aandachtspunt: naleven van regels/beleid met betrekking tot de afhandeling van geldzaken.

e. In strijd met de regels van Popov draagt [A.] de sleutel van de zich in het kantoor bij de winkel bevindende kluis niet op haar lichaam. Zij legt deze kluissleutel in een potje op haar bureau.

f. Op vrijdag 10 september 2010 is/zijn (een) onbekende(n) erin geslaagd met de kluissleutel de kluis open te maken en daaruit (onder meer) geld weg te nemen.

g. Bij brief van 13 september 2010 heeft Popov [A.] op staande voet ontslagen. In die brief heeft zij aan [A.] onder meer het volgende geschreven:

“(…)

U heeft in strijd met de voorschriften (…):

- de sleutel van de kluis niet op het lichaam gedragen

- de startkas voor de volgende dag reeds opgemaakt tijdens (in plaats van na) winkelopeningsuren

- de werkzaamheden betreffende het opmaken c.q. voorbereiden van de kas niet verricht met een collega.

Verder blijft mij onduidelijk hoe het mogelijk is geweest dat in zo korte tijd vreemden zich toegang hebben kunnen verschaffen via een met een cijfercodeslot afgesloten deur tot de kantoorruimte (zonder dat het klikgeluid u of uw collega is opgevallen), de kluis kunnen localiseren, de kluissleutel kunnen vinden en de kluis te openen en te legen. U bestrijdt dat deur zou hebben open gestaan en ik kan het tegendeel niet bewijzen. Wel erkent u dat de kluissleutel zich bevond in een bakje bovenop het bureaublad, zodat deze als het ware voor het grijpen lag.

(…)

Wij vinden dat er alle aanleiding is om u op staande voet te ontslaan. Dat doen wij met ingang van heden, 13 september 2010.

(…)”

h. Bij brief van 14 september 2010 heeft [A.] de nietigheid van het ontslag op staande voet ingeroepen en zich beschikbaar gehouden voor het verrichten van haar werkzaamheden.

Het verzoek

Popov verzoekt, voor het geval het dienstverband tussen partijen nog mocht blijken te bestaan, primair de arbeidsovereenkomst ontbonden te verklaren met ingang van 13 september 2010 op grond van dringende redenen, subsidiair wegens veranderingen in de omstandigheden de arbeidsovereenkomst per de eerst mogelijke datum te ontbinden.

Ter toelichting stelt Popov – samengevat – het volgende.

Popov heeft [A.] op 13 september 2010 op staande voet ontslagen op grond van het feit dat ingevolge een incident in de winkel op 10 september 2010 definitief is komen vast te staan dat [A.] in ernstige mate de geschiktheid blijkt te missen voor de met haar overeengekomen functie en verantwoordelijkheid. Het incident op 10 september 2010 staat niet op zichzelf, maar past in een reeks van eerdere kritische gesprekken met en beoordelingen van de direct leidinggevende van [A.].

Het verweer

[A.] concludeert primair tot afwijzing van het verzoek. Voor het geval de arbeidsovereenkomst toch wordt ontbonden, verzoekt [A.] om toekenning van een naar redelijkheid en billijkheid te bepalen vergoeding

De beoordeling van het verzoek

Ontbinding van de arbeidovereenkomst

1. De kantonrechter heeft zich ervan vergewist dat het verzoek geen verband houdt met het bestaan van een opzegverbod als bedoeld in artikel 7:685 lid 1 BW.

2. Het primaire verzoek moet worden afgewezen. Het is niet mogelijk in het kader van deze procedure de arbeidsovereenkomst met ingang van 13 september 2010 ontbonden te verklaren.

3. De kantonrechter zal het verzoek aldus begrijpen dat ook primair wordt verzocht de arbeidsovereenkomst per de eerst mogelijke datum te ontbinden op grond van een dringende reden.

4. Maar ook dan kan de primaire grondslag niet tot toewijzing van het verzoek leiden. Of sprake is van een terecht gegeven ontslag op staande voet zal in de procedure tegen dat ontslag moeten worden vastgesteld, zo nodig door middel van bewijslevering. Voor die bewijslevering is in het kader van deze procedure geen plaats.

5. Bij gelegenheid van de mondelinge behandeling heeft [A.] verklaard nooit meer te willen terugkeren naar Popov.

6. Dit standpunt van [A.] leidt de kantonrechter tot de conclusie dat de arbeidsverhouding onherstelbaar is verstoord, zodat sprake is van verandering in omstandigheden. Het subsidiaire verzoek zal daarom worden toegewezen.

Vergoeding

7. Beoordeeld moet worden of aan [A.] in redelijkheid een vergoeding toekomt.

8. Vooropgesteld moet worden dat het de verantwoordelijkheid is van [A.] als filiaalmanager om zich te houden aan de regels en instructies met betrekking tot geldzaken. Zij is hier in functioneringsgesprekken ook op gewezen.

9. De kantonrechter verwerpt het betoog van [A.] dat zij niet bekend zou zijn met het Reglement en het Handboek Winkel, waarin die regels zijn opgenomen. Het was [A.] immers wel bekend dat zij de kluissleutel op haar lichaam diende te dragen.

10. Ook haar verweer dat het uit veiligheidsoverweging niet redelijk is te achten dat Popov deze regel hanteert, kan [A.] niet baten. Het had immers op de weg van [A.] gelegen om hierover met Popov in overleg te treden om te onderzoeken welke andere mogelijkheden er waren. Dat zij dit heeft gedaan is gesteld noch gebleken. Het strookt niet met de verantwoordelijkheid van [A.] als filiaalmanager om de sleutel in een potje op haar bureau te deponeren.

11. Door zich niet aan de instructies van Popov te houden heeft [A.] ertoe bijgedragen dat de arbeidsrelatie is verstoord. Nu [A.] voorts in functioneringsgesprekken op een en ander is gewezen, is de kantonrechter van oordeel dat haar geen vergoeding toekomt.

12. Hetgeen partijen verder nog naar voren hebben gebracht behoeft geen bespreking meer, nu dit in het licht van hetgeen in deze beschikking is vastgesteld en overwogen, niet tot een andere beslissing kan leiden.

13. Gezien de aard van de procedure worden de kosten tussen partijen gecompenseerd in die zin dat iedere partij de eigen kosten draagt.

Beslissing

De kantonrechter:

Ontbindt de arbeidsovereenkomst, voor het geval deze nog tussen partijen bestaat, tegen

15 november 2010.

Verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad.

Bepaalt dat iedere partij de eigen kosten draagt.

Wijst af hetgeen meer of anders is verzocht.

Deze beschikking is gegeven door mr. F.J.P. Veenhof en uitgesproken op de openbare terechtzitting van bovengenoemde datum.