Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBHAA:2010:BO9291

Instantie
Rechtbank Haarlem
Datum uitspraak
13-10-2010
Datum publicatie
29-12-2010
Zaaknummer
zaak/rolnr.: 474117 / CV EXPL 10-9195
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Vordering tot betaling van een financiële compensatie voor het volgen van een vervangende opleiding. De kantonrechter is van oordeel dat eiseres haar vordering onvoldoende heeft onderbouwd. Eiseres stelt weliswaar dat de onderwijsinstelling tekort is geschoten in de nakoming van haar verplichtingen en dat zij door die instelling zonder deugdelijke reden uit de opleiding tot kindercoach is gezet, maar dat kan uit haar stellingen en de door haar overgelegde correspondentie niet worden afgeleid.

De onderwijsinstelling is gecertificeerd en op grond daarvan is het aan de instelling om de prestaties van de cliënten te beoordelen op basis van de door de instelling gestelde criteria. Dat eiseres door het voortijdig afbreken van de opleiding schade heeft geleden en zo ja welke kan niet worden vastgesteld.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK HAARLEM

Sector kanton

Locatie Haarlem

zaak/rolnr.: 474117 / CV EXPL 10-9195

datum uitspraak: 13 oktober 2010

VONNIS VAN DE KANTONRECHTER

inzake

[A.]

te Avenhorn

eiseres

hierna te noemen [A.]

procederend in persoon

tegen

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid B.G.L. & Partners BV

te Hoofddorp

gedaagde

hierna te noemen BGL

gemachtigde: [B.] directeur

De procedure

[A.] heeft BGL gedagvaard op 25 juni 2010. BGL heeft schriftelijk geantwoord.

De kantonrechter heeft bij tussenvonnis van 28 juli 2010 een comparitie van partijen gelast, die heeft plaatsgevonden op 6 september 2010. De griffier heeft aantekeningen gemaakt van wat partijen verder naar voren hebben gebracht.

De feiten

1. [A.] heeft zich bij BGL ingeschreven voor een opleiding tot kindercoach en is op 19 september 2008 met de cursus gestart.

2. BGL heeft [A.] onder meer het volgende per brief bericht:

Op 24 maart 2009 heeft er een gesprek plaats gevonden (…) Tijdens dat gesprek hebben zij jou medegedeeld dat je op een aantal onderdelen van de opleiding Kindercoach onvoldoende scoort, te weten op het onderdeel reflecteren en intervisie. Dit betekent dat je per direct: (…) geen certificaat/diploma zult kunnen behalen. Dit besluit is unaniem en in overleg met het managementteam van de Opleiding Kindercoach genomen. (…)

3. [A.] heeft bij brief van 8 mei 2009 bezwaar gemaakt tegen het besluit van BGL, door aan te voeren dat het besluit onredelijk is, onvoldoende onderbouwd en dat BGL zich niet heeft gehouden aan haar zorgplicht.

4. Op 1 september 2009 heeft BGL [A.] het volgende voorgesteld:

Cliënte geeft aan hoe zij haar weg naar het succesvol afsluiten van haar opleiding ziet. Naar aanleiding van dit voorstel zullen wij bekijken of wij hier vertrouwen in hebben. Een belangrijk onderdeel van een eventueel voorstel zou moeten zijn bestaan uit leertherapie en hoe zij denkt het reflecteren op haar eigen handelen te willen verbeteren.

5. Bij brief van 15 september 2009 heeft [A.] hierop onder meer als volgt gereageerd:

Ik begrijp dat u een voorstel wilt van mij. Dat verheugd mij, maar is ook moeilijk doordat er ondanks herhaaldelijk verzoek geen afdracht is geweest van de gecommuniceerde verwijten. Derhalve heb ik in overleg met mijn rechtsbijstand besloten om mijn reflectie te geven over mijn ontwikkeling in tijd van de kindercoach opleiding, inclusief de periode na eliminatie vanuit BGL. (…)

Ik verneem graag uw reactie over het succesvol kunnen afronden van mijn kindercoach opleiding; nu u weet van mijn historie en mijn genoten vervolgtraject na uw beëindiging van mijn opleiding.

6. BGL heeft bij brief van 29 oktober 2009 vervolgens volhard in haar besluit om

[A.] verder van de opleiding uit te sluiten. In die brief staat onder meer het volgende:

Niet uit het oogpunt van schuld maar uit het oogpunt van coulance, willen wij u een financiële tegemoetkoming doen van 50% van het door u betaalde lesgeld van € 3100,--. Wij zullen het bedrag van € 1550,-- binnen 7 dagen aan u overmaken. Dit geld kunt u dan bijvoorbeeld besteden aan een opleiding/training/workshop die aansluit bij uw HSP.

De vordering

[A.] vordert (samengevat) veroordeling van BGL tot betaling van € 5.000,00.

[A.] legt aan de vordering ten grondslag dat zij wegens de onterechte weigering van BGL genoodzaakt is elders een soortgelijke opleiding te gaan volgen. Voor die vervangende opleiding vordert [A.] een financiële compensatie.

Het verweer

BGL betwist de vordering. Zij voert aan dat [A.] zowel tijdens de lessen als in de verslagen en in de intervisiebijeenkomsten niet voldoet aan de criteria die BGL daarvoor stelt. BGL heeft daarom de beslissing genomen dat [A.] de opleiding niet met goed gevolg zal kunnen afronden.

De beoordeling van het geschil

1. [A.] heeft tijdens de comparitie van partijen haar vordering nader onderbouwd door te stellen dat BGL is tekortgeschoten in de nakoming van haar verplichtingen. BGL heeft [A.] immers zonder een goede reden uit de opleiding gezet. [A.] beschikt naar haar eigen zeggen over voldoende reflecterend vermogen en heeft dat ook in de opleiding laten zien.

2. Deze stelling van [A.] kan de vordering niet dragen. Voor het slagen van de vordering is in de eerste plaats vereist dat [A.] onderbouwt waarin BGL bij het geven van onderwijs en de daarbij behorende beoordelingen fouten heeft gemaakt. Verder moet dan komen vast te staan dat BGL daarmee in haar verplichtingen uit de overeenkomst met [A.] toerekenbaar is tekortgeschoten. Dat kan uit haar stellingen en de door haar overgelegde correspondentie niet worden afgeleid. Het is immers aan BGL als een gecertificeerde onderwijsinstelling om de prestaties van haar cliënten te beoordelen op basis van de door haar gestelde criteria.

Bovendien kan niet worden vastgesteld dat en zo ja welke schade [A.] heeft geleden door het voortijdig afbreken van de opleiding. Zoals BGL onweersproken heeft aangevoerd is de titel kindercoach niet beschermd. [A.] kan dan ook zonder het door haar gewenste diploma een praktijk tot kindercoach beginnen. Overige omstandigheden waaruit zou kunnen worden afgeleid dat

[A.] door de beslissing van BGL schade heeft geleden zijn gesteld noch gebleken.

3. Op grond van vorenstaande wordt de vordering van [A.] afgewezen.

4. De proceskosten komen voor rekening van [A.] omdat deze in het ongelijk wordt gesteld. Omdat BGL zich niet door een professionele gemachtigde heeft laten bijstaan, komen op grond van het bepaalde bij artikel 238 Rv, voor vergoeding slechts de noodzakelijke reis- en verblijfkosten in aanmerking.

De beslissing

De kantonrechter:

- wijst de vordering af;

- veroordeelt [A.] tot betaling van de proceskosten, die aan de kant van BGL tot en met vandaag worden begroot op € 25,00 aan reis- en verblijfkosten.

Dit vonnis is gewezen door mr. J.H. Dubois en uitgesproken op de openbare terechtzitting van bovengenoemde datum.