Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBHAA:2010:BO9125

Instantie
Rechtbank Haarlem
Datum uitspraak
10-08-2010
Datum publicatie
29-12-2010
Zaaknummer
474702 BM 10-1063 + 474703 BM 10-1064
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

(Tussen)beschikking tot onderbewindstelling en instelling mentorschap.

Beantwoording van de vraag wie als bewindvoerder en mentor moet worden benoemd.

Afwijking van het wettelijke uitgangspunt dat bij de benoeming de voorkeur van betrokkene (rechthebbende) dient te worden gevolgd. De omstandigheid, dat uit de overgelegde rapportage blijkt dat betrokkene verstrikt is geraakt in de loyaliteitsproblematiek ten opzichte van zijn gescheiden ouders en daarmee niet goed uit de voeten kan en voorts dat hij zeer beïnvloedbaar is en geen nee kan zeggen, rechtvaardigt de afwijking.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

RECHTBANK HAARLEM

Sector kanton

Locatie Haarlem

zaaknummers : 474702 BM 10-1063 + 474703 BM 10-1064

datum : 10 augustus 2010.

Beschikking tot onderbewindstelling en instelling mentorschap

op verzoek van:

[verzoeker],

te [woonplaats].

Het verzoek strekt tot instelling van bewind over de goederen die (zullen) toebehoren aan:

[betrokkene],

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum],

wonende te [woonplaats],

hierna te noemen: betrokkene.

Ook wordt een verzoek gedaan tot instelling van een mentorschap ten behoeve van betrokkene.

procedure

De kantonrechter heeft kennisgenomen van:

- het verzoekschrift met bijlagen, ter griffie ingekomen op 14 juli 2010;

- een bereidverklaring van de voorgestelde bewindvoerder;

- een bereidverklaring van de voorgestelde mentor.

De belanghebbenden zijn in de gelegenheid gesteld hun mening kenbaar te maken.

Een mondelinge behandeling van het verzoekschrift heeft plaatsgevonden, waarvan door de griffier aantekeningen zijn gemaakt. Ter zitting zijn behalve verzoeker en betrokkene ook de moeder van betrokkene, bijgestaan door mr. J. Scheltens, gehoord.

Verzoeker heeft overgelegd het “eindverslag observatie/behandeltraject” van Esdégé – Reigersdaal d.d. 9 juni 2010, alsmede een brief d.d. 22 juni 2010 van MEE Noordwestholland gericht aan betrokkene.

beoordeling

Uit de stukken en de mondelinge behandeling is voldoende aannemelijk geworden dat de betrokkene als gevolg van zijn geestelijke toestand duurzaam niet in staat is ten volle zijn vermogensrechtelijke en niet-vermogensrechtelijke belangen zelf behoorlijk waar te nemen.

De beide betrokken ouders zijn het erover eens dat de gronden voor het instellen van bewind en mentorschap aanwezig zijn.

Dit onderdeel van het verzoek is mitsdien voor toewijzing vatbaar.

Over de vraag wie als bewindvoerder, respectievelijk mentor moet worden benoemd verschillen beide ouders van mening.

Uit de recente gebeurtenissen ten aanzien van rekeningen die op naam staan van [betrokkene] kan worden afgeleid dat beide ouders niet of onvoldoende communiceren en elkaar op dat punt niet vertrouwen. Voorts is gebleken dat zij diepgaand van mening verschillen over de vraag welke woon- en werksituatie het meest in het belang van [betrokkene] moet worden geacht.

Nu verder uit de overgelegde rapportage blijkt dat [betrokkene] verstrikt is geraakt in de loyaliteitsproblematiek ten opzichte van zijn gescheiden ouders en daarmee niet goed uit de voeten kan en voorts dat hij zeer beïnvloedbaar is en geen nee kan zeggen, is de kantonrechter van oordeel dat afwijking van het wettelijk uitgangspunt, dat de voorkeur van de rechthebbende gevolgd dient te worden, op zijn plaats is.

Allereerst is gebleken uit uitgebreide klinische observatie dat het voor [betrokkene] goed zou zijn een eigen woonruimte te krijgen, waar hij de stap naar volwassenheid verder kan maken en van waaruit hij ook de relatie met zijn ouders, mogelijk op een meer ontspannen wijze vorm kan geven.

De vader van [betrokkene] onderschrijft dit advies, terwijl de moeder van [betrokkene], overigens zonder duidelijke motivering, zich daar niet achter stelt. Zij heeft immers [betrokkene] opgegeven voor een schoolopleiding en gaat er kennelijk van uit dat [betrokkene] bij haar blijft wonen.

Gezien de grote beïnvloedbaarheid van [betrokkene] in deze conflictsituatie moet zijn ter zitting geuite voorkeur dan ook niet als doorslaggevend worden beschouwd. Te minder nu uit de brief van 22 juni 2010 van de consulent van MEE aan [betrokkene] juist blijkt dat [betrokkene] zich enthousiast toonde voor het aanbod van een beschermde/begeleide woonplek in de Hartekampgroep. Deze woonsituatie is uit de overgelegde rapportage goed te verklaren.

In dit alles vindt de kantonrechter gegronde reden om een professionele bewindvoerder, tevens mentor te benoemen, die bereid en in staat is om behalve met [betrokkene] zelf ook met beide ouders te communiceren en zowel in financieel als in niet-financieel opzicht de belangen van [betrokkene] zelf waar te nemen en hem bij te staan in zijn verdere ontwikkeling naar volwassenheid.

Teneinde een voor [betrokkene] overzichtelijke situatie te creëren overweegt de kantonrechter de benoeming van een bewindvoerder die tevens als mentor kan optreden.

De heer [X], handelend onder “De Bewindvoerder Alkmaar e.o.” heeft zich desgevraagd bereid verklaard een eventuele benoeming als bewindvoerder als zodanig te aanvaarden.

Alvorens tot benoeming over te gaan zal de kantonrechter beide ouders in de gelegenheid stellen zich binnen 2 weken daarover schriftelijk uit te laten.

beslissing

De kantonrechter:

- stelt de goederen, die toebehoren of zullen toebehoren aan [betrokkene] voornoemd onder bewind;

- stelt tevens ten behoeve van hem een mentorschap in;

- houdt iedere verdere beslissing aan.

Deze beschikking is gegeven door mr. J.J. Udo de Haes, kantonrechter, en in het openbaar uitgesproken op bovengenoemde datum in aanwezigheid van mr. M.C.M. Weimar-Helsloot als griffier.

De griffier, De kantonrechter,

Tegen deze beslissing kan -uitsluitend door tussenkomst van een advocaat- hoger beroep worden ingesteld bij het Gerechtshof te Amsterdam

a. door de verzoeker en degenen aan wie de griffier een afschrift van deze beschikking heeft verstrekt of verzonden: binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;

b. door andere belanghebbenden: binnen drie maanden na betekening daarvan of nadat deze beschikking hun op andere wijze bekend is geworden.