Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBHAA:2010:BO9082

Instantie
Rechtbank Haarlem
Datum uitspraak
30-11-2010
Datum publicatie
28-12-2010
Zaaknummer
15-800980-10
Rechtsgebieden
Strafrecht
Personen- en familierecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

De meervoudige kamer van de rechtbank Haarlem heeft verdachte vanwege mensensmokkel veroordeeld tot een gevangenisstraf van vier maanden. De rechtbank heeft vanwege de persoonlijke omstandigheden een lagere straf opgelegd dan de zes maanden die door de officier van justitie waren geeist.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK HAARLEM

Sector Strafrecht

Locatie Schiphol

Meervoudige strafkamer

Parketnummer: 15/800980-10

Uitspraakdatum: 30 november 2010

Tegenspraak

Strafvonnis

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de openbare terechtzitting van 16 november 2010 in de zaak tegen:

[verdachte],

geboren op [geboortedatum] te [geboorteplaats], Somalië,

zonder bekende woon- of verblijfplaats hier te lande,

thans gedetineerd in Penitentiaire Inrichting voor Vrouwen, Huis van Bewaring Nieuwersluis.

1. Tenlastelegging

Aan verdachte is, na wijziging van de tenlastelegging, ten laste gelegd dat:

zij in of omstreeks de periode van 1 augustus 2010 tot en met 13 augustus 2010 te Schiphol, gemeente Haarlemmermeer, in elk geval in Nederland en/of Kenia en/of Somalië, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, een ander, te weten een persoon zich noemende [naam medeverdachte] (gebruikmakend van een paspoort op naam van [tenaamstelling paspoort], behulpzaam is geweest bij het zich verschaffen van toegang tot of doorreis door Nederland, een andere lidstaat van de Europese Unie, IJsland, Noorwegen, in elk geval een staat die is toegetreden tot het op 15 november 2000 te New York totstandgekomen Protocol tegen de smokkel van migranten over land, over de zee en in de lucht, tot aanvulling van het op 15 november 2000 te New York totstandgekomen Verdrag tegen transnationale georganiseerde misdaad, of haar daartoe gelegenheid, middelen of inlichtingen heeft verschaft, immers heeft/hebben verdachten en/of haar mededader(s),

- voor die [naam medeverdachte] een niet op haar naam gesteld (vreemdelingen)paspoort van Zweden -op naam van [tenaamstelling paspoort]- geregeld en/of gekocht en/of

- genoemd (vreemdelingen)paspoort aan die [naam medeverdachte] ter beschikking gesteld en/of

- voor die [naam medeverdachte] (een) vliegticket(s) van Nairobi (Kenia) naar Amsterdam en/of van Amsterdam naar Kopenhagen (Zweden) geboekt en/of gekocht en/of die dat ticket(s) aan die [medeverdachte] ter beschikking gesteld en/of

- die [naam medeverdachte] begeleid op haar reis van Kenia naar Schiphol (Amsterdam) en/of

- die [naam medeverdachte] begeleid op de luchthaven Schiphol en/of

- met die [naam medeverdachte] (telefonisch) contacten onderhouden en/of

- die [naam medeverdachte] aanwijzingen en/of instructies gegeven,

terwijl verdachte wist of ernstige redenen had te vermoeden dat die toegang of die doorreis wederrechtelijk was.

2. Voorvragen

De rechtbank heeft vastgesteld dat de dagvaarding geldig is, dat zijzelf bevoegd is tot kennisneming van de zaak, dat het openbaar ministerie ontvankelijk is in zijn vervolging en dat er geen redenen zijn voor schorsing van de vervolging.

3. Vordering van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gerekwireerd tot bewezenverklaring van het tenlastegelegde feit en gevorderd dat:

- verdachte terzake zal worden veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van zes (6) maanden met aftrek van de tijd die verdachte in verzekering en voorlopige hechtenis heeft doorgebracht;

- de onder verdachte in beslag genomen en niet teruggegeven goederen, zoals vermeld op de lijst van in beslag genomen voorwerpen onder de nummers 1, 2, 3, 4, 8, 13 en 19, worden verbeurd verklaard;

- de onder verdachte in beslag genomen en niet teruggegeven goederen, zoals vermeld op de lijst van in beslag genomen voorwerpen onder de nummers 14, 15, 16, 17, 18, 20 en 21, worden teruggegeven aan verdachte.

4. Bewijs

4.1 Redengevende feiten en omstandigheden

Op 13 augustus 2010 zien verbalisanten belast met de grensbewaking op de luchthaven Schiphol, gemeente Haarlemmermeer verdachte en [medeverdachte] op genoemde luchthaven bij gate F04 in de Aviobrug staan. Hier was zojuist een vlucht vanuit Nairobi, Kenia, aangekomen. Verbalisanten zien aan de mondbewegingen dat verdachte en [medeverdachte] aan het communiceren zijn. Vervolgens wordt op verdachte en [medeverdachte] een grenscontrole uitgevoerd. Als hierbij aan [medeverdachte] gevraagd wordt of zij alleen reist, antwoordt zij: ‘We travel, I mean, I travel alone’. Verdachte en [medeverdachte] nemen vervolgens op verzoek van de verbalisanten naast elkaar plaats. Aan het zien van mondbewegingen leiden verbalisanten af dat verdachte en [medeverdachte] vermoedelijk met elkaar aan het communiceren zijn. Ook bij het overbrengen naar en op het Bureau Falcificatendesk zien en horen verbalisanten verdachte tegen [medeverdachte] spreken. Hierop reageert [medeverdachte] door strak voor zich uit te kijken. Als op het Bureau Falcificatendesk bij onderzoek naar de reisbescheiden blijkt dat [medeverdachte] gebruik heeft gemaakt van een vreemdelingenpaspoort van Zweden op naam van [tenaamstelling paspoort], en aldus van een niet op haar naam gesteld reisdocument, ontstaat bij verbalisanten het vermoeden dat er mogelijk sprake is van mensensmokkel.

In de bagage van verdachte wordt vervolgens een e-mailuitdraai van een boekingsformulier aangetroffen voor een vlucht Kenia-Amsterdam-Kopenhagen op 10 augustus 2010. De reservering van deze vlucht staat op naam van ms. [tenaamstelling paspoort].

Naar de vliegtickets van verdachte en [medeverdachte] (zich noemende [tenaamstelling paspoort]) is nader onderzoek gedaan. Hieruit is gebleken dat de beide tickets via [naam reisbureau] te Nairobi, Kenia, zijn geboekt. Ook zijn beide tickets op 10 augustus 2010 gewijzigd naar de vlucht van 13 augustus 2010 om 08.10 uur. Dit gebeurde voor beide tickets bij een ticket uitgiftepunt van Kenya Airlines. Het ticket van verdachte werd om 20.02 uur gewijzigd en kreeg het ticketnummer (gelijk)644. Het ticket van [medeverdachte] werd om 20.08 uur gewijzigd en kreeg het ticketnummer (gelijk)647.

Ten slotte is ook onderzoek gedaan naar de onder verdachte en [medeverdachte] aangetroffen mobiele telefoons. Hieruit is gebleken dat het telefoonnummer van verdachte op 13 augustus 2010 vijf keer gebeld is door het telefoonnummer van [medeverdachte], welk nummer in de telefoon van verdachte stond opgeslagen onder de naam ‘[naam medeverdachte]'. Voorts is gebleken dat de telefoon van verdachte op 12 augustus 2010 voor de duur van één minuut en elf seconden contact heeft gehad met het telefoonnummer van [medeverdachte]. Voorts staat in beide telefoons het telefoonnummer van de moeder van [medeverdachte] opgeslagen.

[medeverdachte] verklaart dat zij op doorreis was naar Zweden. Acht dagen voor de vlucht heeft een man haar geholpen uit Somalië te vluchten. [medeverdachte] verklaart dat zij het paspoort op de luchthaven in Kenia van een vriend van haar vader heeft gekregen en dat haar vliegticket reeds in het paspoort zat. Gedurende haar reis naar Kenia zou zij begeleid zijn door een man. [medeverdachte] ontkent verdachte te kennen en zegt niet te weten of verdachte op enige wijze betrokken is bij haar reis. [medeverdachte] verklaart eveneens niet te weten hoe het boekingspapier met haar naam erop in de bagage van verdachte terecht is gekomen.

Verdachte heeft op haar beurt in eerste instantie verklaard dat zij [medeverdachte] niet kent en niet samen met haar heeft gereisd. Het boekingsformulier zou per ongeluk in haar tas zijn gekomen bij de securitycontrole, waar zowel haar bagage als die van [medeverdachte] op de grond zou zijn gevallen. Verdachte verklaart verder niet te weten hoe het nummer van [medeverdachte] in haar telefoon is gekomen en zegt haar nimmer te hebben gebeld.

In haar latere verklaring komt verdachte hierop terug. Zij verklaart dan dat de moeder van [medeverdachte] haar heeft gevraagd [medeverdachte] bij te staan tijdens haar reis en, met name, haar te helpen met overstappen. Hiertoe heeft verdachte op 12 augustus 2010 telefonisch contact gehad met [medeverdachte]. Voorts verklaart verdachte dat [tenaamstelling paspoort] de alias is die [medeverdachte] gebruikte. [medeverdachte] zou haar dit op het vliegveld van Kenia tegen haar hebben gezegd.

Ter terechtzitting heeft verdachte verklaard dat zij het boekingspapier, op naam van [tenaamstelling paspoort], voor [medeverdachte] moest bewaren omdat haar tas niet goed sloot. Zij verklaart [medeverdachte] weliswaar behulpzaam te zijn geweest bij haar reis maar niet te hebben geweten dat [medeverdachte] gebruik maakte van een niet op haar naam gesteld paspoort.

Op grond van vorenstaande feiten en omstandigheden is de rechtbank van oordeel dat verdachte [medeverdachte] behulpzaam is geweest bij het zich verschaffen van toegang tot of doorreis door Nederland. De rechtbank acht, mede in het licht van de vele tegenstrijdigheden in de verklaringen van verdachte en de vele tegenstrijdigheden in de verklaringen van verdachte en medeverdachte [medeverdachte], de verklaring van verdachte, -zakelijk weergegeven inhoudende- dat zij niet wist dat [medeverdachte]’s toegang tot of doorreis door Nederland wederrechtelijk was, ongeloofwaardig.

De rechtbank overweegt daarbij dat verdachte bij haar verhoor op 10 november 2010 heeft verklaard de alias van [medeverdachte] te kennen. Dat deze verklaring, zoals door verdachte ter terechtzitting betoogd, niet juist zou zijn en wellicht berust op miscommunicatie met de tolk, acht de rechtbank niet aannemelijk. Uit het proces-verbaal van verhoor blijkt niet dat er met betrekking tot dit deel van de verklaring van verdachte sprake is geweest van miscommunicatie met de tolk terwijl daarvan wel melding is gemaakt op bladzijde 3, bij een andere passage van deze verklaring Daarbij was de raadsman van verdachte bij het verhoor aanwezig. Ook hij heeft met betrekking tot het onderhavige deel van de verklaring van verdachte geen melding gedaan van enige miscommunicatie met de tolk. Bovendien is de verklaring van verdachte haar na afloop van het verhoor nog voorgelezen. Verdachte heeft haar verklaring vervolgens ondertekend. De rechtbank zal dan ook van de juistheid van deze verklaring met betrekking tot de wetenschap van het gebruikte alias uitgaan. Daarbij komt dat in de bagage van verdachte een boekingspapier is aangetroffen op naam van [tenaamstelling paspoort], de alias van [medeverdachte]. Verdachte heeft geen eensluidende en geloofwaardige verklaringen gegeven over de wijze waarop dit boekingspapier in haar bagage terecht is gekomen. Zo suggereert verdachte eerst (dossierparagraaf 1.1.4) dat de marechaussee de spullen zou hebben verwisseld, waarna zij vervolgens verklaart dat haar spullen op de grond zouden zijn gevallen en zij samen met [medeverdachte] de spullen heeft opgepakt en het formulier misschien zo in haar tas zou zijn beland. In haar latere verklaring van 10 november 2010 verklaart verdachte een aantal spullen van [medeverdachte] ([voornaam medeverdachte]) te hebben meegenomen terwijl een aantal spullen van verdachte met haar zouden zijn gegaan. Ter terechtzitting verklaart verdachte wederom anders: zij zou een aantal spullen van [medeverdachte] hebben meegenomen omdat haar tas niet goed sloot. Op basis van het bezit van dit boekingsformulier kan de betrokkenheid van verdachte bij de boeking van de reis van [medeverdachte], gebruikmakend van het alias, naar het oordeel van de rechtbank eveneens worden aangenomen. Ten slotte overweegt de rechtbank dat zowel [medeverdachte] als verdachte in eerste instantie hebben verklaard elkaar niet te kennen en niet te hebben samen gereisd. Na confrontatie met de bevindingen heeft verdachte verklaard dat zij wel samen heeft gereisd met [medeverdachte]. Mede gelet op de geconstateerde communicatie op Schiphol tussen beide verdachten, gaat de rechtbank ervan uit dat verdachte [medeverdachte] wel degelijk gedurende de reis heeft begeleid.

Naar het oordeel van de rechtbank zijn de andersluidende verklaringen die verdachte heeft afgelegd dan ook slechts bedoeld om de waarheid te bemantelen en te verhullen dat zij samen met een ander of anderen betrokken was bij –kort gezegd- de mensensmokkel van [medeverdachte].

4.2 Bewezenverklaring

Gezien het bovenstaande acht de rechtbank wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het ten laste gelegde feit heeft begaan, in dier voege dat:

zij in de periode van 1 augustus 2010 tot en met 13 augustus 2010 te Schiphol, gemeente Haarlemmermeer, en Kenia, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, een ander, te weten een persoon zich noemende [naam medeverdachte] (gebruikmakend van een paspoort op naam van [tenaamstelling paspoort], behulpzaam is geweest bij het zich verschaffen van toegang tot of doorreis door Nederland, een andere lidstaat van de Europese Unie, IJsland, Noorwegen, in elk geval een staat die is toegetreden tot het op 15 november 2000 te New York totstandgekomen Protocol tegen de smokkel van migranten over land, over de zee en in de lucht, tot aanvulling van het op 15 november 2000 te New York totstandgekomen Verdrag tegen transnationale georganiseerde misdaad, immers hebben verdachte en/of haar mededader(s),

- die [naam medeverdachte] een niet op haar naam gesteld (vreemdelingen)paspoort van Zweden -op naam van [tenaamstelling paspoort]- ter beschikking gesteld en

- voor die [naam medeverdachte] vliegtickets van Nairobi (Kenia) naar Amsterdam en van Amsterdam naar Kopenhagen geboekt en die tickets aan die [naam medeverdachte] ter beschikking gesteld en

- die [naam medeverdachte] begeleid op haar reis van Kenia naar Schiphol (Amsterdam) en

- die [naam medeverdachte] begeleid op de luchthaven Schiphol en

- met die [naam medeverdachte] (telefonisch) contacten onderhouden,

terwijl verdachte wist dat die toegang of die doorreis wederrechtelijk was.

Voorzover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze verbeterd. Blijkens het verhandelde op de terechtzitting is de verdachte daardoor niet geschaad in haar verdediging.

Hetgeen aan verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hier als bewezen is aangenomen, is niet bewezen. De verdachte moet hiervan worden vrijgesproken.

5. Strafbaarheid van het feit

Het bewezenverklaarde is strafbaar en levert op:

mensensmokkel

6. Strafbaarheid van verdachte

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluit. Verdachte is dus strafbaar.

7. Motivering van de sancties

Bij de beslissing over de sancties die aan verdachte moeten worden opgelegd, heeft de rechtbank zich laten leiden door de aard en de ernst van het bewezenverklaarde en de omstandigheden waaronder dit is begaan, alsmede door de persoon van verdachte

zoals van een en ander uit het onderzoek ter terechtzitting is gebleken.

In het bijzonder heeft de rechtbank het volgende in aanmerking genomen.

Verdachte heeft zich tezamen met haar mededader(s) schuldig gemaakt aan - kort gezegd - mensensmokkel. Verdachte en/of haar mededader(s) hebben voor de te smokkelen persoon een vliegticket geboekt, een niet op haar naam gesteld vreemdelingenpaspoort geregeld en deze persoon begeleid op haar reis naar Nederland. Door mensensmokkel wordt niet alleen het internationale overheidsbeleid inzake de bestrijding van mensensmokkel doorkruist maar wordt ook bijgedragen aan het in stand houden van een illegaal circuit, waardoor het maatschappelijk verkeer wordt of kan worden gefrustreerd en gecorrumpeerd, terwijl het beeld en de positie van de legale vreemdeling daardoor kan worden geschaad.

Bovendien was het bij de reis gebruikte reisdocument van de gesmokkelde niet op haar naam gesteld. Aldus hebben verdachte en haar mededader(s) een deugdelijke grensbewaking en een behoorlijke identiteitscontrole proberen te ontlopen en het vertrouwen geschaad dat in het internationale personenverkeer in identiteitspapieren dient te kunnen worden gesteld. De rechtbank acht mensensmokkel dan ook een ernstig feit.

De rechtbank is van oordeel dat in de persoonlijke omstandigheden van verdachte grond is gelegen om ten voordele van verdachte enigszins af te wijken van de straf zoals door de officier van justitie is gevorderd. De rechtbank houdt ten voordele van verdachte rekening met de omstandigheid dat verdachte moeder is van vijf minderjarige kinderen en dat verdachte kampt met gezondheidsproblemen. De op te leggen straf is daardoor zwaarder te dragen en treft ook de kinderen.

Op grond van het vorenoverwogene is de rechtbank van oordeel dat een vrijheidsbenemende straf van na te noemen duur moet worden opgelegd.

7.1 Verbeurdverklaring

De rechtbank is van oordeel dat de onder verdachte inbeslaggenomen en niet teruggegeven voorwerpen, te weten:

(1) 1 STK Vliegticket;

(2) 1 STK Instapkaart;

(3) 1 STK Claimtag;

(4) 1 STK Instapkaart;

(8) 1 STK Formulieren;

(13) 1 STK GSM-toestel, Nokia en

(19) 1 STK Instapkaart,

dienen te worden verbeurd verklaard. Uit het onderzoek op de terechtzitting is gebleken dat het bewezenverklaarde feit met behulp van die voorwerpen, die aan verdachte toebehoren, is begaan of voorbereid.

8. Toepasselijke wettelijke voorschriften

De volgende wetsartikelen zijn van toepassing:

33, 33a, 197a van het Wetboek van Strafrecht.

9. Beslissing

De rechtbank:

Verklaart bewezen dat verdachte het ten laste gelegde feit heeft begaan zoals hiervoor onder 4.2 weergegeven.

Verklaart niet bewezen wat aan verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven als bewezen is aangenomen en spreekt verdachte daarvan vrij.

Bepaalt dat het bewezenverklaarde feit het hierboven onder 5. vermelde strafbare feit oplevert.

Verklaart verdachte hiervoor strafbaar.

Veroordeelt verdachte wegens dit feit tot een gevangenisstraf voor de duur van

VIER (4) MAANDEN.

Bepaalt dat de tijd die verdachte vóór de tenuitvoerlegging van dit vonnis in verzekering en voorlopige hechtenis heeft doorgebracht, bij de tenuitvoerlegging van de thans opgelegde gevangenisstraf in mindering wordt gebracht, voorzover die tijd niet reeds op een andere straf in mindering is gebracht.

Beveelt de opheffing van het bevel tot voorlopige hechtenis met ingang van het tijdstip waarop de duur van die voorlopige hechtenis gelijk wordt aan de duur van de opgelegde gevangenisstraf.

Verklaart verbeurd:

(1) 1 STK Vliegticket;

(2) 1 STK Instapkaart;

(3) 1 STK Claimtag;

(4) 1 STK Instapkaart;

(8) 1 STK Formulieren;

(13) 1 STK GSM-toestel, Nokia en

(19) 1 STK Instapkaart.

Gelast de teruggave aan verdachte van:

(14) 1 STK GSM-toestel, Nokia, zwart;

(15) 1 STK GSM-toestel, Samsung, rood;

(16) 1 STK GSM-toestel, Sony Ericsson;

(17) 1 STK Simkaart, Zain;

(18) 1 STK Simkaart, Safaricom;

(20) 1 STK Simkaart, Zain en

(21) 1 STK Simkaart, Safaricom.

Samenstelling rechtbank en uitspraakdatum

Dit vonnis is gewezen door

mr. P.M. Wamsteker, voorzitter,

mr. J.M. Sassenburg en mr. J.N.A. Jolink, rechters,

in tegenwoordigheid van de griffier mr. M.S. Kikkert,

en uitgesproken op de openbare terechtzitting van 30 november 2010.