Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBHAA:2010:BO9007

Instantie
Rechtbank Haarlem
Datum uitspraak
29-11-2010
Datum publicatie
27-12-2010
Zaaknummer
485048 AO VERZ 10-655
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Arbeidsontbinding. Na eerder toegewezen maar ingetrokken verzoek van de arbeidsongeschikte werknemer, wordt de ontbinding op verzoek van de werkgever uitgesproken zonder toekenning van een vergoeding.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
AR-Updates.nl 2010-1026
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK HAARLEM

Sector kanton

Locatie Haarlem

zaak/rep.nr.: 485048 \ AO VERZ 10-655

datum uitspraak: 29 november 2010

BESCHIKKING ONTBINDING ARBEIDSOVEREENKOMST

inzake

[XXX]

handelend onder de naam Safe & Secure [XXX]

te [woonplaats]

verzoekster, tevens verweerster in het voorwaardelijke tegenverzoek

hierna te noemen Safe & Secure

gemachtigde: mr. A.F. Inden

tegen

[verweerder]

te [woonplaats]

verweerder, tevens verzoeker in het voorwaardelijke tegenverzoek

hierna: [verweerder]

gemachtigde: mr. R.G. Verheij

De procedure

Op 14 oktober 2010 is ter griffie een verzoekschrift ontvangen van Safe & Secure. [verweerder] heeft een verweerschrift ingediend. [verweerder] heeft een voorwaardelijk tegenverzoek ingediend.

De mondelinge behandeling van de zaak heeft plaatsgevonden op 15 november 2010. Op deze zitting hebben partijen hun standpunten nader toegelicht. De gemachtigde van Safe & Secure heeft pleitnotities overgelegd. De griffier heeft aantekeningen gemaakt van wat partijen verder naar voren hebben gebracht.

Beide partijen hebben producties in het geding gebracht.

De feiten

Als enerzijds gesteld en anderzijds erkend, dan wel niet of onvoldoende betwist en/of op grond van de onweerspro¬ken inhoud van de producties, staat tussen partij¬en het volgende vast:

a. [verweerder], 56 jaar oud, is sinds 1 februari 1992 bij (de rechtsvoorgangster van) Safe & Secure in dienst. Zijn laatstgenoten bruto maandloon bedraagt €4.254,33 exclusief vakantietoeslag en overige emolumenten.

b. [verweerder] verricht sinds lange tijd buitendienstwerkzaamheden, waartoe behoren het plaatsen van sloten, het plaatsen en kraken van kluizen, het openen van deuren en het beveiligen van woningen, bedrijfs- en kantoorgebouwen.

c. [YYY] was samen met zijn vader vanaf 1988 eigenaar/directeur van de rechtsvoorgangster van Safe & Secure. Vanaf 1995 tot 1 januari 2009 heeft hij deze zaak alleen voortgezet. [verzoekster], de zuster van [YYY]], werkte toen ook in dit bedrijf en verzorgde onder meer de administratie.

d. Bij het bedrijf waren vijf werknemers werkzaam, vier in de binnendienst (winkel) en één, [verweerder], in de buitendienst.

e. In 2006 heeft Sleutelservice haar bedrijfsbeleid gewijzigd, in die zin dat de binnen- en buitendienst meer gingen samenwerken. [verweerder] was het hier niet mee eens, waardoor spanningen ontstonden tussen de binnen- en buitendienst.

f. In september 2006 heeft [[YYY] [verweerder] daarom verzocht om zich bij de bedrijfsarts te melden. De bedrijfsarts heeft mediation geadviseerd.

g. In november en december 2006 hebben onder leiding van mediator A. van der Velden gesprekken plaatsgevonden tussen [verweerder] en [YYY] en [verweerder] en [ZZZ], die daarbij optrad als vertegenwoordiger van de binnendienst. De mediation had tot doel een dreigend verder oplopend conflict tussen [verweerder] en het overige personeel op te lossen. Partijen hebben afspraken gemaakt over de verbetering van de samenwerking tussen [verweerder] en [YYY] respectievelijk [verweerder] en de rest van het personeel.

h. In haar verslag van 6 december 2008 heeft de mediator A. van der Velden onder meer het volgende opgenomen:

“(…)

Situatie [verweerder]-binnendienst

De samenwerking is al een tijd lang problematisch en dreigt steeds verder te verslechteren. Er leven zo veel verwijten over gebeurtenissen uit het verleden, dat er een negatieve sfeer is gaan ontstaan. Door middel van negatieve opmerkingen wordt [Verweerder] steeds verder uit de groep gestoten. Deze situatie is zeer ziekmakend, hetgeen kan resulteren in langdurig ziekteverzuim. (…)

[Verweerder]:

(…) Hij ervaart de zgn. geintjes als aanval en voelt zich hierdoor bedreigd. Hij kan niet meer spontaan zijn, wat heel veel energie kost.

(…)

Er wordt veel geroddeld en gepraat over elkaar i.p.v. met elkaar. Hij voelt veel kritiek maar deze wordt niet geuit. [S. XXX] zou graag zien dat men elkaar direct en open aanspreekt op gedrag of zaken die opvallen.

Binnendienst:

(…)

Ook de binnendienst geeft aan dat er enorm geroddeld wordt. Het is een onderdeel van de bedrijfscultuur. Doordat men niet bij elkaar navraagt hoe het zit, ontstaan veel misverstanden. Deze misverstanden gaan vervolgens weer een eigen leven leiden en versterken de negatieve beelden naar elkaar, wat weer tot veel roddels leidt. Een afspraak om in het vervolg niet meer over elkaar, maar met elkaar te praten, wordt van harte ondersteund.(…)”

i. [verzoekster] heeft per 1 januari 2009 een deel van de bedrijfsactiviteiten, de goodwill, de inventaris en de vijf personeelsleden van Sleutelservice overgenomen. Zij zet die activiteiten in de vorm van een eenmanszaak onder de naam Safe & Secure voort. [YYY] vervult vanaf dat moment de functie van adviseur van Safe & Secure.

j. [verweerder] heeft zich op 10 februari 2009 ziek gemeld.

k. Safe & Secure heeft de arbo-dienst Maetis ingeschakeld. E. van der Gulik, arbo-arts, heeft in 2009 gerapporteerd op onder meer 13 en 27 februari, 16 maart, 6 en 17 april en heeft [verweerder] arbeidsongeschikt bevonden. Op 27 februari 2009 heeft de arbo-arts gemeld dat [verweerder] rust nodig had en nog geen gesprek met Safe & Secure kon voeren. In het verslag van 27 februari 2009 heeft de arbo-arts vermeld dat [verweerder] begeleiding van een specialist nodig had. In het bij dat verslag bijgevoegde Plan van Aanpak is vermeld dat tussen werknemer, werkgever en casemanager één keer per twee weken evaluatie diende plaats te vinden. Op 6 april 2009 heeft de arbo-arts gerapporteerd dat [verweerder] hulp van een psycholoog nodig had.

l. Safe & Secure heeft [verweerder] op 17 april 2009 uitgenodigd voor de evaluatie van het Plan van Aanpak. [verweerder] heeft Safe & Secure in zijn brief van 19 april 2009 laten weten dat hij niet in staat is tot een gesprek op kantoor.

m. In het re-integratieverslag van 29 april 2009 heeft de arbo-arts vermeld dat [verweerder] nog arbeidsongeschikt is en dat een conflict in de arbeidsomstandigheden de oorzaak is van de arbeidsongeschiktheid. De arbo-arts heeft mediation geadviseerd. In haar rapportage van 3 juni 2009 heeft de arbo-arts vermeld dat [verweerder] een beperking heeft in het omgaan met conflictsituaties en dat daarom als voorbereiding op de mediation een aantal gesprekken met een bemiddelaar vanuit Maetis zou kunnen worden ingezet. R.P.G de Veen, mediator bij Elabo, is daarop in mei 2009 ingeschakeld, maar omdat [verweerder] op dat moment nog niet aan een mediationgesprek toe was, is dit uitgesteld.

n. [verweerder] heeft op schriftelijke uitnodigingen voor een afspraak van Safe & Secure in april en mei 2009 geschreven dat hij door zijn overspannenheid nog niet in staat was tot een gesprek.

o. De huisarts van [verweerder] heeft [verweerder] op 14 juli 2009 verwezen naar de psycholoog Stoër, waarbij hij heeft vermeld: ‘ik weet niet zeker hij depressief is’. Op advies van de arbo-arts heeft [verweerder] zich ook onder behandeling van een psychiater laten stellen.

p. UWV heeft op 16 juli 2009, naar aanleiding van het verzoek van Safe & Secure om een deskundigenoordeel, geoordeeld ‘dat de werknemer vooralsnog niet in staat is tot het doen van enige re-integratie-inspanningen’. In de onderliggende arbeidsdeskundige rapportage is onder meer vermeld:

“Uit de gesprekken met de werknemer blijkt van een zeer wankel evenwicht, hij acht zich al enkele jaren onheus behandeld door zowel de oude- als de nieuwe werkgever. Jaren heeft hij zich ingezet voor het bedrijf en een goed lopende servicedienst op poten gezet met een hoge omzet. Een paar jaar geleden zijn er zodanige veranderingen doorgevoerd in het bedrijf dat de omzet van zijn afdeling drastisch daalde, vanaf dat moment is het misgegaan en niet meer goed gekomen, uiteindelijk heeft hij zich ziekgemeld. Er zijn daarna door de werkgever via bureau Keerpunt pogingen gedaan in gesprek te komen door mediation/bemiddeling. Volgens werknemer zijn deze gesprekken door de betreffende mediaters/bemiddelaars niet goed aangepakt waardoor het probleem eerder groter is geworden. (…) Hij acht zich vooralsnog niet in staat gesprekken te voeren met de werkgever, ook niet door tussenkomst van een mediater/bemiddelaar. (…)

Uit overleg met de arbo-arts blijkt dat zij na het verkrijgen van nieuwe informatie, in tegenstelling tot eerdere uitspraak, van mening is dat er vooralsnog geen mogelijkheden zijn tot gesprekken met de werkgever en dat het resultaat van de behandeling door de specialist moet worden afgewacht. (…) De inspanningen van de werknemer zijn niet voldoende geweest, dit is hem niet te verwijten.”

q. De psycholoog Stroër heeft in zijn brief van 22 juli 2009 aan [verweerder] vastgesteld dat bij [verweerder] sprake is van een aanpassingsstoornis met ‘gemengde angstige en depressieve stemmingen’.

r. Op 18 november 2009 heeft een bemiddelingsgesprek plaatsgevonden tussen [verweerder] en Safe & Secure met bemiddelaar A. Blanker. In een brief van

7 december 2009 liet [verweerder] aan Safe & Secure weten dat dit gesprek extra spanningen bij hem teweeg heeft gebracht en dat hij zal melden als herstel in zicht is ‘zodat we met elkaar kunnen bespreken hoe de terugkeer naar mijn werkplek op een goede manier kan gebeuren’. In haar reactie van 21 januari 2010 heeft Safe & Secure [verweerder] gemeld dat zodra herstel in zicht is en [verweerder] dit meldt, verdere re-integratieactiviteiten zullen plaatsvinden. Safe & Secure heeft daarbij aangegeven wel een afspraak te willen maken voor de eerstejaars evaluatie. Uiteindelijk hebben [verweerder] en Safe & Secure ieder zelfstandig het evaluatieverslag ingevuld.

s. De psycholoog Stoër heeft Safe & Secure op verzoek van [verweerder] in zijn brief van 2 februari 2010 onder meer meegedeeld:

“Patiënt is twee jaar lang de speelbal geweest van de spot, haat en nijd van de collega’s. Ook zijn huidige leidinggevende heeft zich op dit gebied niet onbetuigd gelaten. Patiënt is zeer beschadigd geraakt door deze aanhoudende traumatiserende ervaringen. Naast de aanpassingsstoornis (…) zie ik bij patiënt ernstige verschijnselen van post traumatische stress stoornis. Deze problematiek is goed te behandelen maar vergt tijd.”

t. Op verzoek van Safe & Secure wordt een arbeidsdeskundig onderzoek ingesteld door Elabo over de vraag wat de re-integratiemogelijkheden van [verweerder] zijn bij Safe & Secure dan wel elders en wat de beste re-integratieroute is. Op 31 maart 2010 heeft de arbeidsdeskundige onder meer gerapporteerd ‘dat verzekerde’ (begrepen wordt: [verweerder]) ‘wel belastbaar is voor zijn eigen functie’ (…) en dat deze ‘in samenspraak met verzekerde tot de inschatting (komt) dat werkhervatting thans mogelijk is’. De arbeidsdeskundige heeft een opbouwschema gegeven voor de werkhervatting en heeft nog vermeld dat het noodzakelijk was dat vóór de werkhervatting de lucht tussen [verweerder] en Safe & Secure wordt geklaard en heeft mediation geadviseerd. Verder heeft de arbeidsdeskundige geconcludeerd ‘Verzekerde is geschikt te achten voor zijn eigen werk. Mochten werkgever en verzekerde er met de mediation niet uitkomen dan is er ook geen ander passend werk voor verzekerde binnen het bedrijf.’

u. [verweerder] en Safe & Secure hebben daarna afzonderlijk mediationgesprekken met mediator I. Kabbes gevoerd. Laatstgenoemde heeft op 7 juni 2010 gemeld dat zij geen basis ziet om de mediation voort te zetten omdat ‘het niet lukt het eens te worden over een oplossingsrichting’.

v. Op 26 april 2010 heeft de psycholoog Stroër aan de advocaat van [verweerder] gemeld dat [verweerder] onherstelbaar is beschadigd door de aanhoudende aantijgingen, pesterijen en vernederingen door collega’s en leidinggevenden en dat voor het psychische welbevinden van [verweerder] re-integratie binnen Safe & Secure een contra-indicatie is. Hij heeft in deze brief ook zijn vrees uitgesproken dat ‘bij pogingen tot reïntegratie cliënt volledig kan ontsporen, met mogelijk psychotische reacties.’ Stroër heeft in een brief van 3 mei 2010 aan de arbo-arts ook vermeld dat hij vindt dat [verweerder] om psychische redenen niet kan re-integreren bij Safe & Secure.

w. Op 11 juni 2010 heeft Safe & Secure [verweerder] uitgenodigd om volgens het opbouwschema van de arbeidsdeskundige per 14 juni 2010 aan te vangen met het werk, waarbij zij heeft aangekondigd het loon te zullen inhouden als [verweerder] zijn werkzaamheden niet zou hervatten.

x. De gemachtigde van [verweerder] heeft op 14 juni 2010 aan Safe & Secure onder meer geschreven dat [verweerder] zijn werkzaamheden niet zal hervatten gelet op de adviezen van zijn behandelaars, dat hij aanspraak maakt op loondoorbetaling en dat op korte termijn een ontbindingsverzoek zal worden ingediend.

y. De arbo-arts heeft Safe & Secure op 13 juli 2010 gemeld dat [verweerder] met ingang van 2 augustus 2010 volledig hersteld wordt geacht.

z. Safe & Secure heeft UWV om een deskundigenoordeel verzocht over haar eigen re-integratie-inspanningen en die van [verweerder]. UWV heeft op 2 augustus 2010 geoordeeld dat Safe & Secure tot dan toe voldoende re-integratie-inspanningen heeft verricht en voorts geconcludeerd dat ’Werknemer zich passief heeft opgesteld tijdens het traject.’

aa. [verweerder] heeft een deskundigenoordeel aan het UWV gevraagd inzake de vraag of hij passende werkzaamheden ingaande 14 juni 2010 bij Safe & Secure zou moeten aanvaarden. De arbeidsdeskundige M.J. Fiesler heeft in zijn brief van 12 augustus 2010 het volgende aan [verweerder] medegedeeld:

“(…)

Op grond van de resultaten van mijn onderzoek ben ik van oordeel dat u deze werkzaamheden niet hoeft te aanvaarden. (…)”

bb. Bij brief van 26 oktober 2010 heeft Safe & Secure aan [verweerder] geschreven dat hij vanaf 14 juni 2010 geen recht meer heeft op loon, dat de betaling van het loon vanaf 26 oktober 2010 definitief zal worden stopgezet en dat het uitbetaalde loon over de periode van 14 juni 2010 tot en met september 2010 aan het einde van de arbeidsovereenkomst zal worden verrekend.

Het verzoek

Safe & Secure verzoekt ontbinding van de arbeidsovereenkomst wegens veranderingen in de omstandigheden.

Ter toelichting stelt Safe & Secure – samengevat – het volgende.

De arbeidsverhouding tussen partijen is door het wegvallen van onderling vertrouwen zodanig verstoord geraakt dat Safe & Secure op grond van gewichtige redenen ontbinding van de arbeidsovereenkomst verzoekt.

[verweerder] heeft niet willen meewerken aan het re-integratie traject. Zoals de kantonrechter op 26 augustus 2010 reeds heeft geoordeeld, is aan Safe & Secure niets te verwijten ten aanzien van haar inspanningsverplichting in de re-integratie. Na de genoemde uitspraak is het vertrouwen van Safe & Secure in de arbeidsrelatie dermate verslechterd dat er geen vruchtbare samenwerking meer mogelijk is.

Alle feiten en omstandigheden in aanmerking nemende, kan van Safe & Secure niet langer worden verlangd de arbeidsrelatie voort te zetten.

Het is aan [verweerder] te wijten dat de verandering in omstandigheden is ontstaan, terwijl hij geen goede wil toont om de arbeidsverhouding te verbeteren. Daarom is er geen reden om aan [verweerder] een vergoeding toe te kennen.

Safe & Secure is op grond van haar financiële situatie niet in staat enige vergoeding te voldoen.

Het verweer en het voorwaardelijke tegenverzoek

[verweerder] concludeert primair tot (niet-ontvankelijkheid) afwijzing van het verzoek. Voor het geval de arbeidsovereenkomst toch wordt ontbonden, verzoekt [verweerder] om toekenning van een vergoeding van €248.113,00 bruto.

Voor het geval de kantonrechter van oordeel is dat het opzegverbod tijdens ziekte de ontbinding van de arbeidsovereenkomst niet in de weg staat, verzoekt [verweerder] de arbeidsovereenkomst te onbinden op grond van veranderingen in de omstandigheden onder toekenning aan hem van een vergoeding van €248.113,00 bruto.

Ter toelichting voert [verweerder] – samengevat – het volgende aan.

[verweerder] is nog altijd arbeidsongeschikt. Het is duidelijk dat de aangevoerde ontbindingsgronden direct verband houden met de arbeidsongeschiktheid van [verweerder].

Het opzegverbod tijdens ziekte staat daarom aan toewijzing van het verzoek van Safe & Secure in de weg.

De behandelend psycholoog heeft in zijn brief van 26 april 2010 vermeld dat voor het psychisch welbevinden van [verweerder] re-integratie binnen het bedrijf van Safe & Secure een contra-indicatie is.

Ondanks de dreigende gevolgen voor de gezondheid van [verweerder] eiste Safe & Secure dat [verweerder] zou re-integreren.

De arbeidsdeskundige Fiesler heeft geconcludeerd dat van [verweerder] niet kan worden verwacht het aangeboden werk te aanvaarden.

Na de ontbindingsbeschikking van 26 augustus 2010 heeft [verweerder] voorgesteld op korte termijn nadere afspraken te maken in het kader van het re-integratietraject.

Safe & Secure heeft direct laten weten niet over een verdere re-integratie te willen praten en tot een beëindiging van de arbeidsovereenkomst te willen komen.

Vervolgens meent Safe & Secure [verweerder] nog een tik te moeten uitdelen door bij brief van 26 oktober 2010 aan te kondigen dat de loondoorbetaling met terugwerkende kracht tot 14 juni 2010 wordt gestaakt en dat de over de periode van 14 juni 2010 tot en met september 2010 ontvangen betalingen bij de eindafrekening zullen worden verrekend.

[verweerder] heeft voldoende aannemelijk gemaakt dat de intimidaties, vernederingen, beledigingen en pesterijen die hij zich jarenlang heeft moeten laten welgevallen, uiteindelijk hebben geleid tot zijn volledige uitval wegens ernstige psychische klachten. Dit valt Safe & Secure te verwijten.

Ook tijdens het re-integratietraject heeft Safe & Secure verwijtbaar gehandeld.

Uit de door Safe & Secure overgelegde financiële gegevens blijkt geenszins dat Safe & Secure niet in staat zou zijn een vergoeding te betalen.

De beoordeling van het verzoek

Ontbinding van de arbeidovereenkomst

1. De kantonrechter heeft zich ervan vergewist dat het verzoek geen verband houdt met het bestaan van een opzegverbod als bedoeld in artikel 7:685 lid 1 BW. Daartoe overweegt hij het volgende.

2. Het verzoek is gebaseerd op een verstoorde arbeidsrelatie. Niet ontkend kan worden dat [verweerder] arbeidsongeschikt is. Die arbeidsongeschiktheid is evenwel niet ten grondslag gelegd aan het ontbindingsverzoek. Bovendien heeft te gelden dat, zoals hierna nog zal worden overwogen, een voortzetting van de arbeidovereenkomst een nadelig effect zou hebben op de gezondheidstoestand van [verweerder]. Een mogelijke werking van het opzegverbod zou daarom een tegengesteld effect hebben dan waarvoor het verbod is bedoeld.

3. Uit de overgelegde producties en de eigen stellingen van [verweerder] blijkt dat voortzetting van de arbeidsovereenkomst niet meer tot de mogelijkheden behoort. Niet alleen is door deskundigen geoordeeld dat die voortzetting de gezondheid van [verweerder] nadelig zou beïnvloeden, bovendien heeft [verweerder] ook zelf om ontbinding verzocht.

Voortzetting van de arbeidsovereenkomst zou wellicht nog zin hebben, indien het reëel zou zijn te verwachten dat tijdens de duur van arbeidsovereenkomst nog zou kunnen worden bereikt dat [verweerder] buiten de onderneming van Safe & Secure re-integreert. Gebleken is echter dat die re-integratie thans niet is te verwachten, nu [verweerder], zonder dat hem daarvoor een verwijt valt te maken, door de aard van zijn arbeidsongeschiktheid, niet in staat is tot welke vorm van re-integratie dan ook.

4. Er zijn dus voldoende gewichtige redenen om de arbeidsovereenkomst op korte termijn te ontbinden, zodat het verzoek van Safe & Secure oin zoverre toewijsbaar is.

Vergoeding

5. Beoordeeld moet worden of aan [verweerder] in redelijkheid een vergoeding toekomt.

6. In haar beschikking van 26 augustus 2010 heeft de kantonrechter reeds overwogen en beslist dat aan [verweerder] geen vergoeding toekomt.

7. Die beslissing brengt met zich dat thans nog slechts aan de orde kan komen of zich na 26 augustus 2010 feiten en/of omstandigheden hebben voorgedaan die de conclusie zouden rechtvaardigen dat Safe & Secure thans voor de verstoring van de arbeidsverhouding wel een dusdanig verwijt valt te maken dat aan [verweerder] een vergoeding moet worden toegekend.

8. De kantonrechter is van oordeel dat dergelijke nieuwe feiten en/of omstandigheden van na 26 augustus 2010 onvoldoende zijn gebleken. Weliswaar is thans ook het deskundigenoordeel van 12 augustus 2010 beschikbaar, maar dat is onvoldoende om Safe & Secure een gerechtvaardigd verwijt te maken. Ook indien sprake is van fouten aan de zijde van de bedrijfsarts, zoals [verweerder] heeft gesteld, mag Safe & Secure, bijzondere thans niet gebleken omstandigheden daargelaten, immers op het oordeel van de bedrijfsarts vertrouwen.

9. De stelling van [verweerder] dat hij na de beschikking van 26 augustus 2010 Safe & Secure heeft verzocht tot een gesprek te komen en dat Safe & Secure dat zou hebben geweigerd, kan ook niet tot een relevant verwijt aan Safe & Secure leiden. Gebleken is immers dat [verweerder] niet in staat was en is met Safe & Secure tot een gesprek te komen in verband met de aard van zijn arbeidsongeschiktheid. Hij kan dan Safe & Secure geen verwijt maken dat zij niet meer op zijn uitnodiging is ingegaan.

10. Voor zover [verweerder] zich ook thans weer op de door hem genoemde pesterijen beroept, geldt ook thans nog dat, mede gelet op het langdurige arbeidsverleden van [verweerder] voordat hij bij Safe & Secure in dienst trad, niet gezegd kan worden dat juist de arbeidsomstandigheden in het bedrijf van Safe & Secure tot de arbeidsongeschiktheid van [verweerder] hebben geleid. Daarbij speelt ook een rol de wijze waarop [verweerder] zelf al dan niet in staat was/is met die omstandigheden om te gaan. Voorts is gebleken dat Safe & Secure een aantal malen aan mediation heeft meegewerkt.

11. Safe & Secure heeft bij gelegenheid van de mondelinge behandeling verzocht uitdrukkelijk een oordeel te geven over de stopzetting van het salaris. De kantonrechter zal daar thans op ingaan.

12. Het enige verwijt dat thans aan Safe & Secure kan worden gemaakt is de stopzetting van de loonbetaling aan [verweerder] en de aankondiging van de verrekening van het loon dat in de periode van 14 juni 2010 tot en met september 2010 aan [verweerder] is betaald. Het moest immers ook voor Safe & Secure voldoende duidelijk zijn dat [verweerder] niet in staat was in gesprek te gaan met Safe & Secure. Het is dan niet juist om de loonbetaling stop te zetten. Dit betekent evenwel niet dat [verweerder] alleen daarom een vergoeding moet worden toegekend. Het loon is immers tot en met september 2010 wel betaald, zij het dat is aangekondigd dat het zal worden verrekend. Die verrekening kan niet plaatsvinden. Eén en ander brengt ook met zich dat het loon moet worden uitbetaald tot het einde van de arbeidsovereenkomst, dus tot 1 januari 2010.

13. Alle omstandigheden tegen elkaar afwegende komt de kantonrechter ook thans tot het oordeel dat de gronden voor de ontbinding van de arbeidsovereenkomst in de sfeer van [verweerder] liggen, zodat aan hem geen vergoeding zal worden toegekend.

14. Nu geen vergoeding wordt toegekend, bestaat geen aanleiding Safe & Secure in de gelegenheid te stellen het verzoek in te trekken. Haar verzoek zal aanstonds worden toegewezen.

15. Nu het verzoek van Safe & Secure wordt toegewezen zal het verzoek van [verweerder] worden afgewezen.

16. Hetgeen partijen verder nog naar voren hebben gebracht behoeft geen bespreking meer, nu dit in het licht van hetgeen in deze beschikking is vastgesteld en overwogen, niet tot een andere beslissing kan leiden.

17. Gezien de aard van de procedure worden de kosten tussen partijen gecompenseerd in die zin dat iedere partij de eigen kosten draagt.

Beslissing

De kantonrechter:

Ontbindt de arbeidsovereenkomst tegen 1 januari 2011.

Verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad.

Bepaalt dat iedere partij de eigen kosten draagt.

Wijst het verzoek [verweerder] af.

Deze beschikking is gegeven door mr. F.J.P. Veenhof en uitgesproken op de openbare terechtzitting van bovengenoemde datum.