Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBHAA:2010:BO6305

Instantie
Rechtbank Haarlem
Datum uitspraak
17-11-2010
Datum publicatie
03-12-2010
Zaaknummer
175482
Rechtsgebieden
Civiel recht
Insolventierecht
Bijzondere kenmerken
Voorlopige voorziening
Inhoudsindicatie

Voorlopige voorziening ex art. 287, vierde lid Fw. Verzoek tot schorsing executie inboedelgoederen afgewezen na belangenafweging.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

RECHTBANK HAARLEM

Sector civiel recht

zaaknummer: 175482

Beschikking van 17 november 2010

op het verzoek tot het treffen van een voorlopige voorziening van

[verzoekster],

wonende te […],

verzoekster.

Op 11 november 2010 is ter griffie het verzoek ingekomen van verzoekster tot toepassing van de wettelijke schuldsaneringsregeling. Tevens heeft verzoekster de rechtbank verzocht een voorlopige voorziening ex artikel 287 lid 4 Faillissementswet (Fw) te geven. Verzoekster heeft verzocht, totdat op het verzoek tot toelating tot toepassing van de schuldsaneringsregeling zal zijn beslist, uitvoerbaar bij voorraad, een voorlopige voorziening te treffen, en wel door de, door C.W.M. Stam B.V. Gerechtsdeurwaarders te Purmerend (hierna: Stam), aangekondigde openbare verkoop op 18 november 2010 te 9.00 uur van de daartoe op 7 oktober 2010 in executoriaal beslag genomen roerende zaken, te schorsen.

Beoordeling

Artikel 287 lid 4 Fw bepaalt dat de rechtbank in spoedeisende zaken, gelet op de belangen van partijen, bevoegd is een voorlopige voorziening bij voorraad te geven.

De rechtbank stelt voorop dat het een schuldeiser, totdat op een verzoek tot toepassing van de schuldsaneringsregeling is beslist, in beginsel vrijstaat door middel van een executoriaal beslag verhaal op de zaken van een schuldenaar te nemen. In het kader van voormeld verzoek ex art. 287 lid 4 Fw dient het belang van de schuldeiser bij dat verhaal te worden afgewogen tegen het belang van verzoekster bij het behoud van de zaken.

Verzoekster heeft aan het verzoek ten grondslag gelegd dat zij van mening is dat de openbare verkoop geen doorgang mag vinden, omdat meerdere schuldeisers aan de schuldhulpverlener te kennen hebben gegeven niet aan een minnelijke regeling mee te werken en dat verzoekster daarom in aanmerking wil komen voor de wettelijke schuldsaneringsregeling.

De rechtbank is van oordeel dat voormelde argument van verzoekster onvoldoende opweegt tegen het belang van Stam bij de openbare verkoop van de in executoriaal beslag genomen roerende zaken. Juist nu duidelijk is dat het minnelijk traject is mislukt, staat het de schuldeiser in beginsel weer vrij zijn vordering te innen tot de eventuele toepassing tot de wettelijke schuldsaneringsregeling. Niet gezegd kan worden dat verzoekster op de aangekondigde wijze onredelijk wordt benadeeld, of dat de schuldeiser misbruik maakt van zijn recht. Executie van het gelegde beslag doorkruist immers in dit geval niet de kans tot toepassing van de wettelijke schuldsaneringsregeling en evenmin is gesteld of gebleken dat verzoekster daardoor wordt belemmerd in het te zijner tijd voldoen aan de verplichtingen die een eventuele toepassing van de wettelijke schuldsaneringsregeling met zich meebrengt.

Op grond van vorenstaande zal de verzochte voorlopige voorziening dan ook worden geweigerd.

Op het verzoek tot van toepassing verklaring van de schuldsaneringsregeling zal separaat worden beslist. De datum waarop dit verzoek zal worden behandeld, wordt verzoekster nog kenbaar gemaakt.

Beslissing

De rechtbank:

- weigert de gevraagde voorziening.

Deze beschikking is gegeven door mr. A.J. Wolfs en in het openbaar uitgesproken op 17 november 2010.