Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBHAA:2010:BO4972

Instantie
Rechtbank Haarlem
Datum uitspraak
10-11-2010
Datum publicatie
24-11-2010
Zaaknummer
482474 \ VV EXPL 10-261
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Kort geding
Inhoudsindicatie

Ondanks het gemotiveerde verweer van de huurster heeft de verhuurster op geen enkele wijze aangetoond in welke financiële problemen zij verkeert of komt te verkeren ten gevolge van het feit dat thans geen huur meer wordt betaald. Dat de verhuurster dubbele woonlasten heeft, staat wel vast, maar er is onvoldoende gesteld om de conclusie te kunnen rechtvaardigen dat die dubbele woonlasten tot de bedoelde financiële problemen leiden. Dit geldt temeer nu sprake is van een huurprijs van €4.000,00. Het had daarom, in het licht van het gemotiveerde verweer van de huurster, op de weg van de verhuurster gelegen om de aan haar kant bestaande noodzaak voor het treffen van voorlopige voorzieningen concreter te onderbouwen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK HAARLEM

Sector kanton

Locatie Haarlem

zaak/rolnr.: 482474 \ VV EXPL 10-261

datum uitspraak: 10 november 2010

VONNIS VAN DE KANTONRECHTER IN KORT GEDING

inzake

[eise[eiseres]

te [woonplaats]

eisende partij

hierna te noemen [eiseres]

gemachtigde mr. H.A. Dragstra

tegen

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid Fluor B.V.

te Haarlem

gedaagde partij

hierna te noemen Fluor

gemachtigde mr. B. van Overeem

De procedure

[eiseres] heeft Fluor op 29 september 2010 gedagvaard. De mondelinge behandeling heeft plaatsgevonden op 3 november 2010, waarbij de gemachtigden zich hebben bediend van pleitnotities. Partijen hebben nog stukken in het geding gebracht.

De feiten

Als enerzijds gesteld en anderzijds erkend, dan wel niet of onvoldoende betwist en/of op grond van de onweerspro¬ken inhoud van de producties, staat tussen partij¬en het volgende vast:

a. [eiseres] is sinds 2004 eigenares van een woonhuis aan het adres [adres] te [woonplaats] (hierna: de woning).

b. De woning staat sedert augustus 2009 te koop.

c. [eiseres] heeft de woning gemeubileerd en gestoffeerd met ingang van 15 juni 2010 voor de duur van één jaar verhuurd aan Fluor ten behoeve van een buitenlandse medewerker van Fluor, genaamd ‘Mofti’.

d. De huurprijs bedraagt €4.000,00 per maand.

e. De huurders zijn uit de woning vertrokken en Fluor heeft de betaling van de huurpenningen op 19 juli 2010 stop gezet.

De vordering

[eiseres] vordert bij wijze van voorlopige voorziening (samengevat) veroordeling van Fluor tot betaling van:

1. €16.000,00 ten titel van huurtermijnen over de periode augustus tot en met november 2010;

2. €4.000,00 per maand ten titel van voorschot op de schadevergoeding voor iedere maand of gedeelte van een maand vanaf 1 december 2010 tot en met 14 juni 2011, althans tot het moment waarop [eiseres] het gehuurde aan een derde heeft kunnen verhuren c.q. in gebruik heeft kunnen geven;

3. €476,00 wegens buitengerechtelijke incassokosten;

4. de wettelijke rente over de onder 1 tot en met 3 gevorderde bedragen;

één en ander met kosten rechtens.

[eiseres] stelt daartoe het volgende.

Fluor schiet toerekenbaar te kort in de nakoming van haar verplichtingen. Zij maakt zich schuldig aan wanbetaling en komt haar plicht tot daadwerkelijke bewoning niet na.

Er is geen sprake van tekortkoming aan de zijde van [eiseres] die buitengerechtelijke ontbinding rechtvaardigt.

Fluor verkeert in verzuim. Zij heeft expliciet aangegeven niet van zins te zijn haar verplichtingen na te komen en heeft een uitnodiging tot overleg genegeerd.

[eiseres] heeft een spoedeisend belang bij nakoming van de betalingsverplichting aangezien zij door de handelwijze van Fluor zelf in financiële problemen komt. Zij heeft elders woonruimte betrokken en wordt geconfronteerd met dubbele lasten.

Het verweer

Fluor heeft de vordering gemotiveerd betwist. Op het verweer zal, voor zover relevant, bij de beoordeling van het geschil nader worden ingegaan.

De beoordeling van het geschil

1. Met betrekking tot een voorziening in kort geding, bestaande in veroordeling tot betaling van een geldsom, is terughoudendheid op zijn plaats. De rechter zal daarbij niet alleen hebben te onderzoeken of het bestaan van een vordering van de eiser op de gedaagde voldoende aannemelijk is, maar ook of daarnaast sprake is van feiten en omstandigheden die meebrengen dat uit hoofde van onverwijlde spoed een onmiddellijke voorziening is vereist, terwijl de rechter in de afweging van de belangen van partijen mede zal hebben te betrekken de vraag naar - kort gezegd - het risico van onmogelijkheid van terugbetaling, welk risico kan bijdragen tot weigering van de voorziening

2. Fluor heeft aangevoerd dat aan de zijde van [eiseres] geen sprake is van een relevant spoedeisend belang. Dat verweer slaagt en de kantonrechter overweegt daartoe het volgende.

3. Ondanks het gemotiveerde verweer van Fluor heeft [eiseres] op geen enkele wijze aangetoond in welke financiële problemen zij verkeert of komt te verkeren ten gevolge van het feit dat thans geen huur meer wordt betaald. Dat [eiseres] dubbele woonlasten heeft, staat wel vast, maar er is onvoldoende gesteld om de conclusie te kunnen rechtvaardigen dat gebleken dat die dubbele woonlasten tot de bedoelde financiële problemen leiden. Dit geldt temeer nu sprake is van een huurprijs van €4.000,00. Het had daarom, in het licht van het gemotiveerde verweer van Fluor, op de weg van [eiseres] gelegen om de aan haar kant bestaande noodzaak voor het treffen van voorlopige voorzieningen concreter te onderbouwen.

4. Bij dit alles komt nog dat het bestaan van de vordering van [eiseres] op Fluor, gelet op de wederzijdse standpunten en de op basis daarvan waarschijnlijk geachte bewijslevering, onvoldoende aannemelijk is geworden.

5. Op grond van het vorenstaande is de kantonrechter van oordeel dat onvoldoende gebleken is van feiten en omstandigheden die zouden kunnen meebrengen dat uit hoofde van onverwijlde spoed een onmiddellijke voorziening is vereist.

6. De gevraagde voorlopige voorzieningen zullen daarom worden geweigerd.

7. De proceskosten komen voor rekening van [eiseres], omdat zij in het ongelijk wordt gesteld.

Beslissing

De kantonrechter:

Weigert de gevorderde voorlopige voorzieningen.

Veroordeelt [eiseres] in de kosten van deze procedure, tot op deze uitspraak aan de zijde van Fluor begroot op €200,00 aan salaris gemachtigde.

Dit vonnis is gewezen door mr. F.J.P. Veenhof en uitgesproken op de openbare terechtzitting van bovengenoemde datum.