Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBHAA:2010:BO4561

Instantie
Rechtbank Haarlem
Datum uitspraak
10-11-2010
Datum publicatie
19-11-2010
Zaaknummer
175079
Rechtsgebieden
Civiel recht
Insolventierecht
Bijzondere kenmerken
Voorlopige voorziening
Inhoudsindicatie

Voorlopige voorziening ex art. 287, vierde lid Faillissementswet is niet bedoeld voor een situatie waarin een executieveiling door hypotheekhouder is ingezet, aangezien de hypotheekhouder ook binnen WSNP het recht van parate executie toekomt (art. 57 Fw jo. art 299 Fw). Moratorium ex art. 287b Fw evenmin, nu toepassing van art. 305 Fw slechts door de schuldenaar die huurder is kan worden verzocht.

Wetsverwijzingen
Faillissementswet
Faillissementswet 57
Faillissementswet 287
Faillissementswet 287b
Faillissementswet 299
Faillissementswet 305
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
JOR 2012/126
NJF 2011/8

Uitspraak

RECHTBANK HAARLEM

Sector civiel recht

zaaknummers: 175079 en 175080

Beschikking van 10 november 2010

op het verzoek tot het treffen van een voorlopige voorziening van

[verzoekers],

wonende te […] verzoekers.

Op 29 oktober 2010 is ter griffie het verzoek ingekomen van verzoekers tot toepassing van de wettelijke schuldsaneringsregeling. Tevens hebben verzoekers de rechtbank verzocht een voorlopige voorziening ex artikel 287 lid 4 Faillissementswet (Fw) te treffen teneinde de door – naar de rechtbank uit de stukken begrijpt – hypotheekhouder Westland Utrecht Hypotheekbank NV aangezegde executieveiling van hun woning d.d. 15 november 2010 te schorsen.

Beoordeling

Artikel 287 lid 4 Fw bepaalt dat de rechtbank in spoedeisende zaken, gelet op de belangen van partijen, bevoegd is een voorlopige voorziening bij voorraad te geven, in afwachting van de beslissing op een verzoek tot toepassing van de wettelijke schuldsaneringsregeling natuurlijke personen (WSNP). De gedachte daarachter is dat een tijdelijke voorziening moet kunnen worden getroffen in die gevallen waarin de wettelijke situatie door toepassing van de WSNP zou wijzigen, bijvoorbeeld omdat gelegde beslagen dan vervallen of door de toepasselijkheid van een specifieke regeling als art. 305, tweede lid Fw.

Verzoekers hebben een substantiële achterstand in hun betalingen aan de hypotheekhouder, op grond waarvan de laatste de executieveiling in gang heeft gezet. Dat recht komt haar onder die omstandigheid als separatist toe, niet alleen buiten een situatie van insolventie, maar ook – op basis van art. 57 Fw in combinatie met art. 299 Fw – tijdens de WSNP.

Een eventuele toepassing van de WSNP op verzoekers maakt de situatie derhalve niet anders. Om die reden ziet de rechtbank geen aanleiding om in afwachting van de gevraagde beslissing tot toepassing van de WSNP een voorlopige voorziening te treffen.

Misbruik van recht is gesteld noch gebleken.

Op grond van vorenstaande zal de verzochte voorlopige voorziening dan ook worden geweigerd.

Ten overvloede overweegt de rechtbank nog als volgt. In een het verzoek begeleidende brief wordt door de schuldhulpverlener ook de term moratorium genoemd; een verzoek tot het toepassen van art. 287b Fw is echter niet ingediend. Een moratorium in de zin van artikel 287b Fw, strekkende tot van toepassing verklaring van art. 305 Fw, kan ook alleen worden verzocht door de schuldenaar die huurder is. Aangezien verzoekers geen huurders maar eigenaren zijn, staat hun een dergelijk verzoek niet open en zouden zij niet ontvankelijk zijn verklaard in dat verzoek, zou het wel zijn gedaan.

Op de verzoeken tot van toepassing verklaring van de schuldsaneringsregeling zal separaat worden beslist. De datum waarop deze verzoeken zullen worden behandeld, wordt verzoekers nog kenbaar gemaakt.

Beslissing

De rechtbank:

- weigert de gevraagde voorziening.

Deze beschikking is gegeven door mr. A.J. Wolfs en in het openbaar uitgesproken op 10 november 2010.