Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBHAA:2010:BO4406

Instantie
Rechtbank Haarlem
Datum uitspraak
16-11-2010
Datum publicatie
18-11-2010
Zaaknummer
15/740025-10
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Hennephandel in uitoefening beroep of bedrijf. Criminele organisatie. Betrouwbaarheid verklaring medeverdachte. Zwijgrecht. Onvoorwaardelijke gevangenisstraf.

"Nu de rechtbank, mede gelet op het bepaalde in HR 9 oktober 2007 (LJN: BA 7919), oordeelt dat geen sprake is van een intrekking van de – al dan niet op essentiële punten – eerder bij de politie afgelegde verklaring(en) door medeverdachte 5, verwerpt zij het door de raadsvrouw gevoerde verweer."

"Gelet op de tapgesprekken waarin doorgaans versluierd lijkt te worden gesproken over voorgenomen softdrugtransacties in samenhang bezien met de bevindingen naar aanleiding van observaties, de aanhouding van een medeverdachte waarbij onder hem ongeveer 10 kilogram hennep werd aangetroffen, de verklaringen van [medeverdachte 5] en de aangetroffen hennepdrogerijen, waaronder met name ook een in werking zijnde hennepdrogerij in de schuur van verdachte zijn woning, en overige goederen (zoals de sporttassen waarin de hennep lijkt te worden vervoerd), oordeelt de rechtbank dat wettig en overtuigend kan worden bewezen dat verdachte zich tezamen met anderen schuldig heeft gemaakt aan de handel in hennep en dat verdachte daartoe – onder meer – kennelijk een hennepdrogerij exploiteerde en voorts bij afwezigheid van de [medeverdachten 2 en 3] als hun vervanger optrad Ook begeleidde hij in opdracht van genoemde medeverdachten, kennelijk voor de veiligheid, [medeverdachte 5] wanneer deze een partij hennep moest afleveren.

Voor dit oordeel neemt de rechtbank ook in aanmerking dat verdachte – ter terechtzitting gevraagd naar zijn hiervoor weergegeven persoonlijke en telefonische contacten met de gebroeders [medeverdachten 2 en 3] en andere medeverdachten op bovenvermelde dagen - zich op zijn zwijgrecht heeft beroepen en aldus geen de redengevendheid voor het bewijs, dat die contacten telkens betrekking hadden op henneptransacties, ontzenuwende verklaring heeft gegeven."

"Uit voorgaande gang van zaken volgt dat sprake was van een nauwe samenwerking met een duidelijke rolverdeling in een duurzaam verband. Verdachte en medeverdachten hebben zich dan ook structureel en gedurende – naar bij het onderzoek is gebleken tenminste – een periode van ongeveer vier maanden doelbewust beziggehouden met de bedrijfsmatige inkoop, verwerking en verkoop van grote hoeveelheden hennep. Daarbij hebben zij gebruik gemaakt van een grote klantenkring, verschillende telefoons, verschillende vervoermiddelen en verschillende opslagplaatsen/hennepdrogerijen. Hiermee is naar het oordeel van de rechtbank voldaan aan de omschrijving van een criminele organisatie als bedoeld in artikel 11a van de Opiumwet. Dat verdachte een essentiële rol heeft vervuld blijkt uit de hiervoor weergegeven redengevende omstandigheden."

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK HAARLEM

Sector Strafrecht

Locatie Haarlem

Meervoudige strafkamer

Parketnummer: 15/740025-10

Uitspraakdatum: 16 november 2010

Tegenspraak ex 279 Sv

Strafvonnis

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de openbare terechtzittingen van 14 oktober 2010 en 2 november 2010 in de zaak tegen:

[verdachte],

geboren op [geboortedatum] 1967 te [geboorteplaats],

wonende te [adres],

thans gedetineerd in Penitentiaire Inrichting Ter Apel te Ter Apel.

1. Tenlastelegging

Aan verdachte is, na nadere omschrijving van de tenlastelegging zoals bedoeld in artikel 314a van het Wetboek van Strafvordering, ten laste gelegd dat:

feit 1:

primair

hij op een of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 23 oktober 2009 tot en met 01 februari 2010 (onder meer 23 oktober 2009, 5 en/of 6 november 2009, 1 en/of 6 en/of 26 december 2009, 13 en/of 20 januari 2010 en/of 1 februari 2010) te Beverwijk en/of Heemskerk en/of Amsterdam, in elk geval te Nederland tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, (meermalen) opzettelijk heeft geteeld, bereid, bewerkt, verwerkt, verkocht, afgeleverd, verstrekt en/of vervoerd (telkens) een (grote) hoeveelheid (als bedoeld in artikel 11 lid 5 Opiumwet), in elk geval van meer dan 30 gram hennep en/of hennepstekken en/of hennepplanten, zijnde (telkens) hennep een middel vermeld op de bij de Opiumwet behorende lijst II, dan wel aangewezen krachtens artikel 3a, vijfde lid van die wet, terwijl verdachte en/of zijn mededader(s) bovengenoemde feit(en) heeft/hebben gepleegd in de uitvoering van een beroep of bedrijf;

subsidiair

hij op of omstreeks 01 februari 2010 te Beverwijk opzettelijk aanwezig heeft gehad ongeveer 13013 gram, in elk geval een hoeveelheid van meer dan 30 gram hennep en/of cannabis, zijnde hennep en/of cannabis, een middel vermeld op de bij de Opiumwet behorende lijst II;

feit 2:

hij op een of meerdere tijdstip(pen) gelegen in of omstreeks de periode van 23 oktober 2009 tot en met 01 februari 2010 te Beverwijk en/of Amsterdam en/of elders in Nederland, heeft deelgenomen aan een organisatie, die bestond uit een samenwerkingsverband van verdachte en één of meer natuurlijke personen, welke organisatie tot oogmerk had het plegen van misdrijven, namelijk het (in de uitoefening van een beroep of bedrijf) telen, bereiden, bewerken, verwerken, verkopen, afleveren, verstrekken, vervoeren en/of opzettelijk aanwezig hebben van middelen als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst II (dan wel aangewezen krachtens artikel 3a, vijfde lid, van de Opiumwet) en/of

het (telkens) verwerven, voorhanden hebben, overdragen, omzetten althans gebruik maken van voorwerpen (waaronder personenauto's en/of geldbedragen) terwijl hij en/of zijn mededader(s) (telkens) wist(en) dat voornoemde voorwerpen - onmiddelijk of middelijk - afkomstig was/waren uit enig misdrijf.

2. Voorvragen

De rechtbank heeft vastgesteld dat de dagvaarding geldig is, dat zijzelf bevoegd is tot kennisneming van de zaak, dat het openbaar ministerie ontvankelijk is in zijn vervolging en dat er geen redenen zijn voor schorsing van de vervolging.

3. Vordering van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gerekwireerd tot bewezenverklaring van de onder 1 primair en 2 ten laste gelegde feiten en gevorderd dat verdachte ter zake zal worden veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van twee (2) jaren, met aftrek van de tijd die verdachte in verzekering en in voorlopige hechtenis heeft doorgebracht.

4. Bewijs

4.1. Bewijsverweer

De raadsvrouw heeft ter terechtzitting, onder verwijzing naar HR 9 oktober 2007 (LJN: BA 7919), aangevoerd dat de verklaringen zoals afgelegd door medeverdachte [medeverdachte 5] bij de politie niet voor het bewijs mogen worden gebezigd, nu hij bij de rechter-commissaris zijn verklaring op essentiële punten heeft ingetrokken, terwijl hij niet ter zitting als getuige is opgeroepen om daarover nader door de rechtbank te worden gehoord zodat de rechtbank zich door eigen waarneming een beeld had kunnen vormen over de betrouwbaarheid van de afgelegde verklaring.

De rechtbank overweegt hierover het volgende.

Bij zijn verhoor als getuige ten overstaan van de rechter-commissaris belast met de behandeling van strafzaken in deze rechtbank op 5 oktober 2010 in – onder meer – de zaak tegen verdachte, heeft medeverdachte [medeverdachte 5] tot twee maal toe verklaard te blijven bij de door hem bij de politie afgelegde verklaring(en). [medeverdachte 5] heeft voorts verklaard dat enkel een gedeelte van zijn verklaring (te weten het gedeelte dat hij bij het ophalen van twee sporttassen in een loods in Nijkerk het vermoeden zou hebben gehad dat in die tassen softdrugs zat) niet zou kloppen, nu hij slechts een vermoeden achteraf had verwoord. [medeverdachte 5] nuanceerde aldus zijn eigen wetenschap betreffende de inhoud van de tassen uit Nijkerk. Nu de rechtbank, mede gelet op het bepaalde in HR 9 oktober 2007 (LJN: BA 7919), oordeelt dat geen sprake is van een intrekking van de – al dan niet op essentiële punten – eerder bij de politie afgelegde verklaring(en) door verdachte, verwerpt zij het door de raadsvrouw gevoerde verweer.

De rechtbank zal daarom de door medeverdachte [medeverdachte 5] tegenover de politie afgelegde verklaringen gebruiken voor het bewijs.

4.2. Redengevende feiten en omstandigheden(1)

Feiten 1 en 2

Inleidend

Naar aanleiding van drie processen-verbaal van de RCIE en een MMA-melding werd op 7 september 2009 een middencriminaliteit onderzoek (12YMKEVER) opgestart naar [medeverdachte 1] en zijn zoons [medeverdachte 2] en [medeverdachte 3]. Genoemde personen waren in een eerder onderzoek naar handel in softdrugs, te weten hennep, aangehouden en vervolgens veroordeeld (de zogenaamde Pollux-zaak) en het vermoeden bestond dat zij zich mogelijk (opnieuw) bezig zouden houden met soortgelijke activiteiten.(2) Vader en zoons [achternaam] wonen allen op het woonwagenkamp [straat] te Beverwijk.(3) Tijdens onderzoek 12YMKEVER werden telefoonnummers/IMEInummers van de verdachten [1, 2 en 3] opgenomen en afgeluisterd.(4) Tevens werden de verdachten zowel actief als statisch geobserveerd.(5) Door de afgeluisterde telefoongesprekken en onderschepte sms’jes in combinatie met genoemde observaties, ontstond het vermoeden dat de verdachten zich bezig hielden met de handel in softdrugs en dat (tevens) andere personen, zoals verdachte, daarbij betrokken zouden zijn. Zo werd – zonder volledig te zijn met betrekking tot alle in het dossier genoemde data – in ieder geval het navolgende door de politie geconstateerd, waarbij de rechtbank opmerkt dat ten aanzien van de gebruikers van de diverse telefoonnummers uit onderzoek is gebleken dat de hierna te noemen personen aan de gesprekken deelnamen en/of de sms-berichten hebben verzonden of ontvangen. Met betrekking tot verdachte geldt dienaangaande dat aan de hand van de opgenomen en uitgeluisterde telefoongesprekken, de observaties en op basis van stemherkenning wordt geconcludeerd dat verdachte de gebruiker is geweest van de telefoonnummers [mobiel nummer 1] en [mobiel nummer 2], alsmede dat hij (eveneens) gebruik maakte van de mobiele telefoons van de medeverdachten [1, 2 en 3].(6)

Voorts geldt met betrekking tot verdachte dat hij ook wel als ‘Bolle’ wordt aangeduid.(7) Namens verdachte is als verweer gevoerd dat de naam ‘de Bolle’ kennelijk niet exclusief voor verdachte wordt gebruikt, nu zich in het dossier een telefoongesprek bevindt tussen de partner van medeverdachte [medeverdachte 1] ([naam partner]) en iemand die zich ‘die bolle’ noemt en verdachte op dat moment onder meer met [naam partner] in Spanje was. Uit de hieronder weergegeven gang van zaken bij de verschillende softdrugtransacties blijkt echter van (aanvullende) omstandigheden waaruit de betrokkenheid van (de als ‘Bolle’ aangeduide) verdachte blijkt.

Softdrugtransacties en handelingen in het kader handel in hennep(8)

23 oktober 2009

Op 22 oktober 2009 om 10.41 uur werd medeverdachte [medeverdachte 1] gebeld door medeverdachte [medeverdachte 11]. Op de vraag van [medeverdachte 11] ‘doen jullie nog wat’, antwoordde [medeverdachte 1] bevestigend, waarop [medeverdachte 11] zei: ‘morgen 30 of 40 denk’. Op de vraag van [medeverdachte 11] ‘een uur of 1 bij mij?’ reageerde [medeverdachte 1] vervolgens instemmend.(9)

Op 23 oktober 2009 om 10.02 uur belde medeverdachte [medeverdachte 2] naar medeverdachte [medeverdachte 5], in welk gesprek [medeverdachte 2] tegen [medeverdachte 5] zei dat hij ‘effe naar hem toe komt rijden’ en [medeverdachte 5] zei dat het goed was. [medeverdachte 5] zond op 23 oktober 2009 om 11.13 uur een sms-bericht naar [medeverdachte 2], inhoudende: ‘hij is er nog niet’, waarop hij direct daarna een sms-bericht terugkreeg: ‘ga ma na die ouwe’.(10) Om 11.44 uur stuurde [medeverdachte 5] door middel van een sms het bericht ‘die ouwe zegt we moeten zo rijden hij is er nog niet’. Hierop werd [medeverdachte 5] door [medeverdachte 2] gebeld met de boodschap ‘ga maar anders alvast’.(11)

Omstreeks 11.43 uur die dag werd gezien dat medeverdachte [medeverdachte 1] en een onbekende man in een BMW met kenteken [kenteken 1] stapten en wegreden. Gezien werd dat de BMW direct werd gevolgd door de bestuurder van een Volkswagen Golf met kenteken [kenteken 2]. Gezien werd voorts dat de BMW en de Volkswagen Golf naar Nijkerk reden.(12)

Om 11.52 uur hadden [medeverdachte 1] en [medeverdachte 11] telefonisch contact met elkaar en vroeg [medeverdachte 11] of [medeverdachte 1] nog zijn kant opkwam, waarop [medeverdachte 1] zei onderweg te zijn. Na aanwijzingen hoe het beste te rijden, arriveerde [medeverdachte 1] om 12.56 uur in Nijkerk en vroeg (telefonisch) aan [medeverdachte 11] waar hij was. [medeverdachte 11] stond in de hal en kwam eraan, zo zei hij.(13) Door medewerkers van het observatieteam werd omstreeks 12.52 uur gezien dat de BMW en de Volkswagen Golf werden geparkeerd voor een witte loodsdeur in [adres te Nijkerk] te Nijkerk. Gezien werd dat [medeverdachte 1], [medeverdachte 5] en de onbekende man uit de BMW, die door de politie gelet op de gegeven omschrijving naar alle waarschijnlijkheid als verdachte werd geïdentificeerd, de loods binnengingen. Voorts werd gezien dat [medeverdachte 5] de Volkswagen Golf de loods binnenreed en dat de roldeur van de loods werd gesloten. Omstreeks 13.01 uur werd gezien dat de roldeur geopend werd en dat [medeverdachte 5] als bestuurder van de Volkswagen Golf vanuit de loods wegreed. Bij de loods werd de medeverdachte [medeverdachte 11] eveneens gezien.(14) Op een om 13:50 uur door [medeverdachte 5] verstuurd sms-bericht met ‘Bij kaboute’, werd kort daarna gereageerd door [medeverdachte 2] met ‘ja’.(15)

Door medewerkers van het observatieteam werd gezien dat [medeverdachte 5] als bestuurder van de Volkswagen Golf vervolgens vanuit Nijkerk naar het woonwagenkamp aan de [adres Heemskerk] te Heemskerk reed en de Volkswagen Golf omstreeks 14.19 uur rechts van de oprit naar het woonwagenkamp en naast de eerste woonwagen parkeerde.

[medeverdachte 5] verklaarde op 2 februari 2010 bij de politie dat [medeverdachte 2] en [medeverdachte 3] met ‘die ouwe’ waarschijnlijk hun vader [medeverdachte 1] bedoelden.(16) Voorts verklaarde [medeverdachte 5] dat hij in opdracht van [medeverdachte 2] achter [medeverdachte 1] en [verdachte] moest aanrijden naar Nijkerk.(17) [medeverdachte 5] vertelde dat hij de Volkswagen Golf na aankomst in een loods reed en dat de persoon die bij die loods hoorde twee zwarte sporttassen achter in de kofferbak gooide. Hij reed vervolgens terug naar Heemskerk, naar de [adres Heemskerk]. Hij ging op verzoek van [medeverdachte 2] naar de kabouter. Hij heeft daar die tassen uit de kofferbak gehaald en in de poort gezet.(18)

5 november 2009

Medeverdachte [medeverdachte 2] belde op 5 november 2009 om 12.31 uur met de gebruiker van telefoonnummer [mobiel nummer 3] – medeverdachte [medeverdachte 5] – en zei: ‘hey die kleine komt pas een uurtje of drie maar ik ben pas om zeven uur terug dus ik bel je wel als die er is is dat goed?’.(19) [medeverdachte 2]s broer, medeverdachte [medeverdachte 3], belde vervolgens om 13.18 uur met hetzelfde nummer naar [medeverdachte 5] en vroeg hem om te ‘kijke of die bolle er is’.(20) Volgens [medeverdachte 5] werd met ‘Bolle’ verdachte bedoeld.(21)

Omstreeks 13.20 uur die dag belde medeverdachte [medeverdachte 1] naar het nummer van een door hem gemiste oproep. Dit nummer werd beantwoord door zijn zoon [medeverdachte 3], die op dat moment gebruik maakte van het nummer [mobiel nummer 4] ten name van medeverdachte [medeverdachte 10]. Tijdens dit gesprek met zijn vader kreeg [medeverdachte 3] tevens een man aan de lijn die Bolle werd genoemd. Door middel van stemherkenning werd bekend dat dit verdachte was.(22) [medeverdachte 3] vroeg aan verdachte of hij wat voor hem wilde doen omdat hij er zelf niet was. [medeverdachte 3] zei tijdens dit gesprek onder meer: ‘uuhh dat bussie’, ‘daar moet je er vier uuhh vier van hebben’. [medeverdachte 3] vroeg vervolgens aan verdachte of er ‘wat van die bruine legt’, want die moet verdachte ‘effe in die jas doen’ en ‘dan moet die effe effe in die in die tas douwe dat je er vijf heb zeg maar vijf nul en dat weet [bijnaam] (fon) wat ie moet doen’. Voorts werd door [medeverdachte 3] tegen verdachte gezegd: ‘vier van die uit die bus en dan uh een nul die bruine. Die moet je effe in een jassie doen’, ‘die achter die luik’, ‘dan mik (of mix) je ze effe in die tas (…) alles wat in die luik die bruinige’, ‘[bijnaam] die komt naar je toe’ en ‘dan bel je mij effe als je klaar bent, oke’. Verdachte gaf aan dat hij nog niet terug was maar dat over een uurtje wel zou zijn. [medeverdachte 3] vroeg daarop of verdachte de sleutel van die box had en verdachte antwoordde hierop bevestigend.(23)

Rond 13.23 uur belde [medeverdachte 3] vervolgens met [medeverdachte 5] en vertelde hem ‘over een uur is tie thuis’ en ‘dan moet je naar Utrecht toe waar je laatst was’. [medeverdachte 3] zei [medeverdachte 5] op de hoogte te houden, waarbij medeverdachte [medeverdachte 2] op de achtergrond zei ‘moet ie vragen of ie achter hem aanrijdt een stuk’. Hierop zei [medeverdachte 3] tegen [medeverdachte 5] ‘en dan moet je vragen of die bolle met je meerijdt effe achter je aan’.(24) Omstreeks 14.16 uur werd vervolgens gezien dat de bestuurder van een witkleurige Opel Combo met kenteken [kenteken 3] achteruit het woonwagenkamp [straat] te Beverwijk opreed en dat deze bestelauto omstreeks 14.44 uur weer het kamp afreed om vervolgens te parkeren in één van de parkeerhavens van [straat]. De bestuurder reed kort hierna weer weg.(25) Door medewerkers van het observatieteam werd om 14.45 uur gezien dat de bestuurder van voornoemde Opel Combo vanaf [straat] te Beverwijk naar Montfoort (Utrecht) reed. Gezien werd dat de bestuurder van de Opel Combo het parkeerterrein van het AC restaurant te De Meern opreed, keerde en het parkeerterrein weer afreed, gevolgd door een groenkleurige bestelauto met kenteken [kenteken 4].(26) Op de parallelweg van de N228 te Montfoort werden beide voertuigen geparkeerd met de achterzijden naar elkaar gericht. Gezien werd dat de bestuurder van de Opel Combo het achterportier van de Combo opende en tot drie keer toe een object met beide handen uit de Combo oppakte en zich omdraaide. Hierna werd het achterportier gesloten, stapte de bestuurder weer in en reed weg. Ook de bestuurder van de groene bestelauto reed weg. Bij het wegrijden van de Opel Combo werd gezien dat er licht door het rechter raam van de Opel Combo scheen, terwijl daarvoor gezien was dat er geen licht door dit raam scheen. De bestuurder van de Opel Combo reed vervolgens naar Beverwijk terug en reed omstreeks 17.09 uur [straat] te Beverwijk op.(27)

Op 6 november 2009 vond om 10.49 uur nog een telefoongesprek plaats tussen [medeverdachte 5] en [medeverdachte 2]. Deze laatste vroeg aan [medeverdachte 5] of hij ‘gister had meegeteld’, waarop [medeverdachte 5] aangaf ‘nee maaruh ik uhh we hadden wel wat nageteld later’.(28)

Op 1 februari 2010 heeft [medeverdachte 5] bij de politie over voorgaande gang van zaken verklaard naar het AC restaurant in Montfoort (de rechtbank begrijpt: De Meern) te zijn gereden en daar een jongen te hebben ontmoet. [medeverdachte 2] en [medeverdachte 3] hadden hem verteld dat die jongen in een groene Opel Combo reed. Toen [medeverdachte 5] aan kwam rijden stond die groene Opel Combo er al en kreeg hij een seintje dat hij achter hem aan moet rijden. Na ongeveer een kilometer rijden zijn zij beiden gestopt en pakte volgens [medeverdachte 5] de jongen een zwarte sporttas uit de witte Opel Combo waarna hij in de groene Opel Combo wegreed.(29) Volgens [medeverdachte 5] vond een dergelijke ontmoeting tweemaal plaats.(30) [medeverdachte 5] verklaarde voorts dat ‘Bolle’, wanneer hij iets moest ophalen of iets moest wegbrengen, achter hem aan moest rijden voor zijn veiligheid.(31)

5 & 6 november 2009

Op 4 november 2009 belde medeverdachte [medeverdachte 11] om 18.39 uur naar medeverdachte [medeverdachte 1] en zei ‘hey ik had eigenlijk nog een monster’. Daarop antwoordde [medeverdachte 1]: ‘zal ik vrijdag effetjes naar je toe kommen?’ en ‘dan bel ik jou rond een uur of tien’.(32) Op 5 november 2009 belde [medeverdachte 1] om 10.07 uur naar [medeverdachte 11] en vroeg ‘welke kant moet ik oprijden, naar Nijkerk?’, waarop [medeverdachte 11] zei ‘dat mag mag ook naar het chauffeurscafé rijden’, bij welk café over een uurtje werd afgesproken.(33)

De volgende dag belde verdachte om 09.32 uur [medeverdachte 11] en vroeg hem ‘ben je er over een uurtje?’. [medeverdachte 11] reageerde met ‘ja als het goed is wel, ja uuh ik zelf ben er wel maaruh hij belde net op dat ie uuhh, hij zat te wachten op die mensen dat ie uh die vrouw was effe weg maar die is zo terug en dan komt ie mijn kant op’. Verdachte reageerde hierop met ‘ja en wij komme er ook aan nou dusshu’. [medeverdachte 11] antwoordde ‘ja dat is goed, was dat andere nog wat?’, waarop verdachte zei: ‘nou dat hoor je direct wel’. Om 9.37 uur zei [medeverdachte 11] tegen verdachte dat ie ‘deze kant op kan komen’, waarop verdachte tegen [medeverdachte 11] zei dat ze al reden.(34)

27 november 2009

Medeverdachte [medeverdachte 9], gebruiker van het telefoonnummer [mobiel nummer 6], sms’te op 27 november 2009 om 11.26 uur naar een telefoonnummer in gebruik bij medeverdachte [medeverdachte 2] de tekst: ‘kan dat 30 vamidag?’.(35) Om 11.29 uur werd [medeverdachte 2] door [medeverdachte 9] gebeld die vroeg of hij zijn bericht nog had gehad. [medeverdachte 2] vroeg [medeverdachte 9] ‘dus zeven, zeven en een kwart voor mijn? Breng maar dan’ waarop [medeverdachte 9] zei ‘kosten ze mij gek’. [medeverdachte 2] reageerde hierop met ‘gun mij ze een keer voor die prijs man’ en ‘haal ze maar op en we komme er wel uit, doei’.(36) Het was de verbalisant ambtshalve bekend dat zevenhonderd en vijfentwintig euro ongeveer de prijs voor 1 kilo natte softdrugs is.(37) Uit een door [medeverdachte 9] verzonden sms-bericht aan het telefoonnummer eindigend op [gedeelte mobiel nummer] bleek dat [medeverdachte 9] het om 18.00 uur op moest halen.(38)

Aan de hand van de beschikbare videobeelden van de openbare weg en de toegangsweg bij en naar het woonwagenkamp [straat] te Beverwijk, werd bekend dat op 27 november 2009 omstreeks 20.20 uur een licht gekleurde Peugeot 307 vooruit [straat] opreed.(39) Ook werd waargenomen dat dezelfde Peugeot omstreeks 20.22 uur het kamp weer afreed en wegreed. Hierbij werd het kenteken van deze Peugeot waargenomen, namelijk [kenteken 6]. Uit onderzoek was reeds gebleken dat [medeverdachte 9] de gebruiker was van deze auto.(40)

1 december 2009

Op 1 december 2009 om 11.09 uur werd medeverdachte [medeverdachte 2] gebeld door de gebruiker van nummer [mobiel nummer 6] (naar later bleek medeverdachte [medeverdachte 9]) die op de vraag van [medeverdachte 2] of hij straks ‘kwam brengen’ antwoordde met ‘ja, hoe laat kwamen ze zei die?’. [medeverdachte 2] antwoordde hierop ‘uurtje of vier, vijf’,(41) en ‘dan moet je effe gelijk doorbrengen naar die jongen, maar regel effe dat jij komt dan, want ik ben weg’, ‘die andere gaat het met jou regelen allemaal, snap je’. [medeverdachte 9] zei daarop ‘het daar wel af te gooien’ en vroeg aan [medeverdachte 2] ‘moet je papieren ophalen dan’. [medeverdachte 2] antwoordde: ‘ja, ik heb al wat leggen en straks komt nog meer binnen. Dus dan is geen probleem’. Voorts zei [medeverdachte 2]: ‘ik denk dat je het beste een uurtje of drie ken komen dan, dat je mij dan spullen brengt’.(42)

Om 13.08 uur ontving [medeverdachte 9] een sms met de volgende inhoud: ‘Die van die ouwe zijn 25 en ik heb vanavond ook 25 kan dat?’. Om 13:21 uur ontving [medeverdachte 9] vanaf een telefoonnummer dat bij [medeverdachte 2] in gebruik is een telefoontje van verdachte. Toen [medeverdachte 9] tegen verdachte zei dat hij het bericht had ontvangen, zei verdachte tegen [medeverdachte 9]: ‘Hey ja maar uh ik ken dat niet he. Hij is er niet.’ Kort hierna, om 13.22 uur, belde verdachte vanaf hetzelfde telefoonnummer nogmaals met [medeverdachte 9]. Verdachte vroeg aan [medeverdachte 9] ‘jij komt toch hierheen?’. [medeverdachte 9] antwoordde bevestigend ‘ja om half drie toch?’ en vroeg aan verdachte: ‘maar hoe heet ut hij had toch die uuh dingen neergelegd’. Hierop antwoordde verdachte bevestigend. [medeverdachte 9] zei vervolgens tegen verdachte ’oh oke maar vanavond moet kom ik naar je huis, hij is vanavond toch wel terug om een uur of zes?’. Verdachte antwoordde: ‘ja dan is ie wel terug dan moet je het effe vragen een um’, waarop [medeverdachte 9] zei: ‘oh nou is goed. Ik zie je zometeen ja?’. Dat verdachte degene was die [medeverdachte 9] beide keren vanaf het telefoonnummer van [medeverdachte 2] belde, werd later uit vergelijkend stemonderzoek bekend.(43) Aan de hand van de beschikbare videobeelden van de statische observaties werd gezien dat op dinsdag 1 december 2009 omstreeks 14.01 uur een blauw of grijsgekleurde personenauto aan kwam rijden bij het woonwagenkamp aan [straat] te Beverwijk, het woonadres van verdachte en de medeverdachten [1, 2 en 3]. Dit betrof een personenauto van het merk Opel Corsa met het kenteken [kenteken 7]. Te zien was dat deze Opel voor de toegangsweg naar het woonwagenkamp stopte, dat de bijrijder uitstapte en vervolgens het woonwagenkamp opliep. De verbalisant herkende de persoon aan lengte, postuur en haardracht als medeverdachte [medeverdachte 9]. Genoemde Opel Corsa was op naam gesteld van ene [betrokkene], die volgens onderzoek in de Gemeentelijke basisadministratie de opa van [medeverdachte 9] bleek te zijn.(44)

Later die middag ontving [medeverdachte 2] om 15.59 uur een sms-bericht van [medeverdachte 9] met de volgende inhoud: ‘Half 7 kom ik papiere bij hale’.(45) Tijdens een telefoongesprek om 16.00 uur verifieerde [medeverdachte 2] bij [medeverdachte 9] of hij nog om half zeven bij hem kwam. [medeverdachte 9] antwoordde dat hij dan inderdaad wat bij hem kwam halen. [medeverdachte 2] zei hierop tegen [medeverdachte 9]: ‘dan moet je bij die eeh aan de overkant zijn bij mijn’.(46) Uit de feitelijke situatie van het woonwagenkamp aan [straat] blijkt dat verdachte aan de overkant van [medeverdachte 2] woont.(47) Tevens zei [medeverdachte 2] tijdens voormeld gesprek ‘kom maar eerst maar brengen, dan geef ik je in een (1) keer alles mee. Dat is makkelijker voor mij. Snap je’. Daarop reageerde [medeverdachte 9] met ‘jaa, maar ik moet toch eerst naar die mensen toe eigenwijs’. [medeverdachte 2] zei vervolgens: ‘ja maar ik heb nog maar tien derbij en om acht uur krijg ik de rest. Snap je’, waarop [medeverdachte 9] antwoordde: ‘ohh oke (…), ja maar die heb ik precies nodig voor de eerste, haha’ en ‘dan kom ik precies uit gek’. [medeverdachte 2] beëindigde voorts het gesprek met ‘Ja nou breng alles maar en dan reken ik af, doei’. Om 16.02 uur stuurde [medeverdachte 9] vervolgens het volgende sms-bericht aan [medeverdachte 2]: ‘Gek ik heb die 10 nodig ik krijg die spule niet mee zonde tebetale’. [medeverdachte 2] reageerde hierop met ‘ok kom ma halen’. Om 18.29 uur sms'te [medeverdachte 9] naar [medeverdachte 2]: ‘Met 5min ben ik bij je’.(48) Op de beschikbare videobeelden werd vervolgens gezien dat omstreeks 18:32 uur de bestuurder van een licht gekleurde personenauto van het merk Peugeot 307sw met kenteken [kenteken 6] het woonwagenkamp aan [straat] opreed en omstreeks 18.35 uur het kamp weer verliet. Uit onderzoek is gebleken dat medeverdachte [medeverdachte 9] de gebruiker van de grijze Peugeot 307sw met het kenteken [kenteken 6] was.(49)

Om 19.43 uur die dag belde [medeverdachte 2] met [medeverdachte 9]. [medeverdachte 9] zei er over een kwartier te zullen zijn en vroeg of hij naar [medeverdachte 2] of naar die andere moest. [medeverdachte 2] antwoordde dat hij naar hem moest komen.(50) Op de beschikbare videobeelden van de statische observatie van die avond werd gezien dat om 19.59 uur de bestuurder van een grijze Peugeot 307sw met het kenteken [kenteken 6], medeverdachte [medeverdachte 9], aan kwam rijden en achteruit het kamp aan [straat] te Beverwijk opreed en kort daarna het kamp weer afreed en wegreed.(51)

6 december 2009

Op donderdag 3 december 2009 belde medeverdachte [medeverdachte 2] met een persoon genaamd [man] (fonetisch weergegeven) – de gebruiker van het telefoonnummer [mobiel nummer 7] – en vroeg hem ‘kenne we bij mekaar komen? en ‘zeg mij maar wat je wilt’. [man] antwoordde hierop: ‘ken het niet iets meer?’. [medeverdachte 2] antwoordde vervolgens ‘nah joetje dan nog?’. Beiden gingen hiermee akkoord en er werd afgesproken voor een uur of zeven. [medeverdachte 2] zei ‘dan maken we gelijk ook een mooi prijsje voor de volgende keer’. [man] antwoordde hierop ‘ja want voor de volgende keer is echt is echt prachtig echt, dat meen ik serieus, ik ben net wezen kijken, en anders bewaar ik het voor het nieuwe jaar weet je wel’. [medeverdachte 2] zei vervolgens ‘ja we komen er wel uit joh, dat komt wel goed’, waarop [man] zei ‘een joetje meer dan he, zevenvijfentachtig of eeeh zesvijfentachtig’. Tot slot werd door beiden afgesproken voor ‘zondag om een uur of zeven’.(52)

Die zondag, 6 december 2009, werd vanaf het telefoonnummer [mobiel nummer 7] gebeld naar het telefoonnummer van [medeverdachte 2]. De telefoon van [medeverdachte 2] werd opgenomen door verdachte. De beller vroeg aan verdachte of het beter is om een uurtje later een biertje te gaan pakken, om een uurtje of acht. Verdachte stemde hiermee in. Die avond om 20.02 uur werd opnieuw vanaf voormeld nummer gebeld naar verdachte. De beller vertelde onderweg te zijn en er met een half uurtje te zijn.(53) Om 21.00 uur belde de man wederom en zei er te zijn, waarop verdachte antwoordde ‘oke kom je naar me toe jongen’. Op de vraag van de man ‘waar dan?’, antwoordde verdachte ‘je weet waar je altijd komt toch’. De man zei ‘ja ik ben daar voor de deur’, waarop verdachte zei ‘nee andere kant, ik zie je zitten’ en ‘hiero, hier voor het raam, daar ben je wel meer geweest’.(54) Dat voormelde gesprekken door verdachte zijn gevoerd, volgt naar het oordeel van de rechtbank uit de omstandigheid dat de beller kennelijk onderweg was naar [medeverdachte 2] en dat verdachte hem naar de overkant van die woning liet komen, de kant waar (zoals hiervoor reeds is opgemerkt) de woning van verdachte is gelegen, in samenhang bezien met de omstandigheden dat medeverdachte [medeverdachte 5] verdachte ook wel de overbuurman van [medeverdachte 2] noemt(55) en dat uit de stukken van het dossier volgt dat verdachte vaker voor [medeverdachte 2] waarnam.

Op de beschikbare videobeelden van de statische cameraobservatie van de openbare weg [straat] en de toegangsweg naar het woonwagenkamp aan [straat] te Beverwijk van die avond, is te zien dat omstreeks 21.00 uur de bestuurder van een grijskleurige personenauto gelijkend op een Audi A4 met het kenteken [kenteken 8] kwam aanrijden en vooruit het woonwagenkamp [straat] te Beverwijk opreed en vervolgens om ongeveer 21.22 uur weer wegreed.(56)

[medeverdachte 2] stuurde de gebruiker van [mobiel nummer 7] op 7 december 2009 om 16.42 uur een sms-bericht met als inhoud: ‘Was goed gisteren? Weet je al wat voor volgende week?’. Hierop werd geantwoord met ‘Ja was goed ja wil wel hebben einde van de week prijs afspreken’.(57)

8 december 2009

Door medeverdachte [medeverdachte 9] werd op 7 december 2009 naar het telefoonnummer eindigend op [gedeelte mobiel nummer], in gebruik bij medeverdachte [medeverdachte 2], gesms’t: ‘woensdag 100? Oke?’. [medeverdachte 9] werd om 13.20 uur teruggebeld door ‘Bolle’ (welke door verbalisant werd herkend als verdachte), terwijl hij gebruik maakte van het telefoonnummer van [medeverdachte 2]. Verdachte zei tegen [medeverdachte 9] ‘hij is nog niet terug man…’ en ‘dan hoor je het straks…’.(58) Uit sms-berichten uitgewisseld tussen [medeverdachte 2] (die om 15.49 uur meldde dat ‘hij er al is’) en [medeverdachte 9] blijkt dat laatstgenoemde ‘morgen 80 super mooie’ wil brengen voor ‘725’. Tevens werd aan [medeverdachte 9] gevraagd ‘moet je pap heben’ en werd geantwoord ‘Pap kom ik morge vroeg hale oki?’.(59) Op 8 december 2009 werd [medeverdachte 2] om 11.25 uur gebeld door [medeverdachte 9], die aangaf nog in Den Haag te zijn en rond een uur of drie bij [medeverdachte 2] te kunnen zijn. Om 12.16 uur werd uiteindelijk afgesproken voor ‘een uur of vijf, zes’.(60) [medeverdachte 9] sms’te om 16.19 uur nog ‘Zometeen zijn 70 en morge 15 oke?’.(61) Er werd op videobeelden van die dag gezien dat om 17.29 uur een personenauto met een imperialdrager het woonwagenkamp aan [straat] te Beverwijk opreed. Deze personenauto had dezelfde imperialdrager als de auto die 20 minuten later het kamp verliet en op de beelden van 17.49 uur was te zien als een Peugeot gekentekend [kenteken 6]. Uit onderzoek is bekend geworden dat genoemde Peugeot in gebruik is bij genoemde [medeverdachte 9].(62)

Om 19.37 uur diezelfde dag belde [medeverdachte 9] naar [medeverdachte 2] en deelde mee op de plaats van bestemming te zijn en zo te gaan rijden naar [medeverdachte 2]. Op de vraag van [medeverdachte 2] ‘wel goed?’ antwoordde hij met ‘ja’.(63) In het gesprek om 20.31 uur met medeverdachte [medeverdachte 3] gaf [medeverdachte 9] aan nog een half uur nodig te hebben en ‘het is echt top je bent in ieder geval wel blij dus’. [medeverdachte 9] belde vervolgens weer om 21.15 uur om aan te geven dat hij er tussen de 5 en 10 minuten zou zijn en vroeg of [medeverdachte 2] daar dan ook zou zijn. [medeverdachte 2] antwoordde hierop ‘nou hoef toch niet of wel’. [medeverdachte 9] gaf aan daarna wel even langs [medeverdachte 2] te komen. [medeverdachte 2] belde vervolgens om 21.16 uur medeverdachte [medeverdachte 5] en zei tegen hem ‘hij is er zo’. Hierop antwoordde [medeverdachte 5] ‘okey is goed …. dan rij ik daarheen’.(64)

Op beschikbare videobeelden van de statische observatie van de woonwagen van perceel [straat en huisnummer] te Heemskerk is te zien dat op 8 december 2009 omstreeks 21.21 uur de bestuurder van een grijskleurige Peugeot stationwagen kwam aanrijden en meer dan vermoedelijk ter hoogte van de woonwagen parkeerde. Voorts is te zien dat uit de richting van de Peugeot een persoon kwam aanlopen en ten minste 4 keer met voorwerpen in zijn hand heen en weer liep in de richting van een naast de woonwagen gelegen poort. Omstreeks 21.25 uur werd een lichtschijnsel gezien uit de richting van de Peugeot. Vervolgens is te zien dat om 21.30 uur een andere auto parkeerde op de plaats waar kort daarvoor de Peugeot had gestaan.(65) Door observanten werd gezien dat de Volkswagen Golf gekentekend [kenteken 2], om 21.19 uur van het woonwagenkamp aan [straat] in Beverwijk wegreed en omstreeks 21.30 uur het woonwagenkamp aan de [adres Heemskerk] te Heemskerk opreed.(66) De omschrijving van de bestuurder van deze auto kwam overeen met die van [medeverdachte 5].(67)

Bij het uitkijken van camerabeelden van [straat] van 8 december 2009 bleek dat om 21.31 uur te zien was dat een personenauto het woonwagenkamp aan [straat] opreed, welke auto dezelfde imperialdragers heeft als de Peugeot 307sw van [medeverdachte 9]. Om 21.49 uur verliet dezelfde auto het kamp weer.(68) Met het telefoonnummer in gebruik bij [medeverdachte 5] werd vervolgens om 21.34 uur gesms’t naar het telefoonnummer in gebruik bij [medeverdachte 2] ‘zit wel veel klein bij hoor’, waarop om 21.36 uur terug gesms’t werd ‘wel mooi of niet’. Het antwoord hierop was ‘ja dat wel’.(69)

26 december 2009 (poging)

Op 26 december 2009 werd medeverdachte [medeverdachte 3] om 17.41 uur gebeld door medeverdachte [medeverdachte 5]. [medeverdachte 3] vroeg [medeverdachte 5] waar hij was, waarop [medeverdachte 5] antwoordde er met een uurtje te zijn. [medeverdachte 3] reageerde met ‘Maar je ken toch niet zo pakken man, dat moet je toch eerst vragen jongen’ en ‘je gaat toch niet zomaar zaken doen drek gaat het fout’. [medeverdachte 5] zei hierop dat het voor een jongen uit Haarlem was en ‘dat gaat echt niet fout, echt niet pik’. [medeverdachte 3] verzuchtte: ‘ik vind het niet netjes, echt niet echt niet’. Het gesprek werd vervolgens afgerond. Drie minuten later belde medeverdachte [medeverdachte 2] [medeverdachte 5] op en vroeg hem: ‘Ma uh wat heb je gedaan, heb je net handel gepakt?’. [medeverdachte 2] maande [medeverdachte 5] om terug te komen en zei tegen hem: ‘Je gaat niet eigen rechter spelen, ik heb niet gezegd ja, heb je ze nog bij je?’ en ‘waar ben je, je gaat niet hiero gewoon zonder mijn toestemming dingen meenemen, dat gaat niet’. [medeverdachte 5] antwoordde hierop zo naar verdachte toe te komen. [medeverdachte 2] zei nogmaals tegen [medeverdachte 5]: ‘je gaat niet zonder dingen zonder toestemming van mij dingen meenemen, dat mag nooit!’.(70) Twee minuten later belde [medeverdachte 3] opnieuw met [medeverdachte 5] om te vragen waar hij was. [medeverdachte 5] antwoordde er met twintig minuten te zijn. Om 17.52 uur belde [medeverdachte 3] nogmaals, waarop [medeverdachte 5] antwoordde er tien minuten later te zullen zijn.(71)

Medeverdachte [medeverdachte 5] verklaarde op 1 februari 2010 bij de politie over het voorgaande dat hij drie kilo weed wilde verkopen aan een koper in Haarlem. Hij had geprobeerd [medeverdachte 2] en [medeverdachte 3] te bereiken, maar dat lukte niet. Omdat [medeverdachte 5] wel wat wilde verdienen had hij toen zelf drie kilo weed gepakt om te verkopen.(72) Deze drie kilo had hij uit de schuur van verdachte gepakt. [medeverdachte 5] wist dat daar drie kilo lag, omdat hij enkele dagen daarvoor een zwarte tas met drie kilo weed bij verdachte in de schuur had gegooid.(73)

13 januari 2010

Op 13 januari 2010 om 16.48 uur belde medeverdachte [medeverdachte 8] met medeverdachte [medeverdachte 2] en vroeg hem of hij ‘een vijf (1-5)’ voor hem had. [medeverdachte 2] antwoordde hierop bevestigend.(74) Diezelfde dag om 18:54 uur sms’te [medeverdachte 8]: ‘ik ben nu onderweg’. Kort daarop om 18.55 uur werd [medeverdachte 8] vanaf het telefoonnummer van [medeverdachte 2] gebeld door een man die zich ‘die dikke’ en ‘die bolle’ noemde. Deze man vroeg [medeverdachte 8] of hij ‘hierheen’ kwam, waarop [medeverdachte 8] antwoordde onderweg te zijn. Toen de man zei op hem te wachten, vroeg [medeverdachte 8] hem: ‘waar is die andere is t’ie weg’. De man antwoordde ‘hij is weg maar ik weet het’ en vertelde [medeverdachte 8] dat hij bij hem moest zijn.(75)

Op de beschikbare videobeelden van de openbare weg [straat] en de toegangsweg naar het woonwagenkamp [straat] te Beverwijk werd die avond om 19.22 uur een zwarte Seat Leon waargenomen. Een gedeelte van het kenteken werd waargenomen, namelijk [gedeelte kenteken 9]. Verbalisant herkende dit voertuig als de Seat Leon, voorzien van kenteken [kenteken 9], welke ten naam gesteld stond van [medeverdachte 8]. Tevens werd waargenomen dat hetzelfde voertuig omstreeks 19.30 uur weer wegreed.(76) Uit de komst van (de auto van) [medeverdachte 8] naar het kamp in samenhang bezien met de omstandigheden (zoals hiervoor reeds aan de orde kwam) dat verdachte op [straat] woonachtig is, ‘Bolle’ wordt genoemd en zaken voor [medeverdachte 2] waarnam, blijkt genoegzaam dat de man die zich in het gesprek met [medeverdachte 8] ‘die dikke’ en ‘die bolle’ noemde, verdachte betrof.

20 januari 2010 -1-

Uit verschillende sms’jes op 19 en 20 januari 2010 tussen het telefoonnummer eindigend op [gedeelte mobiel nummer], in gebruik bij medeverdachte [medeverdachte 2], en de gebruiker van het telefoonnummer [mobiel nummer 9], bleek dat laatstgenoemde op 20 januari 2010 langs zou komen en dat de gebruiker van het telefoonnummer eindigend op [gedeelte mobiel nummer] er om 20 minuten na 11.39 uur zou zijn.(77) Aan de hand van de beschikbare videobeelden van de statische observatie werd gezien dat de bestuurder van een zwartkleurige Volkswagen Sharan voorzien van kenteken [kenteken 10] op 20 januari 2010 omstreeks 11.56 uur achteruit het woonwagenkamp [straat] te Beverwijk opreed.(78) De bestuurder van een grijskleurige Volkswagen Golf waarvan een gedeelte van het kenteken zichtbaar was, namelijk [gedeelte kenteken 2], reed die dag omstreeks 12.10 uur het kamp op.(79) [medeverdachte 2] belde op 20 januari 2010 om 12.22 uur met medeverdachte [medeverdachte 6] en vroeg hem of hij in de buurt was en dat hij ‘effe langs’ kwam.(80) Om 12.27 uur belde [medeverdachte 6] naar [medeverdachte 2] die hem vroeg ‘kom effe naar beneden’. Er werd op videobeelden van die dag gezien dat de bestuurder van een grijskleurige Mercedes voorzien van kenteken [kenteken 11] omstreeks 12.26 uur het woonwagenkamp [straat] opreed en omstreeks 12.28 uur het kamp weer afreed.(81) [medeverdachte 2] belde om 12.46 weer naar [medeverdachte 6] om te vragen waar hij nou bleef. [medeverdachte 6] gaf aan dat er een probleem was en ‘deze gozer die zegt tegen, nou die mensen die zijn al hieroo, die komen van ver weet ik veel dit en dat, hij zegt ze zijn al hier dit en dat, kan ik echt raak ik kwijt weet ik veel wat allemaal, kut man, maar ik geef het liever aan jou weet je wel’. [medeverdachte 2] zei [medeverdachte 6] naar hem toe te komen en [medeverdachte 6] stemde hiermee in. [medeverdachte 6] belde vervolgens om 12.51 uur naar [medeverdachte 2] met een mogelijke oplossing: ‘ik geef jou d’r 18’, waarop [medeverdachte 2] antwoordde ‘ja is goed, kom maar effe, neem maar mee’.(82) Er volgden nog enkele gesprekken waarin [medeverdachte 2] vroeg waar [medeverdachte 6] bleef. Om 13.21 uur belde [medeverdachte 6] weer naar [medeverdachte 2] en vertelde hem: ‘die jongen die is bij mij, die ze ook wil hebben weet je wel’. [medeverdachte 6] zei te wachten tot de jongen weg zou zijn en dan naar [medeverdachte 2] toe te komen. [medeverdachte 2] reageerde hierop met: ‘ja ok, die mensen zitten hier op kolen jo’. [medeverdachte 6] antwoordde: ‘nee nee, ik kom echt, ik kom eraan, het zijn er 19’.(83)

Aan de hand van de beschikbare videobeelden werd gezien dat de bestuurder van een grijskleurige Mercedes voorzien van kenteken [kenteken 11] die dag om ongeveer 13.21 uur achteruit het woonwagenkamp [straat] te Beverwijk opreed. Door medewerkers van het observatieteam werd gezien dat omstreeks 12.23 uur een zwartkleurige Volkswagen Sharan voorzien van kenteken [kenteken 10] en een grijskleurige Volkswagen Golf met kenteken [kenteken 2] geparkeerd stonden op het woonwagenkamp [naam]. Door medewerkers van het observatieteam werd gezien dat omstreeks 13.21 uur [medeverdachte 6] als bestuurder van een zilverkleurige Mercedes voorzien van kenteken [kenteken 11] het woonwagenkamp [straat] opreed. Gezien werd dat [medeverdachte 2] vanuit zijn woning kwam aanlopen en contact maakte met [medeverdachte 6]. Omstreeks 13.22 uur werd gezien dat [medeverdachte 6] de kofferbak van de Mercedes opende en dat [medeverdachte 2] een zwarte tas uit de kofferbak tilde en deze tas zijn woning binnenbracht. Gezien werd dat ook [medeverdachte 6] de woning van [medeverdachte 2] binnenging.(84) Omstreeks 13.33 uur werd gezien dat vier onbekende mannen uit de woning van [medeverdachte 2] kwamen lopen. Gezien werd dat medeverdachte [medeverdachte 3] een zwarte tas achterin de Volkswagen Sharan voorzien van kenteken legde en dat door [medeverdachte 3] en drie onbekende mannen ongeveer 15 tassen vanuit de Volkswagen Sharan naar de tweede woonwagen rechts op het woonwagenkamp, gezien vanaf de openbare weg [straat], werden gebracht.(85) Uit de feitelijke situatie van het woonwagenkamp blijkt dat dit de woonwagen met het adres [adres verdachte] is, de woning van verdachte.(86) De onbekende mannen stapten vervolgens weer in de zwarte Volkswagen Sharan en reden naar het woonwagenkamp aan de [adres Apeldoorn] te Apeldoorn.(87)

Later die dag om 14.03 uur belde [medeverdachte 6] [medeverdachte 2] met de vraag: ‘ken je dat nog wat mee doen van die gasten’. [medeverdachte 2] antwoordde ‘hem wel te bellen’. Vervolgens sms’te [medeverdachte 2] de gebruiker van het telefoonnummer [mobiel nummer 9] ‘moet je nog meer heb nog zelfde portie’. De gebruiker antwoordde dit wel te willen hebben.(88) [medeverdachte 2] belde vervolgens weer met [medeverdachte 6] en vertelde hem ‘het maar te brengen’.(89) Aan de hand van videobeelden werd gezien dat de bestuurder van de hiervoor genoemde Mercedes omstreeks 14.44 uur het woonwagenkamp [straat] te Beverwijk afreed, waarbij zichtbaar was dat een passagier in de auto aanwezig was. [medeverdachte 2] sms’te om 14.45 uur de gebruiker van het telefoonnummer [mobiel nummer 9] onderweg te zijn.(90) Aan de hand van de mastverkeersgegevens van een op 20 januari 2010 omstreeks 16.09 uur verzonden sms-bericht van de bij [medeverdachte 2] in gebruik zijnde telefoon, werd bekend dat deze mobiele telefoon zich bevond op de locatie [adres Apeldoorn] te Apeldoorn.(91)

20 januari 2010 -2-

Op 20 januari 2010 om 19.12 uur belde medeverdachte [medeverdachte 8] met medeverdachte [medeverdachte 2] en vroeg hem ‘heb je d’r een nul (1-0) voor me staan’. Toen [medeverdachte 2] dit bevestigde, zei [medeverdachte 8] dit diezelfde dag nog te komen ophalen, hier ‘vandaag heb je geen controles enzo’ aan toevoegend. Om 19.50 uur belde de broer van [medeverdachte 8], medeverdachte [medeverdachte 7], [medeverdachte 2] op en zei ‘mijn broertje is bij jou he’ waarop deze antwoordde ‘ow is goed, dan ga ik hem ehh bezoeken’.(92)

Die dag om ongeveer 19.48 uur werd door medewerkers van het observatieteam gezien dat de bestuurder van een zwarte personenauto, merk Seat Leon met het kenteken [kenteken 9], achteruit het woonwagenkamp [straat] opreed en stopte voor perceel [adres medeverdachte 2] te Beverwijk. Bij het uitstappen werd de bestuurder van deze Seat Leon herkend als E. Dahmani. Gezien werd dat [medeverdachte 8] wegliep in de richting van perceel [adres medeverdachte 2]. Om ongeveer 19.50 uur werd gezien dat [medeverdachte 8] terugliep naar de Seat Leon en dat medeverdachte [medeverdachte 3] kwam aanlopen vanuit de richting van de laatste woonwagen op het kamp. Tevens werd gezien dat [medeverdachte 2] vanuit perceel [adres medeverdachte 2] naar buiten kwam lopen. Gezien werd dat [medeverdachte 8] een hand kreeg van [medeverdachte 2] en [medeverdachte 3] en dat zij met z’n drieën wegliepen naar de rechts van de weg geplaatste woonwagens.(93) Dit is de kant waar de woonwagen van verdachte staat.(94) Omstreeks 19.53 uur werd gezien dat [medeverdachte 8] terugliep naar de Seat Leon en dat hij in zijn rechterhand een grote donkere tas droeg. Uit de manier waarop hij deze tas droeg viel volgens de verbalisant op te maken dat de tas zwaar was. De tas werd geschat op een grootte van 90 cm lang en 60 cm hoog. Vervolgens werd gezien dat [medeverdachte 8] de kofferbak van de zwarte Seat Leon openmaakte en de zwarte tas in de kofferbak plaatste, deze sloot en daarna met de auto van het woonwagenkamp afreed en vervolgens naar Amsterdam reed, alwaar hij omstreeks 21.21 uur op [adres te Amsterdam] door de geüniformeerde dienst van de politie Amsterdam/Amstelland werd staande gehouden.(95)

Blijkens informatie van de regiopolitie Amsterdam/Amstelland werd bekend dat [medeverdachte 8] op woensdag 20 januari 2010, te 20.25 uur, door politiemedewerkers op de openbare weg [adres] te Amsterdam, op verdenking van overtreding van de Opiumwet was aangehouden. Uit het door de medewerkers van de politie Amsterdam ingestelde onderzoek werd bekend dat er in de kofferbak van de door [medeverdachte 8] bestuurde auto een hoeveelheid van ongeveer 10 kilo hennep werd aangetroffen en in beslag genomen. De hennep zat in een zwarte sporttas verpakt verdeeld over 10 zakjes van ongeveer 1 kilo.(96) Diezelfde avond om 20.38 uur belde [medeverdachte 7] met [medeverdachte 2] en vroeg hem: ‘hoeveel nul heb je gegeven’. [medeverdachte 2] antwoordde hierop met ‘een (1) nul’. [medeverdachte 7] reageerde onder andere met ‘shit man’, ‘hij is gepakt voor de deur’ en ‘bij mij’.(97)

Doorzoekingen

Op 1 februari 2010 zijn verdachte en verschillende – tevens in de loop van het onderzoek naar voren gekomen – medeverdachten aangehouden en werden hun woningen doorzocht ter inbeslagname.

Op het adres de [adres medeverdachte 2] te Beverwijk, de woning van medeverdachte [medeverdachte 2], werden in totaal elf mobiele telefoons aangetroffen.(98) Eén van deze telefoons (een Nokia met IMEInummer [IMEI 1]) bleek de door [medeverdachte 2] gebruikte mobiele telefoon met het nummer [mobiel nummer] te zijn.(99) Een andere Nokia (met IMEInummer [IMEI 2]) bleek de door [medeverdachte 2] gebruikte mobiele telefoon met het nummer [mobiel nummer a] te zijn.(100) [medeverdachte 5] verklaarde bij de politie dat hij van [medeverdachte 2] en [medeverdachte 3] drie telefoons had gekregen waar alle nummers al in stonden.(101) [medeverdachte 5] verklaarde zelf enkel door hen te worden gebeld op deze telefoons. Hij gaf de telefoons een aantal keren aan verdachte en [medeverdachte 3] om ze vervolgens weer terug te krijgen.(102) Een in de woning van [medeverdachte 5] op [adres] te Beverwijk aangetroffen mobiele telefoon (Nokia met IMEInummer [IMEI 3]) bleek de door de verdachten [medeverdachte 2] en [medeverdachte 3] gebruikte mobiele telefoon met het nummer [mobiel nummer b] te zijn.(103)

In de woning van verdachte aan de [adres verdachte] te Beverwijk, werd tijdens de doorzoeking in de schuur behorende bij de woonwagen een in werking zijnde hennepdrogerij aangetroffen. Er stonden vijf droogbakken met daarop henneptoppen die lagen te drogen en de kachels en afzuigsystemen stonden aan.(104) De henneptoppen zijn ter plekke gewogen met een aangetroffen en in beslag genomen weegschaal en betroffen een hoeveelheid van ongeveer 3,790 kilogram hennep. Er werden ook twee zakken met hennepresten aangetroffen. In een aan de schuur verwante ruimte achter de woonwagen werden nog eens vier gesealde zakken met henneptoppen aangetroffen.(105) Op het erf tegen de woonwagen nabij de genoemde schuurtjes stond verder nog een kartonnen doos met daarin sporttassen.(106) In deze doos zaten 10 zwarte sporttassen met roze bies.(107)

Dezelfde dag werd ook de woning van medeverdachte [medeverdachte 10], de [straat en huisnummer] te Heemskerk, doorzocht. In de schuur behorende bij deze woning werden in verschillende ruimten goederen aangetroffen en in beslag genomen, zoals 87 droogbakken, kachels, een knipschaar, 6 koolstoffilters, maatbekers, een slakkenhuis, transportbakken, ventilatoren, een weegschaal en een sealapparaat. Na het verwijderen van de droogbakken is het hennepafval dat op de grond lag verzameld en geborgen in een plastic zak.(108) Dit afval betrof 960 gram cannabis.(109) Tevens werden in de schuur twee dozen aangetroffen, waarvan er één geopend was. In deze dozen werden in totaal 27 in plastic verpakte tassen aangetroffen. Deze tassen waren zwart van kleur met een roze bies.(110) [medeverdachte 5] verklaarde naar aanleiding van een hem voorgehouden tapgesprek waarin werd gesproken over ‘zeven of acht’, dat daarmee werd bedoeld de sporttassen met daaromheen plastic in een doos, welke hij uit het schuurtje bij de kabouter vandaan haalde, bij de wasmachine.(111)

Uit de inhoud van opgenomen en uitgeluisterde telefoongesprekken en onderschepte sms’jes werd bekend dat het woord “Kaboute, kabouter en kaboutertje” een aantal keer voorkwam.(112) Naar aanleiding van observaties en informatie van de gemeentelijke basisinformatie waaruit bleek dat bij de paspoortgegevens van [medeverdachte 10] een lengte stond vermeld van 170 cm, bestond het vermoeden dat met “kabouter” [medeverdachte 10] bedoeld werd.(113) [medeverdachte 5] heeft tevens bij de politie verklaard dat de “kabouter” iemand is die in Heemskerk woont in de eerste wagen op de [adres Heemskerk].(114)

De sporttassen die zijn aangetroffen bij de doorzoekingen ter inbeslagneming in de percelen [adres verdachte] te Beverwijk en de [straat en huisnummer] te Heemskerk zijn met elkaar vergeleken en waren identiek aan elkaar.(115)

Ook de woning van medeverdachte [medeverdachte 6] aan [adres] te Beverwijk werd op 1 februari 2010 doorzocht en naast vele telefoons, een weegschaal, vacumeermachines, een sealmachine en een bankbiljettentelmachine, werden tevens twee tassen (een “Dirk tas” en een “Iceberg tas”) met daarin henneptoppen aangetroffen en in beslag genomen.(116) De inhoud van beide tassen werd getest en het bleek te gaan om cannabis.(117) Deze inhoud betrof netto gewichten van 7280,15 gram (“Dirk tas”) en 5673,30 gram (“Iceberg tas”).(118)

Op 15 februari 2010 werd bij de doorzoeking van de woning van medeverdachte [medeverdachte 7] in Amsterdam in de slaapkamer een zwarte sporttas aangetroffen.(119) In deze sporttas lag op de bodem een zeer geringe hoeveelheid groene plantdeeltjes, welke plantdeeltjes zijn getest. Uit deze test bleek dat de deeltjes vermoedelijk cannabis betroffen.(120) Diezelfde dag werd ook de woning van medeverdachte [medeverdachte 8] doorzocht en daar werden drie donkerblauwe en één zwarte sporttas aangetroffen.(121) In één blauwe sporttas en in de zwarte sporttas lag op de bodem een zeer geringe hoeveelheid groene plantdeeltjes, welke zijn getest. Ook deze plantdeeltjes betroffen vermoedelijk cannabis.(122)

Verklaringen [medeverdachte 5]

Medeverdachte [medeverdachte 5] heeft – naast hetgeen hiervoor al ter sprake is gekomen – tevens bij de politie verklaard in de periode van oktober tot december 2009 een aantal keer tassen te hebben weggebracht voor [medeverdachte 2] en [medeverdachte 3].(123) Alles bij elkaar dacht [medeverdachte 5] wel een ritje of tien te hebben gemaakt, waarbij hij in ieder geval naar Montfoort, Arnhem, Amsterdam en een keer naar Nijkerk is gereden.(124) Hij reed hierbij in de Volkswagen Golf met kenteken [kenteken 2] of een witte Opel Combo van [medeverdachte 2] en [medeverdachte 3].(125) Ook verklaarde [medeverdachte 5] wel eens het verzoek te hebben gekregen “twee kratjes op één te zetten”, hetgeen volgens hem inhield dat hij van twee van de bollenkratjes met wiet, die in de schuur van verdachte stonden te drogen, één kratje moest maken. Hij had dit twee keer gedaan en alleen als verdachte er niet was.(126)

Gelet op de tapgesprekken waarin doorgaans versluierd lijkt te worden gesproken over voorgenomen softdrugtransacties in samenhang bezien met de bevindingen naar aanleiding van observaties, de aanhouding van medeverdachte [medeverdachte 8] op 20 januari 2010 waarbij onder hem ongeveer 10 kilogram hennep werd aangetroffen, de verklaringen van medeverdachte [medeverdachte 5] en de aangetroffen hennepdrogerijen, waaronder met name ook een in werking zijnde hennepdrogerij in de schuur van verdachte zijn woning, en overige goederen (zoals de sporttassen waarin de hennep lijkt te worden vervoerd), oordeelt de rechtbank dat wettig en overtuigend kan worden bewezen dat verdachte zich tezamen met anderen schuldig heeft gemaakt aan de handel in hennep en dat verdachte daartoe – onder meer – kennelijk een hennepdrogerij exploiteerde en voorts bij afwezigheid van de medeverdachten [medeverdachte 2] en [medeverdachte 3] als hun vervanger optrad Ook begeleidde hij in opdracht van medeverdachten [medeverdachte 2] en [medeverdachte 3], kennelijk voor de veiligheid, medeverdachte [medeverdachte 5] wanneer deze een partij hennep moest afleveren.

Voor dit oordeel neemt de rechtbank ook in aanmerking dat verdachte – ter terechtzitting gevraagd naar zijn hiervoor weergegeven persoonlijke en telefonische contacten met de gebroeders [medeverdachten 2 en 3] en andere medeverdachten op bovenvermelde dagen - zich op zijn zwijgrecht heeft beroepen en aldus geen de redengevendheid voor het bewijs, dat die contacten telkens betrekking hadden op henneptransacties, ontzenuwende verklaring heeft gegeven.

Dat sprake was van handel in de uitoefening van een beroep of bedrijf, volgt naar het oordeel van de rechtbank uit de uit het dossier blijkende grote frequentie en stelselmatigheid waarin verdachte en zijn medeverdachten zich met de handel in hennep bezig hielden en de grote bedragen die daarmee door een aantal van hen, eveneens blijkens het dossier, werden verdiend.

Criminele organisatie(127)

Van een criminele organisatie als bedoeld in artikel 11a van de Opiumwet kan worden gesproken wanneer twee of meer daders een samenwerkingsverband vormen met een zekere duurzaamheid en structuur, welk samenwerkingsverband – voor zover hier relevant – het plegen van een misdrijf als bedoeld in artikel 11, derde lid en vijfde lid, van de Opiumwet tot oogmerk heeft.

De rechtbank overweegt hiertoe dat op grond van hetgeen hiervoor onder de redengevende feiten is opgenomen en naar aanleiding daarvan is overwogen, een en ander in onderling verband en samenhang bezien, is gebleken dat door de gebroeders [medeverdachten 2 en 3] gezamenlijk de inkoop van hennep werd geregeld en daartoe contacten met leveranciers van (‘natte’) hennep werden onderhouden, zoals medeverdachte [medeverdachte 9]. Deze broers hebben tevens opdrachten gegeven aan medekampbewoners, te weten medeverdachte [medeverdachte 5] en verdachte, in verband met het vervoeren, bewerken van, verpakken van en in- en verkopen van de hennep. De gekochte partijen hennep werden blijkens de stukken van het dossier in vuilniszakken vervoerd en de verkochte partijen hennep in sporttassen. De partijen hennep werden gedroogd en/of opgeslagen in de schuur van verdachte op het woonwagenkamp aan [straat] te Beverwijk, alsmede op een locatie te Heemskerk in gebruik bij medeverdachte [medeverdachte 10]. Ook uit de hiervoor weergegeven telefonische contacten tussen de broers [medeverdachten 2 en 3] enerzijds en medeverdachte [medeverdachte 5] anderzijds op 26 december 2009, blijkt van het georganiseerde verband waarin werd gehandeld. Immers, toen aan de gebroeders was gebleken dat medeverdachte [medeverdachte 5] op eigen houtje handel, te weten een partij hennep, trachtte te verkopen, werden zij kwaad en hebben zij [medeverdachte 5] te kennen gegeven dat hij niet zonder hun toestemming mocht werken, terwijl zij hem voorts hebben gemaand de door hem meegenomen hennep terug te brengen.

Uit voorgaande gang van zaken volgt dat sprake was van een nauwe samenwerking met een duidelijke rolverdeling in een duurzaam verband. Verdachte en medeverdachten [medeverdachte 2], [medeverdachte 3], [medeverdachte 5] en [medeverdachte 10] hebben zich dan ook structureel en gedurende – naar bij het onderzoek is gebleken tenminste – een periode van ongeveer vier maanden doelbewust beziggehouden met de bedrijfsmatige inkoop, verwerking en verkoop van grote hoeveelheden hennep. Daarbij hebben zij gebruik gemaakt van een grote klantenkring, verschillende telefoons, verschillende vervoermiddelen en verschillende opslagplaatsen/hennepdrogerijen. Hiermee is naar het oordeel van de rechtbank voldaan aan de omschrijving van een criminele organisatie als bedoeld in artikel 11a van de Opiumwet. Dat verdachte een essentiële rol heeft vervuld blijkt uit de hiervoor weergegeven redengevende omstandigheden.

Gelet op het voorgaande oordeelt de rechtbank dan ook dat de onder 1 en 2 ten laste gelegde feiten wettig en overtuigend bewezen kunnen worden.

4.3. Bewezenverklaring

Gezien het bovenstaande acht de rechtbank wettig en overtuigend bewezen dat verdachte de ten laste gelegde feiten heeft begaan, in dier voege dat:

feit 1:

primair hij op meer tijdstippen in de periode van 23 oktober 2009 tot en met 1 februari 2010 onder meer 23 oktober 2009, 5 en/of 6 november 2009, 1 en/of 6 en/of 26 december 2009, 13 en/of 20 januari 2010 en/of 1 februari 2010 te Beverwijk en/of Heemskerk en/of Amsterdam, en/of elders in Nederland tezamen en in vereniging met anderen, (meermalen) opzettelijk heeft bewerkt, verwerkt, verkocht, afgeleverd, verstrekt en/of vervoerd telkens een grote hoeveelheid, als bedoeld in artikel 11 lid 5 Opiumwet, hennep, zijnde een middel vermeld op de bij de Opiumwet behorende lijst II,

terwijl verdachte en zijn mededaders bovengenoemde feiten hebben gepleegd in de uitoefening van een beroep of bedrijf;

feit 2:

hij op meerdere tijdstippen gelegen in de periode van 23 oktober 2009 tot en met 1 februari 2010 te Beverwijk en elders in Nederland, heeft deelgenomen aan een organisatie, die bestond uit een samenwerkingsverband van verdachte en meer natuurlijke personen, welke organisatie tot oogmerk had het plegen van misdrijven, namelijk het in de uitoefening van een beroep of bedrijf bewerken, verwerken, verkopen, afleveren, verstrekken en vervoeren van middelen als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst II.

Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, leest de rechtbank de tenlastelegging verbeterd. Blijkens het verhandelde op de terechtzitting is de verdachte daardoor niet geschaad in zijn verdediging.

Hetgeen aan verdachte onder de feiten 1 primair en 2 meer of anders is ten laste gelegd dan hier als bewezen is aangenomen, is niet bewezen. De verdachte moet hiervan worden vrijgesproken.

5. Strafbaarheid van de feiten

Het bewezen verklaarde levert op:

- ten aanzien van feit 1 primair:

medeplegen van in de uitoefening van een beroep of bedrijf opzettelijk handelen in strijd met een in artikel 3 onder B van de Opiumwet gegeven verbod, terwijl het feit betrekking heeft op een grote hoeveelheid van het middel, meermalen gepleegd;

- ten aanzien van feit 2:

het deelnemen aan een organisatie die tot oogmerk heeft het plegen van een misdrijf als bedoeld in artikel 11, derde lid, van de Opiumwet.

6. Strafbaarheid van verdachte

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluit. Verdachte is dus strafbaar.

7. Motivering van sanctie

Bij de beslissing over de straf die aan verdachte moet worden opgelegd, heeft de rechtbank zich laten leiden door de aard en de ernst van het bewezen verklaarde en de omstandigheden waaronder dit is begaan, alsmede de persoon van verdachte zoals van een en ander uit het onderzoek ter terechtzitting en uit de bespreking aldaar van het vanwege de Reclassering Nederland uitgebrachte rapport van 15 september 2010 is gebleken.

In het bijzonder heeft de rechtbank het volgende in aanmerking genomen.

Verdachte heeft zich op zodanige schaal dat sprake is geweest van in de uitoefening van beroep of bedrijf, gedurende een periode van ongeveer vier maanden samen met anderen schuldig gemaakt aan de handel in hennep. Verdachte heeft in de periode van 23 oktober 2009 tot en met 1 februari 2010 onder andere zijn schuur ter beschikking gesteld aan personen die op grote schaal hennep inkochten bij leveranciers en (door)leverden aan verschillende afnemers. Zowel in zijn schuur als in een schuur op een kamp te Heemskerk werd ‘natte’ hennep gedroogd en bewaard voor de handel. Tevens nam verdachte af en toe de zaken waar voor de gebroeders [medeverdachten 2 en 3], wanneer die er niet waren of hielp hij bij het vervoeren danwel afleveren van hennep. Ook begeleidde hij [medeverdachte 5] voor de veiligheid indien deze een partij hennep moest vervoeren. Op deze wijze heeft verdachte gedurende deze periode een weliswaar ondergeschikte, maar niettemin essentiële en onmisbare rol vervuld in een organisatie, die zich bezighield met de hennephandel.

Hennep bevat de stof THC, die gezondheidsrisico’s voor gebruikers kan opleveren. Mede om die reden heeft de wetgever het telen van hennep en de handel daarin verboden. Met de handel in hennep in de omvang waarvan hier sprake was, worden grote criminele winsten behaald. Voorts gaat deze hennephandel vaak gepaard met andere vormen van criminaliteit, zoals belastingontduiking en geweldsdelicten, soms van ernstige aard.

Om al deze redenen is er aanleiding om tegen deze vorm van criminaliteit krachtig op te treden door het opleggen van vrijheidsbenemende straffen van langere duur.

Verdachte, die in het verleden al eens wegens de handel in hennep tot een onvoorwaardelijke vrijheidsstraf is veroordeeld, heeft zich in het voorbereidende onderzoek geheel op zijn zwijgrecht beroepen. Hij heeft er daarmee geen blijk van gegeven het ernstig laakbare van zijn handelen in te zien. Dientengevolge kan de rechtbank niet anders dan concluderen dat verdachte, met voorbijzien aan de gezondheidsrisico’s voor de gebruikers van hennep, louter uit geldelijk gewin zich aan deze in het kader van een criminele organisatie gepleegde criminele activiteiten heeft schuldig gemaakt. De rechtbank rekent verdachte, naast het feit dat hij is gerecidiveerd, zwaar aan dat hij voor deze feiten geen verantwoordelijkheid heeft willen nemen.

In de door de raadsvrouw van verdachte geschetste persoonlijke omstandigheden van verdachte ziet de rechtbank geen aanleiding om daar bij het bepalen van (de hoogte van) de op te leggen straf rekening te houden.

Op grond van het vorenoverwogene is de rechtbank van oordeel dat geen andere straf dan een die vrijheidsbeneming van na te noemen aanzienlijke duur meebrengt, dient te worden opgelegd.

8. Toepasselijke wettelijke voorschriften

De volgende wetsartikelen zijn van toepassing:

47 en 57 van het Wetboek van Strafrecht.

3, 11 en 11a van de Opiumwet.

9. Beslissing

De rechtbank:

Verklaart bewezen dat verdachte de onder 1 primair en 2 ten laste gelegde feiten heeft begaan zoals hiervoor onder 4.3. weergegeven.

Verklaart niet bewezen wat aan verdachte onder de feiten 1 primair en 2 meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven als bewezen is aangenomen en spreekt verdachte daarvan vrij.

Bepaalt dat de bewezen verklaarde feiten de hierboven onder 5. vermelde strafbare feiten opleveren.

Verklaart verdachte hiervoor strafbaar.

Veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van TWINTIG (20) MAANDEN.

Bepaalt dat de tijd die verdachte vóór de tenuitvoerlegging van dit vonnis in verzekering en voorlopige hechtenis heeft doorgebracht, bij de tenuitvoerlegging van de thans opgelegde gevangenisstraf in mindering wordt gebracht, voor zover die tijd niet reeds op een andere straf in mindering is gebracht.

Voetnoten:

1) De door de rechtbank in de voetnoten als proces-verbaal aangeduide bewijsmiddelen zijn in de wettelijke vorm opgemaakt door personen die daartoe bevoegd zijn en voldoen ook overigens aan de daaraan bij wet gestelde eisen. De opgenomen schriftelijke stukken worden slechts gebruikt in samenhang met de overige bewijsmiddelen.

2) Het proces-verbaal van startdocument onderzoek 12YMKEVER d.d. 7 september 2009 met bijlagen (zaakdossier algemeen, pagina’s 229 e.v.).

3) Het proces-verbaal van nummering [straat] Beverwijk ivm MMA-melding d.d. 27 januari 2010 met bijlage (zaaksdossier algemeen, pagina 243).

4) Het proces-verbaal van relaas bevindingen deelonderzoek Telecommunicatie d.d. 3 maart 2010 (zaaksdossier algemeen, pagina’s 301 e.v.); zie tevens de dossiermappen ‘Tappv’s’ betreffende verschillende telefoonlijnen.

5) Het proces-verbaal van Relaas deelonderzoek Observatie d.d. 12 april 2010 (zaaksdossier algemeen, pagina’s 317 e.v.); zie tevens de dossiermappen ‘Observaties’.

6) Het proces-verbaal van verdenking handel in softdrugs door [verdachte] d.d. 23 januari 2010 (persoonsdossier VE4, pagina 110 e.v.).

7) Het proces-verbaal van verdenking handel in softdrugs door [verdachte] d.d. 23 januari 2010 (persoonsdossier VE4, pagina 110 e.v.); het proces-verbaal van verhoor van [medeverdachte 5] d.d. 22 februari 2010 (persoonsdossier VE5, pagina 97).

8) Het zaaksdossier softdrugs (bestaande uit mappen 1 en 1a).

9) Het proces-verbaal van softdrugs transactie op 23 oktober 2009 d.d. 22 december 2009 met bijlage (zaaksdossier softdrugs, pagina 311).

10) Het proces-verbaal van softdrugs transactie op 23 oktober 2009 d.d. 22 december 2009 met bijlage (zaaksdossier softdrugs, pagina 312).

11) Het proces-verbaal van softdrugs transactie op 23 oktober 2009 d.d. 22 december 2009 met bijlage (zaaksdossier softdrugs, pagina 313).

12) Het proces-verbaal van softdrugs transactie op 23 oktober 2009 d.d. 22 december 2009 met bijlagen (zaaksdossier softdrugs, pagina 313).

13) Het proces-verbaal van softdrugs transactie op 23 oktober 2009 d.d. 22 december 2009 met bijlagen (zaaksdossier softdrugs, pagina 314).

14) Het proces-verbaal van softdrugs transactie op 23 oktober 2009 d.d. 22 december 2009 met bijlagen (zaaksdossier softdrugs, pagina 314).

15) Het proces-verbaal van softdrugs transactie op 23 oktober 2009 d.d. 22 december 2009 met bijlagen (zaaksdossier softdrugs, pagina 315).

16) Het proces-verbaal van verhoor van [medeverdachte 5] d.d. 2 februari 2010 (persoonsdossier VE5, pagina 61).

17) Het proces-verbaal van verhoor van [medeverdachte 5] d.d. 2 februari 2010 (persoonsdossier VE5, pagina 64).

18) Het proces-verbaal van verhoor van [medeverdachte 5] d.d. 2 februari 2010 (persoonsdossier VE5, pagina 63).

19) Het proces-verbaal van softdrugs transactie op 5 november 2009 d.d. 24 december 2009 met bijlagen (zaaksdossier softdrugs, pagina 377).

20) Het proces-verbaal van softdrugs transactie op 5 november 2009 d.d. 24 december 2009 met bijlagen (zaaksdossier softdrugs, pagina’s 377 en 378).

21) Het proces-verbaal van verhoor van [medeverdachte 5] d.d. 22 februari 2010 (persoonsdossier VE5, pagina 97).

22) Het proces-verbaal van softdrugs transactie op 5 november 2009 d.d. 24 december 2009 met bijlagen (zaaksdossier softdrugs, pagina 378).

23) Het proces-verbaal van softdrugs transactie op 5 november 2009 d.d. 24 december 2009 met bijlagen (zaaksdossier softdrugs, pagina 379).

24) Het proces-verbaal van softdrugs transactie op 5 november 2009 d.d. 24 december 2009 met bijlagen (zaaksdossier softdrugs, pagina 380).

25) Het proces-verbaal van softdrugs transactie op 5 november 2009 d.d. 24 december 2009 met bijlagen (zaaksdossier softdrugs, pagina 380).

26) Het proces-verbaal van softdrugs transactie op 5 november 2009 d.d. 24 december 2009 met bijlagen (zaaksdossier softdrugs, pagina 380).

27) Het proces-verbaal van softdrugs transactie op 5 november 2009 d.d. 24 december 2009 met bijlagen (zaaksdossier softdrugs, pagina 381).

28) Het proces-verbaal van softdrugs transactie op 5 november 2009 d.d. 24 december 2009 met bijlagen (zaaksdossier softdrugs, pagina’s 381 en 382).

29) Het proces-verbaal van verhoor van [medeverdachte 5] d.d. 1 februari 2010 (persoonsdossier VE5, pagina 54).

30) Het proces-verbaal van verhoor van [medeverdachte 5] d.d. 2 februari 2010 (persoonsdossier VE5, pagina 70).

31) Het proces-verbaal van verhoor van [medeverdachte 5] d.d. 22 februari 2010 (persoonsdossier VE5, pagina 97).

32) Het proces-verbaal van softdrugs transactie 05+06 november 2009 d.d. 9 januari 2010 (zaaksdossier softdrugs, pagina 424).

33) Het proces-verbaal van softdrugs transactie 05+06 november 2009 d.d. 9 januari 2010 (zaaksdossier softdrugs, pagina’s 424 en 425).

34) Het proces-verbaal van softdrugs transactie 05+06 november 2009 d.d. 9 januari 2010 (zaaksdossier softdrugs, pagina 425).

35) Het proces-verbaal van softdrugstransactie 27-11-09 d.d. 6 april 2010 (zaaksdossier softdrugs, pagina 470).

36) Het proces-verbaal van softdrugstransactie 27-11-09 d.d. 6 april 2010 (zaaksdossier softdrugs, pagina’s 470 en 471).

37) Het proces-verbaal van softdrugstransactie 27-11-09 d.d. 6 april 2010 (zaaksdossier softdrugs, pagina 470).

38) Het proces-verbaal van softdrugstransactie 27-11-09 d.d. 6 april 2010 (zaaksdossier softdrugs, pagina’s 470 en 471).

39) Het proces-verbaal van softdrugstransactie 27-11-09 d.d. 6 april 2010 (zaaksdossier softdrugs, pagina 471).

40) Het proces-verbaal van softdrugstransactie 27-11-09 d.d. 6 april 2010 (zaaksdossier softdrugs, pagina 472).

41) Het proces-verbaal van softdrugstransactie 01-12-2009 d.d. 24 februari 2010 met bijlagen (zaaksdossier softdrugs, pagina 475).

42) Het proces-verbaal van softdrugstransactie 01-12-2009 d.d. 24 februari 2010 met bijlagen (zaaksdossier softdrugs, pagina 476).

43) Het proces-verbaal van softdrugstransactie 01-12-2009 d.d. 24 februari 2010 met bijlagen (zaaksdossier softdrugs, pagina 476).

44) Het proces-verbaal van softdrugstransactie 01-12-2009 d.d. 24 februari 2010 met bijlagen (zaaksdossier softdrugs, pagina 477).

45) Het proces-verbaal van softdrugstransactie 01-12-2009 d.d. 24 februari 2010 met bijlagen (zaaksdossier softdrugs, pagina 478).

46) Het proces-verbaal van softdrugstransactie 01-12-2009 d.d. 24 februari 2010 met bijlagen (zaaksdossier softdrugs, pagina’s 478 en 479).

47) Het proces-verbaal van nummering [straat] Beverwijk ivm MMA-melding d.d. 27 januari 2010 met bijlage (persoonsdossier VE4, pagina’s 182 en 186).

48) Het proces-verbaal van softdrugstransactie 01-12-2009 d.d. 24 februari 2010 met bijlagen (zaaksdossier softdrugs, pagina 479).

49) Het proces-verbaal van softdrugstransactie 01-12-2009 d.d. 24 februari 2010 met bijlagen (zaaksdossier softdrugs, pagina 480).

50) Het proces-verbaal van softdrugstransactie 01-12-2009 d.d. 24 februari 2010 met bijlagen (zaaksdossier softdrugs, pagina’s 479 en 480).

51) Het proces-verbaal van softdrugstransactie 01-12-2009 d.d. 24 februari 2010 met bijlagen (zaaksdossier softdrugs, pagina 481).

52) Het proces-verbaal van softdrugs transactie 06-12-2009 d.d. 25 februari 2010 (zaaksdossier softdrugs, pagina 524).

53) Het proces-verbaal van softdrugs transactie 06-12-2009 d.d. 25 februari 2010 (zaaksdossier softdrugs, pagina 524).

54) Het proces-verbaal van softdrugs transactie 06-12-2009 d.d. 25 februari 2010 (zaaksdossier softdrugs, pagina 525).

55) Het proces-verbaal van verhoor van [medeverdachte 5] d.d. 1 februari 2010 (persoonsdossier VE5, pagina 58).

56) Het proces-verbaal van softdrugs transactie 06-12-2009 d.d. 25 februari 2010 (zaaksdossier softdrugs, pagina 525).

57) Het proces-verbaal van softdrugs transactie 06-12-2009 d.d. 25 februari 2010 (zaaksdossier softdrugs, pagina 526).

58) Het proces-verbaal van softdrugs transactie op 8 december 2009 d.d. 11 februari 2010 met bijlage (zaaksdossier softdrugs, pagina 533).

59) Het proces-verbaal van softdrugs transactie op 8 december 2009 d.d. 11 februari 2010 met bijlage (zaaksdossier softdrugs, pagina 534).

60) Het proces-verbaal van softdrugs transactie op 8 december 2009 d.d. 11 februari 2010 met bijlage (zaaksdossier softdrugs, pagina’s 534 en 535).

61) Het proces-verbaal van softdrugs transactie op 8 december 2009 d.d. 11 februari 2010 met bijlage (zaaksdossier softdrugs, pagina 535).

62) Het proces-verbaal van softdrugs transactie op 8 december 2009 d.d. 11 februari 2010 met bijlage (zaaksdossier softdrugs, pagina’s 536 en 537).

63) Het proces-verbaal van softdrugs transactie op 8 december 2009 d.d. 11 februari 2010 met bijlage (zaaksdossier softdrugs, pagina 538).

64) Het proces-verbaal van softdrugs transactie op 8 december 2009 d.d. 11 februari 2010 met bijlage (zaaksdossier softdrugs, pagina’s 538 en 539).

65) Het proces-verbaal van softdrugs transactie op 8 december 2009 d.d. 11 februari 2010 met bijlage (zaaksdossier softdrugs, pagina 539 en 540).

66) Het proces-verbaal van softdrugs transactie op 5 november 2009 d.d. 24 december 2009 met bijlage (zaaksdossier softdrugs, pagina 540).

67) Het proces-verbaal van softdrugs transactie op 5 november 2009 d.d. 24 december 2009 met bijlage (zaaksdossier softdrugs, pagina’s 540 en 541).

68) Het proces-verbaal van softdrugs transactie op 8 december 2009 d.d. 11 februari 2010 met bijlage (zaaksdossier softdrugs, pagina 541).

69) Het proces-verbaal van softdrugs transactie op 8 december 2009 d.d. 11 februari 2010 met bijlage (zaaksdossier softdrugs, pagina 542).

70) Het proces-verbaal van softdrugs transactie (poging) op 26 december 2009 d.d. 14 april 2010 (zaaksdossier softdrugs, pagina 617).

71) Het proces-verbaal van softdrugs transactie (poging) op 26 december 2009 d.d. 14 april 2010 (zaaksdossier softdrugs, pagina 618).

72) Het proces-verbaal van verhoor van [medeverdachte 5] d.d. 1 februari 2010 (persoonsdossier VE5, pagina 57).

73) Het proces-verbaal van verhoor van [medeverdachte 5] d.d. 1 februari 2010 (persoonsdossier VE5, pagina’s 57 en 58); het proces-verbaal van softdrugs transactie (poging) op 26 december 2009 d.d. 14 april 2010 (zaaksdossier softdrugs, pagina’s 618 en 619).

74) Het proces-verbaal van softdrugtransactie 13 januari 2010 d.d. 29 maart 2010 (zaaksdossier softdrugs, pagina’s 622 en 623).

75) Het proces-verbaal van softdrugtransactie 13 januari 2010 d.d. 29 maart 2010 (zaaksdossier softdrugs, pagina 623).

76) Het proces-verbaal van softdrugtransactie 13 januari 2010 d.d. 29 maart 2010 (zaaksdossier softdrugs, pagina 624).

77) Het proces-verbaal van softdrugs transactie op 20 januari 2010 d.d. 10 februari 2010 met bijlagen (zaaksdossier softdrugs, pagina’s 657 en 658).

78) Het proces-verbaal van softdrugs transactie op 20 januari 2010 d.d. 10 februari 2010 met bijlagen (zaaksdossier softdrugs, pagina 658).

79) Het proces-verbaal van softdrugs transactie op 20 januari 2010 d.d. 10 februari 2010 met bijlagen (zaaksdossier softdrugs, pagina 659).

80) Het proces-verbaal van softdrugs transactie op 20 januari 2010 d.d. 10 februari 2010 met bijlagen (zaaksdossier softdrugs, pagina 660).

81) Het proces-verbaal van softdrugs transactie op 20 januari 2010 d.d. 10 februari 2010 met bijlagen (zaaksdossier softdrugs, pagina 660).

82) Het proces-verbaal van softdrugs transactie op 20 januari 2010 d.d. 10 februari 2010 met bijlagen (zaaksdossier softdrugs, pagina 661).

83) Het proces-verbaal van softdrugs transactie op 20 januari 2010 d.d. 10 februari 2010 met bijlagen (zaaksdossier softdrugs, pagina 662).

84) Het proces-verbaal van softdrugs transactie op 20 januari 2010 d.d. 10 februari 2010 met bijlagen (zaaksdossier softdrugs, pagina 663).

85) Het proces-verbaal van softdrugs transactie op 20 januari 2010 d.d. 10 februari 2010 met bijlagen (zaaksdossier softdrugs, pagina 664).

86) Het proces-verbaal van nummering [straat] Beverwijk ivm MMA-melding d.d. 27 januari 2010 met bijlage (persoonsdossier VE4, pagina’s 182 en 186).

87) Het proces-verbaal van softdrugs transactie op 20 januari 2010 d.d. 10 februari 2010 met bijlagen (zaaksdossier softdrugs, pagina 665).

88) Het proces-verbaal van softdrugs transactie op 20 januari 2010 d.d. 10 februari 2010 met bijlagen (zaaksdossier softdrugs, pagina 666).

89) Het proces-verbaal van softdrugs transactie op 20 januari 2010 d.d. 10 februari 2010 met bijlagen (zaaksdossier softdrugs, pagina 667).

90) Het proces-verbaal van softdrugs transactie op 20 januari 2010 d.d. 10 februari 2010 met bijlagen (zaaksdossier softdrugs, pagina 668).

91) Het proces-verbaal van softdrugs transactie op 20 januari 2010 d.d. 10 februari 2010 met bijlagen (zaaksdossier softdrugs, pagina 669).

92) Het proces-verbaal van softdrugs transactie/transport op 20 januari 2010 d.d. 22 januari 2010 met bijlage (zaaksdossier softdrugs, pagina 231).

93) Het proces-verbaal van softdrugs transactie/transport op 20 januari 2010 d.d. 22 januari 2010 met bijlage (zaaksdossier softdrugs, pagina 231).

94) Het proces-verbaal van nummering [straat] Beverwijk ivm MMA-melding d.d. 27 januari 2010 met bijlage (persoonsdossier VE4, pagina’s 182 en 186).

95) Het proces-verbaal van softdrugs transactie/transport op 20 januari 2010 d.d. 22 januari 2010 met bijlage (zaaksdossier softdrugs, pagina 232).

96) Het proces-verbaal van softdrugs transactie/transport op 20 januari 2010 d.d. 22 januari 2010 met bijlage (zaaksdossier softdrugs, pagina’s 232 en 233); zie tevens het proces-verbaal en kennisgeving van inbeslagneming d.d. 21 januari 2010 (zaaksdossier softdrugs, pagina’s 283 en 284) en het deskundigenrapport van drs. R. Jellema d.d. 25 januari 2010 (zaaksdossier softdrugs, p. 273).

97) Het proces-verbaal van softdrugs transactie/transport op 20 januari 2010 d.d. 22 januari 2010 met bijlage (zaaksdossier softdrugs, pagina 233).

98) Het proces-verbaal van doorzoeking ter inbeslagneming d.d. 2 februari 2010 met bijlagen (persoonsdossier VE2, pagina’s 218 en 219).

99) Het proces-verbaal van aantreffen van mobiele telefoon uit telefoontap d.d. 24 maart 2010 (persoonsdossier VE2, pagina 265).

100) Het proces-verbaal van aantreffen van mobiele telefoon uit telefoontap d.d. 24 maart 2010 (persoonsdossier VE2, pagina 305).

101) Het proces-verbaal van verhoor van [medeverdachte 5] d.d. 22 februari 2010 (persoonsdossier VE5, pagina 79).

102) Het proces-verbaal van verhoor van [medeverdachte 5] d.d. 22 februari 2010 (persoonsdossier VE5, pagina’s 79 en 80).

103) Het proces-verbaal van aantreffen van mobiele telefoon uit telefoontap d.d. 24 maart 2010 (persoonsdossier VE2, pagina’s 243 en 244).

104) Het proces-verbaal van doorzoeking ter inbeslagneming d.d. 1 februari 2010 met bijlagen (persoonsdossier VE4, pagina’s 75, 80 en 81).

105) Het proces-verbaal van doorzoeking ter inbeslagneming d.d. 1 februari 2010 met bijlagen (persoonsdossier VE4, pagina 76); het proces-verbaal van testen verdovende middelen B1 VIII, IX en XI d.d. 3 februari 2010 (persoonsdossier VE4, pagina’s 96 en 97)

106) Het proces-verbaal van doorzoeking ter inbeslagneming d.d. 1 februari 2010 met bijlagen (persoonsdossier VE4, pagina 76).

107) Het proces-verbaal van doorzoeking ter inbeslagneming d.d. 1 februari 2010 met bijlagen (persoonsdossier VE4, pagina’s 77 en 80).

108) Het proces-verbaal van doorzoeking ter inbeslagneming d.d. 1 februari 2010 met bijlagen (persoonsdossier VE10, pagina’s 80 en 82).

109) Het proces-verbaal van testen verdovende middelen G III d.d. 3 februari 2010 (persoonsdossier VE10, pagina’s 99 en 100); het proces-verbaal van wegen van verdovende middelen d.d. 18 maart 2010 (persoonsdossier VE10, pagina 103).

110) Het proces-verbaal van doorzoeking ter inbeslagneming d.d. 1 februari 2010 met bijlagen (persoonsdossier VE10, pagina’s 80 en 98).

111) Het proces-verbaal van verhoor van [medeverdachte 5] d.d. 22 februari 2010 (persoonsdossier VE5, pagina 101).

112) Het proces-verbaal van het vaststellen dat perceel [straat en huisnummer] te Heemskerk opslagplaats is d.d. 28 december 2009 (zaaksdossier softdrugs, pagina 191).

113) Het proces-verbaal van het vaststellen dat perceel [straat en huisnummer] te Heemskerk opslagplaats is d.d. 28 december 2009 (zaaksdossier softdrugs, pagina 196).

114) Het proces-verbaal van verhoor van [medeverdachte 5] d.d. 1 februari 2010 (persoonsdossier VE5, pagina 55).

115) Het proces-verbaal van onderzoek aan inbeslaggenomen sporttassen d.d. 21 april 2010 (persoonsdossier VE2, pagina’s 240 en 241).

116) Het proces-verbaal van doorzoeking ter inbeslagneming d.d. 2 februari 2010 met bijlagen (persoonsdossier VE6, pagina’s 125, 127, 128, 138 en 139).

117) Het proces-verbaal van testen verdovende middelen F-4-VII-1-6 en F4-VII-1-7 d.d. 4 februari 2010 (persoonsdossier VE6, pagina’s 147 en 148).

118) Het proces-verbaal van weging verdovende middelen d.d. 18 maart 2010 (persoonsdossier VE6, pagina 158).

119) Het proces-verbaal van doorzoeking ter inbeslagneming d.d. 15 februari 2010 met bijlagen (persoonsdossier VE7, pagina’s 86 en 91).

120) Het proces-verbaal van Testen verdovende middelen d.d. 16 februari 2010 (persoonsdossier VE7, pagina’s 114 en 115).

121) Het proces-verbaal van doorzoeking ter inbeslagneming d.d. 15 februari 2010 met bijlagen (persoonsdossier VE8, pagina 553).

122) Het proces-verbaal van Testen verdovende middelen d.d. 16 februari 2010 (persoonsdossier VE8, pagina’s 569 en 570).

123) Het proces-verbaal van verhoor van [medeverdachte 5] d.d. 1 februari 2010 (persoonsdossier VE5, pagina 53).

124) Het proces-verbaal van verhoor van [medeverdachte 5] d.d. 2 februari 2010 (persoonsdossier VE5, pagina 73).

125) Het proces-verbaal van verhoor van [medeverdachte 5] d.d. 2 februari 2010 (persoonsdossier VE5, pagina’s 50, 51 en 54); het proces-verbaal van verhoor van [medeverdachte 5] d.d. 22 februari 2010 (persoonsdossier VE5, pagina 85).

126) Het proces-verbaal van verhoor van [medeverdachte 5] d.d. 2 februari 2010 (persoonsdossier VE5, pagina 72).

127) Het proces-verbaal van beschrijving Criminele Organisatie 12YMKever d.d. 31 mei 2010 met bijlagen (zaaksdossier softdrugs, pagina 13 e.v.).

Samenstelling rechtbank en uitspraakdatum

Dit vonnis is gewezen door

mr. T.A.M. Tijhuis, voorzitter,

mrs. R.E.A. Toeter en F.G. Hijink, rechters,

in tegenwoordigheid van de griffiers mrs. M. Zoethout en J.J. Maarleveld,

en uitgesproken op de openbare terechtzitting van 16 november 2010.