Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBHAA:2010:BO4336

Instantie
Rechtbank Haarlem
Datum uitspraak
16-11-2010
Datum publicatie
17-11-2010
Zaaknummer
15/740846-10
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Hennephandel. Verklaring verdachte ongeloofwaardig. Onvoorwaardelijke gevangenisstraf.

"Gelet op hetgeen hiervoor onder de redengevende feiten en omstandigheden is opgenomen, met daarbij in aanmerking genomen dat de rechtbank zich daarbij uitsluitend heeft gebaseerd op hetgeen door de opsporingsambtenaren feitelijk is waargenomen en geverbaliseerd in het opgemaakte dossier in de Kever-zaak én gelet op het verhandelde ter terechtzitting, komt de rechtbank tot het oordeel dat het ten laste gelegde feit wettig en overtuigend bewezen kan worden.

Op grond van de – naar bij het onderzoek is gebleken tenminste – korte periode waarin verdachte zich heeft schuldig gemaakt aan de handel in hennep, oordeelt de rechtbank echter dat niet wettig en overtuigend kan worden bewezen dat verdachte heeft gehandeld in de uitoefening van een beroep of bedrijf."

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK HAARLEM

Sector Strafrecht

Locatie Haarlem

Meervoudige strafkamer

Parketnummer: 15/740846-10

Uitspraakdatum: 16 november 2010

Tegenspraak

Strafvonnis

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de openbare terechtzittingen van 12 oktober 2010 en 2 november 2010 in de zaak tegen:

[verdachte],

geboren op [geboortedatum] 1955 te [geboorteplaats],

wonende te [adres].

1. Tenlastelegging

Aan verdachte is ten laste gelegd dat:

hij op een (of meer) tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 1 september 2009 tot en met 1 februari 2010, in elk geval op 23 oktober 2009, te Beverwijk en/of Heemskerk en/of Nijkerk, in elk geval te Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, (meermalen) opzettelijk heeft geteeld, bereid, bewerkt, verwerkt, verkocht, afgeleverd, verstrekt en/of vervoerd (telkens) een (grote) hoeveelheid (als bedoeld in artikel 11 lid 5 Opiumwet), in elk geval van meer dan 30 gram hennep en/of hennepstekken en/of hennepplanten, zijnde (telkens) hennep een middel vermeld op de bij de Opiumwet behorende lijst II, dan wel aangewezen krachtens artikel 3a, vijfde lid van die wet,

terwijl verdachte en/of zijn mededader(s) bovenomschreven feit(en) heeft/hebben gepleegd in de uitoefening van een beroep of bedrijf.

2. Voorvragen

De rechtbank heeft vastgesteld dat de dagvaarding geldig is, dat zijzelf bevoegd is tot kennisneming van de zaak, dat het openbaar ministerie ontvankelijk is in zijn vervolging en dat er geen redenen zijn voor schorsing van de vervolging.

3. Vordering van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gerekwireerd tot bewezenverklaring van het ten laste gelegde feit en gevorderd dat verdachte ter zake zal worden veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van vijftien (15) maanden.

4. Bewijs

4.1. Redengevende feiten en omstandigheden(1)

Inleidend

Naar aanleiding van drie processen-verbaal van de RCIE en een MMA-melding werd op 7 september 2009 een middencriminaliteit onderzoek (12YMKEVER) opgestart naar [medeverdachte 1] en zijn zoons [medeverdachte 2] en [medeverdachte 3]. Genoemde personen waren in een eerder onderzoek naar handel in softdrugs, te weten hennep, aangehouden en vervolgens veroordeeld (de zogenaamde Pollux-zaak) en het vermoeden bestond dat zij zich mogelijk bezig zouden houden met soortgelijke activiteiten.(2) Vader en zoons [achternaam] wonen allen op het woonwagenkamp gelegen aan de [straat] te Beverwijk.(3) Tijdens onderzoek 12YMKEVER werden gesprekken gevoerd via en sms-berichten verzonden naar en/of van telefoonnummers/IMEInummers van de verdachten [medever[medeverdachte 3] opgenomen en afgeluisterd.(4) Tevens werden de verdachten zowel actief als statisch geobserveerd.(5) Door de afgeluisterde telefoongesprekken en onderschepte sms’jes in combinatie met genoemde observaties ontstond het vermoeden dat de verdachten zich bezig hielden met de handel in softdrugs en dat (tevens) andere personen, zoals verdachte, daarbij betrokken zouden zijn. Zo werd – zonder volledig te zijn met betrekking tot alle in het dossier genoemde data – in ieder geval het volgende door de politie geconstateerd, waarbij de rechtbank opmerkt dat ten aanzien van de gebruikers van de diverse telefoonnummers uit onderzoek is gebleken dat de hierna te noemen personen aan de gesprekken deelnamen en/of de sms-berichten hebben verzonden of ontvangen. Voor verdachte geldt dat uit het proces-verbaal van bevindingen betreffende het aanmerken van [verdachte] als verdachte duidelijk naar voren komt dat hij – zichzelf ook wel [voornaam] noemend – gebruik maakt van het telefoonnummer [mobiel nummer 1],(6) hetgeen ter terechtzitting evenmin door verdachte is betwist.

Softdrugtransacties en handelingen in het kader handel in hennep(7)

23 oktober 2009

Op 22 oktober 2009 om 10.41 uur werd medeverdachte [medeverdachte 1] gebeld door verdachte. Op de vraag van verdachte ‘doen jullie nog wat’ antwoordde [medeverdachte 1] bevestigend, waarop verdachte vervolgens zei ‘morgen 30 of 40 denk’. Verdachte vroeg ‘een uur of 1 bij mij?’, waarop [medeverdachte 1] instemmend reageerde.(8)

Op 23 oktober 2009 om 10.02 uur belde medeverdachte [medeverdachte 2] naar medeverdachte [medeverdachte 5], in welk gesprek [medeverdachte 2] tegen [medeverdachte 5] zei dat hij ‘effe naar hem toe komt rijden’ en [medeverdachte 5] zei dat het goed is. [medeverdachte 5] zond vervolgens om 11.13 uur een sms-bericht naar [medeverdachte 2], inhoudende: ‘hij is er nog niet’, waarop hij direct daarna een sms-bericht terugkreeg met de tekst: ‘ga ma na die ouwe’.(9) Om 11.44 uur stuurde [medeverdachte 5] een sms naar [medeverdachte 2]: ‘die ouwe zegt we moeten zo rijden hij is er nog niet’, waarop [medeverdachte 5] door [medeverdachte 2] werd gebeld die zei ‘ga maar anders alvast’.(10) Omstreeks 11.43 uur die dag werd gezien dat [medeverdachte 1] en een onbekende man in een BMW met kenteken [kenteken 1] stapten en wegreden. Gezien werd dat de BMW direct werd gevolgd door de bestuurder van een Volkswagen Golf met kenteken [kenteken 2]. Gezien werd dat de BMW en de Volkswagen Golf naar Nijkerk reden.(11) Om 11.52 uur hadden [medeverdachte 1] en verdachte contact met elkaar en vroeg verdachte of [medeverdachte 1] nog zijn kant opkwam, waarop [medeverdachte 1] zei onderweg te zijn. Na aanwijzingen hoe het beste te rijden arriveerde [medeverdachte 1] om 12.56 uur in Nijkerk en vroeg (telefonisch) aan verdachte waar hij was. Verdachte stond in de hal en kwam eraan, zo zei hij.(12) Door medewerkers van het observatieteam werd op 23 oktober 2009 omstreeks 12.52 uur gezien dat de BMW en de Volkswagen Golf werden geparkeerd voor een witte loodsdeur op de [adres Nijkerk] te Nijkerk. Gezien werd dat [medeverdachte 1], [medeverdachte 5] en de onbekende man uit de BMW de loods binnengingen. Gezien werd dat [medeverdachte 5] de Volkswagen Golf de loods binnen reed en dat de roldeur van de loods werd gesloten. Omstreeks 13.01 uur werd gezien dat de roldeur geopend werd en dat [medeverdachte 5] als bestuurder van de Volkswagen Golf vanuit de loods wegreed. Bij de loods werd verdachte eveneens gezien.(13) Door medewerkers van het observatieteam werd gezien dat [medeverdachte 5] als bestuurder van de Volkswagen Golf vervolgens vanuit Nijkerk naar het woonwagenkamp aan de [adres Heemskerk] te Heemskerk reed en de Volkswagen Golf omstreeks 14.19 uur rechts van de oprit naar het woonwagenkamp en naast de eerste woonwagen parkeerde. Op een om 13.50 uur door [medeverdachte 5] aan [medeverdachte 2] verstuurd sms-bericht met ‘Bij kaboute’ werd door [medeverdachte 2] gereageerd met ‘ja’.(14)

[medeverdachte 5] verklaarde op 2 februari 2010 bij de politie dat [medeverdachte 2] en [medeverdachte 3] met ‘die ouwe’ waarschijnlijk hun vader [medeverdachte 1] bedoelden.(15) Voorts verklaarde [medeverdachte 5] dat hij in opdracht van [medeverdachte 2] achter [medeverdachte 1] en [medeverdachte 4] moest aanrijden naar Nijkerk.(16) [medeverdachte 5] vertelde dat hij de Volkswagen Golf na aankomst in een loods reed en dat de persoon die bij die loods hoorde twee zwarte sporttassen achter in de kofferbak gooide. Hij reed vervolgens terug naar Heemskerk, naar de [adres Heemskerk]. Hij ging op verzoek van [medeverdachte 2] naar de kabouter. Hij heeft die tassen uit de kofferbak gehaald en in de poort gezet. Vervolgens is [medeverdachte 5] naar binnen gegaan en heeft nog even met de vrouw van kabouter gesproken. Hij nam aan dat kabouter de tassen had weggehaald.(17) De eerste wagen aan de rechterkant was de wagen van kabouter. [medeverdachte 5] verklaarde voorts nog wel zijn vermoedens te hebben over wat in die tassen zat. Hij dacht wel dat het wiet was te meer omdat ze wel vaker gepakt waren in verband met het telen van wiet.(18)

30 oktober 2009 (poging)

Op 29 oktober 2009 om 18.53 uur werd medeverdachte [medeverdachte 1] gebeld door verdachte die tegen hem zei ‘er is nog wat voor je morgen maar dat is er tegen een uur of zes morgenavond, is dat een probleem?’. [medeverdachte 1] reageerde hierop dat hij zelf in het buitenland zat en wel even zijn zoon zou bellen. Verdachte antwoordde: ‘oke maar dan uuh dan moet uhh wat we vorige hebben moet een kwartje bij’ en ‘het zijn het zijn er ook ongeveer vijfentwintig’. Op de vraag van [medeverdachte 1] of dit zeker is zei verdachte dat hij het zeker had en ‘het is echt uuh maar dat is super’. [medeverdachte 1] sloot het gesprek af met ‘ja je hoort het nog van me’.(19) [medeverdachte 1] belde op 29 oktober 2009 vervolgens met de vriendin van zijn zoon [medeverdachte 2] en vroeg of [medeverdachte 2] of [medeverdachte 3] even terug wilde bellen. De volgende dag, 30 oktober 2009 om 09.27 uur, kreeg [medeverdachte 1] [medeverdachte 3] aan de lijn. [medeverdachte 1] vertelde hem ‘uuhh die man uit Putten’, en ‘dan moet je [bijnaam] vanavond naar uhh Nijkerk laten rijden om zes uur, of red je dat niet’. [medeverdachte 3] gaf onder meer aan ‘het is wel goed zo eigenlijk’, waarop [medeverdachte 1] reageerde met ‘okee nee dan zeg ik het af’.(20) Om 09.43 uur werd [medeverdachte 1] door verdachte gebeld en deelde [medeverdachte 1] hem mee ‘ik ken die jongens niet bereiken weet je’, waarop verdachte reageerde ‘okey, dan gaat het over’. [medeverdachte 1] gaf nog aan ‘van de week is gewoon goed, dan zijn we terug zelf weet je’.(21)

5 & 6 november 2009

Op 4 november 2009 belde verdachte om 18.39 uur medeverdachte [medeverdachte 1] op en zei ‘hey ik had eigenlijk nog een monster’ waarop [medeverdachte 1] zei: ‘zal ik vrijdag effetjes naar je toe kommen?’ en ‘dan bel ik jou rond een uur of tien’.(22) Op 5 november 2009 belde [medeverdachte 1] om 10.07 uur naar verdachte en vroeg ‘welke kant moet ik oprijden, naar Nijkerk?’, waarop verdachte antwoordde: ‘dat mag mag ook naar het chauffeurscafé rijden’. Bij dit café werd ‘over een uurtje’ afgesproken.(23)

De volgende dag, 6 november 2009, belde medeverdachte [medeverdachte 4], gebruik makend van de lijn van [medeverdachte 1], om 09.32 uur naar verdachte en vroeg hem:‘ben je er over een uurtje?’. Verdachte reageerde met ‘ja als het goed is wel, ja uuh ik zelf ben er wel maaruh hij belde net op dat ie uuhh, hij zat te wachten op die mensen dat ie uh die vrouw was effe weg maar die is zo terug en dan komt ie mijn kant op. [medeverdachte 4] reageerde hierop met ‘ja en wij komme er ook aan nou dusshu’, Verdachte antwoordde ‘ja dat is goed, was dat andere nog wat?’. [medeverdachte 4] antwoordde ‘nou dat hoor je direct wel’. Om 9.37uur zei [medeverdachte 4] tegen verdachte dat ze al rijden.(24)

17 november 2009

Op 17 november 2009 om 12.24 uur werd medeverdachte [medeverdachte 1] gebeld door verdachte die zei: ‘jij had pas een paar monsters bij mij gezien. Ik heb een eeh jongen die eeh doet niks anders als in dat, maar die hebt, hij, hun praten dan over klasses en niveaus weet je wel. Hij zegt, ja, dan moet je even aan hun vragen wat hun eventueel eeh wat eeh waar eeh waar denken jullie normaal aan. Wil je, wil je, je hebt het toen over die eeh over die eeh over wat ik had zeg maar. Maar dan de goeie kwaliteit dervan of wil je nog een hogere kwaliteit. Wat heb je het liefste?’. [medeverdachte 1] antwoordde: ‘Ehm, is het niet verstandig als ik effe naar je toe rijd morgen’.(25)

20 december 2010

Op 20 december 2009 belde verdachte om 10.52 uur medeverdachte [medeverdachte 1] op. [medeverdachte 1] vertelde hem ‘ik heb die jongens gesproken, maar het is niet zo wild hoor’ en ‘ze willen wel hebben, maar ehh voor een lagere prijs’. Op de vraag van verdachte hoeveel dit zou zijn, antwoordde [medeverdachte 1] ‘vijf tachtig’. Verdachte antwoordde hierop: ‘moet ik ehh ga ik vandaag effe voor je ehh hore’. Er werd afgesproken later weer te bellen.(26)

20 januari 2010

Op 20 januari 2010 belde medeverdachte [medeverdachte 8] om 19.12 uur medeverdachte [medeverdachte 2] en vroeg ‘heb je dr een nul (1-0) voor me staan’. Na het bevestigende antwoord van [medeverdachte 2] gaf [medeverdachte 8] aan ‘ze’ diezelfde dag nog te komen ophalen, hier ‘vandaag heb je geen controles enzo’ aan toevoegend. Om 19.50 uur belde de broer van [medeverdachte 8], medeverdachte [medeverdachte 7], [medeverdachte 2] op en zei ‘mijn broertje is bij jou he’ waarop deze antwoordde ‘ow is goed, dan ga ik hem ehh bezoeken’.(27)

Op woensdag 20 januari 2010, omstreeks 19.48 uur, werd door medewerkers van het observatieteam gezien dat de bestuurder van een zwarte personenauto, merk Seat Leon met het kenteken [kenteken 2], achteruit het woonwagenkamp de [straat] opreed en stopte voor perceel [adres medeverdachte 2] te Beverwijk. Bij het uitstappen werd de bestuurder van deze Seat Leon herkend als [medeverdachte 8]. Gezien werd dat [medeverdachte 8] wegliep in de richting van perceel [adres medeverdachte 2]. Omstreeks 19.50 uur werd gezien dat [medeverdachte 8] terugliep naar de Seat Leon en dat medeverdachte [medeverdachte 3] kwam aanlopen vanuit de richting van de laatste woonwagen. Tevens werd gezien dat [medeverdachte 2] vanuit perceel [adres medeverdachte 2] naar buiten kwam lopen. Gezien werd dat [medeverdachte 8] een hand kreeg van [medeverdachte 2] en [medeverdachte 3] en dat zij met z’n drieën wegliepen naar de rechts van de weg geplaatste woonwagens.(28) Omstreeks 19.53 uur werd gezien dat [medeverdachte 8] terugliep naar de Seat Leon en dat hij in zijn rechterhand een grote donkere tas droeg. Uit de manier waarop hij deze tas droeg viel volgens verbalisant op te maken dat deze tas zwaar was. De tas werd geschat op een grootte van 90 cm lang en 60 cm hoog. Vervolgens werd gezien dat [medeverdachte 8] de kofferbak van de zwarte Seat Leon openmaakte, de zwarte tas in de kofferbak plaatste, deze sloot en daarna met de auto van het woonwagenkamp afreed en vervolgens naar Amsterdam reed, alwaar hij omstreeks 21.21 uur op [adres te Amsterdam] door de geüniformeerde dienst van de politie Amsterdam/Amstelland staande werd gehouden.(29)

Blijkens informatie van de regiopolitie Amsterdam/Amstelland werd bekend dat op woensdag 20 januari 2010, te 20.25 uur, door politiemedewerkers op de openbare weg [adres] te Amsterdam, op verdenking van overtreding van de Opiumwet was aangehouden voornoemde [medeverdachte 8]. Uit het door de medewerkers van de politie Amsterdam ingestelde onderzoek werd bekend dat er in de kofferbak, van de door [medeverdachte 8] bestuurde zwarte Seat Leon met kenteken [kenteken 2], een hoeveelheid van ongeveer 10 kilo hennep werd aangetroffen en in beslag genomen. De hennep zat in een zwarte sporttas verpakt verdeeld over 10 zakjes van ongeveer 1 kilo.(30) [medeverdachte 7] belde [medeverdachte 2] om 20.38 uur. Hij vroeg [medeverdachte 2] ‘hoeveel nul heb je gegeven’ waarop [medeverdachte 2] antwoordde ‘een (1) nul’. [medeverdachte 7] reageerde onder andere met ‘shit man’, ‘hij is gepakt voor de deur’ en ‘bij mij’.(31)

Doorzoekingen

Op 1 februari 2010 zijn verschillende – in de loop van het onderzoek naar voren gekomen – (mede)verdachten aangehouden en werden enkele woningen doorzocht ter inbeslagname.

Zo werd in de woning van medeverdachte [medeverdachte 4], [adres medeverdachte 4] te Beverwijk, tijdens de doorzoeking in de schuur behorende bij de woonwagen een in werking zijnde hennepdrogerij aangetroffen. Er stonden vijf droogbakken met daarop henneptoppen die lagen te drogen en de kachels en afzuigsystemen stonden aan.(32) De henneptoppen zijn ter plekke gewogen met een aangetroffen en in beslag genomen weegschaal, het betrof een hoeveelheid van ongeveer 3,790 kilogram hennep. Er werden ook twee zakken met hennepresten aangetroffen.(33) In een aan de schuur verwante ruimte achter de woonwagen werden nog eens vier gesealde zakken met henneptoppen aangetroffen.(34) Op het erf tegen de woonwagen nabij de genoemde schuurtjes stond verder nog een kartonnen doos met sporttassen. In deze doos zaten 10 zwarte sporttassen met roze bies.(35)

Dezelfde dag werd ook de woning van medeverdachte [medeverdachte 10], aan de [adres te Heemskerk] te Heemskerk, doorzocht. In de schuur behorende bij deze woning werden in verschillende ruimten goederen aangetroffen en in beslag genomen, zoals 87 droogbakken, kachels, een knipschaar, 6 koolstoffilters, maatbekers, een slakkenhuis, transportbakken, ventilatoren, een weegschaal en een sealapparaat. Na het verwijderen van de droogbakken is het hennepafval dat op de grond lag, verzameld en geborgen in een plastic zak.(36) Dit afval betrof 960 gram cannabis.(37)

Er werden in de schuur tevens twee dozen aangetroffen, waarvan er één geopend was. In deze doos en ook later in de andere werden in totaal 27 tassen aangetroffen in plastic verpakt. Deze tassen waren zwart van kleur met een rose bies.(38)

De sporttassen die zijn aangetroffen bij de doorzoekingen ter inbeslagneming in de percelen [adres medeverdachte 4] te Beverwijk en de [adres te Heemskerk] te Heemskerk zijn met elkaar vergeleken waren identiek aan elkaar.(39)

Op 15 februari 2010 werd voorts bij de doorzoeking van de woning van medeverdachte [medeverdachte 7] in Amsterdam in de slaapkamer een zwarte sporttas aangetroffen.(40) In deze sporttas lag op de bodem een zeer geringe hoeveelheid groene plantdeeltjes, welke plantdeeltjes werden getest en vermoedelijk cannabis betroffen.(41) Diezelfde dag werd de woning van medeverdachte [medeverdachte 8] ook doorzocht en er werden daar drie donkerblauwe en één zwarte sporttas aangetroffen.(42) In één blauwe sporttas en in de zwarte sporttas lagen op de bodem een zeer geringe hoeveelheid groene plantdeeltjes, welke werden getest en vermoedelijk cannabis betroffen.(43)

Verklaringen [medeverdachte 5]

Medeverdachte [medeverdachte 5] heeft – naast hetgeen hiervoor al ter sprake is gekomen – tevens bij de politie verklaard in de periode van oktober tot december 2009 een aantal keer tassen te hebben weggebracht voor [medeverdachte 2] en [medeverdachte 3].(44) Hij werd dan gebeld door [medeverdachte 3] of [medeverdachte 2] op een telefoon die hij van [medeverdachte 2] of [medeverdachte 3] had gekregen, zodat zij hem altijd konden bellen en waarop alleen zij hem belden.(45) Ze vroegen dan of hij ergens heen wilde rijden. De tas stond dan al in de auto in de kofferbak. Hij reed dan naar de plaats die hem opgegeven werd en dan haalde de persoon waar de afspraak mee was gemaakt die uit de kofferbak op de afgesproken plek.(46) [medeverdachte 5] zou daarvoor een lekker zakcentje krijgen.(47) [medeverdachte 5] verklaarde wel zijn vermoedens te hebben over wat er in die tassen zat. Hij dacht wel dat het wiet was temeer omdat ze wel vaker gepakt zijn in verband met het telen van wiet.(48) [medeverdachte 5] verklaarde tevens op 1 februari 2010 bij de politie dat hij op 26 december 2009 drie kilo weed wilde verkopen. Omdat hij wel wat wilde verdienen heeft [medeverdachte 5] toen zelf weed gepakt om te verkopen.(49) Hij zou hiervoor 9000 euro ontvangen, waarvan 8000 euro dan betaald zou moeten worden aan [medeverdachte 2] en[medeverdachte 3]everdachte 3]. De drie kilo was door [medeverdachte 5] uit de schuur van de overbuurman op de [straat], genaamd [medeverdachte 4] gehaald. Hij wist dat daar drie kilo lag, omdat hij enkele dagen ervoor een zwarte tas met drie kilo in de schuur had gegooid bij [medeverdachte 4]. [medeverdachte 2] en [medeverdachte 3] vonden het niet goed dat hij dit zelf deed, omdat ze bang waren dat [medeverdachte 5] dood geschoten zou worden, zoals [medeverdachte 5] verklaarde: ‘het is toch linke handel’.(50) Alles bij elkaar dacht [medeverdachte 5] wel een ritje of tien te hebben gemaakt, waarbij hij in ieder geval naar Montfoort, Arnhem, Amsterdam en een keer naar Nijkerk is gereden.(51) Hij reed hierbij in de Volkswagen Golf met kenteken [kenteken 2] of een witte Opel Combo van [medeverdachte 2] en [medeverdachte 3].(52) Het kenteken van een van deze auto’s had hij op verzoek van [medeverdachte 2] op naam van [betrokkene 1] laten zetten, die daarvoor 500 euro per half jaar kreeg.(53) [medeverdachte 5] kreeg ook wel eens het verzoek om “twee kratjes op één te zetten”. Bij [medeverdachte 4] stonden in de schuur bollenkratjes met wiet te drogen en hij moest dan van twee kratjes één kratje maken, zo verklaarde [medeverdachte 5]. Hij had dit twee keer gedaan en alleen als die bolle er niet was.(54) [medeverdachte 5] heeft verder beschreven hoe in de schuur bij [medeverdachte 4] het droogproces ging. Er stonden kachels en waaiers, volgens verdachte een paar van die ronddraaiende vinnen op de grond, waardoor je een minuut bezig bent met drogen.(55) [medeverdachte 5] verklaarde nog dat hij over het algemeen het meeste contact had met [medeverdachte 2], ‘[medeverdachte 2] is een beetje de baas’.(56)

Ter terechtzitting heeft de raadsman aangevoerd dat verdachte van het ten laste gelegde feit dient te worden vrijgesproken nu – kort gezegd – wettig en overtuigend bewijs ontbreekt.

Namens verdachte is voorts aangevoerd dat als gevolg van het bepaalde in HR 28 maart 2006 (LJN AV1614) processen-verbaal niet tot het bewijs mogen meewerken voor zover deze conclusies van verbalisanten behelzen. In de onderhavige zaak zouden de processen-verbaal in het dossier enkel aannames van verbalisanten (ook overigens betreffende andere personen en niet verdachte) bevatten.

De rechtbank overweegt met betrekking tot het bewijs nog het volgende.

De rechtbank stelt voorop dat uit hetgeen hiervoor onder de redengevende feiten is vermeld, meer in het bijzonder omtrent de aanhouding van de medeverdachte [medeverdachte 8] op 20 januari 2010 in Amsterdam met ongeveer 10 kilogram hennep die hij tevoren bij de medeverdachten, de gebroeders [medeverdachte 2] en [medeverdachte 3] had opgehaald in combinatie met de hiervoor opgenomen verklaring van de medeverdachte [medeverdachte 5] omtrent de bezigheden van [medeverdachte 2] en [medeverdachte 3] en zijn eigen rol daarin, kan worden geconcludeerd dat de gebroeders [achternaam] zich intensief met de handel in grote hoeveelheden (als bedoeld in artikel 11, vijfde lid, van de Opiumwet) hennep bezighielden en in dat kader gebruik maakten van de diensten van de medeverdachte [medeverdachte 5]. Deze bezigheden van de gebroeders [achternaam] vinden bevestiging in hetgeen bij de hiervoor vermelde doorzoekingen is aangetroffen.

Op 23 oktober 2009 heeft meergenoemde [medeverdachte 5], naar hij heeft verklaard in opdracht van [medeverdachte 2], samen met onder meer de medeverdachte [medeverdachte 1] bij verdachte twee tassen opgehaald die hij heeft afgeleverd bij kabouter in de [adres Heemskerk] te Heemskerk, in wiens schuur een hennepdrogerij en andere op de handel in hennep betrekking hebbende attributen zijn aangetroffen.

Gelet op deze omstandigheden komt de rechtbank tot het oordeel dat [medeverdachte 5] op 23 oktober 2009 samen met onder meer de medeverdachte [medeverdachte 1] bij verdachte in Nijkerk twee tassen met daarin een grote hoeveelheid (als bedoeld in artikel 11, vijfde lid, Opiumwet) natte hennep heeft opgehaald. In die opvatting wordt de rechtbank nog gesterkt door de heimelijke wijze waarop die tassen in de auto van [medeverdachte 5] werden geplaatst en de wat versluierde taal die werd gebruikt met betrekking tot de plaats waar die tassen moesten worden afgeleverd. Ook de telefonische contacten tussen verdachte en medeverdachte [medeverdachte 1] op 29 oktober 2009 en diens pogingen om zijn zoons te interesseren voor hetgeen bij verdachte gehaald kon worden en de rol die – kennelijk - [medeverdachte 5] daarbij moest spelen, sterkt de rechtbank in haar overtuiging dat de in het dossier gerelateerde contacten tussen verdachte en [medeverdachte 1] betrekking hadden op de handel in hennep. In dat verband oordeelt de rechtbank dat de contacten tussen verdachte en - onder meer – de medeverdachte [medeverdachte 1] op 4, 5 en 6 november 2009 eveneens betrekking hadden op de aflevering van een grote hoeveelheid (als bedoeld in artikel 11, vijfde lid, van Opiumwet) hennep.

Verdachte heeft ter terechtzitting verklaard dat de door hem gevoerde telefoongesprekken en de daarin voorkomende termen zoals ’30 of 40’, ‘kwartje’, ‘vijfentwintig’, ‘super’ en ‘monster’ alle betrekking hadden op de handel in metaal (aluminium/titanium/magnesium), welke handel zijn bron van inkomsten is. De verdachten [medeverdachten 1, 2 en 3] zouden geïnteresseerd zijn in verschillende metaalsoorten en derhalve wel eens een monster van hem krijgen of wel eens stukken metaal van hem afnemen.

Deze verklaring van verdachte acht de rechtbank ongeloofwaardig. Hetgeen door verdachte is aangevoerd, kan niet worden aangemerkt als een alternatieve lezing van de feitelijke gebeurtenissen waaraan – in het licht van de voorhanden zijnde bewijsmiddelen – niet zonder een nadere motivering zou kunnen worden voorbijgegaan. Alleen al de omstandigheid dat verdachte geen enkele verklaring heeft gegeven betreffende de voorgehouden feitelijkheden, waaronder de vele (tevens door hem) gevoerde telefoongesprekken, het feit dat duidelijk sprake was van versluierd taalgebruik en hij in de gevoerde telefoongesprekken nimmer een soort metaal of het woord metaal heeft genoemd, evenals de geobserveerde handelingen bij zijn loods in Nijkerk, maakt die alternatieve lezing ongeloofwaardig. Bovendien vinden de verklaringen van verdachte omtrent zijn handel in verschillende soorten metalen met de medeverdachten [1, 2 en 3] geen enkele steun in door de medeverdachten afgelegde verklaringen en andere stukken van het dossier.

Met betrekking tot het verweer van verdachte dat er voor het bewijs geen gebruik mag worden gemaakt van de processen-verbaal, voor zover die slechts aannames bevatten, overweegt de rechtbank dat zij zich – zoals hiervoor onder de bewijsmiddelen is opgenomen – voor wat betreft de inhoud van die processen-verbaal slechts baseert op de in de processen-verbaal van de politie weergegeven feitelijke constateringen,en dat de rechtbank zelfstandig beoordeelt welke conclusies zij meent te kunnen verbinden aan de in die processen-verbaal gerelateerde telefoongesprekken en gedane observaties.

Gelet op hetgeen hiervoor onder de redengevende feiten en omstandigheden is opgenomen, met daarbij in aanmerking genomen dat de rechtbank zich daarbij uitsluitend heeft gebaseerd op hetgeen door de opsporingsambtenaren feitelijk is waargenomen en geverbaliseerd in het opgemaakte dossier in de Kever-zaak én gelet op het verhandelde ter terechtzitting, komt de rechtbank tot het oordeel dat het ten laste gelegde feit wettig en overtuigend bewezen kan worden.

Op grond van de – naar bij het onderzoek is gebleken tenminste – korte periode waarin verdachte zich heeft schuldig gemaakt aan de handel in hennep, oordeelt de rechtbank echter dat niet wettig en overtuigend kan worden bewezen dat verdachte heeft gehandeld in de uitoefening van een beroep of bedrijf.

4.2. Bewezenverklaring

Gezien het bovenstaande acht de rechtbank wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het ten laste gelegde feit heeft begaan, in dier voege dat:

hij op meer tijdstippen in de periode van 22 oktober 2009 tot en met 6 november 2009 te Heemskerk en/of Nijkerk en/of elders in Nederland, tezamen en in vereniging met anderen, meermalen opzettelijk heeft verkocht, afgeleverd, verstrekt en/of vervoerd telkens een grote hoeveelheid, als bedoeld in artikel 11 lid 5 Opiumwet, hennep, zijnde een middel vermeld op de bij de Opiumwet behorende lijst II.

Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, leest de rechtbank de tenlastelegging verbeterd. Blijkens het verhandelde op de terechtzitting is de verdachte daardoor niet geschaad in zijn verdediging.

Hetgeen aan verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hier als bewezen is aangenomen, is niet bewezen. De verdachte moet hiervan worden vrijgesproken.

5. Strafbaarheid van het feit

Het bewezen verklaarde levert op:

medeplegen van opzettelijk handelen in strijd met een in artikel 3 onder B van de Opiumwet gegeven verbod, terwijl het feit betrekking heeft op een grote hoeveelheid van het middel, meermalen gepleegd.

6. Strafbaarheid van verdachte

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluit. Verdachte is dus strafbaar.

7. Motivering van sanctie

Bij de beslissing over de straf die aan verdachte moet worden opgelegd, heeft de rechtbank zich laten leiden door de aard en de ernst van het bewezen verklaarde en de omstandigheden waaronder dit is begaan, alsmede de persoon van verdachte zoals van een en ander uit het onderzoek ter terechtzitting is gebleken.

In het bijzonder heeft de rechtbank het volgende in aanmerking genomen.

Verdachte heeft zich in een periode van ongeveer twee weken samen met anderen meermalen schuldig gemaakt aan de handel in hennep. In deze periode heeft verdachte intensief contact onderhouden met voornamelijk [medeverdachte 1] teneinde hennep te kunnen verkopen, afleveren en/of verstrekken. Zulks heeft tot twee keer toe geresulteerd in de verkoop/aflevering van aanzienlijke hoeveelheden hennep. Eén keer hebben die telefonische contacten niet geleid tot een aflevering, kennelijk omdat de zoons van [medeverdachte 1] die deze hennep in ontvangst moesten nemen, dat niet wilden.

Hennep bevat de stof THC, die gezondheidsrisico’s voor gebruikers kan opleveren. Mede om die reden heeft de wetgever het telen van hennep en de handel daarin verboden. Met de handel in hennep in de omvang waarvan hier sprake was, worden grote criminele winsten behaald. Voorts gaan deze hennephandel vaak gepaard met andere vormen van criminaliteit, zoals belastingontduiking en geweldsdelicten, soms van ernstige aard.

Om al deze redenen is er aanleiding om tegen deze vorm van criminaliteit krachtig op te treden door het opleggen van vrijheidsbenemende straffen van langere duur.

Ten nadele van verdachte neemt de rechtbank in aanmerking dat verdachte – naar blijkt uit de op zijn naam gestelde documentatie - al eerder voor in de Opiumwet strafbaar gestelde feiten is veroordeeld, hetgeen verdachte er kennelijk niet van heeft kunnen weerhouden zich opnieuw aan Opiumwetdelicten schuldig te maken. Nu de rechtbank evenwel tot een in tijd en omvang beperkte bewezenverklaring komt, zal zij bij de strafoplegging in aanzienlijke mate afwijken van de door de officier van justitie gevorderde straf.

Op grond van al het vorenoverwogene is de rechtbank van oordeel dat – mede ter voorkoming van herhaling van soortgelijke misdrijven – geen andere straf dan een die vrijheidsbeneming meebrengt, dient te worden opgelegd.

8. Toepasselijke wettelijke voorschriften

De volgende wetsartikelen zijn van toepassing:

47 en 57 van het Wetboek van Strafrecht;

3 en 11 van de Opiumwet.

10. Beslissing

De rechtbank:

Verklaart bewezen dat verdachte het ten laste gelegde heeft begaan zoals hiervoor onder 4.2. weergegeven.

Verklaart niet bewezen wat aan verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven als bewezen is aangenomen en spreekt verdachte daarvan vrij.

Bepaalt dat het bewezen verklaarde de hierboven onder 5. vermelde strafbare feiten oplevert.

Verklaart verdachte hiervoor strafbaar.

Veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van DRIE (3) MAANDEN.

Voetnoten:

1) De door de rechtbank in de voetnoten als proces-verbaal aangeduide bewijsmiddelen zijn in de wettelijke vorm opgemaakt door personen die daartoe bevoegd zijn en voldoen ook overigens aan de daaraan bij wet gestelde eisen. De opgenomen schriftelijke stukken worden slechts gebruikt in samenhang met de overige bewijsmiddelen.

2) Het proces-verbaal van startdocument onderzoek 12YMKEVER d.d. 7 september 2009 met bijlagen (zaakdossier algemeen, pagina’s 229 e.v.).

3) Het proces-verbaal van nummering [straat] Beverwijk ivm MMA-melding d.d. 27 januari 2010 met bijlage (zaaksdossier algemeen, pagina 243).

4) Het proces-verbaal van relaas bevindingen deelonderzoek Telecommunicatie d.d. 3 maart 2010 (zaaksdossier algemeen, pagina’s 301 e.v.); zie tevens de dossiermappen ‘Tappv’s’ betreffende verschillende telefoonlijnen.

5) Het proces-verbaal van Relaas deelonderzoek Observatie d.d. 12 april 2010 (zaaksdossier algemeen, pagina’s 317 e.v.); zie tevens de dossiermappen ‘Observaties’.

6) Het proces-verbaal van bevindingen betreffende het aanmerken van [verdachte] als verdachte d.d. 19 november 2009 (persoonsdossier VE11, pagina 50 e.v.).

7) Het zaaksdossier softdrugs (bestaande uit mappen 1 en 1a).

8) Het proces-verbaal van softdrugs transactie op 23 oktober 2009 d.d. 22 december 2009 met bijlage (zaaksdossier softdrugs, pagina 311).

9) Het proces-verbaal van softdrugs transactie op 23 oktober 2009 d.d. 22 december 2009 met bijlage (zaaksdossier softdrugs, pagina 312).

10) Het proces-verbaal van softdrugs transactie op 23 oktober 2009 d.d. 22 december 2009 met bijlage (zaaksdossier softdrugs, pagina 313).

11) Het proces-verbaal van softdrugs transactie op 23 oktober 2009 d.d. 22 december 2009 met bijlagen (zaaksdossier softdrugs, pagina 313).

12) Het proces-verbaal van softdrugs transactie op 23 oktober 2009 d.d. 22 december 2009 met bijlagen (zaaksdossier softdrugs, pagina 314).

13) Het proces-verbaal van softdrugs transactie op 23 oktober 2009 d.d. 22 december 2009 met bijlagen (zaaksdossier softdrugs, pagina 314).

14) Het proces-verbaal van softdrugs transactie op 23 oktober 2009 d.d. 22 december 2009 met bijlagen (zaaksdossier softdrugs, pagina 315).

15) Het proces-verbaal van verhoor van [medeverdachte 5] d.d. 2 februari 2010 (persoonsdossier VE5, pagina 61).

16) Het proces-verbaal van verhoor van [medeverdachte 5] d.d. 2 februari 2010 (persoonsdossier VE5, pagina 64).

17) Het proces-verbaal van verhoor van [medeverdachte 5] d.d. 2 februari 2010 (persoonsdossier VE5, pagina 63).

18) Het proces-verbaal van verhoor van [medeverdachte 5] d.d. 2 februari 2010 (persoonsdossier VE5, pagina 64).

19) Het proces-verbaal van softdrugs transactie op 30 oktober 2009 [poging] d.d. 9 januari 2010 (zaaksdossier softdrugs, pagina 366).

20) Het proces-verbaal van softdrugs transactie op 30 oktober 2009 [poging] d.d. 9 januari 2010 (zaaksdossier softdrugs, pagina 367).

21) Het proces-verbaal van softdrugs transactie op 30 oktober 2009 [poging] d.d. 9 januari 2010 (zaaksdossier softdrugs, pagina 368).

22) Het proces-verbaal van softdrugs transactie 05+06 november 2009 d.d. 9 januari 2010 (zaaksdossier softdrugs, pagina 424).

23) Het proces-verbaal van softdrugs transactie 05+06 november 2009 d.d. 9 januari 2010 (zaaksdossier softdrugs, pagina’s 424 en 425).

24) Het proces-verbaal van softdrugs transactie 05+06 november 2009 d.d. 9 januari 2010 (zaaksdossier softdrugs, pagina 425).

25) Het proces-verbaal van relaas bevindingen verdachte nestdossier [verdachte] d.d. 16 mei 2010 met bijlagen (persoonsdossier VE11, pagina’s 20 en 21).

26) Het proces-verbaal van relaas bevindingen verdachte nestdossier [verdachte] d.d. 16 mei 2010 met bijlagen (persoonsdossier VE11, pagina 22).

27) Het proces-verbaal van softdrugs transactie/transport op 20 januari 2010 d.d. 22 januari 2010 met bijlage (zaaksdossier softdrugs, pagina 231).

28) Het proces-verbaal van softdrugs transactie/transport op 20 januari 2010 d.d. 22 januari 2010 met bijlage (zaaksdossier softdrugs, pagina 231).

29) Het proces-verbaal van softdrugs transactie/transport op 20 januari 2010 d.d. 22 januari 2010 met bijlage (zaaksdossier softdrugs, pagina 232).

30) Het proces-verbaal van softdrugs transactie/transport op 20 januari 2010 d.d. 22 januari 2010 met bijlage (zaaksdossier softdrugs, pagina’s 232 en 233); zie tevens het proces-verbaal en kennisgeving van inbeslagneming d.d. 21 januari 2010 (zaaksdossier softdrugs, pagina’s 283 en 284) en het deskundigenrapport van drs. [naam deskundige] d.d. 25 januari 2010 (zaaksdossier softdrugs, p. 273).

31) Het proces-verbaal van softdrugs transactie/transport op 20 januari 2010 d.d. 22 januari 2010 met bijlage (zaaksdossier softdrugs, pagina 233).

32) Het proces-verbaal van doorzoeking ter inbeslagneming d.d. 1 februari 2010 met bijlagen (persoonsdossier VE4, pagina’s 75, 80 en 81).

33) Het proces-verbaal van doorzoeking ter inbeslagneming d.d. 1 februari 2010 met bijlagen (persoonsdossier VE4, pagina 76); het proces-verbaal van testen verdovende middelen B1 VIII, IX en XI d.d. 3 februari 2010 (persoonsdossier VE4, pagina’s 96 en 97)

34) Het proces-verbaal van doorzoeking ter inbeslagneming d.d. 1 februari 2010 met bijlagen (persoonsdossier VE4, pagina 76).

35) Het proces-verbaal van doorzoeking ter inbeslagneming d.d. 1 februari 2010 met bijlagen (persoonsdossier VE4, pagina’s 77 en 80).

36) Het proces-verbaal van doorzoeking ter inbeslagneming d.d. 1 februari 2010 met bijlagen (persoonsdossier VE10, pagina’s 80 en 82).

37) Het proces-verbaal van testen verdovende middelen G III d.d. 3 februari 2010 (persoonsdossier VE10, pagina’s 99 en 100); het proces-verbaal van wegen van verdovende middelen d.d. 18 maart 2010 (persoonsdossier VE10, pagina 103).

38) Het proces-verbaal van doorzoeking ter inbeslagneming d.d. 1 februari 2010 met bijlagen (persoonsdossier VE10, pagina’s 80 en 98).

39) Het proces-verbaal van onderzoek aan inbeslaggenomen sporttassen d.d. 21 april 2010 (persoonsdossier VE2, pagina’s 240 en 241).

40) Het proces-verbaal van doorzoeking ter inbeslagneming d.d. 15 februari 2010 met bijlagen (persoonsdossier VE7, pagina’s 86 en 91).

41) Het proces-verbaal van Testen verdovende middelen d.d. 16 februari 2010 (persoonsdossier VE7, pagina’s 114 en 115).

42) Het proces-verbaal van doorzoeking ter inbeslagneming d.d. 15 februari 2010 met bijlagen (persoonsdossier VE8, pagina 553).

43) Het proces-verbaal van Testen verdovende middelen d.d. 16 februari 2010 (persoonsdossier VE8, pagina’s 569 en 570).

44) Het proces-verbaal van verhoor van [medeverdachte 5] d.d. 1 februari 2010 (persoonsdossier VE5, pagina 53).

45) Het proces-verbaal van verhoor van [medeverdachte 5] d.d. 1 februari 2010 (persoonsdossier VE5, pagina’s 52 en 53); het proces-verbaal van verhoor van [medeverdachte 5] d.d. 22 februari 2010 (persoonsdossier VE5, pagina’s 79 en 80).

46) Het proces-verbaal van verhoor van [medeverdachte 5] d.d. 1 februari 2010 (persoonsdossier VE5, pagina’s 54 en 55).

47) Het proces-verbaal van verhoor van [medeverdachte 5] d.d. 1 februari 2010 (persoonsdossier VE5, pagina 57).

48) Het proces-verbaal van verhoor van [medeverdachte 5] d.d. 1 februari 2010 (persoonsdossier VE5, pagina 64).

49) Het proces-verbaal van verhoor van [medeverdachte 5] d.d. 1 februari 2010 (persoonsdossier VE5, pagina 57).

50) Het proces-verbaal van verhoor van [medeverdachte 5] d.d. 1 februari 2010 (persoonsdossier VE5, pagina’s 57 en 58); het proces-verbaal van softdrugs transactie (poging) op 26 december 2009 d.d. 14 april 2010 (zaaksdossier softdrugs, pagina’s 618 en 619).

51) Het proces-verbaal van verhoor van [medeverdachte 5] d.d. 2 februari 2010 (persoonsdossier VE5, pagina 73).

52) Het proces-verbaal van verhoor van [medeverdachte 5] d.d. 2 februari 2010 (persoonsdossier VE5, pagina’s 50, 51 en 54); het proces-verbaal van verhoor van [medeverdachte 5] d.d. 22 februari 2010 (persoonsdossier VE5, pagina 85).

53) Het proces-verbaal van verhoor van [medeverdachte 5] d.d. 22 februari 2010 (persoonsdossier VE5, pagina 111).

54) Het proces-verbaal van verhoor van [medeverdachte 5] d.d. 2 februari 2010 (persoonsdossier VE5, pagina 72).

55) Het proces-verbaal van verhoor van [medeverdachte 5] d.d. 2 februari 2010 (persoonsdossier VE, pagina 72).

56) Het proces-verbaal van verhoor van [medeverdachte 5] d.d. 22 februari 2010 (persoonsdossier VE5, pagina 99).

Samenstelling rechtbank en uitspraakdatum

Dit vonnis is gewezen door

mr. F.G. Hijink, voorzitter,

mrs. R.E.A. Toeter en T.A.M. Tijhuis, rechters,

in tegenwoordigheid van de griffier mr. M. Zoethout,

en uitgesproken op de openbare terechtzitting van 16 november 2010.