Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBHAA:2010:BO4278

Instantie
Rechtbank Haarlem
Datum uitspraak
16-11-2010
Datum publicatie
17-11-2010
Zaaknummer
15/740729-09
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

hennephandel in uitoefening van beroep of bedrijf, leider criminele organisatie, witwassen, wapenbezig.

Onvoorwaardelijke gevangenisstraf.

"Gelet op de afgeluisterde telefoongesprekken en de onderschepte sms-berichten over voorgenomen softdrugtransacties waarin het woord hennep niet werd gebruikt, maar doorgaans bij de aanduiding van de hoeveelheden hennep en de daarvoor te betalen bedragen versluierd lijkt te worden gesproken/gecommuniceerd, in samenhang bezien de bevindingen naar aanleiding van observaties, de aanhouding van [medeverdachte 8] waarbij onder hem ongeveer 10 kilogram hennep werd aangetroffen, die hij tevoren bij o.a. verdachte had opgehaald, de verklaringen van [medeverdachte 5] en de aangetroffen hennepdrogerijen en overige goederen (zoals de sporttassen waarin de hennep lijkt te worden vervoerd), oordeelt de rechtbank dat het wettig en overtuigend kan worden bewezen dat verdachte zich tezamen met anderen schuldig heeft gemaakt aan de handel in hennep.

Dat bij de hiervoor bewezen geachte handel in hennep sprake was van handel in de uitoefening van een beroep of bedrijf, volgt naar het oordeel van de rechtbank uit de uit het dossier blijkende grote frequentie en stelselmatigheid waarin verdachte en zijn medeverdachten zich met de handel in hennep bezig hielden en de grote bedragen die daarmee door een aantal van hen, eveneens blijkens het dossier, werden verdiend."

"Van een criminele organisatie als bedoeld in artikel 11a van de Opiumwet kan worden gesproken, wanneer twee of meer daders een samenwerkingsverband vormen met een zekere duurzaamheid en structuur, welk samenwerkingsverband – voor zover hier relevant – het plegen van een misdrijf als bedoeld in artikel 11, derde lid en vijfde lid, van de Opiumwet tot oogmerk heeft.

De rechtbank overweegt hiertoe dat, op grond van hetgeen hiervoor onder de redengevende feiten is opgenomen en naar aanleiding daarvan is overwogen, een en ander in onderling verband en samenhang bezien, door verdachte en zijn broer gezamenlijk de inkoop van hennep werd geregeld en daartoe contacten met leveranciers van (‘natte’) hennep werden onderhouden. De broers hebben tevens opdrachten gegeven aan medekampbewoners in verband met het vervoeren, bewerken van, verpakken van en in- en verkopen van de hennep. De gekochte partijen hennep werden in vuilniszakken vervoerd. De verkochte partijen hennep werden in sporttassen vervoerd. De partijen werden gedroogd en/of opgeslagen op een locatie op het kamp te Beverwijk evenals op een locatie te Heemskerk. Ook uit de hiervoor weergegeven telefonische contacten tussen verdachte en zijn broer enerzijds en [medeverdachte 5] anderzijds op 26 december 2009, blijkt van het georganiseerde verband waarin werd gehandeld. Immers toen aan verdachte en zijn broer was gebleken dat [medeverdachte 5] op eigen houtje, handel, te weten een partij hennep, trachtte te verkopen, werden zij kwaad en hebben hemte kennen gegeven dat hij niet zonder hun toestemming mocht werken, terwijl zij hem voorts hebben gemaand de door hem meegenomen hennep terug te brengen. Er was sprake van een nauwe samenwerking met een duidelijke rolverdeling in een duurzaam verband.

De verdachten hebben zich structureel en gedurende – naar bij het onderzoek is gebleken tenminste - een periode van ongeveer vier maanden doelbewust beziggehouden met de bedrijfsmatige inkoop, verwerking en verkoop van grote hoeveelheden hennep. Daarbij hebben zij gebruikgemaakt van een grote klantenkring, verschillende telefoons, verschillende vervoermiddelen en verschillende opslagplaatsen/hennepdrogerijen. Hiermee is naar het oordeel van de rechtbank voldaan aan de omschrijving van een criminele organisatie als bedoeld in artikel 11a van de Opiumwet. Dat verdachte en zijn broer daarbij als leiders kunnen worden aangemerkt blijkt uit de hiervoor weergegeven redengevende omstandigheden."

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK HAARLEM

Sector Strafrecht

Locatie Haarlem

Meervoudige strafkamer

Parketnummer: 15/740729-09

Uitspraakdatum: 16 november 2010

Tegenspraak

Strafvonnis

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de openbare terechtzittingen van 13 augustus 2010, 12 oktober 2010 en 2 november 2010 in de zaak tegen:

[verdachte],

geboren op [geboortedatum] 1983 te [geboorteplaats],

wonende te [adres],

thans gedetineerd in Penitentiaire Inrichting Middelburg, locatie De Torentijd te

Middelburg.

1. Tenlastelegging

Aan verdachte is, na nadere omschrijving van de tenlastelegging als bedoeld in artikel 314a van het Wetboek van Strafvordering, ten laste gelegd dat:

feit 1:

hij op een of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 13 oktober 2009 tot en met 01 februari 2010 te Beverwijk en/of Heemskerk en/of Amsterdam, in elk geval te Nederland tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, (meermalen) opzettelijk heeft geteeld, bereid, bewerkt, verwerkt, verkocht, afgeleverd, verstrekt en/of vervoerd (telkens) een (grote) hoeveelheid (als bedoeld in artikel 11 lid 5 Opiumwet), in elk geval van meer dan 30 gram hennep en/of hennepstekken en/of hennepplanten, zijnde (telkens) hennep een middel vermeld op de bij de Opiumwet behorende lijst II, dan wel aangewezen krachtens artikel 3a, vijfde lid van die wet, terwijl verdachte en/of zijn mededader(s) bovenomschreven feit(en) heeft/hebben gepleegd in de uitoefening van een beroep of bedrijf;

feit 2:

hij op een of meerdere tijdstip(pen) gelegen in of omstreeks de periode van 13 oktober 2009 tot en met 01 februari 2010 te Beverwijk en/of Amsterdam en/of elders in Nederland, heeft deelgenomen aan een organisatie, die bestond uit een samenwerkingsverband van verdachte en één of meer natuurlijke personen, welke organisatie tot oogmerk had het plegen van misdrijven, namelijk het (in de uitoefening van een beroep of bedrijf) telen, bereiden, bewerken, verwerken, verkopen, afleveren, verstrekken, vervoeren en/of opzettelijk aanwezig hebben van middelen als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst II (dan wel aangewezen krachtens artikel 3a, vijfde lid, van de Opiumwet) en/of

het (telkens) verwerven, voorhanden hebben, overdragen, omzetten althans gebruik maken van voorwerpen terwijl hij en/of zijn mededader(s) (telkens) wist(en) dat voornoemde voorwerpen - onmiddellijk of middellijk - afkomstig was/waren uit enig misdrijf, terwijl hij, verdachte, (een van) de leider(s) van deze organisatie was;

feit 3:

hij op een of meerdere tijdstip(pen) gelegen in of omstreeks de periode van 16 mei 2006 tot en met 01 februari 2010, te Beverwijk en/of elders in Nederland, (telkens) tezamen en in vereniging met (een) ander of ander(en), althans alleen, van het plegen van witwassen een gewoonte heeft gemaakt, immers heeft/hebben verdachte en/of zijn mededader(s) (telkens)

- van onderstaand(e) voorwerp(en) (telkens) de werkelijke aard en/of herkomst en/of vindplaats en/of vervreemding en/of verplaatsing verborgen en/of verhuld, danwel verhuld en/of verborgen wie de rechthebbende(n) op dat/die voorwerp(en) is/zijn en/of dat/die voorwerp(en) voorhanden had(den)

en/of

- onderstaand(e) voorwerp(en) verworven en/of voorhanden gehad en/of overgedragen en/of omgezet of van genoemd(e) voorwerp(en) gebruik gemaakt,

te weten:

- onroerend goed, te weten een bedrijfsunit aan de [adres bedrijfsunit] en/of

- een of meer geldbedrag(en), te weten contante betaling(en) van ongeveer 5.000 euro en/of 3.000 euro aan [betrokkene] en/of een overmaking van 30.000 euro op rekening van [verdachte] door [betrokkene] en/of

- een of meer geldbedrag(en) van ongeveer (in totaal) 29.659,51 euro (contante stortingen) en/of 44.335,40 euro (overboekingen), althans een of meer geldbedragen en/of

- meerdere, althans een vakantie(s) en/of rei(s)(zen) naar het buitenland (waaronder Kenia en/of Spanje en/of de Dominicaanse Republiek en/of Curacao en/of Oostenrijk), althans tickets/vouchers voor de reis naar en het verblijf op deze bestemming(en) en/of

- sieraden en/of horloges (van o.a. het merk Chopard)

- (merk)kleding en/of accessoires (o.a van het merk Louis Vuitton) en/of

- babyartikelen (van o.a babypark Kesteren en/of Sterre & Tijl)

terwijl verdachte en/of verdachtes mededader(s) (telkens) wist(en), althans redelijkerwijs moet(en) vermoeden, dat dat/die voorwerp(en) - onmiddellijk of middellijk - afkomstig was/waren uit enig misdrijf;

feit 4:

hij op of omstreeks 01 februari 2010 te Beverwijk een wapen van categorie III, te weten een vuurwapen, merk Glock, model 19 (kaliber 9 x 19 mm) en/of munitie van categorie III, te weten 20 (scherpen)patronen (merk MFS) voorhanden heeft gehad.

2. Voorvragen

De rechtbank heeft vastgesteld dat de dagvaarding geldig is en dat zijzelf bevoegd is tot kennisneming van de zaak.

2.1. Ontvankelijkheid Openbaar Ministerie

De verdediging heeft aangevoerd dat het openbaar ministerie niet-ontvankelijk dient te worden verklaard in zijn vervolging. Naar de mening van de verdediging heeft tijdens het opsporingsonderzoek een stelselmatige en langdurige schending van het doorlaatverbod als bedoeld in artikel 126ff Wetboek van Strafvordering plaatsgevonden, die als sanctie de niet-ontvankelijkheid van het openbaar ministerie tot gevolg dient te hebben.

De rechtbank overweegt als volgt.

Wat er ook zij van de juistheid van de stelling van de verdediging dat er sprake is van schending van het doorlaatverbod, de Hoge Raad heeft ten aanzien van een schending van artikel 126ff Wetboek van Strafvordering in zijn arrest van 2 februari 2002 (NJ 2002, 602) overwogen dat uit de tekst en geschiedenis van de totstandkoming van dat artikel niet blijkt dat de bepaling in het leven is geroepen in het belang van de verdachte. Voorts blijkt daaruit en uit artikel 140a Wetboek van Strafvordering naar het oordeel van de Hoge Raad dat de handhaving van het verbod op doorlaten onder directe controle van het College van procureurs-generaal en de minister van justitie geschiedt. De rechtbank is daarom in het voetspoor van voormelde uitspraak van de Hoge Raad van oordeel dat de verdachte, van wie derhalve geen rechtens te beschermen belang in het geding is, zich niet op de niet of niet juiste naleving van het verbod op doorlaten kan beroepen.

Voor zover de verdediging heeft bedoeld dat door het optreden van het openbaar ministerie en de politie welbewust of met grove veronachtzaming van de belangen van verdachte tekort is gedaan aan diens recht op een eerlijke behandeling van zijn zaak, omdat verdachte door het uitblijven van optreden door de politie de gelegenheid heeft gehad de verweten strafbare feiten langer en vaker te plegen, overweegt de rechtbank dat het steeds de eigen keus en eigen verantwoordelijkheid van verdachte is geweest zich aan strafbare feiten schuldig te maken. De rechtbank verwerpt dan ook het verweer.

De rechtbank heeft vastgesteld dat het openbaar ministerie ook overigens ontvankelijk is in zijn vervolging.

Er zijn geen redenen voor schorsing van de vervolging.

3. Vordering van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gerekwireerd tot bewezenverklaring van de onder 1, 2, 3 en 4 ten laste gelegde feiten en gevorderd dat verdachte ter zake zal worden veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van vier (4) jaren, met aftrek van de tijd die verdachte in verzekering en in voorlopige hechtenis heeft doorgebracht. Ten aanzien van het beslag heeft de officier van justitie gerekwireerd tot verbeurdverklaring van de onder verdachte in beslag genomen voorwerpen, te weten de Volkswagen Golf en de Opel Combo, vermeld op de beslaglijst onder de nummers 11 en 12.

4. Bewijs

4.1. Verweer met betrekking tot bewijsuitsluiting

De raadsman heeft op de gronden als hiervoor onder 2.1. vermeld, betoogd dat het bewijs, verkregen - naar de rechtbank de raadsman begrijpt - vanaf het moment dat het de politie en de officier van justitie duidelijk was dat het om henneptransacties ging, als onrechtmatig verkregen van het bewijs moet worden uitgesloten.

De rechtbank volgt onder verwijzing naar haar hiervoor onder 2.1. vermelde overwegingen de raadsman niet in zijn betoog en verwerpt het dienaangaande gevoerde verweer.

4.2. Redengevende feiten en omstandigheden(1)

Feiten 1 en 2

Inleidend

Naar aanleiding van drie processen-verbaal van de RCIE en een MMA-melding werd op 7 september 2009 een middencriminaliteit onderzoek (12YMKEVER) opgestart naar [medeverdachte 1] en zijn zoons [naam verdachte] (verdachte) en [medeverdachte 3]. Genoemde personen waren in een eerder onderzoek naar handel in softdrugs, te weten hennep, aangehouden en vervolgens veroordeeld (de zogenaamde Pollux-zaak) en het vermoeden bestond dat zij zich mogelijk bezig zouden houden met soortgelijke activiteiten.(2) Vader en beide zoons [achternaam] wonen alle drie op het woonwagenkamp gelegen aan de [straat] te Beverwijk.(3) Tijdens onderzoek 12YMKEVER werden – onder meer - gesprekken gevoerd via en sms-berichten verzonden naar en/of van telefoonnummers/IMEInummers van de verdachten [medeverdachte 1, verdachte en medeverdachte 3] opgenomen en afgeluisterd.(4) Tevens werden de verdachten zowel actief als statisch geobserveerd.(5) Door de afgeluisterde telefoongesprekken en onderschepte sms’jes in combinatie met genoemde observaties, ontstond het vermoeden dat de verdachten zich bezig hielden met de handel in softdrugs en dat (tevens) andere personen daarbij betrokken zouden zijn. Zo werd – zonder volledig te zijn met betrekking tot alle in het dossier genoemde data – in ieder geval het volgende door de politie geconstateerd, waarbij de rechtbank opmerkt dat ten aanzien van de gebruikers van de diverse telefoonnummers uit onderzoek is gebleken dat de hierna te noemen personen de aan de gesprekken deelnamen en/of de sms-berichten hebben verzonden of ontvangen. Met betrekking tot verdachte geldt dat aan de hand van stemherkenning is vastgesteld dat verdachte de telefoonnummers [vast nummer 1], [mobiel nummer 1], [mobiel nummer 2], [mobiel nummer 3], [mobiel nummer 4] en [mobiel nummer 5] heeft gebruikt.(6)

Softdrugtransacties en handelingen in het kader handel in hennep(7)

18 oktober 2009

Op 18 oktober 2009 belde – naar later bleek – medeverdachte [medeverdachte 6] om 22.34 uur naar verdachte en gaf aan ‘eentje’ te willen zien, waarop verdachte zei tien minuten later thuis te zullen zijn. [medeverdachte 6] antwoordde dan langs te zullen komen.(8) Aan de hand van videobeelden van die avond werd waargenomen dat om 22.44 uur dat een donkerkleurige Mercedes Benz E-klasse het woonwagenkamp aan de [straat] te Beverwijk opreed. Eén minuut later parkeerde een zwarte BMW X6 met kenteken [kenteken] in één van de parkeerhavens direct naast de toerit tot het kamp. Verdachte liep twee minuten later vanaf de toerit richting [straat] [nummer], vervolgens terug richting kamp om vervolgens vanaf het kamp met een lege plastic tas terug lopen richting de parkeerhavens waar tevens een witte Opel Combo met kenteken [kenteken 1] naast voormelde zwarte BMW was geparkeerd. Een tweede persoon, die een verbalisant meende te herkennen als [medeverdachte 6], liep vanaf het kamp ook richting de parkeerhavens en stond vervolgens met verdachte bij de achterzijde van een voertuig met geopende achterdeur. Beide mannen liepen vervolgens weer richting het woonwagenkamp en om 22.51 uur werd waargenomen dat een donkerkleurige Mercedes-Benz E-klasse vanaf het kamp vertrok.(9)

21 oktober 2009

Op 21 oktober 2009 belde een onbekende man – NNman9027 – om 13.06 uur met verdachte. In dit gesprek sprak de onbekende over ‘mijn broertje belde net’ en ‘hij heeft ze nodig zo’. Verdachte antwoordde daarop met ‘een half uurtje of zo een uurtje’.(10) Ruim een half uur later liet NNman9027 telefonisch aan verdachte weten dat ‘die vent zit te wachten’ en om 14.39 uur werd door NN 9027 naar verdachte gesms’t: ‘die vent is hier met papier hij moet 3 hebben’.(11) Verdachte gaf aan naar NNman9027 toe te zullen komen.(12) Uit de statische observatie bleek dat een persoon gelijkend op medeverdachte [medeverdachte 5] om 15.18 uur bij de parkeerhavens bij de [straat] te Beverwijk stond te bellen en vervolgens wegreed met een grijze Volkswagen Golf met kenteken [kenteken 2].(13) Via sms’jes (omstreeks 16.39 uur) werd vervolgens afgesproken bij ‘kaboute’.(14)

De gebruiker van het telefoonnummer [mobiel nummer 6] – medeverdachte [medeverdachte 7] – belde om 17.04 uur naar verdachte, die hem vroeg of hij alles al had verkocht. [medeverdachte 7] antwoordde hierop dat hij de dag ervoor ’10 aan iemand’ had gegeven, dat hij ze ‘had gemixd, maar dat die iemand ‘er achter is gekomen’ en hij ze gisteravond heeft teruggekregen. Hij gaf aan de slechte wel terug te brengen en dan kon verdachte ze mixen met die andere, waarop verdachte zei misschien iemand ervoor te hebben en dat [medeverdachte 7] het dan zelf kon verkopen. [medeverdachte 7] vroeg vervolgens wat hij ‘aan hem moet vragen dan’.(15) [medeverdachte 7] zei voorts dat hij dan bij verdachte kon betalen, waarop verdachte antwoordde: ‘Nee hij moet gewoon jou betalen, jij betaalt mij gewoon jij moet het afhandelen met hem, gewoon boter bij de vis’. [medeverdachte 7] zei vervolgens ‘geen probleem, wat jij zegt’ en verdachte zei hierop de door hem bedoelde persoon naar [medeverdachte 7] door te zullen sturen.(16) Die avond belde [medeverdachte 7] om 20.27 uur weer naar verdachte om te vragen ‘hoeveel eeh moet ik voor jou vragen’, waarop verdachte antwoordde ‘zoveel mogelijk natuurlijk’ en ‘2 euro betaalt hij mij’. [medeverdachte 7] vroeg vervolgens nog eens ‘dus moet ik hem 2 euro vragen’, ‘Ja doe maar’ antwoordde verdachte. [medeverdachte 7] vervolgde het gesprek met ‘als ik ze wegdoe voor jou voel ik me goed’, waarop verdachte zei ‘nee, jij moet ook verdienen’. [medeverdachte 7] zei vervolgens ‘hij is onderweg naar me toe, dan bel ik je straks als hij bij me is’.(17) NNman6897 belde vervolgens om 21.13 uur met [medeverdachte 7] en vertelde voor de deur te staan. In de telefoongesprekken die hierop volgden tussen [medeverdachte 7] en verdachte, werd aangegeven dat de onbekende persoon 10 vroeg, hij ze over een half uur drie kwartier komt ophalen en dat hij tegen de onbekende 2 heeft gezegd, wat de onbekende goed vond. Verdachte drukte [medeverdachte 7] tevens nog op het hart ‘niet meegeven zonder papieren’.(18) Uiteindelijk belde [medeverdachte 7] om 23.02 uur naar verdachte om te vertellen dat de onbekende ‘ze’ net heeft opgehaald en dat hij papieren heeft voor verdachte en dus morgen even langskomt.(19)

Op 22 oktober 2009 belde [medeverdachte 7] om 15.54 uur met verdachte en zei voor de deur te staan. Uit de statische observatie bleek dat een grijze Volkswagen Golf met kenteken [kenteken 3] op naam gesteld van ene [man] op die dag om 15.53 uur achteruit het woonwagenkamp de [straat] te Beverwijk opreed.(20) [man] is de broer van verdachte [medeverdachte 7].(21)

23 oktober 2009

Op vastgelegde camerabeelden van 23 oktober 2009 werd waargenomen dat te 11.48 uur een personenauto merk Audi, kleur rood, gekentekend [kenteken 4] op naam van medeverdachte [medeverdachte 9] met 1 inzittende kwam aanrijden en bij de in eigendom aan verdachte toebehorende loods aan de [adres] te Beverwijk parkeerde. Kort daarna volgde een bestelauto gekentekend [kenteken 1] met twee inzittenden die herkend werden als verdachte en medeverdachte [medeverdachte 3]. Beiden spraken met de bestuurder van de [kenteken 4].(22) Vervolgens werd de kofferbak van de [kenteken 4] geopend.(23) De bestuurder van de genoemde auto en verdachte pakten beiden een gevulde vuilniszak uit de kofferbak en legden deze in de laadruimte van de [kenteken 1].(24) Beide voertuigen reden weg om 11.50 uur. De bestuurder van de auto met kenteken [kenteken 4] werd door verbalisant herkend als zijnde medeverdachte [medeverdachte 9].(25)

27 oktober 2009

De gebruiker van telefoonnummer [mobiel nummer 7] – in gebruik bij medeverdachte [medeverdachte 6] (bijnaam “Snake”) – belde om 14.50 uur naar telefoonnummer [mobiel nummer 2], welk nummer in gebruik was bij verdachte en zijn broer [medeverdachte 3] (NNman 3194), om aan te geven dat hij rond een uurtje of zeven zou komen. Om 18.43 uur werd nogmaals gebeld naar NNman3194 en (fonetisch weergegeven:) Sneek zei met een half uurtje langs te komen en ‘he luister 2 8’. NNman3194 zei hierop hem straks te zullen zien.(26) Sneek belde vervolgens weer om 18.53 uur en zei langs te rijden, waarop NNman3194 aangaf thuis te zijn, binnen.(27) Op statische observatiebeelden van dezelfde dag om 18.53 uur werd een donkerkleurige personenauto waargenomen die aan de overzijde van de [straat] te Beverwijk parkeerde en om 19.01 uur achteruit het kamp opreed.(28) Tevens werd waargenomen dat dezelfde donkerkleurige personenauto om 19.03 uur weer vertrok. Op dat moment was een gedeelte van het kenteken zichtbaar, namelijk [gedeelte kenteken 5]. Het was de verbalisant bekend dat [medeverdachte 6] in het bezit was van een personenauto Mercedes B170 kenteken [kenteken 5].(29)

29 oktober 2009

Op 28 oktober 2009 werd door de gebruiker van telefoonnummer [mobiel nummer 7] (medeverdachte [medeverdachte 6]) om 22.40 uur naar het mede bij verdachte in gebruik zijnde telefoonnummer [mobiel nummer 2] gebeld, waarna hij op de vraag ‘moet je wat hebben’ antwoordde met ‘ja, drie ofzo’.(30) Op 29 oktober 2009 belde [medeverdachte 6] om 10.50 uur naar verdachte op voormeld nummer om te vragen of hij in de buurt is. Om 12.41 uur belde verdachte hem terug en vertelde hem ‘bij mij, vijf minuten’, waarop [medeverdachte 6] zei ‘ja ik rijd bij jou langs’. Omstreeks 13.01 uur die dag werd gezien dat een personenauto van het merk Mercedes met kenteken [kenteken 5] het woonwagenkamp aan de [straat] te Beverwijk opreed. Bij de geopende portierruit aan de bestuurderszijde kwam een man staan.(31) Deze man betrof volgens verbalisant op grond van de persoonsomschrijving in het observatie proces-verbaal naar alle waarschijnlijkheid verdachte. Omstreeks 13.05 werd waargenomen dat de Mercedes wegreed van het kamp, gevolgd door de onbekende man die reed in een Volkswagen Golf met kenteken [kenteken 6]. Beide bestuurders werden waargenomen omstreeks 13.11 uur, terwijl zij door de geopende ruiten van de portieren met elkaar in gesprek waren. In de Mercedes zat op de passagiersstoel een tweede onbekende persoon. Omstreeks 13.36 uur werd gezien dat de Mercedes [kenteken 5] parkeerde op de [straatnaam] te Amsterdam. De bestuurder stapte vervolgens uit en pakte uit de kofferbak een blauwkleurige gevulde vuilniszak en plaatste deze op de achterbank. Om 13.42 uur kwam een onbekende man aangelopen. De bestuurder pakte de gevulde blauwkleurige vuilniszak van de achterbank van de Mercedes en overhandigde deze aan de onbekende man die vervolgens wegliep.(32) Aan de hand van een eerdere observatie in combinatie met opgenomen en uitgeluisterde telefoongesprekken was bekend geworden dat de bestuurder van de Mercedes met kenteken [kenteken 5] medeverdachte [medeverdachte 6] was.(33)

31 oktober 2009

Op 29 oktober 2009 omstreeks 16.55 uur belde medeverdachte [medeverdachte 7] naar verdachte en vertelde dat hij was gebeld door een vriend van hem en dat ‘die zei euh dat ie misschien euh zeg maar euh een paar vrienden van hem zondag komen voor euh voor drie nul (3 0) ken jij het euh… ken jij het voor me regelen’. Verdachte antwoordde hierop dat dit geen probleem was.(34) [medeverdachte 7] werd vervolgens op 30 oktober 2009 omstreeks 20.02 uur gebeld door een persoon genaamd [betrokkene 2] die hem vroeg ’30 (dertig) voor de zondag goed’. [medeverdachte 7] antwoordde daarop ‘ik ga het morgen, als god het wil, persoonlijk ophalen oke?’. [medeverdachte 7] sms’te vervolgens om 20.04 uur de gebruiker van telefoonnummer [mobiel nummer 2] – verdachte of medeverdachte [medeverdachte 3] – met de boodschap: ‘broer ik kom die 30 morgen op hallen is dat goed’.(35) Hierop werd een afspraak gemaakt voor ‘2 uur’.(36) Op 31 oktober 2009 belde [medeverdachte 7] vervolgens om 13.25 uur naar de broer van medeverdachte, [medeverdachte 3]. [medeverdachte 7] zei in dit telefoongesprek nog te moeten wachten op een vriend van hem, waarop [medeverdachte 3] aangaf dat vijf of zes uur ook kon. [medeverdachte 3] zei vervolgens ‘ik heb hele mooie, maar ik moet .. euh… 1950 hebben hoor broer’. [medeverdachte 7] reageerde hierop met onder andere ‘doe maar normaal man zeg kom op he he dat je een keer normaal bij mij omlaag gooit, dan eeuh alleen, alleen maar omhoog’. Hierop droeg [medeverdachte 3] de telefoon over aan verdachte.(37) Na wat heen en weer gepraat (verdachte: ‘ahh.. 1925 dan, moet ik echt hebben’, [medeverdachte 7]: ‘weet je wat ik doe .. ja maar kijk ik zeg het je eerlijk ik doe ze voor 1950 doe ik ze ook weg… maar ik ga zeg maar ik ga dat niet doen voor 25 euro, dan euh zeg ik dat zeker zeg ik dat af, echt…’, verdachte: ‘dan moet gewoon echt 1900 hebben… maar geen cent minder, echt broer…’) werd afgesproken later verder te praten. Verdachte zei daarbij tegen [medeverdachte 7] in het donker te komen, ‘in het donker is beter’.(38)

Aan de hand van de beschikbare videobeelden van de openbare weg en toegangsweg naar het woonwagenkamp aan de [straat] te Beverwijk werd bekend dat op 31 oktober 2009 omstreeks 16.34 uur een personenauto Volkswagen Golf met kenteken [kenteken 3] achteruit het kamp opreed. Diezelfde auto reed om 16.36 uur weer weg.(39) Genoemd kenteken was afgegeven aan [man], de broer van verdachte [medeverdachte 7].(40)

5 november 2009

Verdachte belde op 5 november 2009 met gebruikmaking van telefoonnummer [mobiel nummer 2] om 12.31 uur met de gebruiker van telefoonnummer [mobiel nummer 8] – medeverdachte [medeverdachte 5] – en zei: ‘hey die kleine komt pas een uurtje of drie maar ik ben pas om zeven uur terug dus ik bel je wel als die er is, is dat goed?’.(41) De broer van verdachte, medeverdachte [medeverdachte 3], belde vervolgens [medeverdachte 5] om 13.18 uur met hetzelfde nummer en vroeg hem om te ‘kijke of die bolle er is’. [medeverdachte 5] zei dit te zullen doen.(42)

Omstreeks 13.20 uur die dag belde [medeverdachte 1] naar het nummer van een door hem gemiste oproep. Daarbij kreeg hij zijn zoon [medeverdachte 3] aan de telefoon. Deze maakte op dat moment gebruik van het nummer [mobiel nummer 9] ten name van [medeverdachte 10] te [plaats]. In het gesprek met zijn vader kreeg [medeverdachte 3] tevens een man aan de lijn die Bolle genoemd werd. Door middel van stemherkenning werd bekend dat dit [medeverdachte 4] was, de buurman van [medeverdachte 1].(43) In het gesprek vroeg [medeverdachte 3] of Bolle wat voor hem wilde doen omdat hij er zelf niet was, Bolle moet ‘uuhh dat bussie’ ‘daar moet je er vier uuhh vier van hebben’. [medeverdachte 3] vroeg vervolgens aan Bolle of er ‘wat van die bruine legt’, want die moet Bolle ‘effe in die jas doen’ en ‘dan moet die effe effe in die in die tas douwe, dat je er vijf heb zeg maar vijf nul en dat weet [bijnaam] (fon) wat ie moet doen’. Het werd vervolgens in het gesprek nog eens herhaald voor Bolle: ‘vier van die uit die bus en dan uh een nul die bruine. Die moet je effe in een jassie doen’, ‘die achter die luik’, ‘dan mik (of mix) je ze effe in die tas (op de achtergrond is verdachte hoorbaar die zegt: “allemaal die vanuit het luik moeten we hebben”) alles wat in die luik die bruinige’, ‘[bijnaam] die komt naar je toe’ en ‘dan bel je mij effe als je klaar bent, oke’. Bolle gaf voorts nog aan dat hij nog niet terug was maar dat wel over een uurtje zou zijn, waarop [medeverdachte 3] vroeg of hij de sleutel van die box had. Bolle antwoordde hierop bevestigend.(44)

[medeverdachte 3] gaf in een telefoongesprek van 13.23 uur vervolgens aan [medeverdachte 5] door: ‘hij komt over een uur is tie thuis’ en ‘dan moet je naar Utrecht toe naar waar je laatst was’. [medeverdachte 3] gaf aan hem op de hoogte te houden, waarbij verdachte op de achtergrond zei ‘moet ie vragen of ie achter hem aanrijdt een stuk’, [medeverdachte 3] zei hierop tegen [medeverdachte 5] ‘en dan moet je vragen of die bolle met je meerijdt effe achter je aan’.(45) Aan de hand van beschikbare videobeelden werd omstreeks 14.16 uur gezien dat de bestuurder van een witkleurige Opel Combo met kenteken [kenteken 1] achteruit het woonwagenkamp aan de [straat] te Beverwijk opreed en dat deze bestelauto omstreeks 14.44 uur weer het kamp afreed om vervolgens te parkeren in één van de parkeerhavens van de [straat].(46) Door medewerkers van het observatieteam werd om 14.45 uur gezien dat de bestuurder van voornoemde Opel Combo, [medeverdachte 5], vanaf de [straat] te Beverwijk naar Montfoort (Utrecht) reed. Gezien werd dat de bestuurder van de Opel Combo het parkeerterrein van het AC restaurant te De Meern opreed, keerde en het parkeerterrein weer afreed, gevolgd door een groenkleurige bestelauto met kenteken [kenteken 7].(47) Op de parallelweg van de N228 te Montfoort werden beide voertuigen geparkeerd met de achterzijden naar elkaar gericht. Gezien werd dat de bestuurder van de Opel Combo het achterportier van de Combo opende en tot drie keer toe een object met beide handen uit de Combo oppakte en zich omdraaide. Hierna werd het achterportier gesloten, de bestuurder stapte in en reed weg. Ook de bestuurder van de groene bestelauto reed weg. Opvallend was dat na deze actie te zien was dat er licht door het rechterachterraam van de Opel Combo scheen, terwijl dit daarvoor niet te zien was. Gezien werd dat de bestuurder van de Opel Combo vervolgens naar Beverwijk terugreed en omstreeks 17.09 uur de [straat] te Beverwijk opreed.(48)

Op 6 november 2009 vond om 10.49 uur nog een telefoongesprek plaats tussen [medeverdachte 5] en verdachte. Deze laatste vroeg aan [medeverdacht 5] of hij ‘gister had meegeteld’ waarop [medeverdachte 5] aangaf ‘nee maaruh ik uhh we hadden wel wat nageteld later’.(49)

Op 1 februari 2010 heeft [medeverdachte 5] bij de politie verklaard naar het AC restaurant in Montfoort (de rechtbank begrijpt: De Meern) te zijn gereden en daar een jongen te hebben ontmoet. Verdachte en [medeverdachte 3] hadden hem verteld dat die jongen in een groene Opel Combo reed. Toen [medeverdachte 5] aan kwam rijden stond die groene Opel Combo er al en kreeg hij een seintje dat hij achter hem aan moet rijden. Na ongeveer een kilometer rijden zijn zij beiden gestopt en pakte volgens [medeverdachte 5] de jongen een zwarte sporttas uit de witte Opel Combo waarna hij in de groene Opel Combo wegreed.(50) Volgens [medeverdachte 5] vond een dergelijke ontmoeting tweemaal plaats.(51)

27 november 2009

De gebruiker van het telefoonnummer [mobiel nummer 10] – medeverdachte [medeverdachte 9] – sms’te op 27 november 2009 om 11.26 uur naar het telefoonnummer eindigend op [gedeelte mobiel nummer 4], in gebruik bij verdachte, ‘kan dat 30 vamidag?’.(52) Om 11.29 uur werd verdachte door [medeverdachte 9] gebeld die vroeg of hij zijn bericht nog had gehad. Verdachte vroeg [medeverdachte 9] ‘dus zeven, zeven en een kwart voor mijn? Breng maar dan’, waarop [medeverdachte 9] antwoordde: ‘kosten ze mij gek’. Verdachte reageerde met ‘gun mij ze een keer voor die prijs man’ en later ‘haal ze maar op en we komme er wel uit, doei’.(53) Het was de verbalisant ambtshalve bekend dat zevenhonderd en vijfentwintig euro ongeveer de prijs voor 1 kilo natte softdrugs is.(54) Uit een door [medeverdachte 9] omstreeks 11.57 uur verzonden sms-bericht aan het telefoonnummer eindigend op [gedeelte mobiel nummer 4] blijkt dat [medeverdachte 9] ‘het’ om 6 uur moet halen.(55)

Aan de hand van de beschikbare videobeelden van de openbare weg en de toegangsweg bij en naar het woonwagenkamp de [straat] te Beverwijk werd bekend dat op 27 november 2009 omstreeks 20.20 uur een licht gekleurde Peugeot 307 vooruit de [straat] opreed.(56) Ook werd waargenomen dat dezelfde Peugeot omstreeks 20.22 uur het kamp afreed en wegreed. Hierbij werd het kenteken van deze Peugeot waargenomen, namelijk [kenteken 8]. Uit onderzoek was reeds gebleken dat medeverdachte [medeverdachte 9] de gebruiker was van de genoemde Peugeot 307 met kenteken [kenteken 8].(57)

1 december 2009

Op 29 november 2009 om 18.29 uur werd verdachte gebeld door medeverdachte [medeverdachte 6]. [medeverdachte 6] antwoordde op een vraag van verdachte wat hij wil ‘misschien eeuh een nul nul (1-0-0)’ te willen, waarop hij ook vroeg of er meer was of niet. Verdachte antwoordde ontkennend op dit laatste.(58) [medeverdachte 6] zei vlak daarna in een telefoongesprek om 18.33 uur met verdachte dat een onbekende persoon ‘wou eigenlijk euh…een vijf nul (1-5-0) weet je wel eigenlijk’ en even met hem bezig te zijn en later weer te bellen.(59) Op 30 november 2009 om 22.28 uur werd verdachte wederom gebeld door [medeverdachte 6] die vroeg ‘er was niks denk je voor morgen ofzo toch, morgenavond laat?’ en ‘misschien twee nul ofzo drie nul’. Verdachte antwoordde hierop ‘ja dat wel dat wel’. Op 1 december 2009 vroeg [medeverdachte 6] om 09.11 uur hoe laat hij bij verdachte kon komen, waarop verdachte antwoordde: ‘kom maar’. Om 09.34 uur werd [medeverdachte 6] gebeld door verdachte, waarbij [medeverdachte 6] zei ‘1 seconde’. Er werd aan de hand van beschikbare videobeelden gezien dat op dinsdag 1 december 2009 omstreeks 09.20 uur een witte Opel Combo vanaf het woonwagenkamp de [straat] afreed en geparkeerd werd langs de openbare weg de [straat]. Gezien werd dat verdachte en medeverdachte[medeverdachte 3]everdachte 3] die dag omstreeks 09.34 uur nabij de inrit naar het woonwagenkamp stonden. Omstreeks 09.35 uur werd gezien dat een grijze Volkswagen Golf achteruit het woonwagenkamp afreed en aan het einde van de openbare weg de [straat] parkeerde. Gezien werd dat verdachte en [medeverdachte 3] wegliepen in de richting van de Golf.(60) Omstreeks 09.37 uur werd gezien dat een zwartkleurige Mercedes met kenteken [kenteken 9] geparkeerd werd in één van de parkeerhavens nabij het woonwagenkamp te Beverwijk. Omstreeks 09.39 uur liep een man, meer dan vermoedelijk [medeverdachte 6], richting de geparkeerde Opel Combo. Vervolgens reden de Mercedes en de witte Opel Combo weg, ook de Volkswagen Golf reed weg achter de zwarte Mercedes aan.(61)

8 december 2009

Door NNman7889, van wie uit onderzoek bekend is geworden dat dit medeverdachte [medeverdachte 9] betrof, werd op 7 december 2009 om 13.19 uur naar het telefoonnummer eindigend op [gedeelte mobiel nummer 4], in gebruik bij verdachte, gesms’t ‘woensdag 100? Oke?’. [medeverdachte 9] werd vervolgens om 13.20 uur teruggebeld door Bolle (die door verbalisant werd herkend als [medeverdachte 4] uit de lijn [taplijn]), terwijl hij gebruik maakte van dit telefoonnummer van verdachte. Bolle zei tegen [medeverdachte 9]: ‘hij is nog niet terug man…’ en ‘dan hoor je het straks…’.(62) Uit enkele sms’jes tussen verdachte (die om 15.49 uur zegt dat hij er al is) en [medeverdachte 9] blijkt dat laatstgenoemde ‘morgen 80 super mooie’ wil brengen voor ‘725’. Tevens werd gevraagd aan [medeverdachte 9] ‘moet je pap hebben’ en werd geantwoord ‘Pap kom ik morge vroeg hale oki?’.(63) Op 8 december 2009 werd verdachte om 11.25 uur gebeld door [medeverdachte 9], die aangaf nog in Den Haag te zijn en rond een uur of drie bij verdachte te kunnen zijn. Om 12.16 uur werd vervolgens afgesproken voor ‘een uur of vijf, zes’.(64) [medeverdachte 9] sms’te om 16.19 uur nog ‘Zometeen zijn 70 en morge 15 oke?’.(65) Om 17.27 uur sms’te [medeverdachte 9] naar voormeld nummer ‘5min ben ik bij je luie’.(66) Er werd op videobeelden van die dag gezien dat om 17.29 uur een personenauto met een imperialdrager het woonwagenkamp aan de [straat] te Beverwijk opreed. Deze personenauto had dezelfde imperialdrager als de auto die 20 minuten later het kamp verliet.(67) Om 17.49 uur reed namelijk een Peugeot gekentekend [kenteken 8] het kamp af. Uit onderzoek is bekend geworden dat genoemde Peugeot in gebruik is bij [medeverdachte 9].(68)

Om 19.37 uur diezelfde dag belde [medeverdachte 9] naar verdachte en gaf aan op de plaats van bestemming te zijn en zo te gaan rijden naar verdachte. Op de vraag van verdachte ‘wel goed?’ antwoordde hij met ‘ja’.(69) In het gesprek om 20.31 uur met medeverdachte [medeverdachte 3] gaf [medeverdachte 9] aan nog een half uur nodig te hebben en ‘het is echt top je bent in ieder geval wel blij dus’. [medeverdachte 9] belde vervolgens om 21.15 uur weer om te zeggen dat hij er tussen de 5 en 10 minuten zou zijn en vroeg of verdachte daar dan ook is. Verdachte gaf hierop aan ‘nou hoef toch niet of wel’. [medeverdachte 9] zei daarna wel even langs verdachte te komen. Verdachte belde vervolgens om 21.16 uur medeverdachte [medeverdachte 5] met de boodschap ‘hij is er zo’. Hierop antwoordde [medeverdachte 5]: ‘okey is goed …. dan rij ik daarheen’.(70)

Aan de hand van beschikbare videobeelden van de woonwagen van perceel [straatnaam en nummer] te Heemskerk werd gezien dat op 8 december 2009 omstreeks 21.21 uur de bestuurder van een grijskleurige Peugeot stationwagen kwam aanrijden en meer dan vermoedelijk ter hoogte van de woonwagen parkeerde naast een geparkeerde witkleurige auto. Gezien werd dat uit de richting van de vermoedelijk geparkeerde Peugeot een persoon kwam aanlopen en ten minste 4 keer met voorwerpen in zijn hand heen en weer liep in de richting van een naast de woonwagen gelegen poort. Omstreeks 21.25 uur werd een lichtschijnsel gezien uit de richting van de vermoedelijk geparkeerde Peugeot. Vervolgens is te zien dat om 21.30 uur een andere auto parkeerde op de plaats waar kort hiervoor de Peugeot had gestaan.(71) Door een medewerker van het observatieteam werd gezien dat omstreeks 21.19 uur een Volkswagen Golf [kenteken 2] wegreed van het woonwagenkamp de [straat]. Om 21.23 uur stond deze Golf stil in de [adres] bij de aldaar gevestigde coffeeshop [naam coffeeshop] De bestuurder rende naar de coffeeshop en kwam kort hierop terug bij de Golf. Vervolgens werd gezien dat de Golf omstreeks 21.30 uur het woonwagenkamp aan de [straatnaam] opreed.(72) De omschrijving van de bestuurder van deze auto kwam overeen met het signalement van medeverdachte [medeverdachte 5].(73)

Bij het uitkijken van camerabeelden van de [straat] van 8 december 2009 bleek dat om 21.31 uur te zien was dat een personenauto het woonwagenkamp aan de [straat] opreed, welke auto dezelfde imperialdragers heeft als de Peugeot 307sw van [medeverdachte 9]. Om 21.49 uur verlaat dezelfde auto het kamp weer.(74) Het telefoonnummer in gebruik bij [medeverdachte 5] sms’te naar het telefoonnummer in gebruik bij verdachte nog om 21.34 uur ‘zit wel veel klein bij hoor’, waarop om 21.36 uur terug gesms’t werd: ‘wel mooi of niet’. Het antwoord hierop was ‘ja dat wel’.(75)

10 december 2009

Op 8 december 2009 om 19.38 uur ontving het telefoonnummer eindigend op [gedeelte mobiel nummer 4], in gebruik bij verdachte, van het telefoonnummer [mobiel nummer 6], in gebruik bij medeverdachte [medeverdachte 7] een sms’je: ‘broer ik heb 4 weg gedaan ik heb vrijdag 40 nodig en 3 gruis derbij heb je dat voor me’, waarop direct bevestigend werd geantwoord. De dag erna sms’te de gebruiker van voormeld nummer van [medeverdachte 7] de vraag ‘Broer kan ik die 40 morgen op hallen’.(76) De gebruiker van het telefoonnummer eindigend op [gedeelte mobiel nummer 4] vond dit prima en op de toevoeging via de sms van ‘met 3 kilo gruis’ antwoordde hij ‘oke’. Medeverdachte [medeverdachte 3] belde op 10 december 2009 om 12.17 uur naar [medeverdachte 7] om te vragen wanneer hij zou komen. [medeverdachte 7] antwoordde: ‘ik kom eeh om drie vier uur naar jullie toe’. [medeverdachte 7] werd om 12.34 uur nog eens door verdachte gebeld en gaf nogmaals aan tussen drie en vier zijn kant op te komen.(77)

Verdachte voerde vervolgens twee gesprekken met medeverdachte [medeverdachte 6], Snakie genoemd, de bewoner van perceel [adres] te Beverwijk. Om 12.20 uur vroeg verdachte aan ‘Snakie’ of hij thuis was en na een ontkennend antwoord vroeg verdachte ‘ow is je vriend thuis, want ik moet hoe heet het hebben’. Om 12.26 uur gaf verdachte aan bij ‘hem (niet snake) te zijn’, Snake zei hierop dat hij (niet snake) naar beneden komt’.(78)

Door medewerkers van het observatieteam werd op donderdag 10 december 2009 omstreeks 12.01 uur gezien dat een Volkswagen Golf met kenteken [kenteken 2] vanaf het woonwagenkamp aan de [straatnaam] te Heemskerk naar het woonwagenkamp de [straat] te Beverwijk reed. Gezien werd dat medeverdachte [medeverdachte 3] als bestuurder in deze auto reed en dat verdachte als passagier in de Golf zat. Tevens werd gezien dat er een derde persoon in de Volkswagen Golf zat die op de [straat] uitstapte. Gezien werd dat [medeverdachte 3] en verdachte met de Volkswagen Golf naar [adres] te Beverwijk reden en omstreeks 12.27 uur de auto parkeerden.(79) Gezien werd dat een onbekende man vanuit het portiek van de flat van onder meer perceel [adres] te Beverwijk naar buiten kwam lopen en kennelijk iets in de kofferbak van de Volkswagen Golf legde, waarna deze wegreed. Gezien werd dat [medeverdachte 3] en verdachte met de Volkswagen Golf omstreeks 12.38 uur die dag vervolgens het woonwagenkamp aan de [straatnaam] te Heemskerk opreden en de eerste woonwagen vanaf de [straatnaam] binnen gingen. Omstreeks 12.40 uur die dag werd gezien dat [medeverdachte 3] en verdachte met de Golf weer wegreden en omstreeks 12.45 uur de [straat] te Beverwijk opreden.(80)

Op de beschikbare videobeelden van de statische observatie op perceel [straatnaam en nummer] te Heemskerk werd gezien dat [medeverdachte 3] die dag omstreeks 12.36 uur met een zwarte kennelijk gevulde zak de poort inliep naast de woonwagen van [straatnaam en nummer]. Gezien werd dat [medeverdachte 3] en verdachte kwamen aangereden en dat [verdachte], na te zijn uitgestapt, de poort opendeed. Gezien werd dat [medeverdachte 3] de achterklep van de Golf had geopend en vanuit de kofferbak de zwarte zak had gepakt. Gezien werd dat verdachte en [medeverdachte 3] via de poort richting de schuren waren gelopen. Gezien werd dat verdachte en [medeverdachte 3] omstreeks 12.39 uur terugkwamen bij de Volkswagen Golf en wegreden.(81)

Om 15.25 uur diezelfde dag sms’te [medeverdachte 7] weer naar voormeld telefoonnummer eindigend op [gedeelte mobiel nummer 4], in gebruik bij verdachte, ‘Broer kan je hem 4 gruis geven, mijn broer is zou bij jou’. De reactie hierop was ‘ik moet ff kijken 3 heb ik zoizo’.(82) Door medewerkers van het observatieteam werd omstreeks 15.37 uur gezien dat verdachte goederen legde in de kofferbak van een grijskleurige Seat met kenteken [kenteken 10] welke geparkeerd stond op het woonwagenkamp [straat] te Beverwijk. Blijkens gegevens van de rijksdienst voor wegverkeer bleek deze auto ten name gesteld van [medeverdachte 8].(83) Aan de hand van beschikbare videobeelden van perceel [straatnaam en nummer] te Heemskerk werd gezien dat [medeverdachte 3] op 10 december 2009 omstreeks 15.58 uur als bestuurder uit een grijskleurige Seat Leon stapte. Gezien werd dat hij vervolgens via de poort naast de woonwagen [straatnaam en nummer] te Heemskerk in de richting liep van de schuren. Aan de bewegingen in de poort naar de schuren was volgens de verbalisanten te zien dat [medeverdachte 3] kennelijk 3 keer heen en weer liep. Verder werd gezien dat [medeverdachte 3], omstreeks 16.00 uur, een zwart voorwerp (tas of zak) in zijn handen had en dit in de kofferbak van de Seat legde. Aan zijn houding was te zien dat dit kennelijk een zwaar voorwerp was.(84) Door de bijrijder van de Seat Leon en een derde onbekende persoon werden vanuit de poort naast de woonwagen voorwerpen in de kofferbak van de Seat gelegd. Gezien werd dat de bijrijder op de achterbank een tas/zak legde die hij met beide handen tilde. Gezien werd dat hij vervolgens in de Seat Leon stapte en wegreed. [medeverdachte 3] liep weg uit beeld.(85) Om 16.33 uur op 11 december 2009 belde [medeverdachte 7] verdachte en zei: ‘ik heb iemand anders…. die wil een (1) vijf (5)’. [medeverdachte 7] antwoordde op de vraag van verdachte ‘heb je die al verkocht die anderen..’ met ‘ja die van.. die komen vanavond 100%’.(86)

26 december 2009 -poging-

Op 26 december 2009 werd medeverdachte [medeverdachte 3] om 17.41 uur gebeld door medeverdachte [medeverdachte 5]. [medeverdachte 3] vroeg hem waar hij is. [medeverdachte 5] gaf aan er met een uurtje te zijn. [medeverdachte 3] reageerde met ‘Maar je ken toch niet zo pakken man, dat moet je toch eerst vragen jongen’ en ‘je gaat toch niet zomaar zaken doen drek gaat het fout’. [medeverdachte 5] gaf aan dat het voor een jongen uit Haarlem was en ‘dat gaat echt niet fout, echt niet pik’. [medeverdachte 3] verzuchtte ‘ik vind het niet netjes, echt niet echt niet’. Het gesprek werd vervolgens afgerond. Drie minuten later belde verdachte [medeverdachte 5] op: ‘Ma uh wat heb je gedaan, heb je net handel gepakt?’, waarop [medeverdachte 5] antwoordde dat hij dat die middag had gedaan en dat hij het nog niet verkocht had, maar onderweg was daarheen en dat het goed kwam. Verdachte maande [medeverdachte 5] om terug te komen. Hij zei onder andere ‘Je gaat niet eigen rechter spelen, ik heb niet gezegd ja, heb je ze nog bij je?’ en ‘waar ben je, je gaat niet hiero gewoon zonder mijn toestemming dingen meenemen, dat gaat niet’. [medeverdachte 5] antwoordde hierop zo wel naar verdachte toe te komen. Verdachte gaf nogmaals aan ‘je gaat niet zonder dingen zonder toestemming van mij dingen meenemen, dat mag nooit!’.(87) [medeverdachte 5] ging overstag en gaf aan meteen naar verdachte te zullen rijden. Weer twee minuten later belde [medeverdachte 3] [medeverdachte 5] weer om te vragen waar hij was. [medeverdachte 5] zou er met twintig minuten zijn. Om 17.52 uur belde [medeverdachte 3] nogmaals, waarop [medeverdachte 5] aangaf er tien minuten later te zullen zijn.(88)

Medeverdachte [medeverdachte 5] verklaarde op 1 februari 2010 bij de politie over het voorgaande dat hij drie kilo weed wilde verkopen. Hij had een koper in Haarlem. Op een gegeven moment probeerde [medeverdachte 5] in contact te komen met verdachte en [medeverdachte 3], maar kreeg ze niet te pakken. Omdat [medeverdachte 5] wel wat wilde verdienen, heeft hij toen zelf drie kilo weed gepakt om te verkopen.(89) Hij zou hiervoor 9.000 euro ontvangen, waarvan 8.000 euro betaald zou moeten worden aan verdachte en [medeverdachte 3]. De drie kilo was door [medeverdachte 5] uit de schuur van de overbuurman op de [straat] (medeverdachte [medeverdachte 4]) gehaald. [medeverdachte 5] wist dat daar drie kilo lag, omdat hij enkele dagen ervoor een zwarte tas met drie kilo in de schuur had gegooid bij [medeverdachte 4].(90)

13 januari 2010

Op 13 januari 2010 om 16.48 uur belde medeverdachte [medeverdachte 8] verdachte en vroeg of hij ‘een vijf (1-5)’ voor hem had. Verdachte antwoordde hierop bevestigend.(91) [medeverdachte 8] belde vervolgens om 18.55 uur nogmaals naar het telefoonnummer van verdachte, waarna een man opnam die zichzelf ‘dikke’ en ‘bolle’ noemde. [medeverdachte 8] gaf aan onderweg te zijn, waarop de man aangaf dat hij bij hem moest zijn. [medeverdachte 8] antwoordde er binnen een half uurtje te zijn.(92) Aan de hand van de beschikbare videobeelden van de openbare weg de [straat] en de toegangsweg naar het woonwagenkamp aan de [straat] te Beverwijk werd bekend dat op 13 januari 2010 om 19.22 uur een zwarte Seat Leon werd waargenomen. Een gedeelte van het kenteken werd waargenomen, namelijk [gedeelte kenteken 11]. Verbalisant herkende dit voertuig als de Seat Leon, voorzien van kenteken [kenteken 11], welke ten naam gesteld stond van [medeverdachte 8]. Tevens werd waargenomen dat hetzelfde voertuig omstreeks 19.30 uur weer wegreed.(93)

20 januari 2010 -1-

Uit verschillende sms’jes op 19 en 20 januari 2010 tussen het telefoonnummer eindigend op [gedeelte mobiel nummer 4], in gebruik bij verdachte, en de gebruiker van het telefoonnummer [mobiel nummer 11], bleek dat laatstgenoemde op 20 januari 2010 langs zou komen en dat de gebruiker van het telefoonnummer eindigend op [gedeelte mobiel nummer 4] er om 20 minuten na 11.39 uur zou zijn.(94) Aan de hand van de beschikbare videobeelden werd gezien dat de bestuurder van een zwartkleurige Volkswagen Sharan voorzien van kenteken [kenteken 12] op 20 januari 2010 omstreeks 11.56 uur achteruit het woonwagenkamp de [straat] te Beverwijk opreed.(95) De bestuurder van een grijskleurige Volkswagen Golf waarvan een gedeelte van het kenteken zichtbaar was, namelijk [gedeelte kenteken 2], reed die dag omstreeks 12.10 uur het kamp op.(96) Verdachte belde om 12.22 uur met medeverdachte [medeverdachte 6] en vroeg of hij in de buurt was en dat hij ‘effe langs’ kwam. Om 12.27 uur belde [medeverdachte 6] naar verdachte. Verdachte zei ‘kom effe naar beneden’.(97) Er werd op videobeelden van die dag gezien dat de bestuurder van een grijskleurige Mercedes voorzien van kenteken [kenteken 13] omstreeks 12.26 uur het woonwagenkamp de [straat] opreed en omstreeks 12.28 uur het kamp weer afreed.(98) Verdachte belde om 12.46 uur weer naar [medeverdachte 6] om te vragen waar hij nou bleef. [medeverdachte 6] gaf aan dat er een probleem was, hij moet het aan die gozer geven want hij had gister al afgesproken, en: ‘deze gozer die zegt tegen, nou die mensen die zijn al hieroo, die komen van ver weet ik veel dit en dat, hij zegt ze zijn al hier dit en dat, kan ik echt raak ik kwijt weet ik veel wat allemaal, kut man, maar ik geef het liever aan jou weet je wel’. Verdachte zei [medeverdachte 6] naar hem toe te komen en [medeverdachte 6] stemde hiermee in. [medeverdachte 6] belde vervolgens om 12.51 uur naar verdachte met een mogelijke oplossing: ‘ik geef jou d’r 18’. Hierop antwoordde verdachte: ‘ja is goed, kom maar effe, neem maar mee’.(99) Er volgden nog enkele gesprekjes waarin verdachte aangaf te willen weten waar [medeverdachte 6] bleef. Om 13.21 uur belde [medeverdachte 6] weer naar verdachte en gaf hij aan ‘die jongen die is bij mij, die ze ook wil hebben weet je wel’. [medeverdachte 6] gaf aan te wachten tot de jongen weg zou zijn en dan naar verdachte toe te komen. Verdachte reageerde met ‘ja ok, die mensen zitten hier op kolen jo’. [medeverdachte 6] antwoordde: ‘nee nee, ik kom echt, ik kom eraan, het zijn er 19’.(100)

Door medewerkers van het observatieteam werd die dag gezien omstreeks 12.23 uur dat een zwartkleurige Volkswagen Sharan voorzien van kenteken [kenteken 12] en een grijskleurige Volkswagen Golf met kenteken [kenteken 2] geparkeerd stonden op het woonwagenkamp aan de [straat]. Door medewerkers van het observatieteam werd gezien dat omstreeks 13.21 uur [medeverdachte 6] als bestuurder van een zilverkleurige Mercedes voorzien van kenteken [kenteken 13] het woonwagenkamp aan de [straat] opreed. Gezien werd dat verdachte vanuit zijn woning kwam aanlopen en contact maakte met [medeverdachte 6]. Omstreeks 13.22 uur werd gezien dat [medeverdachte 6] de kofferbak van de Mercedes opende en dat verdachte een zwarte tas uit de kofferbak tilde en deze tas zijn woning binnenbracht. Gezien werd dat ook [medeverdachte 6] de woning van verdachte binnenging.(101) Omstreeks 13.33 uur werd gezien dat er vier onbekende mannen uit de woning van verdachte kwamen lopen. Gezien werd dat medeverdachte [medeverdachte 3] een zwarte tas achterin de Volkswagen Sharan voorzien van kenteken [kenteken 12] legde. Gezien werd dat er door [medeverdachte 3] en drie onbekende mannen ongeveer 15 tassen vanuit de Volkswagen Sharan de tweede woonwagen rechts, gezien vanaf de openbare weg de [straat], naar binnen werden gebracht en dat omstreeks 13.35 uur verdachte, [medeverdachte 6], [medeverdachte 3] en de drie onbekende mannen op het woonwagenkamp met elkaar stonden te praten.(102) Met de tweede woonwagen rechts vanaf de openbare weg werd bedoeld de woonwagen van [medeverdachte 4]. De onbekende mannen stapten in de zwarte Volkswagen Sharan en reden het kamp af om 13.35 uur. Omstreeks 15.10 uur werd gezien dat de bestuurder van de Volkswagen Sharan het woonwagenkamp aan [adres] te Apeldoorn opreed en daar parkeerde.(103)

Later die dag, te weten om 14.03 uur, belde [medeverdachte 6] verdachte om te vragen ‘ken je dat nog wat mee doen van die gasten’. Verdachte antwoordde ‘hem wel te bellen’. Daarop zegt [medeverdachte 6] ‘moet je zeggen precies dezelfde aantal ook’. Verdachte sms’te vervolgens om 14.05 uur de gebruiker van het telefoonnummer [mobiel nummer 11] ‘moet je nog meer heb nog zelfde portie’, welke gebruiker na wat heen en weer sms’en aangaf dit wel te willen hebben.(104) Verdachte belde om 14.07 uur [medeverdachte 6] weer en zei hem het maar te brengen. Om 14.43 uur werd verdachte gebeld door [medeverdachte 6] die zegt dat hij hier buiten is, waarop verdachte zei ‘rijd je even mee’. [medeverdachte 6] antwoordde: ‘kom effe hierheen’.(105) Aan de hand van videobeelden werd gezien dat de bestuurder van de hiervoor genoemde Mercedes omstreeks 14.44 uur het woonwagenkamp aan de [straat] te Beverwijk afreed waarbij zichtbaar was dat een passagier in de auto aanwezig was. Verdachte sms’te de gebruiker van het telefoonnummer [mobiel nummer 11] om 14.45 uur onderweg te zijn.(106) Aan de hand van de mastverkeersgegevens van het op 20 januari 2010 omstreeks 16.09 uur verzonden sms-bericht van de telefoon in gebruik bij verdachte werd bekend dat deze mobiele telefoon zich bevond op de locatie [adres] te Apeldoorn.(107)

20 januari 2010 -2-

Op 20 januari 2010 belde medeverdachte [medeverdachte 8] om 19.12 uur verdachte en vroeg ‘heb je dr een nul (1-0) voor me staan’. Na het bevestigende antwoord van verdachte zei hij ‘ze’ diezelfde dag nog te komen ophalen, hier ‘vandaag heb je geen controles enzo’ aan toevoegend. Om 19.50 uur belde de broer van [medeverdachte 8], medeverdachte [medeverdachte 7], verdachte op en zei ‘mijn broertje is bij jou he’, waarop verdachte antwoordde: ‘ow is goed, dan ga ik hem ehh bezoeken’.(108)

Om omstreeks 19.48 uur werd door medewerkers van het observatieteam gezien dat de bestuurder van een zwarte personenauto, merk Seat Leon met het kenteken [kenteken 11], achteruit het woonwagenkamp aan de [straat] opreed en stopte voor perceel [adres verdachte] te Beverwijk. Bij het uitstappen werd de bestuurder van deze Seat Leon herkend als [medeverdachte 8]. Gezien werd dat [medeverdachte 8] wegliep in de richting van perceel [adres verdachte]. Omstreeks 19.50 uur werd gezien dat [medeverdachte 8] terugliep naar de Seat Leon en dat medeverdachte [medeverdachte 3] kwam aanlopen vanuit de richting van de laatste woonwagen. Tevens werd gezien dat verdachte vanuit perceel [adres verdachte] naar buiten kwam lopen. Gezien werd dat [medeverdachte 8] een hand kreeg van verdachte en [medeverdachte 3] en dat zij met z’n drieën wegliepen naar de rechts van de weg geplaatste woonwagens.(109) Omstreeks 19.53 uur werd gezien dat [medeverdachte 8] terugliep naar de Seat Leon en dat hij in zijn rechterhand een grote donkere tas droeg. Uit de manier waarop hij deze tas droeg viel volgens verbalisant op te maken dat deze tas zwaar was. De tas werd geschat op een grootte van 90 cm lang en 60 cm hoog. Vervolgens werd gezien dat [medeverdachte 8] de kofferbak van de zwarte Seat Leon openmaakte en de zwarte tas in de kofferbak plaatste, deze sloot en daarna met de auto van het woonwagenkamp afreed en vervolgens naar Amsterdam reed. Aldaar werd [medeverdachte 8] omstreeks 21.21 uur op [adres te Amsterdam] door de geüniformeerde dienst van de politie Amsterdam/Amstelland staande gehouden.(110)

Blijkens informatie van de regiopolitie Amsterdam/Amstelland werd bekend dat op woensdag 20 januari 2010, te 20.25 uur, door politiemedewerkers op de openbare weg [adres] te Amsterdam, op verdenking van overtreding van de Opiumwet was aangehouden voornoemde [medeverdachte 8]. Uit het door de medewerkers van de politie Amsterdam ingestelde onderzoek werd bekend dat er in de kofferbak, van de door [medeverdachte 8] bestuurde zwarte Seat Leon met kenteken [kenteken 11], een hoeveelheid van ongeveer 10 kilo hennep werd aangetroffen en in beslag genomen. De hennep zat in een zwarte sporttas verpakt verdeeld over 10 zakjes van ongeveer 1 kilo.(111) [medeverdachte 7] belde verdachte om 20.38 uur. Hij vroeg verdachte ‘hoeveel nul heb je gegeven’ waarop verdachte antwoordde ‘een (1) nul’. [medeverdachte 7] reageerde onder andere met ‘shit man’, ‘hij is gepakt voor de deur’ en ‘bij mij’.(112)

20 januari 2010 -3-

Medeverdachte [medeverdachte 7] belde die 20ste januari 2010 – na de hiervoor omschreven aanhouding van zijn broer – nogmaals naar verdachte, onder andere om 21.27 uur, en zei ‘hey ik wil vragen of ik nu naar jou kan komen’ en ‘ik heb die een (1) nul heb ik voor iemand morgen’, waarop verdachte antwoordde ‘ja tuurlijk kom maar’.(113) Aan de hand van de beschikbare videobeelden van de openbare weg en de toegangsweg naar het woonwagenkamp aan de [straat] te Beverwijk werd gezien dat de bestuurder van een donkerkleurige personenauto, vermoedelijk een Seat, op 20 januari 2010, omstreeks 21.56 uur, het woonwagenkamp de [straat] opreed. Omstreeks 22.11 uur werd gezien dat de bestuurder van deze auto het woonwagenkamp afreed.(114) Aan de hand van voornoemde beschikbare videobeelden werd bekend dat, direct na het wegrijden van genoemde donkerkleurige personenauto een grijskleurige Volkswagen Golf vanaf het woonwagenkamp wegreed en achter deze auto aanreed. Gelet op de beginnende cijfercombinatie van het kenteken [nummers kenteken 2] betrof dit vermoedelijk de grijskleurige Volkswagen Golf voorzien van kenteken [kenteken 2] waarvan bekend was dat deze auto gebruikt werd door verdachte en [medeverdachte 3]. Volgens verbalisant betrof deze actie in verband met de eerder die avond gepleegde aanhouding enige vorm van contra observatie.(115)

Doorzoekingen

Op 1 februari 2010 zijn verschillende – in de loop van het onderzoek naar voren gekomen – (mede)verdachten aangehouden en werden enkele woningen doorzocht ter inbeslagname.

Op het adres [adres verdachte] te Beverwijk, de woning van verdachte, werden in totaal elf mobiele telefoons aangetroffen.(116) Eén van deze telefoons (een Nokia met IMEInummer [IMEI 1]) bleek de door verdachte gebruikte mobiele telefoon met het nummer [mobiel nummer 4].(117) Een andere Nokia (met IMEInummer [IMEI 2]) bleek de door verdachte gebruikte mobiele telefoon met het nummer [mobiel nummer 5] te zijn.(118)

[medeverdachte 5], neef van verdachte en tevens medeverdachte, verklaarde bij de politie dat hij van [verdachte] en [medeverdachte 3] drie telefoons had gekregen waar alle nummers al in stonden.(119) [medeverdachte 5] verklaarde zelf enkel door verdachte en [medeverdachte 3] te worden gebeld op deze telefoons. Hij gaf de telefoons een aantal keren aan verdachte en [medeverdachte 3] om ze vervolgens weer terug te krijgen.(120) Een in de woning van [medeverdachte 5] op [straat] 29 te Beverwijk aangetroffen mobiele telefoon (Nokia met IMEInummer [IMEI 3]) bleek de door de verdachten [verdachte] en [medeverdachte 3] gebruikte mobiele telefoon met het nummer [mobiel nummer 12] te zijn.(121)

In de woning van medeverdachte [medeverdachte 4], aan [adres medeverdachte 4] te Beverwijk, werd tijdens de doorzoeking in de schuur behorende bij de woonwagen een in werking zijnde hennepdrogerij aangetroffen. Er stonden vijf droogbakken met daarop henneptoppen die lagen te drogen en de kachels en afzuigsystemen stonden aan.(112) De henneptoppen zijn ter plekke gewogen met een aangetroffen en in beslag genomen weegschaal, het betrof een hoeveelheid van ongeveer 3,790 kilogram hennep. Er werden ook twee zakken met hennepresten aangetroffen. In een aan de schuur verwante ruimte achter de woonwagen werden nog eens vier gesealde zakken met henneptoppen aangetroffen.(123) Op het erf tegen de woonwagen nabij de genoemde schuurtjes stond verder nog een kartonnen doos met sporttassen.(124) In deze doos zaten 10 zwarte sporttassen met roze bies.(125)

Dezelfde dag werd ook de woning van medeverdachte [medeverdachte 10], de [straatnaam en nummer] te Heemskerk, doorzocht. In de schuur behorende bij deze woning werden in verschillende ruimten goederen aangetroffen en in beslag genomen zoals 87 droogbakken, kachels, een knipschaar, 6 koolstoffilters, maatbekers, een slakkenhuis, transportbakken, ventilatoren, een weegschaal en een sealapparaat. Na het verwijderen van de droogbakken is het hennepafval dat op de grond lag, verzameld en geborgen in een plastic zak.(126) Dit afval betrof 960 gram cannabis.(127) Er werden in de schuur tevens twee dozen aangetroffen, waarvan er één geopend was. In deze dozen werden in totaal 27 in plastic verpakte tassen aangetroffen. Deze tassen waren zwart van kleur met een roze bies.(128)

Medeverdachte [medeverdachte 5] verklaarde naar aanleiding van een hem voorgehouden tapgesprek waarin werd gesproken over ‘zeven of acht’, dat daarmee werd bedoeld de sporttassen met daaromheen plastic in een doos, welke hij uit het schuurtje bij de kabouter vandaan haalde, bij de wasmachine.(129)

Uit de inhoud van opgenomen en uitgeluisterde telefoongesprekken alsmede sms’jes werd bekend dat het woord “Kaboute, kabouter en kaboutertje” een aantal keren voorkwam.(130) Naar aanleiding van observaties, informatie van de gemeentelijke basisinformatie waaruit bleek dat bij de paspoortgegevens van [medeverdachte 10] een lengte stond vermeld van 170 cm, bestond het vermoeden dat met “kabouter” [medeverdachte 10] bedoeld werd.(131) [medeverdachte 5] heeft tevens bij de politie verklaard dat de “kabouter” iemand is die in Heemskerk woont in de eerste wagen op de [straatnaam].(132) Aan de hand van de opgenomen en uitgeluisterde telefoongesprekken al dan niet in combinatie met de beelden van cameraobservaties vanaf 8 december 2009 werd al – nog voor de doorzoeking – bekend dat[straatnaam en nummer] te Heemskerk en dan met name de schu(u)r(en) behorende bij dit perceel vermoedelijk als opslagplaats van softdrugs gebruikt werd door verdachte en [medeverdachte 3].(133)

De sporttassen die zijn aangetroffen bij de doorzoekingen ter inbeslagneming in de percelen [adres medeverdachte 4] te Beverwijk en de [straatnaam en nummer] te Heemskerk zijn met elkaar vergeleken en waren identiek aan elkaar.(134)

Ook de woning van medeverdachte [medeverdachte 6] aan de [adres] te Beverwijk werd op 1 februari 2010 doorzocht en naast vele telefoons, een weegschaal, vacumeermachines, een sealmachine en een bankbiljettentelmachine, werden tevens twee tassen (een “Dirk tas” en een “Iceberg tas”) met daarin henneptoppen aangetroffen en in beslag genomen.(135) De inhoud van beide tassen werd getest en het bleek te gaan om cannabis.(136) Deze inhoud betrof netto gewichten van 7280,15 gram (“Dirk tas”) en 5673,30 gram (“Iceberg tas”).(137)

Op 15 februari 2010 werd bij de doorzoeking van de woning van medeverdachte [medeverdachte 7] in Amsterdam in de slaapkamer een zwarte sporttas aangetroffen.(138) In deze sporttas lag op de bodem een zeer geringe hoeveelheid groene plantdeeltjes, welke plantdeeltjes werden getest en vermoedelijk cannabis betroffen.(139) Diezelfde dag werd de woning van medeverdachte [medeverdachte 8] ook doorzocht en er werden daar drie donkerblauwe en één zwarte sporttas aangetroffen.(140) In één blauwe sporttas en in de zwarte sporttas lagen op de bodem een zeer geringe hoeveelheid groene plantdeeltjes, welke werden getest en vermoedelijk cannabis betroffen.(141)

Verklaringen [medeverdachte 5]

Medeverdachte [medeverdachte 5] heeft – naast hetgeen al hiervoor ter sprake is gekomen – tevens bij de politie verklaard in de periode van oktober tot december 2009 een aantal keer tassen te hebben weggebracht voor verdachte en diens broer, medeverdachte [medeverdachte 3].(142) [medeverdachte 5] verklaarde wel zijn vermoedens te hebben over wat er in die tassen zat. Hij dacht wel dat het wiet was, temeer omdat ze wel vaker gepakt zijn in verband met het telen van wiet.(143) Alles bij elkaar dacht [medeverdachte 5] wel een ritje of tien te hebben gemaakt, waarbij hij in ieder geval naar Montfoort, Arnhem, Amsterdam en een keer naar Nijkerk is gereden.(144) Hij reed hierbij in de Volkswagen Golf met kenteken [kenteken 2] of een witte Opel Combo van [verdachte] en [medeverdachte 3].(145) [medeverdachte 5] kreeg ook wel eens het verzoek om “twee kratjes op één te zetten”. Bij [medeverdachte 4] stonden in de schuur bollenkratjes met wiet te drogen en hij moest dan van twee kratjes één kratje maken, zo verklaarde [medeverdachte 5]. Hij had dit twee keer gedaan en alleen als die bolle er niet was.(146) [medeverdachte 5] zou van zijn neven [verdachte] en [medeverdachte 3] meer dan een maandloon krijgen; zij beloofden hem te betalen maar dat hadden zij nog niet gedaan.(147) [medeverdachte 5] verklaarde nog dat hij over het algemeen het meeste contact had met [verdachte], ‘[verdachte] is een beetje de baas’.(148)

Gelet op de afgeluisterde telefoongesprekken en de onderschepte sms-berichten over voorgenomen softdrugtransacties waarin het woord hennep niet werd gebruikt, maar doorgaans bij de aanduiding van de hoeveelheden hennep en de daarvoor te betalen bedragen versluierd lijkt te worden gesproken/gecommuniceerd, in samenhang bezien de bevindingen naar aanleiding van observaties, de aanhouding van medeverdachte [medeverdachte 8] op 20 januari 2010 waarbij onder hem ongeveer 10 kilogram hennep werd aangetroffen, die hij tevoren bij verdachte en zijn broer, de medeverdachte [medeverdachte 3], had opgehaald, de verklaringen van medeverdachte [medeverdachte 5] en de aangetroffen hennepdrogerijen en overige goederen (zoals de sporttassen waarin de hennep lijkt te worden vervoerd), oordeelt de rechtbank dat het wettig en overtuigend kan worden bewezen dat verdachte zich tezamen met anderen schuldig heeft gemaakt aan de handel in hennep. Bij het oordeel dat de hiervoor weergegeven ontmoetingen en telefonische contacten van verdachte betrekking hadden op de handel in hennep, neemt de rechtbank ook nog in aanmerking dat verdachte – ter terechtzitting en in het voorbereidend onderzoek gevraagd naar zijn hiervoor weergegeven persoonlijke en telefonische contacten – zich op zijn zwijgrecht heeft beroepen en aldus geen de redengevendheid voor het bewijs dat die contacten telkens betrekking hadden op henneptransacties, ontzenuwende verklaring heeft gegeven.

Dat bij de hiervoor bewezen geachte handel in hennep sprake was van handel in de uitoefening van een beroep of bedrijf, volgt naar het oordeel van de rechtbank uit de uit het dossier blijkende grote frequentie en stelselmatigheid waarin verdachte en zijn medeverdachten zich met de handel in hennep bezig hielden en de grote bedragen die daarmee door een aantal van hen, eveneens blijkens het dossier, werden verdiend.

Criminele organisatie(149)

Van een criminele organisatie als bedoeld in artikel 11a van de Opiumwet kan worden gesproken, wanneer twee of meer daders een samenwerkingsverband vormen met een zekere duurzaamheid en structuur, welk samenwerkingsverband – voor zover hier relevant – het plegen van een misdrijf als bedoeld in artikel 11, derde lid en vijfde lid, van de Opiumwet tot oogmerk heeft.

De rechtbank overweegt hiertoe dat, op grond van hetgeen hiervoor onder de redengevende feiten is opgenomen en naar aanleiding daarvan is overwogen, een en ander in onderling verband en samenhang bezien, door verdachte en zijn broer gezamenlijk de inkoop van hennep werd geregeld en daartoe contacten met leveranciers van (‘natte’) hennep werden onderhouden, zoals de medeverdachte [medeverdachte 9]. De broers [achternaam] hebben tevens opdrachten gegeven aan medekampbewoners, te weten de medeverdachten [medeverdachte 5] en [medeverdachte 4] in verband met het vervoeren, bewerken van, verpakken van en in- en verkopen van de hennep. De gekochte partijen hennep werden in vuilniszakken vervoerd. De verkochte partijen hennep werden in sporttassen vervoerd. De partijen werden gedroogd en/of opgeslagen op een locatie op het kamp te Beverwijk in de schuur van de medeverdachte [medeverdachte 4] evenals op een locatie te Heemskerk in gebruik bij de medeverdachte [medeverdachte 10]. Ook uit de hiervoor weergegeven telefonische contacten tussen verdachte en zijn broer [medeverdachte 3] enerzijds en de medeverdachte [medeverdachte 5] anderzijds op 26 december 2009, blijkt van het georganiseerde verband waarin werd gehandeld. Immers toen aan verdachte en zijn broer was gebleken dat medeverdachte [medeverdachte 5] op eigen houtje, handel, te weten een partij hennep, trachtte te verkopen, werden verdachte en [medeverdachte 3] kwaad en hebben [medeverdacht 5] te kennen gegeven dat hij niet zonder hun toestemming mocht werken, terwijl zij hem voorts hebben gemaand de door hem meegenomen hennep terug te brengen.

Er was sprake van een nauwe samenwerking met een duidelijke rolverdeling in een duurzaam verband.

De verdachten [verdachte], [medeverdachte 3], [medeverdachte 5], [medeverdachte 4] en [medeverdachte 10] hebben zich dan ook structureel en gedurende – naar bij het onderzoek is gebleken tenminste - een periode van ongeveer vier maanden doelbewust beziggehouden met de bedrijfsmatige inkoop, verwerking en verkoop van grote hoeveelheden hennep. Daarbij hebben zij gebruikgemaakt van een grote klantenkring, verschillende telefoons, verschillende vervoermiddelen en verschillende opslagplaatsen/hennepdrogerijen. Hiermee is naar het oordeel van de rechtbank voldaan aan de omschrijving van een criminele organisatie als bedoeld in artikel 11a van de Opiumwet. Dat verdachte en zijn broer daarbij als leiders kunnen worden aangemerkt blijkt uit de hiervoor weergegeven redengevende omstandigheden.

Gelet op het voorgaande oordeelt de rechtbank dan ook dat de onder 1 en 2 ten laste gelegde feiten wettig en overtuigend bewezen kunnen worden.

Feit 3

Uit de verschillende in het kader van de verdenking van de handel in hennep verrichte onderzoek naar opgenomen en uitgeluisterde telefoongesprekken, bleek dat verdachte en zijn vriendin, [vriendin], uitgaven deden die niet passen bij het door hen bij de Belastingdienst opgegeven inkomen. Naar algemeen bekend en zo ook door de officier van justitie ter terechtzitting verwoord, gaat in de illegale handel in hennep jaarlijks zeer veel geld om en worden hiermee aanzienlijke geldbedragen verdiend. Gelet hierop is door de politie onderzoek gedaan naar de financiële positie van verdachte en diens vriendin over de periode na de invrijheidstelling van verdachte na het uitzitten van de aan hem opgelegde straf in de Pollux-zaak begin 2005. Dit onderzoek heeft geresulteerd in de vervolging van verdachte voor witwassen over de periode van 16 mei 2006 tot en met 1 februari 2010.

Bij het onderzoek heeft de politie zich geconcentreerd op de bij verdachte in bezit zijnde onroerende zaak (de bedrijfsunit aan de [adres bedrijfsunit]), de onder verdachte en zijn vriendin aangetroffen en/of door hen aangeschafte waardevolle goederen (zoals sieraden, horloge en kleding), overboekingen en contante stortingen op de bankrekening(en) van verdachte, de door verdachte en zijn vriendin gemaakte reizen en op de omtrent verdachte en zijn partner in het onderzoek bekend geworden (financiële) gegevens. De resultaten van het ingestelde onderzoek, zoals gerelateerd in het ten aanzien van verdachte opgemaakte proces-verbaal van bevindingen van witwassen,(150) komen er op neer dat verdachte en zijn vriendin in de onderzochte (en daarmee ook in de ten laste gelegde) periode voor een aanzienlijk bedrag aan uitgaven zouden hebben gedaan zonder dat hier gekende inkomsten tegenover stonden.

Uit de gegevens van de belastingdienst blijkt dat verdachte in de periode van 2005 tot en met 2008 een inkomen heeft gehad van in totaal € 45.640, alsmede dat zijn vriendin in diezelfde periode geen bekend inkomen heeft genoten. Over 2009 zijn van verdachte en zijn vriendin geen inkomsten bekend.(151) Dit brengt mee dat verdachte en zijn vriendin samen in de periode van 16 mei 2006 tot en met 1 februari 2010 in totaal ongeveer EUR 36.407,76 (€ 45.640,- verminderd met het inkomen over 2005 (€ 5.921,-) en verminderd met het inkomen over de maanden januari tot en met april 2006 (naar rato € 3.311,33)) aan legale inkomsten hebben gehad. Blijkens het proces-verbaal van bevindingen met betrekking tot witwassen dient bij deze inkomsten een bedrag van € 13.000,- te worden opgeteld dat verdachte in de ten laste gelegde periode in verband met een borg voor een loods heeft ontvangen.(152)

Tegenover deze inkomsten staan in de eerste plaats de door verdachte in de jaren 2007, 2008 en 2009 gedane contante stortingen op zijn rekening van in totaal € 29.659,51 en de in de jaren 2006 tot en met 2009 op zijn rekening gedane overboekingen van in totaal

€ 44.335,40.(153) Voorts staan daar tegenover de (waarde van de) tijdens de doorzoeking onder verdachte in beslaggenomen goederen, zoals sieraden en een horloge van het merk Chopard met een totale (geschatte) waarde van ongeveer € 80.000,-.(154) Verder blijkt uit het onderzoek dat de vriendin van verdachte in de periode van 16 mei 2006 tot en met 25 januari 2010 voor een totaalbedrag van € 25.716,- aan diverse kleding en accessoires heeft gekocht bij de Louis Vuitton-filialen te Amsterdam en Knokke (België) en dat zij daarbij steeds contant betaalde.(155) Dat ook verdachte kleding van het merk Louis Vuitton kocht, blijkt onder meer uit een tapgesprek waarin verdachte aan diens broer, medeverdachte [medeverdachte 3], vertelde dat hij in Antwerpen een jas heeft gekocht die ‘er behoorlijk in heeft gehakt’(156) en de omstandigheid dat bij de doorzoeking van de woning van verdachte een herenjas is aangetroffen van het merk Louis Vuitton.(157) Ook hebben verdachte en zijn vriendin, zo blijkt uit het verrichtte onderzoek, in 2006 en 2007 een tweetal reizen naar Oostenrijk en Spanje geboekt en gemaakt van in totaal € 1.690,54,(158) blijkt uit de onder verdachte aangetroffen foto’s van vakantiebestemmingen dat verdachte en zijn vriendin in 2006 en 2007 reizen hebben gemaakt naar Kenia, de Dominicaanse Republiek en tweemaal naar Curaçao(159) en heeft de vriendin van verdachte in de periode van 24 juli 2009 en 7 november 2009 bij de winkel Sterre en Tijl voor een contant bedrag van in totaal € 4.784,95 aan babyartikelen gekocht(160) en in de periode van 11 juni 2009 en 18 september 2009 bij het bedrijf Babypark Kesteren voor een contant bedrag van in totaal € 2.105,46.(161)

Op 27 september 2007 werd van de bankrekening van verdachte een bedrag van € 53.000,- overgemaakt ten behoeve van de aankoop van de bedrijfsunit op de [adres] in Beverwijk. Kort daarvoor was door [betrokkene] (hierna: [betrokkene]) een bedrag van € 30.000,- op de rekening van verdachte overgemaakt.(162) Dit bedrag betrof volgens verdachte een lening. Gevraagd naar deze lening aan verdachte, heeft [betrokkene] (onder meer bij de politie en als getuige bij de rechter-commissaris) wisselend verklaard en steeds een iets ander motief voor de lening gegeven. Gelet hierop acht de rechtbank onaannemelijk dat het betreffende geldbedrag daadwerkelijk een lening aan verdachte betrof. Nu verdachte overigens geen verklaring voor de herkomst van dit geldbedrag heeft gegeven, is de rechtbank met de officier van justitie van oordeel dat moet worden aangenomen dat het betreffende bedrag van verdachte afkomstig is en dat deze [betrokkene] het geld voor verdachte op diens rekening heeft gestort. Tevens heeft verdachte een tweetal bedragen van

€ 3.000,- en € 5.000,- aan [betrokkene] betaald.(163)

Voormelde feiten en omstandigheden zijn van dien aard dat de rechtbank van oordeel is dat dit zonder meer een vermoeden van witwassen oplevert. Gelet hierop en in aanmerking genomen voornoemde feiten en omstandigheden, mocht van verdachte worden verwacht dat hij een concrete, min of meer verifieerbare, en niet op voorhand hoogst onwaarschijnlijke verklaring omtrent de herkomst van de door hem en zijn vriendin aan die aangeschafte waardevolle goederen en gemaakte reizen bestede gelden en de herkomst van de op de rekening van verdachte gedane contante stortingen en overboekingen zou geven. Verdachte heeft zich evenwel tegenover de politie in de onderzoeksfase en vervolgens ter terechtzitting grotendeels op zijn zwijgrecht beroepen en geen (afdoende) verklaring gegeven.

Door en namens verdachte is aangevoerd dat hij naast het bij de Belastingdienst opgegeven inkomen ook inkomsten heeft gehad uit de handel in diverse goederen, zoals sieraden en auto’s en de vrijval van een flexlening van € 15.000,-. Nu verdachte dit verweer echter op geen enkele wijze (deugdelijk) heeft onderbouwd, is naar het oordeel van de rechtbank niet gebleken dat verdachte (noemenswaardige) inkomsten uit de gestelde handel heeft gehad, zodat niet aannemelijk is dat voormelde uitgaven en stortingen uit gekende inkomsten zijn gedaan. De rechtbank verwerpt dan ook het verweer van verdachte dat de contante stortingen op de rekening van verdachte (van in totaal € 29.659,51) en de gedane overboekingen (ten bedrage van € 44.335,40) niet buitensporig zijn en passen bij het reguliere inkomen van verdachte uit de handel in diverse goederen. Ditzelfde geldt voor het verweer van verdachte dat de aanschaf van de bedrijfsunit aan de [adres bedrijfsunit] (naast de gestelde lening van verdachte van [betrokkene] van € 30.000,-) voor het overige (te weten € 23.000,-) uit het reguliere inkomen van verdachte is betaald en dat de door hem contant aan [betrokkene] (terug)betaalde bedragen van € 3.000,- en € 5.000,- eveneens uit de gekende inkomsten van verdachte kan worden verklaard.

Met betrekking tot de onder verdachte en zijn vriendin aangetroffen sieraden, heeft verdachte aangevoerd dat deze toebehoren aan ene [betrokkene 3]. Deze sieraden had verdachte geleend of in consignatie, teneinde daarvoor kopers te zoeken, aldus verdachte. Ook dit verweer faalt, nu verdachte, ondanks daartoe in de gelegenheid gesteld te zijn geweest, deze stelling op geen enkele wijze met concrete feiten en omstandigheden heeft onderbouwd. Ditzelfde geldt voor het verweer van verdachte dat de aangetroffen kleding, babyartikelen en accessoires mede zijn bekostigd door de familie van verdachte. Daarvoor acht de rechtbank mede van belang dat de vader en de broer van verdachte, medeverdachten [medeverdachte 1] en [medeverdachte 3], zich eveneens aan de handel in hennep en (samen met hun respectievelijke partner en vriendin aan) gewoontewitwassen schuldig hebben gemaakt terwijl zij nauwelijks legale inkomsten hadden, zodat aannemelijk is dat ook de mogelijk door hen bekostigde zaken betaald zijn met uit misdrijf verkregen geld.

Bij gebreke aan een afdoende, concrete verklaring voor de herkomst van de gelden en goederen, is het oordeel gerechtvaardigd dat verdachte ten behoeve van hemzelf en zijn vriendin geldbedragen en/of goederen (de bedrijfsunit aan de [adres bedrijfsunit], sieraden, horloges, kleding en accessoires, babyartikelen en de met die gelden geboekte reizen) heeft verworven, gebruikt en/of voorhanden heeft gehad, waarvan het niet anders kan dan dat dit/deze van misdrijf afkomstig is/zijn. Met betrekking tot de herkomst van de bedrijfsunit aan de [adres bedrijfsunit] heeft verdachte verhuld en/of verborgen dat een deel van het geld daarvoor niet van [betrokkene] afkomstig was, maar van hemzelf. Bij dit alles acht de rechtbank van belang dat verdachte, gelet op hetgeen hiervoor ten aanzien van feit 1 is overwogen, betrokken is (geweest) bij de illegale handel in hennep, waarbij (zoals hiervoor reeds is overwogen naar algemeen bekend is) zeer veel geld om gaat en waarmee aanzienlijke geldbedragen worden verdiend.

Nu het witwassen een zeer lange periode, namelijk meer dan twee jaren, betreft, acht de rechtbank gewoontewitwassen bewezen.

De rechtbank acht voorts het medeplegen van gewoontewitwassen bewezen, omdat het – naar haar oordeel – niet anders kan dan dat de vriendin van verdachte, [vriendin], (met wie verdachte samenwoont en een kind heeft), gelet op de betrekkelijk geringe legale inkomstenbronnen van haarzelf en van verdachte in de bewezen verklaarde periode, moet hebben geweten dat de in de bewezenverklaring genoemde vakanties en aangeschafte waardevolle goederen betaald zijn met van misdrijf afkomstig geld.

Feit 4

Op 1 februari 2010 werd op het adres van verdachte, [adres verdachte] te Beverwijk, ter inbeslagneming binnengetreden en aansluitend een doorzoeking verricht. Er werd op het dak van de woonwagen van de buren van verdachte een vuistvuurwapen, zijnde een pistool van het merk Glock, model 19, kaliber 9 x 19 mm aangetroffen en in beslag genomen. Het wapen is geschikt om projectielen door een loop af te schieten. De werking van het voorwerp berust op het teweegbrengen van een scheikundige ontploffing. Derhalve is dit pistool een vuurwapen in de zin van artikel 1, onder 3, gelet op artikel 2, lid 1 categorie III onder 1 van de WWM.(164) Bij het vuurwapen werden 20 scherpe patronen aangetroffen van het kaliber 9 x 19 mm. 12 patronen zaten in een van de twee bijgevoegde patroonhouders. Het betrof hier volmantelpatronen. Op de hulsbodem van de patronen is het merk MFS vermeld. Het betreft hier munitie als bedoeld in artikel 1 lid 4 van de WWM.(165)

Verdachte heeft op 3 februari 2010 bij de politie een bekennende verklaring afgelegd betreffende het onder 4 ten laste gelegde feit.(166)

4.3. Bewezenverklaring

Gezien het bovenstaande acht de rechtbank wettig en overtuigend bewezen dat verdachte de ten laste gelegde feiten heeft begaan, in dier voege dat:

feit 1:

hij op meer tijdstippen in de periode van 13 oktober 2009 tot en met 1 februari 2010 te Beverwijk en/of Heemskerk en/of Amsterdam en/of elders in Nederland, tezamen en in vereniging met anderen, meermalen opzettelijk heeft bewerkt, verwerkt, verkocht, afgeleverd, verstrekt en/of vervoerd telkens een grote hoeveelheid, als bedoeld in artikel 11 lid 5 Opiumwet, hennep, zijnde een middel vermeld op de bij de Opiumwet behorende lijst II,

terwijl verdachte en zijn mededaders bovenomschreven feiten hebben gepleegd in de uitoefening van een beroep of bedrijf;

feit 2:

hij op meer tijdstippen gelegen in de periode van 13 oktober 2009 tot en met 1 februari 2010 te Beverwijk en Amsterdam en elders in Nederland, heeft deelgenomen aan een organisatie, die bestond uit een samenwerkingsverband van verdachte en andere natuurlijke personen, welke organisatie tot oogmerk had het plegen van misdrijven, namelijk het in de uitoefening van een beroep of bedrijf bewerken, verwerken, verkopen, afleveren, verstrekken en vervoeren van middelen als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst II terwijl hij, verdachte, een van de leiders van deze organisatie was;

feit 3:

hij op meer tijdstippen gelegen in de periode van 16 mei 2006 tot en met 1 februari 2010, te Beverwijk en/of elders in Nederland, telkens tezamen en in vereniging met een ander, althans alleen, van het plegen van witwassen een gewoonte heeft gemaakt, immers heeft/hebben verdachte en/of zijn mededader telkens

- van onderstaand(e) voorwerp(en) de werkelijke herkomst verborgen en/of verhuld, en/of

- onderstaand(e) voorwerp(en) verworven en/of voorhanden gehad en/of overgedragen en/of omgezet of van genoemd(e) voorwerp(en) gebruik gemaakt,

te weten:

- onroerend goed, te weten een bedrijfsunit aan de [adres bedrijfsunit] en

- contante betalingen van 5.000 euro en 3.000 euro aan [betrokkene] en een overmaking van 30.000 euro op rekening van [verdachte] door [betrokkene] en

- geldbedragen van in totaal ongeveer 29.659,51 euro aan contante stortingen en 44.335,40 euro aan overboekingen en

- meerdere vakanties en/of reizen naar het buitenland, waaronder Kenia en Spanje en de Dominicaanse Republiek en Curaçao en Oostenrijk, althans tickets/vouchers voor de reis naar en het verblijf op deze bestemming(en) en

- sieraden en horloges van o.a. het merk Chopard

- (merk)kleding en accessoires, o.a van het merk Louis Vuitton en

- babyartikelen van o.a babypark Kesteren en/of Sterre & Tijl,

terwijl verdachte en/of verdachtes mededader telkens wist(en) dat die voorwerpen - onmiddellijk of middellijk - afkomstig waren uit enig misdrijf;

feit 4:

hij op 1 februari 2010 te Beverwijk een wapen van categorie III, te weten een vuurwapen, merk Glock, model 19, kaliber 9 x 19 mm, en munitie van categorie III, te weten 20 patronen, merk MFS, voorhanden heeft gehad.

Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, leest de rechtbank de tenlastelegging verbeterd. Blijkens het verhandelde op de terechtzitting is de verdachte daardoor niet geschaad in zijn verdediging.

Hetgeen aan verdachte onder de feiten 1, 2, 3 en 4 meer of anders is ten laste gelegd dan hier als bewezen is aangenomen, is niet bewezen. De verdachte moet hiervan worden vrijgesproken.

5. Strafbaarheid van de feiten

Het bewezen verklaarde levert op:

- ten aanzien van feit 1:

medeplegen van in de uitoefening van een beroep of bedrijf opzettelijk handelen in strijd met een in artikel 3 onder B van de Opiumwet gegeven verbod, terwijl het feit betrekking heeft op een grote hoeveelheid van het middel, meermalen gepleegd;

- ten aanzien van feit 2:

als leider deelnemen aan een organisatie die tot oogmerk heeft het plegen van misdrijven als bedoeld in artikel 11, derde lid, van de Opiumwet;

- ten aanzien van feit 3:

van het plegen van witwassen een gewoonte maken;

- ten aanzien van feit 4:

handelen in strijd met artikel 26, eerste lid, van de Wet wapens en munitie en het feit begaan met betrekking tot een vuurwapen van categorie III,

en

handelen in strijd met artikel 26, eerste lid, van de Wet wapens en munitie.

6. Strafbaarheid van verdachte

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluit. Verdachte is dus strafbaar.

7. Motivering van sancties

7.1. Hoofdstraf

Bij de beslissing over de straf die aan verdachte moeten worden opgelegd, heeft de rechtbank zich laten leiden door de aard en de ernst van het bewezen verklaarde en de omstandigheden waaronder dit is begaan, alsmede de persoon van verdachte zoals van een en ander uit het onderzoek ter terechtzitting is gebleken.

In het bijzonder heeft de rechtbank het volgende in aanmerking genomen.

Verdachte heeft zich in de uitoefening van een beroep of bedrijf gedurende de onderzochte periode van ongeveer vier maanden samen met zijn broer en andere personen, waaronder medebewoners van het woonwagenkamp aan de [straat] in Beverwijk, schuldig gemaakt aan de handel in hennep. Hij heeft samen met zijn broer in de periode van 13 oktober 2009 tot 1 februari 2010 op grote schaal hennep ingekocht bij leveranciers en na droging daarvan verkocht aan verschillende afnemers. Zowel op het woonwagenkamp aan de [straat] te Beverwijk als op een woonwagenkamp te Heemskerk werd ‘natte’ hennep gedroogd en ten behoeve van de handel.

Verdachte heeft gedurende deze periode met zijn broer een leidinggevende rol vervuld in de criminele organisatie die zich op grote schaal met deze handel bezighield, waarbij zijn rol – naar uit de bewijsmiddelen blijkt – groter was dan die van zijn broer.

Hennep bevat de stof THC, die gezondheidsrisico’s voor gebruikers kan opleveren. Mede om die reden heeft de wetgever het telen van hennep en de handel daarin verboden. Met de handel in hennep in de omvang waarvan hier sprake was, worden grote criminele winsten behaald. Voorts gaat dergelijke hennephandel vaak gepaard met andere vormen van criminaliteit, zoals belastingontduiking en geweldsdelicten, soms van ernstige aard.

Om al deze redenen is er aanleiding om tegen deze vorm van criminaliteit krachtig op te treden door het opleggen van vrijheidsbenemende straffen van langere duur.

Verdachte, die in het verleden al eens wegens de handel in hennep tot een deels onvoorwaardelijke vrijheidsstraf en een werkstraf is veroordeeld, heeft zich in het voorbereidende onderzoek hoofdzakelijk en op de terechtzitting geheel op zijn zwijgrecht beroepen. Hij heeft er daarmee geen blijk van gegeven het ernstig laakbare van zijn handelen in te zien. Dientengevolge kan de rechtbank niet anders dan concluderen dat verdachte die – naar hij ter terechtzitting heeft verklaard – zelf geen hennep gebruikt met voorbijzien aan de gezondheidsrisico’s voor de gebruikers van hennep louter uit geldelijk gewin zich aan deze in het kader van een criminele organisatie gepleegde criminele activiteiten heeft schuldig gemaakt. De rechtbank rekent het verdachte zwaar aan dat hij in herhaling is vervallen en dat hij bovendien voor deze feiten geen verantwoordelijkheid heeft willen nemen, zodat voor herhaling ernstig moet worden gevreesd.

Voorts heeft verdachte zich in de periode van 16 mei 2006 tot en met 1 februari 2010 schuldig gemaakt aan gewoontewitwassen. Door aldus te handelen heeft verdachte er telkens aan meegewerkt dat opbrengsten van mede door hem zelf gepleegde misdrijven aan het zicht van justitie worden onttrokken, hetgeen een ernstige aantasting van de integriteit van het financieel en economisch bestel betekent. Verdachte heeft zich daardoor bovendien op illegale wijze een groot financieel voordeel verschaft.

Ten slotte heeft verdachte een levensbedreigend vuurwapen, te weten een pistool van het merk Glock met twintig bijbehorende patronen, voorhanden gehad. Het ongecontroleerde bezit van dit soort wapens en munitie brengt een onaanvaardbaar risico voor de veiligheid van personen met zich mee, en veroorzaakt gevoelens van onveiligheid in de maatschappij. Dat klemt temeer, nu verdachte kennelijk deel uitmaakt van een milieu dat zich bezighoudt met de hennephandel, in welk milieu – naar algemeen bekend is – het gebruik van levensbedreigende vuurwapens niet wordt geschuwd.

Op grond van al het vorenoverwogene is de rechtbank van oordeel dat - mede ter voorkoming van herhaling van soortgelijke misdrijven - geen andere straf dan een die langdurige vrijheidsbeneming meebrengt, dient te worden opgelegd.

7.2. Verbeurdverklaring

De rechtbank is van oordeel dat de onder verdachte in beslag genomen en niet teruggegeven voorwerpen, te weten de Volkswagen Golf met kenteken [kenteken 2] en de Opel Combo met kenteken [kenteken 1] dienen te worden verbeurd verklaard. Uit het onderzoek op de terechtzitting is gebleken dat de onder 1 en 2 bewezen verklaarde feiten met behulp van die auto’s zijn begaan of voorbereid.

De rechtbank overweegt hierbij nog het volgende.

Een in beslag genomen voorwerp kan verbeurd verklaard worden indien het voorwerp ten tijde van de berechting toebehoort aan een derde te kwader trouw. Uit artikel 33a, tweede lid onder a, van het Wetboek van Strafrecht volgt dat degene aan wie het voorwerp toebehoort, bekend moet zijn geweest met het gebruik of de bestemming van het voorwerp in verband met het gepleegde strafbare feit óf dit redelijkerwijs had kunnen vermoeden.

De Opel Combo [kenteken 1] staat – zo is uit het onderzoek gebleken – op naam van een persoon genaamd [betrokkene 4] en de Volkswagen Golf [kenteken 2] staat – zo is tevens uit het onderzoek gebleken – op naam van een persoon genaamd [betrokkene 5].

Uit het dossier komt naar voren dat [betrokkene 4] heeft erkend te hebben opgetreden als zogenoemde ‘katvanger’. [betrokkene 5] heeft verklaard ‘niet te kunnen zeggen hoe het precies in elkaar zit omdat hij zichzelf en anderen niet in diskrediet wilde brengen'.

Zowel uit het verhandelde ter terechtzitting als uit het dossier is gebleken dat verdachte feitelijk de beschikking had over de genoemde vervoersmiddelen. De rechtbank oordeelt dan ook dat hier sprake is geweest van papieren constructies, teneinde de werkelijke eigenaar van de voorwerpen te verhullen. De rechtbank concludeert dat [betrokkene 4] feitelijk geen eigenaar was van de auto, gekentekend [kenteken 1] en dat [betrokkene 5] wist of in ieder geval redelijkerwijs had moeten vermoeden dat verdachte – voor zover hij al daadwerkelijk eigenaar was van de auto, gekentekend [kenteken 2] deze auto gebruikte voor het plegen van strafbare feiten.

8. Toepasselijke wettelijke voorschriften

De volgende wetsartikelen zijn van toepassing:

33, 33a, 47, 57, 420bis en 420ter van het Wetboek van Strafrecht;

3, 11 en 11a van de Opiumwet;

26 en 55 van de Wet wapens en munitie.

9. Beslissing

De rechtbank:

Verklaart bewezen dat verdachte de ten laste gelegde feiten heeft begaan zoals hiervoor onder 4.3. weergegeven.

Verklaart niet bewezen wat aan verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven als bewezen is aangenomen en spreekt verdachte daarvan vrij.

Bepaalt dat de bewezen verklaarde feiten de hierboven onder 5. vermelde strafbare feiten opleveren.

Verklaart verdachte hiervoor strafbaar.

Veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van VEERTIG (40) MAANDEN.

Bepaalt dat de tijd die verdachte vóór de tenuitvoerlegging van dit vonnis in verzekering en voorlopige hechtenis heeft doorgebracht, bij de tenuitvoerlegging van de thans opgelegde gevangenisstraf in mindering wordt gebracht, voor zover die tijd niet reeds op een andere straf in mindering is gebracht.

Verklaart verbeurd:

11) 1.00 STK Personenauto [kenteken 2] VOLKSWAGEN golf; en

12) 1.00 STK Personenauto [kenteken 1] OPEL combo.

Voetnoten:

1) De door de rechtbank in de voetnoten als proces-verbaal aangeduide bewijsmiddelen zijn in de wettelijke vorm opgemaakt door personen die daartoe bevoegd zijn en voldoen ook overigens aan de daaraan bij wet gestelde eisen. De opgenomen schriftelijke stukken worden slechts gebruikt in samenhang met de overige bewijsmiddelen.

2) Het proces-verbaal van startdocument onderzoek 12YMKEVER d.d. 7 september 2009 met bijlagen (zaakdossier algemeen, pagina’s 229 e.v.).

3) Het proces-verbaal van nummering [straat] Beverwijk ivm MMA-melding d.d. 27 januari 2010 met bijlage (zaaksdossier algemeen, pagina 243).

4) Het proces-verbaal van relaas bevindingen deelonderzoek Telecommunicatie d.d. 3 maart 2010 (zaaksdossier algemeen, pagina’s 301 e.v.); zie tevens de dossiermappen ‘Tappv’s’ betreffende verschillende telefoonlijnen.

5) Het proces-verbaal van Relaas deelonderzoek Observatie d.d. 12 april 2010 (zaaksdossier algemeen, pagina’s 317 e.v.); zie tevens de dossiermappen ‘Observaties’.

6) Het proces-verbaal van Stemherkenning [verdachte] gebruiker van telefoonnummers [vast nummer 1], [mobiel nummer 1], [mobiel nummer 2], [mobiel nummer 3], [mobiel nummer 4], [mobiel nummer 5] d.d. 30 november 2009 (persoonsdossier VE2[a], pagina 400 e.v.).

7) Het zaaksdossier softdrugs (bestaande uit mappen 1 en 1a).

8) Het proces-verbaal transactie softdrugs 18-10-2009 d.d. 29 december 2009 (zaaksdossier softdrugs, pagina 294).

9) Het proces-verbaal transactie softdrugs 18-10-2009 d.d. 29 december 2009 (zaaksdossier softdrugs, pagina 295).

10) Het proces-verbaal van handel in softdrugs 21-10-2009 d.d. 25 december 2009 (zaaksdossier softdrugs, pagina 299).

11) Het proces-verbaal van handel in softdrugs 21-10-2009 d.d. 25 december 2009 (zaaksdossier softdrugs, pagina’s 299 en 300).

12) Het proces-verbaal van handel in softdrugs 21-10-2009 d.d. 25 december 2009 (zaaksdossier softdrugs, pagina 300).

13) Het proces-verbaal van handel in softdrugs 21-10-2009 d.d. 25 december 2009 (zaaksdossier softdrugs, pagina 301).

14) Het proces-verbaal van handel in softdrugs 21-10-2009 d.d. 25 december 2009 (zaaksdossier softdrugs, pagina 301).

15) Het proces-verbaal van handel in softdrugs 21-10-2009 d.d. 25 december 2009 (zaaksdossier softdrugs, pagina 302).

16) Het proces-verbaal van handel in softdrugs 21-10-2009 d.d. 25 december 2009 (zaaksdossier softdrugs, pagina 303).

17) Het proces-verbaal van handel in softdrugs 21-10-2009 d.d. 25 december 2009 (zaaksdossier softdrugs, pagina 303).

18) Het proces-verbaal van handel in softdrugs 21-10-2009 d.d. 25 december 2009 (zaaksdossier softdrugs, pagina’s 304 en 305).

19) Het proces-verbaal van handel in softdrugs 21-10-2009 d.d. 25 december 2009 (zaaksdossier softdrugs, pagina 306).

20) Het proces-verbaal van handel in softdrugs 21-10-2009 d.d. 25 december 2009 (zaaksdossier softdrugs, pagina 307).

21) Het proces-verbaal van softdrugs transactie op 31 oktober 2009 d.d. 16 februari 2010 (zaaksdossier softdrugs, pagina 374).

22) Het proces-verbaal van softdrugstransactie op 23 oktober 2009 d.d. 23 februari 2010 (zaaksdossier softdrugs, pagina 339).

23) Het proces-verbaal van softdrugstransactie op 23 oktober 2009 d.d. 23 februari 2010 (zaaksdossier softdrugs, pagina 340).

24) Het proces-verbaal van softdrugstransactie op 23 oktober 2009 d.d. 23 februari 2010 (zaaksdossier softdrugs, pagina 341).

25) Het proces-verbaal van softdrugstransactie op 23 oktober 2009 d.d. 23 februari 2010 (zaaksdossier softdrugs, pagina 342).

26) Het proces-verbaal van softdrugs transactie 27-10-2009 d.d. 19 januari 2010 (zaaksdossier softdrugs, pagina 344).

27) Het proces-verbaal van softdrugs transactie 27-10-2009 d.d. 19 januari 2010 (zaaksdossier softdrugs, pagina’s 344 en 345).

28) Het proces-verbaal van softdrugs transactie 27-10-2009 d.d. 19 januari 2010 (zaaksdossier softdrugs, pagina 345).

29) Het proces-verbaal van softdrugs transactie 27-10-2009 d.d. 19 januari 2010 (zaaksdossier softdrugs, pagina 346).

30) Het proces-verbaal van softdrugs transactie op 29 oktober 2009 d.d. 26 december 2009 met bijlagen (zaaksdossier softdrugs, pagina 348).

31) Het proces-verbaal van softdrugs transactie op 29 oktober 2009 d.d. 26 december 2009 met bijlagen (zaaksdossier softdrugs, pagina 349).

32) Het proces-verbaal van softdrugs transactie op 29 oktober 2009 d.d. 26 december 2009 met bijlagen (zaaksdossier softdrugs, pagina 350).

33) Het proces-verbaal van softdrugs transactie op 29 oktober 2009 d.d. 26 december 2009 met bijlagen (zaaksdossier softdrugs, pagina’s 350 en 351).

34) Het proces-verbaal van softdrugs transactie op 31 oktober 2009 d.d. 16 februari 2010 (zaaksdossier softdrugs, pagina 369).

35) Het proces-verbaal van softdrugs transactie op 31 oktober 2009 d.d. 16 februari 2010 (zaaksdossier softdrugs, pagina 371).

36) Het proces-verbaal van softdrugs transactie op 31 oktober 2009 d.d. 16 februari 2010 (zaaksdossier softdrugs, pagina 372).

37) Het proces-verbaal van softdrugs transactie op 31 oktober 2009 d.d. 16 februari 2010 (zaaksdossier softdrugs, pagina 372).

38) Het proces-verbaal van softdrugs transactie op 31 oktober 2009 d.d. 16 februari 2010 (zaaksdossier softdrugs, pagina 373).

39) Het proces-verbaal van softdrugs transactie op 31 oktober 2009 d.d. 16 februari 2010 (zaaksdossier softdrugs, pagina 373).

40) Het proces-verbaal van softdrugs transactie op 31 oktober 2009 d.d. 16 februari 2010 (zaaksdossier softdrugs, pagina 374).

41) Het proces-verbaal van softdrugs transactie op 5 november 2009 d.d. 24 december 2009 met bijlagen (zaaksdossier softdrugs, pagina 377).

42) Het proces-verbaal van softdrugs transactie op 5 november 2009 d.d. 24 december 2009 met bijlagen (zaaksdossier softdrugs, pagina’s 377 en 378).

43) Het proces-verbaal van softdrugs transactie op 5 november 2009 d.d. 24 december 2009 met bijlagen (zaaksdossier softdrugs, pagina 378).

44) Het proces-verbaal van softdrugs transactie op 5 november 2009 d.d. 24 december 2009 met bijlagen (zaaksdossier softdrugs, pagina 379).

45) Het proces-verbaal van softdrugs transactie op 5 november 2009 d.d. 24 december 2009 met bijlagen (zaaksdossier softdrugs, pagina 380).

46) Het proces-verbaal van softdrugs transactie op 5 november 2009 d.d. 24 december 2009 met bijlagen (zaaksdossier softdrugs, pagina 380).

47) Het proces-verbaal van softdrugs transactie op 5 november 2009 d.d. 24 december 2009 met bijlagen (zaaksdossier softdrugs, pagina 380).

48) Het proces-verbaal van softdrugs transactie op 5 november 2009 d.d. 24 december 2009 met bijlagen (zaaksdossier softdrugs, pagina 381).

49) Het proces-verbaal van softdrugs transactie op 5 november 2009 d.d. 24 december 2009 met bijlagen (zaaksdossier softdrugs, pagina’s 381 en 382).

50) Het proces-verbaal van verhoor van [medeverdachte 5] d.d. 1 februari 2010 (persoonsdossier VE5, pagina 54).

51) Het proces-verbaal van verhoor van [medeverdachte 5] d.d. 2 februari 2010 (persoonsdossier VE5, pagina 70).

52) Het proces-verbaal van softdrugstransactie 27-11-09 d.d. 6 april 2010 (zaaksdossier softdrugs, pagina 470).

53) Het proces-verbaal van softdrugstransactie 27-11-09 d.d. 6 april 2010 (zaaksdossier softdrugs, pagina’s 470 en 471).

54) Het proces-verbaal van softdrugstransactie 27-11-09 d.d. 6 april 2010 (zaaksdossier softdrugs, pagina 470).

55) Het proces-verbaal van softdrugstransactie 27-11-09 d.d. 6 april 2010 (zaaksdossier softdrugs, pagina 470).

56) Het proces-verbaal van softdrugstransactie 27-11-09 d.d. 6 april 2010 (zaaksdossier softdrugs, pagina 471).

57) Het proces-verbaal van softdrugstransactie 27-11-09 d.d. 6 april 2010 (zaaksdossier softdrugs, pagina 472).

58) Het proces-verbaal van softdrugstransactie op 01 december 2009, nr 2, d.d. 27 januari 2010 (zaaksdossier softdrugs, pagina 489).

59) Het proces-verbaal van softdrugstransactie op 01 december 2009, nr 2, d.d. 27 januari 2010 (zaaksdossier softdrugs, pagina 490).

60) Het proces-verbaal van softdrugstransactie op 01 december 2009, nr 2, d.d. 27 januari 2010 (zaaksdossier softdrugs, pagina 490).

61) Het proces-verbaal van softdrugstransactie op 01 december 2009, nr 2, d.d. 27 januari 2010 (zaaksdossier softdrugs, pagina 491).

62) Het proces-verbaal van softdrugs transactie op 8 december 2009 d.d. 11 februari 2010 met bijlage (zaaksdossier softdrugs, pagina 533).

63) Het proces-verbaal van softdrugs transactie op 8 december 2009 d.d. 11 februari 2010 met bijlage (zaaksdossier softdrugs, pagina 534).

64) Het proces-verbaal van softdrugs transactie op 8 december 2009 d.d. 11 februari 2010 met bijlage (zaaksdossier softdrugs, pagina’s 534 en 535).

65) Het proces-verbaal van softdrugs transactie op 8december 2009 d.d. 11 februari 2010 met bijlage (zaaksdossier softdrugs, pagina 535).

66) Het proces-verbaal van softdrugs transactie op 8 december 2009 d.d. 11 februari 2010 met bijlage (zaaksdossier softdrugs, pagina 537).

67) Het proces-verbaal van softdrugs transactie op 8 december 2009 d.d. 11 februari 2010 met bijlage (zaaksdossier softdrugs, pagina 537).

68) Het proces-verbaal van softdrugs transactie op 8 december 2009 d.d. 11 februari 2010 met bijlage (zaaksdossier softdrugs, pagina 538).

69) Het proces-verbaal van softdrugs transactie op 8 december 2009 d.d. 11 februari 2010 met bijlage (zaaksdossier softdrugs, pagina 538).

70) Het proces-verbaal van softdrugs transactie op 8 december 2009 d.d. 11 februari 2010 met bijlage (zaaksdossier softdrugs, pagina’s 538 en 539).

71) Het proces-verbaal van softdrugs transactie op 8 5 november 2009 d.d. 24 december 2009 met bijlage (zaaksdossier softdrugs, pagina 539 en 540).

72) Het proces-verbaal van softdrugs transactie op 5 november 2009 d.d. 24 december 2009 met bijlage (zaaksdossier softdrugs, pagina 540).

73) Het proces-verbaal van softdrugs transactie op 5 november 2009 d.d. 24 december 2009 met bijlage (zaaksdossier softdrugs, pagina’s 540 en 541).

74) Het proces-verbaal van softdrugs transactie op 5 november 2009 d.d. 24 december 2009 met bijlage (zaaksdossier softdrugs, pagina 541).

75) Het proces-verbaal van softdrugs transactie op 5 november 2009 d.d. 24 december 2009 met bijlage (zaaksdossier softdrugs, pagina 542).

76) Het proces-verbaal van softdrugs transactie op 10 december 2009 d.d. 4 januari 2010 met bijlage (zaaksdossier softdrugs, pagina 562).

77) Het proces-verbaal van softdrugs transactie op 10 december 2009 d.d. 4 januari 2010 met bijlage (zaaksdossier softdrugs, pagina 563).

78) Het proces-verbaal van softdrugs transactie op 10 december 2009 d.d. 4 januari 2010 met bijlage (zaaksdossier softdrugs, pagina 564).

79) Het proces-verbaal van softdrugs transactie op 10 december 2009 d.d. 4 januari 2010 met bijlage (zaaksdossier softdrugs, pagina 563).

80) Het proces-verbaal van softdrugs transactie op 10 december 2009 d.d. 4 januari 2010 met bijlage (zaaksdossier softdrugs, pagina 564).

81) Het proces-verbaal van softdrugs transactie op 10 december 2009 d.d. 4 januari 2010 met bijlage (zaaksdossier softdrugs, pagina 565).

82) Het proces-verbaal van softdrugs transactie op 10 december 2009 d.d. 4 januari 2010 met bijlage (zaaksdossier softdrugs, pagina 565).

83) Het proces-verbaal van softdrugs transactie op 10 december 2009 d.d. 4 januari 2010 met bijlage (zaaksdossier softdrugs, pagina’s 565 en 566).

84) Het proces-verbaal van softdrugs transactie op 10 december 2009 d.d. 4 januari 2010 met bijlage (zaaksdossier softdrugs, pagina 566).

85) Het proces-verbaal van softdrugs transactie op 10 december 2009 d.d. 4 januari 2010 met bijlage (zaaksdossier softdrugs, pagina’s 566 en 567).

86) Het proces-verbaal van softdrugs transactie op 10 december 2009 d.d. 4 januari 2010 met bijlage (zaaksdossier softdrugs, pagina 567).

87) Het proces-verbaal van softdrugs transactie (poging) op 26 december 2009 d.d. 14 april 2010 (zaaksdossier softdrugs, pagina 617).

88) Het proces-verbaal van softdrugs transactie (poging) op 26 december 2009 d.d. 14 april 2010 (zaaksdossier softdrugs, pagina 618).

89) Het proces-verbaal van verhoor van [medeverdachte 5] d.d. 1 februari 2010 (persoonsdossier VE5, pagina 57).

90) Het proces-verbaal van verhoor van [medeverdachte 5] d.d. 1 februari 2010 (persoonsdossier VE5, pagina’s 57 en 58); het proces-verbaal van softdrugs transactie (poging) op 26 december 2009 d.d. 14 april 2010 (zaaksdossier softdrugs, pagina’s 618 en 619).

91) Het proces-verbaal van softdrugtransactie 13 januari 2010 d.d. 29 maart 2010 (zaaksdossier softdrugs, pagina’s 622 en 623).

92) Het proces-verbaal van softdrugtransactie 13 januari 2010 d.d. 29 maart 2010 (zaaksdossier softdrugs, pagina 623).

93) Het proces-verbaal van softdrugtransactie 13 januari 2010 d.d. 29 maart 2010 (zaaksdossier softdrugs, pagina 624).

94) Het proces-verbaal van softdrugs transactie op 20 januari 2010 d.d. 10 februari 2010 met bijlagen (zaaksdossier softdrugs, pagina’s 657 en 658).

95) Het proces-verbaal van softdrugs transactie op 20 januari 2010 d.d. 10 februari 2010 met bijlagen (zaaksdossier softdrugs, pagina 658).

96) Het proces-verbaal van softdrugs transactie op 20 januari 2010 d.d. 10 februari 2010 met bijlagen (zaaksdossier softdrugs, pagina 659).

97) Het proces-verbaal van softdrugs transactie op 20 januari 2010 d.d. 10 februari 2010 met bijlagen (zaaksdossier softdrugs, pagina 660).

98) Het proces-verbaal van softdrugs transactie op 20 januari 2010 d.d. 10 februari 2010 met bijlagen (zaaksdossier softdrugs, pagina 660).

99) Het proces-verbaal van softdrugs transactie op 20 januari 2010 d.d. 10 februari 2010 met bijlagen (zaaksdossier softdrugs, pagina 661).

100) Het proces-verbaal van softdrugs transactie op 20 januari 2010 d.d. 10 februari 2010 met bijlagen (zaaksdossier softdrugs, pagina 662).

101) Het proces-verbaal van softdrugs transactie op 20 januari 2010 d.d. 10 februari 2010 met bijlagen (zaaksdossier softdrugs, pagina 663).

102) Het proces-verbaal van softdrugs transactie op 20 januari 2010 d.d. 10 februari 2010 met bijlagen (zaaksdossier softdrugs, pagina 664).

103) Het proces-verbaal van softdrugs transactie op 20 januari 2010 d.d. 10 februari 2010 met bijlagen (zaaksdossier softdrugs, pagina 665).

104) Het proces-verbaal van softdrugs transactie op 20 januari 2010 d.d. 10 februari 2010 met bijlagen (zaaksdossier softdrugs, pagina 666).

105) Het proces-verbaal van softdrugs transactie op 20 januari 2010 d.d. 10 februari 2010 met bijlagen (zaaksdossier softdrugs, pagina 667).

106) Het proces-verbaal van softdrugs transactie op 20 januari 2010 d.d. 10 februari 2010 met bijlagen (zaaksdossier softdrugs, pagina 668).

107) Het proces-verbaal van softdrugs transactie op 20 januari 2010 d.d. 10 februari 2010 met bijlagen (zaaksdossier softdrugs, pagina 669).

108) Het proces-verbaal van softdrugs transactie/transport op 20 januari 2010 d.d. 22 januari 2010 met bijlage (zaaksdossier softdrugs, pagina 231).

109) Het proces-verbaal van softdrugs transactie/transport op 20 januari 2010 d.d. 22 januari 2010 met bijlage (zaaksdossier softdrugs, pagina 231).

110) Het proces-verbaal van softdrugs transactie/transport op 20 januari 2010 d.d. 22 januari 2010 met bijlage (zaaksdossier softdrugs, pagina 232).

111) Het proces-verbaal van softdrugs transactie/transport op 20 januari 2010 d.d. 22 januari 2010 met bijlage (zaaksdossier softdrugs, pagina’s 232 en 233); zie tevens het proces-verbaal en kennisgeving van inbeslagneming d.d. 21 januari 2010 (zaaksdossier softdrugs, pagina’s 283 en 284) en het deskundigenrapport van drs. [naam deskundige] d.d. 25 januari 2010 (zaaksdossier softdrugs, p. 273).

112) Het proces-verbaal van softdrugs transactie/transport op 20 januari 2010 d.d. 22 januari 2010 met bijlage (zaaksdossier softdrugs, pagina 233).

113) Het proces-verbaal van softdrugs transactie/transport op 20 januari 2010 d.d. 8 februari 2010 (zaaksdossier softdrugs, pagina 680).

114) Het proces-verbaal van softdrugs transactie/transport op 20 januari 2010 d.d. 8 februari 2010 (zaaksdossier softdrugs, pagina 680).

115) Het proces-verbaal van softdrugs transactie/transport op 20 januari 2010 d.d. 8 februari 2010 (zaaksdossier softdrugs, pagina 681).

116) Het proces-verbaal van doorzoeking ter inbeslagneming d.d. 2 februari 2010 met bijlagen (persoonsdossier VE2, pagina’s 218 en 219).

117) Het proces-verbaal van aantreffen van mobiele telefoon uit telefoontap d.d. 24 maart 2010 (persoonsdossier VE2, pagina 265).

118) Het proces-verbaal van aantreffen van mobiele telefoon uit telefoontap d.d. 24 maart 2010 (persoonsdossier VE2, pagina 305).

119) Het proces-verbaal van verhoor van [medeverdachte 5] d.d. 22 februari 2010 (persoonsdossier VE5, pagina 79).

120) Het proces-verbaal van verhoor van [medeverdachte 5] d.d. 22 februari 2010 (persoonsdossier VE5, pagina’s 79 en 80).

121) Het proces-verbaal van aantreffen van mobiele telefoon uit telefoontap d.d. 24 maart 2010 (persoonsdossier VE2, pagina’s 243 en 244).

122) Het proces-verbaal van doorzoeking ter inbeslagneming d.d. 1 februari 2010 met bijlagen (persoonsdossier VE4, pagina’s 75, 80 en 81).

123) Het proces-verbaal van doorzoeking ter inbeslagneming d.d. 1 februari 2010 met bijlagen (persoonsdossier VE4, pagina 76); het proces-verbaal van testen verdovende middelen B1 VIII, IX en XI d.d. 3 februari 2010 (persoonsdossier VE4, pagina’s 96 en 97)

124) Het proces-verbaal van doorzoeking ter inbeslagneming d.d. 1 februari 2010 met bijlagen (persoonsdossier VE4, pagina 76).

125) Het proces-verbaal van doorzoeking ter inbeslagneming d.d. 1 februari 2010 met bijlagen (persoonsdossier VE4, pagina’s 77 en 80).

126) Het proces-verbaal van doorzoeking ter inbeslagneming d.d. 1 februari 2010 met bijlagen (persoonsdossier VE10, pagina’s 80 en 82).

127) Het proces-verbaal van testen verdovende middelen G III d.d. 3 februari 2010 (persoonsdossier VE10, pagina’s 99 en 100); het proces-verbaal van wegen van verdovende middelen d.d. 18 maart 2010 (persoonsdossier VE10, pagina 103).

128) Het proces-verbaal van doorzoeking ter inbeslagneming d.d. 1 februari 2010 met bijlagen (persoonsdossier VE10, pagina’s 80 en 98).

129) Het proces-verbaal van verhoor van [medeverdachte 5] d.d. 22 februari 2010 (persoonsdossier VE5, pagina 101).

130) Het proces-verbaal van het vaststellen dat[straatnaam en nummer] te Heemskerk opslagplaats is d.d. 28 december 2009 (zaaksdossier softdrugs, pagina 191).

131) Het proces-verbaal van het vaststellen dat perceel [straatnaam en nummer] te Heemskerk opslagplaats is d.d. 28 december 2009 (zaaksdossier softdrugs, pagina 196).

132) Het proces-verbaal van verhoor van [medeverdachte 5] d.d. 1 februari 2010 (persoonsdossier VE5, pagina 55).

133) Het proces-verbaal van het vaststellen dat perceel [straatnaam en nummer] te Heemskerk opslagplaats is d.d. 28 december 2009 (zaaksdossier softdrugs, pagina 197).

134) Het proces-verbaal van onderzoek aan inbeslaggenomen sporttassen d.d. 21 april 2010 (persoonsdossier VE2, pagina’s 240 en 241).

135) Het proces-verbaal van doorzoeking ter inbeslagneming d.d. 2 februari 2010 met bijlagen (persoonsdossier VE6, pagina’s 125, 127, 128, 138 en 139).

136) Het proces-verbaal van testen verdovende middelen F-4-VII-1-6 en F4-VII-1-7 d.d. 4 februari 2010 (persoonsdossier VE6, pagina’s 147 en 148).

137) Het proces-verbaal van weging verdovende middelen d.d. 18 maart 2010 (persoonsdossier VE6, pagina 158).

138) Het proces-verbaal van doorzoeking ter inbeslagneming d.d. 15 februari 2010 met bijlagen (persoonsdossier VE7, pagina’s 86 en 91).

139) Het proces-verbaal van Testen verdovende middelen d.d. 16 februari 2010 (persoonsdossier VE7, pagina’s 114 en 115).

140) Het proces-verbaal van doorzoeking ter inbeslagneming d.d. 15 februari 2010 met bijlagen (persoonsdossier VE8, pagina 553).

141) Het proces-verbaal van Testen verdovende middelen d.d. 16 februari 2010 (persoonsdossier VE8, pagina’s 569 en 570).

142) Het proces-verbaal van verhoor van [medeverdachte 5] d.d. 1 februari 2010 (persoonsdossier VE5, pagina 53).

143) Het proces-verbaal van verhoor van [medeverdachte 5] d.d. 1 februari 2010 (persoonsdossier VE5, pagina 64).

144) Het proces-verbaal van verhoor van [medeverdachte 5] d.d. 2 februari 2010 (persoonsdossier VE5, pagina 73).

145) Het proces-verbaal van verhoor van [medeverdachte 5] d.d. 2 februari 2010 (persoonsdossier VE5, pagina’s 50, 51 en 54); het proces-verbaal van verhoor van [medeverdachte 5] d.d. 22 februari 2010 (persoonsdossier VE5, pagina 85).

146) Het proces-verbaal van verhoor van [medeverdachte 5] d.d. 2 februari 2010 (persoonsdossier VE5, pagina 72).

147) het proces-verbaal van verhoor van [medeverdachte 5] d.d. 22 februari 2010 (persoonsdossier VE5, pagina 85).

148) Het proces-verbaal van verhoor van [medeverdachte 5] d.d. 22 februari 2010 (persoonsdossier VE5, pagina 99).

149) Het proces-verbaal van beschrijving Criminele Organisatie 12YMKever d.d. 31 mei 2010 met bijlagen (zaaksdossier softdrugs, pagina 13 e.v.).

150) Het proces-verbaal van bevindingen mbt witwassen d.d. 8 juni 2010 (zaaksdossier witwassen, pagina 1179 e.v.).

151) Het proces-verbaal van verkrijging gevorderde historische gegevens belastingdienst d.d. 3 oktober 2009 met bijlagen (zaaksdossier witwassen, pagina 1188).

152) Het proces-verbaal van bevindingen mbt witwassen d.d. 8 juni 2010 (zaaksdossier witwassen, pagina 1184).

153) Het proces-verbaal van bevindingen mbt witwassen d.d. 8 juni 2010 (zaaksdossier witwassen, pagina 1184).

154) Het proces-verbaal van bevindingen mbt witwassen d.d. 8 juni 2010 (zaaksdossier witwassen, pagina 1186).

155) Het proces-verbaal van Louis Vuitton d.d. 13 april 2010 (zaaksdossier witwassen, pagina 1196).

156) Het proces-verbaal van Louis Vuitton d.d. 13 april 2010 (zaaksdossier witwassen, pagina 1195).

157) Het proces-verbaal van Louis Vuitton d.d. 13 april 2010 (foto1, zaaksdossier witwassen, pagina 1194).

158) Het proces-verbaal van reisbureaus d.d. 14 april 2010 (zaaksdossier witwassen, pagina 1205).

159) Het proces-verbaal van vaststellen van vakantiebestemmingen van [verdachte] d.d. 23 mei 2010 (zaaksdossier witwassen, pagina 1206 e.v.).

160) Het proces-verbaal van Sterre & Tijl d.d. 12 april 2010 (zaaksdossier witwassen, pagina 1219).

161) Het proces-verbaal van Babypark Kesteren d.d. 12 april 2010 (zaaksdossier witwassen, pagina 1200).

162) Het proces-verbaal van bevindingen mbt witwassen d.d. 8 juni 2010 (zaaksdossier witwassen, pagina 1183).

163) Het proces-verbaal van verhoor van [betrokkene] d.d. 7 oktober 2010 zoals afgelegd ten overstaan van de rechter-commissaris.

164) Het proces-verbaal van doorzoeking ter inbeslagneming d.d. 2 februari 2010 (persoonsdossier VE02, pagina 234); het proces-verbaal van bevindingen d.d. 14 april 2010 (zaaksdossier overige feiten, pagina 1297).

165) Het proces-verbaal van bevindingen d.d. 14 april 2010(zaaksdossier overige feiten, pagina 1297).

166) Het proces-verbaal van verhoor van verdachte d.d. 3 februari 2010 (zaaksdossier overige feiten, pagina’s 1304 en 1305).

Samenstelling rechtbank en uitspraakdatum

Dit vonnis is gewezen door

mr. R.E.A. Toeter, voorzitter,

mrs F.G. Hijink en T.A.M. Tijhuis, rechters,

in tegenwoordigheid van de griffier mr. M. Zoethout,

en uitgesproken op de openbare terechtzitting van 16 november 2010.