Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBHAA:2010:BO3178

Instantie
Rechtbank Haarlem
Datum uitspraak
06-10-2010
Datum publicatie
05-11-2010
Zaaknummer
166518 - HA ZA 10-224
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Burenrecht. Onrechtmatige hinder. Niet iédere vorm van hinder is onrechtmatig.

De erven van partijen grenzen aan elkaar. Gedaagde heeft een uitbouw in de vorm van een glazen terrasoverkapping aan de achterzijde van zijn woonhuis gerealiseerd. Eiseres vordert verwijdering, althans versteviging, van de overkapping omdat deze (I) zonlicht uit de tuin van eiseres wegneemt en derhalve onrechtmatige hinder oplevert en (II) zodanig ondeugdelijk van constructie is dat deze een gevaarzettende situatie in het leven roept. In reconventie vordert gedaagde het venster in de schuur op het perceel van eiseres te verwijderen, dan wel ondoorzichtig te maken.

Rechtbank acht de aard en de ernst van de hinder niet zodanig dat de door de overkapping veroorzaakte onthouding van licht onrechtmatige hinder in de zin van artikel 5:37 BW oplevert. Overkapping is ook niet ondeugdelijk.

In reconventie gaat het erom of het venster recht naar voren uitzicht geeft op het naburige erf. Daarvan is geen sprake. Volgt afwijzing in conventie en in reconventie.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK HAARLEM

Sector civiel recht

zaaknummer / rolnummer: 166518 / HA ZA 10-224

Vonnis van 6 oktober 2010 (bij vervroeging)

in de zaak van

[EISERES IN CONVENTIE],

wonende te Purmerend,

eiseres in conventie,

verweerster in reconventie,

advocaat mr. A.W.J. Castelijns te Alkmaar,

tegen

[GEDAAGDE IN CONVENTIE],

wonende te Purmerend,

gedaagde in conventie,

eiser in reconventie,

advocaat mr. G.M. Pierik te Purmerend.

Partijen zullen hierna [eiseres in conventie] en [gedaagde in conventie] genoemd worden.

1. De procedure

1.1. Het verloop van de procedure blijkt uit:

- het tussenvonnis van 12 mei 2010

- het proces-verbaal van comparitie van 21 september 2010.

1.2. Ten slotte is vonnis bepaald.

2. De feiten

2.1. [eiseres in conventie] is eigenaar van het perceel aan […] te […]. [gedaagde in conventie] is eigenaar van het perceel aan de […] te […]. Op beide percelen staat een (aan de desbetreffende partij in eigendom toebehorend) woonhuis. De erven van partijen grenzen aan elkaar. Op de erfgrens is een houten schutting van 175 cm hoog aangebracht.

2.2. Bij de realisering van een dakopbouw op het woonhuis van [gedaagde in conventie] heeft [gedaagde in conventie] onder de dakpannen op het dak van [eiseres in conventie] een waterafvoer aangebracht.

2.3. In de achtertuin van [eiseres in conventie] bevindt zich een tuinhuisje (hierna: de schuur), waarin een raam is aangebracht. Dit raam bevindt zich loodrecht op de achterzijde van het woonhuis van [eiseres in conventie]. Aan de binnenzijde is het raam voorzien van lamellen.

2.4. [gedaagde in conventie] is in oktober 2009 gestart met de bouw van een uitbouw (hierna: de overkapping) aan de achterzijde van zijn woonhuis. De overkapping heeft een lengte van 243 cm en een hoogte van 286 cm schuin aflopend naar 263 cm.

2.5. Bij schrijven van 3 december 2009 heeft Bouwkundig Teken- en ontwerp bureau ES (hierna: de bouwkundige) aan [eiseres in conventie] onder meer het volgende medegedeeld:

(...)

Deze illegaal gebouwde overkapping kan bij windkracht 8-9 voor problemen gaan zorgen als de wind onder de lexaanplaten komt, omdat zij vastzitten met houtjes van 8 x 10 cm 2 cm dik met één schroefje. Deze platen kunnen als zij breken voor overlast zorgen bij de buren.

Ook neemt de overkapping het zonlicht weg, waardoor de bestrating groen uitslaat.

(...)

2.6. Bij aangetekende brief van 8 december 2009 heeft de advocaat van [eiseres in conventie] [gedaagde in conventie] verzocht om de overkapping uiterlijk vrijdag 18 december 2009 te verwijderen. Aan dit verzoek heeft [gedaagde in conventie] niet voldaan.

2.7. In de bij conclusie van antwoord tevens eis in reconventie overgelegde ‘werkomschrijving terrasoverkapping’ van Installatiebedrijf [K] (hierna: [K]) is onder meer het volgende opgenomen:

Ten eerste heb ik, (...) een beton fundering van 400 x 400 x 500 mm gestort (8 zakken beton van 25 kg). Aan de rechterkant, aan de kant van huis nr. 44, reeds uitgevoerd d.d. 12 febr. 2010 1300 mm uit de erfafscheiding idem een betonen fundering.

Daarna heb ik, op iedere betonnen fundering, een hard houtenpaal van 85 x 85 mm d.m.v. een stalen behuizing op het beton met vier draadeinden verankerd.

Op deze palen ligt een houten balk van 1950 x 70 mm en deze is d.m.v. een stalen 14 mm dikke draadeind aan elkaar gekoppeld.

Tussen de ligger welke op de palen ligt en gevel liggen houten tussen balken van 150 x 60 mm. Deze balken zijn d.m.v. inkepingen en daarna met lijm en houtfretten aan de voorste en gevel gekoppeld.

Op deze tussen balken ligt de draadglas platen van 2500 x 83 x 6 mm. Zo een draadglas plaat van die formaat heeft een gewicht van 60 kg. Deze draadglas platen zijn aan de bovenkant met latten van 2500 x 70 x 20 mm geborgd.

Deze constructie is bestand tegen alle weersomstandigheden dus ook windkracht 8 a 9.

(...)

3. Het geschil

in conventie

3.1. [eiseres in conventie] vordert, na vermeerdering van eis, - samengevat - om [gedaagde in conventie], bij uitvoerbaar bij voorraad te verklaren vonnis, primair te bevelen om de uitbouw [de rechtbank begrijpt: de overkapping] te verwijderen, subsidiair te veroordelen om de constructie te verstevigen, en daarnaast vordert [eiseres in conventie] om [gedaagde in conventie] te bevelen om de waterafvoer te verwijderen, één en ander op straffe van verbeurte van een dwangsom van EUR 1.000,-- per dag, met veroordeling van [gedaagde in conventie] in de kosten van het geding.

3.2. Als grondslag voor zowel haar primaire als haar subsidiaire vordering heeft [eiseres in conventie] aangevoerd dat (I) de overkapping onrechtmatige hinder oplevert omdat deze zonlicht uit de tuin van [eiseres in conventie] wegneemt en (II) de constructie van de overkapping zodanig ondeugdelijk is dat deze een gevaarzettende situatie in het leven roept. Als gevolg van één en ander is tevens sprake van een illegale toestand in de zin van de Wet ruimtelijke ordening.

Doordat [gedaagde in conventie] zonder toestemming van [eiseres in conventie] een waterafvoer heeft aangelegd op het dak en onder de dakpannen van [eiseres in conventie], maakt [gedaagde in conventie] bovendien inbreuk op het eigendomsrecht van [eiseres in conventie], aldus [eiseres in conventie].

3.3. [gedaagde in conventie] voert verweer, kort samengevat stellende dat de overkapping deugdelijk is uitgevoerd. Van hinder - laat staan onrechtmatige hinder - danwel gevaarzetting is geen sprake, nu de overkapping is voorzien van draadglas, zodat deze dientengevolge weinig tot geen zonlicht wegneemt uit de tuin van [eiseres in conventie] en die overkapping is verankerd in een betonnen fundering. Bovendien kán [eiseres in conventie] geen hinder ondervinden, nu zij feitelijk niet woonachtig is in de woning aan de […] te […]. Het ontbreken van een bouwvergunning kan geen strijdigheid met de Wet ruimtelijke ordening opleveren, aldus nog steeds [gedaagde in conventie]. De waterafvoer was onderdeel van de bouwvergunning en is

- omdat deze dient om lekkage te voorkomen - niet onrechtmatig.

3.4. Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.

in reconventie

3.5. [gedaagde in conventie] vordert in reconventie, na vermindering van eis, - samengevat - om [eiseres in conventie], bij uitvoerbaar bij voorraad te verklaren vonnis, te bevelen het venster in de schuur op het perceel van [eiseres in conventie] te verwijderen en verwijderd te houden, dan wel ondoorzichtig te maken en te houden, op straffe van verbeurte van een dwangsom van EUR 500,-- per dag, met veroordeling van [eiseres in conventie] in de kosten van het geding.

3.6. Aan zijn vordering legt [gedaagde in conventie] - kort samengevat - ten grondslag dat hij in zijn privacy wordt aangetast door een in de schuur van [eiseres in conventie] aanwezig niet vaststaand en doorzichtig raam. Nu dit raam op minder dan twee meter van de erfgrens is geplaatst, is er sprake van strijd met artikel 5:50 en 5:51 BW.

3.7. Het verweer van [eiseres in conventie] luidt - kort gezegd - dat het raam zich niet binnen één meter van de erfgrens bevindt, maar op een afstand van 1,05 meter. Het raam is bovendien ondoorzichtig, zodat [eiseres in conventie] geen zicht heeft op het erf van [gedaagde in conventie]. Op grond van artikel 5:51 BW is [eiseres in conventie] gerechtigd om een dergelijk venster ter plaatse aanwezig te hebben, aldus [eiseres in conventie]. Daarnaast beroept [eiseres in conventie] zich op misbruik van recht, voor het geval de rechtbank van oordeel mocht zijn dat de aanwezigheid van het raam niet is toegestaan op grond van artikel 5:51 BW.

3.8. Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.

4. De beoordeling

in conventie

Overkapping

4.1. Met betrekking tot de door [eiseres in conventie] gevorderde verwijdering c.q. versteviging van de overkapping door [gedaagde in conventie] oordeelt de rechtbank als volgt.

4.2. De rechtbank acht het niet ondenkbaar dat [eiseres in conventie] als gevolg van de overkapping en de daarvoor gebruikte materialen, waaronder de draden in het glas en de balken in de constructie, minder zon in haar tuin heeft dan vóór de bouw van de overkapping. Het is begrijpelijk dat [eiseres in conventie] als gevolg daarvan enige mate van hinder ervaart. Daar staat echter tegenover dat niet íedere vorm van hinder onrechtmatig is. Het antwoord op de vraag of er sprake is van onrechtmatige hinder in de zin van artikel 5:37 BW, hangt af van de aard, de ernst en de duur van de hinder en de daardoor toegebrachte schade in verband met de verdere omstandigheden van het geval, waarbij onder meer rekening moet worden gehouden met het gewicht van de belangen die door de hinder toebrengende activiteit worden gediend, en de mogelijkheid - mede gelet op de daaraan verbonden kosten - en de bereidheid om maatregelen ter voorkoming van schade te treffen. (Hoge Raad, 21 oktober 2005, LJN: AT8823).

4.3. De overkapping is voorzien van (draad)glas. Dat materiaal is geschikt om (zon)licht door te laten. De overkapping bestaat weliswaar ook uit andere materialen, maar niet gebleken is dat de gehele constructie van de overkapping zodanig is dat van die (overige) materialen een onevenredig zonlichtblokkerende werking uitgaat. Door [eiseres in conventie] is niet betwist dat in een deel van haar tuin nog wel zonlicht valt. [eiseres in conventie] heeft zich niet uitgelaten over de door haar geleden schade als gevolg van het verminderde zonlicht. Aangenomen moet worden dat deze eventuele aan [eiseres in conventie] toegebrachte schade tot een minimum beperkt blijft. Daar komt bij dat [eiseres in conventie] naar eigen zeggen maar weinig op het adres […] verblijft, omdat zij circuleert tussen haar huizen in Edam, Purmerend en Spanje. Gelet op het voorgaande zijn de aard en de ernst van de hinder niet zodanig dat de door de overkapping veroorzaakte onthouding van licht onrechtmatige hinder in de zin van artikel 5:37 BW oplevert.

4.4. Met betrekking tot de door [eiseres in conventie] gestelde ondeugdelijkheid van de overkapping overweegt de rechtbank als volgt. Uit de verklaringen van partijen en de door hen overgelegde stukken, blijkt dat [eiseres in conventie] haar standpunt omtrent de (on)deugdelijkheid van de overkapping met name baseert op foto’s - en de op die foto’s gebaseerde verklaring van de bouwkundige - die een onjuiste weergave van de huidige situatie ter plaatse zijn. Zowel de foto’s als de verklaring gaan immers uit van een situatie zoals deze was tijdens de bouw van de overkapping. Uit de ter comparitie door [gedaagde in conventie] overgelegde (en door [eiseres in conventie] niet betwiste) foto’s blijkt echter dat de bouw inmiddels is afgerond en dat de glasplaten thans niet (meer) aan de overkapping zijn bevestigd met houtjes van 8x10 cm, maar met houten latten. Bovendien is geen sprake van lexaanplaten, zoals [eiseres in conventie] in navolging van de verklaring van de bouwkundige stelt, maar van platen van (draad)glas met een gewicht van 60 kg. Blijkens de verklaring van [K] is de gehele overkapping bovendien aan een betonnen fundering verankerd door middel van houten balken in een stalen behuizing.

4.5. Aan haar stelling dat de overkapping ondeugdelijk is, heeft [eiseres in conventie] dus een onjuist, want achterhaald, feitencomplex ten grondslag gelegd. Deze feiten kunnen niet leiden tot het oordeel dat de overkapping ondeugdelijk is.

4.6. De door [gedaagde in conventie] geschetste constructie van de overkapping maakt een solide indruk. Dat één van de glasplaten is gebarsten, zoals [gedaagde in conventie] heeft erkend, doet aan de deugdelijkheid van de constructie van de overkapping niet af, omdat gesteld noch gebleken is dat de overkapping als gevolg van die barst aan veiligheid heeft ingeboet. Daarbij is mede van belang dat het draadglas betreft en het een feit van algemene bekendheid is dat dit type glas - als gevolg van de in het glas opgenomen metalen wapening - in geval van breuk of barst de glasplaat bijeenhoudt.

4.7. Op grond van het voorgaande kunnen de door [eiseres in conventie] aangevoerde grondslagen haar primaire en subsidiaire vorderingen niet dragen, zodat deze vorderingen dienen te worden afgewezen.

4.8. Aan de stelling dat [gedaagde in conventie] de overkapping zonder bouwvergunning heeft geplaatst gaat de rechtbank voorbij, aangezien dat - wat er ook van die stelling zij - in de onderhavige civiele procedure niet tot enig rechtsgevolg leidt. Haar stelling dat tevens van strijd met de Wet op de ruimtelijke ordening sprake is, heeft [eiseres in conventie] dermate onvoldoende geadstrueerd, dat de rechtbank daaraan eveneens voorbij gaat.

4.9. Aangezien de vorderingen van [eiseres in conventie] reeds op grond van het voorgaande stranden, kan in het midden blijven of [eiseres in conventie] wel of niet feitelijk woonachtig is in de woning aan de […] te […].

Waterafvoer

4.10. Ter comparitie heeft [gedaagde in conventie] gesteld dat de waterafvoer onder de dakpannen op het dak van [eiseres in conventie] onderdeel was van de destijds verleende bouwvergunning ten aanzien van de dakopbouw. De verholde goot die aldaar is aangebracht dient om lekkage aan het dak van [eiseres in conventie] te voorkomen. Nu [eiseres in conventie] deze stelling niet heeft weersproken, gaat de rechtbank ervan uit dat het door [gedaagde in conventie] gestelde juist is. Bij die stand van zaken is het aanbrengen van de waterafvoer op het dak van [eiseres in conventie] naar het oordeel van de rechtbank niet aan te merken als een onrechtmatig inbreuk op het eigendomsrecht van [gedaagde in conventie] (integendeel). De door [eiseres in conventie] aangevoerde grondslag kan (dit onderdeel van) de vordering dan ook evenmin dragen, zodat de vordering tot verwijdering ervan eveneens zal worden afgewezen.

4.11. [eiseres in conventie] zal als de in conventie in het ongelijk te stellen partij in de proceskosten worden veroordeeld. De kosten aan de zijde van [gedaagde in conventie] in conventie worden begroot op:

- vast recht 263,00

- salaris advocaat 904,00 (2,0 punten × tarief EUR 452,00)

Totaal EUR 1.167,00

in reconventie

4.12. Met betrekking tot de reconventionele vordering van [gedaagde in conventie] tot verwijdering van het raam in de schuur van [eiseres in conventie] overweegt de rechtbank als volgt. Hoewel het op zich juist is dat de lamellen het in de schuur aanwezige raam niet ‘ondoorzichtig’ maken in de zin van artikel 5:51 BW - zoals [gedaagde in conventie] ter comparitie heeft gesteld - is de aanwezigheid van het raam in de schuur (al dan niet doorzichtig) naar het oordeel van de rechtbank in het geheel niet onrechtmatig. Het volgende is voor dat oordeel redengevend.

4.13. Op grond van het eerste lid van artikel 5:50 BW gaat het erom of het venster uitzicht geeft op het naburige erf. Blijkens het derde lid van ditzelfde artikel wordt de afstand die er tussen het venster en het naburige erf dient te zijn gemeten rechthoekig uit de buitenkant van de muur daar waar de opening is gemaakt. Deze bepaling ziet op raam- of deuropeningen en geeft duidelijk weer dat slechts ramen en deuren die – bezien vanuit de positie dat men voor de raam- of deuropening staat – recht naar voren uitzicht geven op het naburige erf, strijdigheid met het in artikel 5:50 lid 1 BW bepaalde kunnen opleveren. Voor voormelde uitleg kan steun worden gevonden in de wetsgeschiedenis van artikel 5:50 BW, waarin onder meer is bepaald dat het handhaven van het verbod van zijdelings uitzicht niet meer te rechtvaardigen is (Gerechtshof Amsterdam [Nevenzittingsplaats Arnhem], 6 juli 2010, LJN: BN0268).

4.14. Blijkens de door partijen overgelegde foto’s staat het raam van de schuur van [eiseres in conventie] haaks op de schutting die de erfgrens tussen de erven van partijen markeert en geeft het raam zodoende (recht naar voren) slechts uitzicht op de achterzijde van het woonhuis van [eiseres in conventie]. Dat het raam zich binnen een afstand van 2 meter van de erfgrens bevindt, doet dan ook niet ter zake. Aangezien het raam in de schuur van [eiseres in conventie] geen uitzicht in de zin van artikel 5:50 BW geeft op het erf van [gedaagde in conventie], is er geen sprake van inbreuk op voornoemd wetsartikel en dient de reconventionele vordering van [gedaagde in conventie] te worden afgewezen.

4.15. [gedaagde in conventie] zal als de in reconventie in het ongelijk te stellen partij in de proceskosten worden veroordeeld. De kosten aan de zijde van [eiseres in conventie] in reconventie worden begroot op:

- salaris advocaat 226,00 (1,0 punt × factor 0,5 × tarief EUR 452,00)

Totaal EUR 226,00

5. De beslissing

De rechtbank

in conventie

5.1. wijst de vorderingen af,

5.2. veroordeelt [eiseres in conventie] in de proceskosten, aan de zijde van [gedaagde in conventie] tot op heden begroot op EUR 1.167,00,

5.3. verklaart dit vonnis in conventie wat betreft de kostenveroordeling uitvoerbaar bij voorraad,

in reconventie

5.4. wijst de vorderingen af,

5.5. veroordeelt [gedaagde in conventie] in de proceskosten, aan de zijde van [eiseres in conventie] tot op heden begroot op EUR 226,00,

5.6. verklaart dit vonnis in reconventie wat betreft de kostenveroordeling uitvoerbaar bij voorraad.

Dit vonnis is gewezen door mr. S. Sicking en in het openbaar uitgesproken op 6 oktober 2010.?